Berichten

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over klimaatadaptie en verdroging op 19/06

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de visie klimaatadaptatie, inclusief uitwerking bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’
(19-06-2020)

Voorzitter,

We hebben de afgelopen jaren veel droogte gekend en ook dit jaar dreigt een van de droogste jaren ooit te worden, met alle gevolgen van dien. Het heeft consequenties voor zowel de kwaliteit als de kwaliteit van het grondwater.

Daarnaast krijgen we steeds vaker te maken met meer overlast van water, omdat het hemelwater weliswaar minder vaak valt, maar als het valt vaak met enorme hoeveelheden, waar ons afwaterings- en waterbergingssysteem onvoldoende is om dit te kunnen verwerken en water vast te kunnen houden. Dat hebben we ook de afgelopen week mogen ervaren. Deze wateroverlast speelt vooral in de steden, waar de verstening ervoor heeft gezorgd dat het water niet goed weg kan.

Een derde bedreiging vormt het hoge water. De stijgende zeespiegel zorgt ervoor dat onze bescherming tegen hoogwater onder druk komt te staan en ook weer de zoetwatervoorziening onder druk zet.

Deze drie problematieken hebben een nauwe verbondenheid met elkaar. Bovendien worden de natuur, burgers en ondernemers door deze problematieken getroffen. Het valt moeilijk te ontkennen dat de oorzaak ligt in de veranderingen in het klimaat. We kunnen dit niet alleen en hebben veel partners nodig om de strijd met het water op alle genoemde vlakken aan te kunnen gaan. We kijken als CDA-fractie belangstellend uit naar het programma Water en Bodem 2022-2027.

Door de verdroging in de natte natuurparels op te heffen, snijdt het mes aan meerdere kanten. Er is sprake van natuurherstel, de verbetering van de kwaliteit van bodem en water, maar er wordt tevens een natuurlijke oplossing geboden voor de verdrogingsproblematiek en de problematiek van wateroverlast. Wij verzoeken uw college wel om slim gebruik te maken van de middelen die ook ten behoeve van andere opgaven beschikbaar worden gesteld en de opgaven in samenhang met elkaar aan te pakken.

Uit het voorstel blijkt dat de benodigde financiële middelen vanuit de provincie onvoldoende zijn om de water- en bodemopgave te kunnen financieren en cofinanciering noodzakelijk is. Wij hebben begrepen dat de waterschappen het tegengaan van verdroging als prioriteit zien. Er is ook aangegeven dat het achterblijven van cofinanciering door derden een risico is. Wij verzoeken de gedeputeerde ons regelmatig te informeren over de te maken afspraken over de cofinanciering van derden.

In het voorstel wordt aangegeven het gebrek aan draagvlak ten aanzien van de realisatie van natte natuurparels, waardoor de maatregelen niet in volle omvang gerealiseerd kunnen worden. Wij maken uit dit voorstel, maar ook uit de jaarrekening 2019 en de bestuurlijke rapportage van het eerste kwartaal op, dat hier nu al sprake van is. De grote vraag is of de daarmee opgelopen achterstand moeilijk in te halen is, met het gevaar dat we het grond- en oppervlaktewater in 2027 niet op orde hebben en niet zal worden voldaan aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Graag horen wij van de gedeputeerde hoe hij hiertegen aankijkt en wat de consequenties zijn als deze termijn niet wordt gehaald.

Voorzitter, de CDA-fractie zal instemmen met de visie klimaatadaptatie en de uitwerking van de bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ om de voor deze aanpak gereserveerde middelen voor deze bestuursperiode beschikbaar te stellen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop visie klimaatadaptatie (19 juni 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 op 15/05

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 
(15-05-2020)

Voorzitter,

Onze fractie heeft weloverwogen gekozen voor deze nieuwe coalitie en is verheugd met de totstandkoming daarvan. Er ligt een evenwichtig en realistisch bestuursakkoord en er staat een kundige ploeg kandidaat-gedeputeerden klaar om hier vol energie mee aan de slag te gaan. Dat neemt niet weg dat er onder onze leden ook zorgen leven aangaande deze samenwerking. Daar wil ik graag bij stilstaan.

Want als fractie begrijpen wij deze zorgen. En laat ik helder zijn. Binnen deze nieuwe coalitie zal het CDA blijven staan voor haar eigen kernwaarden en beginselen. Deze kernwaarden liggen ook aan het bestuursakkoord ten grondslag. Wij zullen waken over een weerbare, representatieve en inclusieve democratie, waar mensen worden gerespecteerd om wie ze zijn en wat ze doen. Waarin ook de rechterlijke macht wordt gerespecteerd en haar uitspraken worden nageleefd. In dit alles maken wij geen onderscheid en behandelen we iedereen gelijk, net zoals dat wij geen onderscheid maken in met wie wij samenwerken, dat doen wij in beginsel met iedereen. Dus ook met de Europese Unie, die al op vele manieren is verbonden met de provincie. Door met iedereen samen te werken, kunnen we op weg naar een duurzame toekomst voor Brabant.

En daarbij gaan wij uit van onze uitgangspunten: rentmeesterschap voor een gezonde, leefbare aarde, solidariteit met hen die dat nodig hebben, gerechtigdheid voor iedereen op gelijke basis en gespreide verantwoordelijkheid omdat we het samen moeten doen. Dat vinden wij normaal voor een leefbare, verbindende samenleving. Brabant mag er op rekenen dat wij ons hiervoor in zullen zetten en dat zullen bewaken, omdat ook wij vinden dat we niet normaal moeten maken wat niet normaal is. Daar mag iedereen ons op aanspreken.

Voor onze fractie is dit bestuursakkoord de basis voor een nieuwe start. Waarbij we behouden wat goed is, en veranderen waar nodig. Door andere accenten te zetten hopen we méér draagvlak en méér realisme onder en in het Brabantse beleid te krijgen.

Waarbij we ons ervan bewust zijn dat het mandaat van deze coalitie drie jaar is, maar we nadrukkelijk vooruit blijven kijken naar het Brabant van 2030, het Brabant dat we willen doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen, het kompas waarop wij als CDA altijd zullen blijven varen. Door nu slimme keuzes te maken, voorkomen we dat onze opvolgers straks pijnlijke besluiten moeten nemen. Daarbij past een behoedzaam uitgavenpatroon, omdat we als provincie minder geld kunnen uitgeven dan tien jaar geleden. Dat is geen gemakkelijke boodschap, maar wel een eerlijke.

Naast realisme zien wij draagvlak als een belangrijk uitgangspunt van deze coalitie. Oftewel: minder ieder voor zich en meer samen. Want alleen ren je sneller, maar samen kom je verder. Die geest zit ook in dit bestuursakkoord. Landbouw en natuur zijn geen vijanden, maar bondgenoten die elkaar nodig hebben en elkaar helpen. Stad en platteland zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het is diezelfde gezamenlijkheid waarin VVD, Forum, CDA en Lokaal Brabant elkaar in de afgelopen maanden hebben gevonden. Omdat we alle vier vinden dat Brabant een stabiel bestuur verdient. En we, samen met alle partijen in deze Staten, de schouders willen zetten onder de grote vraagstukken waar onze provincie voor staat.

Hoe houden we Brabant ondernemend, innovatief en bereikbaar? Hoe houden we Brabant leefbaar en gezond? Hoe houden we Brabant veilig en een fijne plek om op te groeien en oud te worden? Het CDA is blij in dit bestuursakkoord, nog meer dan in het vorige, veel antwoorden op deze vragen terug te zien. Waarbij we onverminderd ambitieus blijven, maar tegelijkertijd kiezen voor een realistisch tempo van te nemen maatregelen. Ik loop er graag een aantal met u langs.

Op de eerste plaats: leefbaarheid. Brabant groeit, vergroent én vergrijst, en dus blijven we nieuwe woningen bouwen, 10.000 per jaar, voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen, zowel in de stad als in onze dorpen. Tegelijkertijd verbeteren we, samen met gemeentes, de bereikbaarheid van en ín onze provincie, over de weg én met het openbaar vervoer, want Brabant mag niet stil komen te staan. De N389, N65 en N279 stonden al lang op de wensenlijstjes van veel Brabanders én op die van het CDA. We omarmen de inzet voor het, in onze ogen, nog steeds ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder en hopen dat we deze periode een knoop kunnen doorhakken over een definitieve bereikbaarheidsoplossing voor de Brainportregio. Van onderop, met inwoners en gemeenten, en mét draagvlak. Omdat we vinden dat iedere Brabander aan de Brabantse samenleving moet kunnen meedoen, pakken we laaggeletterdheid aan en versterken we de digitale vaardigheden van onze inwoners. En hebben we bijzondere aandacht voor de positie van onze ouderen, door per beleidsterrein te kijken wat voor hen van belang is. Zoals betrouwbaar openbaar vervoer, geschikte woonvormen, en hulp bij het vinden van passend werk.

Op de tweede plaats: veiligheid. Je veilig voelen begint in je eigen omgeving, bijvoorbeeld door altijd en overal alarmnummer 112 te kunnen bellen. Helaas is dat niet overal in onze provincie vanzelfsprekend, vraagt u maar eens aan de inwoners van Olland. Des te urgenter dat de provincie haar lobbykracht richting Den Haag hiervoor gaat inzetten. Wat niet normaal is, mag niet normaal worden. Voorwaar de reden om ons als CDA te blijven verzetten tegen het gebruik én de productie van drugs, waar Brabant helaas nog steeds koploper in is.

De teller stond vorig jaar op 25 drugslabs, 38 opslaglocaties en 90 dumpingen van drugsafval. Een omvangrijk probleem, en een bedreiging voor mens en natuur. We zijn echter hoopvol gestemd, omdat we verder kunnen gaan met waar de vorige coalitie mee is begonnen, met de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit én de 15 miljoen euro die hiervoor beschikbaar komt. Bedoeld voor organisaties als de Taskforce-RIEC Brabant Zeeland en Samen Sterk in Brabant, die heel belangrijk werk doen. We verwelkomen daarbij de inzet van nieuwe, innovatieve en slimme middelen, zoals de inzet van cameratoezicht in het buitengebied, waarvoor we als CDA herhaaldelijk hebben gepleit.

Op de derde plaats: landbouw én natuur, want ik zei het al eerder: die twee zijn bondgenoten en gaan in dit akkoord hand in hand. Brabant wordt groener, want we maken een begin met het planten van 40 miljoen bomen en er wordt 4.500 ha. natuur gerealiseerd. En Brabant wordt realistischer, want we actualiseren de Brabantse stikstofaanpak, met draagvlak en een reëel tempo als pijlers voor het halen van onze stikstofdoelen. In dat kader schuift de datum waarop agrariërs moeten voldoen aan de nieuwe stikstofregels op van 2022 naar 2024, met uitstel voor bedrijven waarvoor nog onvoldoende innovatieve stalsystemen op de markt zijn. Een datum die we voorzien van een ‘schil’ van realisme, bestaande uit maatregelen die ondernemers helpen de juiste keuzes te maken.

Leefbaarheid, veiligheid, landbouw én natuur, voor het CDA drie belangrijke groene draden door dit bestuursakkoord. Herkenbaar, voor de Brabanders, en herleidbaar, naar het CDA-verkiezingsprogramma. Een vierde belangrijk thema wil ik daarbij niet onbenoemd laten: cultuur. Want net als de vorige coalitie investeert óók deze coalitie substantieel in cultuur, sport en erfgoed, in drie jaar tijd bijna 200 miljoen euro. Vanaf 2023 gaat daar jaarlijks 7 miljoen euro af, omdat de provincie haar uitgavenpatroon moet matigen om in de toekomst niet nog meer te hoeven bezuinigen. Waar die 7 miljoen euro moet worden gevonden, gaat nog worden uitgewerkt. Als het aan het CDA ligt daar waar dat het minste pijn doet. Geld dat voor cultuur bestemd is, moet wat ons betreft zoveel mogelijk naar cultuur gaan en zo min mogelijk naar organisatiekosten. Dat was, is én blijft onze inzet.

Ik rond af. Voor het CDA is dit een evenwichtig en realistisch akkoord. Draagvlak hiervoor zullen moeten we vinden en verdienen. Daarvoor zijn bruggenbouwers nodig, want zonder hen kom je nooit aan de overkant. Ik ben trots dat we als CDA met Erik Ronnes en Elies Lemkes twee van zulke bruggenbouwers hebben gevonden. Hun voorgangers, de gedeputeerden van wie we vandaag afscheid nemen, wil ik vanaf deze plaats bedanken voor hun inzet voor onze provincie.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2020-2023 (15 mei 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ op 06/03

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Vandaag gaan Provinciale Staten een besluit nemen over het Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’.

We hebben tijdens de behandeling van dit onderwerp begrepen dat er veel overleg is met de betreffende bewoners om de gronden zonder tot onteigening over te gaan, te verwerven. En met succes: het aantal onteigeningen zal tot een minimum worden beperkt. Dit is een compliment voor de wijze waarop de medewerkers in dit Huis zijn omgegaan met de inwoners, maar ook een compliment aan de betrokken bewoners die hebben bijgedragen aan een constructief proces.

In de nota van zienswijzen is te lezen dat er 75 zienswijzen zijn ingediend. De meeste zienswijzen hebben betrekking op de zorgen die de bewoners hebben ten aanzien van het stijgende waterpeil in het gebied. Het is goed te lezen dat de peilplannen, het inrichtingsplan en het Provinciaal Inpassingsplan zelf op basis van de zienswijzen zijn gewijzigd. Een groot aantal zienswijzen gaat ook over de verwachte overlast van muggen en knutten en een aantal over communicatie.

Het CDA schaart zich dan ook achter de conclusies van Brabant Advies: houd de vinger aan de pols ten aanzien van de ontwikkelingen, waaronder een grotere kans op natte voeten voor de bewoners en een toename van muggen en knutten. Communicatie is daarbij het toverwoord: blijf in gesprek met de betrokkenen en stel bij als ontwikkelingen nadeliger zijn dan voorzien.

Wat wel bijzonder is, is dat een Natura 2000-gebied zo dicht langs een snelweg ligt. De vraag is of de opgave voor de stikstofreductie hierdoor niet lastiger wordt. Voor het CDA is duidelijk dat de opgave van de stikstofreductie voor dit gebied niet alleen bij de agrarische ondernemers mag liggen. We hebben in ieder geval begrepen dat er al veel winst in de stikstofreductie wordt gerealiseerd, doordat met een nieuwe bestemming van een aantal deelgebieden het agrarische gebruik binnen het gebied zal afnemen. Wij adviseren u om deze reductie te monitoren.

Het CDA heeft uit de presentatie van drie weken geleden mogen ervaren dat er heel zorgvuldig is gehandeld en heeft het vertrouwen dat ook de aanbevelingen van Brabant Advies zorgvuldig worden uitgevoerd. Ook waterschap Brabantse Delta is zeer positief over het plan. Zij prijzen de gedetailleerdheid van het plan en de wijze waarop de waterbeheersing met dit plan wordt gerealiseerd. Binnen het waterschap werd zelfs met applaus op dit Inpassingsplan gereageerd. Het zal u niet verbazen dat het CDA kan instemmen met dit Inpassingsplan.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ (6 maart 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over de Omgevingsverordening op 06/03

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Omgevingsverordening 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Op de eerste plaats wil ik u en uw ambtenaren complimenteren voor de duidelijke Statenmededeling, die u ons ter voorbereiding hebt toegestuurd.

Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is dat besluitvorming eenvoudiger en beter moet en vergunningen sneller moeten worden afgegeven. Als CDA bekijken wij ‘eenvoudiger’ en ‘beter’ vanuit het perspectief van de burger/ondernemer en niet vanuit de overheid.

Veel burgers ervaren het beleid van de provincie als heel ingewikkeld. Daar moeten we bij de uiteindelijke Omgevingsverordening goed naar kijken. Hoe maken we het voor de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Het CDA vindt dat elke maatregel uit deze Toren haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn. En regels uitlegbaar en voor iedere belanghebbende, burger of ondernemer, goed te begrijpen.

Ten aanzien van de Omgevingsverordening wil ik vandaag de volgende onderwerpen aan de orde stellen.

  • Hoe maken we het de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Dit zou een van de     criteria kunnen zijn, wanneer regels moeten worden afgeschaft, toegevoegd of gewijzigd. Graag een reflectie van de gedeputeerde hierop.
  • Veel Brabanders ervaren procedures als tijdrovend en kostbaar. Kan de gedeputeerde reflecteren op de legeskosten die deze verordening met zich meebrengt? Hoe verhouden deze zich tot die in andere provincies?
  • Hoe kan de provincie schademelding voor burgers die faunaschade lijden eenvoudiger maken? Speelt de hoogte van het behandelbedrag hier wellicht een rol?
  • Bij het sturen op omgevingskwaliteit missen wij de toe te passen zonneladder, de bescherming van goede landbouwgebieden of structuur van de landbouw. Dat is ook belangrijk voor de toekomst om bijvoorbeeld kringlooplandbouw mogelijk te maken. Graag een reactie.
  • Gelderland en Limburg hanteren in hun veehouderijbeleid een simpeler systematiek dan Brabant, terwijl zij ook extra duurzaamheidseisen stellen. Graag een reflectie.
  • Tot slot. Vanuit de gedachte van subsidiariteit vinden wij dat wat lokaal kan ook lokaal moet worden geregeld. Zo dicht mogelijk bij burgers. Door gemeenten dus. Is de gedeputeerde het met het ons eens dat de provincie echter wél een rol kan hebben bij het aanwijzen van nieuwe grootschalige glastuinbouwgebieden, een grootschalig en complex ruimtelijk vraagstuk, nauw samenhangend met de energietransitie, dat veel vraagt van een gemeente?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels Omgevingsverordening (6 maart 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over aanpassingen in EVZ-beleid op 31/01

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over aanpassingen in EVZ-beleid  
(31-01-2020)

Voorzitter,

Vandaag ligt Statenvoorstel 41/19 Aanpassingen in het EVZ-beleid ter besluitvorming aan ons voor.

De CDA-fractie vindt het voltooien van ecologische verbindingszones van groot belang. Niet voor niets stond in ons verkiezingsprogramma: “We voltooien de verbinding van natuurgebieden tot één aaneengesloten Brabants natuurnetwerk. Groene verbindingen zijn goed voor planten en dieren en aantrekkelijk voor de mens.”

Het Statenvoorstel is noodzakelijk, omdat met name de aankoop van gronden door de gemeenten achterbleef bij de doelstelling en actie moest worden ondernomen om de grondaankopen vlot te trekken. Het CDA steunt het verlagen van het percentage cofinanciering van gemeenten van 50% naar 25%. Pilots hebben aangetoond dat hiermee gemeenten meer in de actiestand komen.

Daarnaast is het CDA blij met maatregelen die er toe zullen leiden dat het resultaat wordt bereikt, ook al zijn de provinciale kosten voor verwerving hoger geworden en waarbij het beschikbare budget gelijk blijft. Wij zijn blij dat de realiteit zegeviert en niet star wordt vastgehouden aan oude plannen die voor een deel achterhaald zijn. De CDA-fractie wil het college complimenteren met de voorgestelde aanpassingen.

Vanuit de waterschappen hebben we een aantal zorgpunten over de realisatie van de ecologische verbindingszones doorgekregen, die wij u graag willen meegeven.

  • Grondverwerving blijft lastig, vooral omdat de waterschappen maximaal alleen de agrarische waarde mogen vergoeden, voor welk bedrag de boeren niet dezelfde oppervlakte grond terug kunnen kopen.
    Bij de waterschappen wordt daarom gewerkt met grondruil, waarvoor de waterschappen extra moeten investeren in een grondbank. Graag horen wij van de gedeputeerde of dit voor de door de gemeenten te verwerven gronden ook opgaat, of hij wil onderzoeken of de verwervingsprijs markconform is en zo niet, hoe die marktconform gemaakt kan worden.
  • Aangegeven wordt dat de onderhoudskosten van de diverse ecologische verbindingszones voor de waterschappen stijgen. Ook hierbij de vraag aan de gedeputeerde of dat ook geldt voor de gronden die door de gemeenten worden aangekocht en worden onderhouden.

Vanuit de waterschappen is aangegeven meer nadruk op zelfrealisatie te leggen. Stimuleer terreineigenaren om zelf natuur in te richten. Dit schept vaak een soort verdienmodel bij het beheer van de natuurgebieden. Dit geeft (nog) meer draagvlak en dit kan met name onze boeren helpen in hun bedrijfsvoering.

De waterschappen geven aan dat de samenwerking met provincie en gemeenten zeer goed verloopt, hetgeen twee weken geleden tijdens de themabijeenkomst over dit Statenvoorstel ook door gedeputeerde Grashoff werd aangegeven. De CDA-fractie geeft uw college graag mee aandacht aan de communicatie te besteden, zodat ook duidelijk wordt dat de provincie hier werk van maakt. In het Statenvoorstel ontbreekt namelijk de communicatieparagraaf.

Voorzitter,

De CDA-fractie zal instemmen met dit voorstel en zal met belangstelling volgen hoe de komende jaren de ecologische verbindingszones zullen worden gerealiseerd.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop aanpassingen in EVZ-beleid (31 januari 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

CDA: vragen over compensatie agrariërs bij natuuraanleg

Het CDA in Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement, stelde op 30 augustus jl. vragen aan het provinciebestuur over de aankoop van (landbouw)gronden t.b.v. de aanleg van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden.

Om dit netwerk te realiseren koopt natuurorganisatie ARK o.a. in de omgeving van Berlicum, Boxtel en Liempde landbouwgronden op. Dit betreft niet alleen gronden binnen het te realiseren natuurnetwerk, maar ook daarbuiten. Deze gronden zijn bedoeld om in te zetten als ruilgronden, als compensatie voor agrariërs die gronden afstaan omdat daarop natuurherstelmaatregelen plaatsvinden.

Statenlid Tanja van de Ven-Vogels, landbouwwoordvoerder namens het CDA, ontving uit de regio verschillende signalen dat ruilgronden niet, conform afspraak, zouden worden ingezet ter compensatie van boeren, maar om later alsnog natuur van te maken. Met als gevolg dat compensatie uitblijft en natuur, buiten het NNB, steeds verder opschuift in de richting van bedrijven, die daardoor in de knel komen met hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten. “Onwenselijk”, vindt Van de Ven-Vogels. “Het kan niet zo zijn dat ondernemers in de problemen komen, omdat we in Brabant meer natuur realiseren dan is afgesproken.”

Aan de gedeputeerde Natuur, Water en Milieu stelde Van de Ven-Vogels dan ook de volgende vragen:

  1. Wie ziet er in Brabant op toe dat ruilgronden ook daadwerkelijk worden gecompenseerd?
  2. Natuur, zijnde ruilgrond, ligt in een aantal gevallen heel dicht bij veehouderijbedrijven. Wordt hiermee rekening gehouden?
  3. Wanneer er grond wordt omgezet buiten het natuurnetwerk om, hoe wordt dit gecommuniceerd?

De gedeputeerde antwoordde dat er specifieke redenen kunnen zijn om het Natuurnetwerk Brabant te herbegrenzen, bijvoorbeeld door eigen initiatief van agrarische ondernemers die besluiten natuur in hun bedrijfsvoering mee te nemen. Volgens de gedeputeerde ligt de bal bij de ondernemers om dit in de omgeving te communiceren. De te doorlopen procedures worden daarbij gevolgd.

Het CDA gaat de antwoorden van de gedeputeerde terugkoppelen aan de betreffende ondernemers in de regio en denkt na over het stellen van schriftelijke vervolgvragen.

Spreektekst René Kuijken – Debat over BPO-onderzoek naar naleving stikstofregels door industrie 23/02

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de aanleiding, het proces en informatievoorziening naar de Staten van het onderzoek naar de naleving door de industriële sector van de regels die voor stikstofemissie zijn gesteld uitgevoerd in opdracht van het BPO2
(23-02-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

De kritiek van het CDA richt zich op twee onderdelen: de inhoud en de procedure.

Over de inhoud

De volgordelijkheid van de genomen bestuurlijke maatregelen, los van de inhoud, is te verdedigen. Als de agrarische sector 48% van de stikstof uitstoot en de industrie 3-11% én het je doel is om stikstof te reduceren, dan zou het een politieke keuze kunnen zijn om je eerst op de agrarische sector te richten. Vanuit dezelfde gedachte zou het ook uit te leggen zijn dat direct daarna de industrie aan bod komt. Als je schip van diverse kanten water maakt, dan ga je eerst de grootste gaten dichten. Als het fileprobleem de spuigaten uitloopt, dan pak je eerst de grote knelpunten aan. Dat heet prioriteiten stellen. En nogmaals: dat is een politieke keuze die uit te leggen is.

Verder is de pilot om het bedrijfsleven van Brabant te screenen voortgezet. De eerste screen had als doel om de vergunningssituatie van de industrie in kaart te brengen en de gedachte achter de voortzetting van de pilot is om eerst alle risicovolle bedrijven aan te pakken. Risicogericht handhaven is hier, vooral ook gezien de beperkte capaciteit bij de omgevingsdiensten, logisch.

Maar wat klopt hier nu niet? Waarom staan we nu hier in deze speciale Provinciale Statenvergadering? Wat ontzettend vreemd is, is dat het nalevingsgedrag van de industrie zo lang een ‘black box’ is geweest. En met ‘black box’ gebruik ik letterlijk de woorden van het BPO uit de onderbouwing van de pilot. Heeft de gedeputeerde hier niet jarenlang last gehad van tunnelvisie gericht op de agrarische sector? Om er in dit zeer late stadium pas achter te komen dat een groot deel van de stikstof uitstotende industrie vergunningloos opereert?

Maar wat nóg belangrijker is:

Wanneer het ging om maatwerk, konden agrarische bedrijven in West-Brabant, agrarische bedrijven met een Beter Leven keurmerk, agrarische bedrijven van ondernemers die bijna met pensioen wilden gaan, op geen enkele coulance rekenen van dit college. Er werd generiek beleid over Brabant uitgekieperd.

Nu het gaat om de industrie lijkt bij het college de urgentie toch wat minder. Blijkbaar kan er wel maatwerk toegepast worden binnen de industriële sector. Sommige typen bedrijven wel, sommige niet. Maar er kan ook maatwerk worden toegepast tussen hele sectoren. De ene sector, die financieel al onder druk staat, ziet regel na regel over zich heen komen. De andere sector kan jarenlang zonder enige vergunning teveel stikstof uitstoten. Dit is bijzonder inconsequent en dit zal voor veel veehouders die met de maatregelen van 7 juli 2017 worden geconfronteerd, en misschien zelfs gedwongen moeten stoppen, als regelrecht oneerlijk worden ervaren.

In eerste termijn wil het CDA van dit college weten waarom er binnen de veehouderij niet aan enig maatwerk kon worden gedaan en binnen de industriesector wel.

Een andere vraag is: waar is het het college nu precies om te doen? Om stikstofreductie of om het snoeien in de veehouderij?

Over de procedure

Het is op zijn zachtst gezegd bijzonder ongelukkig dat nergens in het uiterst gevoelige en impactrijke debat van 7 juli 2017, nóch in de voorafgaande weken, er met één woord is gerept over de maatregelen ten aanzien van vergunningloos opereren door de industrie. Deze procedurele keuze van de gedeputeerde is van een groot belang, omdat het CDA de zonet geschetste inhoudelijke punten niet aan de orde heeft kunnen stellen. Die kans is ons ontnomen. U had gewoon kunnen laten zien wat u nog meer doet om de effecten van stikstof terug te dringen. Integraal werken heet dat. Dat heeft u nagelaten.

Alles overwegende: was het nu niet handiger geweest als de gedeputeerde het BPO-rapport en het plan van aanpak actief bij de beraadslagingen had betrokken?

Is het college van mening dat de informatie rond het BPO-rapport totaal irrelevant was voor de beraadslagingen van 7 juli 2017?

Kan de gedeputeerde bij de CDA-fractie het gevoel wegnemen dat de Staten onvolledig zijn geïnformeerd?

1 Alleen het gesproken woord telt.

2 Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht.

Spreektekst René Kuijken aanleiding-proces-informatievoorziening onderzoek naleving stikstofregels door industrie (23 februari 2018)

Spreektekst René Kuijken – Debat over natuur-/landschapsbeleid (BrUG) 01/12

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over beleidsactualisatie BrUG (‘Brabant Uitnodigend Groen’)
(01-12-2017) – 1ste termijn

Voorzitter,

Het beschermen en zelfs uitbouwen van natuur is de moeite waard. Dat staat buiten kijf. Er wordt vaak gezegd dat een mooie natuur bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat. Maar de natuur is meer dan een verdienmodel. De natuur heeft ook intrinsieke waarde. De natuur is naar mijn eigen bescheiden mening het meest prachtige wat er is. Het is een volledig zelfsturend systeem. En het is minstens zo complex als onze menselijke maatschappij. Waar wij echter onze maatschappij proberen te ordenen met onder andere symmetrie, wetten en handhavers, kent de natuur alleen natuurwetten. Deze rauwe anarchie maakt de natuur verrassend en fascinerend. En het mooie is dat, als je goed kijkt, deze natuurwetten nog altijd de belangrijkste drijvers zijn achter onze maatschappij, ondanks dat we denken dat we met al onze wetten, cultuur en orde een toonbeeld van beschaving zijn. Van machtsbeluste bokito’s in het bedrijfsleven tot baltsende tieners op zaterdagavond en van territoriale wereldleiders tot zelfopofferende ouders. Onze maatschappij is eigenlijk een ecologisch systeempje.

De natuur is ook een beetje zoals de politiek. De natuur is liberaal. Het gaat zijn eigen weg en soms zijn de beste resultaten dat waar de natuur zelf mee komt. ‘Survival of the fittest’. Het verschil is alleen dat in de maatschappij de vraag het aanbod leidt: de markt. In de natuur leidt het aanbod de vraag: evolutie.

Soms zijn er exoten, die komen in één keer op. Daar is niks mee. De natuur past zich aan. Dat heeft het altijd al gedaan. Zo is het konijn ook een exoot. En wat zouden we toch moeten zonder deze Spaanse vrienden. De natuur vormt zich om de exoot heen en ja, verandert een beetje. Maar is dat erg? De natuur in het jaar 1000 was ook heel anders dan de natuur in het jaar 1500. Verandering is altijd de enige constante geweest. Er bestaat niet zoiets als een oneindige en vast gedefinieerde Nederlandse natuur die 2000 jaar onveranderd blijft.

Ondanks dat de natuur vaak erg hard is, heeft de natuur ook een sociale kant. De natuur kent vele voorbeelden van een diepe solidariteit richting de kudde, hulpbehoevende familieleden of het volk.

De natuur is ook een beetje christendemocratisch.

De natuur gedijt het beste wanneer de mens zo min mogelijk ingrijpt. Soms komt de natuur toch onder druk te staan. Daar waar de natuur zichzelf kan herstellen, moeten we de natuur zichzelf laten ontplooien. Maar soms ontstaan er toch situaties, door toedoen van de mens, waarop de natuur zichzelf niet meer voldoende kan helpen en dan breekt het moment aan dat de mens de natuur een handje moet helpen om weer op eigen benen te staan, om weer veerkrachtig te worden. Het CDA staat voor goed rentmeesterschap en daar hoort bij dat we een veerkrachtige natuur door moeten geven aan de volgende generaties. In de vorige periode heeft het CDA dan ook ingestemd met het voltooien van het gehele Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voltooiing van het nationale én provinciale gedeelte. Het CDA staat nog steeds achter de 240 miljoen euro aan middelen die hiervoor nodig is.

Kijkend naar het stuk dat we vandaag bespreken, is het CDA het volledig oneens met twee zaken.

  1. De uitvoering van het NNB, waarbij er te vaak sprake is van ‘tekentafelnatuur’.
  2. De prestaties die er door dit college geleverd worden aangaande de realisatie van het natuurnetwerk.

Ten eerste: de tekentafelnatuur

Nederland is na Bangladesh, Zuid-Korea en wat eilandstaten het dichtstbevolkte land ter wereld. Tegelijkertijd willen we hier 2000 jaar landschapshistorie met alle dieren en planten die hier leefden én oer natuur artificieel naast elkaar brengen én met een hoop geld naast elkaar houden. Daarbij gaan we er voor het gemak maar vanuit dat deze onderhoudsgevoelige natuur de tand des tijds doorstaat voor de volgende 100 jaar. De 35 miljoen euro die dit college wil uittrekken voor leefgebieden past volledig in dit plaatje: we gaan super hoogwaardige natuur creëren, maar of dit ecologisch op de lange termijn het meest efficiënt is in termen van biodiversiteit en financiële zuinigheid is onbekend. Een belangrijke vraag is daarom: wat betekent de extra inzet voor leefgebieden voor de onderhoudskosten op de lange termijn? En hoe toekomstbestendig zijn deze natuurgebieden? Vergen ze veel onderhoud? Of zijn ze natuurlijk en zelf bedruipend?

Ten tweede: de prestaties van dit college

Uit de evaluatie van de fondsen en de evaluatie van BrUG blijkt dat de realisatie van NNB aan alle kanten is vertraagd.

  • Het tempo van verwerving is te traag.
  • Het tempo van inrichting is te traag.
  • Administratief is het een puinhoop.
  • De opstartfase van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) BV verliep ontzettend moeizaam.
  • De rapportages over de KPI’s zijn zeer moeizaam verlopen en lijken nu pas op orde.

Er is bovendien onvoldoende uitzicht op verbetering. Tegelijkertijd vraagt dit college op dit haperende dossier doodleuk, zonder enige uitwerking van beleid, om 43 miljoen euro voor natuur. Het adagium ‘eerst beleid, dan geld’, vaak gepredikt door verschillende coalitiepartijen, geldt ineens niet meer. We krijgen een Statenvoorstel van negen pagina’s, waarin uitgelegd wordt waar we een bak geld van 43 miljoen euro aan gaan besteden. De gedeputeerde Van den Hout heeft de 50 miljoen euro voor natuur goed uitonderhandeld aan de formatietafel, maar wat hij er mee moest? Dat blijft een ieder tot op heden volstrekt onduidelijk. Daarom dient het CDA de motie in ‘Eerst beleid, dan geld’.

Nu is het gemakkelijk om over de prestaties van dit college te klagen, maar daarbij moet ik ook even de prestaties van deze Staten aanstippen. In het debat over Attero van vrijdag 8 september ging het ook over de rol van PS. Had men niet kritischer kunnen zijn? Daar heeft het CDA van geleerd. Vandaag krijgen we een herkansing. Vandaag is zo’n moment waarop we kritisch moeten zijn. Weten we wel waar die 240 miljoen euro aan uit wordt gegeven? Halen we het maximale rendement aan biodiversiteit met de activiteiten die de provincie ontplooit met deze 240 miljoen euro? We weten het totaal niet. En laat dan de bak geld waar we het vandaag over hebben even tot je doordringen. Ter vergelijking: Attero is verkocht voor 170 miljoen euro. In het GOB zit 240 miljoen euro aan provinciale middelen, 210 miljoen euro aan Rijksgeld, 2274 ha en nu wordt e nóg 43 miljoen euro besteed aan de leefgebieden. Het gaat hier dus om zo’n drie Attero’s aan publieke middelen. En dit terwijl de realisatie van het NNB aan alle kanten is vertraagd en er totaal geen prestaties worden geleverd. Daarom dient het CDA een motie in met als strekking de subsidieregeling voor Biodiversiteit & Leefgebieden pas open te stellen zodra de realisatie van het NNB weer op schema ligt.

Daarnaast stelt het college voor de pilot voor de ecologische verbindingszones (EVZ’s) door te zetten. Dit terwijl vaststaat dat we door het ophogen van het subsidiepercentage naar 75% op het einde geld tekort komen in het groenfonds, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de slagingskansen van de doelen van het fonds. Waarom wordt de pilot eerst een jaar verlengd en wordt er over een jaar pas herijkt?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst René Kuijken beleidsactualisatie BrUG (1 december 2017)