Berichten

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Interpellatiedebat over stikstofuitstoot industrie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Interpellatiedebat over de uitstoot en vergunningverlening stikstof door industrie
(22-11-2019)

Voorzitter,

Onze Brabanders moeten kunnen bouwen op hun provinciebestuur.

Het gevoel hebben dat er serieus naar hen wordt geluisterd, maar belangrijker nog: dat er serieus met hen wordt omgegaan. Daarin hebben wij allen een voorbeeldfunctie.

Wij zitten hier, om te doen wat juist is voor alle Brabanders, niemand uitgezonderd.

Onze Brabanders verdienen een eerlijke behandeling. Alle feiten op tafel, alles inzichtelijk maken, dan – in dit geval – het aandeel van de uitstoot per sector eerlijk vaststellen, om vervolgens tot een eerlijk en realistisch beleid te komen waar de natuur echt mee is gediend.

Voorzitter, als CDA vragen wij om vóór het stikstofdebat van 13 december alle juiste gegevens aangaande de stikstofuitstoot per sector te mogen ontvangen. Net als het rapport over het flankerend beleid bij de veehouderijbesluiten uit 2017, waarnaar Wageningen University onderzoek heeft gedaan.

Tot slot: he debat vandaag is prematuur, want nog niet alle informatie ligt op tafel. Op 13 december praten wij verder, en maken wij als CDA onze afweging.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven interpellatiedebat stikstofuitstoot industrie (22 november 2019)

Extra nieuwsbrief – Ontwikkelingen CDA Brabant

Beste CDA-leden,

Graag informeren wij u langs deze weg over de recente ontwikkelingen in het Provinciehuis, waarover u in de media al het nodige hebt kunnen lezen.

In de vorige nieuwsbrief, die uitging op 31 oktober jl., hebben wij u de inzet van CDA Brabant op het landbouwdossier nader toegelicht. Kern: uniform stikstofbeleid in heel Nederland, de regels in Brabant mogen niet strenger zijn dan die in andere provincies. Daartoe moet de krappe, in onze ogen onrealistische deadline waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd voor nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, door de provincie vastgesteld op 1 april 2020, nog dit jaar van tafel.

Tijdens het debat over de provinciebegroting 2020 vorige week vrijdag, waarin de stikstofcrisis opnieuw een van de hoofdonderwerpen was, heeft de CDA-fractie bovenstaande inzet herbevestigd. Dat deed zij via een motie die het college van Gedeputeerde Staten verzoekt tot het maken van een ‘pas op de plaats’ om landelijk beleid af te wachten en onze Brabantse boeren meer tijd te geven (klik hier om naar de webpagina met moties te gaan, het betreft motie M110-2019). De motie kreeg helaas onvoldoende steun van andere partijen.

Omdat, met het indienen en in stemming brengen van deze motie, onze gedeputeerden in een tweestrijd kwamen tussen enerzijds de huidige positie van de fractie en anderzijds de afspraken uit het coalitieakkoord, hebben zij na afloop van de Statenvergadering hun conclusies getrokken en hun ontslag ingediend bij Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Bestuur en fractie betreuren dit besluit van Marianne van der Sloot en Renze Bergsma ten diepste, maar hebben respect voor hun beslissing en grote waardering voor het werk dat zij in de voorbije maanden voor Brabant hebben verricht. De door Marianne en Renze afgegeven verklaringen zijn hier te vinden.

Naar verwachting debatteren Provinciale Staten op 13 december a.s. opnieuw over het provinciale stikstofbeleid en nemen dan een besluit over o.a. de vergunningdeadline van 1 april 2020. De inzet van het CDA Brabant is glashelder en vindt u terug in de nieuwsbrief van 31 oktober.

Ook in de komende periode blijven wij ons best doen om draagvlak te vinden voor onze standpunten. We maken een heftige tijd mee, maar hebben het vertrouwen die met elkaar tot een goed einde te kunnen brengen.

Met vriendelijke groet,

Bestuur & Fractie CDA Brabant

“We trekken een duidelijke streep” – Deadline 1 april 2020 nog dit jaar van tafel

Beste CDA-leden,

Vorige week voerden wij in Provinciale Staten een stevig debat over het Brabantse landbouwbeleid. Voorafgaand aan dit debat hebben wij als CDA duidelijk gemaakt wat onze inzet zou zijn. Kern: het landbouwbeleid in Brabant moet zo snel mogelijk in lijn komen met het landelijke landbouwbeleid. Dat hadden we vertaald in vijf eisen.

Deels hebben we die eisen binnengehaald, zoals meer tijd voor boeren die aan de slag willen met innovatieve stalsystemen die nu nog niet beschikbaar zijn, het opschuiven van de aanmelddatum voor deelname aan de provinciale stoppersregeling van 1 november 2019 naar 1 april 2020, geen verplichte inlevering van ‘latente ruimte’ en geen gedwongen krimp van de veestapel. Deels ook niet. Waarbij het debat in Provinciale Staten aan het einde van dit jaar nog verder wordt gevoerd.

We hebben de Statenvergadering nadien goed geëvalueerd. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de reflectie die verschillende afdelingen en individuele leden aan ons hebben gegeven. We zijn tot de conclusie gekomen dat we duidelijker moeten zijn over onze inzet. Dat willen we in deze nieuwsbrief dan ook doen.

Scherpere koers in Brabant
Brabant vaart in het landbouwbeleid een andere, scherpere koers. Met strengere regels en termijnen die afwijken van die in andere provincies. Al bij de start van deze coalitie waren we daar ongelukkig mee, maar hebben dat destijds geaccepteerd vanwege enkele verzachtende aanpassingen en in de verwachting dat we gaandeweg deze bestuursperiode voldoende invloed op het landbouwbeleid kunnen uitoefenen.

Conformeren aan landelijk beleid
Sinds de start van de coalitie dit voorjaar is de wereld echter veranderd. De uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft gezorgd voor een nieuwe werkelijkheid. Juist deze uitspraak heeft duidelijk gemaakt dat uniform landelijk beleid nu keihard nodig is. Laat er geen misverstand over bestaan: ook wij dragen de natuur een warm hart toe en vinden dat er oplossingen moeten komen voor het stikstofprobleem. Daar wordt in Den Haag met man en macht aan gewerkt, zeker ook door onze CDA-collega’s in het parlement en kabinet. Dat wetende vinden wij dat Brabant zich moet conformeren aan het landelijk stikstofbeleid. Van onze landbouwsector wordt immers al een grote inspanning gevraagd. Een tijdspad dat afwijkt van het landelijke tijdspad mogen wij deze sector, mogen wij onze boeren, niet aandoen.

Duidelijke streep
Concreet: Brabant hanteert op dit moment een deadline van 1 april 2020 waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd om aan verscherpte milieueisen voor stallen te kunnen voldoen. In de Statenvergadering is er via een amendement voor bepaalde bedrijven een uitzondering gemaakt, maar wat ons betreft is dat niet voldoende. Daarom trekken we een duidelijke streep: de deadline voor vergunningaanvragen die Brabant op 1 april 2020 heeft gezet, moet nog dit jaar volledig van tafel. Natuurlijk heeft de hele problematiek meer aspecten en daar willen we in de komende maanden graag samen met onze coalitiepartners de schouders onder zetten. Maar instandhouding van de datum van 1 april 2020 kunnen en zullen wij niet dragen.

Met vriendelijke groet,

Provinciale Statenfractie CDA Brabant

CDA: eerste stappen naar realistisch en eerlijk landbouwbeleid

Het CDA is voorzichtig positief over het landbouwdebat in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, dat op dit moment aan de gang is. Nog niet alles is bereikt, maar er worden volgens de partij belangrijke eerste stappen gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Een keerpunt t.o.v. twee jaar geleden, toen Brabantse boeren door het vorige provinciebestuur versneld extra strenge maatregelen kregen opgelegd. “Een historische fout”, aldus het CDA destijds, omdat de besluiten van toen Brabantse familiebedrijven onevenredig hard raken. Inzet van het debat vandaag is voor het CDA juist minder strenge regels en meer compassie met de agrarische sector.

Meer tijd voor boeren met innovatieve stalsystemen

Veruit de belangrijkste beleidswijziging vandaag: boeren die met nieuwe, innovatieve stalsystemen aan de slag willen, ter vervanging van bijvoorbeeld ouderwetse luchtwassers (medeveroorzaker van o.a. stalbranden), hoeven niet langer op 1 april 2020 een vergunning te hebben aangevraagd indien deze stalsystemen nu nog niet beschikbaar zijn. Zij krijgen in dat geval van de provincie meer tijd en zo meer investeringsruimte om zowel hun bedrijf als het milieu een stap vooruit te helpen. Dit was een grote wens van het CDA, dat daartoe samen met andere partijen een voorstel (amendement) indient dat, zoals het er nu naar uitziet, kan rekenen op voldoende steun in de Brabantse Staten.

Ook krijgt de provincie de bevoegdheid om boeren uit te zonderen van bepaalde vergunning- en bouwdeadlines, wanneer zij een stalsysteem in gebruik willen nemen dat pas na 2022 beschikbaar is. Zo krijgen ook zij de ruimte om binnen een realistisch tijdspad schone investeringen te doen. Precies wat het CDA wil en altijd heeft bepleit.

Stikstofaanpak nu afstemmen, hopelijk later uniformeren

Daarnaast komt het CDA samen met haar coalitiepartners met een voorstel (motie) om in kaart te brengen hoe de landelijke en provinciale stikstofaanpak zich tot elkaar verhouden en hoe de afstemming tussen het Rijk en provincies is geregeld. Wat het CDA uiteindelijk wil, is uniform beleid: een gelijk speelveld voor boeren en tuinders, in alle provincies dezelfde stikstofregels en in Brabant geen strengere regels dan elders. Dit voorstel ziet de partij daartoe als een eerste stap: nu afstemming en wat het CDA betreft daarna uniformering.

Geen afname vergunde stalcapaciteit en geen gedwongen krimp veestapel

Deze twee voorstellen zijn in lijn met de voorwaarden die het CDA vorige week naar buiten bracht t.a.v. het Brabantse landbouwbeleid. Zo wil de partij dat emissieregels in Brabant niet strenger zijn dan in andere provincies én dat de vergunningdeadlines voor de bouw van nieuwe stallen worden herzien. Beide lijken te gaan lukken. Ook twee andere eisen van het CDA staan overeind: de overheid mag boeren de aan hen vergunde stalcapaciteit niet (zonder financiële compensatie) afnemen en krimp van de veestapel kan alléén plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Het CDA had voorstellen (moties) klaarliggen om initiatieven die tegen deze eisen zouden ingaan te blokkeren, maar deze lijken gelukkig niet nodig. Het afnemen van wel vergunde maar niet benutte stalcapaciteit en een gedwongen krimp van de veestapel zijn in Brabant momenteel niet aan de orde. Mocht dat in de toekomst wel dreigen te gebeuren, dan zal het CDA die alsnog proberen tegen te houden.

Een vijfde voorwaarde die het CDA stelde, namelijk dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is, moet in samenspraak met het Rijk worden gerealiseerd. Dat kan de provincie niet alleen.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Dit is voor alle betrokkenen, boeren, burgers maar ook politici, een bewogen dag. Als CDA hebben we vorige week aangegeven waar we staan in het Brabantse landbouwdebat, door vijf voorwaarden te formuleren die agrarische ondernemers in onze provincie perspectief moeten bieden. Die duidelijkheid werd gewaardeerd en nu is het zaak om onze woorden om te zetten in daden. Mijn conclusie is dat nu de eerste stappen worden gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Of we er daarmee zijn? Zeker niet. Er komt in de komende tijd nog veel op ons af en dit is een traject van lange adem. Waarbij ik ervan overtuigd ben dat wij als CDA het verschil kunnen maken.”

CDA formuleert eisen voor Brabants landbouwbeleid

Het CDA heeft vandaag eisen geformuleerd voor het Brabantse landbouwbeleid. Aanleiding zijn de recente ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek, waaronder het eerste advies van de commissie-Remkes. Kern is dat het landbouwbeleid in Brabant zo snel mogelijk in lijn moet komen met het landelijke landbouwbeleid.

Daartoe wil het CDA allereerst dat er uniform beleid komt qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie-Geurts/Harbers die vannacht in de Tweede Kamer werd ingediend. Beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders. Het CDA verzoekt het Brabantse provinciebestuur om niet langer vast te houden aan strengere regels.

Ten tweede wil het CDA dat niet langer deadlines voor het indienen van vergunningaanvragen voor nieuwe stalsystemen worden opgelegd, zolang die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar zijn én zolang hiervoor nog geen landelijk beleid is vastgesteld. Dat impliceert dat deadlines als die van 1 april 2020, waarover het Brabantse provinciebestuur op 25 oktober a.s. zou besluiten, in de ijskast moeten.

Ten derde wil het CDA dat boeren de volledige aan hen vergunde stalcapaciteit, inclusief de zgn. ‘latente ruimte’, mogen houden. De overheid mag deze niet afpakken.

Ten vierde wil het CDA dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is. Dat betekent het opschorten van de provinciale aanmelddatum van 1 november a.s. en aansluiten bij de landelijke datum van aanmelden.

Ten vijfde wil het CDA in Brabant, net als in de rest van Nederland, géén door de overheid gedwongen krimp van de veestapel. De partij zal ieder voorstel daartoe blokkeren. Krimp van de veestapel kan wat het CDA betreft alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.

Voor het CDA Brabant zijn deze vijf eisen leidend bij komende besluitvorming in Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Met dit eisenpakket wil de partij de balans terugbrengen in het stikstofdebat. Balans, realisme en een eerlijke verdeling van de lasten moeten zijn geborgd, wil het CDA steun kunnen geven aan welke maatregel dan ook.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Nu de minister gisteren, tijdens het debat over de stikstofproblematiek in de Tweede Kamer, heeft aangegeven dat provincies de vrijheid hebben om bovenop het landelijke beleid eigen, in het geval van Brabant veel strengere, stikstofregels te stellen, vinden wij het als CDA belangrijk dat onze provincie geen eiland wordt waar Brabanders het wonen en ondernemen onmogelijk gemaakt wordt. Brabant mag niet op slot. Dat is namelijk in niemands belang: niet in het belang van onze inwoners, familiebedrijven en uiteindelijk ook niet in het belang van onze Brabantse natuur. Brabant wordt niet de groene gordel van de Randstad, waar geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is.”

Omdat de ontwikkelingen in het stikstofdossier elkaar de laatste tijd snel opvolgden, heeft het CDA Brabant het debat in de Tweede Kamer, en de daaraan voorafgaande hoorzitting van deskundigen, willen afwachten alvorens met een reactie en eisenpakket naar buiten te komen. “We hebben in de afgelopen weken met veel mensen over het stikstofprobleem gesproken en begrijpen hun zorgen, boosheid en ongeduld. Ook wat de positie van het CDA Brabant betreft. Toch hebben we bij het bepalen van ons standpunt en eisenpakket niet over één nacht ijs willen gaan, want daar is dit probleem te groot en te complex voor. Zorgvuldigheid voor snelheid. Als CDA hebben we bestuursverantwoordelijkheid genomen om enerzijds zaken, die wij voor Brabant belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen en anderzijds zaken, die wij voor Brabant onwenselijk vinden, tegen te houden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij wat ons betreft het resultaat telt: het beste voor de Brabanders. Dáár gaan wij voor en dáár mogen zij het CDA op afrekenen.” Aldus De Hoon, die de fractievoorzitters van coalitiepartners VVD, D66, GroenLinks en PvdA eerder vandaag in een ingelast overleg informeerde over de positie van haar partij.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat advies commissie-Remkes op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek (commissie-Remkes)
(11-10-2019)

Voorzitter,

In de afgelopen weken is er veel gebeurd. Het grootste boerenprotest uit de Nederlandse geschiedenis, het eerste advies van de commissie-Remkes, de reactie van het kabinet en van ons provinciebestuur hierop, en vandaag een Provinciehuis vol bezorgde Brabanders. Zorgen die wij als CDA goed begrijpen. Hun zorgen zijn onze zorgen. Hun vragen zijn onze vragen. Wat komt er nu weer op mij, op mijn bedrijf, en op onze sector af? Krijg ik mijn vergunning wel rond? Wanneer kan ik mijn bedrijfsactiviteiten voortzetten? Wat gaat mij dat kosten? Waarom zou ik nog doorgaan met mijn onderneming? Terechte vragen. En vragen die beantwoord moeten worden. Het liefst vandaag, in dit debat, en anders zo snel mogelijk.

De boodschap van de commissie-Remkes was duidelijk: breng de balans terug tussen natuur, leefbaarheid en economische groei. Daar wil het CDA aan meewerken, maar wel op een zorgvuldige en realistische manier. Met regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet één specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Maatregelen moeten evenwichtig zijn, zodat we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer op gang komen.

In het vervolg van mijn bijdrage wil ik stilstaan bij vier onderwerpen: (1) landelijk beleid vs. Brabants beleid, (2) de houdbaarheid van deadline 1 april 2020, (3) metingen door het RIVM en (4) een aantal praktische vragen.

Landelijk beleid vs. Brabants beleid

De commissie-Remkes benadrukt het belang van samenwerking tussen álle betrokken overheden – Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen – om te komen tot een gezamenlijke oplossing voor de stikstofproblematiek. Voor het CDA is het essentieel dat de provincie in gesprek blijft met álle partijen. Zoals VNO-NCW, Bouwend Nederland, ZLTO, BAJK, ANWB, maar óók inwoners verenigd in bijvoorbeeld dorpsraden of bewonersplatforms. Kortom, met iedereen die betrokken is bij het probleem waarmee we ons geconfronteerd zien. Partijen met wie we samen een oplossing moeten zien te vinden.

In het bestuursakkoord geeft u aan ‘stimulerend, initiërend en verbindend’ te willen zijn. Hoe gaat u hieraan invulling geven in de samenwerking met onze landelijke, lokale en regionale gesprekspartners?

Hoe gaat u ervoor zorgen dat Brabantse ondernemers volop gebruik kunnen maken van landelijke regelingen voor ‘stoppers’, stalsystemen en innovaties? En dat deze maatregelen niet gaan of zullen conflicteren met de opgestelde Brabantse regelgeving?

Kortom: hoe voorkomen we dat Brabant een eiland wordt waar niemand meer kan ondernemen, stoppers niet kunnen stoppen en jonge ondernemers geen perspectief meer hebben?

Houdbaarheid deadline 1 april 2020

De veehouderijbesluiten van 7 juli 2017 waren gebaseerd op een toen nog springlevende Programmatische Aanpak Stikstof. Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder, is het PAS gesneuveld, en worden we geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Concreet betekent dit dat de Rijksoverheid nieuwe plannen heeft opgesteld voor het ‘vrijwillig’ saneren van de veehouderij in de buurt van Natura 2000-gebieden.

Het bestuursakkoord 2019-2023 gaat er ook vanuit dat Brabant in de PAS moet lopen. Maar er is geen PAS meer, het kan dus niet anders dan dat het bestuursakkoord hieraan wordt aangePASt. Deze nieuwe werkelijkheid heeft meer flexibiliteit nodig in de gestelde deadlines.

Is de provincie bereid de vergunning-deadline van 1 april 2020 opnieuw tegen het licht te houden?

Metingen door het RIVM

Dan de informatie waarop wij ons beleid baseren. Feitelijke informatie wel te verstaan. Gegevens die afkomstig zijn van het RIVM. In de afgelopen dagen zijn er veel vragen gesteld aan dit RIVM over de wijze van rekenen en het meten van stikstof. Het CDA in de Tweede Kamer heeft gerede twijfels geuit over de betrouwbaarheid van het meetmodel. Wij hebben geconstateerd dat het model in de afgelopen jaren weliswaar is aangepast, maar volgens het RIVM zélf nog steeds een grote onzekerheidsmarge kent van 30% tot 70%. Leg dát de mensen wier toekomst van deze metingen afhangt maar eens uit.

Nu heeft de gedeputeerde aangegeven graag ‘datagedreven’ te werk te willen gaan. Het CDA wil dan ook graag van de gedeputeerde weten of de provincie bereid is mee te werken aan uitbreiding van het meetnet met daadwerkelijke stikstofdepositiemetingen op de grond, om tot een betrouwbaarder meetmodel te komen?

Voor het CDA zijn zorgvuldigheid en realisme belangrijk. De gedeputeerde heeft vanmorgen aangegeven dat meetsystemen niet het stikstofprobleem doen verdwijnen. Dat is helder. Maar als de basis klopt en de informatie waarop we besluiten nemen niet ter discussie staat, dan kunnen we het beter hebben over de oplossingen. ‘Realtime meten’ zou daar wat ons betreft goed bij kunnen helpen.

Praktische vragen

De stikstofproblematiek treft alle Brabanders en raakt aan vrijwel alle sectoren. Niet alleen landbouw, niet alleen infrastructuur, niet alleen bouw.

Maar ook aan leefbaarheid in brede zin: veilig opgroeien, prettig wonen, je thuis kunnen voelen. Bij inwoners, bedrijven en andere overheden bestaan ook hierover veel vragen. Daarom zou het CDA graag zien dat in de gebiedsgerichte aanpak niet alleen wordt gekeken naar de stikstofuitstoot, maar dat daarin alle aspecten van leefbaarheid worden meegenomen. Hoe zorgen we ervoor dat het platteland en het buitengebied een leefbare omgeving blijft?

Graag verneemt het CDA van de gedeputeerde welke planning de provincie voor ogen heeft t.a.v. de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Hoe gaat de provincie ervoor zorgen dat de maatregelen voor realisatie van de stikstofambitie de leefbaarheid in een gebied, in brede zin, versterken i.p.v. verzwakken? Hoe staat de provincie tegenover het CDA-voorstel om een ‘provinciale helpdesk stikstofproblematiek’ in te richten, waar inwoners, bedrijven en overheden terechtkunnen met vragen of voor advies?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon advies Adviescollege Stikstofproblematiek (11 oktober 2019)

Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels over een provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Geacht college,

Op 4 oktober jl. stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een brief naar de Tweede Kamer, waarin het kabinet uiteenzet hoe het, n.a.v. de uitspraak van de Raad van State en de aanbevelingen van het Adviescollege Stikstofproblematiek (de ‘commissie-Remkes’), met provincies, waterschappen en gemeenten het zgn. ‘stikstofreductieplan’ wil vormgeven1.

In dit stikstofreductieplan is een belangrijke rol weggelegd voor provincies. Bijvoorbeeld bij de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak, de financiering van extra acties, de uitvoering van reeds geplande en nieuwe natuurherstelmaatregelen en het bewaken van het proces (door de Commissaris van de Koning, in zijn hoedanigheid als Rijksheer). Over hoe hieraan gevolg te geven, heeft de provincie Noord-Brabant op 8 oktober jl. een beleidsregel vastgesteld2.

Bij veel inwoners, bedrijven en gemeenten bestaat grote onzekerheid over wat de maatregelen uit het stikstofreductieplan voor hen gaan betekenen. Het CDA vindt het belangrijk dat zij snel duidelijkheid, perspectief, advies en hulp kunnen krijgen, en van begin af aan bij de uitwerking van de maatregelen worden betrokken. Dat begint bij een goede informatievoorziening en gestroomlijnde communicatie vanuit de (provinciale) overheid.

In dat kader heeft het CDA voor u de volgende vraag:

  1. Bent u bereid om op korte termijn een provinciale helpdesk stikstofproblematiek in te richten, bemenst door specialisten, waar inwoners, bedrijven, gemeenten en andere overheden terechtkunnen met vragen of verzoeken om advies en informatie, en hier de nodige ruchtbaarheid aan te geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2019/10/04/aanpak-stikstofproblematiek

2 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/oktober/provincie-pakt-stilgevallen-vergunningverlening-snel-op.

CDA: maatwerk en perspectief voor stikstofvraagstuk

Op 25 september jl. presenteerde het Adviescollege Stikstofproblematiek, ook wel bekend als de ‘commissie-Remkes’, zijn aanbevelingen over hoe op korte termijn om te gaan met de stikstofproblematiek in Nederland. Klik hier om dit advies te lezen of te downloaden.

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant bestudeert op dit moment het rapport en blijft alle ontwikkelingen nauwgezet volgen. Samen met lokale, landelijke en Europese CDA-vertegenwoordigers hopen de Statenleden zo snel mogelijk in kaart te kunnen brengen wat per portefeuille en per Brabantse regio de gevolgen zullen zijn. Input van eenieder is daarbij van harte welkom.

Namens de Provinciale Statenfractie van CDA Brabant is fractievoorzitter Ankie de Hoon woordvoerder op het stikstofdossier. Haar eerste reactie op het advies van de commissie-Remkes vindt u hieronder.

“De balans tussen natuur, leefbaarheid en economische groei moet terug. Op een eerlijke, realistische manier. Daarom pleit het CDA voor regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet een specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Het is belangrijk dat de minister snel met een evenwichtig pakket maatregelen komt, waarmee we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer worden hervat.”

Bij vragen kunt u contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via het e-mailadres evwelij@psbrabant.nl.