Berichten

Schriftelijke vragen over OV 2040 – Houdt links van Breda de wereld op?

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040: houdt links van Breda de wereld op?

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over OV 2040.

Geacht college,

Onlangs stuurde staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer een brief over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 20401. Wat opvalt in deze visie op het openbaar vervoer van de toekomst, is dat vooral de economische kernregio’s in Nederland snellere en betere openbaar vervoersverbindingen krijgen. En dat een regio als West-Brabant het nakijken heeft.

Want wie in Bergen op Zoom woont en in Tilburg studeert, hoeft in de visie van de staatssecretaris niet te rekenen op sneller en beter openbaar vervoer. En werk je in Roosendaal maar woon je in Den Bosch, dan ben je eveneens slecht af. Net als je collega die op en neer reist tussen Zeeland en West- of Midden-Brabant v.v.

Het CDA maakt zich zorgen over deze eenzijdige focus op de Randstad en het negeren van een regio waar meer dan 700.000 mensen wonen. De indruk ontstaat dat de Brabantse verkeersgedeputeerde, onze belangrijkste ambassadeur en lobbyist in Den Haag, die zelf in Breda woont, met zijn neus naar Den Bosch kijkt en met de rug naar West-Brabant staat. Alsof links van Breda de wereld ophoudt…

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Hoe is Brabant betrokken bij de totstandkoming van de visie Toekomstbeeld OV 2040?
  2. Wat is de Brabantse inbreng geweest?
  3. In hoeverre is meegenomen dat een betere OV-verbinding tussen de regio(‘s) en de Randstad kan bijdragen aan een oplossing voor andere vraagstukken van de Rijksoverheid (zoals werkgelegenheid en het woningtekort)?
  4. Is er contact (geweest) met de provincie Zeeland, waar de situatie en belangen deels vergelijkbaar zijn met die in Brabant?
  5. Bent u het met het CDA eens dat de stations Bergen op Zoom en Roosendaal belangrijke schakels zijn richting de provincie Zeeland, richting de metropoolregio’s en richting Midden- en Oost-Brabant? Indien ja, vindt u met ons dat er meer aandacht moet komen voor o.a. de treinverbinding tussen West-Brabant en Zeeland, tussen West-Brabant en de Randstad en tussen West-Brabant en Midden- en Oost-Brabant?
  6. Deelt u de mening van het CDA dat een treinverbinding zonder overstappen of aansluitend overstappen én het vaker laten rijden van treinen via station Bergen op Zoom en vanaf station Roosendaal naar de Randstad én naar Tilburg en Den Bosch bijdraagt aan het verbeteren van de verbinding tussen West-Brabant/Zeeland, de Randstad en Midden- en West-Brabant?
  7. Willen de Rijksoverheid, de Nederlandse Spoorwegen en ProRail mee in de noodzakelijke verbetering van de verbinding van Brabant met Zeeland, met de Randstad en met Midden- en Oost-Brabant?
  8. Bent u bereid Provinciale Staten op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de Tweede Kamer omtrent het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer en evt. investeringen in dit verband die voor Brabant van belang zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/02/06/toekomstbeeld-openbaar-vervoer/toekomstbeeld-openbaar-vervoer.pdf.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over OV visie 2030 op 07/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Visie `Gedeelde mobiliteit is maatwerk` en uitwerking hiervan in een adaptieve aanpak
(07-12-2018)

Voorzitter,

Veel mensen hebben hard gewerkt om deze nieuwe OV visie op tijd klaar te hebben. Complimenten.

Het CDA heeft veel waardering voor de wijze waarop het proces is verlopen. Het lijkt een gedragen stuk, waarover veel betrokken organisaties en overheden konden meepraten.

Daarnaast ging vanuit PS de werkgroep OV visie aan het werk. Waardevol om met elkaar te verkennen wat de gemene delers zijn en hoe we de visie geïnterpreteerd willen zien.

In het voorstel geeft u aan dat de ontwikkelingen in de P&C-cyclus worden voorgelegd. Dit betreft echter een besloten overleg zonder verslaglegging. Het CDA wil liever de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en doorontwikkeling van de visie en adaptieve agenda een Statenbreed onderwerp laten zijn. Het gaat hier immers om een bedrag van 90 miljoen euro voor leefbaarheid en vervoer. Graag een reactie van de gedeputeerde.

Negentig miljoen euro dus, waarover het CDA zich o.a. het volgende afvraagt:

  • Welke factoren zijn nodig om de adaptieve agenda en visie tot een succes te maken?
  • Hoe zorgen we ervoor dat de betaalbaarheid kan worden gegarandeerd?
  • Tegen welke tarieven en wie houdt hier zicht op?

Tijdens de laatste themabijeenkomst stelde het CDA voor om werkgroep OV visie een vervolg te geven. Hiertoe dient het CDA een motie in.

Voorzitter, Albert Einstein heeft eens gezegd: “Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst, want daarin ben ik van plan te leven.” Welnu, op hoofdlijnen geeft deze OV visie volgens het CDA een goed strategisch inzicht in de toekomstige ontwikkelingen. Het onderbrengen van de verschillende stromingen onder Direct, Flex en Samen is overzichtelijk.

Graag nemen we u mee in de toekomstschets en invulling zoals wij die zien.

En daarbij putten we graag uit de ervaringen die we als CDA hebben opgedaan tijdens de OV-Race. Praktijkonderzoek. In de vorm van een wedstrijd tussen teams van Statenleden en OV-gebruikers om het openbaar vervoer te testen op o.a. reistijd, bereikbaarheid en toegankelijkheid.

De 1ste race vond plaats in Oost- Brabant. De 2de in Midden-Brabant. De 3de in West-Brabant.

En tijdens deze laatste editie, van Etten-Leur naar Wernhout, kregen we gezelschap van een groep cliënten van de Stichting Dag- en Woonvoorzieningen – SDW – én van de gedeputeerde zelf. Wat was hij fanatiek. En wat levert zo’n busreis mooie herinneringen, bijzondere ervaringen en waardevolle informatie op.

We zien zaken die goed gaan. Zoals betrokken chauffeurs, behulpzame vrijwilligers op de buurtbus en handige apps die de zoektocht naar de snelste route voor de ‘mobiele generatie’ – de Millennials en Generatie Z – een stuk eenvoudiger maken. Als je tenminste mobiel bereik hebt… Zegt Olland u nog iets?

Slecht of geen mobiel bereik, aansluitproblemen, buurtbussen die niet geschikt zijn voor de elektrische rolstoel… Het zijn punten die in iedere OV-Race terugkwamen, maar waarover de voorliggende OV visie weinig tot niets zegt. Dus doen wij als CDA het maar.

Voorzitter, ik wil in het bijzonder stilstaan bij vijf onderwerpen. Hele concrete, hele herkenbare.

  1. Elektrische rolstoelplaten.
  2. Iedereen moet mee kunnen.
  3. Bereikbaarheid van bedrijventerreinen.
  4. Flexibiliteit is de norm.
  5. Communicatie.

01. Elektrische rolstoelplaten

Voorzitter, de belangrijkste conclusie is dat openbaar vervoer, en het succes ervan, mensenwerk blijft. Zo lukt het de ene chauffeur wel om tijd te maken en de rolstoelplaat van de Bravo Direct bus uit te klappen, terwijl de andere chauffeur door tijdsdruk de rolstoeler helaas moet laten staan.

Is daar anno 2018 niet iets aan te doen? Kunnen we de chauffeurs niet helpen? Het CDA denkt van wel. En daarom vragen we aan de gedeputeerde om op korte termijn met het bedrijfsleven om de tafel te gaan en een elektrische rolstoelplaats voor de Bravo Direct te ontwikkelen en toe te passen.

Juist mensen in een rolstoel zijn afhankelijk van het openbaar vervoer. Met elektrische rolstoelplaten in alle (buurt)bussen geven we hen de mogelijkheid om deel te nemen aan het reguliere openbaar vervoer. Is de gedeputeerde bereid dit mee te nemen in een volgende concessie?

En voorzitter, maak hier dan ook meteen een grensoverschrijdende voorbeeldfunctie van die wij als Brabant kunnen oppakken. Hier moet uw collega Pauli toch enthousiast van worden: mooie innovatieve ontwikkelingen. En ook uw collega Swinkels kan hier op leefbaarheid een fantastische slag maken. Net als collega Spierings, want mobiliteit levert zo een aanzienlijke bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Het CDA komt met een motie.

02. Iedereen moet mee kunnen

Voorzitter, we leven in een land waarin we steeds ouder worden en met een grote groep inwoners die leeft met een matige of ernstige beperking. Ook deze mensen zijn geholpen met goed georganiseerd openbaar vervoer. Het huidige vervoersaanbod vindt het CDA echter nog teveel gericht op mensen zónder beperking. Dat moet anders. (Openbaar) vervoer voor iedereen toegankelijk. Onderschrijft de gedeputeerde dat?

03. Bereikbaarheid van bedrijventerreinen

Voorzitter, op veel plekken in Brabant liggen de banen voor het oprapen, maar… zijn die banen niet of slecht bereikbaar per openbaar vervoer. Van Moerdijk tot Breda, van Waalwijk tot Oss, van Oirschot tot Werkendam: we kwamen het als CDA overal tegen. Studenten, stagiair(e)s en forenzen hebben daar last van. En ondernemers. En de Brabantse economie. Het CDA zou dan ook graag zien dat de provincie start met experimenten – pilots – specifiek gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Hiertoe dienden wij tijdens de begrotingsbehandeling een motie in. Vandaag doen we dat opnieuw. Een motie Bedrijventerreinen.  

04. Flexibiliteit is de norm

Voorzitter, al aan het begin van deze bestuursperiode pleitte het CDA voor flexibel openbaar vervoer. Want dát heeft de toekomst, zo bleek al tijdens een provinciale mobiliteitswedstrijd in 1999. De winnaar was een deelauto – als in Bravo Samen – en de 2e prijs was voor een flexibel ingerichte bus, naar het idee van de Bobrobus. Naar het schijnt uitgevonden door iemand uit Goirle. Jawel, in Brabant gebeurt het.

Voor het CDA is flexibiliteit heel belangrijk. Dé voorwaarde om ons openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk te maken, stad en buitengebied bereikbaar te houden en te kunnen voldoen aan de behoefte van de OV-reiziger via slim maatwerk. Zoals een taxi of buurtbus die de leerling op tijd naar school brengt, dan de polikliniek van het streekziekenhuis aandoet en op de terugweg de aanvragers voor een nieuwe paspoort afzet bij het stadskantoor. Mooi op tijd.

Maar flexibiliteit betekent óók kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen en gebeurtenissen. Bijvoorbeeld een extra bus laten rijden op die momenten dat meer capaciteit nodig is. Zodat studenten verzekerd zijn van hun rit naar de universiteit en niet hutjemutje van A naar B moeten of zelfs achterblijven in de kou.

Bravo Direct en Flex geven ruimte voor die flexibiliteit. En samen met u zoekt het CDA graag de grenzen op van wat kan en nodig is. Laat bijvoorbeeld voor onze inwoners de Direct lijnen een Flex inrichting kennen. Klap de stoeltjes in, verwijder deze op rustige lijnen en maak het mensen mogelijk hun eigen fiets mee te nemen in of op de bus.

Wil de gedeputeerde hier eens op reflecteren?

05. Communicatie

Voorzitter, om deze OV visie te doen is communicatie heel belangrijk. Want zeg nu zelf: hoeveel Brabanders gaan dit lijvige stuk straks lezen? Deze bestuursperiode investeerde u veel geld in een stickercampagne om de naam van het Brabantse openbaar vervoer te veranderen. B-r-a-v-o. Als CDA zijn we hier kritisch op geweest: u veranderde de voorkant, maar de achterkant bleef hetzelfde. Want wie een reis wil plannen of contact zoekt met de klantenservice, wordt via de website www.bravo.info netjes terugverwezen naar de websites van Arriva en Hermes en… komt daar de oude Arriva-/Hermes-logo’s en -huisstijl tegen.

Bravo zou voor een betere herkenning van het Brabantse openbaar vervoer moeten zorgen. Als CDA vinden we dat de meest ultieme vorm van herkenbaarheid van openbaar vervoer het daadwerkelijk zien rijden van een bus is. En het liefst een volle.

Besteedt u uw communicatiebudget s.v.p. van nu af aan aan het promoten van de initiatieven en experimenten uit deze nieuwe OV visie. Onder alle doelgroepen, dus ook de studenten uit de overvolle bussen in Altena en de cliënten, met rolstoel, van SDW in Roosendaal.

Wij op onze beurt zullen de routes blijven testen met onze OV-Race. De stip aan het einde van het asfalt is met deze OV visie gezet.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon OV visie 2030 (7 december 2018)

CDA: elke Brabantse bus een elektrische rolstoelplaat

Het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, wil dat elke Brabantse bus, dus ook een buurtbus, is voorzien van een elektrische rolstoelplaat. Hiertoe dient de partij vandaag een voorstel in tijdens het debat over de nieuwe ‘OV visie’ van de provincie, waarin de toekomst van het Brabantse openbaar vervoer wordt vastgelegd.

In dit voorstel vraagt het CDA aan provinciebestuurder Van der Maat om snel met vervoerders en het Brabantse bedrijfsleven om de tafel te gaan en te kijken hoe elektrische rolstoelplaten in alle Brabantse bussen te realiseren. Aanleiding voor het CDA om met dit voorstel te komen zijn de ervaringen die de partij de afgelopen jaren opdeed tijdens verschillende ‘OV-Races’: door het CDA zelf georganiseerde tests van het openbaar vervoer in de vorm van een wedstrijd. Hieruit bleek o.a. dat m.n. buurtbussen lang niet altijd zijn uitgerust met een elektrische rolstoelplaat en reizigers met een rolstoel niet altijd kunnen meenemen.

Statenlid Ankie de Hoon (CDA): “Openbaar vervoer blijft mensenwerk. Zo lukt het de ene buschauffeur wel om even uit te stappen en reizigers met een rolstoel de bus in te helpen, terwijl de andere buschauffeur door tijdsdruk de rolstoeler helaas moet laten staan. Onwenselijk. Als CDA stellen we daarom voor álle Brabantse bussen standaard uit te rusten met een elektrische rolstoelplaat. Dan kunnen mensen met een rolstoel, die vaak afhankelijk zijn van het OV, deelnemen aan het reguliere openbaar vervoer én helpen we ook de buschauffeur die onder tijdsdruk staat.”

Tijdens het debat over de nieuwe OV visie komt het CDA, net als in het debat over de provinciebegroting vorige maand, tevens met een voorstel dat de provincie oproept te starten met experimenten gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. De Hoon: “Op veel plekken in Brabant liggen de banen voor het oprapen, maar zijn die banen niet of slecht bereikbaar per OV. Dit is een Brabant breed probleem, dat we als CDA overal tegenkomen: van Moerdijk tot Breda, van Waalwijk tot Oss, van Oirschot tot Werkendam. Wij vragen de gedeputeerde actie te ondernemen en samen met vervoerders en bedrijven tot slimme, creatieve oplossingen te komen. Misschien dat het tweemaal per dag uitbreiden van een route, tijdens de spits en op piekmomenten, al voldoende is of de inzet van een ‘bedrijvenbus’ met een gepensioneerde oud-werknemer als vrijwilliger achter het stuur.”

Schriftelijke vragen over capaciteitsprobleem Brabantliner

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt en Ankie de Hoon over het capaciteitsprobleem van de Brabantliner.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over capaciteitsprobleem Brabantliner.

Geacht college,

Keer op keer zijn aan het begin van een nieuw studiejaar de Brabantse snelbussen, de zogeheten ‘Brabantliners’, overvol. Het CDA heeft dit capaciteitsprobleem al eerder aangekaart via o.a. de gemeente Werkendam. Steeds wordt direct na onze signalen ingegrepen en worden extra bussen ingezet. Mooi, maar jammer dat het probleem niet structureel wordt opgelost. Extra jammer is dat hierdoor het imago van het openbaar vervoer, waar u veel inzet op pleegt, telkens een deuk oploopt.
 
Ook dit jaar bereiken ons berichten dat reizigers, met name studenten, niet mee kunnen in de bus en moeten wachten op de volgende. Dit doet zich voor bij halte de Tol in Sleeuwijk en de haltes in Nieuwendijk en Hank. En logischerwijs hebben reizigers hier de balen van.

De Brabantliner is een groot succes. Heel veel mensen, in het bijzonder studenten, maken van deze snelle busverbinding gebruik. De Brabantliner moet echter niet aan zijn eigen succes ten onder gaan. Wanneer de vraag toeneemt, moet de vervoerder hier wat het CDA betreft op inspelen en extra bussen inzetten. Oók als dat betekent dat er een lege bus terug moet.

De fractie van het CDA heeft voor u de volgende vragen:

01. Herkent u het terugkerende capaciteitsprobleem van de Brabantliner?
02. Wat is de reden dat dit capaciteitsprobleem zich jaar in jaar uit blijft voordoen?
03. Bent u bereid om met de vervoerder goede afspraken te maken die dit capaciteitsprobleem structureel verhelpen?

Behalve over het capaciteitsprobleem van de Brabantliner hebben wij als CDA ook onze zorgen over de gevolgen van de werkzaamheden aan de Rijksweg A27, waarvan de verbreding in 2022 start, voor de Brabantliner. De omgevingsmanager van Rijkswaterstaat heeft namelijk aangegeven dat, als gevolg van deze werkzaamheden, de snelheid van het verkeer op de A27 omlaag moet. Dit heeft consequenties voor de doorstroming.

Wij nemen aan dat nu al wordt nagedacht over de uitvoering van de werkzaamheden én over de verkeersmaatregelen die moeten worden genomen. Hierbij vragen wij specifiek uw aandacht voor de voorrangspositie van de Brabantliner, die inhoudt dat de Brabantliner bij file gebruik mag maken van de vluchtstrook.

04. Kunt u garanderen dat ook tijdens de werkzaamheden aan de A27 deze vorm van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) intact blijft?
05. Kunt u al een tipje van de sluier oplichten over hoe u dit gaat (laten) organiseren?

Wij zien het antwoord op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt en Ankie de Hoon

 

Schriftelijke vragen over Bravo: stickeren voor gevorderden

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over de naamsverandering van het Brabantse openbaar vervoer ‘Bravo’.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Bravo.

Geacht college,

Op 4 juli jl. lazen we in dagblad BN De Stem het bericht ‘De Volans is dood, leve de Bravodirect’1. Hierin liet u optekenen dat na de stads-, streek- en buurtbussen ook alle snelbussen in Brabant een nieuwe naam krijgen: Bravodirect.

Waar dus nu Volans staat, kom Bravodirect te staan. Al eerder veranderde u de namen Arriva en Hermes in Bravo, de afkorting voor ‘Bravo vervoert ons’. Een (om)sticker-operatie waarvoor u tot dusver 2,5 ton beschikbaar stelt.

Als CDA zijn wij van begin af aan kritisch geweest op deze sticker-campagne. Wij vinden het belangrijker dat er een bus rijdt i.p.v. wat er op een bus staat. En gegeven de ervaringen uit de door ons gehouden OV-Races, waarin wij jaarlijks het openbaar vervoer testen op o.a. reistijd, bereikbaarheid en toegankelijkheid, hadden wij voor die 2,5 ton best wel andere bestemmingen geweten.

In het licht van uw recente én voorgenomen sticker-acties hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Hoe hoog is uw totale sticker-budget?

02. Welke plek neemt Bravo in zowel uw huidige als toekomstige OV-visie (waarover u nu met Provinciale Staten in gesprek bent) in? Dit mede in het licht van uw interview2 afgelopen vrijdag, gepubliceerd in diverse Brabantse dagbladen, waarin u vooruit kijkt naar het openbaar vervoer van de toekomst. Bent u niet te snel begonnen met stickeren gegeven alle veranderingen en ontwikkelingen die ons worden voorspeld?   

Volgens u is herkenbaarheid de belangrijkste reden om bussen, maar straks ook andere vormen van openbaar vervoer, een nieuwe, zelfde naam te geven.

03. Bent u het met ons eens dat de meest ultieme vorm van herkenbaarheid van openbaar vervoer het daadwerkelijk zien rijden van een bus is, ongeacht wat er op de buitenzijde van de bus staat vermeld (een plek waar de Bravo-sticker moet ‘concurreren’ met andere reclame-uitingen)?

Bravo zou voor een betere herkenning van het Brabantse openbaar vervoer moeten zorgen. Wie echter een reis wil plannen of contact zoekt met de klantenservice, wordt via de website www.bravo.info terugverwezen naar de websites van vervoerders Arriva en Hermes en… komt daar de oude Arriva-/Hermes-logo’s en -huisstijl tegen. 

04. Hoe rijmt u dit met uw kostbare streven om al het openbaar vervoer dezelfde naam te geven omwille van herkenbaarheid/eenduidigheid?

In het artikel in BN De Stem d.d. 4 juli jl. kondigt u aan uw sticker-acties op termijn te willen uitbreiden naar deelfietsen, deelauto’s en andere vormen van (openbaar) vervoer.

05. Kunt u ons eens meenemen in uw sticker-acties voor de toekomst? Wat mogen we nog meer verwachten? ‘Brabant vliegt ons’? ‘Brabant vaart ons’?

06. Provinciale Staten is tot dusver nauwelijks betrokken geweest bij uw sticker-campagne rondom Bravo. Bent u bereid daar verandering in te brengen en met ons in gesprek te gaan over o.a. nut, noodzaak, financiering en uitvoering?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Zie https://www.bndestem.nl/breda/de-volans-is-dood-leve-de-bravodirect~a697ee01/

2 Zie o.a. https://www.ed.nl/brabant/verkeer-wie-stapt-er-in-de-toekomst-nog-in-de-bus~ace72034/

CDA test busverbinding Herpen-Uden

Het Brabantse CDA test vanmiddag de (buurt)busverbinding Herpen-Uden. Tonny van Beerendonk heeft de partij hiertoe uitgenodigd, nadat zij eerder dit jaar met de Herpense Vrouwen van Nu het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch bezocht.

Daar hoorde ze over de ‘OV-Race’, een jaarlijkse door het CDA georganiseerde wedstrijd om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, reistijd en toegankelijkheid. Ter plekke ontstond het idee om ook een keer de (buurt)busverbinding tussen Herpen en Uden te testen.

Om 12.00 uur vertrekt het reisgezelschap van bushalte Café De Sport in Herpen naar ziekenhuis Bernhoven in Uden. Als de reis voorspoedig verloopt en zijn agenda het toelaat, heet wethouder Franko van Lankvelt de deelnemers daar welkom. Onder hen Huseyin Bahar, namens het CDA Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement.

‘s Ochtends (09.00-11.00 uur) brengt het CDA een werkbezoek aan de Vakleerschool InstallOne op de Talentencampus Oss. Hierbij is Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot aanwezig evenals de Osse CDA-raadsleden Mari van Kilsdonk, Sidney van den Bergh en Marc van den Heuvel.

Schriftelijke vragen over openbaar vervoer Land van Cuijk

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over het openbaar vervoer in het Land van Cuijk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over openbaar vervoer Land van Cuijk.

Geacht college,

Op 23 februari jl. berichtte o.a. dagblad De Gelderlander dat de elektrificatie van de Maaslijn, de spoorlijn tussen Nijmegen en Roermond met o.a. stations in Cuijk, Boxmeer en Vierlingsbeek, opnieuw vertraging heeft opgelopen1. Deze vertraging is het gevolg van stijgende kosten en een financieringstekort dat inmiddels is opgelopen tot 15 miljoen euro. Naar verwachting zullen de oude, milieuonvriendelijke dieseltreinen nu pas in 2022 i.p.v. 2020 worden vervangen door schonere elektrische exemplaren. Dit helpt onze duurzaamheidambitie niet.

Ondertussen slibben de wegen tussen Noord-Limburg en Gelderland, door het Land van Cuijk, steeds verder dicht. Willen we meer mensen verleiden de auto te laten staan en te kiezen voor trein of bus, dan zullen we ervoor moeten zorgen dat ons openbaar vervoer betrouwbaar en up-to-date is. Dat betekent wat het CDA betreft niet alleen een snelle elektrificatie van de Maaslijn in combinatie met diverse andere spooraanpassingen (zoals de aanleg van zgn. ‘passeersporen’, verruiming van spoorbogen en aanpassing van overwegen) en het opknappen van stations, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van busbanen die de reistijd per bus, van Noord-Limburg via het Land van Cuijk naar Gelderland v.v., verkorten2.

Het verbeteren van de Maaslijn is een gezamenlijk project van de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland én spoorbeheerder ProRail. De busverbindingen tussen Limburg en het (Brabantse) Land van Cuijk (t.w. buslijn 82, 84 en 85) en tussen Gelderland, via het Land van Cuijk, naar Limburg v.v. (t.w. buslijn 83) vallen onder de concessie Limburg, waaronder al het openbaar vervoer in de provincie Limburg valt (uitgezonderd de intercitytreinen van de NS). Hoewel deze buslijnen door de provincie Noord-Brabant lopen, is de provincie Noord-Brabant dus niet de concessieverlener. Met andere woorden: deze buslijnen zijn niet de verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Brabant, maar de verantwoordelijkheid van de provincie Limburg (waaraan de provincie Noord-Brabant de concessie heeft uitbesteed).        

Gegeven al deze ontwikkelingen heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Hoe beoordeelt u de vertraging van de elektrificatie van de Maaslijn?

02. Kunt u ons uitleggen hoe het financieringstekort van inmiddels 15 miljoen euro is ontstaan? Waarom is dit niet aan de ‘voorkant’ afgedekt en wie was/is hiervoor verantwoordelijk?

03. Welke mogelijkheden ziet u als provincie om de stagnerende elektrificatie van de Maaslijn, en andere verwante projecten, vlot te trekken?

Om het openbaar vervoer in en naar het Land van Cuijk te optimaliseren, moeten we verder kijken dan alleen de Maaslijn. Bijvoorbeeld naar de verschillende busverbinding(en) met buurprovincie Limburg.

04. Bent u bereid om met de provincie Limburg, concessiehouder van verschillende buslijnen door het Land van Cuijk, in gesprek te gaan over hoe de busverbinding(en) tussen Noord-Limburg en het Land van Cuijk te verbeteren, zoals door de aanleg van busbanen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 De Gelderlander, Elektrificatie Maaslijn is nog ver weg, 23 februari 2018.

2  Zie ook https://www.1limburg.nl/zorgen-over-ov-vanuit-noorden-provincie-naar-nijmegen.

CDA houdt dubbele OV-Race om openbaar vervoer te testen

Het CDA houdt op 2 maart a.s. een dubbele OV-Race om het Brabantse openbaar vervoer te testen. Aan deze jaarlijks terugkerende ‘wedstrijd’ doen ditmaal niet alleen CDA-leden mee, maar ook verkeersgedeputeerde Christophe van der Maat (VVD) en een groep cliënten en vrijwilligers van de Stichting Dag- en Woonvoorzieningen (SDW).

Verdeeld in teams krijgen de deelnemers de opdracht om zo snel mogelijk naar een (vooraf onbekende) bestemming in Brabant te reizen, door alléén gebruik te maken van het openbaar vervoer (zoals stad- en streekbussen, de trein, buurtbus, deeltaxi, veerpont of OV-fiets). Onderweg moeten de teams letten op verschillende aspecten van het OV, zoals toegankelijkheid, bereikbaarheid en reistijd.

Het team dat na het bereiken van zijn bestemming als eerste terug is bij het startpunt, wint de OV-Race en krijgt een prijs. Aan alle teams de opdracht om hun OV-ervaringen nadien op papier te zetten en mee te geven aan de lokale en provinciale politiek.

In 2016 en in 2017 organiseerde het CDA ook een OV-Race. Anders dan bij die edities zal de OV-Race 2018 in twee regio’s tegelijk plaatsvinden: in West-Brabant én in Oost-Brabant. Een dubbele race dus. De West-Brabantse race start om 10.00 uur vanaf Wijkcentrum De Linde in Etten-Leur (adres: Wipakker 16) en de Oost-Brabantse race start om 10.00 uur vanaf het Provinciehuis in ’s-Hertogenbosch (adres: Brabantlaan 1).

Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer en vervoer (CDA):

“Met de OV-Race testten we al twee keer eerder op originele wijze het openbaar vervoer in Brabant. Dat blijkt niet alleen heel leuk, maar óók heel nuttig. We verzamelen immers een schat aan informatie, die goed van pas komt wanneer we als provincie een besluit moeten nemen over het OV.

Dat aan deze derde editie ook de gedeputeerde Mobiliteit én een team cliënten/vrijwilligers van SDW deelnemen, is fantastisch. Zo maken we van de OV-Race een echt Brabants initiatief én laten we zien dat het openbaar vervoer verbindend werkt: in het OV kom je elkaar tegen.”

Doe mee met de OV-Race 2018!

In 2016 en 2017 organiseerde de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant tweemaal een OV-Race: een ludiek evenement om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid. Verdeeld in teams reisden onze Statenleden samen met OV-gebruikers zo snel mogelijk naar verschillende bestemmingen in Brabant. Zij mochten daarbij alléén gebruik maken van het openbaar vervoer. Het team dat als eerste terug was op het Provinciehuis won de race. Diverse media deden hiervan verslag.

Hun input en ervaringen uit de OV-Race hebben de Statenleden o.a. gedeeld met het Reizigersoverleg Brabant en meegenomen naar de debatten en overleggen over mobiliteit. Heel bruikbaar, want zo brengen zij hun bijdragen keer op keer tot leven met praktijkvoorbeelden en -situaties.

Ook in 2018 wil de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant weer een OV-Race houden, graag samen met zoveel mogelijk Brabanders. De datum die zij hiervoor heeft gekozen is vrijdag 2 maart 2018 (ná de carnavalsvakantie en vóór de gemeenteraadverkiezingen), tussen 10.00u en 15.00u.

Voor welke formule we dit jaar kiezen (een race, een dropping etc.) hangt mede af van het aantal mensen dat meedoet. Wij hopen natuurlijk zoveel mogelijk!

In 2016 en 2017 startte de OV-Race op het Provinciehuis in ’s-Hertogenbosch en reisden de Statenleden door Oost-Brabant en door de Meierij. De editie 2018 zal plaatsvinden in West-Brabant, met de start in Etten-Leur (en vervolgens naar het westen).

Aanmelden, individueel of in teamverband, kan tot 1 februari 2018 door een e-mail te sturen naar het e-mailadres cda@brabant.nl. Aanvullende informatie volgt dan snel.

En goed om te weten: de OV-Race is niet alleen bedoeld voor politici, maar ook voor vrienden, studiegenoten, familieleden, buren, collega’s enz. Kortom, iedereen die wel eens gebruikt maakt of wil maken van het openbaar vervoer.

Schriftelijke vragen over mindervaliden in Brabants openbaar vervoer

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over mindervaliden in het Brabantse openbaar vervoer.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mindervaliden in Brabants openbaar vervoer.

Geacht college,

Op vrijdag 14 juli 2017 hield CDA Brabant voor de tweede maal haar OV-Race1. Het doel van de OV-Race is om door middel van een ludieke wedstrijd meer duidelijkheid te verkrijgen over de toegankelijkheid, kwaliteit en servicegerichtheid van het Brabantse openbaar vervoer. Dit jaar heeft CDA Brabant Noordoost-Brabant aangedaan: in drie teams heeft een gemêleerd gezelschap geprobeerd de dorpen Haren, Mariahout en Olland/Boerdonk te bereiken.

Tijdens de OV-Race hebben de deelnemers diverse gesprekken gevoerd: met buschauffeurs, reizigers, medewerkers van vervoersbedrijven en medewerkers van de klantenservice van vervoerders. Het is duidelijk dat de ontwikkelingen in het openbaar vervoer het afgelopen jaar niet hebben stilgestaan: vervoerders hebben ervoor gekozen om minder drukke buslijnen te laten vervallen of over te laten nemen door bijvoorbeeld een Buurtbus. In Boerdonk is het buitengewoon sympathieke initiatief van een Dorpsauto2 opgezet om het gebrek aan openbaar vervoer te compenseren.

Ondanks deze middelen heeft CDA Brabant geconcludeerd dat, zodra men minder goed ter been is of wordt, het buitengewoon ingewikkeld wordt in onze provincie te reizen. Zo bleek tijdens de OV-Race dat het niet mogelijk is om:

  • als vereniging (bijvoorbeeld: scouting) de mindervalide kinderen mee op kamp te nemen;
  • als mantelzorger je ouders mee te nemen op vakantie;
  • als gezin je mindervalide kind op vakantie ‘zomaar’ mee te nemen in bus of tram;
  • als mindervalide te reizen met de Buurtbus (ook niet als de reguliere buslijn is vervallen);
  • als mindervalide spontaan een reis met het openbaar vervoer te ondernemen.

Daarnaast is gebleken dat voorzieningen die zijn gecreëerd om mindervalide rolstoelgebruikers een alternatief te bieden voor het OV te duur (een ritje van Boxtel naar Olland kostte aanvankelijk €45,-) of niet voldoende te gebruiken zijn (een Deeltaxipas is niet geldig buiten de woon-/werkregio). Helaas is ook gebleken dat het vervoeren van een elektrische rolstoel met de buurtbus niet mogelijk is. Een elektrische rolstoel is namelijk te zwaar voor de rolstoellift. Dit is opmerkelijk aangezien de elektrische rolstoel al een begrip was voordat de buurtbussen er waren.

CDA Brabant pleit voor een goede bereikbaarheid van stad én dorp in de gehele provincie en is van mening dat goede mobiliteit voor alle burgers van essentieel belang is voor de leefbaarheid en economische ontwikkelingen in alle regio’s.

Het CDA heeft daarom een aantal dringende vragen aan het college:

  1. Is het college bekend met het feit dat het dus voor rolstoelgebruikers onmogelijk is om naar elke willekeurige plaats in de provincie Brabant te gaan?
  2. Bent u het met het CDA eens dat op vakantie gaan voor rolstoelgebruikers een probleem is?
  3. Bent u het met het CDA eens dat de ‘alternatieven’ voor het ov voor mindervaliden duur én inflexibel zijn?
  4. Wat is het college voornemens hieraan te doen?
  5. Is het college bekend met het ongeschikt zijn van de Buurtbus voor veel rolstoelgebruikers, met name de gebruikers van een elektrische rolstoel?
  6. Hebt u met vervoerders gesproken over ontwikkelingen en aanpassingen van de Buurtbussen?
  7. Kunt u aangeven hoe u dit probleem opgelost ziet op een zo kort mogelijke termijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Voor een impressie van de OV-Race, zie: https://storify.com/CDABrabant/cda-brabant-test-brabants-ov-tijdens-ov-race.

2 “Dorpsauto Boerdonk”, zie: https://boerdonk.nl/4733/dorpsauto-boerdonk (geraadpleegd 28-7-2017).