Berichten

Schriftelijke vragen over illegale puppyhandel in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid John Bankers over illegale puppyhandel in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over illegale puppyhandel in Brabant.

Geacht college,

Naar aanleiding van het bericht Someren-Heide belangrijke spil in malafide puppyhandel d.d. 25 juni 2020 heeft de fractie van het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het bericht Someren-Heide belangrijke spil in malafide puppyhandel1 d.d. 25 juni 2020?
  2. In hoeverre herkent u het beeld van Someren-Heide als ‘belangrijke spil in de malafide puppyhandel’? Hebt u daarover eerder signalen ontvangen? Op welk(e) moment(en)?
  3. Hebt u een verklaring voor het feit dat, volgens eerdergenoemd bericht, de top tien plaatsen met het hoogste aantal geregistreerde geboortevermeldingen van honden wordt gedomineerd door Brabantse gemeenten? Klopt het dat er een relatie bestaat met zgn. ‘puppy-fabrieken’ in Oost-Europa?
  4. Onderschrijft u de stelling van de heer Overgaauw dat Brabants geografische ligging, dicht bij de Belgische grens, en smokkelcultuur onze provincie interessant maken voor de (il)legale handel in zowel goederen als levende have?
  5. In welke mate is in de Brabantse puppyhandel, zoals die zich o.a. in Someren-Heide manifesteert, volgens u sprake van illegale situaties, bijv. omdat wordt gewerkt zonder vergunning(en)? Bestaan hier cijfers van die u met Provinciale Staten kunt delen?
  6. Hoezeer herkent u de in het bericht beschreven misstanden, zoals misleidende advertenties, het leveren van niet toegestane diergeneesmiddelen en gesjoemel met hondenpaspoorten?
  7. Op welke wijze(n) wordt op het bovenstaande gehandhaafd en door wie? Wie is in dezen het bevoegd gezag, dat op kan treden wanneer zich misstanden en illegale praktijken voordoen? In hoeverre is de illegale handel in puppy’s (en andere dieren) een aandachtsgebied van de autoriteiten?
  8. Deelt u de mening van deskundigen dat handhaving ‘gebrekkig’ is en ‘meldingen vanwege structurele capaciteitsproblemen niet voortvarend worden opgepakt’?
  9. In welke mate bent u als provincie betrokken bij initiatieven in o.a. de Europese Unie om illegale puppyhandel aan banden te leggen? Waar ziet u voor zichzelf een rol, bijv. als het gaat om het adresseren van dit grensoverschrijdende probleem bij andere overheden en instanties? Bent u bereid dit bij hen onder de aandacht te brengen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

John Bankers

1 Peelbelang, https://www.peelbelangonline.nl/nieuws/20200625/someren-heide-belangrijke-spil-malafide-puppyhandel, 25 juni 2020.

Schriftelijke vragen over de provinciale weg N617 bij Sint-Michielsgestel

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de provinciale weg N617 bij Sint-Michielsgestel.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over N617.

Geacht college,

De fractie van het CDA heeft voor u de volgende vragen over de provinciale weg N617 bij Sint-Michielsgestel:

  1. In hoeverre zou het toestaan van groot en zwaar land- en bosbouwverkeer op de provinciale weg N617, op het traject tussen de rotonde Hoogstraat en de rotonde Gestelseweg, kunnen bijdragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid in de bebouwde kom van Sint-Michielsgestel? Kunt u schetsen wat hiervan de voor- en nadelen zijn?
  2. Is u bekend of er lokaal draagvlak bestaat voor een dergelijke verkeersingreep? Indien u dit niet weet, bent u bereid dit na te gaan
  3. Welke andere mogelijkheden ziet u om de verkeersveiligheid in Brabantse dorpskernen te verbeteren, m.n. op die plekken waar sprake is van conflictsituaties tussen ‘langzaam verkeer’ en overig verkeer en van overlast?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

Schriftelijke vragen over crystal meth-labs in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en John Bankers over crystal meth-labs in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over crystal meth-labs in Brabant.

Geacht college,

Naar aanleiding van het bericht Nederland is een walhalla voor drugskartels1 in dagblad De Telegraaf d.d. 18 mei jl. hebben wij voor uw de volgende vragen.

  1. Bent u bekend met het bericht Nederland is een walhalla voor drugskartels2 in dagblad De Telegraaf d.d. 18 mei jl.?
  2. Zijn er, in lijn met deze berichtgeving, aanwijzingen dat het aantal crystal meth-labs in Brabant toeneemt en xtc-labs worden vervangen door laboratoria waar crystal meth wordt geproduceerd? Kunt u actuele cijfers met ons delen?
  3. Zijn er aanwijzingen dat de activiteiten van buitenlandse drugskartels in Brabant toenemen en in hoeverre daarbij gebruik wordt gemaakt van de legale infrastructuur in onze provincie?
  4. Speelt de haven van Moerdijk, waar vorig jaar een drijvend crystal meth-lab werd ontdekt, hierin een rol, bijvoorbeeld in de overslag van (grondstoffen voor) drugs?
  5. Bent of gaat u over het bovenstaande met andere overheden in overleg? Onderschrijft u het belang van afstemming voor een grensprovincie als Brabant, waarvandaan het niet ver is naar havensteden als Antwerpen en Rotterdam?
  6. Bent u bereid deze ernstige problematiek mee te nemen in de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’, waarover Provinciale Staten binnenkort debatteert?
  7. Welke mogelijkheden ziet u om daarbij uitvoering te geven aan de doelstelling uit het bestuursakkoord 2020-2023 (pag. 21) om ‘de inzet van nieuwe innovatieve slimme middelen te stimuleren om de gezamenlijke slagvaardigheid van de overheden te vergroten’ (bijvoorbeeld door cameratoezicht in het buitengebied en ondersteuning van dataonderzoeken van de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland)?
  8. Bent u bereid Provinciale Staten tussentijds op de hoogte te houden van de resultaten van beveiligingsaanpak PASSAnT3, die zich voor een periode van drie jaar in een experimentele fase bevindt en wordt gesteund door de provincie Noord-Brabant? Zijn er nog andere van dergelijke veiligheidsprojecten waarin de provincie momenteel participeert of voornemens is dat te gaan doen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en John Bankers

1 Zie https://www.telegraaf.nl/nieuws/1754582572/nederland-is-een-walhalla-voor-drugskartels.

2 Zie https://www.telegraaf.nl/nieuws/1754582572/nederland-is-een-walhalla-voor-drugskartels.

3 Zie https://www.passant.info/.

Schriftelijke vragen over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Thijssen en Marcel Deryckere over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea.

Geacht college,

Naar aanleiding van o.a. het bericht Zonder hulp overleeft Oorlogsmuseum in Overloon coronacrisis niet: ‘Het moet blijven’1in dagblad De Limburger d.d. 2 mei jl. en het bericht Oorlogsmuseum Overloon onmisbaar voor ons dorp2 op de website Overloon Nieuws d.d. 6 mei jl. hebben wij voor u de volgende vragen.

  1. Bent u bekend met de brief die de gemeente Boxmeer recent aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gestuurd over de financiële zorgen van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon, beter bekend als Oorlogsmuseum Overloon, als gevolg van de coronacrisis?
  2. Wat is uw reactie op deze brief?
  3. Bent u het met het CDA eens dat Oorlogsmuseum Overloon, als belevings- en erfgoedmuseum, van grote betekenis is voor o.a. het dorp Overloon, het Land van Cuijk en de provincie Noord-Brabant, wat in dit jaar van 75 jaar vrijheid, en bij het 75-jarig bestaan van het museum in 2021, extra tot uitdrukking komt?
  4. Acht u de situatie waarin Oorlogsmuseum Overloon zich momenteel bevindt exemplarisch voor die van veel andere kleine en (middel)grote musea in Brabant? Indien ja, welke signalen hebt u?
  5. Kunt u op een rijtje zetten voor welke steunmaatregelen Oorlogsmuseum Overloon, maar ook andere Brabantse musea, op dit moment in aanmerking zou kunnen komen? Bijvoorbeeld de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), voor musea met personeel in loondienst en tenminste 20% omzetverlies.
  6. Wanneer is het op 1 mei jl. aangekondigde plan, onderdeel van het Brabantse culturele steunpakket, dat onderbouwt welke culturele instellingen in Brabant voor hulp in aanmerking kunnen komen gereed3? Is hier nog steeds een bedrag van € 8 miljoen mee gemoeid, waarvan € 4 miljoen wordt opgebracht door de provincie Noord-Brabant en BrabantStad en € 4 miljoen door het Rijk?
  7. Kunt u herbevestigen dat dit provinciale geld ook buiten de grote Brabantse steden zal worden ingezet?
  8. Bent u bekend met de aangenomen motie-Von Martels/Schonis4, die de regering verzoekt om, in samenwerking met andere overheden, musea en andere culturele instellingen, te laten onderzoeken wat nodig is om de (naams)bekendheid van middelgrote en kleinere musea en andere culturele instellingen in Nederland te vergroten bij de buitenlandse toeristen, met name die uit de ons omringende landen en in de grensregio’s, waar kansen liggen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking tussen musea/instellingen en andere dagattracties?
  9. Deelt u de mening van het CDA dat de uitvoering van deze motie door de coronacrisis alleen maar belangrijker is geworden, bijvoorbeeld als het gaat om publieksbereik in de 1,5 meter-samenleving en het aanjagen van (binnenlands) toerisme op het moment dat de coronamaatregelen dat weer mogelijk maken? Indien ja, wilt u deze motie betrekken bij uw huidige en toekomstige beleid?
  10. Bent u op dit moment met Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea in gesprek? Indien niet, wilt u dit initiëren? Indien ja, wilt u die gesprekken periodiek voortzetten teneinde de Brabantse musea goed te kunnen vertegenwoordigen in Den Haag?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Thijssen en Marcel Deryckere

1 Zie https://www.limburger.nl/cnt/dmf20200502_00158780/zonder-oorlogsmuseum-is-overloon-overloon-niet-meer.

2 Zie https://www.overloonnieuws.nl/nieuws/439563_oorlogsmuseum-overloon-onmisbaar-voor-ons-dorp.

3 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/kunst-cultuur-en-erfgoed/2020/steunmaatregelen-corona-voor-cultuur-in-brabant.

4 Zie Kamerstuk nr. 26419-86.

Schriftelijke vragen over handhaving en toezicht Brabants buitengebied

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over handhaving en toezicht Brabants buitengebied.

Geacht college,

Gisteren berichtte o.a. het Brabants Dagblad over de staat van handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied. Deze berichtgeving baart het CDA zorgen. Temeer daar wij grote waardering hebben voor de mensen van Samen Sterk in Brabant (SSiB), die hard werken en zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor de veilig- en leefbaarheid in onze provincie.

Wij hebben voor u de volgende vragen: 

  1. Bent u bekend met het bericht Zware kritiek op functioneren Samen Sterk in Brabant: Toezicht in buitengebied is ‘lachertje’ in het Brabants Dagblad d.d. 4 december jl.1?
  2. Deelt u het beeld dat handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied tekort schieten en criminelen er vrij spel hebben? Indien ja, wat zijn hiervan volgens u de oorzaken?
  3. Wat is uw indruk van SSiB? In hoeverre is de organisatie voldoende toegerust om haar taken, waaronder de aanpak van wildcrossen, stroperij en drugsafvaldumpingen, te kunnen uitvoeren?
  4. Kunt u nader ingaan op de signalen dat de aansturing en financiële situatie bij SSiB evenals de 24-uurs aanwezigheid van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in het buitengebied onder druk staan?
  5. Kunt u de organisatiecultuur binnen SSiB nader duiden? Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met verbetersignalen van binnen en buiten de organisatie? Wordt de ‘klokkenluidersregeling’ gevolgd?
  6. Hoe beoordeelt u de samenwerking tussen boa’s in het veld, de politie en andere partners?
  7. Hoe is het gat in de begroting en de daaruit voortkomende onderbezetting ontstaan?
  8. Bent u bereid op korte termijn met SSiB en de verschillende partners in gesprek te gaan om tot oplossing te komen die SSiB in staat stelt voor honderd procent te doen waarvoor zij is opgericht, namelijk de veiligheid op het Brabantse platteland helpen vergroten? Welke maatregelen kunnen daartoe worden genomen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie https://www.bd.nl/brabant/zware-kritiek-op-functioneren-samen-sterk-in-brabant-toezicht-in-buitengebied-is-lachertje-br-br~aa8e358d/

 

Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59 (vervolg)

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de veiligheid van snelfietsroute F59 ‘s-Hertogenbosch – Oss (vervolg).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59.

Geacht college,

Op 9 september jl. heeft het CDA schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss. Aanleiding was het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB en een brief van de Dorpsraad Nuland, die op eerdergenoemd traject diverse knelpunten signaleerde. Bijvoorbeeld het delen van de F59 met auto’s, een onprettig en gevaarlijk routestuk door de Waterleidingstraat, de overgang Waterleidingstraat – Elzenstraat waar fietsers op de fietsstraat blijven rijden, veel bijna-ongevallen op de kruising Kerkstraat – F59 , de (te) smalle) berm tussen de rijbaan en de sloot in de bocht van de Singel, en het delen van de F59 met een vrachtwagenroute over een gedeelte van de Wolfdijk.

Naar aanleiding van de beantwoording1 d.d. 1 oktober jl. hebben wij voor u de volgende vervolgvragen:

01. In antwoord op vraag 2 schrijft u dat de verbeterpunten uit het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB u bekend waren en u de adviezen van de ANWB gebruikt bij het ontwerp en de realisatie van nieuwe Waarom niet bij bestaande snelfietsroutes, zoals de huidige F59, waarvan de verbeterpunten u inmiddels bekend zijn?

02. In antwoord op vraag 5 schrijft u ‘altijd bereid te zijn overleg te hebben over de aanleg van een nieuwe of verbeteringen aan een bestaande snelfietsroute, zoals de F59, als onderdeel van de regionale multimodale afwegingen’. Heeft een dergelijk overleg inmiddels plaatsgevonden? Indien ja, wat zijn de uitkomsten?

03. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat de F59 u heeft geleerd voor nieuwe snelfietsroutes voortaan hogere eisen te stellen aan de breedte van het fietspad, aan de kwaliteit van de wegverharding, het verplicht stellen van verkeersveiligheidsaudits en ruimte te bieden voor maatwerk.

  1. Hoe zijn deze eisen geborgd en wie ziet toe op naleving?
  2. Wat betekent dit voor de knelpunten aan de bestaande F59?

04. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat op de website www.onsbrabantfietst.nl de komende periode meer informatie over de Brabantse snelfietsroutes beschikbaar komt. Bent u bereid op de website ook een plek in te richten, waar gebruikers knelpunten kunnen melden? Waarom wel/niet?

05. In antwoord op vraag 7 schrijft u dat, in afwachting van nieuwe landelijke richtlijnen voor bewegwijzering, ‘de bevoegd wegbeheerder intussen kleinschalige verbeteringen kan uitvoeren’. Wie is inzake de F59 de bevoegd wegbeheerder en is deze bereid kleinschalige verbeteringen uit te voeren die op korte termijn de veiligheid verbeteren?

06. In antwoord op vragen 8 en 9 schrijft u op de F59 een schouw te hebben uitgevoerd en de bevindingen samen met testrapport van de ANWB en de knelpunten van de Dorpsraad Nuland te zullen bespreken tijdens het periodieke overleg met gemeenten.

  1. Wat zijn de bevindingen van de schouw?
  2. Heeft het periodieke overleg inmiddels plaatsgevonden?
  3. Indien ja, wat zijn de uitkomsten van dit overleg?

07. In antwoord op 10 schrijft u bereid te zijn om met de gemeente ’s-Hertogenbosch, en door de gemeente ’s-Hertogenbosch betrokken partijen, maatregelen te overwegen die de fietsveiligheid en het fietscomfort op de F59 ’s-Hertogenbosch – Oss te verbeteren. Wat kunt u ons hierover melden?

08. Kunt u, in samenspraak met de gemeente ’s-Hertogenbosch en andere betrokken partijen, een planning/tijdspad geven voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de F59? Bijvoorbeeld wanneer overleg- en beslismomenten zijn, wanneer verbeteringen in gang worden gezet en zijn gerealiseerd.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie https://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2019/10/Antwoord-op-schriftelijke-vragen-over-veiligheid-snelfietsroute-F59.pdf

 

Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels over een provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Geacht college,

Op 4 oktober jl. stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een brief naar de Tweede Kamer, waarin het kabinet uiteenzet hoe het, n.a.v. de uitspraak van de Raad van State en de aanbevelingen van het Adviescollege Stikstofproblematiek (de ‘commissie-Remkes’), met provincies, waterschappen en gemeenten het zgn. ‘stikstofreductieplan’ wil vormgeven1.

In dit stikstofreductieplan is een belangrijke rol weggelegd voor provincies. Bijvoorbeeld bij de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak, de financiering van extra acties, de uitvoering van reeds geplande en nieuwe natuurherstelmaatregelen en het bewaken van het proces (door de Commissaris van de Koning, in zijn hoedanigheid als Rijksheer). Over hoe hieraan gevolg te geven, heeft de provincie Noord-Brabant op 8 oktober jl. een beleidsregel vastgesteld2.

Bij veel inwoners, bedrijven en gemeenten bestaat grote onzekerheid over wat de maatregelen uit het stikstofreductieplan voor hen gaan betekenen. Het CDA vindt het belangrijk dat zij snel duidelijkheid, perspectief, advies en hulp kunnen krijgen, en van begin af aan bij de uitwerking van de maatregelen worden betrokken. Dat begint bij een goede informatievoorziening en gestroomlijnde communicatie vanuit de (provinciale) overheid.

In dat kader heeft het CDA voor u de volgende vraag:

  1. Bent u bereid om op korte termijn een provinciale helpdesk stikstofproblematiek in te richten, bemenst door specialisten, waar inwoners, bedrijven, gemeenten en andere overheden terechtkunnen met vragen of verzoeken om advies en informatie, en hier de nodige ruchtbaarheid aan te geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2019/10/04/aanpak-stikstofproblematiek

2 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/oktober/provincie-pakt-stilgevallen-vergunningverlening-snel-op.

Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen

Schriftelijke vragen van Statenleden Coen Hendriks en Kees de Heer n.a.v. het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen.

Geacht college,

Naar aanleiding van het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen1 heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen, wat inhoudt dat het Rijk aan gemeenten en netbeheerders adviseert om vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s geen nieuwe woningen te bouwen in de buurt van hoogspanningslijnen en geen nieuwe hoogspanningslijnen aan te leggen in de buurt van woningen2?

02. Bent u bekend met de wens in de gemeente Eindhoven, neergelegd in het coalitieakkoord 2018-2022 (pag. 18), om bovengrondse hoogspanningslijnen onder de grond te brengen3?

03. Kloppen de volgende gegevens?

  1. In Eindhoven gaat het om ongeveer 4 kilometer hoogspanningslijn, die door bewoond gebied gaat (Acht en Woensel-Noord), waarvan de gemeente wil dat deze ondergronds gaat4.
  2. Dit betreft de tracés Best – Eindhoven Noord en Eindhoven Noord – Eindhoven Oost, die de Rijksoverheid in het ‘Besluit aanwijzing delen hoogspanningsnetten ex art. 22a Elektriciteitswet 1998’ heeft aangewezen om te verkabelen/verplaatsen5.
  3. De totale kosten van deze ‘verkabeling’ bedragen ongeveer 24 miljoen euro6.
  4. Volgens het ‘Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen’ moet de netbeheerder 80 procent van de kosten betalen en de gemeente 20 procent7.

04. Bent u bekend met de conclusie van het Eindhovense college van burgemeester & wethouders dat het ondergronds aanleggen van deze hoogspanningslijnen op dit moment door de gemeente financieel niet is op te brengen8?

05. Is er contact geweest tussen de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant over het verkabelen en de financiering daarvan? Indien ja, op welke momenten?

06. De Rijksoverheid heeft ook in de Brabantse gemeenten Best, Breda, Geertruidenberg, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Helmond, Oirschot, Oss, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Uden tracés van hoogspanningsverbindingen aangewezen die ondergronds (of verplaatst) mogen9.

  1. Weet u in welke van deze gemeenten wensen of voornemens bestaan dan wel acties lopen om te gaan verkabelen/verplaatsen? Indien niet, wilt u dit nagaan?
  2. In welke gemeenten vormt financiering, net als in Eindhoven, een probleem?
  3. In welke gemeenten is de provincie Noord-Brabant bij verkabeling/verplaatsing betrokken?

07. Bent u bereid met om met Eindhoven en andere Brabantse gemeenten in gesprek te gaan om u te laten informeren over de mate waarin financiering een probleem is bij verkabelen/verplaatsen en mee te denken over oplossingen voor cofinanciering?

08. De gemeente Eindhoven geeft aan dat, in haar geval, de ‘lasten’ voor het verkabelen voor één gemeente zijn, maar de ‘lusten’ voor veel meer gemeenten. Hoe ziet u in dit licht de rol van de provincie? Is het voorstelbaar dat de provincie als ‘bovenlokale’ overheid initiatieven als deze meefinanciert?

09. Hoe gaan andere provincies om met dit (financierings)vraagstuk?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks en Kees de Heer

1 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

2 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-en-gebiedsontwikkeling/wonen-bij-hoogspanningslijnen.

3 Zie https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2018-05/Coalitie%20magazine_0.pdf.

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

5 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

6 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

7 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041451/2019-01-01.

8 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

9 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

CDA bezoekt afvalbedrijf Baetsen in Son

Het CDA brengt op vrijdag 4 oktober a.s. een werkbezoek aan afvalverwerker Baetsen Recycling in Son. Aan dit werkbezoek nemen zowel provinciale als lokale CDA-politici uit Son en Breugel en Veldhoven deel.

Aanleiding voor het werkbezoek zijn de vragen over afvalbranden die het CDA afgelopen zomer stelde aan het provinciebestuur. Het CDA wilde toen o.a. weten welke maatregelen afvalbedrijven nemen om de kans op brand te verkleinen en wat de status is van de acties uit het Actieplan Afvalbranden van de provincie. Ook vroeg de partij zich af hoe wenselijk het is dat afvalbedrijven zijn gevestigd dicht bij woongebieden, gelet op de (gezondheids)risico’s bij bijv. het uitbreken van brand.

Statenlid Coen Hendriks (CDA): “Als CDA maken we ons zorgen over afvalbranden en de impact daarvan op de omgeving, zoals rook- en stankoverlast. We hebben hierover vragen gesteld aan de provincie, die verantwoordelijk is voor de vergunningverlening aan en het toezicht op afvalbedrijven. Uit de antwoorden bleek dat Brabantse afvalbedrijven goede stappen zetten op het gebied van brandpreventie, waarover we ons tijdens het werkbezoek aan Baetsen graag laten informeren. Ook zijn we benieuwd hoe de overheid hierbij kan helpen en welke zaken er op industrieterrein Ekkersrijt, waar Baetsen is gevestigd, nog meer spelen die gemeente en provincie zouden moeten oppakken.”

De volledige reeks vragen van het CDA over afvalbranden in Brabant, met de antwoorden van de provincie, is hier te vinden: Antwoord op schriftelijke vragen over afvalbranden.

Het werkbezoek aan Baetsen Recycling start om 14.00 uur en duurt tot 16.00 uur.

Schriftelijke vragen over vrijwillige brandweer

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over het bericht dat de brandweer al haar vrijwilligers dreigt kwijt te raken.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over vrijwillige brandweer.

Geacht college,

Naar aanleiding van het bericht ‘Brandweer dreigt alle vrijwilligers kwijt te raken’ d.d. 25 september 2019 heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Brandweer dreigt alle vrijwilligers kwijt te raken’1?
  2. Wat is uw reactie op dit bericht?
  3. Bent u het met het CDA eens dat brandweervrijwilligers onmisbaar zijn voor onze samenleving en dat het bluswezen niet zonder vrijwilligers kan, bijvoorbeeld in plattelandsgemeenten waar posten haast volledig uit vrijwilligers bestaan?
  4. Deelt u de mening van het CDA dat de vrijwillige brandweer in haar huidige structuur behouden moet blijven en eerder versterkt dan ‘afgebroken’ moet worden?
  5. Hoeveel brandweervrijwilligers telt Brabant? Wat zijn de gevolgen voor onze provincie, wanneer de aangekondigde Europese wet- en regelgeving van kracht wordt die aan vrijwillige brandweerlieden dezelfde (loon)eisen en arbeidsvoorwaarden stelt als aan professionals? In welke Brabantse plaatsen komt daardoor de veiligheid onder druk te staan?
  6. Wat gaat deze wet- en regelgeving naar uw verwachting betekenen voor de aanrijtijden van de brandweer in Brabant?
  7. Bent u bereid om als provincie verzet aan te tekenen tegen de nieuwe Europese regels? Indien ja, welke mogelijkheden staan u daartoe ter beschikking?
  8. Heeft u over dit onderwerp contact met andere overheden en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligerslieden? Op welke wijze(n) kunt u hen bij het bovenstaande betrekken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie https://www.ad.nl/binnenland/brandweer-dreigt-vrijwilligers-kwijt-te-raken~ab6b919e/.