Berichten

Spreektekst Kees de Heer – Debat over het Actieplan Arbeidsmarkt op 19/06

Spreektekst1 Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023
(19-06-2020)

Voorzitter,

Voor ons ligt het Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023: ‘Talent voor de kenniseconomie van morgen’.

Toekomst
Dit Statenvoorstel wordt besproken onder een vreemd gesternte: de coronapandemie raakt onze economie, ook de Brabantse economie in alle hevigheid. In het Statenvoorstel wordt gesteld dat we in een digitale transitie zitten van de economie en arbeidsmarkt. Zoiets vraagt grote veranderingen en om andere competenties en vaardigheden van werkgevers en werknemers.
Er is bovendien nu al sprake van een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt, die in de nabije toekomst groter dreigt te worden. Competenties sluiten niet aan op de vraag. Deze conclusie onderstreept het belang van een leven lang leren voor werknemers.

Zingeving
Volkomen terecht spant de provincie zich in om een (toekomstige) mismatch zo veel mogelijk te corrigeren. Het CDA vindt dat de overheid zich hiervoor moet inzetten. Niet alleen om de welvaart van haar burgers te waarborgen – zeg maar de economische motieven – want die komen in het rapport ruimschoots aanbod. Echter het verrichten van arbeid draagt bij aan de zingeving van burgers, los van economische waarde. Arbeidsmarktbeleid is meer dan een economische optelsom.

Burgers die niet kunnen werken, voelen zich langs de kant staan, en vragen zich af of ze er nog wel toe doen. Een tweedeling ligt op de loer, als die niet al realiteit is. Het CDA wil dat iedereen telt en dat we samen werken aan een land dat we kunnen doorgeven. Graag een reactie van gedeputeerde op dit punt.

Rol provincie
Ook landelijk zijn er zorgen over het evenwicht binnen onze arbeidsmarkt. De commissie-Borstlap (commissie Regulering van Werk) is dit jaar gekomen met een indringend rapport over het functioneren van de arbeidsmarkt. Veel van dit lezenswaardige rapport zal niet besproken worden op de provinciale gesprekstafels. Ik noem twee punten die wel relevant zijn voor ons als Provinciale Staten.

Zo pleit de commissie voor een cultuuromslag in onze opvattingen over duurzame inzetbaarheid. Een leven lang leren moet gewoonte worden. We kunnen het ons in Nederland niet permitteren om vrijblijvend met scholing om te gaan:

  • werknemers en werkgevers niet omdat dan uitval op de loer ligt;
  • de overheid niet omdat er dan een mismatch ontstaat op de arbeidsmarkt.

Scholing is een noodzakelijk instrument om bij te blijven op de arbeidsmarkt.

In het verlengde hiervan pleit de commissie voor het organiseren van een grote maatschappelijke alliantie om de door haar voorgestelde beleidsrichting verder uit te werken. In die zin is dit rapport geen eindpunt maar een startpunt voor alle betrokkenen, ook voor de provincie.

Integratie
Voorzitter, terug naar het voorliggende Statenvoorstel. De CDA-fractie stemt in met het voorgestelde Actieplan. Wij hebben wel twee kanttekeningen.
Allereerst, bewaak de aansluiting met de landelijke ontwikkelingen. In het hiervoor genoemde rapport worden voorstellen gedaan voor een regionale aanpak en maatwerk. Dat lijkt ons een prima aanleiding om de handen ineen te slaan met de landelijke overheid en wellicht nog extra financiële middelen te verwerven om in Brabant een goed actieplan neer te zetten. We ondersteunen dit d.m.v. een motie.

Coronacrises
Ten tweede zien we als CDA-fractie te weinig aandacht voor de gevolgen van de coronacrises. Deze crises gaat specifieke groepen hard raken. Wij willen hiervoor extra aandacht.
Hiertoe dienen wij een motie in om o.a. jongeren te ondersteunen op de arbeidsmarkt op de meest korte termijn.

Voor iedereen
Tot slot, het CDA roept het college op om snel met concrete acties aan de slag te gaan. De analyse van de huidige situatie is zeer to-the-point. Daarvoor onze waardering. Echter, de gekozen actielijnen zijn minder uitgewerkt. Bovendien ademt het voorstel erg de geest van kenniswerkers en hoogopgeleiden. Maar uit mijn voorgaande betoog: arbeidsmarktbeleid is meer dan een economische optelsom.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023 (19 juni 2020)

Motie Arbeidsmarkt in crisistijd (19 juni 2020)

Motie Meewegen recente arbeidsmarktstudies (19 juni 2020)

Spreektekst John Bankers – Debat over de veiligheid in Brabant op 19/06

Spreektekst1 John Bankers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ en de begrotingswijziging bestuursakkoordmiddelen ‘Bestuur en Veiligheid’
(19-06-2020)

Voorzitter,

Het is één van de kerntaken van de overheid om inwoners een veilige leefomgeving te bieden. In dat verband is ondermijnende criminaliteit door de jaren heen een steeds groter sociaal-maatschappelijk vraagstuk geworden. De boven- en onderwereld raken in steden, dorpen, wijken en buurten met elkaar verstrikt. Onder onze ogen en niet in de laatste plaats in onze provincie. De georganiseerde criminaliteit vindt in de geografische ligging van Noord-Brabant en de Brabantse mentaliteit van ‘ons kent ons’ helaas een goede voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten. Wegkijken van deze problematiek biedt geen oplossing. Het onderwerp adresseren en aanpakken wel.

Met het vaststellen van de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ onderkennen wij als Brabantse politiek niet alleen het probleem, maar leveren wij de komende jaren ook een actieve bijdrage in de aanpak van ondermijning en dus ook in het leefbaar houden van onze provincie. De voorbije jaren zijn belangrijke stappen gezet in de strijd tegen ondermijning met bijvoorbeeld de Taskforce-RIEC en Samen Sterk in Brabant. In deze bestuursopdracht wordt terecht ingezet op voortzetting en intensivering van deze initiatieven.

Een essentieel element in deze bestuursopdracht is het bepalen van de positie van de provincie Noord-Brabant rondom ondermijning. De Rijksoverheid en gemeenten zijn primair aan zet om de openbare orde en veiligheid te borgen. Terecht wordt er door onze provincie gezocht naar een dienende rol ten opzichte van die andere overheden en instanties: coördineren, faciliteren, stimuleren en aanjagen. Ondermijning wordt pas effectief aangepakt, als er duidelijkheid is over een ieders rol. We moeten elkaar aanvullen en niet in de weg lopen.

Hoewel de CDA-fractie zich op hoofdlijnen kan vinden in de bestuursopdracht, plaatsen wij enkele kanttekeningen of aandachtspunten bij dit document:

  1. Concretisering. De bestuursopdracht staat vol met goede voornemens, maar uiteindelijk vraagt het probleem ondermijning om een concretere aanpak. De bestuursopdracht mag geen papieren tijger worden, maar moet de aanzet zijn tot versteviging van de rol van de provincie bij dit vraagstuk. Vragen aan de gedeputeerde: op welke wijze wilt u Provinciale Staten meenemen in de concretisering van deze bestuursopdracht? Binnen welke termijn denkt u deze concretisering gereed te kunnen hebben?
  1. Bewustwording. We moeten iets niet normaal gaan vinden, wat niet normaal is. Ondermijning begint vaak klein met de ‘foute’ sponsor van de voetbalclub of het verhuren van een schuurtje aan een bekende, maar kan uiteindelijk grote gevolgen hebben voor de veiligheid van inwoners en het functioneren van het openbaar bestuur. In de Brabantse samenleving moet er meer bewustwording komen rondom ondermijning. In onze optiek mag de provincie hier nadrukkelijker op inzetten middels campagnes al dan niet in samenwerking met bijvoorbeeld Brabantse gemeenten.
  1. Grensoverschrijdende samenwerking. Bij de begrotingsbehandeling eind 2019 is unaniem een motie aangenomen, motie M102-2019, waarin Gedeputeerde Staten wordt opgeroepen om in de bestuursopdracht met concrete voorstellen te komen aangaande grensoverschrijdende samenwerking. Criminelen laten zich niet tegenhouden door een provincie- of landsgrens: de samenwerking met de provincie Limburg moet intensiever worden, in zowel de regio Eindhoven, Midden- en West-Brabant opereren en profiteren criminele organisaties van het grensgebied. Hoewel samenwerking met andere overheden, zeker internationaal, ingewikkeld kan zijn, willen wij de gedeputeerde vragen om hier werk van te maken. De provincie Noord-Brabant kan hier van toegevoegde waarde zijn voor veel grensgemeenten en andere overheden, juist vanwege onze langere betrokkenheid bij dit thema. Vraag aan de gedeputeerde: gaat u werk maken van dit thema en zo ja op welke manier?
  1. Bestuurlijk leiderschap. Dit sociaal-maatschappelijke vraagstuk, waarin veiligheid en sociale aspecten bij elkaar komen, valt of staat met bestuurlijk leiderschap. Onze Commissaris van de Koning vervult al jaren een voorbeeldfunctie als het gaat om het bespreekbaar maken van ondermijnende criminaliteit of in de lobby naar andere overheden. Bij een provinciale overheid die coördineert, faciliteert, stimuleert en aanjaagt, past een bestuurder of bestuurders, die dit thema hoog op de (politieke) agenda blijven zetten. Zowel intern binnen de provinciale organisatie als extern in de richting van andere overheden en instellingen. Blijf dit doen, maak het thema bespreekbaar, neem de verantwoordelijkheid die past bij de aard en omvang van dit probleem in onze provincie.

Tot slot. Naast het vaststellen van de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ wordt ons gevraagd om de begrotingswijziging vast te stellen ten laste van de ‘bestuursakkoordmiddelen Bestuur en Veiligheid’ voor de periode 2020-2023. Het gaat daarbij ook om € 2.500.000 voor de extra ambities op het gebied van verkeersveiligheid. De CDA-fractie kan hier kort over zijn. Onze provincie heeft op dit vlak al jaren een hoog ambitieniveau. Gelet op het betreurenswaardig hoge aantal dodelijke verkeerslachtoffers in Brabant de voorbije jaren is dat in onze optiek ook terecht. Het rijgedrag van automobilisten veranderen we niet van de ene op de andere dag en bij sommige automobilisten wellicht nooit, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om ook hier voor de veiligheid van Brabanders op te komen.

Voorzitter, wij kunnen instemmen met beide beslispunten in dit Statenvoorstel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst John Bankers veiligheid (19 juni 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

Schriftelijke vragen over drugsgebruik/-handel bij Brabantse evenementen

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over drugsgebruik/-handel bij Brabantse evenementen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over drugsgebruik en -handel bij Brabantse evenementen.

Geacht college,

Op pag. 8 van het bestuursakkoord 2019-2023, getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’, staat in de cultuurparagraaf: Mede dankzij de aanwezigheid van een groot aantal kunstvakopleidingen, het grote aanbod aan festivals, musea en een stevig cultureel ecosysteem is Brabant de derde culturele regio van Nederland.1

Brabant kent een rijk evenementenaanbod, waarvan ieder jaar tienduizenden mensen genieten. Dat moet zo blijven.

Afgelopen week berichtten o.a. De Telegraaf2, Omroep Brabant3 en de Volkskrant4 over het gebruik van en de handel in drugs tijdens festivals. Naar aanleiding hiervan heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u het met de minister van Justitie en Veiligheid eens dat gebruikers van drugs medeverantwoordelijk zijn voor het in stand houden van een drugsindustrie, waarvan onschuldige mensen het slachtoffer zijn?
  2. Wat vindt u van het huidige festival- en evenementenbeleid, waarbij de verantwoordelijkheid voor de aanpak van drugs grotendeels bij de organisatie van het festival/evenement ligt? Is dit beleid volgens u voldoende effectief? Waar ziet u punten voor verbetering?
  3. Op welke van de in Brabant gehouden (muziek)festivals wordt veelvuldig drugs gebruikt of verhandeld?
  4. Hoeveel strafbare feiten uit de Opiumwet zijn er in het afgelopen jaar bij deze festivals geconstateerd? Indien mogelijk een uitsplitsing naar strafbaar feit en naar festival.
  5. Geregeld bereiken ons berichten over drugsgebruik en -handel rondom (amateur)voetbalwedstrijden in Brabant. Zijn hierover cijfers beschikbaar, zoals een registratie van het aantal strafbare feiten en hun aard?
  6. Zijn er andere evenementen in Brabant, waarvan bekend is dat er veel drugsgebruik/-handel plaatsvindt? Indien ja, welke?
  7. Het vorige college van Gedeputeerde Staten, periode 2015-2019, wilde dancefestivals in de regio meer ruimte bieden, met tijdelijke vergunningen of door extra faciliteiten beschikbaar te stellen5. Hoe denkt dit college hierover?
  8. Ziet u mogelijkheden om (extra) eisen te stellen, bijv. t.a.v. drugspreventie en handhaving, aan festivals en evenementen die de provincie financieel of op andere wijze(n) ondersteunt? Indien ja, welke?
  9. Bent u bereid om met de Brabantse festival-/evenementenbranche en andere betrokken partijen, zoals verslavingsinstelling Novadic-Kentron, in gesprek te gaan over hoe het gebruik van en de handel in drugs tijdens festivals/evenementen te verminderen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Bestuursakkoord20192023%20(1).pdf, pag. 8.

2 Zie https://www.telegraaf.nl/nieuws/854483164/minder-festivals-in-strijd-tegen-drugs?utm_source=google&utm_medium=organic.

3 Zie https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3037154/Minder-festivals-betekent-niet-minder-drugsproductie-organisatoren-boos-over-uitspraken-minister.

4 Zie https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/drugsfestivals-terugdringen-op-deze-manier-gaat-grapperhaus-het-niet-winnen~baaa20e1/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F.

5 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Bestuursakkoord_2015_2019%20(1).pdf, pag. 67.

Uitnodiging PPP

Datum: Woensdag 21 februari 2018
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Ontvangst vanaf 19.30 uur
Locatie: Huize Groenberg, Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:

 

Vriendelijk

Verzoek:

CDA-ers en belangstellenden

Relaties PPP
Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of meer in het algemeen, aan mensen die maatschappelijke belangstelling hebben.

Gelieve u tevoren aan te melden!

Inleider: Prof. Gabriel van den Brink
Moderator: Jean Pierre Adams

 Thema: De WIJ samenleving

Geachte CDAers, geachte belangstellenden,

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen organiseert de CDA-Brabant groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie met als thema “De wij-samenleving”, en wel op woensdag 21 februari 201. De inleiding wordt verzorgd door professor Gabriel van den Brink. U bent van harte welkom.

Christendemocratische politiek ging vanaf de oprichting van het CDA over “meer samenleving”. Dit in tegenstelling tot meer markt van rechtse partijen en meer overheid van linkse partijen. Dit klassieke links-rechts schema bestaat niet meer. Geconstateerd wordt ook dat het maatschappelijk middenveld kleiner wordt.
Prof. van den Brink meent dat politiek op te vatten is als het balanceren van markt, macht en moraliteit met het oog op de publieke zaak. De publieke zaak is de afgelopen decennia toenemend in handen gekomen van economen, en van overheidsdienaars. Prof v.d. Brink zal zijn kennis en opvattingen met ons delen waarbij onder meer aan de orde komen:
*     de morele waarden van de (gemeentelijke) overheid
*     gemeenschapszin, en
*     de taak van gekozen raadsleden.
Aansluitend wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Prof. Gabriel van den Brink wordt getypeerd als denker-onderzoeker. Hij studeerde filosofie in Nijmegen en promoveerde op historisch onderzoek naar de modernisering van het bestaan in Zuid-Nederland. Hij publiceerde over de samenleving, over het gezinsleven en over politiek en burgerschap. Vanaf zijn emeritaat in Tilburg in 2015 is hij nog volop actief, onder meer voor het Centrum Ethos aan de VU in Amsterdam

Vriendelijke groet,

Mia Sol, vz PPP
06 27565443

Graag horen we vóór 20 februari  via Elly Lammers pcbjlammers1@gmail.com of u aanwezig bent.

CDA: “Opleiden voor de banen van vandaag en morgen”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de provincie méér doet om jongeren op te leiden voor de banen van vandaag en morgen, bijvoorbeeld in de techniek of in de zorg. Hiertoe heeft de partij schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Op 26 januari jl. bracht het CDA een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven, waarna Statenlid Roland van Vugt constateerde dat “er nog steeds een aantal knelpunten bestaat tussen ideaal en praktijk”.

Van Vugt:

“Eén van de zaken waar we tegen aan liepen, is dat een aantal jongeren wordt opgeleid voor beroepen van het verleden. Een voorbeeld hiervan is de installatiebranche. Leerlingen worden niet opgeleid voor de technieken van morgen. Maar werkgevers vragen bijvoorbeeld nog steeds naar vaklieden/stagiair(e)s waar vandaag behoefte aan is. Bijvoorbeeld mensen die kennis hebben van gasketels in plaats van dat ze kennis hebben van zonnepanelen of warmtepompen. Wellicht dat mede hierdoor de overgang naar een energieneutraal Brabant in 2050 niet in volle omvang tot stand komt. Een grote gemiste kans in onze ogen.”

Daarnaast kiezen nog steeds te weinig jongeren voor een technische of zorgopleiding, wat volgens het CDA o.a. wordt veroorzaakt door slechte PR.

“Nog onvoldoende wordt aan leerlingen die op het punt staan een beroepskeuze te maken duidelijk gemaakt dat met hun keuze voor een technisch of zorgberoep zij bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals een bijdrage aan gezond- en duurzaamheid. Inzet van Brabantse rolmodellen, bijvoorbeeld op basisscholen, om technische en zorgopleidingen te promoten zien wij nog steeds niet of onvoldoende terug.” Aldus Van Vugt.

De schriftelijke vragen die het CDA aan het provinciebestuur heeft gesteld zijn de volgende:

  1. Herkent u het door ons gesignaleerde knelpunt van opleiden voor beroepen van gisteren?
  2. Bent u het met ons eens dat dit voor een deel de energietransitie in de weg kan staan?
  3. Wat kunt u hier vanuit uw provinciale rol aan doen?
  4. Wat doet u momenteel hieraan?
  5. Herkent u het door ons gesignaleerde gebrek aan inzet van Brabantse rolmodellen om technische beroepen meer sexy en maatschappelijk relevant te maken? Misschien hebben we een Brabantse technovlogger nodig.
  6. Wat doet u hieraan?
  7. Wat kunt u hieraan doen?

Met deze vragen hoopt het CDA de provincie aan te sporen tot actie om tot een betere afstemming te komen tussen onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving.

Vooraankondiging PPP: De WIJ samenleving

        

Datum: Woensdag 21 februari 2018
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Ontvangst vanaf 19.30 uur
Locatie: Huize Groenberg, Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:

 

Vriendelijk

Verzoek:

CDA-ers en belangstellenden

Relaties PPP
Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of meer in het algemeen, aan mensen die maatschappelijke belangstelling hebben.

Gelieve u tevoren aan te melden!

Inleider: Prof. Gabriel van den Brink

 

 Thema: De WIJ samenleving

 

Geachte CDAers, geachte belangstellenden,

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen organiseert de CDA-Brabant groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie met als thema “De wij-samenleving”, en wel op woensdag 21 februari 2018 De inleiding wordt verzorgd door professor Gabriel van den Brink. U bent van harte welkom.

Christendemocratische politiek ging vanaf de oprichting van het CDA over “meer samenleving”. Dit in tegenstelling tot meer markt van rechtse partijen en meer overheid van linkse partijen. Dit klassieke links-rechts schema’s bestaat niet meer. Geconstateerd wordt ook dat het maatschappelijk middenveld kleiner wordt.
Prof. van den Brink meent dat politiek op te vatten is als het balanceren van markt, macht en moraliteit met het oog op de publieke zaak. De publieke zaak is de afgelopen decennia toenemend in handen gekomen van economen, en van overheidsdienaars. Prof v.d. Brink zal zijn kennis en opvattingen met ons delen waarbij onder meer aan de orde komen:
*    de morele waarden van de (gemeentelijke) overheid
*     gemeenschapszin, en
*     de taak van gekozen raadleden.
Aansluitend wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Prof. Gabriel van den Brink wordt getypeerd als denker-onderzoeker. Hij studeerde filosofie in Nijmegen en promoveerde op historisch onderzoek naar de modernisering van het bestaan in Zuid-Nederland. Hij publiceerde over de samenleving, over het gezinsleven en over politiek en burgerschap. Vanaf zijn emeritaat in Tilburg in 2015 is hij nog volop actief, onder meer voor het Centrum Ethos aan de VU in Amsterdam

Vriendelijke groet,

Mia Sol, vz PPP
06 27565443

 

Graag horen we vóór 20 februari via Elly Lammers pcbjlammers1@gmail.com of u aanwezig bent.

 

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: elke scholier naar het Provinciehuis

Elke Brabantse scholier moet tijdens zijn/haar middelbare schooltijd het Provinciehuis kunnen bezoeken. Dat vindt de Provinciale Statenfractie van het CDA in Noord-Brabant, die hiertoe een voorstel voorbereidt.

Het CDA nodigt regelmatig schoolklassen uit in het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch en merkt bij leerlingen én leraren een grote behoefte aan méér aandacht voor politiek en maatschappelijke vorming. In het bijzonder voor het provinciebestuur. Met name voor jongeren blijkt de provincie een onbekende bestuurslaag, die weinig zichtbaar is en waar ze weinig van weten.

Daarom komt het CDA met een voorstel dat de provincie Noord-Brabant aanzet om scholen in Brabant in staat te stellen met hun leerlingen naar het Provinciehuis te komen. Dat vraagt geld, maar óók creativiteit, stelt het CDA. Voor veel scholen zijn de vervoerskosten een drempel om naar het Provinciehuis te komen. Met de aanschaf van een eigen Brabant-bus, die leerlingen ophaalt en terug naar school brengt, zou de provincie daar bijvoorbeeld al in tegemoet kunnen komen. En er zijn andere oplossingen, waarover het CDA de komende tijd met betrokkenen in gesprek gaat om te komen tot een totaalvoorstel.

Als het aan het CDA ligt, bestaan de schoolbezoeken aan het Provinciehuis in elk geval uit een ontmoeting met een vertegenwoordiger van de provincie, een rondleiding door het gebouw én een scholierendebat over provinciale onderwerpen. Hiervoor zou de provincie nog intensiever moeten gaan samenwerken met voorlichtingscentrum ProDemos, maar óók met studenten die bijvoorbeeld een lerarenopleiding doen of bestuurskunde studeren. Zij kunnen in het Provinciehuis les- en werkervaring opdoen en zo ontstaat een win-winsituatie.

Het streven van het CDA is dat uiteindelijk tenminste 75% van de middelbare scholieren in Brabant het Provinciehuis een keer bezoekt. Hiervoor moet de provincie structureel geld opzij zetten, vindt de partij. “Dit sluit ook aan bij de letter en geest van het landelijk verkiezingsprogramma van het CDA, waarin wij pleiten voor meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming”. Aldus Stijn Steenbakkers, behalve Statenlid ook kandidaat-Kamerlid bij de aankomende Tweede Kamerverkiezingen.

Statenleden Marcel Deryckere en Stijn Steenbakkers, initiatiefnemers van het voorstel:

“Willen we jongeren betrokken maken bij de wereld om hen heen, dan moeten we ze meenemen naar de plekken waar over hun toekomst wordt beslist.

Veel scholieren bezoeken met hun middelbare school de Tweede Kamer of het Europees Parlement, maar over de provincie weten de meesten weinig tot niets. Terwijl ook dáár belangrijke zaken voor hen worden geregeld, zoals het openbaar vervoer of regels voor het runnen van een agrarisch bedrijf. En niet te vergeten: de leden van Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer, een belangrijke schakel met de landelijke politiek.

Met ons voorstel willen wij de provincie dichterbij brengen. Het is een investering in onze kinderen en in de toekomst van onze democratie. Voor het Brabant dat we door willen geven.”

Het CDA wil haar initiatief indienen bij de behandeling van de Voorjaarsnota van de provincie. Dat is een tussenstand van het lopende begrotingsjaar, waarover Provinciale Staten in april debatteert.