Berichten

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Interpellatiedebat over stikstofuitstoot industrie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Interpellatiedebat over de uitstoot en vergunningverlening stikstof door industrie
(22-11-2019)

Voorzitter,

Onze Brabanders moeten kunnen bouwen op hun provinciebestuur.

Het gevoel hebben dat er serieus naar hen wordt geluisterd, maar belangrijker nog: dat er serieus met hen wordt omgegaan. Daarin hebben wij allen een voorbeeldfunctie.

Wij zitten hier, om te doen wat juist is voor alle Brabanders, niemand uitgezonderd.

Onze Brabanders verdienen een eerlijke behandeling. Alle feiten op tafel, alles inzichtelijk maken, dan – in dit geval – het aandeel van de uitstoot per sector eerlijk vaststellen, om vervolgens tot een eerlijk en realistisch beleid te komen waar de natuur echt mee is gediend.

Voorzitter, als CDA vragen wij om vóór het stikstofdebat van 13 december alle juiste gegevens aangaande de stikstofuitstoot per sector te mogen ontvangen. Net als het rapport over het flankerend beleid bij de veehouderijbesluiten uit 2017, waarnaar Wageningen University onderzoek heeft gedaan.

Tot slot: he debat vandaag is prematuur, want nog niet alle informatie ligt op tafel. Op 13 december praten wij verder, en maken wij als CDA onze afweging.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven interpellatiedebat stikstofuitstoot industrie (22 november 2019)

CDA: “Realisme komt terug in Brabantse landbouw”

Dankzij een herziening van de veehouderijbesluiten uit 2017 komt het realisme terug in de Brabantse landbouw. De herziening maakt deel uit van het bestuursakkoord 2019-2023, dat coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA vandaag presenteren. In de nieuwe plannen krijgen specifieke groepen boeren méér tijd om aan de doelstellingen uit de veehouderijbesluiten te voldoen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen.

Dat de provincie de veehouderijbesluiten uit 2017 opnieuw tegen het licht zou houden, was een belangrijke wens uit het CDA-verkiezingsprogramma en een stap die in de afgelopen twee jaar, onder het oude provinciebestuur, onmogelijk was. Met de herziening stapt het provinciebestuur af van generiek beleid dat voor alle boeren hetzelfde is en wordt maatwerk mogelijk. Precies wat het CDA wil, omdat de situatie op ieder erf in elk gezin anders is.

Kern van de besluiten uit 2017 is het vervroegen van de deadlines waarop boeren aan nieuwe milieueisen moeten voldoen: van 2028 naar 2022. Het CDA stemde hiertegen, omdat het de besluiten onrealistisch en oneerlijk vindt. Zo moeten boeren onverwachts hoge, extra investeringen doen én zijn de vereiste stalsystemen nog niet beschikbaar. Mede hierom pleitte het CDA er in de verkiezingscampagne voor de besluiten te herzien en onrealistische onderdelen eruit te halen.

Die belofte lost de partij nu in, want het CDA heeft ter aanvulling op de landbouwparagraaf in het bestuursakkoord het volgende kunnen bereiken (zie pag. 35 van het bestuursakkoord):

  • Melkveehouders met stro(oisel)stallen krijgen, onder voorwaarden, twee jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van vlees- en fokstieren krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van geiten krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van varkens en vleeskalveren die kiezen voor brongerichte technieken krijgen, onder voorwaarden, een half jaar uitstel voor het indienen van een vergunbare aanvraag.
  • Bedrijven die per 1 januari 2022 willen stoppen, hoeven, onder voorwaarden, géén nieuwe vergunning aan te vragen.
  • Bedrijven die per uiterlijk 1 januari 2024 stoppen, hoeven, onder aanvullende voorwaarden, géén vergunning aan te vragen.
  • Bevordering van de toepassing van nieuwe stalsystemen door het sneller toekennen van ‘voorlopige emissiefactoren’ en het gebruik van kansrijke innovaties door het sluiten van ‘Green Deals’ (afspraken tussen de overheid en andere partijen).
  • Ondersteuning van varkenshouders die willen stoppen om dat op een ‘warme’ manier te doen. ‘Warm’ wil zeggen dat zij financieel worden gecompenseerd, o.a. door gerichtere inzet van de bestaande Ruimte voor Ruimte-regeling.
  • Introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken, zodat zij straks minder geld kwijt zijn aan het pachten van grond en meer geld overhouden om te investeren in hun bedrijf.
  • De melkveehouderij blijft uitgezonderd van de zgn. ‘stalderingsregeling’, d.w.z. de verplichting om meer m2 oude stallen te slopen dan dat er m2 nieuwe stallen bijkomen.
  • De provincie verlaagt de zgn. ‘stalderingswaarde’ bij herbestemming: voor 10 m2 nieuw te ontwikkelen stal moet 12-14 m2 vrijkomende stal worden herbestemd.
  • Zolang met de maatregelen uit de besluiten t.a.v. de ‘Versnelling Transitie Veehouderij’ het voorgenomen doel t.a.v. de stikstofuitstoot wordt bereikt, legt de provincie geen extra maatregelen op (tenzij het Rijk, Europa of de rechter dat verplicht).

Marianne van der Sloot, lijsttrekker en beoogd gedeputeerde namens het CDA: “Dankzij het CDA gaat een deur open, die de afgelopen jaren potdicht heeft gezeten. Want in de Brabantse landbouw wordt maatwerk mogelijk. Bepaalde groepen boeren krijgen méér tijd om aan de doelstellingen uit het veehouderijbesluit te voldoen. En we nemen aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen. Met dit pakket verlichten we hun situatie en verbeteren we hun toekomstperspectief. Zowel voor boeren die willen stoppen als voor boeren die hun bedrijf willen voortzetten. En op wie het CDA trots is en heel zuinig wil zijn. Ook dat zit in dit bestuursakkoord.”

De landbouwparagraaf van het bestuursakkoord bevat verschillende ambities voor de agrarische sector, zoals kringlooplandbouw, een gezonde bodem, het stimuleren van innovaties en aandacht voor dierenwelzijn. Stuk voor stuk doelstellingen die het CDA van harte kan onderschrijven. Ook het streven naar mestbewerking op logische locaties, (dicht)bij de boer of op een industrieterrein (met een saneringsplicht na afloop van de vergunningsperiode), is in lijn met het CDA-verkiezingsprogramma.

Ankie de Hoon, Statenlid en beoogd fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie: “Vandaag kunnen we zeggen dat een dichte deur is opengegaan. Nog niet wagenwijd, maar voldoende om weer wat zonlicht naar binnen te kunnen doen vallen. Dat was lang geleden. En we hebben twee van onze beste mensen, beoogd gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma, als ‘poortwachters’ bij die deur kunnen neerzetten. Zij zullen er de komende vier jaar alles aan doen om die deur waar mogelijk nog verder open te zetten. Ook dat is de grote winst die het CDA boekt met de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Een dichte deur gaat open, het boerenverstand is terug in het college.”

Spreektekst Caroline van Brakel – Themabijeenkomst over veehouderij op 14/09

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Themabijeenkomst over voortgang ondersteunende maatregelen versnelling transitie veehouderij
(14-09-2018)

Voorzitter,

Gelet op de tijd ga ik mij beperken tot de meest verstrekkende maatregelen.

Innovatieve stalsystemen: de cruciale vraag in dezen is van wie c.q. welk bedrijf u nu nog verwacht dat het met innovatieve stalsystemen gaat experimenteren? De sector zelf is afwachtend. Proefbedrijven, zoals in Sterksel, gaan afbouwen, lazen we onlangs in de krant. En naar onze stellige overtuiging werkt de door u in het leven geroepen stalderingsmethodiek juist averechts op de door u gewenste innovatie.

In uw stukken stelt u namelijk zelf dat het positief is als er meer stalderingsmeters vrijkomen, waarmee de bedrijven die al wel goed bezig zijn – even vrij geformuleerd – vooruit kunnen. Impliciet erkent u hiermee dat ook de bedrijven die volgens u al wel goed bezig zijn de extra door u opgelegde eisen zullen gaan compenseren door schaalvergroting, waarvoor extra meters – nu dus slechts via staldering te verkrijgen – nodig zijn.

Daarnaast laat u met deze systematiek het tempo van de innovatie volledig afhangen van de ‘stoppers’. Er moeten immers wel éérst meters worden ingebracht om te kunnen uitgeven. Zo krijg je geen innovatie en dus ook geen transitie op gang. Je zou moeten willen dat juist door het tempo van innovatie een aantal bedrijven, die dit niet meer kunnen bijbenen, als vanzelf gaan afvallen. Je hebt dan dus niet eens flankerend beleid nodig…

En dat uw beleid, dat zich slechts concentreert op het beperken van uitstoot uit stallen, onvoldoende effect zal sorteren, wordt nog eens letterlijk zo benoemd in de onlangs verschenen visie van onze minister. Ik citeer (pag. 19 halverwege):

Maar de afzonderlijke partijen kijken nog onvoldoende naar het systeem als geheel. Ook de regelgeving is vooral gericht op delen van het systeem.

Dit moet dus anders. En daarvoor geeft de visie van de minister al de nodige handvatten (zie pag. 37 van de visie).

Onze vraag is dus: wanneer kunnen wij als Staten de aanpassingen op uw beleid ontvangen geheel in lijn met de visie van het ministerie? U twittert namelijk zelf dat u net als de minister ijvert voor een kringloop-landbouw, en dat ook als doel heeft gesteld in uw bestuursakkoord.

Voor ons staat echter als een paal boven water dat u die doelstellingen niet gaat bereiken met dit veel te enge pakket aan maatregelen, dat heel specifiek op een relatief klein stukje van de hele keten is gericht. U wilt transformeren, maar komt zo niet verder dan het frustreren en saneren van een sector die Noord-Brabant groot heeft gemaakt.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel voortgang ondersteunende maatregelen versnelling transitie veehouderij (14 september 2018)

Schriftelijke vragen over doeltreffendheid flankerend beleid veehouderij

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Caroline van Brakel over de doeltreffendheid van het zgn. ‘flankerend beleid’ (ondersteunende maatregelen) voor de veehouderij.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over doeltreffendheid flankerend beleid veehouderij.

Geacht college,

Op 29 juni jl. spraken Provinciale Staten Noord-Brabant over de voortgang ondersteunende maatregelen transitie veehouderij. Het zogenaamde ‘flankerend beleid’.

In het verlengde van deze themabijeenkomst, die een technisch en informerend karakter had, zou het CDA u graag de volgende schriftelijke vragen willen stellen:

  1. Waar hoopt u in 2019 te staan met uw beleid? We doelen dan niet op uw eigen organisatie en de diverse regelingen, maar op de transitie van de veehouderij.
  2. Welke prestaties streeft u na, controleerbaar en haalbaar in zowel technische als financiële zin?
  3. Houdt u vast aan de doelstellingen uit de Verordening natuurbescherming?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Caroline van Brakel

CDA op werkbezoek in Knegsel

Het CDA brengt op maandag 25 juni een werkbezoek aan het duurzame melkveebedrijf van de familie Seuntiëns in Knegsel, gemeente Eersel. Aan het werkbezoek nemen o.a. Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, Statenlid Ton Braspenning en diverse plaatselijke CDA’ers deel.

De familie Seuntiëns opende recent haar vernieuwde koeienstal, voorzien van een hypermodern ‘HyCare’ stalsysteem dat de hygiëne, verzorging én het rendement van de veestapel enorm verbetert. Voor Henny van Dooren, fractievoorzitter van het CDA in Eersel, een goede reden om haar CDA-collega’s in het Europees Parlement en het Provinciehuis uit te nodigen eens te komen kijken.

“En die uitnodiging nemen we graag aan”, aldus Ton Braspenning, woordvoerder landbouw namens het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. “We zijn heel benieuwd naar het bedrijfsverhaal van Jos Seuntiëns, zijn drijfveren en visie op de toekomst van de landbouw. Belangrijk voor Brabant, Nederland én Europa.”

Het werkbezoek start om 12.30 uur en duurt tot 14.30 uur.

Opinie Jaco Geurts en Ton Braspenning: ‘Geef de veehouderij een kans’

Opinie van Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Statenlid Ton Braspenning in het Brabants Dagblad d.d. 19 maart 2018.

Geef de veehouderij een kans

Als we niet oppassen is er straks niet een zoon of dochter meer die het boerenbedrijf over wil nemen. Stop de negatieve beeldvorming. We doen het in Nederland heel goed.

Jaco Geurts
Ton Braspenning

GASTOPINIE

Het CDA staat voor een veehouderij die in balans is met zijn omgeving. Het is best lastig om die balans te bereiken, want het gevoel van onbalans komt meer vanuit een beleving dan vanuit de feitelijkheden. Boeren hebben geïnvesteerd in innovatieve stallen met onder andere welzijnsvloeren, zodat zij de beste zorg kunnen bieden aan hun dieren. Alleen wordt dat vaak weggelaten in de berichtgeving. Het CDA sluit haar ogen niet en wil juist zorgen voor de balans tussen de veehouderij en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Waarbij er ruimte geboden wordt voor boeren om te blijven boeren. Dat betekent de dialoog aangaan met elkaar: lokaal, provinciaal en landelijk.

Naast de zorg voor dieren zetten CDA’ers zich lokaal, provinciaal en landelijk in om verder te bouwen aan een duurzame en innovatieve veehouderij. Daarbij zijn de zorg voor volksgezondheid en aanbevelingen van de Gezondheidsraad leidend. Wij zijn daarbij van mening dat het kabinet voor breed gedragen gezondheidsonderzoek moet zorgen waarbij niemand vraagtekens kan zetten. Wij vinden het onbegrijpelijk dat onze boeren continue worden bekritiseerd over de manier waarop zij werken, ondanks dat wij het in Nederland heel goed doen. Deze negatieve beeldvorming blijft niet zonder gevolgen. Want als we zo doorgaan dan is er geen enkele boerendochter of -zoon meer die nog verder wil met het familiebedrijf. Dan verliezen we goed en betrouwbaar voedsel van eigen bodem en de economische waarde daarvan voor de BV Nederland.

Bloeiende sector

Steeds meer toeleverende bedrijven aan de agrarische sector dreigen te vertrekken naar het buitenland. De ontwikkeling en toepassing van innovaties stokt in Nederland. Mede omdat de meest duurzame ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn, milieu en economie in Nederland niet gebouwd mag worden. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling zijn alleen maar mogelijk met voldoende boeren en boerinnen. Het CDA is van mening dat een bloeiende Nederlandse agrarische sector met oog voor de positie van boer en tuinder en haar omgeving daarom zeer belangrijk is.
Door steeds veranderende regels en een ongelijk speelveld in de Europese Unie wordt het veel boeren onmogelijk gemaakt om een eerlijke prijs en daarmee een goed inkomen te verwerven. Om aan de eisen te voldoen moet er stevig worden geïnvesteerd. Al die extra regels van de provincie Brabant zorgen er alleen maar voor dat de investeringen in duurzame en zorgvuldige oplossingen niet worden bevorderd en brengen zeer hoge kosten met zich mee. Investeringen zijn alleen mogelijk als de opbrengsten deze investeringen rendabel maken. Daar is momenteel absoluut geen sprake van. Het doel van nieuwe regelgeving moet zijn, dat gezonde bedrijven toekomst hebben, dat jonge ondernemers makkelijker een bedrijf kunnen overnemen en dat stoppende ondernemers een oudedagvoorziening hebben.

Voedselscheidsrechter

Daarnaast wil het CDA dat er een voedselscheidsrechter komt, die proactief de steeds schevere marktstructuur aanpakt. Dit als oplossing voor meer balans op de markt en tegen een ongelijk speelveld. Wij sluiten onze ogen niet voor de groeiende onbalans maar gaan juist over tot actie. Daarom is in het regeerakkoord opgenomen dat we de gezondheid- en leefomgevingsrisico’s niet willen negeren. Met de sector en overheden wordt ingezet op een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden. Hier is 200 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. Wij menen dat daarnaast een verdere dialoog tussen boeren en inwoners plaats moet vinden. Juist om ervoor te zorgen dat we voldoende en goed voedsel blijven produceren, en dat agrarische ontwikkelingen voldoende ruimte krijgen. Daarnaast moeten we zorgen dat milieumaatregelen het juiste effect hebben op de juiste plaats. En moeten we ervaren overlast aanpakken en geen generiek beleid maken wat alleen maar leidt tot minder investeringsmogelijkheden voor ondernemers met als gevolg meer armoede op het platteland.

Jaco Geurts is CDA Tweede Kamerlid. Ton Braspenning is CDA Statenlid Brabant.

 

Spreektekst René Kuijken – Debat over BPO-onderzoek naar naleving stikstofregels door industrie 23/02

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de aanleiding, het proces en informatievoorziening naar de Staten van het onderzoek naar de naleving door de industriële sector van de regels die voor stikstofemissie zijn gesteld uitgevoerd in opdracht van het BPO2
(23-02-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

De kritiek van het CDA richt zich op twee onderdelen: de inhoud en de procedure.

Over de inhoud

De volgordelijkheid van de genomen bestuurlijke maatregelen, los van de inhoud, is te verdedigen. Als de agrarische sector 48% van de stikstof uitstoot en de industrie 3-11% én het je doel is om stikstof te reduceren, dan zou het een politieke keuze kunnen zijn om je eerst op de agrarische sector te richten. Vanuit dezelfde gedachte zou het ook uit te leggen zijn dat direct daarna de industrie aan bod komt. Als je schip van diverse kanten water maakt, dan ga je eerst de grootste gaten dichten. Als het fileprobleem de spuigaten uitloopt, dan pak je eerst de grote knelpunten aan. Dat heet prioriteiten stellen. En nogmaals: dat is een politieke keuze die uit te leggen is.

Verder is de pilot om het bedrijfsleven van Brabant te screenen voortgezet. De eerste screen had als doel om de vergunningssituatie van de industrie in kaart te brengen en de gedachte achter de voortzetting van de pilot is om eerst alle risicovolle bedrijven aan te pakken. Risicogericht handhaven is hier, vooral ook gezien de beperkte capaciteit bij de omgevingsdiensten, logisch.

Maar wat klopt hier nu niet? Waarom staan we nu hier in deze speciale Provinciale Statenvergadering? Wat ontzettend vreemd is, is dat het nalevingsgedrag van de industrie zo lang een ‘black box’ is geweest. En met ‘black box’ gebruik ik letterlijk de woorden van het BPO uit de onderbouwing van de pilot. Heeft de gedeputeerde hier niet jarenlang last gehad van tunnelvisie gericht op de agrarische sector? Om er in dit zeer late stadium pas achter te komen dat een groot deel van de stikstof uitstotende industrie vergunningloos opereert?

Maar wat nóg belangrijker is:

Wanneer het ging om maatwerk, konden agrarische bedrijven in West-Brabant, agrarische bedrijven met een Beter Leven keurmerk, agrarische bedrijven van ondernemers die bijna met pensioen wilden gaan, op geen enkele coulance rekenen van dit college. Er werd generiek beleid over Brabant uitgekieperd.

Nu het gaat om de industrie lijkt bij het college de urgentie toch wat minder. Blijkbaar kan er wel maatwerk toegepast worden binnen de industriële sector. Sommige typen bedrijven wel, sommige niet. Maar er kan ook maatwerk worden toegepast tussen hele sectoren. De ene sector, die financieel al onder druk staat, ziet regel na regel over zich heen komen. De andere sector kan jarenlang zonder enige vergunning teveel stikstof uitstoten. Dit is bijzonder inconsequent en dit zal voor veel veehouders die met de maatregelen van 7 juli 2017 worden geconfronteerd, en misschien zelfs gedwongen moeten stoppen, als regelrecht oneerlijk worden ervaren.

In eerste termijn wil het CDA van dit college weten waarom er binnen de veehouderij niet aan enig maatwerk kon worden gedaan en binnen de industriesector wel.

Een andere vraag is: waar is het het college nu precies om te doen? Om stikstofreductie of om het snoeien in de veehouderij?

Over de procedure

Het is op zijn zachtst gezegd bijzonder ongelukkig dat nergens in het uiterst gevoelige en impactrijke debat van 7 juli 2017, nóch in de voorafgaande weken, er met één woord is gerept over de maatregelen ten aanzien van vergunningloos opereren door de industrie. Deze procedurele keuze van de gedeputeerde is van een groot belang, omdat het CDA de zonet geschetste inhoudelijke punten niet aan de orde heeft kunnen stellen. Die kans is ons ontnomen. U had gewoon kunnen laten zien wat u nog meer doet om de effecten van stikstof terug te dringen. Integraal werken heet dat. Dat heeft u nagelaten.

Alles overwegende: was het nu niet handiger geweest als de gedeputeerde het BPO-rapport en het plan van aanpak actief bij de beraadslagingen had betrokken?

Is het college van mening dat de informatie rond het BPO-rapport totaal irrelevant was voor de beraadslagingen van 7 juli 2017?

Kan de gedeputeerde bij de CDA-fractie het gevoel wegnemen dat de Staten onvolledig zijn geïnformeerd?

1 Alleen het gesproken woord telt.

2 Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht.

Spreektekst René Kuijken aanleiding-proces-informatievoorziening onderzoek naleving stikstofregels door industrie (23 februari 2018)

Spreektekst Ton Braspenning – Ondersteunende maatregelen transitie veehouderij 27/10

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ondersteunende maatregelen transitie veehouderij
(27-10-2017)

Voorzitter,

We zijn een maand verder en zitten hier opnieuw bij elkaar om te praten over het flankerend beleid voor de veehouderij. En wéér moeten we constateren dat de voorliggende maatregelen geen recht doen aan die ondernemers die al bezig zijn om via concepten als Beter Leven en Biologisch óf die via  een andere benadering van de traditionele landbouw regelingen aan te passen. Het CDA heeft hier al eerder voor gepleit en doet dat nu nogmaals.

U schrijft dat GS de hardheidsclausule ‘kan’, let op dat woordje, gebruiken als het kalf bijna is verdronken. Wij zouden graag zien dat u deze al ver vóór dat moment inzet.

Bovendien hadden we gehoopt én bepleit dat ketenpartners nu eindelijk mee zouden denken, maar uit niets blijkt dat dit ook is gebeurd. En we willen hier nogmaals benadrukken dat het essentieel is voor het slagen van verduurzaming om samen aan tafel te gaan. Met ketenpartners, maar óók met de Regiegroep Vitale Varkenshouderij.

En daar is nog een partner bij gekomen: de landelijke overheid, die bereid is om, geheel in lijn met onze denkrichting, maar liefst 200 miljoen euro te investeren in een warme sanering. Met name voor Brabant. Onze nieuwe regering lijkt het dus te begrijpen: saneer waar het knelt bij wonen en natuur en maak géén idiote, generieke regelgeving voor heel Brabant. Wij zouden graag zien dat de provincie het geld uit Den Haag gebruikt om daar een substantieel bedrag bij te doen, en een doorrekening te maken van dat effect. De door u zo geroemde ‘multiplier’.

Bij de innovatieve stalsystemen, waar het CDA groot voorstander is, noemt u drie voorbeelden, die echter nog lang niet toe aan een brede uitrol. En daarmee komen we weer op de weerbarstigheid van de vergunningverlening, die in schril contrast staat met uw jaarplanningen. Wat wij niet willen, zijn zgn. ‘end-of-pipe oplossingen’. Zoals een luchtwasser in een geitenstal of melkveestal. Dat is pure verkwisting van het financieringsvermogen van de sector.

Omschakelen naar ‘natuurinclusief boeren’: wat verstaat u daar nu precies onder, wanneer voldoe je daaraan, en wat wilt u bereiken met de grondbank waar maar liefst 30 miljoen euro voor is gerreserveerd?

En dat brengt me bij die 75 miljoen euro aan flankerend beleid… 30 miljoen euro voor de grondbank, 17,5 miljoen euro stelpost en 15 miljoen euro voor een investeringsfonds… dan blijft er 12,5 miljoen euro over waar vooral adviseurs, ambtenaren en iedereen rondom de landbouw een graantje van mee pikken. En de boer? Die blijft met de risico’s blijft zitten.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning ondersteunende maatregelen transitie veehouderij (27 oktober 2017)

CDA: provincie maakt historische fout

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant een historische fout maakt, door in te stemmen met de plannen om de veehouderij versneld te veranderen. De Brabantse CDA-fractie stemde op 7/8 juli tegen deze plannen en diende een motie van afkeuring in.

Kern van de voorstellen, is het terugbrengen van de uitstoot van stikstof. Voor boeren betekent dit dat zij al in 2022 moeten voldoen aan nieuwe, strengere milieuregels. Eerder was met de agrarische sector afgesproken dat zij in 2028 aan de nieuwe normen zouden voldoen.

Maar het college van VVD, SP, D66 en PvdA heeft deze datum eenzijdig naar voren gehaald. Dit brengt heel veel boeren in de problemen, omdat zij versneld extra moeten investeren. Veel insprekers wezen erop al veel investeringen te hebben en door dit nieuwe maatregelenpakket te worden klemgezet.

Ook is er nog veel onduidelijkheid over het zgn. ‘flankerend beleid’. Dat zijn maatregelen die ongewenste effecten verzachten of compenseren.

Statenlid Ton Braspenning (woordvoerder landbouw):

“Voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken. Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér. Leiden niet tot minder intensivering, maar méér. Leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring. Drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop. Helpen de natuur niet. Zijn financieel niet haalbaar. Juridisch niet houdbaar. Technisch niet uitvoerbaar. En bestuurlijk onfatsoenlijk.

Bovendien begrijpt het CDA niet waarom nu wel dit ingrijpende pakket moet worden doorgedramd, terwijl er nog geen zicht is op verzachtende en compenserende maatregelen. Dit geeft nóg meer onzekerheid bij ondernemers.”

Over de nu nog onuitgewerkte delen van het maatregelenpakket besluit Provinciale Staten dit najaar. Het CDA verwacht na een hete zomer dan ook een hete herfst.

Slotwoord Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017) – 2de termijn

Voorzitter, vandaag is een historische dag gebleken. Maar ook een verdrietige, omdat er vrijwel alléén maar verliezers zijn.

 Ik zal ze noemen, in willekeurige volgorde:

  • de Brabantse cultuur van overleg en de overheid daarbij als betrouwbare partner;
  • innovatieve boeren die, we hebben het vanmorgen gehoord, in de kou staan met onrendabele investeringen;
  • de agrarische sector én aanverwante sectoren;
  • de natuur, die geen mol opschiet met deze maatregelen;
  • de Brabantse burger, die straks door een buitengebied rijdt met leegstaande oude stallen, met nóg grotere agrarische industriële bedrijven, en met vee in stallen in plaats van in de wei;
  • de Brabantse concurrentiepositie.

Voorzitter, vandaag is óók de dag dat veel actoren door de mand zijn gevallen.

In de eerste plaats het college. Dat zegt de dialoog en samenwerking te zoeken, maar eindigt met een schaamteloos dictaat.

Op de tweede plaats de coalitie, die de belangen van vele Brabantse gezinsbedrijven opoffert aan een onhoudbaar, onrealistisch, onbetaalbaar en onwerkbaar compromis.

Op de derde plaats de VVD, die zich profileert als ondernemerspartij, antiregelpartij, en partij van de eerlijke concurrentie.

We hebben er niets van vernomen vandaag. Integendeel. Vandaag 7 juli 2017 heeft de VVD, ondanks vele oproepen uit de achterban, de Brabantse familiebedrijven de rug toegekeerd. Heeft de VVD een oneerlijk speelveld gecreëerd. En heeft de VVD nieuwe regels gestapeld op een sector die in regelgeving gesmoord wordt.

Voorzitter, vandaag, 7 juli 2017, zijn we een illusie armer. De VVD is géén ondernemerspartij.

Voorzitter, en dan nu ons grootste verbazing. Vandaag is veel gezegd over ‘flankerend beleid’ en hoe geweldig belangrijk dit is. Maar het blijft bij loze kreten.

Wat wij zien is een uitgebreid bureaucratisch pakket aan beperkende maatregelen. Daar is veel tijd in gestoken. Maar een serieuze poging om flankerend beleid op te stellen heeft niet plaatsgevonden. Daar had u geen tijd voor over.

Dit ondanks beloften van de coalitiepartijen, die hiervoor bij de perspectiefnota op 21 april een heuse motie indienden. Met als opdracht aan het college om dit vóór 15 juni aan te leveren.

De handtekeningen van álle coalitiepartijen stonden eronder. Die handtekeningen bleken niets, maar dan ook niets waard. Uw eigen college heeft dit verzoek aan uw laars gelapt.

Voorzitter, u predikt “integraal beleid”. Maar vandaag gooit u alleen het zuur over de schutting.

En het zoet? Dat houdt u ons als een geduldige worst voor. Vindt u het gek dat wij u niet geloven? U leverde immers ook al niet voor 15 juni. U kwam niet met flankerend beleid. Ook al had u hier meer dan 3 maanden de tijd voor.

Voorzitter, ons ordevoorstel aan het begin van dit debat was juist hierop gericht. Om door uitstel méér balans in de plannen te krijgen. Met een fors en serieus pakket flankerende maatregelen.

Maar vandaag moest en zou dit eenzijdige pakket doorheen er worden gedramd. Niet omwille van een duurzaam Brabant. Maar omwille van een duurzame coalitie.

Waarom? Waarom niet een paar maanden wachten en ons dan een integraal pakket maatregelen, inclusie robuust flankerend beleid, voorleggen? Boter bij de vis.

Voorzitter, en dáár haken wij af.

U hebt vandaag veel kapot gemaakt. En maakt een historische fout.

Wij keuren zowel uw proces als uw beleid af.

Daarom dienen wij, overigens niet tot ons plezier, een motie van afkeuring in.

En stellen wij voor om de stemming over beide Verordeningen uit te stellen,

tot het moment dat het flankerend beleid compleet én concreet is.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij – termijn 2 (7 juli 2017)