Verslag Praktische Politieke Philosophie d.d. 4 juli 2018

Christendemocratisch appèl: perspectief op de 21ste eeuw

In een plezierige en ontspannen sfeer werd op 4 juli in Huize Groenberg nagedacht en gesproken over de vraag: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw? Belangrijke voorliggende 21ste-eeuwse thema’s waren aan de orde zoals migratie, klimaatvraagstukken en burgerschap. Ook werd gesproken over toekomstig leiderschap. De inleiders, Prof. dr. Ernst Hirsch Ballin en Dave Ensberg-Kleijkers MSc vertegenwoordigen twee verschillende generaties.

Prof. Dr. Ernst Hirsch Ballin
begon zijn inleiding met twee constateringen: de verdringing van het lange termijn denken en de fixatie op (directe) duidelijkheid. Er is veel behoefte aan onmiddellijke vervulling van verlangens.
De grote maatschappelijke thema’s van deze eeuw, zoals duurzaamheid en armoede, vragen om een perspectief dat veel verder weg ligt. In deze tijd is het moeilijk geworden om in de politiek een lange-termijndenker te zijn. Daarbij dreigt een pathologische hang naar eenduidigheid. Politiek daarentegen kan niet op die manier eenduidig zijn. Begrippen als eenduidigheid en duidelijkheid worden bovendien met elkaar verward. De behoefte aan directe duidelijkheid heeft onder meer te maken met de angst voor het niet weten, angst voor nuance. Bij het toelichten, spreekt hij van de Amerikanisering van de politiek: partijen hebben de lessen geleerd voor campagnevoering via consultants. Op basis van profielen worden segmenten van de samenleving gericht bestookt met campagneboodschappen. Partijen zijn dan als het ware in de greep genomen door deze tijdelijke en vluchtige campagneadviseurs.

Het christendemocratisch denken over politiek en samenleving is een antwoord op sociale kwesties en ervaringen van onrecht. In dit verband noemt Ernst de vroegere rol van de toenmalige Katholieke werkgeversvereniging in Brabant. Het ging ze om de waardigheid van arbeid, om erkenning van werknemers en verbinden van belangen. Hier was geen sprake van een gerichtheid op korte-termijn-winst; het ging over bestendigheid van lange termijnperspectief.
Op de vraag “biedt ons appel een christendemocratisch perspectief op 21e eeuw?” is zijn antwoord een helder “ja, mits”. Dat wil zeggen: mits we het perspectief willen zien en benutten. Er zijn verschillende bronnen voor kracht, zoals solidariteit en verbondenheid, waarbij acceptatie nodig is dat niet alles onder één noemer te brengen is. De maatstaf dient altijd gedragenheid en ‘gedeeldheid’ te zijn. Politiek in een democratische rechtsstaat vraagt verankering in vitaal burgerschap, met erkenning van de bronnen waar burgers uit putten, en is solidair met toekomstige generaties. Scheiding van kerk en staat is ook een kern van het CDA. Geloof is elkaar dragen en respecteren. Geloof is een inspiratiebron; op basis van je geloof kun je de ander iets voorleggen (nooit opleggen). “Een ambtsdrager in een rechtsstaat kan en mag niet zijn geloof als redengeving gebruiken voor een besluit dat de hele samenleving bindt,” aldus Ernst uit ervaring.

Als de grote vraagstukken van de 21e eeuw worden genoemd: klimaat, ongelijkheid, robotisering (de waarde van de mens in relatie tot arbeid, de midden categorie in het arbeidsbestel die erbij inschiet), migratie (er moet fundamenteel worden nagedacht dat Europa anders zal zijn) burgerschap (het vermogen om actief een rol te vervullen in de samenleving) en veiligheid van verbinding (wereldwijde verbindingen fysiek, internet ed.). Met opvangcentra voorkom je niet dat de samenleving verandert, urbanisatie zal voortgaan en de maatschappij wordt nog veel meer pluriform.
Universiteiten in de wereld zijn met elkaar in competitie aan de hand van scorelijstjes. Bijzonder is dat Nederland loopt voorop in landbouw; de Universiteit Wageningen staat wereldwijd aan de top. Aandacht moet blijvend gaan naar vernieuwde landbouw.

Lange termijn denken is verder denken en kijken dan de 4 jaren termijn.
Sociale cohesie wordt te vaak gedacht als een replicatie van wat er was. We moeten voorzichtig zijn met de geschiedenis te idealiseren. Sociale cohesie kan alleen worden opgebouwd op basis van wederkerigheid en respect voor elkaar.
Politiek is wetgeving, beleid, etc. Iemand die genoemde grote vraagstukken voor deze eeuw onderkent, spreekt niet zo snel in termen van “oplossingen”. Politiek is er ook om consensus op te bouwen, om de grote vraagstukken van een antwoord te voorzien en beleid te herijken naar de toekomst. Daarvoor zijn leiders nodig met geduld, doorzettingsvermogen, en overtuigingskracht.
Kortom het zal niet makkelijk zijn, maar dat hoeft ook niet.

Dave Ensberg-Kleijkers MSc.
ging aansluitend in op de verschillen tussen millennials en de generatie Z. De groep die nu 20 tot 35 jaar is, worden door sociologen en futurologen getypeerd als “self-centered, entitled, idealist, creative, dependent”. Voor de 12-19-jarigen van nu geldt: “self-aware, persistent, realist, innovative, self-reliant”. De jongere generatie, de zogeheten digital natives, wil aan zet zijn, wil meer aan het stuur zitten, en is interactief bezig met sociale media. Ze hebben behoefte aan transparantie, zijn kwetsbaar en menselijk. Het zijn geen idealisten; ze gebruiken heldere taal en kennen minder nuance of tinten grijs. Hun focus ligt op de korte termijn: hun politieke betrokkenheid is thema of persoonsgebonden. Een plaatje met een 11-tal vaardigheden illustreert welke vaardigheden nu aangeleerd worden aan onze kinderen. Dat betekent iets, en dat heeft gevolgen voor de burgers van de toekomst. Mensen worden meer zelfbewust, communicatief en op andere manieren samenwerkingsgericht. Culturele diversiteit is voor deze generatie een gegeven en niet iets ter keuze. Daarbij is ook sprake van (meer) balans tussen kennis- en sociaal-emotionele vaardigheden. Dave benadrukt dat het belang van deze simplistische stereotyperingen van een generatie Nederlanders, ontwikkeld door een aantal sociologen, ernstig gerelativeerd dient te worden. De verleiding voor politieke partijen als het CDA is echter groot om dergelijke sociologische onderzoeken zo serieus te nemen, dat ze de politieke strategie én christendemocratische, politieke boodschap gaan beheersen. Een partij die primair handelt vanuit pragmatisme, zou hiervoor gevoelig kunnen zijn.

Om de dialoog te prikkelen, worden idealisme en pragmatisme als CDA richtingen tegenover elkaar gezet. Dave signaleert dat onze politieke partij is gereduceerd tot een politiek marktmechanisme en zich onvoldoende op idealen baseert. De partij laat zich te veel leiden door politieke marketeers die prat gaan op de eerdergenoemde sociologische onderzoeken en typeringen van generaties in de 21e eeuw. Op lokaal niveau is flyeren in specifieke doelgroepwijken op basis van marketingonderzoek al zichtbaar; op landelijk niveau maakt hij zich oprecht zorgen over de marktbenadering en de dominantie van het pragmatisme. Politiek mag niet al te eenzijdig gaan om populariteit onder potentiële kiezers en de focus hebben op electorale winst op korte termijn. Zijn persoonlijke keuze is die voor meer idealisme en meer waarden gedreven politiek. We willen met elkaar iets betekenen voor de wereld. Hij is ervan overtuigd dat toekomstige burgers gevormd kunnen worden thuis, in het onderwijs, in de samenleving als geheel. Leiderschap bestaat op de eerste plaats vanuit een idealisme, vanuit overtuiging van een goede zaak. Op de tweede plaats moet een politiek leider goed kunnen communiceren: genuanceerd kunnen vertellen en continue de waarom vraag stellen. Daarbij roept hij de partij op tot veel intern dialoog en debat over de lange termijn vraagstukken. Als voorbeeld verwijst hij naar de visie van onze Belgische zusterpartij CD&V met de zich onderling versterkende wij-uitspraken.

Dialoog
Opgemerkt wordt dat er verschil is tussen idealistisch, ideologisch of door waarden gedreven partij zijn. Ernst geeft zijn definities. Het begint bij idealen, maar in de politieke praktijk gaat het erom de idealen in praktijk te brengen, reëel te maken. Vervolgens wordt van gedachten gewisseld over de vraagstukken migratie en klimaat. Op de lange termijn kan klimaatverandering tot meer en grotere migratiestromen leiden.
Deze vraagstukken blijken meerdere lagen te hebben: Wat is reden van vertrek? Wie is ‘wij’? Wat zijn de (vermeende) onderliggende waarden? Wat vinden wij van mobiliteit van mensen? Moeten we op locatie (de thuislanden) niet veel meer echt een verantwoordelijkheid nemen?
Duidelijk wordt dat migratie een dermate complex vraagstuk is dat er geen eenduidig antwoord op mogelijk is: complexe problemen hebben geen simpele oplossing. Dit vraagt langetermijndenken, investeren in de toekomst, een visie op diversiteit op de langere termijn, etc.
Ernst: “Probeer je af te vragen wat er aan de andere kant van de grens gebeurt”.
De maatstaf voor het samenleven in een democratische rechtsstaat moet gelijk zijn voor mensen die hier nu zijn en nieuwkomers. Ontvanger en nieuwkomer moeten voor elkaar openstaan.
Twee woorden die hierbij vallen zijn: compassie en inlevingsvermogen.
Is een te grote bevolkingsgroei een gevaar voor welvaart? Migratie is van alle tijden. In de gouden eeuw heeft veruit de grootste migratie plaatsgevonden – gerelateerd aan de bevolking van toen.
Welvaart is een middel tegen overbevolking. De politieke discussie gaat voorbij aan de uitkomsten van allerlei onderzoeken. Dave onderscheidt welvaart van welzijn. Daarbij relativeert hij het belang van economische groei.
Sommige problemen hebben we al 20 jaar zien aan komen. Waarom duurt het zo lang om er wat aan te doen is een vraag die gesteld wordt. En wat doen we eraan om dat in de toekomst te verbeteren? Ernst licht toe dat politiek leiderschap nodig is en dat grote opgaven geen oplossing hebben maar om een goede richting vragen.
Andere vragen die worden opgeroepen: wat brengt de toekomst, hoe moet een politiek leider zijn en hoe haal je kracht uit de vereniging? Dave bepleit in de politiek, in de politieke vereniging en in de samenleving meer discussie; meer open dialoog.
In de dialoog die volgt over leiderschap wordt aan de hand van voorbeelden geduid op verschillen in stijl en sturing van politici. Leiderschap is aldus Ernst het vermogen om het goede uit de mens naar boven te halen. Niet alleen degene die de koers bepaalt heeft leiderschap. Krachtig leiderschap is niet de juiste term in dit verband. Het gaat om overtuigende leiders, die op basis van goede argumenten richting geven, en die mensen meekrijgen in die richting. Politiek leiderschap vraagt om creativiteit en is vooral ook hard werken.
Ernst noemt Ruud Lubbers als voorbeeld van een politiek leider in zijn tijd. Ruud Lubbers was visionair en hij was pragmatisch. Hij verstond de kunst om politiek en maatschappelijk ‘ruimte te behouden’, om de verschillende standpunten nog te laten innemen.
Dave sluit af. Hij onderstreept de rol van onderwijs in de samenleving, het belang van onderwijs en vorming in de ontwikkelingsfase van kinderen. “We moeten kinderen als het ware leren zichzelf te worden”, aldus Dave. Onze leraren worden veel afgeleid door allerhande zaken met als gevolg dat tijd en aandacht voor de kinderen beperkt is. Grootschaligheid van de klassen doet geen goed. Een keuze voor betekenisvol en vormend onderwijs vraagt extra geld. Het gaat om het echte contact van mens tot mens.

Huseyin Bahar
Statenlid CDA Brabant
Praktische Politieke Philosophie (PPP)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *