Berichten

Spreektekst Kees de Heer – Debat over het Actieplan Arbeidsmarkt op 19/06

Spreektekst1 Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023
(19-06-2020)

Voorzitter,

Voor ons ligt het Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023: ‘Talent voor de kenniseconomie van morgen’.

Toekomst
Dit Statenvoorstel wordt besproken onder een vreemd gesternte: de coronapandemie raakt onze economie, ook de Brabantse economie in alle hevigheid. In het Statenvoorstel wordt gesteld dat we in een digitale transitie zitten van de economie en arbeidsmarkt. Zoiets vraagt grote veranderingen en om andere competenties en vaardigheden van werkgevers en werknemers.
Er is bovendien nu al sprake van een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt, die in de nabije toekomst groter dreigt te worden. Competenties sluiten niet aan op de vraag. Deze conclusie onderstreept het belang van een leven lang leren voor werknemers.

Zingeving
Volkomen terecht spant de provincie zich in om een (toekomstige) mismatch zo veel mogelijk te corrigeren. Het CDA vindt dat de overheid zich hiervoor moet inzetten. Niet alleen om de welvaart van haar burgers te waarborgen – zeg maar de economische motieven – want die komen in het rapport ruimschoots aanbod. Echter het verrichten van arbeid draagt bij aan de zingeving van burgers, los van economische waarde. Arbeidsmarktbeleid is meer dan een economische optelsom.

Burgers die niet kunnen werken, voelen zich langs de kant staan, en vragen zich af of ze er nog wel toe doen. Een tweedeling ligt op de loer, als die niet al realiteit is. Het CDA wil dat iedereen telt en dat we samen werken aan een land dat we kunnen doorgeven. Graag een reactie van gedeputeerde op dit punt.

Rol provincie
Ook landelijk zijn er zorgen over het evenwicht binnen onze arbeidsmarkt. De commissie-Borstlap (commissie Regulering van Werk) is dit jaar gekomen met een indringend rapport over het functioneren van de arbeidsmarkt. Veel van dit lezenswaardige rapport zal niet besproken worden op de provinciale gesprekstafels. Ik noem twee punten die wel relevant zijn voor ons als Provinciale Staten.

Zo pleit de commissie voor een cultuuromslag in onze opvattingen over duurzame inzetbaarheid. Een leven lang leren moet gewoonte worden. We kunnen het ons in Nederland niet permitteren om vrijblijvend met scholing om te gaan:

  • werknemers en werkgevers niet omdat dan uitval op de loer ligt;
  • de overheid niet omdat er dan een mismatch ontstaat op de arbeidsmarkt.

Scholing is een noodzakelijk instrument om bij te blijven op de arbeidsmarkt.

In het verlengde hiervan pleit de commissie voor het organiseren van een grote maatschappelijke alliantie om de door haar voorgestelde beleidsrichting verder uit te werken. In die zin is dit rapport geen eindpunt maar een startpunt voor alle betrokkenen, ook voor de provincie.

Integratie
Voorzitter, terug naar het voorliggende Statenvoorstel. De CDA-fractie stemt in met het voorgestelde Actieplan. Wij hebben wel twee kanttekeningen.
Allereerst, bewaak de aansluiting met de landelijke ontwikkelingen. In het hiervoor genoemde rapport worden voorstellen gedaan voor een regionale aanpak en maatwerk. Dat lijkt ons een prima aanleiding om de handen ineen te slaan met de landelijke overheid en wellicht nog extra financiële middelen te verwerven om in Brabant een goed actieplan neer te zetten. We ondersteunen dit d.m.v. een motie.

Coronacrises
Ten tweede zien we als CDA-fractie te weinig aandacht voor de gevolgen van de coronacrises. Deze crises gaat specifieke groepen hard raken. Wij willen hiervoor extra aandacht.
Hiertoe dienen wij een motie in om o.a. jongeren te ondersteunen op de arbeidsmarkt op de meest korte termijn.

Voor iedereen
Tot slot, het CDA roept het college op om snel met concrete acties aan de slag te gaan. De analyse van de huidige situatie is zeer to-the-point. Daarvoor onze waardering. Echter, de gekozen actielijnen zijn minder uitgewerkt. Bovendien ademt het voorstel erg de geest van kenniswerkers en hoogopgeleiden. Maar uit mijn voorgaande betoog: arbeidsmarktbeleid is meer dan een economische optelsom.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023 (19 juni 2020)

Motie Arbeidsmarkt in crisistijd (19 juni 2020)

Motie Meewegen recente arbeidsmarktstudies (19 juni 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over klimaatadaptie en verdroging op 19/06

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de visie klimaatadaptatie, inclusief uitwerking bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’
(19-06-2020)

Voorzitter,

We hebben de afgelopen jaren veel droogte gekend en ook dit jaar dreigt een van de droogste jaren ooit te worden, met alle gevolgen van dien. Het heeft consequenties voor zowel de kwaliteit als de kwaliteit van het grondwater.

Daarnaast krijgen we steeds vaker te maken met meer overlast van water, omdat het hemelwater weliswaar minder vaak valt, maar als het valt vaak met enorme hoeveelheden, waar ons afwaterings- en waterbergingssysteem onvoldoende is om dit te kunnen verwerken en water vast te kunnen houden. Dat hebben we ook de afgelopen week mogen ervaren. Deze wateroverlast speelt vooral in de steden, waar de verstening ervoor heeft gezorgd dat het water niet goed weg kan.

Een derde bedreiging vormt het hoge water. De stijgende zeespiegel zorgt ervoor dat onze bescherming tegen hoogwater onder druk komt te staan en ook weer de zoetwatervoorziening onder druk zet.

Deze drie problematieken hebben een nauwe verbondenheid met elkaar. Bovendien worden de natuur, burgers en ondernemers door deze problematieken getroffen. Het valt moeilijk te ontkennen dat de oorzaak ligt in de veranderingen in het klimaat. We kunnen dit niet alleen en hebben veel partners nodig om de strijd met het water op alle genoemde vlakken aan te kunnen gaan. We kijken als CDA-fractie belangstellend uit naar het programma Water en Bodem 2022-2027.

Door de verdroging in de natte natuurparels op te heffen, snijdt het mes aan meerdere kanten. Er is sprake van natuurherstel, de verbetering van de kwaliteit van bodem en water, maar er wordt tevens een natuurlijke oplossing geboden voor de verdrogingsproblematiek en de problematiek van wateroverlast. Wij verzoeken uw college wel om slim gebruik te maken van de middelen die ook ten behoeve van andere opgaven beschikbaar worden gesteld en de opgaven in samenhang met elkaar aan te pakken.

Uit het voorstel blijkt dat de benodigde financiële middelen vanuit de provincie onvoldoende zijn om de water- en bodemopgave te kunnen financieren en cofinanciering noodzakelijk is. Wij hebben begrepen dat de waterschappen het tegengaan van verdroging als prioriteit zien. Er is ook aangegeven dat het achterblijven van cofinanciering door derden een risico is. Wij verzoeken de gedeputeerde ons regelmatig te informeren over de te maken afspraken over de cofinanciering van derden.

In het voorstel wordt aangegeven het gebrek aan draagvlak ten aanzien van de realisatie van natte natuurparels, waardoor de maatregelen niet in volle omvang gerealiseerd kunnen worden. Wij maken uit dit voorstel, maar ook uit de jaarrekening 2019 en de bestuurlijke rapportage van het eerste kwartaal op, dat hier nu al sprake van is. De grote vraag is of de daarmee opgelopen achterstand moeilijk in te halen is, met het gevaar dat we het grond- en oppervlaktewater in 2027 niet op orde hebben en niet zal worden voldaan aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Graag horen wij van de gedeputeerde hoe hij hiertegen aankijkt en wat de consequenties zijn als deze termijn niet wordt gehaald.

Voorzitter, de CDA-fractie zal instemmen met de visie klimaatadaptatie en de uitwerking van de bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ om de voor deze aanpak gereserveerde middelen voor deze bestuursperiode beschikbaar te stellen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop visie klimaatadaptatie (19 juni 2020)

Spreektekst John Bankers – Debat over de veiligheid in Brabant op 19/06

Spreektekst1 John Bankers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ en de begrotingswijziging bestuursakkoordmiddelen ‘Bestuur en Veiligheid’
(19-06-2020)

Voorzitter,

Het is één van de kerntaken van de overheid om inwoners een veilige leefomgeving te bieden. In dat verband is ondermijnende criminaliteit door de jaren heen een steeds groter sociaal-maatschappelijk vraagstuk geworden. De boven- en onderwereld raken in steden, dorpen, wijken en buurten met elkaar verstrikt. Onder onze ogen en niet in de laatste plaats in onze provincie. De georganiseerde criminaliteit vindt in de geografische ligging van Noord-Brabant en de Brabantse mentaliteit van ‘ons kent ons’ helaas een goede voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten. Wegkijken van deze problematiek biedt geen oplossing. Het onderwerp adresseren en aanpakken wel.

Met het vaststellen van de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ onderkennen wij als Brabantse politiek niet alleen het probleem, maar leveren wij de komende jaren ook een actieve bijdrage in de aanpak van ondermijning en dus ook in het leefbaar houden van onze provincie. De voorbije jaren zijn belangrijke stappen gezet in de strijd tegen ondermijning met bijvoorbeeld de Taskforce-RIEC en Samen Sterk in Brabant. In deze bestuursopdracht wordt terecht ingezet op voortzetting en intensivering van deze initiatieven.

Een essentieel element in deze bestuursopdracht is het bepalen van de positie van de provincie Noord-Brabant rondom ondermijning. De Rijksoverheid en gemeenten zijn primair aan zet om de openbare orde en veiligheid te borgen. Terecht wordt er door onze provincie gezocht naar een dienende rol ten opzichte van die andere overheden en instanties: coördineren, faciliteren, stimuleren en aanjagen. Ondermijning wordt pas effectief aangepakt, als er duidelijkheid is over een ieders rol. We moeten elkaar aanvullen en niet in de weg lopen.

Hoewel de CDA-fractie zich op hoofdlijnen kan vinden in de bestuursopdracht, plaatsen wij enkele kanttekeningen of aandachtspunten bij dit document:

  1. Concretisering. De bestuursopdracht staat vol met goede voornemens, maar uiteindelijk vraagt het probleem ondermijning om een concretere aanpak. De bestuursopdracht mag geen papieren tijger worden, maar moet de aanzet zijn tot versteviging van de rol van de provincie bij dit vraagstuk. Vragen aan de gedeputeerde: op welke wijze wilt u Provinciale Staten meenemen in de concretisering van deze bestuursopdracht? Binnen welke termijn denkt u deze concretisering gereed te kunnen hebben?
  1. Bewustwording. We moeten iets niet normaal gaan vinden, wat niet normaal is. Ondermijning begint vaak klein met de ‘foute’ sponsor van de voetbalclub of het verhuren van een schuurtje aan een bekende, maar kan uiteindelijk grote gevolgen hebben voor de veiligheid van inwoners en het functioneren van het openbaar bestuur. In de Brabantse samenleving moet er meer bewustwording komen rondom ondermijning. In onze optiek mag de provincie hier nadrukkelijker op inzetten middels campagnes al dan niet in samenwerking met bijvoorbeeld Brabantse gemeenten.
  1. Grensoverschrijdende samenwerking. Bij de begrotingsbehandeling eind 2019 is unaniem een motie aangenomen, motie M102-2019, waarin Gedeputeerde Staten wordt opgeroepen om in de bestuursopdracht met concrete voorstellen te komen aangaande grensoverschrijdende samenwerking. Criminelen laten zich niet tegenhouden door een provincie- of landsgrens: de samenwerking met de provincie Limburg moet intensiever worden, in zowel de regio Eindhoven, Midden- en West-Brabant opereren en profiteren criminele organisaties van het grensgebied. Hoewel samenwerking met andere overheden, zeker internationaal, ingewikkeld kan zijn, willen wij de gedeputeerde vragen om hier werk van te maken. De provincie Noord-Brabant kan hier van toegevoegde waarde zijn voor veel grensgemeenten en andere overheden, juist vanwege onze langere betrokkenheid bij dit thema. Vraag aan de gedeputeerde: gaat u werk maken van dit thema en zo ja op welke manier?
  1. Bestuurlijk leiderschap. Dit sociaal-maatschappelijke vraagstuk, waarin veiligheid en sociale aspecten bij elkaar komen, valt of staat met bestuurlijk leiderschap. Onze Commissaris van de Koning vervult al jaren een voorbeeldfunctie als het gaat om het bespreekbaar maken van ondermijnende criminaliteit of in de lobby naar andere overheden. Bij een provinciale overheid die coördineert, faciliteert, stimuleert en aanjaagt, past een bestuurder of bestuurders, die dit thema hoog op de (politieke) agenda blijven zetten. Zowel intern binnen de provinciale organisatie als extern in de richting van andere overheden en instellingen. Blijf dit doen, maak het thema bespreekbaar, neem de verantwoordelijkheid die past bij de aard en omvang van dit probleem in onze provincie.

Tot slot. Naast het vaststellen van de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ wordt ons gevraagd om de begrotingswijziging vast te stellen ten laste van de ‘bestuursakkoordmiddelen Bestuur en Veiligheid’ voor de periode 2020-2023. Het gaat daarbij ook om € 2.500.000 voor de extra ambities op het gebied van verkeersveiligheid. De CDA-fractie kan hier kort over zijn. Onze provincie heeft op dit vlak al jaren een hoog ambitieniveau. Gelet op het betreurenswaardig hoge aantal dodelijke verkeerslachtoffers in Brabant de voorbije jaren is dat in onze optiek ook terecht. Het rijgedrag van automobilisten veranderen we niet van de ene op de andere dag en bij sommige automobilisten wellicht nooit, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om ook hier voor de veiligheid van Brabanders op te komen.

Voorzitter, wij kunnen instemmen met beide beslispunten in dit Statenvoorstel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst John Bankers veiligheid (19 juni 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 op 15/05

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 
(15-05-2020)

Voorzitter,

Onze fractie heeft weloverwogen gekozen voor deze nieuwe coalitie en is verheugd met de totstandkoming daarvan. Er ligt een evenwichtig en realistisch bestuursakkoord en er staat een kundige ploeg kandidaat-gedeputeerden klaar om hier vol energie mee aan de slag te gaan. Dat neemt niet weg dat er onder onze leden ook zorgen leven aangaande deze samenwerking. Daar wil ik graag bij stilstaan.

Want als fractie begrijpen wij deze zorgen. En laat ik helder zijn. Binnen deze nieuwe coalitie zal het CDA blijven staan voor haar eigen kernwaarden en beginselen. Deze kernwaarden liggen ook aan het bestuursakkoord ten grondslag. Wij zullen waken over een weerbare, representatieve en inclusieve democratie, waar mensen worden gerespecteerd om wie ze zijn en wat ze doen. Waarin ook de rechterlijke macht wordt gerespecteerd en haar uitspraken worden nageleefd. In dit alles maken wij geen onderscheid en behandelen we iedereen gelijk, net zoals dat wij geen onderscheid maken in met wie wij samenwerken, dat doen wij in beginsel met iedereen. Dus ook met de Europese Unie, die al op vele manieren is verbonden met de provincie. Door met iedereen samen te werken, kunnen we op weg naar een duurzame toekomst voor Brabant.

En daarbij gaan wij uit van onze uitgangspunten: rentmeesterschap voor een gezonde, leefbare aarde, solidariteit met hen die dat nodig hebben, gerechtigdheid voor iedereen op gelijke basis en gespreide verantwoordelijkheid omdat we het samen moeten doen. Dat vinden wij normaal voor een leefbare, verbindende samenleving. Brabant mag er op rekenen dat wij ons hiervoor in zullen zetten en dat zullen bewaken, omdat ook wij vinden dat we niet normaal moeten maken wat niet normaal is. Daar mag iedereen ons op aanspreken.

Voor onze fractie is dit bestuursakkoord de basis voor een nieuwe start. Waarbij we behouden wat goed is, en veranderen waar nodig. Door andere accenten te zetten hopen we méér draagvlak en méér realisme onder en in het Brabantse beleid te krijgen.

Waarbij we ons ervan bewust zijn dat het mandaat van deze coalitie drie jaar is, maar we nadrukkelijk vooruit blijven kijken naar het Brabant van 2030, het Brabant dat we willen doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen, het kompas waarop wij als CDA altijd zullen blijven varen. Door nu slimme keuzes te maken, voorkomen we dat onze opvolgers straks pijnlijke besluiten moeten nemen. Daarbij past een behoedzaam uitgavenpatroon, omdat we als provincie minder geld kunnen uitgeven dan tien jaar geleden. Dat is geen gemakkelijke boodschap, maar wel een eerlijke.

Naast realisme zien wij draagvlak als een belangrijk uitgangspunt van deze coalitie. Oftewel: minder ieder voor zich en meer samen. Want alleen ren je sneller, maar samen kom je verder. Die geest zit ook in dit bestuursakkoord. Landbouw en natuur zijn geen vijanden, maar bondgenoten die elkaar nodig hebben en elkaar helpen. Stad en platteland zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het is diezelfde gezamenlijkheid waarin VVD, Forum, CDA en Lokaal Brabant elkaar in de afgelopen maanden hebben gevonden. Omdat we alle vier vinden dat Brabant een stabiel bestuur verdient. En we, samen met alle partijen in deze Staten, de schouders willen zetten onder de grote vraagstukken waar onze provincie voor staat.

Hoe houden we Brabant ondernemend, innovatief en bereikbaar? Hoe houden we Brabant leefbaar en gezond? Hoe houden we Brabant veilig en een fijne plek om op te groeien en oud te worden? Het CDA is blij in dit bestuursakkoord, nog meer dan in het vorige, veel antwoorden op deze vragen terug te zien. Waarbij we onverminderd ambitieus blijven, maar tegelijkertijd kiezen voor een realistisch tempo van te nemen maatregelen. Ik loop er graag een aantal met u langs.

Op de eerste plaats: leefbaarheid. Brabant groeit, vergroent én vergrijst, en dus blijven we nieuwe woningen bouwen, 10.000 per jaar, voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen, zowel in de stad als in onze dorpen. Tegelijkertijd verbeteren we, samen met gemeentes, de bereikbaarheid van en ín onze provincie, over de weg én met het openbaar vervoer, want Brabant mag niet stil komen te staan. De N389, N65 en N279 stonden al lang op de wensenlijstjes van veel Brabanders én op die van het CDA. We omarmen de inzet voor het, in onze ogen, nog steeds ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder en hopen dat we deze periode een knoop kunnen doorhakken over een definitieve bereikbaarheidsoplossing voor de Brainportregio. Van onderop, met inwoners en gemeenten, en mét draagvlak. Omdat we vinden dat iedere Brabander aan de Brabantse samenleving moet kunnen meedoen, pakken we laaggeletterdheid aan en versterken we de digitale vaardigheden van onze inwoners. En hebben we bijzondere aandacht voor de positie van onze ouderen, door per beleidsterrein te kijken wat voor hen van belang is. Zoals betrouwbaar openbaar vervoer, geschikte woonvormen, en hulp bij het vinden van passend werk.

Op de tweede plaats: veiligheid. Je veilig voelen begint in je eigen omgeving, bijvoorbeeld door altijd en overal alarmnummer 112 te kunnen bellen. Helaas is dat niet overal in onze provincie vanzelfsprekend, vraagt u maar eens aan de inwoners van Olland. Des te urgenter dat de provincie haar lobbykracht richting Den Haag hiervoor gaat inzetten. Wat niet normaal is, mag niet normaal worden. Voorwaar de reden om ons als CDA te blijven verzetten tegen het gebruik én de productie van drugs, waar Brabant helaas nog steeds koploper in is.

De teller stond vorig jaar op 25 drugslabs, 38 opslaglocaties en 90 dumpingen van drugsafval. Een omvangrijk probleem, en een bedreiging voor mens en natuur. We zijn echter hoopvol gestemd, omdat we verder kunnen gaan met waar de vorige coalitie mee is begonnen, met de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit én de 15 miljoen euro die hiervoor beschikbaar komt. Bedoeld voor organisaties als de Taskforce-RIEC Brabant Zeeland en Samen Sterk in Brabant, die heel belangrijk werk doen. We verwelkomen daarbij de inzet van nieuwe, innovatieve en slimme middelen, zoals de inzet van cameratoezicht in het buitengebied, waarvoor we als CDA herhaaldelijk hebben gepleit.

Op de derde plaats: landbouw én natuur, want ik zei het al eerder: die twee zijn bondgenoten en gaan in dit akkoord hand in hand. Brabant wordt groener, want we maken een begin met het planten van 40 miljoen bomen en er wordt 4.500 ha. natuur gerealiseerd. En Brabant wordt realistischer, want we actualiseren de Brabantse stikstofaanpak, met draagvlak en een reëel tempo als pijlers voor het halen van onze stikstofdoelen. In dat kader schuift de datum waarop agrariërs moeten voldoen aan de nieuwe stikstofregels op van 2022 naar 2024, met uitstel voor bedrijven waarvoor nog onvoldoende innovatieve stalsystemen op de markt zijn. Een datum die we voorzien van een ‘schil’ van realisme, bestaande uit maatregelen die ondernemers helpen de juiste keuzes te maken.

Leefbaarheid, veiligheid, landbouw én natuur, voor het CDA drie belangrijke groene draden door dit bestuursakkoord. Herkenbaar, voor de Brabanders, en herleidbaar, naar het CDA-verkiezingsprogramma. Een vierde belangrijk thema wil ik daarbij niet onbenoemd laten: cultuur. Want net als de vorige coalitie investeert óók deze coalitie substantieel in cultuur, sport en erfgoed, in drie jaar tijd bijna 200 miljoen euro. Vanaf 2023 gaat daar jaarlijks 7 miljoen euro af, omdat de provincie haar uitgavenpatroon moet matigen om in de toekomst niet nog meer te hoeven bezuinigen. Waar die 7 miljoen euro moet worden gevonden, gaat nog worden uitgewerkt. Als het aan het CDA ligt daar waar dat het minste pijn doet. Geld dat voor cultuur bestemd is, moet wat ons betreft zoveel mogelijk naar cultuur gaan en zo min mogelijk naar organisatiekosten. Dat was, is én blijft onze inzet.

Ik rond af. Voor het CDA is dit een evenwichtig en realistisch akkoord. Draagvlak hiervoor zullen moeten we vinden en verdienen. Daarvoor zijn bruggenbouwers nodig, want zonder hen kom je nooit aan de overkant. Ik ben trots dat we als CDA met Erik Ronnes en Elies Lemkes twee van zulke bruggenbouwers hebben gevonden. Hun voorgangers, de gedeputeerden van wie we vandaag afscheid nemen, wil ik vanaf deze plaats bedanken voor hun inzet voor onze provincie.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2020-2023 (15 mei 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over PIP Logistiek Park Moerdijk op 08/05

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk 
(08-05-2020)

Voorzitter,

In de themabijeenkomst vorige week hebben wij als CDA de betekenis van Logistiek Park Moerdijk voor onze provincie benadrukt. En begrip getoond voor het feit dat het vertrekkende college voor het inpassingsplan een oplossing heeft willen zoeken die binnen 26 weken kan worden gerealiseerd.

Tegelijkertijd hebben wij aangegeven ongelukkig te zijn met de wijze waarop de stikstofruimte is verworven. En de onrust die dit bij ondernemers en andere overheden teweeg heeft gebracht.

Die zorgen hebben wij vorige week geadresseerd, en met ons ook andere partijen in de Staten, en deze week vinden we het tijd om vooruit te kijken. De provincie trekt lessen en volgende keer doen we het anders.

Volgens dit inpassingsplan leveren zes veehouderijen door het hele land ammoniak in en krijgt Logistiek Park Moerdijk daar stikstof voor terug. De vraag blijft: zijn deze twee stoffen uitruilbaar? Hebben ze niet allebei een ander effect op natuur en op onze burgers? In het bijgevoegde Addendum Passende Beoordeling staat dat in de Aerius-tool alle bronnen kunnen worden ingevoerd, zijnde: emissiebron, de omvang van de emissie, de uitstoothoogte, de warmte-inhoud en de locatie ten opzichte van het N2000-gebied. Dus niet het verschil in stikstof en ammoniak.

Een vraag die nog is blijven liggen, gaat over de Europese NEC-richtlijn, over nationale emissieplafonds voor lucht. Wij hebben begrepen dat het volgens deze richtlijn, waar Nederland zich aan moet houden, niet is toegestaan om gereduceerde ammoniakemissie te verschuiven naar een toename van de emissie van stikstofoxiden. Hoe verhoudt deze richtlijn zich tot de situatie van Logistiek Park Moerdijk? Lopen we geen juridische risico’s? Graag een reactie (mag desgewenst ook schriftelijk).

Voorzitter, ik rond af. Kijkend naar de toekomst hebben we als CDA al een schot voor de boeg gegeven. Iedere sector moet wat ons betreft bijdragen aan het oplossen van het stikstofvraagstuk. De ene sector mag niet de andere leegtrekken, en voor het oplossen van het stikstofprobleem moet niet een sector hoeven opdraaien. Met balans, realisme en draagvlak kunnen we veel winnen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels PIP Logistiek Park Moerdijk (8 mei 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over PIP Logistiek Park Moerdijk op 24/04

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk 
(24-04-2020)

Voorzitter,

Logistiek Park Moerdijk is van grote betekenis voor onze provincie in het algemeen en de gemeente Moerdijk in het bijzonder. Dat het college voor dit inpassingsplan een oplossing heeft willen zoeken die binnen 26 weken kan worden gerealiseerd, is dan ook te begrijpen.

Echter, de wijze waarop het college dit heeft gedaan, verdient allesbehalve de schoonheidsprijs. En is wat het CDA betreft niet voor herhaling vatbaar.

Want tegen de afspraken met het Rijk en andere provincies in, en in strijd met haar eigen beleidsregels, koopt dit provinciebestuur stikstofruimte van agrarische bedrijven op. Binnen maar ook buiten Brabant, zonder dat de betreffende provincies dat wisten. En dan nog maar te zwijgen over wat het in de agrarische wereld teweeg heeft gebracht. Pijnlijk! Een staaltje ‘cowboygedrag’ dat in de bestuurlijke wereld zijn gelijke niet kent. Alsof we in het Wilde Westen zijn. Vraag: kunt u toezeggen dat de provincie zich bij volgende ruimtelijke ontwikkelingen aan haar eigen (beleids)regels houdt, geen cowboytje meer speelt en een fatsoenlijk proces volgt?

Bij de zoektocht naar op te kopen bedrijven is gezocht op Funda. Waarom heeft het college geen oproep aan Brabantse bedrijven gedaan om hun stikstofruimte te koop aan te bieden? Bijvoorbeeld in de nertsenhouderij, een sector die vanaf 2024 verboden is, en waar ondernemers graag stikstofruimte hadden willen aanbieden om een faillissement te voorkomen?

Volgens dit inpassingsplan leveren zes veehouderijbedrijven in het hele land ammoniak in en krijgt Logistiek Park Moerdijk krijgt er stikstofruimte voor terug. Is het juridisch mogelijk stikstof te compenseren met ammoniak? Zijn dat niet twee verschillende stoffen, die niet uitruilbaar zijn en die allebei een ander effect hebben op de natuur? Lopen we als provincie daarmee niet opnieuw het risico om onderuit te gaan bij Raad van State? Heeft het college geprobeerd om extern te salderen met stikstof? Dat zou wat ons betreft de voorkeur hebben gehad.

Een ander aspect: de gezondheid van onze inwoners. Kunt u aangeven met welke factor de fijnstofemissie toeneemt, indien ammoniak wordt ingeruild voor stikstof? Hoe ziet u dit in het licht van de zorgplicht jegens onze burgers?

Als CDA zijn we van mening dat iedere sector moet bijdragen aan verlaging van de stikstofdepositie. Uitruil tussen sectoren moet daarbij mogelijk zijn én blijven. Balans is echter het sleutelwoord. De ene sector mag niet de andere leegtrekken, en voor het oplossen van het stikstofprobleem moet niet één sector alleen hoeven opdraaien. Zodat elke Brabander zijn brood kan blijven verdienen.

Tot slot. In Brabant doen we het samen, sluiten we niemand uit, en doen we niets achter of over elkaars rug. We hopen dat in uw vervolgaanpak terug te zien.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels PIP Logistiek Park Moerdijk (24 april 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ op 06/03

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Vandaag gaan Provinciale Staten een besluit nemen over het Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’.

We hebben tijdens de behandeling van dit onderwerp begrepen dat er veel overleg is met de betreffende bewoners om de gronden zonder tot onteigening over te gaan, te verwerven. En met succes: het aantal onteigeningen zal tot een minimum worden beperkt. Dit is een compliment voor de wijze waarop de medewerkers in dit Huis zijn omgegaan met de inwoners, maar ook een compliment aan de betrokken bewoners die hebben bijgedragen aan een constructief proces.

In de nota van zienswijzen is te lezen dat er 75 zienswijzen zijn ingediend. De meeste zienswijzen hebben betrekking op de zorgen die de bewoners hebben ten aanzien van het stijgende waterpeil in het gebied. Het is goed te lezen dat de peilplannen, het inrichtingsplan en het Provinciaal Inpassingsplan zelf op basis van de zienswijzen zijn gewijzigd. Een groot aantal zienswijzen gaat ook over de verwachte overlast van muggen en knutten en een aantal over communicatie.

Het CDA schaart zich dan ook achter de conclusies van Brabant Advies: houd de vinger aan de pols ten aanzien van de ontwikkelingen, waaronder een grotere kans op natte voeten voor de bewoners en een toename van muggen en knutten. Communicatie is daarbij het toverwoord: blijf in gesprek met de betrokkenen en stel bij als ontwikkelingen nadeliger zijn dan voorzien.

Wat wel bijzonder is, is dat een Natura 2000-gebied zo dicht langs een snelweg ligt. De vraag is of de opgave voor de stikstofreductie hierdoor niet lastiger wordt. Voor het CDA is duidelijk dat de opgave van de stikstofreductie voor dit gebied niet alleen bij de agrarische ondernemers mag liggen. We hebben in ieder geval begrepen dat er al veel winst in de stikstofreductie wordt gerealiseerd, doordat met een nieuwe bestemming van een aantal deelgebieden het agrarische gebruik binnen het gebied zal afnemen. Wij adviseren u om deze reductie te monitoren.

Het CDA heeft uit de presentatie van drie weken geleden mogen ervaren dat er heel zorgvuldig is gehandeld en heeft het vertrouwen dat ook de aanbevelingen van Brabant Advies zorgvuldig worden uitgevoerd. Ook waterschap Brabantse Delta is zeer positief over het plan. Zij prijzen de gedetailleerdheid van het plan en de wijze waarop de waterbeheersing met dit plan wordt gerealiseerd. Binnen het waterschap werd zelfs met applaus op dit Inpassingsplan gereageerd. Het zal u niet verbazen dat het CDA kan instemmen met dit Inpassingsplan.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ (6 maart 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over de Omgevingsverordening op 06/03

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Omgevingsverordening 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Op de eerste plaats wil ik u en uw ambtenaren complimenteren voor de duidelijke Statenmededeling, die u ons ter voorbereiding hebt toegestuurd.

Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is dat besluitvorming eenvoudiger en beter moet en vergunningen sneller moeten worden afgegeven. Als CDA bekijken wij ‘eenvoudiger’ en ‘beter’ vanuit het perspectief van de burger/ondernemer en niet vanuit de overheid.

Veel burgers ervaren het beleid van de provincie als heel ingewikkeld. Daar moeten we bij de uiteindelijke Omgevingsverordening goed naar kijken. Hoe maken we het voor de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Het CDA vindt dat elke maatregel uit deze Toren haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn. En regels uitlegbaar en voor iedere belanghebbende, burger of ondernemer, goed te begrijpen.

Ten aanzien van de Omgevingsverordening wil ik vandaag de volgende onderwerpen aan de orde stellen.

  • Hoe maken we het de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Dit zou een van de     criteria kunnen zijn, wanneer regels moeten worden afgeschaft, toegevoegd of gewijzigd. Graag een reflectie van de gedeputeerde hierop.
  • Veel Brabanders ervaren procedures als tijdrovend en kostbaar. Kan de gedeputeerde reflecteren op de legeskosten die deze verordening met zich meebrengt? Hoe verhouden deze zich tot die in andere provincies?
  • Hoe kan de provincie schademelding voor burgers die faunaschade lijden eenvoudiger maken? Speelt de hoogte van het behandelbedrag hier wellicht een rol?
  • Bij het sturen op omgevingskwaliteit missen wij de toe te passen zonneladder, de bescherming van goede landbouwgebieden of structuur van de landbouw. Dat is ook belangrijk voor de toekomst om bijvoorbeeld kringlooplandbouw mogelijk te maken. Graag een reactie.
  • Gelderland en Limburg hanteren in hun veehouderijbeleid een simpeler systematiek dan Brabant, terwijl zij ook extra duurzaamheidseisen stellen. Graag een reflectie.
  • Tot slot. Vanuit de gedachte van subsidiariteit vinden wij dat wat lokaal kan ook lokaal moet worden geregeld. Zo dicht mogelijk bij burgers. Door gemeenten dus. Is de gedeputeerde het met het ons eens dat de provincie echter wél een rol kan hebben bij het aanwijzen van nieuwe grootschalige glastuinbouwgebieden, een grootschalig en complex ruimtelijk vraagstuk, nauw samenhangend met de energietransitie, dat veel vraagt van een gemeente?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels Omgevingsverordening (6 maart 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over aanpassingen in EVZ-beleid op 31/01

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over aanpassingen in EVZ-beleid  
(31-01-2020)

Voorzitter,

Vandaag ligt Statenvoorstel 41/19 Aanpassingen in het EVZ-beleid ter besluitvorming aan ons voor.

De CDA-fractie vindt het voltooien van ecologische verbindingszones van groot belang. Niet voor niets stond in ons verkiezingsprogramma: “We voltooien de verbinding van natuurgebieden tot één aaneengesloten Brabants natuurnetwerk. Groene verbindingen zijn goed voor planten en dieren en aantrekkelijk voor de mens.”

Het Statenvoorstel is noodzakelijk, omdat met name de aankoop van gronden door de gemeenten achterbleef bij de doelstelling en actie moest worden ondernomen om de grondaankopen vlot te trekken. Het CDA steunt het verlagen van het percentage cofinanciering van gemeenten van 50% naar 25%. Pilots hebben aangetoond dat hiermee gemeenten meer in de actiestand komen.

Daarnaast is het CDA blij met maatregelen die er toe zullen leiden dat het resultaat wordt bereikt, ook al zijn de provinciale kosten voor verwerving hoger geworden en waarbij het beschikbare budget gelijk blijft. Wij zijn blij dat de realiteit zegeviert en niet star wordt vastgehouden aan oude plannen die voor een deel achterhaald zijn. De CDA-fractie wil het college complimenteren met de voorgestelde aanpassingen.

Vanuit de waterschappen hebben we een aantal zorgpunten over de realisatie van de ecologische verbindingszones doorgekregen, die wij u graag willen meegeven.

  • Grondverwerving blijft lastig, vooral omdat de waterschappen maximaal alleen de agrarische waarde mogen vergoeden, voor welk bedrag de boeren niet dezelfde oppervlakte grond terug kunnen kopen.
    Bij de waterschappen wordt daarom gewerkt met grondruil, waarvoor de waterschappen extra moeten investeren in een grondbank. Graag horen wij van de gedeputeerde of dit voor de door de gemeenten te verwerven gronden ook opgaat, of hij wil onderzoeken of de verwervingsprijs markconform is en zo niet, hoe die marktconform gemaakt kan worden.
  • Aangegeven wordt dat de onderhoudskosten van de diverse ecologische verbindingszones voor de waterschappen stijgen. Ook hierbij de vraag aan de gedeputeerde of dat ook geldt voor de gronden die door de gemeenten worden aangekocht en worden onderhouden.

Vanuit de waterschappen is aangegeven meer nadruk op zelfrealisatie te leggen. Stimuleer terreineigenaren om zelf natuur in te richten. Dit schept vaak een soort verdienmodel bij het beheer van de natuurgebieden. Dit geeft (nog) meer draagvlak en dit kan met name onze boeren helpen in hun bedrijfsvoering.

De waterschappen geven aan dat de samenwerking met provincie en gemeenten zeer goed verloopt, hetgeen twee weken geleden tijdens de themabijeenkomst over dit Statenvoorstel ook door gedeputeerde Grashoff werd aangegeven. De CDA-fractie geeft uw college graag mee aandacht aan de communicatie te besteden, zodat ook duidelijk wordt dat de provincie hier werk van maakt. In het Statenvoorstel ontbreekt namelijk de communicatieparagraaf.

Voorzitter,

De CDA-fractie zal instemmen met dit voorstel en zal met belangstelling volgen hoe de komende jaren de ecologische verbindingszones zullen worden gerealiseerd.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop aanpassingen in EVZ-beleid (31 januari 2020)