Berichten

Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State

Schriftelijke vragen van Statenleden Tanja van de Ven en Ankie de Hoon over de uitspraak van de Raad van State over het beoordelingssysteem Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State.

Geacht college,

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse stikstofaanpak, die een einde maakt aan het beoordelingssysteem ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS), en de provinciale themabijeenkomst over de consequenties hiervan op 28 juni jl. hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Sinds eind mei is de vergunningverlening i.h.k.v. het PAS stopgezet. U hebt aangegeven vanaf september 2019 tot eind 2022 met een ‘beperkt instrumentarium’, en scherp geprioriteerd, weer vergunningen te willen gaan verlenen. Door deze nieuwe realiteit lijken de ambities uit het bestuursakkoord echter te zijn ingehaald.

  1. Bent u het met CDA eens dat er sinds de recente stikstofuitspraak van de Raad van State sprake is van een nieuwe realiteit?
  2. Tijdens de themabijeenkomst op 28 juni jl. sprak u de verwachting uit dat vergunningverlening ‘niet gladjes’ zal verlopen. Waar voorziet u problemen en wat gaat u hiertegen doen?

02. Wanneer de provincie de vergunningverlening weer opstart, leidt dit mogelijk tot veel nieuwe vergunningaanvragen. Het tussentijds aanpassen van omgevingsvergunningen en Wet Natuurbeschermingsvergunningen (Wnb) vraagt veel extra inzet en capaciteit van gemeenten en omgevingsdiensten. Hoe ziet u in dit verband de hoos aan vergunningaanvragen die nog gaat komen n.a.v. de maatregelen Versnelling transitie veehouderij? Wat betekent dit voor het behandeltraject van al deze vergunningaanvragen en de extra kosten die zowel overheden als veehouders moeten maken?

03. Er zijn veehouderijbedrijven die geen Wnb-vergunning hebben, maar alleen een melding hoefden te doen in het kader van het PAS. Dit gold voor bedrijven wier uitstoot op het dichtstbijzijnde natuurgebied tussen de 0,05 en 1 mol/kg/ha bedroeg.

  1. Hoe gaat u om met bedrijven die een geaccepteerde melding hebben i.h.k.v. het PAS en voor wie nog niet duidelijk is hoe zij hun vergunning moeten aanpassen?
  2. Hoe gaat u om met bedrijven die minder uitstoten dan de drempelwaarde 0,05 mol/kg/ha en waarbij geen melding nodig was?

04. Klopt het dat na de uitspraak van de Raad van State veehouderijbedrijven een milieueffectrapportage (MER) moeten opvragen? Hoe denkt u over het tijdspad hiervoor?

05. Kunt u in kaart brengen wat de gevolgen van de uitspraak van Raad van State zijn voor de Brabantse economie, in brede zin, per sector en per regio?

06. Wat betekent de uitspraak van de Raad van State voor infrastructurele projecten in Brabant, zoals de (geplande) verbreding van wegen en de aan te pakken knelpunten op provinciale wegen? Kunt u per project op een rijtje zetten wat de gevolgen zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Tanja van de Ven en Ankie de Hoon

Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Europees Hof van Justitie

Schriftelijke vragen van Statenleden Marianne van der Sloot (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) over de vernietigende uitspraak van het Europees van Hof van Justitie over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de gevolgen voor de provincie Noord-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de PAS-uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Geacht college,

Het Europees Hof van Justitie heeft vandaag uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Kort samengevat gaat de PAS onderuit, omdat er geen maatregelen mogen worden genomen als de verwachte voordelen van die maatregelen niet vaststaan ten tijde van de beoordeling.

Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor de landbouw, industrie en infrastructuur. De precieze impact kunnen wij op dit moment niet inschatten. Uit uitlatingen van het ministerie begrijpen wij dat de vergunningverlening naar alle waarschijnlijkheid per direct moet worden stopgezet.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Wilt u ons op zo kort mogelijke termijn informeren over de impact van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie voor de Brabantse landbouw, industrie en infrastructuur?

En omdat u ongetwijfeld al heeft nagedacht over de consequenties van deze uitspraak:
 
02. Wat is uw Plan B? En hoe ziet u de voortgang van de diverse lopende trajecten?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag zo spoedig mogelijk tegemoet, d.w.z. vóór de behandeling van de provinciebegroting a.s. vrijdag 9 november.

Bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de fracties van het CDA en de ChristenUnie-SGP,

Marianne van der Sloot (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP)

Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over het Convenant Stikstof en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS.

Geacht college, 

Op 7 april jl. verzorgde de organisatie Connecting Agri & Food voor leden van Provinciale Staten een presentatie over de effecten van het voorgenomen stikstofbeleid van de provincie.

De fractie van het CDA heeft toen enkele vragen gesteld over het Convenant Stikstof, waarop wij de antwoorden tot op heden nog niet hebben ontvangen.

Graag leggen wij deze vragen, samen met een aantal extra vragen over de (herstel)maatregelen i.h.k.v. de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), daarom opnieuw aan u voor.

1. Onder punt 2 van het Convenant Stikstof lezen we over het saneren van ca. 40 tot 50 bedrijven rondom Natura 2000-gebieden om zgn. ‘piekbelasting’ op te heffen.

a) Wat is de stand van zaken van deze sanering?

b) Hoeveel bedrijven zijn er tot dusver gesaneerd gedurende de looptijd van het Convenant Stikstof?

c) Wat is het effect van deze sanering voor de stikstofdepositie (stikstofneerslag) op kwetsbare natuur?

2.

a) Hoeveel bedrijven die een proportionele stikstofdepositie veroorzaken zijn gelegen rondom kwetsbare natuur?

b) Hoe groot is daar de depositie op de natuur?

3. Twee van uw convenantpartners zijn de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Nu u voornemens bent het Convenant Stikstof te gaan wijzigen, nemen wij aan dat u met uw partners bestuurlijk overleg heeft gehad.

a) Wat was de reactie van de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond op uw voorgenomen wijzigingen van het Convenant Stikstof?

b) Welke maatregelen neemt de provincie Limburg?

4. Ongeveer een jaar geleden heeft Provinciale Staten Noord-Brabant het addendum bij de zgn. ‘grondnota’ gewijzigd, zodat de provincie gronden zou kunnen gaan verwerven.

a) Wat zijn de ervaringen hiermee tot nu toe?

b) Hoe verloopt de grondaankoop?

c) Op welk moment in het proces van grondaankoop besluit Gedeputeerde Staten over het inzetten van onteigening om gronden te kunnen verwerven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

CDA: vrees voor meer bureaucratie, regels en juridische onhoudbaarheid rondom wijziging PAS

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil het college van Gedeputeerde Staten a.s. vrijdag vragen stellen over de vermeende wijziging van de Brabantse uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Aanleiding hiervoor is het bericht in het Eindhovens Dagblad van 19 februari jl. over de op handen zijnde wijziging van de extra stikstofregels die Brabant per 1 juli 2015 heeft ingesteld.

Het CDA was destijds van mening dat de ingevoerde Brabantse PAS-maatregelen niet bijdroegen aan een duurzamere veehouderij, maar enkel zorgden voor méér bureaucratie en een rem op economische ontwikkelingen. Behalve op de inhoud van de plannen was het CDA óók kritisch op het proces. De extra regels van het (destijds) kersverse Brabantse college werden van kracht zonder enig overleg met betrokken organisaties of Provinciale Staten.

Enerzijds ziet de CDA-fractie de heroverweging van de extra Brabantse stikstofregels met blijdschap tegemoet. Anderzijds ziet het CDA haar vrees bevestigd dat de vorige regels te overhaast en met te weinig overleg zijn ingevoerd. “Met de input van maatschappelijke organisaties hadden we deze snelle wijziging wellicht kunnen voorkomen”, stelt Statenlid René Kuijken (woordvoerder). “Ook het CDA wil dit keer graag meedenken om de PAS praktisch én doelmatig uit te voeren in Brabant. Daar betrekken we dan graag de beloofde evaluatie van de huidige stikstofregels bij.” In juli vroeg het college om een extra 2,8 miljoen euro bovenop de toch al torenhoge kosten voor vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet. Het college zegde daarbij toe de kosten en de effectiviteit van de huidige vergunningverlening te evalueren.

Bij de fractie van het CDA leven de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Zijn er juridische bezwaren tegen de extra Brabantse regels rondom de PAS, die in juli 2015 van kracht werden? Indien ja, welke?
  2. Kan het CDA er op vertrouwen dat de nieuwe wijziging van de Brabantse regels rondom de PAS juridisch houdbaar is?
  3. Wanneer gaat het college de PAS-maatregel aanpassen?
  4. Hoe wordt Provinciale Staten hierbij betrokken?
  5. Heeft het college de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) ook om input gevraagd, of was haar boodschap slechts een mededeling?
  6. Is het college bereid de PAS aan te passen nadat de huidige regels met Provinciale Staten én maatschappelijke partners zijn geëvalueerd?

René Kuijken
RKuijken@brabant.nl