Berichten

Verslag Praktische Politieke Philosopie op 19/11

Het klopt wel, maar het deugt niet is de titel van een boek van Trouw-journalist Stevo Akkerman, maar was ook de titel van de inleiding die Tweede Kamerlid René Peters hield tijdens de dialoogavond Praktische Politieke Philosophie (PPP) op 19 november jl. in Oirschot.

Onderwerp van de avond was het omgaan van onze samenleving met armoede en schuldhulpverlening en overheidsmaatregelen die deze problemen zouden moeten aanpakken.

Het blijkt dat er verschillende criteria zijn over wat armoede precies is, maar dat er wel eenduidige cijfers bestaan over het aantal Nederlanders dat problematische schulden heeft. Dit zijn er één miljoen. De regering heeft 1,2 miljard euro beschikbaar gesteld t.b.v. schuldhulpverlening, maar dat bedrag blijkt slechts 10.000 mensen uit de schulden te kunnen helpen. Hoe kan dat?

Peters noemt vier oorzaken.

  1. De regelgeving in Nederland focust erg op rechtmatigheid. We beoordelen of een burger ergens recht op heeft en, als dat zo is, of hij er gebruik van mag maken. Hiervoor zijn veel ingewikkelde en langdurige procedures nodig v.w.b. aanvragen en formulieren invullen.
  2. Om risico’s te vermijden timmeren we regelingen steeds dicht en stellen we tegelijkertijd nog meer regels op. Die blijken echter niet bij te dragen aan risicomijding. Peters noemt een voorbeeld: hoeveel recent wegens kindermisbruik veroordeelden hadden géén VOG (Verklaring Omtrent Gedrag)? Antwoord: geen enkele. Ze hadden allemaal een VOG, dus daarmee los je het probleem niet op.
  3. Wanneer iemand in aanmerking komt voor bijv. ondersteuning door de overheid heeft hij ook recht op de beste zorg. Gevolg: Het komt voor dat tien verschillende hulpverleners en casemanagers een ‘probleemgezin’ begeleiden, die elkaar allemaal niet kennen…
  4. De overheid gaat te veel uit van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Bij fraude volgt onmiddellijk straf, nl. een boete, en bij herhaling zelfs detentie.  Maar wie al in de schulden zit, kan die boete onmogelijk betalen. En vaak is de fraude is vaak helemaal geen fraude, maar slechts een verkeerd ingevuld (want te ingewikkeld) formulier.

Wat zouden we volgens Peters moeten doen?

  1. Niet meer uitgaan van rechtmatigheid, maar uitgaan van individuele behoefte. Dat betekent kijken naar wat iemand nodig heeft.
  2. Niet te veel uitgaan van de zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid van het individu, maar juist de verantwoordelijkheid van de omgeving vergroten. Wat kan de familie doen? Waarom zou een werkloze met een uitkering geen vrijwilligerswerk mogen doen? De verantwoordelijkheid van degene die het aangaat moeten we geleidelijk uitbouwen.
  3. Hulpverlenings- en zorginstanties zouden meer met elkaar moeten overleggen. We moeten dan misschien de privacyregels aan de kant durven zetten. Hoe kan het zijn dat op één gezin zeven verschillende instanties met casemanagers zitten die elkaar niet kennen?
  4. Betere signalering. Veel mensen met schulden melden zich uit schaamte of uit onvermogen niet bij de gemeente. Mensen in armoede zijn dikwijls ook degenen die de weg niet kunnen vinden in de procedures en die de formulieren niet goed kunnen invullen.
  5. Alleen inzetten op ‘aan het werk gaan’ (zoals de VVD wil) gaat niet helpen. Van veel gezinnen onder de armoedegrens werken beide ouders namelijk al.

Na Peters’ inleiding komt de zaal aan het woord. Een selectie van de vragen en reacties.

De meeste schulden blijken huurachterstanden te zijn. Waarom maakt de overheid huursubsidie niet rechtstreeks over aan de verhuurder? Peters antwoordt dat de overheid die maatregel op dit moment onderzoekt. Het is nu al zo dat de gemeente iemands ziektekostenverzekering direct aan de zorgverzekeraar betaalt.

Een andere vraag: zou een basisinkomen niet veel van de schuldenproblemen kunnen oplossen? Peters legt uit dat daarvoor in de huidige coalitie geen draagvlak is.  Wel onderzoekt het CDA de mogelijkheid voor een ‘basisbaan’, waarbij een werkzoekende het minimumloon ontvangt en daarna mag kiezen uit een ‘banenpool’. Het Wetenschappelijk Instituut publiceerde hierover recent een rapport getiteld De baan als basis. Lezen kan via https://d2vry01uvf8h31.cloudfront.net/Organisaties/WI/Rapporten/2018%20OKT%20De%20baan%20als%20basis.PDF.

Andere vragen gaan over de vele senioren die geen schulden hebben, maar wel in permanente armoede leven. Over de Wajonger die alleen uitzendwerk krijgt en zonder vaste baan snel in de problemen komt. Volgens Peters zouden lokale overheden (gemeenten) kunnen helpen deze personen goed in beeld te krijgen en ook de bedrijven te kennen. Zo koppelen we persoon en persoon aan elkaar, waarna het bedrijf ook aandacht moet geven aan begeleiding.

Blijven nog enkele vragen van ondergetekende over. Hoe is het mogelijk dat in een welvarend land als het onze één miljoen mensen in armoede leven en voedselbanken nodig zijn? Tot hoever mag je als overheid gaan met regelgeving en het opleggen van dwangmaatregelen? Als je rechtmatigheid loslaat, hoe voorkom je dan willekeur? Overheidsinstanties kunnen beter samenwerken en gegevens (technisch) met elkaar uitwisselen, maar hoe bescherm je de privacy? Privacywetgeving kan schuldhulptrajecten behoorlijk in de weg zitten.

De problemen van mensen in de schuldhulpverlening zijn voor het CDA schrijnend genoeg om zich daarvoor te willen blijven inzetten. Onze kernwaarden solidariteit, publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap lenen zich daar bij uitstek voor.

Geschreven door Herbertine Buiting.

Uitnodiging Praktische Politieke Philosophie (PPP) op 19/11

Thema: Armoede in Nederland – wat christendemocraten doen en nalaten

Datum: maandag 19 november 2018
Tijd:
20.00-22.00 uur(inloop vanaf 19.30 uur)
Locatie:
Huize Groenberg, Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:
CDA-leden, belangstellenden en relaties
Inleider:
Tweede Kamerlid René Peters
Aanmelding: v
óór 18 november a.s. via Elly Lammers (pcbjlammers1@gmail.com)

Achtergrond:

Op maandagavond 19 november houdt de CDA Brabant-groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over armoede. Het Brabantse Tweede Kamerlid René Peters zal de bijeenkomst inleiden. Een ieder is hiervoor van harte uitgenodigd.

Het CDA is een partij van de samenleving en een partij van idealen. René Peters wil het leven van mensen beter maken door beter overheidsbeleid en dat doet hij met hart en ziel. In zijn inleiding gaat hij specifiek in op het thema armoede. Waar hapert en faalt overheidsbeleid? Wat heeft hij al kunnen bereiken met o.a. moties en kritische vragen in het parlement? En wat moet zijn agenda verder zijn? U bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de dialoog.

René Peters studeerde geschiedenis in Nijmegen en was docent, bestuurder en wethouder in Oss. Als Tweede Kamerlid is hij woordvoerder op de terreinen werk en inkomen, armoedebeleid, schuldhulpverlening, jeugdzorg, jeugdreclassering en kinderbescherming.

 

Vooraankondiging Praktische Politieke Philosophie (PPP) op 19/11

Thema: Armoede in Nederland – wat christendemocraten doen en nalaten

Datum: maandag 19 november 2018
Tijd:
20.00-22.00 uur(inloop vanaf 19.30 uur)
Locatie:
Huize Groenberg, Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:
CDA-leden, belangstellenden en relaties
Inleider:
Tweede Kamerlid René Peters
Aanmelding: v
óór 18 november a.s. via Elly Lammers (pcbjlammers1@gmail.com)

Achtergrond:

Op maandagavond 19 november houdt de CDA Brabant-groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over armoede. Het Brabantse Tweede Kamerlid René Peters zal de bijeenkomst inleiden. Een ieder is hiervoor van harte uitgenodigd.

Het CDA is een partij van de samenleving en een partij van idealen. René Peters wil het leven van mensen beter maken door beter overheidsbeleid en dat doet hij met hart en ziel. In zijn inleiding gaat hij specifiek in op het thema armoede. Waar hapert en faalt overheidsbeleid? Wat heeft hij al kunnen bereiken met o.a. moties en kritische vragen in het parlement? En wat moet zijn agenda verder zijn? U bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de dialoog.

René Peters studeerde geschiedenis in Nijmegen en was docent, bestuurder en wethouder in Oss. Als Tweede Kamerlid is hij woordvoerder op de terreinen werk en inkomen, armoedebeleid, schuldhulpverlening, jeugdzorg, jeugdreclassering en kinderbescherming.

 

Verslag Praktische Politieke Philosophie d.d. 4 juli 2018

Christendemocratisch appèl: perspectief op de 21ste eeuw

In een plezierige en ontspannen sfeer werd op 4 juli in Huize Groenberg nagedacht en gesproken over de vraag: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw? Belangrijke voorliggende 21ste-eeuwse thema’s waren aan de orde zoals migratie, klimaatvraagstukken en burgerschap. Ook werd gesproken over toekomstig leiderschap. De inleiders, Prof. dr. Ernst Hirsch Ballin en Dave Ensberg-Kleijkers MSc vertegenwoordigen twee verschillende generaties.

Prof. Dr. Ernst Hirsch Ballin
begon zijn inleiding met twee constateringen: de verdringing van het lange termijn denken en de fixatie op (directe) duidelijkheid. Er is veel behoefte aan onmiddellijke vervulling van verlangens.
De grote maatschappelijke thema’s van deze eeuw, zoals duurzaamheid en armoede, vragen om een perspectief dat veel verder weg ligt. In deze tijd is het moeilijk geworden om in de politiek een lange-termijndenker te zijn. Daarbij dreigt een pathologische hang naar eenduidigheid. Politiek daarentegen kan niet op die manier eenduidig zijn. Begrippen als eenduidigheid en duidelijkheid worden bovendien met elkaar verward. De behoefte aan directe duidelijkheid heeft onder meer te maken met de angst voor het niet weten, angst voor nuance. Bij het toelichten, spreekt hij van de Amerikanisering van de politiek: partijen hebben de lessen geleerd voor campagnevoering via consultants. Op basis van profielen worden segmenten van de samenleving gericht bestookt met campagneboodschappen. Partijen zijn dan als het ware in de greep genomen door deze tijdelijke en vluchtige campagneadviseurs.

Het christendemocratisch denken over politiek en samenleving is een antwoord op sociale kwesties en ervaringen van onrecht. In dit verband noemt Ernst de vroegere rol van de toenmalige Katholieke werkgeversvereniging in Brabant. Het ging ze om de waardigheid van arbeid, om erkenning van werknemers en verbinden van belangen. Hier was geen sprake van een gerichtheid op korte-termijn-winst; het ging over bestendigheid van lange termijnperspectief.
Op de vraag “biedt ons appel een christendemocratisch perspectief op 21e eeuw?” is zijn antwoord een helder “ja, mits”. Dat wil zeggen: mits we het perspectief willen zien en benutten. Er zijn verschillende bronnen voor kracht, zoals solidariteit en verbondenheid, waarbij acceptatie nodig is dat niet alles onder één noemer te brengen is. De maatstaf dient altijd gedragenheid en ‘gedeeldheid’ te zijn. Politiek in een democratische rechtsstaat vraagt verankering in vitaal burgerschap, met erkenning van de bronnen waar burgers uit putten, en is solidair met toekomstige generaties. Scheiding van kerk en staat is ook een kern van het CDA. Geloof is elkaar dragen en respecteren. Geloof is een inspiratiebron; op basis van je geloof kun je de ander iets voorleggen (nooit opleggen). “Een ambtsdrager in een rechtsstaat kan en mag niet zijn geloof als redengeving gebruiken voor een besluit dat de hele samenleving bindt,” aldus Ernst uit ervaring.

Als de grote vraagstukken van de 21e eeuw worden genoemd: klimaat, ongelijkheid, robotisering (de waarde van de mens in relatie tot arbeid, de midden categorie in het arbeidsbestel die erbij inschiet), migratie (er moet fundamenteel worden nagedacht dat Europa anders zal zijn) burgerschap (het vermogen om actief een rol te vervullen in de samenleving) en veiligheid van verbinding (wereldwijde verbindingen fysiek, internet ed.). Met opvangcentra voorkom je niet dat de samenleving verandert, urbanisatie zal voortgaan en de maatschappij wordt nog veel meer pluriform.
Universiteiten in de wereld zijn met elkaar in competitie aan de hand van scorelijstjes. Bijzonder is dat Nederland loopt voorop in landbouw; de Universiteit Wageningen staat wereldwijd aan de top. Aandacht moet blijvend gaan naar vernieuwde landbouw.

Lange termijn denken is verder denken en kijken dan de 4 jaren termijn.
Sociale cohesie wordt te vaak gedacht als een replicatie van wat er was. We moeten voorzichtig zijn met de geschiedenis te idealiseren. Sociale cohesie kan alleen worden opgebouwd op basis van wederkerigheid en respect voor elkaar.
Politiek is wetgeving, beleid, etc. Iemand die genoemde grote vraagstukken voor deze eeuw onderkent, spreekt niet zo snel in termen van “oplossingen”. Politiek is er ook om consensus op te bouwen, om de grote vraagstukken van een antwoord te voorzien en beleid te herijken naar de toekomst. Daarvoor zijn leiders nodig met geduld, doorzettingsvermogen, en overtuigingskracht.
Kortom het zal niet makkelijk zijn, maar dat hoeft ook niet.

Dave Ensberg-Kleijkers MSc.
ging aansluitend in op de verschillen tussen millennials en de generatie Z. De groep die nu 20 tot 35 jaar is, worden door sociologen en futurologen getypeerd als “self-centered, entitled, idealist, creative, dependent”. Voor de 12-19-jarigen van nu geldt: “self-aware, persistent, realist, innovative, self-reliant”. De jongere generatie, de zogeheten digital natives, wil aan zet zijn, wil meer aan het stuur zitten, en is interactief bezig met sociale media. Ze hebben behoefte aan transparantie, zijn kwetsbaar en menselijk. Het zijn geen idealisten; ze gebruiken heldere taal en kennen minder nuance of tinten grijs. Hun focus ligt op de korte termijn: hun politieke betrokkenheid is thema of persoonsgebonden. Een plaatje met een 11-tal vaardigheden illustreert welke vaardigheden nu aangeleerd worden aan onze kinderen. Dat betekent iets, en dat heeft gevolgen voor de burgers van de toekomst. Mensen worden meer zelfbewust, communicatief en op andere manieren samenwerkingsgericht. Culturele diversiteit is voor deze generatie een gegeven en niet iets ter keuze. Daarbij is ook sprake van (meer) balans tussen kennis- en sociaal-emotionele vaardigheden. Dave benadrukt dat het belang van deze simplistische stereotyperingen van een generatie Nederlanders, ontwikkeld door een aantal sociologen, ernstig gerelativeerd dient te worden. De verleiding voor politieke partijen als het CDA is echter groot om dergelijke sociologische onderzoeken zo serieus te nemen, dat ze de politieke strategie én christendemocratische, politieke boodschap gaan beheersen. Een partij die primair handelt vanuit pragmatisme, zou hiervoor gevoelig kunnen zijn.

Om de dialoog te prikkelen, worden idealisme en pragmatisme als CDA richtingen tegenover elkaar gezet. Dave signaleert dat onze politieke partij is gereduceerd tot een politiek marktmechanisme en zich onvoldoende op idealen baseert. De partij laat zich te veel leiden door politieke marketeers die prat gaan op de eerdergenoemde sociologische onderzoeken en typeringen van generaties in de 21e eeuw. Op lokaal niveau is flyeren in specifieke doelgroepwijken op basis van marketingonderzoek al zichtbaar; op landelijk niveau maakt hij zich oprecht zorgen over de marktbenadering en de dominantie van het pragmatisme. Politiek mag niet al te eenzijdig gaan om populariteit onder potentiële kiezers en de focus hebben op electorale winst op korte termijn. Zijn persoonlijke keuze is die voor meer idealisme en meer waarden gedreven politiek. We willen met elkaar iets betekenen voor de wereld. Hij is ervan overtuigd dat toekomstige burgers gevormd kunnen worden thuis, in het onderwijs, in de samenleving als geheel. Leiderschap bestaat op de eerste plaats vanuit een idealisme, vanuit overtuiging van een goede zaak. Op de tweede plaats moet een politiek leider goed kunnen communiceren: genuanceerd kunnen vertellen en continue de waarom vraag stellen. Daarbij roept hij de partij op tot veel intern dialoog en debat over de lange termijn vraagstukken. Als voorbeeld verwijst hij naar de visie van onze Belgische zusterpartij CD&V met de zich onderling versterkende wij-uitspraken.

Dialoog
Opgemerkt wordt dat er verschil is tussen idealistisch, ideologisch of door waarden gedreven partij zijn. Ernst geeft zijn definities. Het begint bij idealen, maar in de politieke praktijk gaat het erom de idealen in praktijk te brengen, reëel te maken. Vervolgens wordt van gedachten gewisseld over de vraagstukken migratie en klimaat. Op de lange termijn kan klimaatverandering tot meer en grotere migratiestromen leiden.
Deze vraagstukken blijken meerdere lagen te hebben: Wat is reden van vertrek? Wie is ‘wij’? Wat zijn de (vermeende) onderliggende waarden? Wat vinden wij van mobiliteit van mensen? Moeten we op locatie (de thuislanden) niet veel meer echt een verantwoordelijkheid nemen?
Duidelijk wordt dat migratie een dermate complex vraagstuk is dat er geen eenduidig antwoord op mogelijk is: complexe problemen hebben geen simpele oplossing. Dit vraagt langetermijndenken, investeren in de toekomst, een visie op diversiteit op de langere termijn, etc.
Ernst: “Probeer je af te vragen wat er aan de andere kant van de grens gebeurt”.
De maatstaf voor het samenleven in een democratische rechtsstaat moet gelijk zijn voor mensen die hier nu zijn en nieuwkomers. Ontvanger en nieuwkomer moeten voor elkaar openstaan.
Twee woorden die hierbij vallen zijn: compassie en inlevingsvermogen.
Is een te grote bevolkingsgroei een gevaar voor welvaart? Migratie is van alle tijden. In de gouden eeuw heeft veruit de grootste migratie plaatsgevonden – gerelateerd aan de bevolking van toen.
Welvaart is een middel tegen overbevolking. De politieke discussie gaat voorbij aan de uitkomsten van allerlei onderzoeken. Dave onderscheidt welvaart van welzijn. Daarbij relativeert hij het belang van economische groei.
Sommige problemen hebben we al 20 jaar zien aan komen. Waarom duurt het zo lang om er wat aan te doen is een vraag die gesteld wordt. En wat doen we eraan om dat in de toekomst te verbeteren? Ernst licht toe dat politiek leiderschap nodig is en dat grote opgaven geen oplossing hebben maar om een goede richting vragen.
Andere vragen die worden opgeroepen: wat brengt de toekomst, hoe moet een politiek leider zijn en hoe haal je kracht uit de vereniging? Dave bepleit in de politiek, in de politieke vereniging en in de samenleving meer discussie; meer open dialoog.
In de dialoog die volgt over leiderschap wordt aan de hand van voorbeelden geduid op verschillen in stijl en sturing van politici. Leiderschap is aldus Ernst het vermogen om het goede uit de mens naar boven te halen. Niet alleen degene die de koers bepaalt heeft leiderschap. Krachtig leiderschap is niet de juiste term in dit verband. Het gaat om overtuigende leiders, die op basis van goede argumenten richting geven, en die mensen meekrijgen in die richting. Politiek leiderschap vraagt om creativiteit en is vooral ook hard werken.
Ernst noemt Ruud Lubbers als voorbeeld van een politiek leider in zijn tijd. Ruud Lubbers was visionair en hij was pragmatisch. Hij verstond de kunst om politiek en maatschappelijk ‘ruimte te behouden’, om de verschillende standpunten nog te laten innemen.
Dave sluit af. Hij onderstreept de rol van onderwijs in de samenleving, het belang van onderwijs en vorming in de ontwikkelingsfase van kinderen. “We moeten kinderen als het ware leren zichzelf te worden”, aldus Dave. Onze leraren worden veel afgeleid door allerhande zaken met als gevolg dat tijd en aandacht voor de kinderen beperkt is. Grootschaligheid van de klassen doet geen goed. Een keuze voor betekenisvol en vormend onderwijs vraagt extra geld. Het gaat om het echte contact van mens tot mens.

Huseyin Bahar
Statenlid CDA Brabant
Praktische Politieke Philosophie (PPP)

Uitnodiging Praktische Politieke Philosophie (PPP)

Thema: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw?

Datum: woensdag 4 juli 2018
Tijd: 20.00-22.00 uur (ontvangst vanaf 19.30 uur)
Locatie: Huize Groenberg (Molenstraat 27 te Oirschot)
Genodigden: een ieder met belangstelling voor het thema
Inleider: Ernst Hirsch Ballin
Referent: Dave Ensberg-Kleijkers

Aanmelding: vóór 2 juli via Elly Lammers (pcbjlammers1@gmail.com)

Achtergrond:

De tijd van stabiele gesloten gemeenschappen ligt achter ons. We plukken nog de vruchten van hun onderlinge solidariteit, maar zijn we voorbereid op een toekomst waarin het leven van mensen zich afspeelt in veranderlijke levensfasen, vaak op verschillende plaatsen en allerhande netwerken?

In zijn inleiding bespreekt Ernst Hirsch Ballin de vraag waardoor burgerschap in de 21ste eeuw moet worden gekenmerkt. Het christendemocratische denken over politiek en samenleving is ontstaan in reactie op de Industriële Revolutie. Welke perspectieven opent dit denken voor mensen die zich afvragen hoe ze zich kunnen verhouden tot de veranderingen die onze tijd kenmerken, zoals intens gegevensverkeer, nieuwe vormen van politieke actie, handel en conflicten, en een herbronning van geloof en geloofsgemeenschappen?

Na de inleiding zal Dave Ensberg-Kleijkers gevraagd worden als eerste zijn reactie te geven. Aansluitend wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Over de sprekers:

Prof. Ernst Hirsch Ballin is verbonden aan de rechtenfaculteit van Tilburg University en aan het Asser Instituut van Internationaal en Europees recht/Universiteit van Amsterdam. Zijn speciale aandacht hebben constitutionele vraagstukken en burgerrechten. Hij was driemaal minister van Justitie, Lid van de Eerste Kamer en Lid van de Raad van State. Tal van prestigieuze onderscheidingen werden hem toegekend.

Dave Ensberg-Kleijkers is bestuurskundige. Hij is voorzitter van het College van Bestuur van de Stichting Biezonderwijs in Tilburg en bestuursvoorzitter van Kompass – Mensenrechten dichtbij. In 2015 won hij de Jan Peter Balkenende Award voor zijn “bijzondere bijdrage” aan de ontwikkeling van het christendemocratisch gedachtegoed en “als voorvechter voor de multiculturele samenleving”. In 2017 debuteerde hij als schrijver met het boek Bezielde Beschaving.

Vooraankondiging Praktische Politieke Philosophie (PPP)

Thema: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw?

Datum: woensdag 4 juli 2018
Tijd: 20.00-22.00 uur (ontvangst vanaf 19.30 uur)
Locatie: Huize Groenberg (Molenstraat 27 te Oirschot)
Genodigden: een ieder met belangstelling voor het thema
Inleider: Ernst Hirsch Ballin
Referent: Dave Ensberg-Kleijkers

Aanmelding: vóór 2 juli via Elly Lammers (pcbjlammers1@gmail.com)

Achtergrond:

De tijd van stabiele gesloten gemeenschappen ligt achter ons. We plukken nog de vruchten van hun onderlinge solidariteit, maar zijn we voorbereid op een toekomst waarin het leven van mensen zich afspeelt in veranderlijke levensfasen, vaak op verschillende plaatsen en allerhande netwerken?

In zijn inleiding bespreekt Ernst Hirsch Ballin de vraag waardoor burgerschap in de 21ste eeuw moet worden gekenmerkt. Het christendemocratische denken over politiek en samenleving is ontstaan in reactie op de Industriële Revolutie. Welke perspectieven opent dit denken voor mensen die zich afvragen hoe ze zich kunnen verhouden tot de veranderingen die onze tijd kenmerken, zoals intens gegevensverkeer, nieuwe vormen van politieke actie, handel en conflicten, en een herbronning van geloof en geloofsgemeenschappen?

Na de inleiding zal Dave Ensberg-Kleijkers gevraagd worden als eerste zijn reactie te geven. Aansluitend wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Over de sprekers:

Prof. Ernst Hirsch Ballin is verbonden aan de rechtenfaculteit van Tilburg University en aan het Asser Instituut van Internationaal en Europees recht/Universiteit van Amsterdam. Zijn speciale aandacht hebben constitutionele vraagstukken en burgerrechten. Hij was driemaal minister van Justitie, Lid van de Eerste Kamer en Lid van de Raad van State. Tal van prestigieuze onderscheidingen werden hem toegekend.

Dave Ensberg-Kleijkers is bestuurskundige. Hij is voorzitter van het College van Bestuur van de Stichting Biezonderwijs in Tilburg en bestuursvoorzitter van Kompass – Mensenrechten dichtbij. In 2015 won hij de Jan Peter Balkenende Award voor zijn “bijzondere bijdrage” aan de ontwikkeling van het christendemocratisch gedachtegoed en “als voorvechter voor de multiculturele samenleving”. In 2017 debuteerde hij als schrijver met het boek Bezielde Beschaving.

Uitnodiging PPP (Praktische Politieke Philosophie)

UITNODIGING
Praktische Politieke Philosophie (PPP)

Datum: Woensdag 14 september 2016
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur Ontvangst vanaf 19.30 uur
Locatie: Huize Groenberg. Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:

Vriendelijk

verzoek

CDA-ers en belangstellenden Geadresseerd: Brabantse CDA Afdelingen en Relaties PPP Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of meer in het algemeen,

mensen die maatschappelijke belangstelling hebben

Inleider Dhr. Wil van der Kruijs

Thema: Ouderen(beleid) in Nederland: Wat doet het CDA.

Geachte CDAers, geachte belangstellenden,

Op woensdag 14 september organiseert de CDA-Brabant groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over ouder worden en oud zijn in Nederland. Het thema wordt ‘geïntroduceerd’ door Wil van der Kruijs.
U bent hier van harte welkom.

Wil v.d. Kruijs is voorzitter van Unie KBO en Vice-voorzitter van KBO-PCOB. CDA-ers kennen Wil ongetwijfeld nog als voormalig voorzitter van het CDA Brabant.

Wil gaat graag de dialoog met u aan over de vraag wat ouderen van het CDA mogen verwachten. 
Vriendelijke groet,

Mia Sol, vz PPP
06 26565443

Graag horen we via Elly Lammers pcbjlammers1@gmail.coml of u wel of niet aanwezig bent op 14 september

Praktische Politieke Philosophie: onderwijs met overtuiging

De heer Eugene Bernard sprak op 5 april bewust over ONS middelbaar onderwijs in plaats van over OMO. Dat is precies wat hij duidelijk maakte met zijn inleiding op 5 april voor CDA-ers en belangstellenden. We kregen een boeiende doorkijk: hoe het middelbaar onderwijs alle kinderen wil opleiden en begeleiden naar volwassenheid. Het was weer een sfeervolle en goed bezochte bijeenkomst in huize Groenberg in Oirschot. Een schets van hetgeen deze avond de revue passeerde. Onderwijs in deze tijd betekent ontwikkeling van de leerling, ontwikkeling van de leerkrachten en ontwikkeling van de school. Goed onderwijs, goed mens en goed leven zijn onderling sterk samenhangend. Het gaat om maatschappelijke cohesie en omgaan met onzekerheden. Onder verwijzing naar de Volkskrant (Giesen): wordt als vraag voorgelegd of sprake is van de samenleving van de leegte. Is er meer decadentie, hedonisme, egocentrisme, behoefte aan onmiddellijke beloning? Hedendaags onderwijsfilosoof Biesta spreekt over de betekenis van onderwijs in termen van kwalificatie’ (de cognitieve kant), socialisatie (de ander en ik) en persoonsvorming. Goed onderwijs betekent voor een leerling dat hij of zij zich ontwikkelt tot een goed mens, die zelf en samen met anderen leert omgaan met verantwoordelijkheden. Essentieel is de onderzoekende houding van kinderen en dat raakt aan leren omgaan met onzekerheden. Gepersonaliseerd leren is niet hetzelfde als geïndividualiseerd leren; gepersonaliseerd leren richt zich op wat een kind wel kan – op de talenten die elk kind heeft. Kinderen die niet naar verwachting presteren kunnen al jong een ‘looser-stigma’ oplopen. Voor leerlingen is duidelijkheid en structuur belangrijk. Puberleerlingen mogen fouten maken: kattenkwaad mag maar wel onder sociale veiligheid. Een groeiend aantal kinderen vindt het fijn om op school te zijn. Wanneer de thuissituatie problematisch is (bv er speelt een vechtscheiding) dan gaan kinderen om vijf uur niet graag naar huis. Leerlingen willen graag veiligheid en voorspelbaarheid. Ze hebben ook identificatiemogelijkheden nodig. Met vakoverstijgend leren wordt aandacht besteed aan leeropdrachten in samenhang met de omgeving. ICT is in het onderwijs een hulpmiddel. Vroeger werd kennis opgedaan van (groot)ouders, uit de bibliotheek en uit de krant. Nu is kennistoegang onbegrensd. Dat vraagt wel begeleid leren en kritisch leren omgaan met informatie. Tablettechnologie is nog maar vijf jaar oud. Op school is er nu een roep om de WIFI twee uur uit te zetten. Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat dat veel weg heeft van het vroegere ‘silentio’: dan mocht je een bepaalde tijd niet praten. Docenten ontwikkelen zich doorlopend. Hier geldt dat wat voor de leerling geldt, dat geldt ook voor de docent (fractal principle). Een docent hoeft niet de knapste te zijn in een vak maar hij moet wel over enkele belangrijke eigenschappen beschikken (een aantal V’s): vrolijk in de zin van ‘opgeruimd’, verrijkend, verassend, beschikken over vakmanschap, zich gedragen als verantwoordelijk eigenaar, en verbinder zijn. Docenten moeten op de eerste plaats elke leerling erkennen als individu. Kinderen met een laag zelfbeeld (‘loosers’) hebben juist respect nodig en vertrouwen. De pedagogische en didactische kant is belangrijker aan het worden. En de rol van de docent verandert – mede als gevolg van interactief internet. Kinderen kunnen – flexibel lerend – sterk verdiepend bezig zijn waardoor de kennisvoorsprong en het zicht op de context bij de docent belangrijk wordt. Docenten krijgen meer een begeleidende rol. Met name de jonge docenten, althans de docenten die in het HBO worden opgeleid, hebben weinig voorsprong op hun leerlingen.

Van docenten wordt flexibiliteit verwacht en gerichtheid op de eigen inzetbaarheid. We moeten af van het idee ‘eens in het onderwijs is altijd in het onderwijs’. Docenten zijn soms afkomstig uit andere sectoren en omgekeerd: er is niets mis mee wanneer docenten niet hun leven lang voor de klas blijven staan maar tijdens hun werkzaam leven overstappen naar het bedrijfsleven. Een professioneel docent stroomt niet altijd door. In die zin is aan employability nog wel het een en ander te verbeteren. Ons Middelbaar Onderwijs is opleider van studenten en docenten. Centraal staat samen werken, samen leren in leergemeenschappen en samen kennis delen. Net zoals de leerlingen dat hebben, hebben ook de docenten van nu een onderzoekende en reflectieve houding nodig. Moreel leiderschap is niet alleen aan de orde bij een vak als levensbeschouwing; ethiek loopt door alles heen en morele vragen kunnen bij alle vakken aan de orde komen. Ons Middelbaar Onderwijs Scholen ontwikkelen zich als sociale gemeenschap – waarden gedreven en vanuit een duidelijke visie. Dynamiek in producten en processen is er volop, innovatie zou wellicht beter kunnen. Onderwijsinhoudelijke innovatie gebeurt met pilots. Pas na evaluatie en bij voldoende succes wordt opgeschaald. Grootschalig experimenteren met onderwijs is niet verstandig omdat kinderen maar een keer in de gelegenheid zijn hun schoolcarrière te hebben. Kortom je kunt je als school niet een mislukte innovatie permitteren. OMO-scholen hebben een centraal ICT-portal waardoor horizontale kennisdeling snel kan plaatsvinden. Ons Middelbaar Onderwijs betreft ongeveer 100 scholen (62000 leerlingen). OMO-scholen zijn onderdeel van regionale netwerken: ze werken samen met omliggende onderwijsaanbieders en met kennisinstituten.

Een van de vragen die terugkwam uit de zaal was: hoe zorg je voor doorvertaling van de visie en waarden? Is de aanpak van de OMO-scholen herkenbaar? en valt het te meten? Ofwel wat merk je ervan op de vloer als ouder of als docent? Gewerkt wordt op basis van gedeelde concepten. Het onderling ontwikkelen en delen ervan en het doorvoeren kost veel tijd. Het gedachtengoed moet doorklinken in schoolplannen. Een welluidend schoolplan wordt niet alleen naar inhoud beoordeeld maar ook naar de manier waarop het tot stand kwam. Horizontaal kennismanagement helpt: toegang hebben tot elkaars documenten. In de praktijk zijn waarden gerichte scholen de gewilde scholen: Rooms-katholieke en Protestants-christelijke scholen.

Tussen scholen bestaan behoorlijke verschillen wat betreft leerlingen en hun achtergrond. Zo werd een school in ‘n stad genoemd waar 80 % niet westers is. Het zijn dan ook nog vaak kinderen van analfabetische ouders. De docenten en medewerkers kennen hun leerlingen en wanneer ze niet op school verschijnen zonder bericht (omdat er geen geld is voor een telefoon) dan kan het zijn dat iemand op de fiets ernaar toe gaat om ze naar school te halen.

Landelijk is het probleem van krimpgebieden onderkend voor middelbare scholen. Het idee is ook daar een breed onderwijsaanbod en voldoende nabije scholen in de lucht te houden. Hoe lager het niveau hoe meer problematisch de afstand. Middelbare scholen hebben het voordeel dat ze redelijk kunnen plannen en vooruitzien op aantallen leerlingen.

Gevraagd wordt hoe de gepresenteerde onderwijsfilosofie, dit gedachtengoed zich verhoudt tot dat van de Vrije School. Ook bij Rudolf Steiner is vakmanschap en gaat het om heel de mens (holistische benadering). Het verschil is dat dogma en rationaliteit zich niet met elkaar verdragen. Inmiddels wordt veel gemeten in het onderwijs. Er is ook veel meetbaar geworden dankzij ontwikkelingen in disciplines als psychologie en sociologie. Niet alles is meetbaar. Als voorbeeld (uit een andere discussie): wanneer je een school binnen komt proef je de sfeer, wel of geen gastvrijheid; er is verschil in gedrag, in beleefdheid.

Er is geen protocol voor het opleiden tot een gelukkig mens. Dat zou betekenen dat we een maakbare samenleving hebben en die bestaat niet. Al eerder had de heer Bernard aangegeven dat utilitair denken passe is. Utiliteit denken geeft een steriele samenleving: het zou betekenen dat het onderwijs mensen ziet als een productiefactor: onderwijs om op te leiden tot productiemiddel.

Bij de inleiding hield Dhr. Bernard ons een tekst voor over Christelijke opvoeding: “Alle mensen, van welk ras, van welke stand en leeftijd ook, hebben vanwege hun waardigheid als persoon een onvervreemdbaar recht op een opvoeding, die aan hun bestemming beantwoord, die op hun eigen aard, op het verschil in sekse, op hun cultuur en voorwaardelijke tradities is afgestemd en die ook de mogelijkheid schept voor een broederlijk samenleven met andere volken, teneinde de ware eenheid en vrede op aarde te verzekeren.“ (GRAVISSIMUM EDUCATIONIS, 28-10-1965).
In meerdere opzichten een tekst die aan actualiteit niet heeft ingeboet. De leerlingen van nu krijgen het niet meer automatisch beter dan hun ouders. Ze dromen andere dromen en ze hebben andere idealen. Ze zijn zoekend naar beleving en – onderliggend – naar zingeving en inspiratie (bezieling). Tegelijkertijd raken volwassenen (ongeacht het primair behaalde opleidingsniveau) toenemend doordrongen van het fenomeen “een leven lang leren”. Cycli van veranderingen worden steeds korter terwijl de wereld ons dorp wordt. Persoonsvorming, kennisvermeerdering en vaardigheidstoename zijn niet meer klaar aan de start van een carrière als werkende. Dat maakt waarden overdracht belangrijk – overal waar mensen samen leven, leren en werken. Dat is ook de waarborg voor een vreedzame en stabiele samenleving.

Ons Middelbaar Onderwijs bestaat dit jaar 100 jaar.

Bekijk hier de presentatie: CDA 5 april 2016 (definitieve versie)

Uitnodiging: Praktische Politieke Philosophie

Praktische Politieke Philosophie (PPP)

        

Datum: Dinsdag 5 april 2016
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur Ontvangst vanaf 19.30 uur
Locatie: Huize Groenberg. Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:

 

Vriendelijk

verzoek

CDA-ers en belangstellenden Geadresseerd: Brabantse CDA Afdelingen en Relaties PPP Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of meer in het algemeen,

mensen die maatschappelijke belangstelling hebben

Inleider Drs. E. Bernard, voorzitter Raad van Bestuur OMO

 

Geachte CDAers, geachte belangstellenden,

 

Op dinsdag 5 april organiseert de CDA-Brabant groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over onderwijs. U bent hiervan harte welkom. Het thema zal ingeleid worden door Drs. E. Bernard, voorzitter van de raad van bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO). Dhr. Bernard heeft diverse functies gehad in het onderwijsveld: hij gaf economie les, hij is ervaren als universitair onderwijs manager en hij zat in tal van bestuurs-raden, onderwijscommissies en expertgroepen (recent Onderwijs 2032). Aan de orde komen onder meer: *   waarde gedreven onderwijs *   opvoeding en onderwijs / ouders en school *   invloed van technische vindingen op de inrichting van het onderwijs *   voorbereiding op een leven lang leren

Dhr. Bernard heeft een open blik op de veranderende samenleving. Hij wil graag met u in dialoog dus u wordt van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de discussie.

Vriendelijke groet,

Mia Sol, vz PPP 06 26565443

Graag horen we via Elly Lammers pcbjlammers1@gmail.com of u wel of niet aanwezig bent op 5 april

 

Vooraankondiging: Praktische Politieke Philosophie

Datum: Dinsdag 5 april 2016 Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur Ontvangst vanaf 19.30 uur Locatie: Huize Groenberg. Molenstraat 27 in Oirschot Genodigden:     CDA-ers en belangstellenden Geadresseerd: Brabantse CDA Afdelingen en Relaties PPP Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of […]