Berichten

Schriftelijke vragen over OV 2040 – Houdt links van Breda de wereld op?

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040: houdt links van Breda de wereld op?

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over OV 2040.

Geacht college,

Onlangs stuurde staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer een brief over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 20401. Wat opvalt in deze visie op het openbaar vervoer van de toekomst, is dat vooral de economische kernregio’s in Nederland snellere en betere openbaar vervoersverbindingen krijgen. En dat een regio als West-Brabant het nakijken heeft.

Want wie in Bergen op Zoom woont en in Tilburg studeert, hoeft in de visie van de staatssecretaris niet te rekenen op sneller en beter openbaar vervoer. En werk je in Roosendaal maar woon je in Den Bosch, dan ben je eveneens slecht af. Net als je collega die op en neer reist tussen Zeeland en West- of Midden-Brabant v.v.

Het CDA maakt zich zorgen over deze eenzijdige focus op de Randstad en het negeren van een regio waar meer dan 700.000 mensen wonen. De indruk ontstaat dat de Brabantse verkeersgedeputeerde, onze belangrijkste ambassadeur en lobbyist in Den Haag, die zelf in Breda woont, met zijn neus naar Den Bosch kijkt en met de rug naar West-Brabant staat. Alsof links van Breda de wereld ophoudt…

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Hoe is Brabant betrokken bij de totstandkoming van de visie Toekomstbeeld OV 2040?
  2. Wat is de Brabantse inbreng geweest?
  3. In hoeverre is meegenomen dat een betere OV-verbinding tussen de regio(‘s) en de Randstad kan bijdragen aan een oplossing voor andere vraagstukken van de Rijksoverheid (zoals werkgelegenheid en het woningtekort)?
  4. Is er contact (geweest) met de provincie Zeeland, waar de situatie en belangen deels vergelijkbaar zijn met die in Brabant?
  5. Bent u het met het CDA eens dat de stations Bergen op Zoom en Roosendaal belangrijke schakels zijn richting de provincie Zeeland, richting de metropoolregio’s en richting Midden- en Oost-Brabant? Indien ja, vindt u met ons dat er meer aandacht moet komen voor o.a. de treinverbinding tussen West-Brabant en Zeeland, tussen West-Brabant en de Randstad en tussen West-Brabant en Midden- en Oost-Brabant?
  6. Deelt u de mening van het CDA dat een treinverbinding zonder overstappen of aansluitend overstappen én het vaker laten rijden van treinen via station Bergen op Zoom en vanaf station Roosendaal naar de Randstad én naar Tilburg en Den Bosch bijdraagt aan het verbeteren van de verbinding tussen West-Brabant/Zeeland, de Randstad en Midden- en West-Brabant?
  7. Willen de Rijksoverheid, de Nederlandse Spoorwegen en ProRail mee in de noodzakelijke verbetering van de verbinding van Brabant met Zeeland, met de Randstad en met Midden- en Oost-Brabant?
  8. Bent u bereid Provinciale Staten op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de Tweede Kamer omtrent het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer en evt. investeringen in dit verband die voor Brabant van belang zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/02/06/toekomstbeeld-openbaar-vervoer/toekomstbeeld-openbaar-vervoer.pdf.

Schriftelijke vragen over het kruispunt Zuiddijk-N285 bij Langeweg

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over het kruispunt Zuiddijk-N285 bij Langeweg.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het kruispunt Zuiddijk-N285 bij Langeweg.

Geacht college,

Het kruispunt Zuiddijk-N285 bij het dorp Langeweg en het traject Langeweg-Zevenbergen op de provinciale weg N285 staan bekend als gevaarlijk. Hardrijders, verkeersdrukte en het ontbreken van veilige oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers zorgen al jarenlang voor een onveilige verkeerssituatie en ongevallen.

Na de eerder voorgestelde tijdelijke maatregelen, zoals het aanbrengen van een brede middengeleider i.p.v. de linksafstrook, een verlengd inhaalverbod, een visuele versmalling van de rijbaan met palen, het openstellen van het zuidelijk fietspad richting Zevenbergen voor fietsers in beide richtingen én beperking van de maximumsnelheid tot 60km/u, vindt het CDA dat het tijd is om het kruispunt structureel veiliger te maken.

Daartoe hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het kruispunt op de provinciale weg N285 bij het dorp Langeweg?
  2. Bent u het met het CDA eens dat op dit kruispunt sprake is van een onveilige verkeerssituatie, veroorzaakt door (te) hard rijden, verkeersdrukte en het ontbreken van veilige oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers?
  3. Bent u bereid om op korte termijn met de gemeente Moerdijk in gesprek te gaan over het nemen van maatregelen die de verkeersveiligheid ter plekke structureel verbeteren?
  4. Indien ja, welke mogelijkheden ziet u daartoe? Zouden een rotonde of ‘slim stoplicht’ een oplossing kunnen zijn?
  5. Bent u bereid om indien nodig financieel bij te dragen, daar de N285 een provinciale weg betreft die onder uw verantwoordelijkheid valt?
  6. Kunt u toezeggen Wijkvereniging Langeweg proactief te informeren over uw visie op de situatie en de vereniging te betrekken bij de acties die u en/of de gemeente Moerdijk wel/niet ondernemen?
  7. Hoe staat u tegenover het openen van een provinciaal loket/meldpunt Gevaarlijke verkeerssituaties op provinciale wegen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

Schriftelijke vragen over economische schade in Brainport en ‘Braxit’

Schriftelijke vragen van Statenleden Kees de Heer en Ankie de Hoon over economische schade in Brainport en vrees voor ‘Braxit’.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over ‘Braxit’.

Geacht college,

Sinds de uitspraken van verkeersgedeputeerde Van der Maat in het Eindhovens Dagblad staat de slechte bereikbaarheid van de regio Eindhoven ‘ineens’ weer volop op de provinciale agenda. Waar het CDA altijd is blijven hameren op een oplossing, was de urgentie daartoe bij het huidige provinciebestuur in de afgelopen jaren compleet afwezig. Ieder voorstel en elke mogelijke oplossingsrichting werden weggestemd en het geld bestemd voor de ‘Ruit’ is inmiddels verdampt.

Het CDA is blij dat de slepende verkeersproblemen rondom Eindhoven nu wél de aandacht krijgen die ze verdienen, maar is bezorgd over de economische schade die Brabant en de regio ondertussen blijven oplopen. Moeten we vrezen voor een ‘Braxit’: een vertrek van bedrijven uit Brainport? In dat licht heeft het CDA voor u de volgende vragen:

Vraag 1

  1. Hoe groot schat u de economische schade a.g.v. files en de slechte bereikbaarheid van Eindhoven e.o. in de periode 2015-2019?Hoeveel euro is dat resp. per Brabander en per inwoner van de Brainport-regio?
  2. Indien deze cijfers niet bekend zijn, bent u bereid die te laten doorrekenen?

Vraag 2

  1. Hoeveel geld denkt u dat Brainport in de afgelopen jaren is misgelopen door de slechte bereikbaarheid van de regio?
  2. Indien niet bekend, bent u bereid dit te laten onderzoeken?

Vraag 3

  1. Is bekend hoeveel bedrijven voornemens waren zich in afgelopen jaren in de regio Eindhoven te vestigen, maar daar omwille van de slechte bereikbaarheid, zonder perspectief op verbetering, van hebben afgezien?
  2. Indien niet bekend, bent u bereid hiernaar navraag te doen bij bijvoorbeeld de gemeente Eindhoven en werkgeversorganisatie VNO-NCW Brabant Zeeland?

Vraag 4

  1. Zijn u signalen bekend over een ‘Braxit’, d.w.z. een vertrek van bedrijven uit Brainport?
  2. Hebt u aanwijzingen dat bedrijven Brainport mijden a.g.v. de slechte bereikbaarheid en hun toevlucht zoeken in andere landen, zoals België, of provincies, bijvoorbeeld Limburg?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Kees de Heer en Ankie de Hoon

CDA: ieder kind in Brabant muziekonderwijs

In Brabant moet ieder kind, als het dat wil, muziekonderwijs kunnen krijgen. Dat schrijft het CDA in het verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezingen en in schriftelijke vragen aan het provinciebestuur. Aanleiding om deze vragen te stellen is het bericht dat de Philharmonie Zuidnederland per september 2019 al haar educatieve projecten moet schrappen a.g.v. een begrotingstekort, ontstaan door de subsidiekorting van een half miljoen euro die de provincie het orkest vorig jaar oplegde.

Het CDA, van begin af aan tegenstander van deze bezuiniging, betreurt dat de Philharmonie Zuidnederland noodgedwongen deze keuze heeft moeten maken. “Muziekonderwijs speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van onze jeugd en met zijn educatieve projecten bereikte het orkest alleen al in 2018 ruim 18.000 Brabantse kinderen. Doodzonde dat daar nu een einde aan komt.” Aldus Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (beiden CDA).

Om muziekonderwijs voor álle Brabantse kinderen toegankelijk te maken, zou het CDA graag zien dat de provincie Noord-Brabant samenwerkt met gemeenten en (grote) Brabantse culturele instellingen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij programma’s als Méér Muziek in de Klas Lokaal, waarvan koningin Maxima erevoorzitter is en dat o.a. in de provincie Limburg en de stad Groningen heeft geleid tot kansrijke samenwerkingsovereenkomsten (convenanten). Of door het bevorderen van lokale projecten met de plaatselijke harmonie of fanfare.

Deryckere en Van der Sloot: “Als CDA vinden we het belangrijk dat muziek(onderwijs) toegankelijk is voor iedereen. In het bijzonder voor de Brabantse jeugd. Initiatieven daartoe die zich reeds hebben bewezen, zoals die van de Philharmonie Zuidnederland en Méér Muziek in de Klas Lokaal, zou de provincie juist moeten ondersteunen i.p.v. deze te korten t.b.v. allerlei vage experimenten.”

Concreet wil het CDA van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten: 

01. Had u rekening gehouden met dit besluit van de Philharmonie Zuidnederland?

02. Het orkest schrapt per september 2019 alle educatieve projecten. Is dit de maatschappelijk gewenste ontwikkeling die u met de korting op de jaarlijkse bijdrage van de provincie voor ogen had?

03. Beschouwt de provincie Noord-Brabant zich als mede-eigenaar van de Philharmonie Zuidnederland of als klant?

04. Wat betekent dat in uw ogen voor uw rechten, plichten en verantwoordelijkheden jegens het orkest?

05. De half miljoen euro die de provincie weghaalde bij de Philharmonie Zuidnederland is terechtgekomen in een fonds is gericht op het ‘verbreden’ en ‘vernieuwen’ van symfonische muziek.

  1. Hoeveel Brabanders verwacht u in 2019 met dit fonds te bereiken?
  2. Hoeveel Brabantse kinderen in de leeftijd tot 18 jaar verwacht u in 2019 met dit fonds te bereiken en via dit fonds kennis te laten maken met symfonische muziek?

06. Bent u bekend met het programma Méér Muziek in de Klas Lokaal?

07. Hebt u wel eens overwogen om hier als provincie in te participeren?

08. Wat zijn overwegingen geweest om dit wel/niet te doen?

09. Zijn u andere initiatieven bekend, binnen en buiten onze provincie, gericht op het structureel stimuleren van (muziek)onderwijs bij kinderen/jongeren? Indien ja, welke?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

CDA: Brabant moet eisen stellen aan Klimaatakkoord

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant eisen moet stellen aan het nationaal Klimaatakkoord, dat nu in de maak is. De partij wil dat het Brabantse provinciebestuur het voorbeeld van de provincie Limburg volgt, die afgelopen week een brief met Limburgse beoordelingscriteria voor het Klimaatakkoord naar Den Haag stuurde.

In schriftelijke vragen aan het provinciebestuur, vandaag ingediend, stelt het CDA dat alleen een Klimaatakkoord met voldoende draagvlak in de samenleving kans van slagen heeft. Daarvoor is het essentieel dat ook de wensen en zorgen van een regio als Brabant in het akkoord zijn terug te vinden. “Het Klimaatakkoord mag geen project van de Randstad zijn, waarvan de rekening eenzijdig in Brabant wordt neergelegd.” Aldus Statenlid Marianne van der Sloot, tevens fractievoorzitter en lijsttrekker.

Het CDA vraagt het provinciebestuur daarom een brief naar de ‘klimaatonderhandelaars’ te sturen, met een kader Brabantse randvoorwaarden waaraan het akkoord moet voldoen. Van der Sloot: “Beschouw het als een serie beoordelingscriteria/eisen waaraan Brabant het akkoord straks kan toetsen. Duidelijk en transparant.”

Om te zorgen voor één krachtige, gedragen boodschap richting Den Haag, stelt het CDA voor dat het provinciebestuur gemeenten en andere overheden, maatschappelijke organisaties en het Brabantse bedrijfsleven raadpleegt bij het bepalen van de inhoud van een dergelijke brief.

Ook doet het CDA zelf een aantal suggesties, namelijk:

  • Het Klimaatakkoord moet voor elke Brabander haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn.
  • Doelstellingen en deadlines uit het Klimaatakkoord moeten concreet, meetbaar en realistisch zijn.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lusten’ is een vereiste. Dat betekent dat duurzame energieprojecten moeten investeren én renderen in de omgeving, zodat álle inwoners hiervan profiteren.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lasten’ is een vereiste. De opgaven uit het Klimaatakkoord moeten eerlijk over het land, over regio’s en over sectoren worden verdeeld.
  • Bewustwording bij de consument als vertrekpunt van het Klimaatakkoord, door in te zetten op hoe mensen zelf, in hun eigen huishouden en omgeving, kunnen bijdragen: bijv. door te isoleren, besparen, minder te verspillen en zorgvuldig om te gaan met afval.
  • Oog voor grensregio’s en aandacht voor hun bijzondere, internationale positie, die door het Klimaatakkoord niet in gevaar mag worden gebracht.
  • Géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant. De rekening van Groningen mag niet in Brabant worden neergelegd.
  • Investeer in Brabantse klimaatmaatregelen die effectief zijn en zichzelf reeds bewezen hebben, zoals de subsidieregeling asbest eraf, zonnepanelen erop, de motie Samen aan de bal (over het verduurzamen van sportaccommodaties) én de motie Ladder voor duurzaamheid (over toepassing van een ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen waar wel en waar geen zonnepanelen mogen komen).
  • Méér Brabantse vakmensen. Het Klimaatakkoord moet voorzien in concrete voorstellen om de duizenden vakmensen op te leiden die nodig zijn om de maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren en in praktijk te brengen. In Brabant en voor Brabant.
  • Gelijk speelveld: het Klimaatakkoord mag onder geen enkele voorwaarde leiden tot oneerlijke concurrentie voor Brabantse bedrijven.
  • Heel Europa moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Nederland mag niet eenzijdig opdraaien voor dure, grensoverschrijdende klimaatmaatregelen.

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen van het CDA te beantwoorden.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over het Klimaatakkoord.

CDA stelt vragen over reusachtige zonneweides in Drimmelen

Het CDA heeft aan het provinciebestuur schriftelijke vragen gesteld over de voorgenomen aanleg van reusachtige zonneweides in de gemeente Drimmelen. De partij vraagt zich af of deze velden vol zonnepanelen wel passen in de nieuwe energieplannen van Brabant, waarover Provinciale Staten, het Brabants parlement, onlangs debatteerden.

Provinciale Staten namen toen een voorstel (motie) van het CDA aan getiteld ‘Ladder voor duurzaamheid’. Hierin wordt het provinciebestuur verzocht om in haar nieuwe energiebeleid aan te sluiten bij de landelijke ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen welke locaties het meest geschikt zijn voor het plaatsen van zonnepanelen.

De zonneladder is bedoeld om wildgroei bij de aanleg van grootschalige zonneparken op natuur- en landbouwgrond te voorkomen en zuinig om te gaan met bodem en ruimte. Liever de onbenutte ruimte op daken van bijv. huizen, scholen, bedrijven en andere gebouwen gebruiken, dan vruchtbare landbouwgrond vol leggen met zonnepanelen. Aldus het CDA, dat dit standpunt heeft opgenomen in het verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen in maart.

Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA): “Bij het verduurzamen van onze provincie komt voor het CDA zonne-energie, als alternatieve, duurzame energiebron, op de eerste plaats. Toepassing van de zonneladder en een evenwichtige verdeling tussen lasten en lusten zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Om te kunnen rekenen op draagvlak moeten klimaatmaatregelen voor alle Brabanders haalbaar én betaalbaar zijn.”

Behalve een reactie op de Drimmelense zonneweides wil het CDA ook van het provinciebestuur weten of in Brabant, net als in Noord-Nederland, de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet initiatieven om op grote schaal zon- en windenergie te realiseren in de weg zit.

De concrete vragen van het CDA aan het Brabantse provinciebestuur zijn als volgt:

  1. Bent u bekend met de ontwikkelingen in Drimmelen?
  2. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich in uw ogen met het aangenomen voorstel over toepassing van de zonneladder en met de voorwaarde draagvlak?
  3. Hoe verhoudt de aanleg van grootschalige zonneweides in Brabant zich met de ambitie van kringlooplandbouw (gericht op o.a. zuinig bodem- en ruimtegebruik)?
  4. In de afgelopen dagen berichtten diverse media dat in Noord-Nederland de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet veel initiatieven om op grote schaal zon- en windenergie te realiseren tegenhoudt. Speelt dit vraagstuk op dit moment ook in Brabant? En op deze specifieke locatie in Drimmelen?
  5. Verwacht u dat dit vraagstuk zich op korte termijn in Brabant zal aandienen? En op deze specifieke locatie in Drimmelen?
  6. Wie voert de regie bij deze afstemmings- en capaciteitsvraag tussen capaciteit van het elektriciteitsnet en grootschalige stroomopwekinitiatieven?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

CDA: géén extra gaswinning in Brakel, Altena en Brabant

Het CDA Brabant wil niet dat de gaswinning in en onder de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij herhaalt deze oproep aan het provinciebestuur, nu het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy van plan is om de gaswinning onder het dorp Brakel flink uit te breiden. Brakel ligt weliswaar in de provincie Gelderland, maar de betreffende gasvelden strekken zich uit tot onder Brabants grondgebied (gemeente Altena).

In de periode 2010-2018 was de totale gasproductie uit de velden ‘Brakel’ en ‘Brakel-Zuid’ 148 miljoen nm3. Tot 2031 wil Vermilion Energy deze uitbreiden naar ca. 1000 miljoen nm3 gas. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet hiervoor nog toestemming geven, naar verwachting begint het vergunningstraject aankomende zomer.

Hopelijk komt die toestemming er niet, aldus Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA), beiden uit Altena. Het CDA heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten, met de oproep aan het provinciebestuur om, samen met de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en de betrokken gemeenten, al het mogelijke te doen om het “onzalige plan” van Vermilion Energy van tafel te krijgen.

Al eerder sprak het CDA Brabant zich uit tegen uitbreiding van de gaswinning in en onder de Brabantse bodem én tegen de wijzen waarop Vermilion Energy dit wil doen, o.a. via het risicovolle ‘fracken’/hydraulisch kraken. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte- en/of langetermijneffecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Van Vugt en Bergsma: “Het lijkt erop dat Brabant opnieuw dreigt te worden gebruikt als wingewest voor de Randstad. Vorig jaar Aalburg en Waalwijk, nu Brakel en Altena. Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar toe te staan dat deze in Brabant omhoog gaat. Wij willen minder gaswinning, niet meer.”

Concreet wil het CDA daarom van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten:

  1. Bent u bekend met het voornemen van Vermilion Energy om de gaswinning op bovenbeschreven locatie uit te breiden?
  2. Indien ja, welke actie(s) hebt u hiertegen ondernomen?
  3. Indien niet, bent u voornemens hiertegen, in lijn met uw (re)actie op de gaswinning onder Waalwijk, alle beschikbare (juridische) middelen in te zetten om dit onzalige plan van tafel te krijgen?
  4. Bent u bereid hierin samen op te trekken met de provincie Gelderland, de betreffende gemeenten en het waterschap Rivierenland?
  5. Welke informatie kunt u geven voor wat betreft deze concrete locatie? Welke onderzoeken zijn hiernaar gedaan en wat zijn de uitkomsten daarvan? Wat was het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen? In hoeverre is er ook gekeken naar de milieueffecten van fracken?
  6. Kunt u toezeggen Provinciale Staten proactief te informeren over iedere ontwikkeling aangaande dit onderwerp?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Schriftelijke vragen over GHB in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over GHB in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over GHB in Brabant.

Geacht college,

In de afgelopen weken zag Nederland in de documentairereeks Tygo in de GHB het schrikbarende gebruik van GHB onder jongeren in o.a. West-Brabant.

Het is algemeen bekend dat de productie en het gebruik van (hard)drugs in onze provincie een groot en wijdverbreid probleem zijn. GHB is daar helaas maar een van de vele voorbeelden van.

Tygo in de GHB schetst een onthutsend beeld van het gebruik van, de verslaving aan en de gevolgen van GHB voor de Brabantse samenleving. De serie laat zien hoe deze en andere drugs zowel mensen als de samenleving kapot maken.

Drugspreventie, verslavingszorg en drugsbestrijding zijn geen kerntaken van de provincie, maar de zorgwekkende situatie in specifiek Brabant vraagt om actie. De overheid heeft immers een verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de samenleving tegen de gevaren en gevolgen van drugs.

En ook de provinciale overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen, vindt het CDA.

Daarom de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de documentairereeks Tygo in de GHB, uitgezonden door de EO op NPO3?

02. Zijn er cijfers bekend over het gebruik van GHB in Brabant?

  1. Indien ja, wat zijn deze cijfers?
  2. Indien niet, is het mogelijk deze cijfers voortaan te gaan verzamelen en bijhouden?

03. In Tygo in de GHB komt het beeld naar voren dat er in Brabant te weinig verslavingszorg is.

  1. Herkent u dit beeld?
  2. Bent u bereid om, in samenwerking met andere overheden en de verslavingszorg, dit probleem aan te pakken?

04. Brabant heeft de ambitie om te komen tot nul verkeersdoden. In Tygo in de GHB komen verschillende momenten naar voren dat mensen onder invloed van drugs achter het stuur kruipen en zich in het verkeer begeven.

  1. Zijn er cijfers bekend over drugsgebruik in het Brabantse verkeer?
  2. Kent de verkeersveiligheidscampagne Brabant gaat voor NUL verkeersdoden een preventieve aanpak t.a.v. drank- als drugsgebruik in het verkeer? Indien niet, waarom niet?
  3. Vinden er voorafgaand aan, tijdens en na Brabantse evenementen, zoals festivals, preventie, drugstesten en controles plaats?  

05. In Tygo in de GHB zien we op een gegeven moment hoe de politie een GHB-gebruiker van de weg haalt. Na enkele uren in de cel treden zulke heftige ontwenningsverschijnselen op dat de persoon volgens een arts een nieuwe dosis nodig heeft. Zonder verhoor of sanctie wordt de persoon op straat gezet. De kans dat deze persoon opnieuw GHB gebruikt, in de auto stapt en zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt is groot.

  1. Is bij u bekend hoe vaak situaties als deze in Brabant voorkomen?
  2. Bent u bereid om samen met bijvoorbeeld de politie en Rijksoverheid te onderzoeken hoe situaties als deze in de toekomst tegen te gaan?

06. De tekortschietende politiecapaciteit in onze provincie is al lange tijd een bron van zorg. Hierover hebben Provinciale Staten al eerder uitspraken gedaan en de minister van Justitie en Veiligheid heeft onze provincie extra agenten toegezegd. Is deze extra capaciteit volgens u voldoende om in de aanpak van het Brabantse drugsprobleem wezenlijk verschil te kunnen maken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Schriftelijke vragen over Tuf Recycling

Schriftelijke vragen van Statenleden Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon over een Europese subsidie voor het bedrijf Tuf Recycling in Dongen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Tuf Recycling.

Geacht college,

Op 30 november jl. publiceerde dagblad BN De Stem een artikel getiteld Europese subsidie van 135.000 euro voor ‘grensoverschrijdend’ werkend Tuf1. Te lezen is dat kunstgrasmat-verwerker Tuf Recycling uit Dongen i.h.k.v. het Europese project CrossRoads2 een Europese subsidie van 135.000 euro heeft ontvangen met als doel ‘innovatie te bevorderen’. De provincie Noord-Brabant is een van de partners van het project CrossRoads2.

Het CDA vindt het toekennen van deze subsidie aan Tuf Recycling zorgwekkend. Uit een reportage van het televisieprogramma ZEMBLA blijkt nl. dat Tuf Recycling zich niet houdt aan wet- en milieuregels en niet beschikt over de juiste vergunningen2. Sinds de zomer van 2017 heeft de gemeente Dongen aan Tuf Recycling tot driemaal toe een dwangsom opgelegd. Voor zover de CDA-fractie bekend is tot op heden geen afdoende oplossing gevonden voor de milieusituatie ter plaatse en voor de openstaande schuld bij de gemeente Dongen.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Wat was de rol van de provincie Noord-Brabant bij de toekenning van deze Europese subsidie aan Tuf Recycling?
  2. Kunt u toelichten welke rol Stimulus Programmamanagement namens de provincie Noord-Brabant speelde bij het toekennen van deze subsidie?
  3. Heeft er overleg plaatsgevonden tussen de provincie en de gemeente Dongen over toekenning van deze subsidie en waarom wel/niet?
  4. Hoe is naar uw oordeel de toekenning van deze subsidie te verantwoorden gelet op de zorgwekkende situatie rondom Tuf Recycling zoals hierboven omschreven?
  5. Hoe is de toekenning van deze subsidie aan Tuf Recycling tot stand gekomen?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon

1 Zie https://www.bndestem.nl/oosterhout/europese-subsidie-van-135-000-euro-voor-grensoverschrijdend-werkend-tuf~a812c1a6/.

2 Zie https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/gemeente-treedt-op-tegen-illegale-opslag-kunstgrasmatten-bij-tuf-recycling.

 

Schriftelijke vragen over een experiment met cameratoezicht in de Biesbosch

Schriftelijke vragen van Statenlid Roland van Vugt over een experiment met cameratoezicht in de Biesbosch.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over een experiment met cameratoezicht in de Biesbosch.

Geacht college,

Het dealen van drugs en het dumpen van drugsafval in het Brabantse buitengebied is inmiddels een dagelijkse praktijk geworden. Ook de uitgestrekte Biesbosch is kwetsbaar voor deze criminele activiteiten. Bijzonder aan het Noordwaard-gedeelte van dit natuurgebied is dat er slechts één doorgaande route is, via de Bandijk, van en naar de Biesbosch. Een andere route om het gebied in te komen is via de veerpont bij de Kop van ‘t Land. Kortom, een zeer beperkt en overzichtelijk aantal entrees. Mede om die reden lijkt het CDA dit een aangewezen plek voor een experiment met cameratoezicht.

Graag zien wij dat u in samenwerking met de gemeente Werkendam, of vanaf 1 januari a.s. met de nieuwe gemeente Altena, de opsporingsdiensten en andere relevante partijen een experiment start voor cameratoezicht in de Biesbosch. 

Het gezamenlijke belang is dat drugsgerelateerd, crimineel gedrag ondermijnend werkt op de openbare orde, volksgezondheid, natuur, milieu en leefbaarheid in deze regio.

De ervaringen met een dergelijk experiment bieden wellicht een nieuw instrumentarium in de strijd tegen drugsgerelateerde criminaliteit, waarbij de overheid als geheel aan de lat staat.

Het CDA heeft daarom voor u de volgende vragen:

  1. Bent u, gelet op de specifieke kenmerken van het Werkendamse Biesbosch-gedeelte, bereid hier in overleg met betrokken partijen een experiment met cameratoezicht te faciliteren?
  2. Wilt u hierover op korte termijn met deze partijen in gesprek gaan?
  3. Wilt u ons informeren over de verdere uitwerking van een dergelijk experiment?

Wellicht kunt u zich laten inspireren door projecten met cameratoezicht in Gelderland en Zuid-Holland, waaraan de betreffende provincies hebben bijgedragen.

Voorbeeld provincie Gelderland:

https://www.destentor.nl/deventer/provincie-betaalt-twee-ton-mee-aan-cameratoezicht-bedrijventerreinen~ace69db9/.

Voorbeeld provincie Zuid-Holland:

https://www.politie.nl/nieuws/2017/november/23/07-provincie-zuid-holland-helpt-politie-met-opsporing-door-deelname-‘camera-in-beeld’.html.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt