Berichten

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Interpellatiedebat over stikstofuitstoot industrie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Interpellatiedebat over de uitstoot en vergunningverlening stikstof door industrie
(22-11-2019)

Voorzitter,

Onze Brabanders moeten kunnen bouwen op hun provinciebestuur.

Het gevoel hebben dat er serieus naar hen wordt geluisterd, maar belangrijker nog: dat er serieus met hen wordt omgegaan. Daarin hebben wij allen een voorbeeldfunctie.

Wij zitten hier, om te doen wat juist is voor alle Brabanders, niemand uitgezonderd.

Onze Brabanders verdienen een eerlijke behandeling. Alle feiten op tafel, alles inzichtelijk maken, dan – in dit geval – het aandeel van de uitstoot per sector eerlijk vaststellen, om vervolgens tot een eerlijk en realistisch beleid te komen waar de natuur echt mee is gediend.

Voorzitter, als CDA vragen wij om vóór het stikstofdebat van 13 december alle juiste gegevens aangaande de stikstofuitstoot per sector te mogen ontvangen. Net als het rapport over het flankerend beleid bij de veehouderijbesluiten uit 2017, waarnaar Wageningen University onderzoek heeft gedaan.

Tot slot: he debat vandaag is prematuur, want nog niet alle informatie ligt op tafel. Op 13 december praten wij verder, en maken wij als CDA onze afweging.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven interpellatiedebat stikstofuitstoot industrie (22 november 2019)

CDA: “Realisme komt terug in Brabantse landbouw”

Dankzij een herziening van de veehouderijbesluiten uit 2017 komt het realisme terug in de Brabantse landbouw. De herziening maakt deel uit van het bestuursakkoord 2019-2023, dat coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA vandaag presenteren. In de nieuwe plannen krijgen specifieke groepen boeren méér tijd om aan de doelstellingen uit de veehouderijbesluiten te voldoen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen.

Dat de provincie de veehouderijbesluiten uit 2017 opnieuw tegen het licht zou houden, was een belangrijke wens uit het CDA-verkiezingsprogramma en een stap die in de afgelopen twee jaar, onder het oude provinciebestuur, onmogelijk was. Met de herziening stapt het provinciebestuur af van generiek beleid dat voor alle boeren hetzelfde is en wordt maatwerk mogelijk. Precies wat het CDA wil, omdat de situatie op ieder erf in elk gezin anders is.

Kern van de besluiten uit 2017 is het vervroegen van de deadlines waarop boeren aan nieuwe milieueisen moeten voldoen: van 2028 naar 2022. Het CDA stemde hiertegen, omdat het de besluiten onrealistisch en oneerlijk vindt. Zo moeten boeren onverwachts hoge, extra investeringen doen én zijn de vereiste stalsystemen nog niet beschikbaar. Mede hierom pleitte het CDA er in de verkiezingscampagne voor de besluiten te herzien en onrealistische onderdelen eruit te halen.

Die belofte lost de partij nu in, want het CDA heeft ter aanvulling op de landbouwparagraaf in het bestuursakkoord het volgende kunnen bereiken (zie pag. 35 van het bestuursakkoord):

  • Melkveehouders met stro(oisel)stallen krijgen, onder voorwaarden, twee jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van vlees- en fokstieren krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van geiten krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van varkens en vleeskalveren die kiezen voor brongerichte technieken krijgen, onder voorwaarden, een half jaar uitstel voor het indienen van een vergunbare aanvraag.
  • Bedrijven die per 1 januari 2022 willen stoppen, hoeven, onder voorwaarden, géén nieuwe vergunning aan te vragen.
  • Bedrijven die per uiterlijk 1 januari 2024 stoppen, hoeven, onder aanvullende voorwaarden, géén vergunning aan te vragen.
  • Bevordering van de toepassing van nieuwe stalsystemen door het sneller toekennen van ‘voorlopige emissiefactoren’ en het gebruik van kansrijke innovaties door het sluiten van ‘Green Deals’ (afspraken tussen de overheid en andere partijen).
  • Ondersteuning van varkenshouders die willen stoppen om dat op een ‘warme’ manier te doen. ‘Warm’ wil zeggen dat zij financieel worden gecompenseerd, o.a. door gerichtere inzet van de bestaande Ruimte voor Ruimte-regeling.
  • Introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken, zodat zij straks minder geld kwijt zijn aan het pachten van grond en meer geld overhouden om te investeren in hun bedrijf.
  • De melkveehouderij blijft uitgezonderd van de zgn. ‘stalderingsregeling’, d.w.z. de verplichting om meer m2 oude stallen te slopen dan dat er m2 nieuwe stallen bijkomen.
  • De provincie verlaagt de zgn. ‘stalderingswaarde’ bij herbestemming: voor 10 m2 nieuw te ontwikkelen stal moet 12-14 m2 vrijkomende stal worden herbestemd.
  • Zolang met de maatregelen uit de besluiten t.a.v. de ‘Versnelling Transitie Veehouderij’ het voorgenomen doel t.a.v. de stikstofuitstoot wordt bereikt, legt de provincie geen extra maatregelen op (tenzij het Rijk, Europa of de rechter dat verplicht).

Marianne van der Sloot, lijsttrekker en beoogd gedeputeerde namens het CDA: “Dankzij het CDA gaat een deur open, die de afgelopen jaren potdicht heeft gezeten. Want in de Brabantse landbouw wordt maatwerk mogelijk. Bepaalde groepen boeren krijgen méér tijd om aan de doelstellingen uit het veehouderijbesluit te voldoen. En we nemen aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen. Met dit pakket verlichten we hun situatie en verbeteren we hun toekomstperspectief. Zowel voor boeren die willen stoppen als voor boeren die hun bedrijf willen voortzetten. En op wie het CDA trots is en heel zuinig wil zijn. Ook dat zit in dit bestuursakkoord.”

De landbouwparagraaf van het bestuursakkoord bevat verschillende ambities voor de agrarische sector, zoals kringlooplandbouw, een gezonde bodem, het stimuleren van innovaties en aandacht voor dierenwelzijn. Stuk voor stuk doelstellingen die het CDA van harte kan onderschrijven. Ook het streven naar mestbewerking op logische locaties, (dicht)bij de boer of op een industrieterrein (met een saneringsplicht na afloop van de vergunningsperiode), is in lijn met het CDA-verkiezingsprogramma.

Ankie de Hoon, Statenlid en beoogd fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie: “Vandaag kunnen we zeggen dat een dichte deur is opengegaan. Nog niet wagenwijd, maar voldoende om weer wat zonlicht naar binnen te kunnen doen vallen. Dat was lang geleden. En we hebben twee van onze beste mensen, beoogd gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma, als ‘poortwachters’ bij die deur kunnen neerzetten. Zij zullen er de komende vier jaar alles aan doen om die deur waar mogelijk nog verder open te zetten. Ook dat is de grote winst die het CDA boekt met de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Een dichte deur gaat open, het boerenverstand is terug in het college.”

Spreektekst Caroline van Brakel – Themabijeenkomst over veehouderij op 14/09

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Themabijeenkomst over voortgang ondersteunende maatregelen versnelling transitie veehouderij
(14-09-2018)

Voorzitter,

Gelet op de tijd ga ik mij beperken tot de meest verstrekkende maatregelen.

Innovatieve stalsystemen: de cruciale vraag in dezen is van wie c.q. welk bedrijf u nu nog verwacht dat het met innovatieve stalsystemen gaat experimenteren? De sector zelf is afwachtend. Proefbedrijven, zoals in Sterksel, gaan afbouwen, lazen we onlangs in de krant. En naar onze stellige overtuiging werkt de door u in het leven geroepen stalderingsmethodiek juist averechts op de door u gewenste innovatie.

In uw stukken stelt u namelijk zelf dat het positief is als er meer stalderingsmeters vrijkomen, waarmee de bedrijven die al wel goed bezig zijn – even vrij geformuleerd – vooruit kunnen. Impliciet erkent u hiermee dat ook de bedrijven die volgens u al wel goed bezig zijn de extra door u opgelegde eisen zullen gaan compenseren door schaalvergroting, waarvoor extra meters – nu dus slechts via staldering te verkrijgen – nodig zijn.

Daarnaast laat u met deze systematiek het tempo van de innovatie volledig afhangen van de ‘stoppers’. Er moeten immers wel éérst meters worden ingebracht om te kunnen uitgeven. Zo krijg je geen innovatie en dus ook geen transitie op gang. Je zou moeten willen dat juist door het tempo van innovatie een aantal bedrijven, die dit niet meer kunnen bijbenen, als vanzelf gaan afvallen. Je hebt dan dus niet eens flankerend beleid nodig…

En dat uw beleid, dat zich slechts concentreert op het beperken van uitstoot uit stallen, onvoldoende effect zal sorteren, wordt nog eens letterlijk zo benoemd in de onlangs verschenen visie van onze minister. Ik citeer (pag. 19 halverwege):

Maar de afzonderlijke partijen kijken nog onvoldoende naar het systeem als geheel. Ook de regelgeving is vooral gericht op delen van het systeem.

Dit moet dus anders. En daarvoor geeft de visie van de minister al de nodige handvatten (zie pag. 37 van de visie).

Onze vraag is dus: wanneer kunnen wij als Staten de aanpassingen op uw beleid ontvangen geheel in lijn met de visie van het ministerie? U twittert namelijk zelf dat u net als de minister ijvert voor een kringloop-landbouw, en dat ook als doel heeft gesteld in uw bestuursakkoord.

Voor ons staat echter als een paal boven water dat u die doelstellingen niet gaat bereiken met dit veel te enge pakket aan maatregelen, dat heel specifiek op een relatief klein stukje van de hele keten is gericht. U wilt transformeren, maar komt zo niet verder dan het frustreren en saneren van een sector die Noord-Brabant groot heeft gemaakt.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel voortgang ondersteunende maatregelen versnelling transitie veehouderij (14 september 2018)

Schriftelijke vragen over doeltreffendheid flankerend beleid veehouderij

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Caroline van Brakel over de doeltreffendheid van het zgn. ‘flankerend beleid’ (ondersteunende maatregelen) voor de veehouderij.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over doeltreffendheid flankerend beleid veehouderij.

Geacht college,

Op 29 juni jl. spraken Provinciale Staten Noord-Brabant over de voortgang ondersteunende maatregelen transitie veehouderij. Het zogenaamde ‘flankerend beleid’.

In het verlengde van deze themabijeenkomst, die een technisch en informerend karakter had, zou het CDA u graag de volgende schriftelijke vragen willen stellen:

  1. Waar hoopt u in 2019 te staan met uw beleid? We doelen dan niet op uw eigen organisatie en de diverse regelingen, maar op de transitie van de veehouderij.
  2. Welke prestaties streeft u na, controleerbaar en haalbaar in zowel technische als financiële zin?
  3. Houdt u vast aan de doelstellingen uit de Verordening natuurbescherming?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Caroline van Brakel

CDA op werkbezoek in Knegsel

Het CDA brengt op maandag 25 juni een werkbezoek aan het duurzame melkveebedrijf van de familie Seuntiëns in Knegsel, gemeente Eersel. Aan het werkbezoek nemen o.a. Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, Statenlid Ton Braspenning en diverse plaatselijke CDA’ers deel.

De familie Seuntiëns opende recent haar vernieuwde koeienstal, voorzien van een hypermodern ‘HyCare’ stalsysteem dat de hygiëne, verzorging én het rendement van de veestapel enorm verbetert. Voor Henny van Dooren, fractievoorzitter van het CDA in Eersel, een goede reden om haar CDA-collega’s in het Europees Parlement en het Provinciehuis uit te nodigen eens te komen kijken.

“En die uitnodiging nemen we graag aan”, aldus Ton Braspenning, woordvoerder landbouw namens het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. “We zijn heel benieuwd naar het bedrijfsverhaal van Jos Seuntiëns, zijn drijfveren en visie op de toekomst van de landbouw. Belangrijk voor Brabant, Nederland én Europa.”

Het werkbezoek start om 12.30 uur en duurt tot 14.30 uur.

Opinie Jaco Geurts en Ton Braspenning: ‘Geef de veehouderij een kans’

Opinie van Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Statenlid Ton Braspenning in het Brabants Dagblad d.d. 19 maart 2018.

Geef de veehouderij een kans

Als we niet oppassen is er straks niet een zoon of dochter meer die het boerenbedrijf over wil nemen. Stop de negatieve beeldvorming. We doen het in Nederland heel goed.

Jaco Geurts
Ton Braspenning

GASTOPINIE

Het CDA staat voor een veehouderij die in balans is met zijn omgeving. Het is best lastig om die balans te bereiken, want het gevoel van onbalans komt meer vanuit een beleving dan vanuit de feitelijkheden. Boeren hebben geïnvesteerd in innovatieve stallen met onder andere welzijnsvloeren, zodat zij de beste zorg kunnen bieden aan hun dieren. Alleen wordt dat vaak weggelaten in de berichtgeving. Het CDA sluit haar ogen niet en wil juist zorgen voor de balans tussen de veehouderij en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Waarbij er ruimte geboden wordt voor boeren om te blijven boeren. Dat betekent de dialoog aangaan met elkaar: lokaal, provinciaal en landelijk.

Naast de zorg voor dieren zetten CDA’ers zich lokaal, provinciaal en landelijk in om verder te bouwen aan een duurzame en innovatieve veehouderij. Daarbij zijn de zorg voor volksgezondheid en aanbevelingen van de Gezondheidsraad leidend. Wij zijn daarbij van mening dat het kabinet voor breed gedragen gezondheidsonderzoek moet zorgen waarbij niemand vraagtekens kan zetten. Wij vinden het onbegrijpelijk dat onze boeren continue worden bekritiseerd over de manier waarop zij werken, ondanks dat wij het in Nederland heel goed doen. Deze negatieve beeldvorming blijft niet zonder gevolgen. Want als we zo doorgaan dan is er geen enkele boerendochter of -zoon meer die nog verder wil met het familiebedrijf. Dan verliezen we goed en betrouwbaar voedsel van eigen bodem en de economische waarde daarvan voor de BV Nederland.

Bloeiende sector

Steeds meer toeleverende bedrijven aan de agrarische sector dreigen te vertrekken naar het buitenland. De ontwikkeling en toepassing van innovaties stokt in Nederland. Mede omdat de meest duurzame ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn, milieu en economie in Nederland niet gebouwd mag worden. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling zijn alleen maar mogelijk met voldoende boeren en boerinnen. Het CDA is van mening dat een bloeiende Nederlandse agrarische sector met oog voor de positie van boer en tuinder en haar omgeving daarom zeer belangrijk is.
Door steeds veranderende regels en een ongelijk speelveld in de Europese Unie wordt het veel boeren onmogelijk gemaakt om een eerlijke prijs en daarmee een goed inkomen te verwerven. Om aan de eisen te voldoen moet er stevig worden geïnvesteerd. Al die extra regels van de provincie Brabant zorgen er alleen maar voor dat de investeringen in duurzame en zorgvuldige oplossingen niet worden bevorderd en brengen zeer hoge kosten met zich mee. Investeringen zijn alleen mogelijk als de opbrengsten deze investeringen rendabel maken. Daar is momenteel absoluut geen sprake van. Het doel van nieuwe regelgeving moet zijn, dat gezonde bedrijven toekomst hebben, dat jonge ondernemers makkelijker een bedrijf kunnen overnemen en dat stoppende ondernemers een oudedagvoorziening hebben.

Voedselscheidsrechter

Daarnaast wil het CDA dat er een voedselscheidsrechter komt, die proactief de steeds schevere marktstructuur aanpakt. Dit als oplossing voor meer balans op de markt en tegen een ongelijk speelveld. Wij sluiten onze ogen niet voor de groeiende onbalans maar gaan juist over tot actie. Daarom is in het regeerakkoord opgenomen dat we de gezondheid- en leefomgevingsrisico’s niet willen negeren. Met de sector en overheden wordt ingezet op een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden. Hier is 200 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. Wij menen dat daarnaast een verdere dialoog tussen boeren en inwoners plaats moet vinden. Juist om ervoor te zorgen dat we voldoende en goed voedsel blijven produceren, en dat agrarische ontwikkelingen voldoende ruimte krijgen. Daarnaast moeten we zorgen dat milieumaatregelen het juiste effect hebben op de juiste plaats. En moeten we ervaren overlast aanpakken en geen generiek beleid maken wat alleen maar leidt tot minder investeringsmogelijkheden voor ondernemers met als gevolg meer armoede op het platteland.

Jaco Geurts is CDA Tweede Kamerlid. Ton Braspenning is CDA Statenlid Brabant.

 

Spreektekst René Kuijken – Debat over BPO-onderzoek naar naleving stikstofregels door industrie 23/02

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de aanleiding, het proces en informatievoorziening naar de Staten van het onderzoek naar de naleving door de industriële sector van de regels die voor stikstofemissie zijn gesteld uitgevoerd in opdracht van het BPO2
(23-02-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

De kritiek van het CDA richt zich op twee onderdelen: de inhoud en de procedure.

Over de inhoud

De volgordelijkheid van de genomen bestuurlijke maatregelen, los van de inhoud, is te verdedigen. Als de agrarische sector 48% van de stikstof uitstoot en de industrie 3-11% én het je doel is om stikstof te reduceren, dan zou het een politieke keuze kunnen zijn om je eerst op de agrarische sector te richten. Vanuit dezelfde gedachte zou het ook uit te leggen zijn dat direct daarna de industrie aan bod komt. Als je schip van diverse kanten water maakt, dan ga je eerst de grootste gaten dichten. Als het fileprobleem de spuigaten uitloopt, dan pak je eerst de grote knelpunten aan. Dat heet prioriteiten stellen. En nogmaals: dat is een politieke keuze die uit te leggen is.

Verder is de pilot om het bedrijfsleven van Brabant te screenen voortgezet. De eerste screen had als doel om de vergunningssituatie van de industrie in kaart te brengen en de gedachte achter de voortzetting van de pilot is om eerst alle risicovolle bedrijven aan te pakken. Risicogericht handhaven is hier, vooral ook gezien de beperkte capaciteit bij de omgevingsdiensten, logisch.

Maar wat klopt hier nu niet? Waarom staan we nu hier in deze speciale Provinciale Statenvergadering? Wat ontzettend vreemd is, is dat het nalevingsgedrag van de industrie zo lang een ‘black box’ is geweest. En met ‘black box’ gebruik ik letterlijk de woorden van het BPO uit de onderbouwing van de pilot. Heeft de gedeputeerde hier niet jarenlang last gehad van tunnelvisie gericht op de agrarische sector? Om er in dit zeer late stadium pas achter te komen dat een groot deel van de stikstof uitstotende industrie vergunningloos opereert?

Maar wat nóg belangrijker is:

Wanneer het ging om maatwerk, konden agrarische bedrijven in West-Brabant, agrarische bedrijven met een Beter Leven keurmerk, agrarische bedrijven van ondernemers die bijna met pensioen wilden gaan, op geen enkele coulance rekenen van dit college. Er werd generiek beleid over Brabant uitgekieperd.

Nu het gaat om de industrie lijkt bij het college de urgentie toch wat minder. Blijkbaar kan er wel maatwerk toegepast worden binnen de industriële sector. Sommige typen bedrijven wel, sommige niet. Maar er kan ook maatwerk worden toegepast tussen hele sectoren. De ene sector, die financieel al onder druk staat, ziet regel na regel over zich heen komen. De andere sector kan jarenlang zonder enige vergunning teveel stikstof uitstoten. Dit is bijzonder inconsequent en dit zal voor veel veehouders die met de maatregelen van 7 juli 2017 worden geconfronteerd, en misschien zelfs gedwongen moeten stoppen, als regelrecht oneerlijk worden ervaren.

In eerste termijn wil het CDA van dit college weten waarom er binnen de veehouderij niet aan enig maatwerk kon worden gedaan en binnen de industriesector wel.

Een andere vraag is: waar is het het college nu precies om te doen? Om stikstofreductie of om het snoeien in de veehouderij?

Over de procedure

Het is op zijn zachtst gezegd bijzonder ongelukkig dat nergens in het uiterst gevoelige en impactrijke debat van 7 juli 2017, nóch in de voorafgaande weken, er met één woord is gerept over de maatregelen ten aanzien van vergunningloos opereren door de industrie. Deze procedurele keuze van de gedeputeerde is van een groot belang, omdat het CDA de zonet geschetste inhoudelijke punten niet aan de orde heeft kunnen stellen. Die kans is ons ontnomen. U had gewoon kunnen laten zien wat u nog meer doet om de effecten van stikstof terug te dringen. Integraal werken heet dat. Dat heeft u nagelaten.

Alles overwegende: was het nu niet handiger geweest als de gedeputeerde het BPO-rapport en het plan van aanpak actief bij de beraadslagingen had betrokken?

Is het college van mening dat de informatie rond het BPO-rapport totaal irrelevant was voor de beraadslagingen van 7 juli 2017?

Kan de gedeputeerde bij de CDA-fractie het gevoel wegnemen dat de Staten onvolledig zijn geïnformeerd?

1 Alleen het gesproken woord telt.

2 Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht.

Spreektekst René Kuijken aanleiding-proces-informatievoorziening onderzoek naleving stikstofregels door industrie (23 februari 2018)

Spreektekst Ton Braspenning – Ondersteunende maatregelen transitie veehouderij 27/10

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ondersteunende maatregelen transitie veehouderij
(27-10-2017)

Voorzitter,

We zijn een maand verder en zitten hier opnieuw bij elkaar om te praten over het flankerend beleid voor de veehouderij. En wéér moeten we constateren dat de voorliggende maatregelen geen recht doen aan die ondernemers die al bezig zijn om via concepten als Beter Leven en Biologisch óf die via  een andere benadering van de traditionele landbouw regelingen aan te passen. Het CDA heeft hier al eerder voor gepleit en doet dat nu nogmaals.

U schrijft dat GS de hardheidsclausule ‘kan’, let op dat woordje, gebruiken als het kalf bijna is verdronken. Wij zouden graag zien dat u deze al ver vóór dat moment inzet.

Bovendien hadden we gehoopt én bepleit dat ketenpartners nu eindelijk mee zouden denken, maar uit niets blijkt dat dit ook is gebeurd. En we willen hier nogmaals benadrukken dat het essentieel is voor het slagen van verduurzaming om samen aan tafel te gaan. Met ketenpartners, maar óók met de Regiegroep Vitale Varkenshouderij.

En daar is nog een partner bij gekomen: de landelijke overheid, die bereid is om, geheel in lijn met onze denkrichting, maar liefst 200 miljoen euro te investeren in een warme sanering. Met name voor Brabant. Onze nieuwe regering lijkt het dus te begrijpen: saneer waar het knelt bij wonen en natuur en maak géén idiote, generieke regelgeving voor heel Brabant. Wij zouden graag zien dat de provincie het geld uit Den Haag gebruikt om daar een substantieel bedrag bij te doen, en een doorrekening te maken van dat effect. De door u zo geroemde ‘multiplier’.

Bij de innovatieve stalsystemen, waar het CDA groot voorstander is, noemt u drie voorbeelden, die echter nog lang niet toe aan een brede uitrol. En daarmee komen we weer op de weerbarstigheid van de vergunningverlening, die in schril contrast staat met uw jaarplanningen. Wat wij niet willen, zijn zgn. ‘end-of-pipe oplossingen’. Zoals een luchtwasser in een geitenstal of melkveestal. Dat is pure verkwisting van het financieringsvermogen van de sector.

Omschakelen naar ‘natuurinclusief boeren’: wat verstaat u daar nu precies onder, wanneer voldoe je daaraan, en wat wilt u bereiken met de grondbank waar maar liefst 30 miljoen euro voor is gerreserveerd?

En dat brengt me bij die 75 miljoen euro aan flankerend beleid… 30 miljoen euro voor de grondbank, 17,5 miljoen euro stelpost en 15 miljoen euro voor een investeringsfonds… dan blijft er 12,5 miljoen euro over waar vooral adviseurs, ambtenaren en iedereen rondom de landbouw een graantje van mee pikken. En de boer? Die blijft met de risico’s blijft zitten.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning ondersteunende maatregelen transitie veehouderij (27 oktober 2017)