Berichten

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Digitalisering op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Digitalisering: Verkenning ‘Brabant Digitaliseert’, Agenda Digitalisering, voorstel tot sluiting van het Breedbandfonds Brabant en voorstel tot reservering middelen uit het Breedbandfonds Brabant ten behoeve van een Investeringsagenda Digitalisering
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Digitalisering vindt voor een belangrijk deel plaats in die maatschappelijke sectoren waar overheden een relatief grote rol hebben. Zowel de economie als de samenleving digitaliseren in rap tempo. Overduidelijk hebben we hier te maken met een vraagstuk dat ook vanuit de provincie maximale, gerichte aandacht verdient.

Voor ons ligt het voorstel om het Breedbandfonds Brabant te sluiten en de middelen in te zetten voor de Investeringsagenda Digitalisering. Een substantieel bedrag van 45 miljoen euro, waarmee we daadwerkelijk een verschil kunnen maken voor de Brabanders. Mits we dit geld doelgericht en met een duidelijke focus inzetten. En voorzitter, juist dáár wringt de schoen.

Daar waar het Breedbandfonds een helder doel en een duidelijke opgave had om heel Brabant te ‘verglazen’, het fundament onder digitalisering, heeft de voorliggende Investeringsagenda Digitalisering nog geen strategie of koers. Na alle strategische verkenningen, het onderzoeksrapport van BrabantAdvies én diverse andere onderzoeken over digitalisering is de conclusie van GS: “Er zijn heel veel kansen en het gaat zo snel dat we een flexibele dynamische agenda moeten instellen”. Met andere woorden: we hebben nog geen beleid, maar reserveren wél alvast het geld.

Voorzitter, in het kader van digitalisering maak ik vandaag graag gebruik van een kort filmpje dat illustreert wat er gebeurt als we geen keuzes maken:
https://www.youtube.com/watch?v=pZXW5pxxBHY (tot 0.25 sec).
Een paar seconden beeld zegt meer dan duizend woorden, lijkt mij.

Voorzitter, concrete vragen aan de gedeputeerde zijn:

  1. Waarom kunnen we, ondanks al het voorwerk dat is verricht, niet komen tot een strategie en duidelijke focus waarmee we in Brabant echt een verschil kunnen maken?
  2. We lezen heel veel over allerlei kansen m.b.t. digitalisering, maar zou je als overheid misschien niet juist de kansen aan de markt moeten laten en je meer richten op de risico’s die het onderwerp met zich meebrengt?
  3. Een van de argumenten om het Breedbandfonds te sluiten is duidelijkheid geven aan de markt. Vindt u dat met de Investeringsagenda Digitalisering wel voldoende duidelijk is waarvoor de markt bij de provincie kan aankloppen?

Voorzitter, als CDA zien wij graag wél duidelijke keuzes en een focus op drie punten:

1. overal;
2. iedereen en
3. veilig.

1. Voorzitter, te beginnen met ‘overal’

Met ‘overal’ bedoelen we dat iedere Brabander overal in onze provincie moet kunnen beschikken over snel internet. Hetzij via verglazing hetzij via de nieuwste mobiele netwerken. Het kan toch niet zo zijn dat er anno 2018 nog steeds gebieden zijn met witte vlekken. Gebieden die niet interessant zijn voor de markt, waar mensen soms op het speeltoestel van hun kinderen moeten klimmen om 1 streepje bereik te hebben…

Juist hier ligt een rol voor de overheid om ook deze Brabanders te voorzien van een netwerk, waarmee ze net als alle andere Brabanders volop gebruik kunnen maken van digitale diensten.

Als mede-indiener van het amendement van ChristenUnie-SGP horen wij graag een reactie van de gedeputeerde op het voorstel om de middelen voor digitalisering blijvend in te zetten voor de bereikbaarheid van alle Brabanders.

2. Voorzitter dan onze tweede pijler: ‘iedereen’

Voorzitter, digitalisering biedt niet alleen kansen, er zijn ook risico’s. Als provinciale overheid moeten we niet alleen mee rennen aan de kop van de digitaliseringsmarathon, maar ook oog houden voor die Brabanders die nog niet kunnen meekomen met deze ‘race’. Wat ons betreft moet iedereen kunnen deelnemen aan de digitale samenleving en tegelijkertijd ‘weerbaar’ zijn. En vergist u zich niet: het gaat dan niet alleen om de doelgroep ouderen, maar ook om jongeren die het soms niet meer kunnen bijbenen.

Graag horen wij van de gedeputeerde of we hierover in deze bestuursperiode nog een voorstel tegemoet kunnen zien voor de Investeringsagenda.

3. Voorzitter dan onze derde pijler: ‘veiligheid’

De hoeveelheid datastromen, privacygevoelige informatie en intellectuele gegevens neemt met de dag toe. Alles is digitaal en dat maakt ons kwetsbaar. Brabantse kennis kan weglekken, bij de verkeerde mensen terecht komen of verkeerd worden gebruikt. Maar ook kritische bedrijfsprocessen kunnen gevaar lopen met economische schade tot gevolg. Om een digitale term te gebruiken: ‘cybercrime’.

De snel veranderende wereld van dataveiligheid, ‘cybersecurity’, vereist ook een faciliterende overheid en samenwerking. Hierbij zouden we expliciet aandacht willen geven aan het MKB en de vele familiebedrijven, maar ook aan startups die omgaan met gevoelige gegevens en onvoldoende ICT-schaal hebben om het digitaliseringstempo bij te houden.

Wij horen graag van de gedeputeerde hoe snel en adequaat hij kan inspelen op onze suggestie om samen met het MKB werk te maken van dataveiligheid.

Voorzitter, zoals u merkt biedt focus op onderwerpen plus stevige pijlers méér kansen om op het vlak van digitalisering echt een verschil te maken in Brabant.

Het voorliggende voorstel geeft weliswaar maximale financiële grip vanuit de Staten als het aankomt op de bestedingen van de middelen voor de Investeringsagenda, maar biedt nog geen perspectief op een aantal belangrijke vraagstukken. Alle afzonderlijke projecten op dit vlak zullen waarschijnlijk leiden tot een bundel mooie digitaliseringsverhalen. Maar echt het verschil maken en geschiedenis schrijven zal het nog niet worden.

Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar Digitalisering (29 juni 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Vaststellen provinciale inpassingsplannen voor Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Voor ons liggen de provinciale inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. Plannen voor het gebied tussen Waalwijk en Den Bosch-West met ambities op het gebied van economische vitaliteit, mobiliteit, water, natuur, fiets, erfgoed en leefbaarheid in het gebied.

Voorzitter, voordat ik aan mijn bijdrage begin, wil ik graag eenieder bedanken voor de bijdrage en inzet om te komen tot het totaalpakket dat nu voorligt. Met zoveel ambities in één plan en verschillende belangen géén gemakkelijke opgave om goed te kunnen uitleggen en goed te kunnen begrijpen. In het bijzonder wil ik onze waardering uitspreken richting alle belanghebbenden en bewoners, die met ruim tweehonderd zienswijzen duidelijk hebben gemaakt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving.

Voorzitter, ik sta graag met u stil bij de volgende drie onderwerpen:

  1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen;
  2. communicatie zienswijzen en alternatieven;
  3. aandacht voor de kwaliteit van leefbaarheid.

1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen

Voorzitter, hoewel de GOL-plannen een totale gebiedsontwikkeling betreffen, zijn m.n. de verkeersafwikkeling en hieruit voortvloeiende zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, onderwerpen die veelvuldig terugkomen in de zienswijzen en alternatieven.

Voorzitter, de GOL is noodzakelijk omdat in de huidige situatie sprake is van een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied aan beide zijden van de A59, die ook een barrière vormt ten noorden en ten zuiden van het gebied. Noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de bouw van meer huizen en uitbreiding van industrieterreinen, zullen ervoor zorgen dat knelpunten op dit vlak alleen maar toenemen. Feit is en blijft dat historisch gezien te dicht tegen de A59 is gebouwd en de beschikbare ruimte beperkt is. Als we het hebben over structurele oplossingen, dan ligt wederom ook het antwoord bij de A59.
Een aanpak van de A59 zou immers aanpassingen in het onderliggende wegennetwerk grotendeels overbodig maken. De realiteit is dat de A59 vanuit het Rijk op korte termijn onvoldoende prioriteit heeft om te worden aangepakt.

In dit kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Kan de gedeputeerde bevestigen dat de voorliggende GOL-plannen geen belemmeringen vormen voor een toekomstige aanpak en ontwikkeling van de A59?
  • Kan de gedeputeerde toezeggen dat we richting het Rijk blijvend aandacht vragen voor de structurele aanpak van de A59?

2. Communicatie zienswijzen en alternatieven

Voorzitter, de GOL kent een lange geschiedenis, met een start op 12 december 2012 van twintig samenwerkende partijen. Gedurende de gehele periode van de GOL heeft er in diverse vormen omgevingscommunicatie plaatsgevonden met betrokkenen. Zoals ook is gebleken uit de zienswijzen zijn er meerdere invalshoeken, opvattingen en verwachtingen over de beste oplossing voor het gebied.

Voorzitter, in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie is het van belang dat we scherp zijn op trajecten waarbij we meerdere ambities samenbrengen en die ook in gesprek met de omgeving tot stand willen brengen. Het feit dat we veelvuldig communiceren en in gesprek zijn biedt helaas nog geen garantie dat we elkaar goed begrijpen, oplossingen kunnen aandragen en zorgen wegnemen.

De vraag aan de gedeputeerde is:

  • Welke leerpunten uit dit proces nemen we mee naar de toekomst als het gaat om de begrijpelijkheid en gedragenheid van complex samenhangende ambities? 

3. Verzachtende maatregelen voor de kwaliteit van leefbaarheid

Voorzitter, graag kijk ik met u vooruit naar de voorliggende plannen en realisatie. De gevolgen voor de kwaliteit van de leefbaarheid verdienen hierbij bijzondere aandacht. We zien namelijk terechte zorgen van bewoners.

Voorzitter, als uitgangspunt is genomen dat de kernen zoveel mogelijk worden ontlast en de verkeersafwikkeling zich concentreert op wegen die hiervoor geschikt zijn. De zorgen van omwonenden van juist deze gebieden, die intensiever zullen worden gebruikt, zijn dan ook begrijpelijk. We hebben nu al een geluids- en fijnstof problematiek rondom de A59, die o.a. heeft geleid tot een tijdelijke verlaging van de snelheid naar 100 km/u. Gevoelsmatig brengt een parallel- of hoofdweg voor verkeersafwikkeling deze problemen dan ook dichterbij.

Als CDA zouden wij graag zien dat, als in het belang van de gehele regio op specifieke trajecten de kwaliteit van de leefbaarheid onder druk komt te staan a.g.v. toenemende verkeersafwikkeling, het eerlijk is om de zorgen van juist deze bewoners extra aandacht te geven.

Wij vragen de gedeputeerde daarom voor deze gebieden niet alleen te kijken naar wat noodzakelijk is, maar een stap extra te zetten door te kijken wat nodig is.

Enkele vragen hierover:

  • Zijn alle mitigerende maatregelen op het gebied van geluid, fijnstof en veiligheid reeds bekend en definitief? Of zal een deel na realisatie nog moeten worden geconcretiseerd/verbeterd op basis van werkelijke metingen?
  • Op welke wijze is geborgd dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals een gemeentelijk vervoersplan, voor uitvoering door gemeenten ook in lijn lopen met de uitvoering van de GOL-plannen door de provincie?
  • Op welke wijze wordt geborgd dat het onderliggende wegennetwerk zal worden gebruikt als bedoeld en géén sluiproute wordt waar te hard wordt gereden. Met alle overlast van dien.

Voorzitter, zoals u van ons gewend bent denken wij graag mee in oplossingen. Innovatieve oplossingen, die ook passen bij de ambities van dit college. Een extra stap om de leefbaarheid te vergroten in de drukste straten: dát heeft deze regio nodig.

Voorzitter wij zien een mooie kans om een brug te slaan naar de energietransitie en transformatie naar nul-op-de-meterwoningen. Door huizen in het gebied te voorzien van een geluidsisolerende schil met gesloten voorgevel, in combinatie met een luchtwarmte circulatiesysteem, kunnen zowel de gevolgen van de GOL worden verzacht als nul-op-de-meterwoningen gerealiseerd.

Aangezien het gaat om veel particuliere koopwoningen hoort hier uiteraard een onderzoek bij naar een organisatiestructuur voor financiering, uitvoering en beheer van de maatregelen, waarbij de besparing op de energierekening als investering voor de ombouw kan dienen. Een vorm van sociale innovatie waarbij we de energietransitie bij koopwoningen via een centrale organisatie kunnen regelen.

Wij zien hier een uitgesproken kans en zien graag een reactie van de gedeputeerde op onze motie, die we samen met GroenLinks indienen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vaststelling van de provinciale inpassingsplannen en het besluit van vandaag zijn niet het eindpunt van een langlopend dossier, maar juist een startpunt voor realisatie en daarmee de proef op de som. De plannen en berekeningen gaan tot leven komen in concrete resultaten.
Het is van belang dat we ook juist in deze fase in de gaten blijven houden of de opgeleverde resultaten aansluiten bij onze doelen en verwachtingen. Ook in deze ontwikkeling zullen we de omgeving moeten meenemen en daar waar nodig kunnen bijsturen.

Mijn laatste vraag aan de gedeputeerde is dan ook:

  • Hoe blijven we gedurende de realisatie van de plannen de omgeving meenemen in de ontwikkeling en borgen dat we onze doelen behalen?  

Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (29 juni 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de jaarstukken 2017 op 18/05

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de jaarstukken 2017
(18-05-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

We behandelen vandaag de tweede en tevens laatste volledige jaarrekening waar dit college rekenschap over geeft. Met een jaarlijkse begroting van ruim 1,3 miljard euro een behoorlijke verantwoordelijkheid om te dragen namens de Brabanders.

Voorzitter, voordat ik begin aan mijn inbreng, wil ik namens de CDA-fractie onze dank en waardering uitspreken richting GS, griffie en alle ambtenaren voor de bijdrage in de resultaten van 2017. Voorzitter, zoals u ook stelt, zijn er naast de behaalde resultaten uiteraard ook zaken die anders zijn verlopen dan verwacht. In het 3e bestuursjaar van dit college zien wij ook dat programma’s of onderdelen die goed van start zijn gegaan vlot verlopen, maar bij een wankele start lukt het niet om het tij te keren.

Voorzitter, graag sta ik vandaag met u stil bij de volgende 3 onderwerpen:
1. financieel resultaat & inkomsten;
2. inzicht in uitgezette leningen;
3. resultaten programma’s en onderbesteding.

Financieel resultaat en inkomsten
Voorzitter, de jaarlijkse beleggingsdoelstelling en onze inkomsten staan al enige tijd onder druk. We lezen terug dat de jaarlijkse beleggingsdoelstelling van 122 miljoen euro is behaald en er zelfs stortingen zijn gedaan in de rentereserve en reserve-investeringsagenda. Voorzitter, het volledige verhaal hierachter is natuurlijk dat we het nodige kunst- en vliegwerk hebben verricht. Toekomstige resultaten zijn naar voren gehaald door de verkoop van obligaties. Feitelijk gaat het ook primair om toevoegingen vanuit de obligatieportefeuille met obligaties die een ‘negative yield’ hadden. Obligaties met een negatieve opbrengst en hiermee dus reserves voor zekere renteverliezen in de toekomst.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook of we dit nog apart gaan labelen? En wat zijn nou echt de harde reserves die ‘vrij besteedbaar’ zijn om tegenvallers of algemene daling door lage rentes op te vangen?

Voorzitter, zoals gesteld staan onze inkomsten onder druk en hebben we inmiddels van de gedeputeerde de toezegging dat we uitgewerkte inkomstenscenario’s tot 2028 tegemoet kunnen zien. Voorzitter, hier zouden we toch de nodige vaart in willen houden.

Kan de gedeputeerde aangeven op welk termijn we dit tegemoet kunnen zien? En kunnen we hier meer vaart achter zetten door alvast ideeën of instrumenten Statenbreed te bespreken om samen tot deze scenario’s te komen?

Inzicht in uitgezette leningen
Voorzitter, op dit moment hebben we ca. 1,4 miljard euro aan leningen uitstaan en daarnaast nog ca. 250 miljoen euro aan overeenkomsten waarop partijen ieder moment een beroep kunnen doen. Dit zijn forse bedragen die we kunnen uitzetten dankzij de zgn. Essentgelden. Geheel risicoloos is dit niet, met een voorziening van ca. 40 miljoen euro. Al met al forse bedragen waarbij ook de accountant heeft opgemerkt dat de informatievoorziening richting PS beperkt is.

Graag horen wij van de gedeputeerde hoe de informatievoorziening richting PS zal worden verbeterd zal worden en op welke termijn we dit kunnen verwachten?

Resultaten programma’s en onderbesteding
Voorzitter, in de verantwoordingsbrief lezen we dat de onderbesteding van ruim 20% is teruggebracht naar 5%. Een onderbesteding is natuurlijk het financiële plaatje wat duidelijk maakt dat beoogde resultaten niet zijn gehaald. Helaas is dit in 2017 nog ten opzichte van de gewijzigde begroting gemeten. Voor 2018 zien wij graag in lijn met onze eerdere motie een meting ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Kern is en blijft voor het CDA dat we een duidelijke doelstelling hebben, strak sturen op resultaat met als resultante realistische ramingen en begrotingen.

Voorzitter, in dat opzicht start ik met een algemene reflectie op de inhoud van de 420 pagina’s tellende jaarrekening. Een enorme hoeveelheid informatie waar zelfs de accountant kanttekeningen bij plaatst. Voorzitter, we zien heel veel indicatoren in aantallen – aantal  projecten, netwerken, rapporten, bezoekers etc. – en slechts beperkte relevante indicatoren die meten of we het doel in zicht is. En daar waar we deze wel hebben zijn ze nog niet gemeten of op tijd beschikbaar. Om één voorbeeld uit te lichten: voor de prestaties rondom VTH-taken is één zeer relevante indicator de generieke kwaliteitsdoelstellingen vergunningverlening. We lezen echter: niet op tijd beschikbaar…

Kan de gedeputeerden aangeven wanneer deze indicator wel beschikbaar is?

Groen Ontwikkelfonds Brabant
Voorzitter, rapportages en resultaten van dit Groenfonds zijn al jaren een punt van aandacht. Met ruim 280 miljoen euro aan middelen plus ruilgronden is dit een waarde van wel twee keer Attero aan publieke middelen. Ondanks deze forse belangen lukt het maar niet om het geheel op de rails te krijgen, want ook in 2017 zien we weer tegenvallende resultaten.

Maar nog belangrijker is dat prestatie-indicatoren niet volgens afspraak zijn of tegenstrijdig. Bijvoorbeeld de indicator: Zijn de middelen voldoende om de doelen te behalen (mate van uitputting)? In de jaarrekening staat ‘ja’. Terwijl afgesproken is dat zou worden gerapporteerd in ‘% realisatie maatschappelijke opgave versus % gebruik van het fonds’.

Kan de gedeputeerde aangeven of dit een bewuste keuze is of een foutje?

Of een ander voorbeeld dat we niet kunnen rijmen. De verwerving en inrichting van natuurgebieden uit het Groenfonds moet evenredig worden verdeeld over de drie categorieën A, B en C. Waarbij categorie C maximaal 15% subsidie kent en vooral ondernemend EHS en minstens net zo groot als A zou zijn. Enerzijds lezen we terug dat deze prestaties geleverd zijn, anderzijds lezen we dat het bedrijfsleven nagenoeg niet bereid is te investeren.

Kan de gedeputeerde aangeven wie er dan voor de categorie C heeft betaald? En was de 85% inbreng wel grond en geld zoals beloofd?

Mobiliteit
Voorzitter, voor het programma Mobiliteit zien we twee onderwerpen die ons tot denken zetten. Het programma Verkeersveiligheid en Hooipolder Plus-plan. Zuiver kijkend naar proces en werkwijze is het geheel volgens het boekje en kan je daar niet iets op aanmerken. Als (deel)opgaven zijn afgerond en er middelen over zijn, dan vloeien deze terug naar de algemene middelen of naar de bestemmingsreserve. Maar toch voorzitter, het voelt niet goed aan. Als GS en PS hadden wij toch een doel om te bereiken en niet alleen een vinkje te halen.

Vraag aan de gedeputeerde is: Bent u van mening dat met het afronden van het activiteitenplan Verkeersveiligheid onze opgave hierop volledig is ingevuld en hadden we de resterende middelen van ca. 275.000 euro niet kunnen besteden aan de inrichting van een verkeersmonitor, die inzicht geeft in de veiligheid en het gebruik van onze wegen?

Voorzitter, met het Hooipolder Plus-plan was de gedeputeerde volop in overleg met Rijk en gemeenten en dit zou eindelijk iets gaan worden: tot 2030 filevrij! We lezen echter terug dat de verkeerslichten bij Hooipolder weer op rood staan en 750.000 euro retour reserve gaat. De vraag aan de gedeputeerde is: Hoe lang blijft dit plan nu op de plank liggen? We waren toch zo goed en doortastend bezig?

Sociale Veerkracht
Voorzitter, voor het derde jaar op rij moeten we constateren hoe weinig voortgang wordt geboekt op Sociale Veerkracht. Hier lezen we dat de ‘responsieve aanpak’ heeft geleid tot een onderbesteding van 600.000 euro. Voorzitter, als u googelt op ‘responsieve aanpak’, dan lijkt dit alleen voorbehouden te zijn aan onderwijs, kleine kinderen en de overheid met als belangrijke kenmerk: ‘Nog zoekende wat betreft concreet te behalen resultaten’.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook: Wanneer is u zoektocht naar te behalen resultaten afgerond en kunnen we eindelijk over tot effectief helpen van de Brabanders?

Moratorium
Voorzitter, in de categorie ‘lang wachten en niet weten waar we aan toe zijn’ valt ook het tijdelijk moratorium geitenhouderij. Hier was toch het karakter ‘tijdelijk’ en zouden we niet onnodig lang wachten op langdurige GGZ-onderzoeken? De gedeputeerde zou zelf een onderzoek starten en binnen 3 tot 6 maanden duidelijkheid verschaffen.

Kan de gedeputeerde aangeven wat de status is van het moratorium?

Voorzitter, mijn laatste maar zeker niet minste punt is de overbesteding op organisatiekosten. Voorzitter, in het kader van realistisch ramen zijn de begrotingen op programma’s naar beneden bijgesteld gedurende het jaar, de bijbehorende organisatiekosten laten alleen een stijging en overschrijding zien. De vraag aan de gedeputeerde is: Wat is de oorzaak van deze overschrijdingen op organisatiekosten, en waar blijft de strakke sturing hierop? Welke relatie ziet de gedeputeerde tussen deze overschrijdingen en juist forse besparingen van 4,5 miljoen op primaire werkprocessen? 

Kortom voorzitter, we hebben nog een weg te gaan als het gaat om het meten of doelen behaald zijn, sturen op resultaat en hiermee samenhangend realistisch ramen.

Voorzitter, ik ga afsluiten met een laatste illustratief voorbeeld…

Voorzitter, we hebben besloten dat de ingang van de bezoekersparkeerplaats bij het Provinciehuis anders moest. Daar is lang over nagedacht, normen op losgelaten, plannen gemaakt en uiteindelijk gerealiseerd. Alleen wat blijkt nu: de praatpaal staat reuze onhandig en levert zelfs gevaarlijke situaties op. Er wordt een groot beroep gedaan op de rijvaardigheid én fysieke gesteldheid van onze bezoekers. Vanuit hun zichtveld kan de griffie u er alles over vertellen.
Tja, wat doe je dan als best bestuurde decentrale overheid met concrete geluiden en feedback van de Brabanders, nu blijkt dat het resultaat er wel staat, maar het doel nog lang niet is gehaald?

Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar jaarstukken 2017 (18 mei 2018)

Perspectiefnota 2018: hoe staat Brabant ervoor?

De provincie mag haar spierballen laten zien en haar schouders zetten onder de uitdagingen van vandaag en morgen, óók als deze niet tot haar kerntaken behoren: de overspannen arbeidsmarkt, het arbeidsmigranten vraagstuk en het lot van kwetsbare groepen als ouderen en vrachtwagenchauffeurs. Dát is de boodschap van het CDA in de provincie Noord-Brabant tijdens het debat over de perspectiefnota 2018.

In de perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Het perspectiefnota-debat van vandaag is het laatste van deze Statenperiode, want volgend jaar zijn er verkiezingen en komt er een nieuw provinciebestuur.

Kern van de CDA-inbreng is de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, bouw en logistiek lopen razendsnel op. Met grote gevolgen voor o.a. de zorg voor onze ouderen, de woningbouw en het halen van de klimaatdoelen. Het CDA wil dat de provincie de regie neemt bij het samenbrengen van partners, zoals brancheorganisaties, onderwijsinstellingen en andere overheden, en het tot stand brengen van regionale oplossingen. Dit in lijn met het advies dat de Sociaal-Economische Raad gisteren publiceerde1. “Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Een tweede belangrijk punt wat het CDA onder de aandacht brengt, is de situatie rondom arbeidsmigranten. Van der Sloot: “In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor-zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.”

Ook pleit het CDA voor de terugkeer van het sociaal beleid, dat onder het huidige provinciebestuur vrijwel volledig is afgeschaft. Zonder steun van de provincie dreigen netwerkorganisaties als de Vereniging Kleine Kernen, belangenbehartiger van dorpen platteland, en buurthuizen-platform ’t Heft om te vallen. Dát wil het CDA voorkomen, want zij spelen een essentiële rol bij het betrekken van álle Brabanders bij de samenleving.

Daarnaast waarschuwen de christendemocraten voor de Essent-gelden, waarvan de renteopbrengsten in de komende jaren waarschijnlijk zullen dalen. Om te voorkomen dat er gaten in de provinciebegroting ontstaan, wil het CDA een ‘signalerende’ ondergrens vaststellen zodat de provincie tijdig keuzes kan maken bij onvoorziene tekorten.

Ten slotte roept het CDA de provincie op om te onderzoeken of het mogelijk is om op korte termijn tijdelijke truckparkings, bij voorkeur voorzien van sanitair en horeca, in te richten langs snel- en provinciale wegen. Als het kan op provinciale gronden en indien mogelijk geëxploiteerd door ondernemers. “Om vrachtwagenchauffeurs een veilige, fatsoenlijke rustplaats te bieden en overlast elders tegen te gaan”, legt Van der Sloot uit.

Klik op de volgende link om de volledige spreektekst van Marianne van der Sloot terug te lezen: Spreektekst Marianne van der Sloot perspectiefnota 2018 (20 april 2018).

1  Zie https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/2010-2019/2018/20180419-energiestransitie-werkgelegenheid.aspx.

Spreektekst René Kuijken – Debat over BPO-onderzoek naar naleving stikstofregels door industrie 23/02

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de aanleiding, het proces en informatievoorziening naar de Staten van het onderzoek naar de naleving door de industriële sector van de regels die voor stikstofemissie zijn gesteld uitgevoerd in opdracht van het BPO2
(23-02-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

De kritiek van het CDA richt zich op twee onderdelen: de inhoud en de procedure.

Over de inhoud

De volgordelijkheid van de genomen bestuurlijke maatregelen, los van de inhoud, is te verdedigen. Als de agrarische sector 48% van de stikstof uitstoot en de industrie 3-11% én het je doel is om stikstof te reduceren, dan zou het een politieke keuze kunnen zijn om je eerst op de agrarische sector te richten. Vanuit dezelfde gedachte zou het ook uit te leggen zijn dat direct daarna de industrie aan bod komt. Als je schip van diverse kanten water maakt, dan ga je eerst de grootste gaten dichten. Als het fileprobleem de spuigaten uitloopt, dan pak je eerst de grote knelpunten aan. Dat heet prioriteiten stellen. En nogmaals: dat is een politieke keuze die uit te leggen is.

Verder is de pilot om het bedrijfsleven van Brabant te screenen voortgezet. De eerste screen had als doel om de vergunningssituatie van de industrie in kaart te brengen en de gedachte achter de voortzetting van de pilot is om eerst alle risicovolle bedrijven aan te pakken. Risicogericht handhaven is hier, vooral ook gezien de beperkte capaciteit bij de omgevingsdiensten, logisch.

Maar wat klopt hier nu niet? Waarom staan we nu hier in deze speciale Provinciale Statenvergadering? Wat ontzettend vreemd is, is dat het nalevingsgedrag van de industrie zo lang een ‘black box’ is geweest. En met ‘black box’ gebruik ik letterlijk de woorden van het BPO uit de onderbouwing van de pilot. Heeft de gedeputeerde hier niet jarenlang last gehad van tunnelvisie gericht op de agrarische sector? Om er in dit zeer late stadium pas achter te komen dat een groot deel van de stikstof uitstotende industrie vergunningloos opereert?

Maar wat nóg belangrijker is:

Wanneer het ging om maatwerk, konden agrarische bedrijven in West-Brabant, agrarische bedrijven met een Beter Leven keurmerk, agrarische bedrijven van ondernemers die bijna met pensioen wilden gaan, op geen enkele coulance rekenen van dit college. Er werd generiek beleid over Brabant uitgekieperd.

Nu het gaat om de industrie lijkt bij het college de urgentie toch wat minder. Blijkbaar kan er wel maatwerk toegepast worden binnen de industriële sector. Sommige typen bedrijven wel, sommige niet. Maar er kan ook maatwerk worden toegepast tussen hele sectoren. De ene sector, die financieel al onder druk staat, ziet regel na regel over zich heen komen. De andere sector kan jarenlang zonder enige vergunning teveel stikstof uitstoten. Dit is bijzonder inconsequent en dit zal voor veel veehouders die met de maatregelen van 7 juli 2017 worden geconfronteerd, en misschien zelfs gedwongen moeten stoppen, als regelrecht oneerlijk worden ervaren.

In eerste termijn wil het CDA van dit college weten waarom er binnen de veehouderij niet aan enig maatwerk kon worden gedaan en binnen de industriesector wel.

Een andere vraag is: waar is het het college nu precies om te doen? Om stikstofreductie of om het snoeien in de veehouderij?

Over de procedure

Het is op zijn zachtst gezegd bijzonder ongelukkig dat nergens in het uiterst gevoelige en impactrijke debat van 7 juli 2017, nóch in de voorafgaande weken, er met één woord is gerept over de maatregelen ten aanzien van vergunningloos opereren door de industrie. Deze procedurele keuze van de gedeputeerde is van een groot belang, omdat het CDA de zonet geschetste inhoudelijke punten niet aan de orde heeft kunnen stellen. Die kans is ons ontnomen. U had gewoon kunnen laten zien wat u nog meer doet om de effecten van stikstof terug te dringen. Integraal werken heet dat. Dat heeft u nagelaten.

Alles overwegende: was het nu niet handiger geweest als de gedeputeerde het BPO-rapport en het plan van aanpak actief bij de beraadslagingen had betrokken?

Is het college van mening dat de informatie rond het BPO-rapport totaal irrelevant was voor de beraadslagingen van 7 juli 2017?

Kan de gedeputeerde bij de CDA-fractie het gevoel wegnemen dat de Staten onvolledig zijn geïnformeerd?

1 Alleen het gesproken woord telt.

2 Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht.

Spreektekst René Kuijken aanleiding-proces-informatievoorziening onderzoek naleving stikstofregels door industrie (23 februari 2018)

Spreektekst René Kuijken – Debat over natuur-/landschapsbeleid (BrUG) 01/12

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over beleidsactualisatie BrUG (‘Brabant Uitnodigend Groen’)
(01-12-2017) – 1ste termijn

Voorzitter,

Het beschermen en zelfs uitbouwen van natuur is de moeite waard. Dat staat buiten kijf. Er wordt vaak gezegd dat een mooie natuur bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat. Maar de natuur is meer dan een verdienmodel. De natuur heeft ook intrinsieke waarde. De natuur is naar mijn eigen bescheiden mening het meest prachtige wat er is. Het is een volledig zelfsturend systeem. En het is minstens zo complex als onze menselijke maatschappij. Waar wij echter onze maatschappij proberen te ordenen met onder andere symmetrie, wetten en handhavers, kent de natuur alleen natuurwetten. Deze rauwe anarchie maakt de natuur verrassend en fascinerend. En het mooie is dat, als je goed kijkt, deze natuurwetten nog altijd de belangrijkste drijvers zijn achter onze maatschappij, ondanks dat we denken dat we met al onze wetten, cultuur en orde een toonbeeld van beschaving zijn. Van machtsbeluste bokito’s in het bedrijfsleven tot baltsende tieners op zaterdagavond en van territoriale wereldleiders tot zelfopofferende ouders. Onze maatschappij is eigenlijk een ecologisch systeempje.

De natuur is ook een beetje zoals de politiek. De natuur is liberaal. Het gaat zijn eigen weg en soms zijn de beste resultaten dat waar de natuur zelf mee komt. ‘Survival of the fittest’. Het verschil is alleen dat in de maatschappij de vraag het aanbod leidt: de markt. In de natuur leidt het aanbod de vraag: evolutie.

Soms zijn er exoten, die komen in één keer op. Daar is niks mee. De natuur past zich aan. Dat heeft het altijd al gedaan. Zo is het konijn ook een exoot. En wat zouden we toch moeten zonder deze Spaanse vrienden. De natuur vormt zich om de exoot heen en ja, verandert een beetje. Maar is dat erg? De natuur in het jaar 1000 was ook heel anders dan de natuur in het jaar 1500. Verandering is altijd de enige constante geweest. Er bestaat niet zoiets als een oneindige en vast gedefinieerde Nederlandse natuur die 2000 jaar onveranderd blijft.

Ondanks dat de natuur vaak erg hard is, heeft de natuur ook een sociale kant. De natuur kent vele voorbeelden van een diepe solidariteit richting de kudde, hulpbehoevende familieleden of het volk.

De natuur is ook een beetje christendemocratisch.

De natuur gedijt het beste wanneer de mens zo min mogelijk ingrijpt. Soms komt de natuur toch onder druk te staan. Daar waar de natuur zichzelf kan herstellen, moeten we de natuur zichzelf laten ontplooien. Maar soms ontstaan er toch situaties, door toedoen van de mens, waarop de natuur zichzelf niet meer voldoende kan helpen en dan breekt het moment aan dat de mens de natuur een handje moet helpen om weer op eigen benen te staan, om weer veerkrachtig te worden. Het CDA staat voor goed rentmeesterschap en daar hoort bij dat we een veerkrachtige natuur door moeten geven aan de volgende generaties. In de vorige periode heeft het CDA dan ook ingestemd met het voltooien van het gehele Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voltooiing van het nationale én provinciale gedeelte. Het CDA staat nog steeds achter de 240 miljoen euro aan middelen die hiervoor nodig is.

Kijkend naar het stuk dat we vandaag bespreken, is het CDA het volledig oneens met twee zaken.

  1. De uitvoering van het NNB, waarbij er te vaak sprake is van ‘tekentafelnatuur’.
  2. De prestaties die er door dit college geleverd worden aangaande de realisatie van het natuurnetwerk.

Ten eerste: de tekentafelnatuur

Nederland is na Bangladesh, Zuid-Korea en wat eilandstaten het dichtstbevolkte land ter wereld. Tegelijkertijd willen we hier 2000 jaar landschapshistorie met alle dieren en planten die hier leefden én oer natuur artificieel naast elkaar brengen én met een hoop geld naast elkaar houden. Daarbij gaan we er voor het gemak maar vanuit dat deze onderhoudsgevoelige natuur de tand des tijds doorstaat voor de volgende 100 jaar. De 35 miljoen euro die dit college wil uittrekken voor leefgebieden past volledig in dit plaatje: we gaan super hoogwaardige natuur creëren, maar of dit ecologisch op de lange termijn het meest efficiënt is in termen van biodiversiteit en financiële zuinigheid is onbekend. Een belangrijke vraag is daarom: wat betekent de extra inzet voor leefgebieden voor de onderhoudskosten op de lange termijn? En hoe toekomstbestendig zijn deze natuurgebieden? Vergen ze veel onderhoud? Of zijn ze natuurlijk en zelf bedruipend?

Ten tweede: de prestaties van dit college

Uit de evaluatie van de fondsen en de evaluatie van BrUG blijkt dat de realisatie van NNB aan alle kanten is vertraagd.

  • Het tempo van verwerving is te traag.
  • Het tempo van inrichting is te traag.
  • Administratief is het een puinhoop.
  • De opstartfase van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) BV verliep ontzettend moeizaam.
  • De rapportages over de KPI’s zijn zeer moeizaam verlopen en lijken nu pas op orde.

Er is bovendien onvoldoende uitzicht op verbetering. Tegelijkertijd vraagt dit college op dit haperende dossier doodleuk, zonder enige uitwerking van beleid, om 43 miljoen euro voor natuur. Het adagium ‘eerst beleid, dan geld’, vaak gepredikt door verschillende coalitiepartijen, geldt ineens niet meer. We krijgen een Statenvoorstel van negen pagina’s, waarin uitgelegd wordt waar we een bak geld van 43 miljoen euro aan gaan besteden. De gedeputeerde Van den Hout heeft de 50 miljoen euro voor natuur goed uitonderhandeld aan de formatietafel, maar wat hij er mee moest? Dat blijft een ieder tot op heden volstrekt onduidelijk. Daarom dient het CDA de motie in ‘Eerst beleid, dan geld’.

Nu is het gemakkelijk om over de prestaties van dit college te klagen, maar daarbij moet ik ook even de prestaties van deze Staten aanstippen. In het debat over Attero van vrijdag 8 september ging het ook over de rol van PS. Had men niet kritischer kunnen zijn? Daar heeft het CDA van geleerd. Vandaag krijgen we een herkansing. Vandaag is zo’n moment waarop we kritisch moeten zijn. Weten we wel waar die 240 miljoen euro aan uit wordt gegeven? Halen we het maximale rendement aan biodiversiteit met de activiteiten die de provincie ontplooit met deze 240 miljoen euro? We weten het totaal niet. En laat dan de bak geld waar we het vandaag over hebben even tot je doordringen. Ter vergelijking: Attero is verkocht voor 170 miljoen euro. In het GOB zit 240 miljoen euro aan provinciale middelen, 210 miljoen euro aan Rijksgeld, 2274 ha en nu wordt e nóg 43 miljoen euro besteed aan de leefgebieden. Het gaat hier dus om zo’n drie Attero’s aan publieke middelen. En dit terwijl de realisatie van het NNB aan alle kanten is vertraagd en er totaal geen prestaties worden geleverd. Daarom dient het CDA een motie in met als strekking de subsidieregeling voor Biodiversiteit & Leefgebieden pas open te stellen zodra de realisatie van het NNB weer op schema ligt.

Daarnaast stelt het college voor de pilot voor de ecologische verbindingszones (EVZ’s) door te zetten. Dit terwijl vaststaat dat we door het ophogen van het subsidiepercentage naar 75% op het einde geld tekort komen in het groenfonds, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de slagingskansen van de doelen van het fonds. Waarom wordt de pilot eerst een jaar verlengd en wordt er over een jaar pas herijkt?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst René Kuijken beleidsactualisatie BrUG (1 december 2017)

Maidenspeech Kees de Heer – Debat over Logistics Community Brabant 17/11

Spreektekst1  Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Logistics Community Brabant
(17-11-2017)

Voorzitter,

Dank u voor het woord. Dit is mijn zogenaamde ‘maidenspeech’. En ja, de ironie wil dat dit ook mijn laatste optreden is in PS, omdat mijn tijdelijke lidmaatschap per 30 november stopt.
Ik weet niet of dit het beste gesternte is om een maidenspeech te houden, maar we doen het er mee.

Op de agenda staat de Logistics Community Brabant (LCB).
Er is aan Provinciale Staten gevraagd om in te stemmen met het duurzaam en vraaggericht versterken van de samenwerking tussen logistieke bedrijven en kennisinstellingen op basis van het propositiedocument Logistics Community Brabant.
En om 3 miljoen euro te bestemmen voor dit initiatief en de begroting daarop aan te passen.

Voorzitter, de CDA-fractie steunt het initiatief om bedrijfsleven en kennisinstellingen dichter bij elkaar te brengen door middel van de LCB. Dit maakt het mogelijk om studenten en leerlingen op te leiden volgens de meest actuele stand van zaken.

Het biedt het bedrijfsleven de mogelijkheid om nieuwe kennis af te tappen van onze kennisinstellingen en daarmee hun effectiviteit en efficiëntie te vergroten. Dat komt onze concurrentiepositie ten goede.

En als we moeten concluderen dat de relatie kennisinstellingen-bedrijfsleven beter ingericht kan worden, en dat een LCB nodig is, dan is de CDA fractie daar voor.

De vraag die ons wel bezig houdt, is of het LCB gericht is op bedrijven die een logistieke uitdaging hebben op te lossen óf op bedrijven die logistieke diensten verlenen. Waar ligt precies de focus van de LCB. Met andere woorden: hoe groot is de community?

Het woord ‘community’ vinden we mooi gekozen. Het doelt op een lokaal en virtueel samenwerkingsverband.
Het geeft aan dat bedrijven die elkaar soms beconcurreren óók moeten samenwerken om innovatieve oplossingen te bedenken. Zijn deze bedrijven bereid een community te vormen en de handen ineen te slaan, ook al zijn ze soms concurrenten?

En waar het vandaag overgaat: kan de provincie daarin faciliteren, en zo ja hoe dan?

Als CDA fractie vinden wij het initiatief kansrijk.
Echter voorzitter, wij hebben als CDA-fractie ook wel zorgen en bedenkingen. En die wil ik graag met u delen met als doel dat deze community daadwerkelijk revolverend wordt.

In de executive summary wordt een grote ambitie uitgesproken. Men wil een unieke fysieke en digitale ontmoetingsplaats worden tussen mensen die in het hart van de logistiek werken en leven en dagelijks bezig zijn met groei, ontwikkeling en innovatie, vanuit zowel de theorie als de praktijk (community).
Het moet dé plek worden waarin men zich op ingrijpende economische veranderingen voorbereidt. Men zoekt naar een versnelde uitwisseling tussen kennisinstellingen en bedrijven.
En ook geografisch zijn er hoge verwachtingen: We starten dit initiatief binnen de Brabantse context, maar schalen dit later op naar de rest van Nederland en over de landsgrenzen heen. Toe maar!

1. Wat is het exacte verdienmodel?
In acht jaar tijd moet door het bedrijfsleven de meerwaarde worden ervaren en moet het bedrijfsleven bereid zijn om de producten volledig kostendekkend af te nemen tegen commerciële tarieven. Het uitgangspunt is vraaggericht werken.
Daarnaast denkt men inkomen te genereren door lidmaatschapsgelden.
En hier rijzen dan ook de vragen.
Hoe hoog denkt de gedeputeerde dat het lidmaatschap gaat zijn? En is lidmaatschap geen ouderwetse benadering, past dat wel bij een community-idee? Ben je lid van een community of neem je daaraan deel?

Hoe ziet het businessmodel er dan precies uit? Hoeveel bedrijven gaan naar verwachting meedoen?
En hoe ligt de verhouding inkomsten door advies/verkoop van producten en inkomsten door lidmaatschap?
Wij vragen ons af of hier niet al te gemakkelijk wordt geredeneerd naar een verdienmodel. Welk onderzoek ligt hier aan ten grondslag? We vinden ook de genoemde producten niet erg onderscheidend (stages, website, cursussen etc.). Maakt dit nu het verschil voor het bedrijfsleven?

Kortom: wat onderscheidt over acht jaar dit LCB van een regulier adviesbureau?
Voorzitter, er wordt gesproken dat men complementair wil zijn aan adviesbureaus. Maar ons wordt niet duidelijk waar die complementariteit in zit.

Wij hopen dat het debat vanmiddag hier meer helderheid over geeft.

2. Verankering van MKB
Het voorstel en de geschreven propositie ademt erg de sfeer van grote bedrijven. Terwijl de doelgroep juist het MKB is. Daar zit volgens de opstellers van het rapport de winst. En daar zit ook, zoals gezegd tijdens de behandeling van de begroting, de grootste banenmotor.
En daar zitten ook grote zorgen, zorgen over de innovatiekracht (SER).
Maar hoe MKB georiënteerd is dit voorstel? Voelt het MKB zich daadwerkelijk ondersteund?
Vraag: kan de gedeputeerde meer inzicht geven in het draagvlak van de voorgestelde aanpak (oprichting LCB) van het MKB?

Is dit niet een rapport wat te veel door goedwillende consultants is geschreven, maar te weinig geworteld is in de ervaringen van de hardwerkende MKB ondernemer? En sluiten de ideeën wel voldoende aan bij de MKB branche, en dan niet top van die branche maar juist de bedrijven die niet direct in het oog springen?

Ik sluit af.

Het CDA is enthousiast over dit initiatief. Tegelijkertijd vragen we aandacht voor bovengenoemde zorgen. We weten dat ondernemen niet zonder risico’s gaat en dat geen waterdichte garanties kunnen worden gegeven.
Een gezonde dosis zakelijkheid vinden we wel op zijn plaats. Daarom hebben wij bovenstaande vragen aan u gesteld.

Ik zie uit naar een goed debat

Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Logistics Community Brabant (17 november 2017)

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over de provinciebegroting 2018 10/11

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2018
(10-11-2017)

Voorzitter,

Vandaag bespreken we de begroting 2018. Het laatste, echt volledige jaar van deze periode, want in 2019 staan de verkiezingen weer voor de deur. Voor het CDA was oppositievoeren in 2015 nieuw, hoewel ik er wel bij moet opmerken dat we er als partij de laatste jaren in Nederland toch steeds meer ervaring in beginnen te krijgen.

Maar voorzitter, wij hebben ons vanaf het begin voorgenomen om onze grondwettelijke, controlerende taak vanuit de oppositie constructief maar zeer kritisch uit te oefenen. We zaten en zitten enthousiast en strak in de wedstrijd, maar de lijn is simpel: de goede voorstellen steunen we, en proberen we beter te maken, de slechte voorstellen steunen we niet en daar komen we met alternatieven.

En voorzitter, zo’n laatste, echt volledige begroting is toch een moment om eens even terug te kijken wat het college nu al heeft bereikt, wat er nu van het bestuursakkoord is ingevuld en ook om vooruit te kijken naar 2018 en begin 2019.

Laat ik beginnen met te zeggen aan het college, maar ook aan de coalitiepartijen, alle vier, dat er echt zaken bij zitten die het CDA goed vindt en dan ook van harte heeft ondersteund. Ik moet dan bijvoorbeeld denken aan JADS, aan de faciliteit in Woensdrecht, zonne-energie en de sportclubs, de agenda van gedeputeerde Van Merrienboer t.a.v. leegstand en ook afgelopen week de ingreep bij de jachthaven in Raamsdonk. Dus voorzitter, het is echt niet zo dat alles wat dit college doet waardeloos is en vroeger alles beter was. Beslist niet. Ik hecht er zeer veel waarde aan om daar mee te openen richting GS en de coalitiepartijen. Maar… u voelt hem al aankomen.

Maar als je nu écht de balans opmaakt, écht ziet hoe het gaat, écht kijkt waar we nu staan als provincie, is het CDA samen met heel veel Brabanders vooral heel erg teleurgesteld. En voorzitter, als jonge vader weet ik dat teleurstelling uitspreken vaak nog erger is dan boos worden. Dus misschien helpt dat vandaag bij dit college en de collega’s om de koers in 2018 nog echt te veranderen.

Maar voorzitter, waarom zijn wij dan vooral teleurgesteld? Het hoofddoel van dit college was toch dat het alles op een nieuwe, verbindende manier maar vooral sámen met de Brabanders wilde gaan doen? Het hele bestuursakkoord staat vol met wollige teksten hierover. Ze zijn haast niet te tellen. Ik citeer er even een paar. Puur ter herinnering aan wat u zelf hebt opgeschreven.

‘Dat vraagt meer dan voorheen om flexibel en dynamisch te opereren van het provinciebestuur. Slim en constructief meebewegen met initiatieven vanuit de samenleving.’

of

‘We moeten als overheid meer loslaten en ruimte bieden aan initiatief van onderop in goede samenwerking.’

en tot slot

‘Beleid ontstaat steeds meer uit co-creatie in horizontale verbanden.’

Voorzitter, dat ‘samen’ en ‘verbindende’ is iets dat het CDA van oudsher zeer aanspreekt. Zo is Brabant groot geworden. Maar de vraag is: als u echt eerlijk in de spiegel kijkt, als u puur reflecteert, als u dat durft, vindt u dat dan gelukt? Of juist niet?

Voorzitter, al die mooie teksten: ‘samenwerken’, ‘van onderop’, ‘co-creatie’. Dat heeft een aantal Brabanders, organisaties en partners van de provincie geweten na 2,5 jaar lang dictaten en verassingen uit ’s-Hertogenbosch.

  • Vraag maar eens aan de cultuursector, de philharmonie zuidnederland bijvoorbeeld, hoe betrouwbaar er volgens hen wordt samengewerkt.
  • Vraag maar eens aan mensen en partijen actief op het domein van sociale veerkracht en leefbaarheid hoe betrouwbaar en goed signalen van onderop worden opgepikt.
  • Of aan de provincie Limburg of het Rijk, als belangrijke partners in het veehouderijdossier, of de philharmonie hoe transparant en open de samenwerking is.
  • Of vraag de gemeentes Haaren en Nuenen maar eens hoe flexibel en dynamisch er van onderop wordt bewogen door dit provinciebestuur.
  • Of vraag aan de ouderen hoe goed er is samengewerkt en gecommuniceerd met hen en de ouderenbonden.
  • Of vraag de ZLTO/de boeren in Brabant hoe de ‘co-creatie’ van dit liberale college hen tot dusver bevalt in het veehouderijdossier.

Voorzitter, bij samenwerken en communiceren zijn er natuurlijk altijd twee partijen nodig. Het is dus niet zwart of wit en wij schuiven de schuld in alle genoemde gevallen ook niet voor de volle 100% in uw schoenen. Maar feitelijk is het natuurlijk gewoon wél zo dat onder dit college met al deze partijen geruzie, gedoe of ge-emmer is, er weinig tot geen voortuitgang wordt geboekt en de verhoudingen op scherp staan.

Voorzitter, bijna wekelijks zien we brieven en artikelen in de krant over de rol, houding en communicatie van dit college. Niet van één sector, niet van één partij maar van veel verschillende mensen, groepen of organisaties.
Voorzitter, in uw eigen bestuursakkoord had u zo’n groot hoofddoel en wordt er zoveel gesproken over ‘samenwerking’, ‘co creatie’, ‘van onderop’ en weet ik wat al niet meer.

Wat is in een aantal gevallen de praktijk dan toch anders:

  • u wilde verbinden, maar creëerde afstand;
  • u wilde co-creëren, maar zaaide argwaan;
  • u wilde het samen doen, maar lijkt vooral bezig met het in stand houden van het eigen verstandshuwelijk.

Voorzitter, hoewel ik het zelf te sterk aangezet vond hoorde ik dit laatst op een bijeenkomst over herindelingen. ‘Een zweem van liberale arrogantie is te horen, te voelen en te ruiken rondom de Brabantlaan 1. Zoiets van: wij verlichte en gestudeerde bestuurders uit ‘s-Hertogenbosch zullen het eens helemaal anders gaan doen en u vertellen hoe het moet.’ Voorzitter, het CDA vindt dit ietwat te sterk uitgedrukt, maar snapt de opmerking wel. Het geeft aan hoe houding, gedrag en communicatie aan de andere kant kunnen worden beleefd. Reflecteert u daar als college genoeg op?

Voorzitter, nogmaals: bij samenwerking en communicatie is het niet vaak zwartwit. Maar voorzitter, het is ook nog niet te laat. We gaan niet met een flauwe motie komen, maar verzoeken u op dit punt echt eens stevig met elkaar te reflecteren op de hei. Een verzoek met klem om uw koers te wijzigen. Verander uw houding richting Brabant en ga daadwerkelijk het constructieve gesprek aan. Als u de helft van alle teksten over ‘samenwerking’ en ‘co-creatie’ uit het bestuursakkoord invult met deze partijen zijn wij al dik tevreden.

Voorzitter, dat is onze hoofdboodschap vandaag. Onze verdere inbreng zal eerst kort gaan over een aantal financiële punten in de begroting en vervolgens meer uitgebreid over de voorstellen die het college doet voor 2018 én een aantal aandachtspunten en alternatieven die het CDA heeft op enkele dossiers.

Financiën
Voorzitter, het CDA wil beginnen met de gedeputeerde en alle ambtenaren te danken voor het heldere stuk werk dat is afgeleverd. Wij hebben eerst een financieel punt dat we met de gedeputeerde willen bespreken.

Voorzitter, de gedeputeerde van Financiën weet dat ik hem hoog heb zitten en hem zie als een gedeputeerde die structurele houdbaarheid van de financiën hoog in het vaandel heeft staan, problemen niet vooruit wil schuiven en helderheid en transparantie essentieel vindt. Voorzitter, en om die reden verbaast het me zo dat de gedeputeerde akkoord is gegaan met een in mijn ogen onhoudbare, niet heldere financiële doelredenering voortkomend uit het bestuursakkoord. Voorzitter, men had namelijk besloten om alle uitgaven van de provincie in de toekomst niet te indexeren voor loon- en prijsstijgingen van in totaal circa 3%. De redenering was dat, omdat de MRB inkomsten niet werden geïndexeerd, in 2015-2019 de uitgaven ook maar niet moesten worden geïndexeerd. Dat lijkt me de omgekeerde weg: omdat we besluiten de MRB inkomsten niet te indexeren, vindt er plotseling geen inflatie meer plaats?

Voorzitter, ik moet daarbij direct denken aan de situatie wanneer je verstoppertje gaat spelen met een kind van 2 jaar oud, en vele papa’s, mama’s, opa’s, oma’s en tantes en ooms in de zaal zullen het herkennen. Wanneer je met een kind van 2 verstoppertje speelt, jij zoekt en het kind moet zich verstoppen, is hij of zij in de oprechte en volle overtuiging dat wanneer hij/zij de handen voor de ogen doet, andere mensen hem/haar absoluut niet kunnen zien. Voorzitter, daar lijkt het niet indexeren in toekomstige jaren ook een beetje op. Nu doet het college de handen voor de ogen t.a.v. prijsstijgingen, maar wij zien ze nog steeds zitten en de prijsstijgingen ook. Je weet dat in de toekomst prijzen voor lonen/goederen gaan stijgen en de provincie dus meer zal moeten uitgeven voor dezelfde diensten/goederen. Wanneer je dus niet indexeert vanaf 2020, zoals nu gebeurt, zadel je eigenlijk toekomstige colleges en Staten op met een mogelijk probleem en een niet realistische begroting. De oplossing met de stelpost van 4 miljoen euro lijkt me daarbij volstrekt onvoldoende. Dit is immers nog geen 0,33% van de begroting voor 2018. Voorzitter, daarom komen wij met een amendement.

Versnelling transitie veehouderij
De Brabantse veehouderij ontwikkelt zich tot een slimme, maatschappelijk gewaardeerde én duurzaam renderende sector. Als dank daarvoor stort dit college generieke regelgeving uit over de gehele provincie, voor een probleem dat niet in de hele provincie speelt, en laten we zo investeringsvolume van boeren, wat nodig is voor innovatie, verloren gaan.

Investeren in nieuwe staltechnieken: prima, vooral doen. Investeren in nieuwe mesttechnieken: zeker doen, want dat draagt bij aan het circulair maken van de landbouw. Maar wij missen het belangrijkste: het samen doen met de Brabantse partners. Constant hebben we gevraagd om samen op te trekken en de mogelijkheden die er liggen te benutten: het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij, het ministerie maar vooral met de boeren zélf. Maar u had vaak oogkleppen op.
Gelukkig is het nieuwe regeerakkoord een herkansing. Een herkansing om maatwerk te bieden, een herkansing om draagvlak te winnen en het beleid uiteindelijk succesvoller te maken. Samen. Ook met het CDA.

Dit kabinet heeft 200 miljoen euro vrijgemaakt voor warme sanering, prioritair voor Brabant: 100 miljoen euro in 2018 en 100 miljoen euro in 2019, blz. 46 en 60 van het regeerakkoord. Ga dáár mee aan de slag, een uitgelezen mogelijkheid om daar waar het werkelijk knelt bij wonen en natuur een slag te slaan. Voorzitter, en ik had nooit gedacht dit ooit te zullen zeggen, maar het CDA had het niet mooier kunnen verwoorden dan Alexander Pechtold. “We gaan voor gerichte warme sanering zonder dat boeren voelen dat ze gepest worden”. Dan is het natuurlijk van de gekke dat wij als provincie 75 miljoen euro gaan inzetten voor generiek beleid zónder samenhang met deze pot van 200 miljoen euro uit het Rijk. Die 200 miljoen euro is een nieuwe ontwikkeling. Hier moet eerst duidelijkheid over komen. Wij dienen daarom een amendement en een motie in.

Agrarische leegstand en Criminaliteit
Voorzitter, dan agrarische leegstand. Leegstand en criminaliteit gaan hier vaak hand in hand. In de laatste weken zijn de artikelen in de media over criminaliteit en (leegstaand) agrarisch vastgoed niet te tellen. Veel agrariërs die een andere functie overwegen lopen echter tegen ellelange procedures aan. Dit verhoogt de kans op leegstand en oneigenlijk gebruik.
Wij vragen u dan ook om aan de slag te gaan met een procedureversneller richting gemeenten op dit punt. Het is twee voor twaalf. Wij dienen daarom de motie procedureversneller in.

Energie
Voorzitter, we hebben al eerder geconcludeerd dat er gas op de plank moet t.a.v. duurzame energie. We lopen achter. Het CDA ziet dat de gedeputeerde de eerste stappen heeft gezet t.a.v. zonne-energie en verschillende sportorganisaties. Heel mooi: complimenten. Maar het CDA vindt de ambities t.a.v. duurzame energie nog aan de lage kant en téveel op gemeenten gericht. Natuurlijk is het belangrijk dat de inzet van duurzame energie goed verankerd wordt in de lokale bestuursakkoorden, maar daar regel je 0,0 meer duurzame energie mee. Ga gewoon als provincie concreet aan de slag. Het CDA komt met twee amendementen en een motie, wat in totaal moet zorgen voor een concreet intensiveringsalternatief op het gebied van duurzame energie.

Wij stellen voor om maximaal in te zetten op zonne-energie voor alle sportclubs in Brabant, maar óók de grote VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) in de Brabantse steden. Hier willen we 30 miljoen euro extra middelen revolverend voor uittrekken. Dekking zou kunnen worden gevonden uit gereserveerde middelen in het breedbandfonds, die nu niets aan het doen zijn. Als het college overigens een alternatieve dekking ziet, staan we altijd open voor discussie. Het gaat om 20 miljoen euro voor sportclubs en 10 miljoen euro voor de VvE’s. Dit geld kan als lening worden gebruikt om zonnecollectoren aan te schaffen en aan te leggen en met de korting op de energierekening wordt de lening vervolgens terugbetaald. Dit is zowel voor sportclubs als voor VvE’s een oplossing voor de problemen waar zij nu tegenaan lopen. En op de langere termijn, wanneer de lening is terugbetaald, leidt het tot financieel krachtigere sportclubs/VvE’s. Zo versterk je ook de sociale veerkracht van de Brabantse samenleving.

Voorzitter, maar het zit niet alleen in geld of leningen. Wanneer je zoals ik geboren bent in ’87, dan ben je als jongetje opgegroeid met de tweede, derde misschien zelfs vierde serie herhalingen van het A-team. Het A-team met een A. Waarschijnlijk zitten hier mensen in de zaal die nog bij de première van de allereerste aflevering zijn geweest, maar de meesten kennen ze allemaal wel: Hannibal, Face, Murdoch en BA. Brabant heeft nu ook behoefte aan een E-team, niet met een A maar met een E. Voorzitter, ik bedoel een Energieteam. Gemeenten/lokale initiatieven gaan of zijn aan de slag met duurzame energie, maar soms lopen ze vast. Op het gebied van kennis, kunde of kassa. Bij de provincie en de BOM is veel kennis aanwezig. Wij zouden graag zien dat er een Energieteam wordt samengesteld, dat gemeenten kan ondersteunen. Dit past in het beleid van de gedeputeerde t.a.v. verankering van duurzame energie bij gemeenten/lokaal niveau.

Leefbaarheid en Sociale Veerkracht
Voorzitter, zoals eerder in debatten gedeeld vinden wij het beleid t.a.v. sociale veerkracht/leefbaarheid van dit college niet sterk. Natuurlijk is het mooi promotieplekken of een leerstoel te creëren, maar wat schiet de Brabander daar nu concreet mee op? Stop nu eens met al die papieren tijgers en bureau-ideeën. Als je iets aan de leefbaarheid wil doen, dan moet je als provincie initiatief pakken wanneer Brabanders het écht nodig hebben.

Bijvoorbeeld in Olland, waar inwoners anno 2017 nog op tuinhuisjes moeten klimmen om mobiel bereik te hebben. En dan zien we de antwoorden van dit college: ‘we zullen een brief naar het ministerie sturen, maar wij gaan hier niet over’. Voorzitter, neem nu eens concreet initiatief. Breng mensen bij elkaar en los het op. We hebben goede koffie in Brabant en nog betere worstenbroodjes. Zet alle partijen, EZ, de telecomprovider en de gemeente Meierijstad om de tafel en kijk hoe je concreet met elkaar het probleem kunt verhelpen. Graag een toezegging hierop.

Voorzitter, ook pleiten wij voor herintroductie van de succesvolle ‘doe-budgetten’ én de Dorpen Derby. Als provincie aanjagend en stimulerend zijn, zodat mensen van onderop zaken kunnen creëren, samen mét de provincie. Ziet u daar wat in, gedeputeerde Swinkels?

Mobiliteit
Voorzitter, dan mobiliteit. Wij moeten onze wegen en kapitaalgoederen goed onderhouden. In dat kader vroegen wij ons af of de automobilisten, zo’n beetje de enige belastingbetalers aan de provincie, die grofweg zorgen voor 20% van de inkomsten, nu zo blij zijn met het jaar 2018. 2018 wordt het jaar waarin nog nooit zo weinig uitgegeven gaat worden aan wegenonderhoud sinds in ieder geval 2015. Verder heb ik niet gekeken. Voorzitter, wij pleiten voor een extra onderhoudsimpuls in 2018 (zoals ook in 2016 is gebeurd) waar nodig en willen hier 1 miljoen euro voor reserveren uit de vrije begrotingsruimte. Concreet doel is om alle provinciale wegen waar de kwaliteit te wensen over laat, maar nog niet zo slecht is dat ze formeel moeten worden onderhouden/vervangen, nu vroegtijdig al onder handen te nemen. Prioriteit daar bij zijn die onderhoudswerkzaamheden die de verkeersveiligheid verhogen. Hiertoe dienen wij een amendement in.

Voorzitter, dan is er een urgente kwestie m.b.t. truckers en Brabantse truckplaatsen. Brabant kent belangrijke logistieke hotspots, zoals West-Brabant. Onder vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers bestaat behoefte aan beveiligde parkeerplaatsen, voorzien van sanitaire voorzieningen en horeca. Er is momenteel een gebrek aan (beveiligde) parkeerplaatsen in onze provincie. In combinatie met een aanstaand verbod op cabineovernachten en de strenge regels voor rij- en rusttijden komen vrachtwagenchauffeurs én transportondernemers hierdoor in de problemen. Afgelopen zomer is op Hazeldonk een beveiligde truckparking geopend, mede mogelijk gemaakt door o.a. het bedrijfsleven de BOM. Wij zouden willen dat er méér truckparkings in Brabant komen naar voorbeeld in Hazeldonk. En vragen via een motie of de provincie Noord-Brabant dit wil aanjagen/bewerkstelligen.

Voorzitter, tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers provinciebegroting 2018 (10 november 2017)

Spreektekst Huseyin Bahar – Bestuursrapportage 2017 27/10

Spreektekst1  Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Bestuursrapportage 2017
(27-10-2017)

Voorzitter,

Voor ons ligt de voorlaatste BURAP van deze bestuursperiode. Een mijlpaal, we zijn over de helft. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om GS, de griffie en alle ambtenaren te bedanken voor hun werk. Dag in dag uit zetten zij zich met hart en ziel in voor Brabant en de Brabanders. Daar mogen we best trots op zijn.

Voorzitter, de BURAP is niet alleen een uitgelezen kans om terug te blikken en successen te vieren, maar óók een moment om kritisch te kijken naar verbeterpunten. Dat is namelijk het echte cadeau van de BURAP. De centrale vraag hierbij is: wat hebben we nodig om Brabant nog mooier te maken? En om deze vraag te beantwoorden sta ik graag met u stil bij drie punten:

1. Realistisch ramen: een goede start, maar het kan nog mooier.
2. Resultaat beoordeling: is te mooi en kan realistischer.
3. Prestatie indicatoren: is moderne kunst en kan Bourgondischer.

Punt 1 – Realistisch ramen: een goede start, maar het kan nog mooier

Dit betekent scherp kijken naar de verwachte resultaten in de komende periode en de financiële planning hierop aanpassen.

Hoewel het CDA de eerste aanzet tot financieel realistisch ramen toejuicht, zijn wij nog niet tevreden. Om scherp te zijn op resultaten en financiële middelen, zou de maximale onderbesteding in de jaarrekening feitelijk afgezet moeten worden t.o.v. de oorspronkelijke begroting en niet t.o.v. de BURAP. Dit komt niet alleen ten goede aan de scherpte waarmee we kijken naar resultaat en doelstelling, maar heeft ook effect op onze inkomsten als provincie.

Onrealistisch ramen kost de provincie namelijk geld. Over de 128 miljoen hadden we bijvoorbeeld rente-inkomsten kunnen hebben. Zelfs met de huidige lage rente hebben we het dan op jaarbasis over enkele tonnen die we zijn misgelopen. Wij horen graag van de gedeputeerde wat het voornemen is voor 2018 én dienen hiertoe een motie in.

Voorzitter, om een beter beeld te krijgen van dit proces van realistisch ramen horen wij graag van de gedeputeerde een schets van het doorlopen proces voor.

Om aan de inkomstenkant te beginnen: we zien dat er een vrije begrotingsruimte ontstaat m.n. door de groei van de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Dit leidt zelfs tot een structurele stijging van 3,5 miljoen euro op jaarbasis. Kunt u aangeven waar deze groei vandaan komt en waarom als ‘structureel’ wordt betiteld?

Ten aanzien van SmartwayZ.NL lezen we terug dat de realisatie vooral doorschuift naar volgend jaar. We lezen ook terug dat de markt zal worden uitgedaagd in oplossingen. Kan de gedeputeerde aangeven welke concrete resultaten hij verwacht en waarop de meerjarige ramingen zijn gebaseerd?

Punt 2 – Resultaat beoordeling: is te mooi en kan realistischer

Voorzitter, al vanaf de eerste pagina’s van de BURAP is grote moeite gedaan om aan te kunnen geven dat er ‘beweging’ zit in Brabant c.q. de provincie. De vraag is echter of er ook echt beweging in zit, als we te maken hebben met een onderbesteding van 128 miljoen euro. De onderbesteding is in de afgelopen jaren van enkele procenten gestegen naar ruim 20%. Vrij vertaald zou je dus kunnen stellen dat 1 op de 5 doelstellingen niet is gehaald…

Voorzitter, om te schetsen welke mooie woorden we gebruiken neem ik u ter illustratie graag mee naar pagina 3 en de algemene voortgang van de programma’s.

– Programma Bestuur: de uitvoering loopt conform planning.
– Programma Ruimte: de uitvoering ligt op schema.
– Programma Natuur, Water en Milieu: de 3 opgaven liggen goed op koers.
– Programma Economie: Economie ligt goed op koers, Energie ligt op koers.
– Programma Mobiliteit: geen planning of koers te lezen, wel bezig met Toekomst Mobiliteit en Kwaliteitsvisie Onderhoud.
– Programma Cultuur en Samenleving: wederom geen planning of koers te lezen, de 4 verhalen worden steeds verder uitgewerkt.

Voorzitter, het blijft verbazingwekkend dat we zelfs op één pagina zoveel verschillende MOOIE bewoordingen nodig hebben. Het CDA ziet hier toch graag eenduidige en transparante bewoordingen. Het hoeft niet zo complex te zijn. Je ligt of op schema, achter op schema of loopt voor schema. Drie woorden, op, voor of achter, kunnen alles verklaren. Als CDA dienen wij daarom ook graag een motie in om voor de voortgang alléén deze woorden te gebruiken. En wees gerust voorzitter: om het mooier te maken mag u van ons elk lettertype gebruiken dat u wenst, zolang het maar deze drie transparante woorden zijn.

Voorzitter, om een link te leggen naar een specifiek voorbeeld en realistische resultaat beoordeling haal ik graag het Groen Ontwikkelfonds Brabant aan. We zien een totale opgave van 3.100 ha. In termen van realisatie zien we hier echter nog slechts een kleine 10 procent van terug. Dit wordt vervolgens wel aangegeven als CONFORM PLANNING. En overall ligt NATUUR goed op koers. Voorzitter, ik kan dit niet rijmen. Kan de gedeputeerde aangeven hoe realistisch deze beoordelingen zijn?

Punt 3 – Prestatie indicatoren: is moderne kunst en kan Bourgondischer

Voorzitter, de wijze waarop we omgaan met het rapporteren van prestatie indicatoren doet toch een groot beroep op de verbeeldingskracht, zoals je dat ook van moderne kunst kunt verwachten. We zien inmiddels gelukkig meer indicatoren en streefwaarden, maar voortgang rapporteren wordt nog te vaak aangeduid als CONFORM PLANNING. Voorzitter, ook hier geldt: hoe moeilijk kan het zijn om het gerealiseerde resultaat te vermelden? Ik neem u graag mee in een aantal voorbeelden om dit toe te lichten:

Bij de productgroep algemeen economisch beleid zien we een aantal concrete streefwaarden voor bijvoorbeeld handelsmissies, informatiebijeenkomsten, acquisitieprojecten etc. De voortgang lezen we als CONFORM PLANNING. Kan de gedeputeerde aangeven hoeveel handelsmissies er al zijn gerealiseerd? En zo ja, waarom wordt dit dan niet opgenomen in de BURAP?

Tweede voorbeeld: bij bedrijfsvoering zien we duidelijke streefwaarden in percentages. Voortgang wederom alleen CONFORM PLANNING. Kan de gedeputeerde aangeven wat het percentage tijdig afgehandelde subsidieaanvragen is? Zo ja, waarom wordt dit dan niet opgenomen in de BURAP?

Voorzitter, als CDA zien wij graag een eenduidige en transparante rapportage. Een mooi schilderij van het Brabantse natuurlandschap is toch veel duidelijker dan moderne kunst. Bij streefwaarden horen concrete resultaten in de voortgang en geen vage containerbegrippen. Zijn er geen resultaten, dan zien wij graag een korte toelichting waarom deze niet beschikbaar zijn. In onze aangekondigde motie maken we dit ook voor punt 2 en 3 expliciet.

Voorzitter,

Ik ga afronden. Het realistisch ramen heeft GS gedwongen om de roze bril van alleen maar ambitie af te zetten en de LEESBRIL erbij te pakken om scherper te kijken naar daadwerkelijke resultaten. Hierbij moeten we ook constateren dat alleen een leesbril niet voldoende is en er eenduidige en transparante meetwaarden moeten zijn om te lezen.

Voorzitter, om Brabant nog mooier te maken, is ambitie mooi, maar resultaat nog mooier.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar Bestuursrapportage 2017 (27 oktober 2017)

Spreektekst Ton Braspenning – Ondersteunende maatregelen transitie veehouderij 27/10

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ondersteunende maatregelen transitie veehouderij
(27-10-2017)

Voorzitter,

We zijn een maand verder en zitten hier opnieuw bij elkaar om te praten over het flankerend beleid voor de veehouderij. En wéér moeten we constateren dat de voorliggende maatregelen geen recht doen aan die ondernemers die al bezig zijn om via concepten als Beter Leven en Biologisch óf die via  een andere benadering van de traditionele landbouw regelingen aan te passen. Het CDA heeft hier al eerder voor gepleit en doet dat nu nogmaals.

U schrijft dat GS de hardheidsclausule ‘kan’, let op dat woordje, gebruiken als het kalf bijna is verdronken. Wij zouden graag zien dat u deze al ver vóór dat moment inzet.

Bovendien hadden we gehoopt én bepleit dat ketenpartners nu eindelijk mee zouden denken, maar uit niets blijkt dat dit ook is gebeurd. En we willen hier nogmaals benadrukken dat het essentieel is voor het slagen van verduurzaming om samen aan tafel te gaan. Met ketenpartners, maar óók met de Regiegroep Vitale Varkenshouderij.

En daar is nog een partner bij gekomen: de landelijke overheid, die bereid is om, geheel in lijn met onze denkrichting, maar liefst 200 miljoen euro te investeren in een warme sanering. Met name voor Brabant. Onze nieuwe regering lijkt het dus te begrijpen: saneer waar het knelt bij wonen en natuur en maak géén idiote, generieke regelgeving voor heel Brabant. Wij zouden graag zien dat de provincie het geld uit Den Haag gebruikt om daar een substantieel bedrag bij te doen, en een doorrekening te maken van dat effect. De door u zo geroemde ‘multiplier’.

Bij de innovatieve stalsystemen, waar het CDA groot voorstander is, noemt u drie voorbeelden, die echter nog lang niet toe aan een brede uitrol. En daarmee komen we weer op de weerbarstigheid van de vergunningverlening, die in schril contrast staat met uw jaarplanningen. Wat wij niet willen, zijn zgn. ‘end-of-pipe oplossingen’. Zoals een luchtwasser in een geitenstal of melkveestal. Dat is pure verkwisting van het financieringsvermogen van de sector.

Omschakelen naar ‘natuurinclusief boeren’: wat verstaat u daar nu precies onder, wanneer voldoe je daaraan, en wat wilt u bereiken met de grondbank waar maar liefst 30 miljoen euro voor is gerreserveerd?

En dat brengt me bij die 75 miljoen euro aan flankerend beleid… 30 miljoen euro voor de grondbank, 17,5 miljoen euro stelpost en 15 miljoen euro voor een investeringsfonds… dan blijft er 12,5 miljoen euro over waar vooral adviseurs, ambtenaren en iedereen rondom de landbouw een graantje van mee pikken. En de boer? Die blijft met de risico’s blijft zitten.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning ondersteunende maatregelen transitie veehouderij (27 oktober 2017)