Berichten

Wisseling van de wacht bij CDA Brabant

Wisseling van de wacht bij de fractie van CDA Brabant: op 29 juni a.s. nemen Statenleden Stijn Steenbakkers en René Kuijken afscheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Zij worden opgevolgd door Kees de Heer en Jeffrey van Agtmaal, die diezelfde dag worden geïnstalleerd.

Bosschenaar Stijn Steenbakkers werd eind vorige maand benoemd als wethouder in de gemeente Eindhoven, een fulltime functie die zich niet laat combineren met het lidmaatschap van Provinciale Staten. René Kuijken uit Bergeijk stopt omwille van het afronden van zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Wageningen.

Opvolgers Kees de Heer uit Eindhoven en Jeffrey van Agtmaal uit Woensdrecht hebben beiden al de nodige Staten-ervaring. Zo verving Kees de Heer vorig jaar fractievoorzitter Marianne van der Sloot tijdens haar zwangerschapsverlof en was Jeffrey van Agtmaal al eerder Statenlid in de periode 2011-2015.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Met het vertrek van Stijn en René verliest onze fractie twee boegbeelden. Hun ervaring, dossierkennis, kleurrijke inbrengen en energie gaan we in de Staten enorm missen. Gelukkig hebben we met Kees en Jeffrey twee uitstekende opvolgers in huis. Met hen aan boord zijn we weer op volle sterkte en helemaal klaar voor een nieuw, spannend politiek seizoen.”

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Schriftelijke vragen over financiële hulp aan Zeeland

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over financiële hulp aan de provincie Zeeland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over financiële hulp aan Zeeland.

Geacht college,

Recent meldden verschillende media dat de provincie Zeeland er financieel zo slecht voor staat, dat het Rijk en andere provincies moeten bijspringen. Zo zou de provincie Noord-Brabant 4,5 miljoen euro naar Zeeland moeten overmaken en de provincie Gelderland 5,4 miljoen euro.1

De reden voor de slechte financiële situatie van Zeeland is dat de provincie al jarenlang geen dividendinkomsten meer ontvangt uit haar aandelen in energiebedrijf Delta, dat verlieslijdend is. Aldus een onderzoekscommissie o.l.v. Geert Jansen.  

Naar aanleiding van deze berichtgeving heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Is het juist dat de provincie Noord-Brabant een bedrag van 4,5 miljoen euro moet bijdragen om Zeeland er financieel boven op te helpen?

02. Waarop is de hoogte van dit bedrag gebaseerd? En onder welke voorwaarden? Betreft het een gift, een niet rente dragende lening of andersoortige afbetalingsregeling?

03. Wanneer legt u dit besluit ter goedkeuring voor aan Provinciale Staten?

04. Hoe ziet u het complete onderhandelingsresultaat van provincies en Rijk eruit m.b.t. de financiële hulp aan Zeeland?

05. Kunt u ons meenemen in deze onderhandelingen? Was dit scenario (waarin Rijk en andere provincies Zeeland te hulp schieten) het enige scenario dat op tafel lag?

06. Volgens het rapport-Jansen is het financiële ‘reddingsplan’ voor Zeeland een tijdelijke oplossing voor drie jaar vooruitlopend op een nieuwe verdeling van het provinciefonds.2 Wanneer er in Zeeland echter sprake is van acute financiële nood, dan zou een directe herverdeling van het fonds aan de orde zijn. Dat is niet het geval. Waarom dan toch nu betalen?

07. Klopt het dat, wanneer Brabant of andere provincies niet instemmen met financiële steun aan Zeeland, dit gevolgen heeft voor de jaarlijkse bijdrage(n) die de provincies van het Rijk, via het provinciefonds, ontvangen? Indien ja, wat houden deze gevolgen in?

08. Wat gaat de inzet van de provincie Noord-Brabant zijn bij de nieuwe verdeling van het provinciefonds?

Het CDA vindt solidariteit heel belangrijk, het is één van onze kernwaarden. Daaronder valt wat ons betreft ook hulp aan een buur in (financiële) nood. Maar solidariteit is kostbaar en derhalve niet onbegrensd. Bovendien kan solidariteit niet zonder draagvlak en vertrouwen. En we weten allemaal: vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

09. Hoe kunnen we borgen dat we situaties als die in Zeeland in de toekomst eerder signaleren, zodat de gemeenschap er niet of zo min mogelijk mee wordt belast? Dit gegeven het feit dat er in ons land meer provincies (en andere overheden) zijn met aandelen in bijv. energiebedrijven (zoals de provincie Overijssel in Enexis en Vitens). Is het huidige instrumentarium voor toezicht, resultaat en controle op dit soort ‘constructies’ volgens u nog wel voldoende?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1  Zie o.a. https://www.gelderlander.nl/home/gelderland-moet-5-4-miljoen-betalen-aan-zeeland~aa2832c4/.

2 Financiële problematiek Provincie Zeeland – Advies van de tijdelijke commissie-Jansen, Uitwerking taakopdracht, https://www.zeeland.nl/file/4845/download?token=D1S1YnMt3GEyheIbIq9ZQC091LhAN-ifA9Iy6oXSZ-0, pag. 8.

Schriftelijke vragen over financiële situatie gemeente Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over de financiële situatie van de gemeente Eindhoven.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de financiële situatie van de gemeente Eindhoven.

Geacht college,

Het CDA heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de antwoorden op onze mondelinge vragen over verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven d.d. 17 november jl.1

Sindsdien zijn er in de media opnieuw verschillende berichten verschenen over de financiële problemen c.q. uitdagingen van de gemeente Eindhoven en de positie/visie van de provincie als toezichthouder.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. In uw brief aan de gemeenteraad van Eindhoven d.d. 15 december jl.2 meldt u dat u op 31 maart 2017 een brief aan de gemeente Eindhoven heeft gestuurd, waarin u de gemeenteraad informeert over een aantal belangrijke toetsingsaspecten en ontwikkelingen over het financieel toezicht. Kunt u Provinciale Staten deze brief3 (nogmaals) doen toekomen?
  2. U meldde dat als gevolg van de herindeling met de gemeente Nuenen, volgens de Ahri-procedure4, ook Eindhoven onder preventief toezicht komt te staan. Dit is een andere vorm van toezicht dan het toezicht voor een gemeente die in financieel zwaar weer zit. Kunt u voor ons op een rijtje zetten wat de criteria zijn voor de verschillende vormen van toezicht?
  3. Kunt u schetsen wat voor u als tweede toezichthouder (na de gemeenteraad) de ondergrens is t.a.v. de financiële situatie van Eindhoven, om tot een besluit te komen de gemeente onder verscherpt (repressief) financieel toezicht te stellen?
  4. Verwacht u dat de slechte financiële situatie van de gemeente Eindhoven gevolgen gaat hebben voor de (agenda van de) Brainport regio? Brainport vraagt een bijdrage van 170 miljoen euro uit het nieuwe regiofonds van het kabinet en draagt zelf 200 miljoen euro bij. Wat is het aandeel van de gemeente Eindhoven hierin en heeft de gemeente dat geld ook daadwerkelijk?
  5. Verwacht u dat de slechte financiële situatie van de gemeente Eindhoven gevolgen gaat hebben voor de op stapel staande herindeling met de gemeente Nuenen? In positieve zin (de Rijksbijdrage aan iedere gemeente is bijvoorbeeld afhankelijk van het inwoneraantal en wellicht levert een hoger inwoneraantal extra ‘toeslagen’ op t.b.v. het in stand houden van ‘centrumgemeentelijke’ voorzieningen) dan wel in negatieve zin (ingeval Eindhoven te weinig bestuurskracht toont of de Tweede en Eerste Kamer de herindeling met alleen Nuenen afwijzen).
  6. In uw brief aan de gemeente Eindhoven schrijft u dat de taakstelling ad 30 miljoen euro in het sociale domein nog niet volledig concreet is gemaakt en nog niet op hard- en haalbaarheid is getoetst. Toch vindt u dit voor nu akkoord en dient de gemeente vóór 7 juli 2018 met extra informatie te komen. Hoe en waarom bent u tot deze beslissing gekomen?
  7. Hebt u dergelijke uitzonderingen/handwegingen in het financieel toezicht ook bij andere Brabantse gemeenten toegepast?
  8. Hoe verhoudt deze beslissing zich tot de basisprincipes van de methodiek van risicogericht en proportioneel financieel toezicht waarop uw toezichtregime is gebaseerd?
  9. In uw brief stelt u dat u zich zorgen maakt over het weerstandsvermogen van de gemeente Eindhoven en dat bezuinigingen in het sociale domein dit moeten verbeteren. In dezelfde brief meldt u tevens dat zich in de begroting additionele onderliggende risico’s bevinden die het weerstandsvermogen bedreigen. Welke risico’s zijn dit en voor welke bedragen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=900101: pag. 9-14.

2 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=900195.

3 Kenmerk 4168878.

4 Wet algemene regels herindeling (meer informatie via https://vng.nl/onderwerpenindex/bestuur/herindeling/wet-arhi).

CDA: aanvalsplan vermindering bureaucratie voor ondernemers

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant met een ‘aanvalsplan’ komt om de bureaucratie en administratieve lastendruk voor ondernemers bij subsidies en regelingen te verminderen. De partij wil het provinciebestuur hiertoe oproepen tijdens het debat over de subsidieregeling MKB innovatiestimulering Topsectoren Zuid-Nederland (MIT Zuid) vandaag.

Doel van deze MIT-regeling is het stimuleren van innovatie bij het midden- en kleinbedrijf door subsidie beschikbaar te stellen voor innovatieadviesprojecten, haalbaarheidsstudies of gezamenlijke onderzoeksprojecten.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Subsidies en regelingen als het MIT leveren een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van de provincie Noord-Brabant. Onze provincie loopt voorop als het gaat om het stimuleren van ondernemers om gebruik te maken van dit soort regelingen.

Tegelijkertijd krijgen wij signalen van ondernemers dat zij veel administratieve lastendruk ervaren bij het aanvragen van subsidie via een regeling als de MIT. Ze noemen o.a. de nachtopenstelling, van 00.00 uur tot 05.30 uur, maar ook de lange tijd die er zit tussen de declaratie van gemaakte kosten en de uitbetaling van een toegekende subsidie.

Als CDA vinden we dat onwenselijk: ondernemers moeten kunnen ondernemen en als overheid dienen we dat te stimuleren in plaats van te frustreren.”

Daarom pleit het CDA voor een aanvalsplan om de administratieve lastendruk voor ondernemers te verlagen en waar mogelijk de aanvraag-/uitkeerprocedures te versnellen en te vereenvoudigen. De provincie zou dit samen met Stimulus Programmamanagement moeten oppakken, de uitvoeringsorganisatie die namens de provincie Noord-Brabant subsidieprogramma’s beheert en faciliteert.

Via een motie (verzoek aan het provinciebestuur) roept het CDA het provinciebestuur op om dit aanvalsplan vóór 31 december 2018 klaar te hebben.

Schriftelijke vragen: kan de oplossing voor Wilbertoord ook de oplossing voor Olland zijn?

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers n.a.v. het slechte mobiele telefoonbereik in bepaalde delen van Brabant: kan de oplossing voor het dorp Wilbertoord ook de oplossing voor het dorp Olland zijn?

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Wilbertoord-Olland.

Geacht college,

Al jarenlang maakt het CDA zich zorgen over de leefbaarheid in bepaalde delen van Brabant. Met het verdwijnen van basisvoorzieningen als een bushalte, pinautomaat of brievenbus wordt het leven er voor een aanzienlijk aantal Brabanders niet beter op.

Zo ook in het dorp Olland, gemeente Meierijstad, waar het mobiele telefoonbereik zo slecht is dat alarmnummer 112 regelmatig onbereikbaar is. In de afgelopen jaren hebben we als CDA meerdere keren aandacht gevraagd voor deze beklagenswaardige situatie.

Al op 31 oktober 2016 riepen wij via schriftelijke vragen het provinciebestuur op om in actie te komen1. Toen een jaar later de situatie voor de inwoners van Olland nog altijd onveranderd bleek, stelden wij op 25 september 2017 opnieuw schriftelijke vragen met een oproep om als provincie te bemiddelen in een oplossing2.

Op 13 oktober 2017 vroegen de CDA Tweede Kamerleden Joba van den Berg en Erik Ronnes via Kamervragen opheldering aan het kabinet3. En op 10 november 2017 noemden wij Olland expliciet tijdens het debat over de provinciebegroting 2018, want de situatie in Olland is exemplarisch voor die op veel andere plaatsen in Brabant4.

Gegeven al onze inspanningen om u, en via u andere betrokken overheden en de telecomaanbieders, te bewegen mee te werken aan een oplossing, hoopten wij dat de inwoners van Olland inmiddels zouden zijn verlost van hun ‘bereikbaarheidsprobleem’. Maar helaas: dat probleem is er nog steeds.

Dit stemt droevig, in de eerste plaats voor de inwoners van Olland. Toch er is ook reden voor hoop. Op 20 februari jl. berichtte Omroep Brabant namelijk over Wilbertoord5, een dorp in de gemeente Mill en Sint Hubert. Ook daar was nauwelijks mobiel bereik, totdat dorpsbewoners zelf op zoek gingen naar een zendmast en KPN zover wisten te krijgen deze mast aan het dorp te schenken. Een mooi voorbeeld van wat allemaal mogelijk is als mensen samen ergens de schouders onder zetten én de juiste partners weten te vinden.

Naar aanleiding van het succesverhaal van Wilbertoord hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Waren het probleem van én de oplossing voor het slechte mobiele telefoonbereik in Wilbertoord bij u bekend?
  2. Bent u als provincie op enigerlei wijze betrokken geweest bij het oplossingstraject?
  3. Wat zijn naar uw mening doorslaggevende (succes)factoren geweest bij het realiseren van fatsoenlijk mobiel telefoonbereik in Wilbertoord?
  4. Bent u nog steeds van mening dat de provincie geen actieve rol moet spelen bij het oplossen van leefbaarheidsvraagstukken, zoals het helpen zorgen voor fatsoenlijk mobiel telefoonbereik?
  5. Zou volgens u de oplossing voor Wilbertoord óók de oplossing voor Olland kunnen zijn?
  6. Gegeven de passieve houding van provincie en andere overheden tot dusver: wat kan de provincie doen om ervoor te zorgen dat het succesverhaal van Wilbertoord navolging krijgt in al die andere plaatsen in Brabant waar inwoners kampen met slecht mobiel telefoonbereik?
  7. Ziet u in dat kader iets in het, onder uw regie, bij elkaar brengen/verzamelen van expertise, partners en goede voorbeelden met als doel meer particuliere initiatieven als die in Wilbertoord van de grond te krijgen? Met andere woorden: het ‘vullen’ van de ‘gereedschapskist’ waarmee burgers zélf aan de slag kunnen?
  8. Indien ja, welke acties bent u bereid hiervoor te gaan uitzetten?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie http://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2016/10/Schriftelijke-vragen-over-mobiele-bereikbaarheid.pdf.

2 Zie http://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2017/09/Schriftelijke-vragen-over-mobiel-telefoonbereik-in-Brabant.pdf.

3 Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z13726.pdf.

4 Zie http://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2017/11/Spreektekst-Stijn-Steenbakkers-provinciebegroting-2018-10-november-2017.pdf.

5 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2749891583/Eindelijk+mobiel+bereik+in+Wilbertoord+bewoners+regelen+zelf+tweedehandse+mast.aspx.

CDA: “De Vuelta is meer dan een potje hard fietsen”

“De Vuelta is meer dan een potje hard fietsen. De wielerwedstrijd moet Brabant niet alleen sportief op de kaart zetten, maar óók bijdragen aan verbinding en ontmoeting.” Aldus het CDA in reactie op het bericht dat de provincie Noord-Brabant, samen met o.a. de provincie Utrecht en de gemeentes Utrecht en Breda, vergevorderde plannen heeft om de Vuelta in 2020 in Nederland (Utrecht/Brabant) te laten starten.

Vorige week berichtten verschillende media, waaronder Omroep Brabant en het Brabants Dagblad, over het voorgenomen besluit om middelen te reserveren om de Vuelta in 2020 in Nederland (Utrecht/Brabant) te laten starten. “Goed nieuws”, vindt Statenlid en woordvoerder sport Stijn Steenbakkers (CDA).

Steenbakkers:

“Als CDA stelden we al in 2016 schriftelijke vragen met een oproep aan het provinciebestuur om zich hard te maken voor een Brabantse etappe in een van de grote internationale wielerrondes, zoals de Tour de France of de Vuelta1. Dat er nu een serieus plan daartoe, inclusief verschillende begrotingsmodellen, op tafel ligt, spreekt ons zeer aan.”

Wel heeft het CDA nog een aantal kanttekeningen bij het besluit, dat vorige week uitlekte via de Telegraaf. Zo vindt het CDA dat de Vuelta niet alleen ten goede moet komen aan topsport(promotie) in de provincie, maar ook dient bij te dragen aan meer verbinding in de Brabantse samenleving. Steenbakkers: “Sport brengt mensen met uiteenlopende achtergronden bij elkaar, van groot belang voor een maatschappij die steeds verder individualiseert en waarin mensen uit verschillende netwerken elkaar nauwelijks ontmoeten.”

Om aandacht te vragen voor deze en andere kanttekeningen heeft het CDA het onderwerp laten agenderen voor de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant op 23 februari a.s. De partij wil dan antwoord van het provinciebestuur op de volgende vragen:

01. Waarom is de zgn. ‘Statenmededeling’ [waarin u uw besluit aankondigt en toelicht] niet naar alle Brabantse Statenleden verstuurd? Sommige Statenleden zijn overvallen door de media zonder een bericht te hebben ontvangen.

Het voorgenomen besluit voorziet in een bijdrage van 0,95 miljoen euro door de provincie Noord-Brabant. Dit geld is afkomstig uit de Sportagenda Brabant Beweegt 2016-2019 (het provinciale sportplan gericht op ondersteuning van sportinitiatieven vanuit het oogpunt van sociale veerkracht en economische ontwikkeling) én uit de programma’s Fiets in de Versnelling (gericht op het bevorderen van fietsgebruik) en Erfgoed (gericht op ‘storytelling’ Zuidwaterlinie/Spaans-Nederlandse historie).

02. In hoeverre gaat de Vuelta ten koste van lopende of geplande projecten uit deze drie programma’s?

03. Wat gebeurt er wanneer de geraamde private bijdragen (voorzien op 6,0 miljoen euro) en aanvullende dekking uit bijv. Rijkssubsidies en commerciële opbrengsten (voorzien op 2,5 miljoen euro) tegenvallen? Is er een plan B?

In de betreffende Statenmededeling staat u niet alleen stil bij de betekenis van de Vuelta voor Brabant, maar ook bij de meerwaarde voor de Brabantse cultuur en bereikbaarheid. Wat het CDA nog mist, is hoe nu de Vuelta te ‘gebruiken’ om ook ontmoeting en verbinding tussen mensen uit álle lagen van de Brabantse samenleving te realiseren. Een maatschappelijke opgave die nadrukkelijk is vastgelegd in de Sportagenda Brabant Beweegt 2016-20192.

04. Wat zijn uw gedachtes hierbij?

05. Hoe gaat u borgen dat de Vuelta niet alleen een feestje wordt van een kleine kring ‘bevoorrechten’, maar dat zoveel mogelijk Brabanders, uit alle lagen en hoeken van de provincie, ervan kunnen meegenieten en -profiteren?

1 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=59475.
2 Zie https://www.brabant.nl/-/media/f4ae95c4381740beb871a4d55071c83e.pdf.

CDA: 250.000 euro extra voor gladheidsbestrijding

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant per direct 250.000 euro extra beschikbaar stelt voor gladheidsbestrijding op de Brabantse wegen. Hiertoe dient de partij een amendement (wijzigingsvoorstel) in op de lopende begroting 2017 tijdens de vergadering van Provinciale Staten vandaag.

Ook wil het CDA dat er in 2018 voldoende geld is om gladheid te bestrijden en ongelukken te voorkomen. Voor de financiële dekking moeten de algemene middelen van de provincie worden aangesproken, zegt financieel woordvoerder Stijn Steenbakkers.

Steenbakkers: “Al in de eerste maanden van 2017 heeft de provincie veel kosten moeten maken voor gladheidsbestrijding. Gelet op de weersomstandigheden begin deze maand bestaat het risico op kostenoverschrijding. Om dat te voorkomen en onze Brabantse wegen veilig te houden, wil het CDA nu extra geld uittrekken. Op het onderhoud van wegen en op gladheidsbestrijding mag niet worden bespaard.”

AMENDEMENT ophoging budget wegenonderhoud i.v.m. gladheidsbestrijding (15 december 2017)

CDA: onderzoek verscherpt financieel toezicht Eindhoven

Het CDA wil van de provincie weten of verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven nodig is. Hiertoe heeft de partij mondelinge vragen aangemeld voor het Vragenuur tijdens de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant, die vanmiddag plaatsvindt.

Eindhoven verkeert in grote financiële problemen. De gemeente moet haar reserves flink aanspreken om de begroting op papier sluitend te laten zijn. Dit gaat zóver dat het weerstandsvermogen van 89 miljoen euro, conform de wensen 10% van de begroting (894 miljoen euro), nu is gedaald naar 46 miljoen euro. Dit is krap 5,15% van de gehele begroting. Wanneer de gemeente Eindhoven in de toekomst te maken krijgt met extra onvoorziene financiële tegenvallers kan het weerstandsvermogen mogelijk onvoldoende zijn.

De provincie is toezichthouder op o.a. de financiën van gemeentes. In dat kader is elke gemeente verplicht om haar begroting uiterlijk vóór 15 november van het jaar voorafgaand het begrotingsjaar bij de provincie in te leveren (en de jaarrekening uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar). Naar aanleiding van de ingeleverde begroting neemt de provincie in december voor elke gemeente een besluit over de toezichtvorm voor het komende jaar. Zij kan dan besluiten tot repressief of preventief toezicht.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Wij kennen Eindhoven als een slimme regio, die in 2016 zelfs een mainport-status heeft gekregen. Daar kunnen we als Brabant trots op zijn en daar kan en moet zelfs Nederland trots op zijn. De stad is van groot belang voor de regio, voor Brabant én voor Nederland. Als CDA maken wij ons dan ook zorgen over de aanhoudende berichtgeving rondom de financiële tekorten en mogelijke negatieve of beperkende effecten op de economische en andere ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente Eindhoven, de regio en de ‘Zuidelijke Mainport’. Wij zijn benieuwd hoe de provincie, als financieel toezichthouder op gemeenten, hier tegenaan kijkt én wat zij kan doen om Eindhoven te helpen er weer bovenop te komen. Ook wil het CDA weten wat het effect van Eindhovens financiële situatie is op de bestuurskracht van de gemeente én op de bestuurskracht van de regio.”

Het CDA heeft voor het college van gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, de volgende mondelinge vragen:

  1. Heeft de gemeente Eindhoven haar begroting 2018 vóór 15 november 2017 bij de provincie ingeleverd?
  2. Heeft het college al een besluit kunnen nemen over de vorm van toezicht voor de gemeente Eindhoven? Indien ja, hoe luidt dit besluit? Indien niet, wanneer wil het college dit besluit nemen?
  3. Hoe kijkt het college als toezichthouder aan tegen de financiële problemen en specifiek tegen de hoogte van de reservepositie van de gemeente Eindhoven?
  4. Heeft het college voldoende comfort bij de begroting 2018 van de gemeente Eindhoven? Met andere woorden: is de begroting realistisch? Kunnen alle taakstellingen worden gehaald en zijn er andere financiële tegenvallers te verwachten?
  5. Is het college bereid om, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeente Eindhoven een begrotingsscan aan te bieden? Zien beide nog andere ondersteuningsmogelijkheden?
  6. Hoe worden Provinciale Staten in hun algemeenheid meegenomen in het financieel toezicht op gemeenten? De informatie is nu zeer summier. Is het college bereid om net als in andere provincies hier met regelmaat proactief over te communiceren en een overzicht met alle kerngegevens van de verschillende gemeenten samen te stellen?
  7. Eind 2016 heeft de burgemeester van Eindhoven zich in het kader van bestuurskracht stevig uitgelaten over hoe het bestuur in Zuidoost-Brabant eruit zou moeten zien. Hoe moet dit tekort volgens het college worden gezien t.a.v. de bestuurskracht van de gemeente Eindhoven zelf?
  8. Neemt het college deze feitelijke begrotingstekorten van de gemeente Eindhoven ook mee in de bredere discussie over bestuurskracht in de regio en de rol die de gemeente Eindhoven daarin speelt?

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over de provinciebegroting 2018 10/11

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2018
(10-11-2017)

Voorzitter,

Vandaag bespreken we de begroting 2018. Het laatste, echt volledige jaar van deze periode, want in 2019 staan de verkiezingen weer voor de deur. Voor het CDA was oppositievoeren in 2015 nieuw, hoewel ik er wel bij moet opmerken dat we er als partij de laatste jaren in Nederland toch steeds meer ervaring in beginnen te krijgen.

Maar voorzitter, wij hebben ons vanaf het begin voorgenomen om onze grondwettelijke, controlerende taak vanuit de oppositie constructief maar zeer kritisch uit te oefenen. We zaten en zitten enthousiast en strak in de wedstrijd, maar de lijn is simpel: de goede voorstellen steunen we, en proberen we beter te maken, de slechte voorstellen steunen we niet en daar komen we met alternatieven.

En voorzitter, zo’n laatste, echt volledige begroting is toch een moment om eens even terug te kijken wat het college nu al heeft bereikt, wat er nu van het bestuursakkoord is ingevuld en ook om vooruit te kijken naar 2018 en begin 2019.

Laat ik beginnen met te zeggen aan het college, maar ook aan de coalitiepartijen, alle vier, dat er echt zaken bij zitten die het CDA goed vindt en dan ook van harte heeft ondersteund. Ik moet dan bijvoorbeeld denken aan JADS, aan de faciliteit in Woensdrecht, zonne-energie en de sportclubs, de agenda van gedeputeerde Van Merrienboer t.a.v. leegstand en ook afgelopen week de ingreep bij de jachthaven in Raamsdonk. Dus voorzitter, het is echt niet zo dat alles wat dit college doet waardeloos is en vroeger alles beter was. Beslist niet. Ik hecht er zeer veel waarde aan om daar mee te openen richting GS en de coalitiepartijen. Maar… u voelt hem al aankomen.

Maar als je nu écht de balans opmaakt, écht ziet hoe het gaat, écht kijkt waar we nu staan als provincie, is het CDA samen met heel veel Brabanders vooral heel erg teleurgesteld. En voorzitter, als jonge vader weet ik dat teleurstelling uitspreken vaak nog erger is dan boos worden. Dus misschien helpt dat vandaag bij dit college en de collega’s om de koers in 2018 nog echt te veranderen.

Maar voorzitter, waarom zijn wij dan vooral teleurgesteld? Het hoofddoel van dit college was toch dat het alles op een nieuwe, verbindende manier maar vooral sámen met de Brabanders wilde gaan doen? Het hele bestuursakkoord staat vol met wollige teksten hierover. Ze zijn haast niet te tellen. Ik citeer er even een paar. Puur ter herinnering aan wat u zelf hebt opgeschreven.

‘Dat vraagt meer dan voorheen om flexibel en dynamisch te opereren van het provinciebestuur. Slim en constructief meebewegen met initiatieven vanuit de samenleving.’

of

‘We moeten als overheid meer loslaten en ruimte bieden aan initiatief van onderop in goede samenwerking.’

en tot slot

‘Beleid ontstaat steeds meer uit co-creatie in horizontale verbanden.’

Voorzitter, dat ‘samen’ en ‘verbindende’ is iets dat het CDA van oudsher zeer aanspreekt. Zo is Brabant groot geworden. Maar de vraag is: als u echt eerlijk in de spiegel kijkt, als u puur reflecteert, als u dat durft, vindt u dat dan gelukt? Of juist niet?

Voorzitter, al die mooie teksten: ‘samenwerken’, ‘van onderop’, ‘co-creatie’. Dat heeft een aantal Brabanders, organisaties en partners van de provincie geweten na 2,5 jaar lang dictaten en verassingen uit ’s-Hertogenbosch.

  • Vraag maar eens aan de cultuursector, de philharmonie zuidnederland bijvoorbeeld, hoe betrouwbaar er volgens hen wordt samengewerkt.
  • Vraag maar eens aan mensen en partijen actief op het domein van sociale veerkracht en leefbaarheid hoe betrouwbaar en goed signalen van onderop worden opgepikt.
  • Of aan de provincie Limburg of het Rijk, als belangrijke partners in het veehouderijdossier, of de philharmonie hoe transparant en open de samenwerking is.
  • Of vraag de gemeentes Haaren en Nuenen maar eens hoe flexibel en dynamisch er van onderop wordt bewogen door dit provinciebestuur.
  • Of vraag aan de ouderen hoe goed er is samengewerkt en gecommuniceerd met hen en de ouderenbonden.
  • Of vraag de ZLTO/de boeren in Brabant hoe de ‘co-creatie’ van dit liberale college hen tot dusver bevalt in het veehouderijdossier.

Voorzitter, bij samenwerken en communiceren zijn er natuurlijk altijd twee partijen nodig. Het is dus niet zwart of wit en wij schuiven de schuld in alle genoemde gevallen ook niet voor de volle 100% in uw schoenen. Maar feitelijk is het natuurlijk gewoon wél zo dat onder dit college met al deze partijen geruzie, gedoe of ge-emmer is, er weinig tot geen voortuitgang wordt geboekt en de verhoudingen op scherp staan.

Voorzitter, bijna wekelijks zien we brieven en artikelen in de krant over de rol, houding en communicatie van dit college. Niet van één sector, niet van één partij maar van veel verschillende mensen, groepen of organisaties.
Voorzitter, in uw eigen bestuursakkoord had u zo’n groot hoofddoel en wordt er zoveel gesproken over ‘samenwerking’, ‘co creatie’, ‘van onderop’ en weet ik wat al niet meer.

Wat is in een aantal gevallen de praktijk dan toch anders:

  • u wilde verbinden, maar creëerde afstand;
  • u wilde co-creëren, maar zaaide argwaan;
  • u wilde het samen doen, maar lijkt vooral bezig met het in stand houden van het eigen verstandshuwelijk.

Voorzitter, hoewel ik het zelf te sterk aangezet vond hoorde ik dit laatst op een bijeenkomst over herindelingen. ‘Een zweem van liberale arrogantie is te horen, te voelen en te ruiken rondom de Brabantlaan 1. Zoiets van: wij verlichte en gestudeerde bestuurders uit ‘s-Hertogenbosch zullen het eens helemaal anders gaan doen en u vertellen hoe het moet.’ Voorzitter, het CDA vindt dit ietwat te sterk uitgedrukt, maar snapt de opmerking wel. Het geeft aan hoe houding, gedrag en communicatie aan de andere kant kunnen worden beleefd. Reflecteert u daar als college genoeg op?

Voorzitter, nogmaals: bij samenwerking en communicatie is het niet vaak zwartwit. Maar voorzitter, het is ook nog niet te laat. We gaan niet met een flauwe motie komen, maar verzoeken u op dit punt echt eens stevig met elkaar te reflecteren op de hei. Een verzoek met klem om uw koers te wijzigen. Verander uw houding richting Brabant en ga daadwerkelijk het constructieve gesprek aan. Als u de helft van alle teksten over ‘samenwerking’ en ‘co-creatie’ uit het bestuursakkoord invult met deze partijen zijn wij al dik tevreden.

Voorzitter, dat is onze hoofdboodschap vandaag. Onze verdere inbreng zal eerst kort gaan over een aantal financiële punten in de begroting en vervolgens meer uitgebreid over de voorstellen die het college doet voor 2018 én een aantal aandachtspunten en alternatieven die het CDA heeft op enkele dossiers.

Financiën
Voorzitter, het CDA wil beginnen met de gedeputeerde en alle ambtenaren te danken voor het heldere stuk werk dat is afgeleverd. Wij hebben eerst een financieel punt dat we met de gedeputeerde willen bespreken.

Voorzitter, de gedeputeerde van Financiën weet dat ik hem hoog heb zitten en hem zie als een gedeputeerde die structurele houdbaarheid van de financiën hoog in het vaandel heeft staan, problemen niet vooruit wil schuiven en helderheid en transparantie essentieel vindt. Voorzitter, en om die reden verbaast het me zo dat de gedeputeerde akkoord is gegaan met een in mijn ogen onhoudbare, niet heldere financiële doelredenering voortkomend uit het bestuursakkoord. Voorzitter, men had namelijk besloten om alle uitgaven van de provincie in de toekomst niet te indexeren voor loon- en prijsstijgingen van in totaal circa 3%. De redenering was dat, omdat de MRB inkomsten niet werden geïndexeerd, in 2015-2019 de uitgaven ook maar niet moesten worden geïndexeerd. Dat lijkt me de omgekeerde weg: omdat we besluiten de MRB inkomsten niet te indexeren, vindt er plotseling geen inflatie meer plaats?

Voorzitter, ik moet daarbij direct denken aan de situatie wanneer je verstoppertje gaat spelen met een kind van 2 jaar oud, en vele papa’s, mama’s, opa’s, oma’s en tantes en ooms in de zaal zullen het herkennen. Wanneer je met een kind van 2 verstoppertje speelt, jij zoekt en het kind moet zich verstoppen, is hij of zij in de oprechte en volle overtuiging dat wanneer hij/zij de handen voor de ogen doet, andere mensen hem/haar absoluut niet kunnen zien. Voorzitter, daar lijkt het niet indexeren in toekomstige jaren ook een beetje op. Nu doet het college de handen voor de ogen t.a.v. prijsstijgingen, maar wij zien ze nog steeds zitten en de prijsstijgingen ook. Je weet dat in de toekomst prijzen voor lonen/goederen gaan stijgen en de provincie dus meer zal moeten uitgeven voor dezelfde diensten/goederen. Wanneer je dus niet indexeert vanaf 2020, zoals nu gebeurt, zadel je eigenlijk toekomstige colleges en Staten op met een mogelijk probleem en een niet realistische begroting. De oplossing met de stelpost van 4 miljoen euro lijkt me daarbij volstrekt onvoldoende. Dit is immers nog geen 0,33% van de begroting voor 2018. Voorzitter, daarom komen wij met een amendement.

Versnelling transitie veehouderij
De Brabantse veehouderij ontwikkelt zich tot een slimme, maatschappelijk gewaardeerde én duurzaam renderende sector. Als dank daarvoor stort dit college generieke regelgeving uit over de gehele provincie, voor een probleem dat niet in de hele provincie speelt, en laten we zo investeringsvolume van boeren, wat nodig is voor innovatie, verloren gaan.

Investeren in nieuwe staltechnieken: prima, vooral doen. Investeren in nieuwe mesttechnieken: zeker doen, want dat draagt bij aan het circulair maken van de landbouw. Maar wij missen het belangrijkste: het samen doen met de Brabantse partners. Constant hebben we gevraagd om samen op te trekken en de mogelijkheden die er liggen te benutten: het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij, het ministerie maar vooral met de boeren zélf. Maar u had vaak oogkleppen op.
Gelukkig is het nieuwe regeerakkoord een herkansing. Een herkansing om maatwerk te bieden, een herkansing om draagvlak te winnen en het beleid uiteindelijk succesvoller te maken. Samen. Ook met het CDA.

Dit kabinet heeft 200 miljoen euro vrijgemaakt voor warme sanering, prioritair voor Brabant: 100 miljoen euro in 2018 en 100 miljoen euro in 2019, blz. 46 en 60 van het regeerakkoord. Ga dáár mee aan de slag, een uitgelezen mogelijkheid om daar waar het werkelijk knelt bij wonen en natuur een slag te slaan. Voorzitter, en ik had nooit gedacht dit ooit te zullen zeggen, maar het CDA had het niet mooier kunnen verwoorden dan Alexander Pechtold. “We gaan voor gerichte warme sanering zonder dat boeren voelen dat ze gepest worden”. Dan is het natuurlijk van de gekke dat wij als provincie 75 miljoen euro gaan inzetten voor generiek beleid zónder samenhang met deze pot van 200 miljoen euro uit het Rijk. Die 200 miljoen euro is een nieuwe ontwikkeling. Hier moet eerst duidelijkheid over komen. Wij dienen daarom een amendement en een motie in.

Agrarische leegstand en Criminaliteit
Voorzitter, dan agrarische leegstand. Leegstand en criminaliteit gaan hier vaak hand in hand. In de laatste weken zijn de artikelen in de media over criminaliteit en (leegstaand) agrarisch vastgoed niet te tellen. Veel agrariërs die een andere functie overwegen lopen echter tegen ellelange procedures aan. Dit verhoogt de kans op leegstand en oneigenlijk gebruik.
Wij vragen u dan ook om aan de slag te gaan met een procedureversneller richting gemeenten op dit punt. Het is twee voor twaalf. Wij dienen daarom de motie procedureversneller in.

Energie
Voorzitter, we hebben al eerder geconcludeerd dat er gas op de plank moet t.a.v. duurzame energie. We lopen achter. Het CDA ziet dat de gedeputeerde de eerste stappen heeft gezet t.a.v. zonne-energie en verschillende sportorganisaties. Heel mooi: complimenten. Maar het CDA vindt de ambities t.a.v. duurzame energie nog aan de lage kant en téveel op gemeenten gericht. Natuurlijk is het belangrijk dat de inzet van duurzame energie goed verankerd wordt in de lokale bestuursakkoorden, maar daar regel je 0,0 meer duurzame energie mee. Ga gewoon als provincie concreet aan de slag. Het CDA komt met twee amendementen en een motie, wat in totaal moet zorgen voor een concreet intensiveringsalternatief op het gebied van duurzame energie.

Wij stellen voor om maximaal in te zetten op zonne-energie voor alle sportclubs in Brabant, maar óók de grote VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) in de Brabantse steden. Hier willen we 30 miljoen euro extra middelen revolverend voor uittrekken. Dekking zou kunnen worden gevonden uit gereserveerde middelen in het breedbandfonds, die nu niets aan het doen zijn. Als het college overigens een alternatieve dekking ziet, staan we altijd open voor discussie. Het gaat om 20 miljoen euro voor sportclubs en 10 miljoen euro voor de VvE’s. Dit geld kan als lening worden gebruikt om zonnecollectoren aan te schaffen en aan te leggen en met de korting op de energierekening wordt de lening vervolgens terugbetaald. Dit is zowel voor sportclubs als voor VvE’s een oplossing voor de problemen waar zij nu tegenaan lopen. En op de langere termijn, wanneer de lening is terugbetaald, leidt het tot financieel krachtigere sportclubs/VvE’s. Zo versterk je ook de sociale veerkracht van de Brabantse samenleving.

Voorzitter, maar het zit niet alleen in geld of leningen. Wanneer je zoals ik geboren bent in ’87, dan ben je als jongetje opgegroeid met de tweede, derde misschien zelfs vierde serie herhalingen van het A-team. Het A-team met een A. Waarschijnlijk zitten hier mensen in de zaal die nog bij de première van de allereerste aflevering zijn geweest, maar de meesten kennen ze allemaal wel: Hannibal, Face, Murdoch en BA. Brabant heeft nu ook behoefte aan een E-team, niet met een A maar met een E. Voorzitter, ik bedoel een Energieteam. Gemeenten/lokale initiatieven gaan of zijn aan de slag met duurzame energie, maar soms lopen ze vast. Op het gebied van kennis, kunde of kassa. Bij de provincie en de BOM is veel kennis aanwezig. Wij zouden graag zien dat er een Energieteam wordt samengesteld, dat gemeenten kan ondersteunen. Dit past in het beleid van de gedeputeerde t.a.v. verankering van duurzame energie bij gemeenten/lokaal niveau.

Leefbaarheid en Sociale Veerkracht
Voorzitter, zoals eerder in debatten gedeeld vinden wij het beleid t.a.v. sociale veerkracht/leefbaarheid van dit college niet sterk. Natuurlijk is het mooi promotieplekken of een leerstoel te creëren, maar wat schiet de Brabander daar nu concreet mee op? Stop nu eens met al die papieren tijgers en bureau-ideeën. Als je iets aan de leefbaarheid wil doen, dan moet je als provincie initiatief pakken wanneer Brabanders het écht nodig hebben.

Bijvoorbeeld in Olland, waar inwoners anno 2017 nog op tuinhuisjes moeten klimmen om mobiel bereik te hebben. En dan zien we de antwoorden van dit college: ‘we zullen een brief naar het ministerie sturen, maar wij gaan hier niet over’. Voorzitter, neem nu eens concreet initiatief. Breng mensen bij elkaar en los het op. We hebben goede koffie in Brabant en nog betere worstenbroodjes. Zet alle partijen, EZ, de telecomprovider en de gemeente Meierijstad om de tafel en kijk hoe je concreet met elkaar het probleem kunt verhelpen. Graag een toezegging hierop.

Voorzitter, ook pleiten wij voor herintroductie van de succesvolle ‘doe-budgetten’ én de Dorpen Derby. Als provincie aanjagend en stimulerend zijn, zodat mensen van onderop zaken kunnen creëren, samen mét de provincie. Ziet u daar wat in, gedeputeerde Swinkels?

Mobiliteit
Voorzitter, dan mobiliteit. Wij moeten onze wegen en kapitaalgoederen goed onderhouden. In dat kader vroegen wij ons af of de automobilisten, zo’n beetje de enige belastingbetalers aan de provincie, die grofweg zorgen voor 20% van de inkomsten, nu zo blij zijn met het jaar 2018. 2018 wordt het jaar waarin nog nooit zo weinig uitgegeven gaat worden aan wegenonderhoud sinds in ieder geval 2015. Verder heb ik niet gekeken. Voorzitter, wij pleiten voor een extra onderhoudsimpuls in 2018 (zoals ook in 2016 is gebeurd) waar nodig en willen hier 1 miljoen euro voor reserveren uit de vrije begrotingsruimte. Concreet doel is om alle provinciale wegen waar de kwaliteit te wensen over laat, maar nog niet zo slecht is dat ze formeel moeten worden onderhouden/vervangen, nu vroegtijdig al onder handen te nemen. Prioriteit daar bij zijn die onderhoudswerkzaamheden die de verkeersveiligheid verhogen. Hiertoe dienen wij een amendement in.

Voorzitter, dan is er een urgente kwestie m.b.t. truckers en Brabantse truckplaatsen. Brabant kent belangrijke logistieke hotspots, zoals West-Brabant. Onder vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers bestaat behoefte aan beveiligde parkeerplaatsen, voorzien van sanitaire voorzieningen en horeca. Er is momenteel een gebrek aan (beveiligde) parkeerplaatsen in onze provincie. In combinatie met een aanstaand verbod op cabineovernachten en de strenge regels voor rij- en rusttijden komen vrachtwagenchauffeurs én transportondernemers hierdoor in de problemen. Afgelopen zomer is op Hazeldonk een beveiligde truckparking geopend, mede mogelijk gemaakt door o.a. het bedrijfsleven de BOM. Wij zouden willen dat er méér truckparkings in Brabant komen naar voorbeeld in Hazeldonk. En vragen via een motie of de provincie Noord-Brabant dit wil aanjagen/bewerkstelligen.

Voorzitter, tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers provinciebegroting 2018 (10 november 2017)