Berichten

Save-the-date: Burenbabbel Eindhoven 15/03!

                     

SAVE-THE-DATE

Burenbabbel Eindhoven

Mobiliteit
Vaak te maken met grensoverschrijdende samenwerking?
Of gewoon geïnteresseerd in Europa?

Kom babbelen met interessante sprekers
(o.a. wethouder Stijn Steenbakkers)!

Georganiseerd door Europarlementariërs Esther de Lange (CDA, Vicevoorzitter EVP-fractie) en Ivo Belet (CD&V, Lid EVP-fractie

Gemodereerd door Linda Hofman, fractievoorzitter CDA Eindhoven

Grand Café Usine
Lichttoren 6

5611 BJ Eindhoven

15/03/2019
Aanvang 19:30u Inloop vanaf 19:00u
Aansluitend borrel

Aanmelden via esther.delange@europarl.europa.eu

 

Tweede Sint-Janslezing – Inleiding door Stijn Steenbakkers

Op 15 februari jl. verzorgde Stijn Steenbakkers, oud-Statenlid en thans wethouder voor het CDA in de gemeente Eindhoven, de inleiding voor de Tweede Sint-Janslezing in de Sint-Janskathedraal te ‘s-Hertogenbosch. Zijn spreektekst is hieronder te vinden.

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Wethouder Gemeente Eindhoven
Tweede Sint-Janslezing
(15-02-2019)

Inleiding

Monseigneur, Dames en Heren,

De verkiezing van Trump, de protesten van de gele hesjes in Frankrijk, en het rapport van onze eigen Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onder de titel De val van de middenklasse?.

We leven in een bijzondere tijd. Ik vind het een eer dat u mij juist in deze tijd heeft gevraagd om te spreken over mijn visie op onze economie en samenleving. Monseigneur, dank voor de uitnodiging!

Ik zal gedurende deze lezing schakelen tussen de ontwikkelingen op een meer macroniveau en op het Brabantse niveau, meer specifiek Zuidoost-Brabant. Waar ik als wethouder Economie & Brainport van de stad Eindhoven de economische ontwikkelingen in (Zuidoost-)Brabant nauwgezet volg. In deze lezing geef ik u vanuit mijn persoonlijke kant enkele diepere bespiegelingen over de uitdagingen in onze economie en samenleving die ik op dit moment zie, en probeer daarbij ook meteen een begin van een perspectief te schetsen. Ik doe dit op basis van wat op mijn hart ligt n.a.v. artikelen, boeken die ik heb gelezen, ervaringen en gesprekken die ik in de afgelopen jaren heb gehad. In het besef dat dit verre van volledig is.

15 februari is in economisch opzicht een bijzondere dag. In de wereldgeschiedenis vonden er enkele fundamentele omwentelingen plaats.

  • 15 februari 1864 is de oprichtingsdag van misschien wel het bekendste bedrijf van het Koninkrijk der Nederlanden. Op die dag in 1864 kocht de toen 22-jarige Gerard Adriaan Heineken namelijk brouwerij ‘De Hooiberg’ in Amsterdam. Een omwenteling. Het begin van de firma Heineken. Nu zijn we hier in Brabant gelukkig gezegend met een ander heerlijk biermerk, gemaakt door een fantastisch Brabants familiebedrijf, maar toch: een Nederland zonder Heineken, zegt zelfs deze Brabander, zou een gemis zijn.
  • Exact 72 jaar later, op 15 februari 1936, vond een andere economische omwenteling plaats op Europees niveau. In Duitsland, dat destijds gebukt ging onder een verschrikkelijk bewind, vond de opening van de eerste fabriek van Volkswagen plaats. Ik heb getwijfeld of ik deze gebeurtenis moest noemen, juist vanwege die donkere kant die er ook onlosmakelijk mee verbonden is. Tegelijkertijd heeft het beschikbaar komen van een auto voor de gewone man onze economie in de 20e eeuw structureel veranderd.
  • En nog maar 14 jaar geleden, op 15 februari 2005, weer zo’n economische omwenteling, maar dan op wereldniveau. De oprichtingsdag van YouTube. Een compleet nieuwe sector, waardoor bestaande industrieën, zoals de muziekindustrie, structureel werden veranderd

Centrale boodschap

En nu is het weer 15 februari, 15 februari 2019.

  • In Amerika is de ‘American Dream’ op veel plekken vervangen door de ‘Fear of Falling’. De angst om te verliezen wat verworven leek. De opkomst van het gevoel dat harder werken niet altijd leidt tot een beter bestaan. Voor de Verenigde Staten is dit gevoel ook een omwenteling.
  • In Frankrijk lopen al maandenlang grote groepen mensen in gele hesjes. Zij protesteren tegen de overheid en willen verandering, het beter krijgen. Ook zij willen een omwenteling.
  • In ons eigen land, zo vertelde minister Hoekstra recent, vindt 85% van de mensen dat het hen economisch goed gaat, maar nog maar 35% denkt dat hun kinderen het financieel beter gaan krijgen dan zijzelf. Nog nooit was deze kloof zo groot, ook een omwenteling.

Allemaal fundamentele ontwikkelingen. Ondertussen worstelen overheden met het vinden van passende en hedendaagse antwoorden. Ook de vrije markt heeft absoluut geen kant en klare oplossing. Zowel markt als overheid zijn naar mijn idee, om het maar economisch te benoemen, in een zekere zin failliet. Zij kunnen dit niet alleen in de bestaande structuren oplossen.

Daarom geloof ik dat we vandaag de dag wéér een omwenteling nodig hebben. Een andere omwenteling. Een meer fundamentele. Eén in de structuur. Volledig beseffend dat ook mijn perspectief niet alomvattend is en slechts een deel van of aanzet tot de totaaloplossing. Maar ik geloof wel dat dit een begin van een perspectief is én dat we er mee moeten beginnen.

Ik pleit voor een fundamentele omwenteling door de informele kant van onze economie te versterken, met de ‘triple helix’ samenwerking als middel. De informele economie is alles wat niet tot de markt en tot de overheid behoort. De Italiaanse econoom Bruni gebruikt de term ‘civiele economie’. ‘Een economie’, zoals hij zegt, ‘waarin de intrinsieke waarde van intermenselijke relaties economisch wordt erkend’. Een economie is meer dan wat meetbaar is in geld.’ De triple helix samenwerking – de samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs verenigd in een onafhankelijk orgaan waar de hoofdlijnen van het economisch beleid gezamenlijk in gedragenheid worden bepaald – is hier naar mijn idee een perfect hedendaags voorbeeld van. Alle partijen zetten zich daar vrijwillig in, in onderlinge afhankelijkheid, voor het groter belang en de bredere economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Deze triple helix samenwerking zou naar mijn idee op alle niveaus gestalte kunnen krijgen: op lokaal, regionaal, nationaal en wellicht zelfs Europees niveau. Waarbij ik ervoor pleit dat de centrale overheid dit in ieder geval stimuleert en ondersteunt op lokaal en regionaal niveau.

En Brabant kan hierbij met zijn historie en ervaringen in triple helix samenwerkingen zoals Brainport, AgriFood Capital en Midpoint een belangrijke rol vervullen.

De huidige economische situatie

Hoe kom ik hierop? Ik neem u mee in mijn diepere analyse.

Na de crisis van 2008 kennen we een fantastische economische groei in Nederland, over de laatste vier jaar gemiddeld meer dan 2,0% per jaar. De werkloosheid liep in de crisis flink op met als piek 7,4% in 2014, om vervolgens vanaf 2015 weer te dalen naar 4,9% eind 2017. Historisch gezien zeer laag.

Voor Brainport Eindhoven golden bijna Chinese economische groeicijfers. In 2017 4,9% groei, ver boven het landelijk gemiddelde. Met een werkloosheidspercentage van 4,2%, iets onder het landelijk gemiddelde. Op dit moment staan er alleen in de Brainport regio bijna 13.000 vacatures open die we niet zomaar krijgen ingevuld. Vaak in de high tech maakindustrie, op alle niveaus: wo, hbo en mbo. Dus zowel de knappe koppen als de gouden handjes.

We kunnen dus stellen dat het, op zijn Brabants gezegd, ‘keigoed’ gaat met onze economie. Niks meer aan doen. Strik eromheen en door. Toch?

Laat ik beginnen met te zeggen dat er natuurlijk veel dingen goed gaan in onze economie en samenleving, en dat we daar met elkaar echt trots op mogen zijn. Maar in de diepere lagen van onze economie en samenleving broeit en speelt er veel meer. En dit is breed in de westerse wereld. Ik had het er al over:

  • In Amerika de ‘Fear of Falling’.
  • In Frankrijk de gele hesjes.
  • In Nederland de zorgen om de financiële toekomst van onze kinderen.

Kim Putters, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, verwoordde dit gevoel in Nederland naar mijn idee heel goed: ‘Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’.

Analyse

Hoe komt het nu dat we zulke fundamentele vragen over de houdbaarheid van onze economie/samenleving hebben? Het is natuurlijk moeilijk om hier een eenduidig antwoord te geven en ik zal verre van volledig zijn, maar laat ik hierop mijn analyse en visie geven.

Caroline de Gruyter beschreef het in haar column in NRC, o.a. geïnspireerd op de Canadese hoogleraar Mintberg, laatst mooi: ’Stelt u zich een kruk op drie poten voor.’ Stevig en in balans op de grond. Historisch gezien kon je onze economie/samenleving zien als een kruk, met drie stevige poten: de markt, de overheid en de informele sector. Markt en overheid behoeven geen verdere uitleg. Tot de informele sector behoorden de vele verenigingen, kerken, clubjes, vakbonden, gilden, product- en bedrijfschappen, buurtgezelschappen en ga maar door. Juist in onze Brabantse economie/samenleving was deze informele sector zeer aanwezig. En nog steeds zien we dit aspect in Brabant sterk terug. Houdt u dit krukje nu even vast in uw gedachten en zie hoe twee historische ontwikkelingen begonnen te zagen aan twee van de krukpoten.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog ontstond op het politieke toneel een decennialange focus op de strijd tussen kapitalisme en communisme. In deze intensieve strijd tussen markt en overheid, tussen links en rechts, tussen individu en collectief is veel wat noch tot de markt noch tot de overheid behoort in de afgelopen decennia langzaam steeds meer in het politieke verdomhoekje geraakt. De informele sector. Het cement tussen markt en overheid. De sector die zowel overheid als markt kon temmen. Het belangrijkste verschil was dat in die informele sector men informeel sterk met elkaar verbonden en afhankelijk was. Men keek naar elkaar om, zorgde voor elkaar. Er golden informele regels die zowel voor de markt als voor de overheid onlogisch waren. De Italiaanse econoom Bruni zou zeggen dat intermenselijke relaties hier economisch werden gewaardeerd. Mensen deden dingen voor elkaar die niet mogelijk waren voor markt of overheid. Twee voorbeelden.

  1. Een voetbalvereniging die een nieuwe accommodatie nodig had in economische hoogtijdagen. Op de ‘markt’ kon het niet voor het geld dat ze hadden gereserveerd. Een aantal aannemers, die de club een warm hart toedroegen, ‘konden het wel’ uit liefde voor de club. Het enige wat ze wilden was het gereserveerde geld van de gemeente en dan regelden ze het allemaal zelf wel. In het verleden kon dit. Maar tegenwoordig is dit moeilijker. Veel is dichtgeregeld: aanbestedingsregels, procedures, welstandseisen, bestemmingsplannen etc. Terwijl wanneer dit wel zou kunnen de informele sector de markt ‘te slim af’ kan zijn.
  2. De bedrijfshal en het productiemateriaal van een ondernemer die zwaar waren beschadigd door een blikseminslag en wateroverlast. In plaats van te wachten op het verzekeringsgeld werd de ondernemer door concurrenten en andere bedrijven direct geholpen aan een nieuwe ruimte om te kunnen blijven produceren tot het gebouw werd gemaakt. Medewerkers en mensen uit de buurt werkten gratis mee aan de verhuizing. De overheid bood steun en keek actief mee hoe ze zo flexibel mogelijk met de regels kon omgaan in deze bijzondere situatie.

Allemaal voorbeelden van een informele sector en samenwerking tussen partijen waarvan er gelukkig nog steeds veel mooie voorbeelden in Brabant zijn. Maar door de voortdurende focus op markt-overheid, links-rechts, hebben we deze krukpoot in politieke zin wel verwaarloosd en wellicht onbewust beschadigd. ‘De economie’ werd meer van de andere twee actoren, van de markt en/of de overheid.

Deze machtsverhouding was in de meeste westerse samenlevingen, ook de Nederlandse, tot ca. twintig jaar geleden minder merkbaar. Waarom?

Hier komt Mintzberg met een interessante analyse. Er bestonden namelijk nog twee dominante marktordeningsideologieën: het communisme en het kapitalisme. Zij vochten op het wereldtoneel om dominantie. Hoewel in de meeste westerse landen het kapitalisme, de markt, op meer aanhang kon rekenen bestond er óók in westerse landen een grote groep aanhangers van het communisme. Door de aanwezigheid van een sterke andere ideologie, in dit geval het communisme, werd het kapitalisme, de markt, getemd. En feitelijk werd de rol van de overheid hierdoor versterkt. De scherpe randjes gingen zo van het kapitalistische systeem af. Maar toen het communisme wereldwijd langzaam aftakelde, met uiteindelijk de val van de Muur, veranderde dit. Het kapitalisme had ‘gewonnen’ en geen concurrentie meer. En toen ging ‘de markt’ los…

  • Met een onuitputtelijk geloof in deregulering, een blind vertrouwen in de vrije markt en het heilige geloof in groei, ‘no matter what’, evolueerden onze economie en samenleving tot wat zij nu zijn.
  • De dominantie van de markt. Waarbij de overheid de markt niet of nauwelijks meer kan temmen.
  • Het is schokkend, maar in veel landen is de markt nu even machtig als de staat destijds in het Oostblok was.
  • En dit systeem loopt, naar mijn idee, tegen zijn grenzen aan.

Oordeel

En nu weer terug naar het krukje van De Gruyter. Er zitten nog steeds drie poten onder. De krukpoot van de markt staat fier overeind, maar bij de andere twee zitten stevige scheuren. Het evenwicht is zoek.

Mensen glijden van het krukje af. Glijden uit onze economie/samenleving. Voelen zich er geen onderdeel meer van. Voelen zich, soms, machteloos.

Het is naar mijn overtuiging dit effect, deze ontwikkeling, die leidt tot de fundamentele bestaanszekerheidsvragen.

Dit zijn de gele hesjes. De economie, de samenleving. Ze voelen zich er geen onderdeel meer van. Sommige voelen zich machteloos. Het staat ver weg.

Dit is ook te zien in de betekenis van het woord ‘economie’ nu. Lees het nieuws met het woord economie erin: het gaat over financiële markten, rentes, winsten etc. In de Dikke van Dale staat letterlijk:

  1. De wetenschap die het menselijk streven naar welvaart tot voorwerp heeft.
  2. Het geheel van financiële voorzieningen, de handel en industrie van een land.

Deze definitie staat ver weg van mensen. Er is behoefte aan meer geborgenheid, aan een economie waar mensen zich meer nadrukkelijk onderdeel van voelen. Is de markt dan slecht? Nee, zeker niet. We hebben de markt hard nodig. Maar de markt is nu wel heel dominant geworden.

Zoals ik al in mijn inleiding en bij mijn centrale boodschap heb gezegd, denk ik dat fundamentele versterking van de informele economie via de triple helix samenwerking bij economisch beleid kan bijdragen aan een oplossing. Waarom zeg ik dit en wat heeft mij hierbij geïnspireerd?

Inspiratie: leren uit het verleden

Wat is economie? De oorsprong: humanisme en katholicisme

Zijn er bij het zoeken naar een oplossing inspiratiebronnen? Ongetwijfeld zijn er in vele overtuigingen/religies heel mooie inspiratiebronnen te vinden. Ook hier wil ik zeker niet de schijn wekken volledig te zijn. Maar voor mij zijn er twee die eruit springen: het humanisme en het katholicisme.

Het humanisme. Tijdens mijn middelbareschooltijd op Bernrode, hier in de buurt in Heeswijk-Dinther, leerden we dat het Griekse woord ‘oikos’ huis betekende. Dit stond overigens soms op de muren in de ‘chambretjes’ gekrast. Wellicht omdat de studenten van die tijd wel eens heimwee hadden? Klopt dit Monseigneur? En daarna leerden we dat dit eigenlijk het basiswoord was voor ‘oikonomia’, het equivalent van economie nu. ‘Oikonomia’ bestaat uit de Griekse woorden ‘oikos’ (huis) en ‘nomos’ (wet/regel). In het Grieks betekende ‘oikonomia’, economie, dus niets meer of minder dan huishoudkunde. Bij de Grieken had het woord economie dus een zeer kleinschalige en dichtbije betekenis.

Dit strookt ook met wat we zien in de deugdenethiek van Aristoteles uit die tijd. Hij verstond onder oikonomia ‘alles wat nodig is om je doel/de praxis te verwezenlijken’. Het streven naar sec meer welvaart of geld, puur als doel, zou Aristoteles dus sterk afkeuren. Omdat hierin de praxis, het doel, niet meer centraal zou staan.

Ook het katholieke denken biedt inspiratie. Het woord ‘oikonomia’ wordt hier gebruikt in het Nieuwe Testament (Lucas 16:2-4), waar het werd vertaald als ‘beheer’ of ‘rentmeesterschap’. Het gaat hier om een zorgvuldig beheer van een goed of dienst, maar ook van je omgeving/de wereld.

Dit begrip van economie is verder uitgewerkt in het katholieke sociale denken door de jaren heen. Van het ‘Rerum Novarum’ (1891) tot het ‘Laudato Si’ (2015). Dit denken zegt dat mensen/partijen het met elkaar moeten doen en dat ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De mensen die rijk zijn, zowel qua bezit of geest, dus ook als je bovenmatige intellectuele capaciteiten hebt, zijn verplicht deze ‘overvloed’ te delen met hun medemensen. Je mag dus zeker rijk zijn, bezit hebben, sterker dit wordt aangemoedigd, maar je bent verplicht dit te delen.

Interessant vind ik de directe lijn van dit denken naar het recente ‘Laudato Si’ van Paus Franciscus uit 2015. Hierin wordt de integraliteit van de onderlinge verbondenheid van mensen, die nu op aarde rondlopen, nadrukkelijk verbonden naar onze kinderen en kleinkinderen die nog geboren moeten worden. Het legt wederom een sterke rol op het beherende van de mens in de economie. Duurzaamheid. We hebben het allemaal te leen van onze (klein)kinderen. Zoals een familiebedrijf.

Uiteindelijk komen de katholieke sociale leer en inspiratie voor mij in diepere zin hierop neer.

Mensen zijn, juist zonder markt of overheid, intrinsiek met elkaar verbonden en hebben een verantwoordelijkheid voor elkaar te zorgen. Alleen onderlinge samenwerking en verbinding tussen (groepen) mensen leiden tot een betere en duurzaam houdbare economische orde/samenleving.

Dames en heren, zowel de oude Grieken, een economie die dichtbij is/‘huishoudkunde’, als het katholieke sociale denken in a. ‘het beherende’ en b. ‘de onderlinge verbondenheid en goede samenwerking’ geven mij inspiratie om te kijken hoe we het evenwicht kunnen terugbrengen.

Mijn perspectief

Zoals gezegd in mijn boodschap aan het begin, geloof ik in een fundamentele omschakeling. De informele sector moet worden versterkt. Ik stel voor om dit te doen op een hedendaagse manier, via de samenwerking in de triple helix. In dit onafhankelijke orgaan zetten ondernemers, overheden en onderwijs zich gezamenlijk op vrijwillige basis in om de lokale, regionale, landelijke en wellicht zelfs Europese economische koers te bepalen. Alle partijen zullen daarbij wellicht een deel van hun verantwoordelijkheden moeten durven loslaten. Waarom geloof ik hierin?

  1. Burgers kunnen zo op drie verschillende manieren indirect verbonden zijn met de vorming van economisch beleid. Via de overheid, via het onderwijs of via het bedrijfsleven. Dit kan ervoor zorgen dat economie weer dichter bij mensen komt te staan. ‘Op huishoudniveau’, zoals ooit bedoeld door de oude Grieken.
  2. In de triple helix zijn alle partijen erbij gebaat om goed samen te werken. Om rekening te houden met elkaars belangen, juist op de langere termijn. Je moet er gezamenlijk uitkomen en weet ook dat je elkaar (over)morgen en over één jaar, tien jaar weer tegenkomt. Dit kan zorgen voor een meer beherende, lange termijn vorm van economisch beleid. Zie hier het beherende uit het katholiek sociale denken.
  3. Door de manier van samenwerken wordt ook een informele onderlinge verbinding en afhankelijkheid gecreëerd. Zoals de Italiaan Bruni zei: ‘De intrinsieke waarde van intermenselijke relaties wordt economisch erkend’. Partijen hebben iets voor elkaar over, hoewel het financieel gezien wellicht op sec dat onderdeel niet het meest efficiënt is. Feitelijk de informele sector zoals we die vroeger kenden. Zie hier de inspiratie van de onderlinge verbondenheid uit het katholieke sociale denken.

In mijn centrale boodschap bij de inleiding heb ik ook gezegd dat Brabant en Brainport hierin een gidsfunctie kunnen vervullen.

Waarom vind ik dat? Om drie redenen:

  1. Het zit in het DNA van de Brabander. Er is behoefte om dit te verkennen en verbeteren! Om het evenwicht te herstellen. Veel mensen in Brabant zijn op zoek naar verbetering van ons economisch systeem en van onze samenleving, naar zingeving met een zachte G. Brabant Advies verwoordt dit wat mij betreft mooi in de uitnodiging voor de Trendnacht 2019: God, Geld en Geluk. ‘Brabant is ontkerkelijkt. De levensbeschouwelijke leegte die het geloof achterliet, is opgevuld door het streven naar materiële welvaart, individuele vrijheid en geluk. Maar deze geld-is-geluk-bubbel is niet zaligmakend, merken we. Ondanks dat grotere huis, die mooiere auto, die tweede vakantie, missen we iets. Zo zijn steeds meer jonge Brabanders op zoek naar betekenis. En ook ondernemers in Brabant gaan niet alleen maar voor winstmaximalisatie: ze willen dat hun bedrijf ook sociale en ecologische meerwaarde creëert. Wat bezielt deze zingevers met een zachte G? Wat maakt ons leven en het samenleven waarde(n)vol?’
  2. De langetermijnvisie zit in het DNA en de structuur van de Brabantse economie. Dit omdat de Brabantse economie, en helemaal die in Brainport Eindhoven, zich kenmerkt door een zeer sterke, hechte maar afhankelijke bedrijfsstructuur. In Brainport werken Philips, ASML, VDL, NXP en DAF samen in een keten met 6000 MKB-ondernemingen. Deze zijn afhankelijk van elkaar, wat maakt dat bedrijven verder kijken dan de volgende kwartaalcijfers. Dit langetermijndenken is van enorme meerwaarde aan de triple helix tafel.
  3. We hebben er ervaring mee in Brabant. In Brainport werken en experimenteren overheid, bedrijfsleven en onderwijs bijvoorbeeld al sinds de jaren ’90 met de triple helix samenwerking . Op basis van gelijkwaardigheid tussen de drie partijen worden hier belangrijke beslissingen voor de toekomst genomen.

Zijn we er dan al in Brabant/Brainport? Nee natuurlijk niet, dit is een complex probleem dat niet zomaar is opgelost. En ook acteren we in een mondiale, concurrentiegevoelige economie. Maar er staat een fundament. Drie partijen, drie poten van de kruk, praten op basis van gelijkwaardigheid met elkaar en nemen samen beslissingen. De ambitie is er om ook Brainport nog meer ‘voor iedereen’ te laten zijn en dichter bij mensen te brengen. Daar gaan we dit jaar allerlei initiatieven voor nemen (MKB klankbord; werkgroep sociale inclusiviteit/brede welvaart). Het is mijn overtuiging dat we in dit soort relatief nieuwe structuren als de triple helix verder moeten gaan ontdekken en ontwikkelen. Geen gemakkelijke opgave, maar zeker mogelijk!

Kortom, de ingrediënten zijn er om het anders te doen, om zo een duurzamer en draagbaarder economisch systeem en samenleving te creëren.

Monseigneur, tot zover. Ik ben heel benieuwd naar uw visie en kijk op deze thematiek.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Tweede Sint-Janslezing (15 februari 2019)

Wisseling van de wacht bij CDA Brabant

Wisseling van de wacht bij de fractie van CDA Brabant: op 29 juni a.s. nemen Statenleden Stijn Steenbakkers en René Kuijken afscheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Zij worden opgevolgd door Kees de Heer en Jeffrey van Agtmaal, die diezelfde dag worden geïnstalleerd.

Bosschenaar Stijn Steenbakkers werd eind vorige maand benoemd als wethouder in de gemeente Eindhoven, een fulltime functie die zich niet laat combineren met het lidmaatschap van Provinciale Staten. René Kuijken uit Bergeijk stopt omwille van het afronden van zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Wageningen.

Opvolgers Kees de Heer uit Eindhoven en Jeffrey van Agtmaal uit Woensdrecht hebben beiden al de nodige Staten-ervaring. Zo verving Kees de Heer vorig jaar fractievoorzitter Marianne van der Sloot tijdens haar zwangerschapsverlof en was Jeffrey van Agtmaal al eerder Statenlid in de periode 2011-2015.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Met het vertrek van Stijn en René verliest onze fractie twee boegbeelden. Hun ervaring, dossierkennis, kleurrijke inbrengen en energie gaan we in de Staten enorm missen. Gelukkig hebben we met Kees en Jeffrey twee uitstekende opvolgers in huis. Met hen aan boord zijn we weer op volle sterkte en helemaal klaar voor een nieuw, spannend politiek seizoen.”

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Schriftelijke vragen over financiële hulp aan Zeeland

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over financiële hulp aan de provincie Zeeland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over financiële hulp aan Zeeland.

Geacht college,

Recent meldden verschillende media dat de provincie Zeeland er financieel zo slecht voor staat, dat het Rijk en andere provincies moeten bijspringen. Zo zou de provincie Noord-Brabant 4,5 miljoen euro naar Zeeland moeten overmaken en de provincie Gelderland 5,4 miljoen euro.1

De reden voor de slechte financiële situatie van Zeeland is dat de provincie al jarenlang geen dividendinkomsten meer ontvangt uit haar aandelen in energiebedrijf Delta, dat verlieslijdend is. Aldus een onderzoekscommissie o.l.v. Geert Jansen.  

Naar aanleiding van deze berichtgeving heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Is het juist dat de provincie Noord-Brabant een bedrag van 4,5 miljoen euro moet bijdragen om Zeeland er financieel boven op te helpen?

02. Waarop is de hoogte van dit bedrag gebaseerd? En onder welke voorwaarden? Betreft het een gift, een niet rente dragende lening of andersoortige afbetalingsregeling?

03. Wanneer legt u dit besluit ter goedkeuring voor aan Provinciale Staten?

04. Hoe ziet u het complete onderhandelingsresultaat van provincies en Rijk eruit m.b.t. de financiële hulp aan Zeeland?

05. Kunt u ons meenemen in deze onderhandelingen? Was dit scenario (waarin Rijk en andere provincies Zeeland te hulp schieten) het enige scenario dat op tafel lag?

06. Volgens het rapport-Jansen is het financiële ‘reddingsplan’ voor Zeeland een tijdelijke oplossing voor drie jaar vooruitlopend op een nieuwe verdeling van het provinciefonds.2 Wanneer er in Zeeland echter sprake is van acute financiële nood, dan zou een directe herverdeling van het fonds aan de orde zijn. Dat is niet het geval. Waarom dan toch nu betalen?

07. Klopt het dat, wanneer Brabant of andere provincies niet instemmen met financiële steun aan Zeeland, dit gevolgen heeft voor de jaarlijkse bijdrage(n) die de provincies van het Rijk, via het provinciefonds, ontvangen? Indien ja, wat houden deze gevolgen in?

08. Wat gaat de inzet van de provincie Noord-Brabant zijn bij de nieuwe verdeling van het provinciefonds?

Het CDA vindt solidariteit heel belangrijk, het is één van onze kernwaarden. Daaronder valt wat ons betreft ook hulp aan een buur in (financiële) nood. Maar solidariteit is kostbaar en derhalve niet onbegrensd. Bovendien kan solidariteit niet zonder draagvlak en vertrouwen. En we weten allemaal: vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

09. Hoe kunnen we borgen dat we situaties als die in Zeeland in de toekomst eerder signaleren, zodat de gemeenschap er niet of zo min mogelijk mee wordt belast? Dit gegeven het feit dat er in ons land meer provincies (en andere overheden) zijn met aandelen in bijv. energiebedrijven (zoals de provincie Overijssel in Enexis en Vitens). Is het huidige instrumentarium voor toezicht, resultaat en controle op dit soort ‘constructies’ volgens u nog wel voldoende?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1  Zie o.a. https://www.gelderlander.nl/home/gelderland-moet-5-4-miljoen-betalen-aan-zeeland~aa2832c4/.

2 Financiële problematiek Provincie Zeeland – Advies van de tijdelijke commissie-Jansen, Uitwerking taakopdracht, https://www.zeeland.nl/file/4845/download?token=D1S1YnMt3GEyheIbIq9ZQC091LhAN-ifA9Iy6oXSZ-0, pag. 8.

Schriftelijke vragen over financiële situatie gemeente Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over de financiële situatie van de gemeente Eindhoven.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de financiële situatie van de gemeente Eindhoven.

Geacht college,

Het CDA heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de antwoorden op onze mondelinge vragen over verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven d.d. 17 november jl.1

Sindsdien zijn er in de media opnieuw verschillende berichten verschenen over de financiële problemen c.q. uitdagingen van de gemeente Eindhoven en de positie/visie van de provincie als toezichthouder.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. In uw brief aan de gemeenteraad van Eindhoven d.d. 15 december jl.2 meldt u dat u op 31 maart 2017 een brief aan de gemeente Eindhoven heeft gestuurd, waarin u de gemeenteraad informeert over een aantal belangrijke toetsingsaspecten en ontwikkelingen over het financieel toezicht. Kunt u Provinciale Staten deze brief3 (nogmaals) doen toekomen?
  2. U meldde dat als gevolg van de herindeling met de gemeente Nuenen, volgens de Ahri-procedure4, ook Eindhoven onder preventief toezicht komt te staan. Dit is een andere vorm van toezicht dan het toezicht voor een gemeente die in financieel zwaar weer zit. Kunt u voor ons op een rijtje zetten wat de criteria zijn voor de verschillende vormen van toezicht?
  3. Kunt u schetsen wat voor u als tweede toezichthouder (na de gemeenteraad) de ondergrens is t.a.v. de financiële situatie van Eindhoven, om tot een besluit te komen de gemeente onder verscherpt (repressief) financieel toezicht te stellen?
  4. Verwacht u dat de slechte financiële situatie van de gemeente Eindhoven gevolgen gaat hebben voor de (agenda van de) Brainport regio? Brainport vraagt een bijdrage van 170 miljoen euro uit het nieuwe regiofonds van het kabinet en draagt zelf 200 miljoen euro bij. Wat is het aandeel van de gemeente Eindhoven hierin en heeft de gemeente dat geld ook daadwerkelijk?
  5. Verwacht u dat de slechte financiële situatie van de gemeente Eindhoven gevolgen gaat hebben voor de op stapel staande herindeling met de gemeente Nuenen? In positieve zin (de Rijksbijdrage aan iedere gemeente is bijvoorbeeld afhankelijk van het inwoneraantal en wellicht levert een hoger inwoneraantal extra ‘toeslagen’ op t.b.v. het in stand houden van ‘centrumgemeentelijke’ voorzieningen) dan wel in negatieve zin (ingeval Eindhoven te weinig bestuurskracht toont of de Tweede en Eerste Kamer de herindeling met alleen Nuenen afwijzen).
  6. In uw brief aan de gemeente Eindhoven schrijft u dat de taakstelling ad 30 miljoen euro in het sociale domein nog niet volledig concreet is gemaakt en nog niet op hard- en haalbaarheid is getoetst. Toch vindt u dit voor nu akkoord en dient de gemeente vóór 7 juli 2018 met extra informatie te komen. Hoe en waarom bent u tot deze beslissing gekomen?
  7. Hebt u dergelijke uitzonderingen/handwegingen in het financieel toezicht ook bij andere Brabantse gemeenten toegepast?
  8. Hoe verhoudt deze beslissing zich tot de basisprincipes van de methodiek van risicogericht en proportioneel financieel toezicht waarop uw toezichtregime is gebaseerd?
  9. In uw brief stelt u dat u zich zorgen maakt over het weerstandsvermogen van de gemeente Eindhoven en dat bezuinigingen in het sociale domein dit moeten verbeteren. In dezelfde brief meldt u tevens dat zich in de begroting additionele onderliggende risico’s bevinden die het weerstandsvermogen bedreigen. Welke risico’s zijn dit en voor welke bedragen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=900101: pag. 9-14.

2 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=900195.

3 Kenmerk 4168878.

4 Wet algemene regels herindeling (meer informatie via https://vng.nl/onderwerpenindex/bestuur/herindeling/wet-arhi).

CDA: aanvalsplan vermindering bureaucratie voor ondernemers

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant met een ‘aanvalsplan’ komt om de bureaucratie en administratieve lastendruk voor ondernemers bij subsidies en regelingen te verminderen. De partij wil het provinciebestuur hiertoe oproepen tijdens het debat over de subsidieregeling MKB innovatiestimulering Topsectoren Zuid-Nederland (MIT Zuid) vandaag.

Doel van deze MIT-regeling is het stimuleren van innovatie bij het midden- en kleinbedrijf door subsidie beschikbaar te stellen voor innovatieadviesprojecten, haalbaarheidsstudies of gezamenlijke onderzoeksprojecten.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Subsidies en regelingen als het MIT leveren een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van de provincie Noord-Brabant. Onze provincie loopt voorop als het gaat om het stimuleren van ondernemers om gebruik te maken van dit soort regelingen.

Tegelijkertijd krijgen wij signalen van ondernemers dat zij veel administratieve lastendruk ervaren bij het aanvragen van subsidie via een regeling als de MIT. Ze noemen o.a. de nachtopenstelling, van 00.00 uur tot 05.30 uur, maar ook de lange tijd die er zit tussen de declaratie van gemaakte kosten en de uitbetaling van een toegekende subsidie.

Als CDA vinden we dat onwenselijk: ondernemers moeten kunnen ondernemen en als overheid dienen we dat te stimuleren in plaats van te frustreren.”

Daarom pleit het CDA voor een aanvalsplan om de administratieve lastendruk voor ondernemers te verlagen en waar mogelijk de aanvraag-/uitkeerprocedures te versnellen en te vereenvoudigen. De provincie zou dit samen met Stimulus Programmamanagement moeten oppakken, de uitvoeringsorganisatie die namens de provincie Noord-Brabant subsidieprogramma’s beheert en faciliteert.

Via een motie (verzoek aan het provinciebestuur) roept het CDA het provinciebestuur op om dit aanvalsplan vóór 31 december 2018 klaar te hebben.

Schriftelijke vragen: kan de oplossing voor Wilbertoord ook de oplossing voor Olland zijn?

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers n.a.v. het slechte mobiele telefoonbereik in bepaalde delen van Brabant: kan de oplossing voor het dorp Wilbertoord ook de oplossing voor het dorp Olland zijn?

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Wilbertoord-Olland.

Geacht college,

Al jarenlang maakt het CDA zich zorgen over de leefbaarheid in bepaalde delen van Brabant. Met het verdwijnen van basisvoorzieningen als een bushalte, pinautomaat of brievenbus wordt het leven er voor een aanzienlijk aantal Brabanders niet beter op.

Zo ook in het dorp Olland, gemeente Meierijstad, waar het mobiele telefoonbereik zo slecht is dat alarmnummer 112 regelmatig onbereikbaar is. In de afgelopen jaren hebben we als CDA meerdere keren aandacht gevraagd voor deze beklagenswaardige situatie.

Al op 31 oktober 2016 riepen wij via schriftelijke vragen het provinciebestuur op om in actie te komen1. Toen een jaar later de situatie voor de inwoners van Olland nog altijd onveranderd bleek, stelden wij op 25 september 2017 opnieuw schriftelijke vragen met een oproep om als provincie te bemiddelen in een oplossing2.

Op 13 oktober 2017 vroegen de CDA Tweede Kamerleden Joba van den Berg en Erik Ronnes via Kamervragen opheldering aan het kabinet3. En op 10 november 2017 noemden wij Olland expliciet tijdens het debat over de provinciebegroting 2018, want de situatie in Olland is exemplarisch voor die op veel andere plaatsen in Brabant4.

Gegeven al onze inspanningen om u, en via u andere betrokken overheden en de telecomaanbieders, te bewegen mee te werken aan een oplossing, hoopten wij dat de inwoners van Olland inmiddels zouden zijn verlost van hun ‘bereikbaarheidsprobleem’. Maar helaas: dat probleem is er nog steeds.

Dit stemt droevig, in de eerste plaats voor de inwoners van Olland. Toch er is ook reden voor hoop. Op 20 februari jl. berichtte Omroep Brabant namelijk over Wilbertoord5, een dorp in de gemeente Mill en Sint Hubert. Ook daar was nauwelijks mobiel bereik, totdat dorpsbewoners zelf op zoek gingen naar een zendmast en KPN zover wisten te krijgen deze mast aan het dorp te schenken. Een mooi voorbeeld van wat allemaal mogelijk is als mensen samen ergens de schouders onder zetten én de juiste partners weten te vinden.

Naar aanleiding van het succesverhaal van Wilbertoord hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Waren het probleem van én de oplossing voor het slechte mobiele telefoonbereik in Wilbertoord bij u bekend?
  2. Bent u als provincie op enigerlei wijze betrokken geweest bij het oplossingstraject?
  3. Wat zijn naar uw mening doorslaggevende (succes)factoren geweest bij het realiseren van fatsoenlijk mobiel telefoonbereik in Wilbertoord?
  4. Bent u nog steeds van mening dat de provincie geen actieve rol moet spelen bij het oplossen van leefbaarheidsvraagstukken, zoals het helpen zorgen voor fatsoenlijk mobiel telefoonbereik?
  5. Zou volgens u de oplossing voor Wilbertoord óók de oplossing voor Olland kunnen zijn?
  6. Gegeven de passieve houding van provincie en andere overheden tot dusver: wat kan de provincie doen om ervoor te zorgen dat het succesverhaal van Wilbertoord navolging krijgt in al die andere plaatsen in Brabant waar inwoners kampen met slecht mobiel telefoonbereik?
  7. Ziet u in dat kader iets in het, onder uw regie, bij elkaar brengen/verzamelen van expertise, partners en goede voorbeelden met als doel meer particuliere initiatieven als die in Wilbertoord van de grond te krijgen? Met andere woorden: het ‘vullen’ van de ‘gereedschapskist’ waarmee burgers zélf aan de slag kunnen?
  8. Indien ja, welke acties bent u bereid hiervoor te gaan uitzetten?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie http://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2016/10/Schriftelijke-vragen-over-mobiele-bereikbaarheid.pdf.

2 Zie http://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2017/09/Schriftelijke-vragen-over-mobiel-telefoonbereik-in-Brabant.pdf.

3 Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z13726.pdf.

4 Zie http://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2017/11/Spreektekst-Stijn-Steenbakkers-provinciebegroting-2018-10-november-2017.pdf.

5 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2749891583/Eindelijk+mobiel+bereik+in+Wilbertoord+bewoners+regelen+zelf+tweedehandse+mast.aspx.

CDA: “De Vuelta is meer dan een potje hard fietsen”

“De Vuelta is meer dan een potje hard fietsen. De wielerwedstrijd moet Brabant niet alleen sportief op de kaart zetten, maar óók bijdragen aan verbinding en ontmoeting.” Aldus het CDA in reactie op het bericht dat de provincie Noord-Brabant, samen met o.a. de provincie Utrecht en de gemeentes Utrecht en Breda, vergevorderde plannen heeft om de Vuelta in 2020 in Nederland (Utrecht/Brabant) te laten starten.

Vorige week berichtten verschillende media, waaronder Omroep Brabant en het Brabants Dagblad, over het voorgenomen besluit om middelen te reserveren om de Vuelta in 2020 in Nederland (Utrecht/Brabant) te laten starten. “Goed nieuws”, vindt Statenlid en woordvoerder sport Stijn Steenbakkers (CDA).

Steenbakkers:

“Als CDA stelden we al in 2016 schriftelijke vragen met een oproep aan het provinciebestuur om zich hard te maken voor een Brabantse etappe in een van de grote internationale wielerrondes, zoals de Tour de France of de Vuelta1. Dat er nu een serieus plan daartoe, inclusief verschillende begrotingsmodellen, op tafel ligt, spreekt ons zeer aan.”

Wel heeft het CDA nog een aantal kanttekeningen bij het besluit, dat vorige week uitlekte via de Telegraaf. Zo vindt het CDA dat de Vuelta niet alleen ten goede moet komen aan topsport(promotie) in de provincie, maar ook dient bij te dragen aan meer verbinding in de Brabantse samenleving. Steenbakkers: “Sport brengt mensen met uiteenlopende achtergronden bij elkaar, van groot belang voor een maatschappij die steeds verder individualiseert en waarin mensen uit verschillende netwerken elkaar nauwelijks ontmoeten.”

Om aandacht te vragen voor deze en andere kanttekeningen heeft het CDA het onderwerp laten agenderen voor de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant op 23 februari a.s. De partij wil dan antwoord van het provinciebestuur op de volgende vragen:

01. Waarom is de zgn. ‘Statenmededeling’ [waarin u uw besluit aankondigt en toelicht] niet naar alle Brabantse Statenleden verstuurd? Sommige Statenleden zijn overvallen door de media zonder een bericht te hebben ontvangen.

Het voorgenomen besluit voorziet in een bijdrage van 0,95 miljoen euro door de provincie Noord-Brabant. Dit geld is afkomstig uit de Sportagenda Brabant Beweegt 2016-2019 (het provinciale sportplan gericht op ondersteuning van sportinitiatieven vanuit het oogpunt van sociale veerkracht en economische ontwikkeling) én uit de programma’s Fiets in de Versnelling (gericht op het bevorderen van fietsgebruik) en Erfgoed (gericht op ‘storytelling’ Zuidwaterlinie/Spaans-Nederlandse historie).

02. In hoeverre gaat de Vuelta ten koste van lopende of geplande projecten uit deze drie programma’s?

03. Wat gebeurt er wanneer de geraamde private bijdragen (voorzien op 6,0 miljoen euro) en aanvullende dekking uit bijv. Rijkssubsidies en commerciële opbrengsten (voorzien op 2,5 miljoen euro) tegenvallen? Is er een plan B?

In de betreffende Statenmededeling staat u niet alleen stil bij de betekenis van de Vuelta voor Brabant, maar ook bij de meerwaarde voor de Brabantse cultuur en bereikbaarheid. Wat het CDA nog mist, is hoe nu de Vuelta te ‘gebruiken’ om ook ontmoeting en verbinding tussen mensen uit álle lagen van de Brabantse samenleving te realiseren. Een maatschappelijke opgave die nadrukkelijk is vastgelegd in de Sportagenda Brabant Beweegt 2016-20192.

04. Wat zijn uw gedachtes hierbij?

05. Hoe gaat u borgen dat de Vuelta niet alleen een feestje wordt van een kleine kring ‘bevoorrechten’, maar dat zoveel mogelijk Brabanders, uit alle lagen en hoeken van de provincie, ervan kunnen meegenieten en -profiteren?

1 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=59475.
2 Zie https://www.brabant.nl/-/media/f4ae95c4381740beb871a4d55071c83e.pdf.

CDA: 250.000 euro extra voor gladheidsbestrijding

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant per direct 250.000 euro extra beschikbaar stelt voor gladheidsbestrijding op de Brabantse wegen. Hiertoe dient de partij een amendement (wijzigingsvoorstel) in op de lopende begroting 2017 tijdens de vergadering van Provinciale Staten vandaag.

Ook wil het CDA dat er in 2018 voldoende geld is om gladheid te bestrijden en ongelukken te voorkomen. Voor de financiële dekking moeten de algemene middelen van de provincie worden aangesproken, zegt financieel woordvoerder Stijn Steenbakkers.

Steenbakkers: “Al in de eerste maanden van 2017 heeft de provincie veel kosten moeten maken voor gladheidsbestrijding. Gelet op de weersomstandigheden begin deze maand bestaat het risico op kostenoverschrijding. Om dat te voorkomen en onze Brabantse wegen veilig te houden, wil het CDA nu extra geld uittrekken. Op het onderhoud van wegen en op gladheidsbestrijding mag niet worden bespaard.”

AMENDEMENT ophoging budget wegenonderhoud i.v.m. gladheidsbestrijding (15 december 2017)