Berichten

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over aanpassingen in EVZ-beleid op 31/01

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over aanpassingen in EVZ-beleid  
(31-01-2020)

Voorzitter,

Vandaag ligt Statenvoorstel 41/19 Aanpassingen in het EVZ-beleid ter besluitvorming aan ons voor.

De CDA-fractie vindt het voltooien van ecologische verbindingszones van groot belang. Niet voor niets stond in ons verkiezingsprogramma: “We voltooien de verbinding van natuurgebieden tot één aaneengesloten Brabants natuurnetwerk. Groene verbindingen zijn goed voor planten en dieren en aantrekkelijk voor de mens.”

Het Statenvoorstel is noodzakelijk, omdat met name de aankoop van gronden door de gemeenten achterbleef bij de doelstelling en actie moest worden ondernomen om de grondaankopen vlot te trekken. Het CDA steunt het verlagen van het percentage cofinanciering van gemeenten van 50% naar 25%. Pilots hebben aangetoond dat hiermee gemeenten meer in de actiestand komen.

Daarnaast is het CDA blij met maatregelen die er toe zullen leiden dat het resultaat wordt bereikt, ook al zijn de provinciale kosten voor verwerving hoger geworden en waarbij het beschikbare budget gelijk blijft. Wij zijn blij dat de realiteit zegeviert en niet star wordt vastgehouden aan oude plannen die voor een deel achterhaald zijn. De CDA-fractie wil het college complimenteren met de voorgestelde aanpassingen.

Vanuit de waterschappen hebben we een aantal zorgpunten over de realisatie van de ecologische verbindingszones doorgekregen, die wij u graag willen meegeven.

  • Grondverwerving blijft lastig, vooral omdat de waterschappen maximaal alleen de agrarische waarde mogen vergoeden, voor welk bedrag de boeren niet dezelfde oppervlakte grond terug kunnen kopen.
    Bij de waterschappen wordt daarom gewerkt met grondruil, waarvoor de waterschappen extra moeten investeren in een grondbank. Graag horen wij van de gedeputeerde of dit voor de door de gemeenten te verwerven gronden ook opgaat, of hij wil onderzoeken of de verwervingsprijs markconform is en zo niet, hoe die marktconform gemaakt kan worden.
  • Aangegeven wordt dat de onderhoudskosten van de diverse ecologische verbindingszones voor de waterschappen stijgen. Ook hierbij de vraag aan de gedeputeerde of dat ook geldt voor de gronden die door de gemeenten worden aangekocht en worden onderhouden.

Vanuit de waterschappen is aangegeven meer nadruk op zelfrealisatie te leggen. Stimuleer terreineigenaren om zelf natuur in te richten. Dit schept vaak een soort verdienmodel bij het beheer van de natuurgebieden. Dit geeft (nog) meer draagvlak en dit kan met name onze boeren helpen in hun bedrijfsvoering.

De waterschappen geven aan dat de samenwerking met provincie en gemeenten zeer goed verloopt, hetgeen twee weken geleden tijdens de themabijeenkomst over dit Statenvoorstel ook door gedeputeerde Grashoff werd aangegeven. De CDA-fractie geeft uw college graag mee aandacht aan de communicatie te besteden, zodat ook duidelijk wordt dat de provincie hier werk van maakt. In het Statenvoorstel ontbreekt namelijk de communicatieparagraaf.

Voorzitter,

De CDA-fractie zal instemmen met dit voorstel en zal met belangstelling volgen hoe de komende jaren de ecologische verbindingszones zullen worden gerealiseerd.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop aanpassingen in EVZ-beleid (31 januari 2020)

Maiden speech Jürgen Stoop – Debat over PIP “Oude Strijper Aa” op 13/12

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het provinciaal inpassingsplan “Oude Strijper Aa”
(13-12-2019)

Voorzitter,

Het is bijzonder om op de laatste Statendag van het jaar mijn maiden speech te mogen houden. Met als aandachtsgebieden water, natuur en de aanpak stikstof, komen al deze terreinen in het provinciaal inpassingsplan “Herinrichting Oude Strijper Aa” bij elkaar.

De Strijper Aa is namelijk onderdeel van het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Een gebied van in totaal 4.356 ha groot. Het gebied de Oude Strijper is waterrijk gebied en krijgt met dit inpassingsplan een echte natuurbestemming.

Omdat dit terrein voor mij nieuw is, ben ik in het beheerplan Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux gedoken. Voor mij is duidelijk geworden dat een Natura 2000-gebied bestaat uit uiteenlopende habitattypen, waar velerlei vogels hun leefruimte vinden. Uit de beantwoording van de technische vragen die de CDA-fractie samen met de VVD-fractie heeft ingediend, is duidelijk geworden dat er twee habitattypen relevant zijn voor het gebied Oude Strijper Aa: veenbossen en bossen op alluviale grond. Habitattypen die passen bij een gebied met veel water.

Uit het beheerplan van dit Natura 2000-gebied blijkt ook dat het stikstofprobleem, de depositieruimte en de verwachte daling van de depositieruimte binnen het gebied erg verschillend is. Zo is er in de Oude Strijper Aa geen stikstofprobleem, heeft dit gebied de maximaal mogelijke depositieruimte en is er in dit gebied een naar verwachting grote stikstofreductie. Voor dit natuurgebied speelt de stikstofproblematiek in ieder geval niet.

Wij vragen de gedeputeerde nadrukkelijk bij de gebiedsgerichte aanpak omtrent de stikstofaanpak rekening te houden met de diversiteit die er binnen een Natura 2000-gebied is en niet de buitengrenzen van de Natura 2000-gebieden als grens te hanteren. Het vraagt ook om en kritische blik of elk natuurgebied onderdeel moet uitmaken van een Natura 2000-gebied. Het CDA heeft bij het gebied de Oude Strijper Aa daarover wel vraagtekens. Het CDA zal zich de komende maanden in ieder geval extra gaan verdiepen in de andere beheerplannen van de Brabantse Natura 2000-gebieden om de gebiedsgerichte aanpak kritisch te kunnen volgen.

Een natuurgebied kan bijdragen aan het uitbreiden van het Natuurnetwerk Brabant, zonder dat het deel uitmaakt van een Natura 2000-gebied. Het doel van een Natura 2000-gebied is het beschermen van habitattypen en vogels. In het beheerplan is bijvoorbeeld terug te vinden dat vernatting van een gebied ook kan leiden tot bedreiging van het gebied waar bepaalde dieren leven en planten groeien. Daar dient goede aandacht voor te zijn. Het is niet terug te vinden of hiervan bij het gebied Ouder Strijper Aa sprake is.

Een problematiek die ook voor onze provincie speelt, is de kwaliteit van het water dat vanuit België Noord-Brabant binnenstroomt. In het beheerplan is aangegeven dat het water dat via het oppervlaktewater vanuit België onze provincie binnenstroomt, vervuild kan zijn en stikstof bevat. Er is sprake van lozingen vanuit de RWZI’s in België, die van invloed zijn op de waterstromen in Noord-Brabant. Lozingen van RWZI’s en riooloverstorten in Nederland en België vormen een knelpunt dat niet direct in het kader van dit beheerplan kan worden opgelost. Het CDA vraagt de gedeputeerde om hierover nadrukkelijk in overleg te blijven met onze zuiderburen.

Overigens zal het CDA dit provinciaal inpassingsplan wel steunen. Dit is ook in overeenstemming met de zienswijzen, waaruit geen bezwaren naar voren zijn gekomen. De antwoorden van uw college zijn helder en kunnen wij onderschrijven. Het provinciaal inpassingsplan is erop gericht de natuur in het gebied van de Oude Strijper Aa te herstellen. In dit gebied gaat het er voornamelijk om de waterkwantiteit en waterkwaliteit te verbeteren.

Het draagt bij aan vernatting, hetgeen tijdens twee zomers met extreme warmte en droogte heel belangrijk is. Het CDA gaat ervan uit dat een betere doorstroming van dit gebied zorgt voor ontzuring van het grondwater en het terugdringen van de zinkconcentraties die vijf tot tien maal de saneringsnorm overschrijden. Wij horen graag van de gedeputeerde dat dit het geval is.

Dit provinciaal inpassingsplan is onlosmakelijk verbonden met het PPWW over dit gebied van Waterschap De Dommel. Alle benodigde maatregelen voor dit gebied betreffen de waterhuishouding. Het pakket aan maatregelen dat in het PPWW is beschreven, ziet er gedegen uit. Het CDA zal de uitvoering van deze maatregelen en de effecten die dit heeft op dit gebied nadrukkelijk blijven volgen.

Dit was mijn bijdrage in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ”Herinrichting Oude Strijper Aa” (13 december 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Duidingsdebat op 22/11

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Duidingsdebat
(22-11-2019)

Voorzitter,

Op verzoek van een aantal fracties houden wij vandaag een duidingsdebat. Wij kunnen ons die behoefte goed voorstellen, want de twee lege stoelen rechts van mij maken duidelijk dat er sinds de vorige Statendag iets is veranderd in deze Statenzaal. En dat die situatie vragen oproept. Voor zover mogelijk beantwoord ik die graag.

Wel geef ik u mee dat dit duidingsdebat voor het CDA eigenlijk een maand te vroeg komt, want voor mijn fractie is 13 december de dag waarop wij de balans opmaken en onze positie bepalen. Dan praten we in dit Huis verder over het stikstofbeleid. Onze inzet is u bekend.

Tijdens het debat over de provinciebegroting, twee weken geleden, heeft het CDA deze inzet herbevestigd, door een motie in te dienen die het college verzoekt tot het maken van een ‘pas op de plaats’, om landelijk beleid af te wachten en onze Brabantse boeren meer tijd te geven.

Die motie kreeg onvoldoende steun, maar bracht onze gedeputeerden wel in een tweestrijd tussen enerzijds de huidige positie van de fractie en anderzijds de afspraken uit het coalitieakkoord. Hierom hebben zij na afloop van de Statenvergadering hun conclusies getrokken en hun ontslag ingediend, een besluit dat wij respecteren maar o zo betreuren.

Maar, voorzitter: Brabant moet verder. De gedeputeerde Mobiliteit en Financiën verwoordde het treffend in het persbericht dat de provincie op 9 november uitdeed: “De politiek moet nu niet met zichzelf bezig zijn, maar met het oplossen van een impasse die heel Brabant treft”. Daar sluit ik mij bij aan. Voorwaar de reden dat het CDA vooralsnog, zonder gedeputeerden, steun blijft geven aan deze coalitie én aan de uitvoering van het bestuursakkoord. Die steun is echter niet oneindig of onvoorwaardelijk. Wij wachten af waar de minister en het college mee komen, willen in de tussentijd een ‘broedende kip’ niet storen, en maken vervolgens op 13 december een afweging op basis van de inhoud.

Voorzitter, de verleiding is groot om te denken in ‘wat-als-scenario’s’, maar daarop reageren, daarin meegaan, zal de kans op een verstandig besluit op 13 december niet doen toenemen. Voor nu wil ik het daarom hierbij laten.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon duidingsdebat (22 november 2019)

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie op 22/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023
(22-11-2019)

Voorzitter,

Goed zijn voor elkaar: daar hoort ook bij dat je kijkt naar de wereld om je heen. Die van vandaag, maar ook die van morgen. Dat je daar zuinig op bent, zodat we de aarde verantwoord kunnen doorgeven aan de volgende generatie.

Gegeven de klimaatontwikkeling zullen we anders moeten omgaan met o.a. energie. We zullen ons gedrag moeten aanpassen en innovaties stimuleren én faciliteren. Deze innovaties bieden kansen: innovaties zorgen voor werkgelegenheid, innovaties kunnen we exporteren, en in innovaties zit een verdienmodel.

Juist vanwege de innovatiekracht die er in Brabant is, is de CDA-fractie voorstander van het bij elkaar brengen van zogeheten ‘koplopergemeentes’ en bedrijven om hun kracht te benutten. We zijn blij dit terug te lezen in het Uitvoeringsprogramma.

Maar met onze ambitie moeten we ook realistisch zijn en altijd oog blijven houden voor de gevolgen van wat we doen. Niet alleen de technische en economische aspecten, maar ook de acceptatie door onze inwoners en bedrijven.

Het college vraagt aan ons om in te stemmen met een begrotingswijziging voor het toewijzen van middelen ten behoeve van het Uitvoeringsprogramma Energie. Dit uitvoeringsprogramma zelf hebben we reeds vastgesteld, vandaag stellen we het budget vast om het te kunnen uitvoeren. Een paar vragen en opmerkingen over het programma en hoe we het geld daarvoor gaan inzetten.

In het Uitvoeringsprogramma staat dat we voor wat betreft zonne-energie de voornaamste focus van de provincie is het ondersteunen van gemeentes. We gaan een actieve bijdrage leveren aan het ten volle benutten van de daken, in beeld brengen hoe we e.e.a. kunnen versnellen: prima. Maar gaan we ons dan ook actief inzetten om geen zonneweides aan te leggen op vruchtbare (landbouw)grond? Graag een reactie van de gedeputeerde.

‘Tussen de verschillende opgaven zijn diverse koppelkansen: energie als inkomstenbron voor agrariërs of als verdienmodel voor de natuur’ (pag. 14). Wat wordt hiermee bedoeld? We gaan toch geen windmolens of zonneweides aanleggen om natuur te financieren? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Verder: ‘in de komende periode verkennen we hoe we de verdiencapaciteit van energieproductie kunnen inzetten voor de realisatie van nieuwe natuur of de aanleg van bos’ (pag. 14).

Is het niet verstandiger om de verdiencapaciteit van de energieproductie in te zetten voor het in stand houden van bestaand bos en bestaande natuur? Of om deze verdiencapaciteit in te zetten voor de leefbaarheid?

De energietransitie kan alleen slagen door samen te werken. Op strategisch niveau gaan we samenwerken met ons netwerk. Om de ontwikkelingen van de Brabantse energietransitie te volgen, te monitoren en waar nodig bij te sturen, wordt er een ‘strategic energy board’ opgericht.

Op pag. 35 staat geschreven dat ‘we streven naar oprichting van het strategic energy board in 2020’. Dit is een vaag streven. Kan het college niet toezeggen dat oprichting daadwerkelijk plaatsvindt in 2020??

Door vandaag de middelen toe te kennen, borgen we dat we als provincie een rol kunnen blijven spelen in de energietransitie en dat er in de uitvoering geen gat valt. Als CDA-fractie staan we positief tegenover dit voorstel, maar willen we nog wel duidelijke antwoorden op de gestelde vragen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023 (22 november 2019)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Interpellatiedebat over stikstofuitstoot industrie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Interpellatiedebat over de uitstoot en vergunningverlening stikstof door industrie
(22-11-2019)

Voorzitter,

Onze Brabanders moeten kunnen bouwen op hun provinciebestuur.

Het gevoel hebben dat er serieus naar hen wordt geluisterd, maar belangrijker nog: dat er serieus met hen wordt omgegaan. Daarin hebben wij allen een voorbeeldfunctie.

Wij zitten hier, om te doen wat juist is voor alle Brabanders, niemand uitgezonderd.

Onze Brabanders verdienen een eerlijke behandeling. Alle feiten op tafel, alles inzichtelijk maken, dan – in dit geval – het aandeel van de uitstoot per sector eerlijk vaststellen, om vervolgens tot een eerlijk en realistisch beleid te komen waar de natuur echt mee is gediend.

Voorzitter, als CDA vragen wij om vóór het stikstofdebat van 13 december alle juiste gegevens aangaande de stikstofuitstoot per sector te mogen ontvangen. Net als het rapport over het flankerend beleid bij de veehouderijbesluiten uit 2017, waarnaar Wageningen University onderzoek heeft gedaan.

Tot slot: he debat vandaag is prematuur, want nog niet alle informatie ligt op tafel. Op 13 december praten wij verder, en maken wij als CDA onze afweging.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven interpellatiedebat stikstofuitstoot industrie (22 november 2019)

Spreektekst Kees de Heer – Debat over de Brabantse talentenagenda 2025 op 22/11

Spreektekst1 Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ‘Connecting and staying connected’ – een verkenning naar een Brabantse talentenagenda 2025
(22-11-2019)

Voorzitter,

Ten behoeve van een goede inrichting van de talentenagenda 2025 is het van belang duidelijk inzicht te krijgen in de beweegredenen en keuzes van jong talent tijdens hun weg naar de arbeidsmarkt. Hiertoe is een brede verkenning uitgevoerd. Doel van het onderzoek is bij te dragen aan de balans tussen vraag en aanbod van arbeid. Binnen het huidige bestuursakkoord is dit een belangrijk thema.

Onze algemene indruk is dat het een goed rapport is met veel aanzetten voor een structurele aanpak. De vraag is nu wel wat de koers wordt. We hopen dat de gedeputeerde hierover snel helderheid kan geven. Als CDA willen we enkele aanzetten doen.

Wat ons betreft zijn de uitgangspunten:

  1. De brede Brabantse economie staat centraal, in het bijzonder mkb-bedrijven.
  2. Samenwerking tussen alle relevante partijen is belangrijk: de provincie als verbinder.
  3. Ondernemers moeten hun verantwoordelijkheid nemen.

Opmerkingen bij het rapport:

  1. De kern is een toekomstbestendige economie;
  2. met een gevarieerd ondernemerslandschap, niet voor elke discipline geldt hetzelfde;
  3. waarbij we aansluiten bij bestaande initiatieven, Brabantse ‘hotspots’.

We bewegen ons op de grens van publiek en privaat. En dat betekent dat we goed moeten opletten wat de provincie nu wel of niet doet. Belangrijk is dat we een agenda opstellen die flexibel is ten opzichte van de economische ontwikkeling.

Het CDA wil dat we ondernemers helpen om de juiste talenten aan te trekken. Dat betekent bijvoorbeeld dat we mkb-ondernemers ervan bewust moeten maken dat we talenten alleen kunnen aantrekken én vasthouden, indien de cultuur van bedrijven appelleert aan de ambities van jonge mensen.

Daarnaast is investeren in een aantrekkelijke leefomgeving, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, van groot belang. Dat mogen we ook van bedrijven vragen en is niet alleen aan een overheid. Hierbij moet het niet uitmaken of iemand theoretisch of praktisch is opgeleid.

De intentie in het rapport om meer integraal te denken, in termen van andere beleidsterreinen, geldt wat het CDA betreft dus voor alle doelgroepen. Zowel theoretisch als praktisch opgeleiden moeten profiteren van de toekomstige talentenagenda. ‘Connected and staying connected’ voor iedereen!

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Brabantse talentenagenda 2025 (22 november 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over het Klimaatakkoord op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Klimaatakkoord
(08-11-2019)

Voorzitter,

Aan groene ambities ontbreekt het onze provincie niet. Het nieuwe provinciebestuur wil voorop lopen bij het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen richting 2030. In heel Nederland ligt de doelstelling op 49% minder CO2, maar van Boxmeer tot Roosendaal ligt dat streven op 50%.

Echter, van het Brabant van vandaag naar het Brabant van morgen, van Den Bosch naar Parijs, van 2019 naar 2050, is een lange weg. Die afstand ervaren veel Brabanders ook. Willen we ons doel halen, onze bestemming bereiken, dan zullen we hen moeten meenemen. Stap voor stap. Eerst naar 2030: Brabant voor 50% energieneutraal. Dan naar 2050: Brabant 100% duurzaam.

Het CDA is enthousiast over het vergroten van het draagvlak voor deze ambities, door de wens uit te spreken dat 50% van de nieuwe hernieuwbare productie van energie op land in eigendom moet komen van de lokale omgeving.

Het Klimaatakkoord betekent voor de bouw een besparing van 7 megaton. Dit is een forse besparing, maar niet zo fors als die van andere sectoren als industrie en elektriciteit. Toch staat de bouwsector misschien wel voor de lastigste opgave van allemaal: miljoenen woningen aardgasvrij maken, is iets waar de sector nog weinig ervaring mee heeft. In 2030 moeten 1,5 miljoen woningen zijn verduurzaamd, in 2050 alle woningen. Dit is een enorme opgave, een eenvoudige rekensom leert ons dat we 1.000 woningen per dag moeten verduurzamen. Den Bosch in 72 dagen, Boerdonk in 2 uur. Als CDA zijn we vooralsnog tevreden over de rol, faciliteren én stimuleren, die de provincie neemt m.b.t. deze opgave. Vraag aan de gedeputeerde: kunnen we hier als provincie op sturen? Wat als gemeenten deze opgave niet halen? Hoe zorgen we ervoor dat dit ook betaalbaar is?

Het CDA is zeer te spreken over het voornemen van de Rijksoverheid en decentrale overheden om bedrijven die hun wagenpark hebben verduurzaamd een voordeel te geven bij relevante aanbestedingen: ofwel door een hoge mate van duurzaamheid te eisen ofwel door duurzaamheid op te nemen als zwaar meetellende wegingsfactor bij de gunning. Wij zijn er voorstander van om dit ook te eisen bij bouwopdrachten van (semi)overheden. Hier hoeven we niet mee te wachten: zouden we dit al vanaf het eerste kwartaal van 2020 kunnen toepassen?

Om o.a. kostenefficiënt te werken wordt een Expertisecentrum Energietransitie opgericht. In Bijlage 4 bij het voorstel staat dat hier in het eerste kwartaal van 2019 verder vorm aan wordt gegeven. Wat is de status? Is het centrum al operationeel?

In de komende jaren hebben we als provincie een grote taak. We moeten immers in samenspraak met gemeentes en waterschappen concreet gaan worden. Welke regio’s gaan met warmtenetten aan de slag? Komen er nieuwe windmolens? Staan we wel of geen zonneparken toe? Veel is nu nog abstract. Zo hebben we geen idee wat de uitvoeringskosten voor de provincies gaan worden. De groene ambities en plannen zijn nog vooral papier.

Tot slot. Op weg naar 2030 en 2050 zal het CDA elke klimaatregel toetsen op: haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar. Zonder draagvlak gaat de energietransitie niet slagen. Dat is de boodschap uit het Klimaatakkoord en ook de boodschap van het CDA.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Klimaatakkoord (8 november 2019)