Berichten

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Extra nieuwsbrief – Ontwikkelingen CDA Brabant

Beste CDA-leden,

Graag informeren wij u langs deze weg over de recente ontwikkelingen in het Provinciehuis, waarover u in de media al het nodige hebt kunnen lezen.

In de vorige nieuwsbrief, die uitging op 31 oktober jl., hebben wij u de inzet van CDA Brabant op het landbouwdossier nader toegelicht. Kern: uniform stikstofbeleid in heel Nederland, de regels in Brabant mogen niet strenger zijn dan die in andere provincies. Daartoe moet de krappe, in onze ogen onrealistische deadline waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd voor nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, door de provincie vastgesteld op 1 april 2020, nog dit jaar van tafel.

Tijdens het debat over de provinciebegroting 2020 vorige week vrijdag, waarin de stikstofcrisis opnieuw een van de hoofdonderwerpen was, heeft de CDA-fractie bovenstaande inzet herbevestigd. Dat deed zij via een motie die het college van Gedeputeerde Staten verzoekt tot het maken van een ‘pas op de plaats’ om landelijk beleid af te wachten en onze Brabantse boeren meer tijd te geven (klik hier om naar de webpagina met moties te gaan, het betreft motie M110-2019). De motie kreeg helaas onvoldoende steun van andere partijen.

Omdat, met het indienen en in stemming brengen van deze motie, onze gedeputeerden in een tweestrijd kwamen tussen enerzijds de huidige positie van de fractie en anderzijds de afspraken uit het coalitieakkoord, hebben zij na afloop van de Statenvergadering hun conclusies getrokken en hun ontslag ingediend bij Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Bestuur en fractie betreuren dit besluit van Marianne van der Sloot en Renze Bergsma ten diepste, maar hebben respect voor hun beslissing en grote waardering voor het werk dat zij in de voorbije maanden voor Brabant hebben verricht. De door Marianne en Renze afgegeven verklaringen zijn hier te vinden.

Naar verwachting debatteren Provinciale Staten op 13 december a.s. opnieuw over het provinciale stikstofbeleid en nemen dan een besluit over o.a. de vergunningdeadline van 1 april 2020. De inzet van het CDA Brabant is glashelder en vindt u terug in de nieuwsbrief van 31 oktober.

Ook in de komende periode blijven wij ons best doen om draagvlak te vinden voor onze standpunten. We maken een heftige tijd mee, maar hebben het vertrouwen die met elkaar tot een goed einde te kunnen brengen.

Met vriendelijke groet,

Bestuur & Fractie CDA Brabant

“We trekken een duidelijke streep” – Deadline 1 april 2020 nog dit jaar van tafel

Beste CDA-leden,

Vorige week voerden wij in Provinciale Staten een stevig debat over het Brabantse landbouwbeleid. Voorafgaand aan dit debat hebben wij als CDA duidelijk gemaakt wat onze inzet zou zijn. Kern: het landbouwbeleid in Brabant moet zo snel mogelijk in lijn komen met het landelijke landbouwbeleid. Dat hadden we vertaald in vijf eisen.

Deels hebben we die eisen binnengehaald, zoals meer tijd voor boeren die aan de slag willen met innovatieve stalsystemen die nu nog niet beschikbaar zijn, het opschuiven van de aanmelddatum voor deelname aan de provinciale stoppersregeling van 1 november 2019 naar 1 april 2020, geen verplichte inlevering van ‘latente ruimte’ en geen gedwongen krimp van de veestapel. Deels ook niet. Waarbij het debat in Provinciale Staten aan het einde van dit jaar nog verder wordt gevoerd.

We hebben de Statenvergadering nadien goed geëvalueerd. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de reflectie die verschillende afdelingen en individuele leden aan ons hebben gegeven. We zijn tot de conclusie gekomen dat we duidelijker moeten zijn over onze inzet. Dat willen we in deze nieuwsbrief dan ook doen.

Scherpere koers in Brabant
Brabant vaart in het landbouwbeleid een andere, scherpere koers. Met strengere regels en termijnen die afwijken van die in andere provincies. Al bij de start van deze coalitie waren we daar ongelukkig mee, maar hebben dat destijds geaccepteerd vanwege enkele verzachtende aanpassingen en in de verwachting dat we gaandeweg deze bestuursperiode voldoende invloed op het landbouwbeleid kunnen uitoefenen.

Conformeren aan landelijk beleid
Sinds de start van de coalitie dit voorjaar is de wereld echter veranderd. De uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft gezorgd voor een nieuwe werkelijkheid. Juist deze uitspraak heeft duidelijk gemaakt dat uniform landelijk beleid nu keihard nodig is. Laat er geen misverstand over bestaan: ook wij dragen de natuur een warm hart toe en vinden dat er oplossingen moeten komen voor het stikstofprobleem. Daar wordt in Den Haag met man en macht aan gewerkt, zeker ook door onze CDA-collega’s in het parlement en kabinet. Dat wetende vinden wij dat Brabant zich moet conformeren aan het landelijk stikstofbeleid. Van onze landbouwsector wordt immers al een grote inspanning gevraagd. Een tijdspad dat afwijkt van het landelijke tijdspad mogen wij deze sector, mogen wij onze boeren, niet aandoen.

Duidelijke streep
Concreet: Brabant hanteert op dit moment een deadline van 1 april 2020 waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd om aan verscherpte milieueisen voor stallen te kunnen voldoen. In de Statenvergadering is er via een amendement voor bepaalde bedrijven een uitzondering gemaakt, maar wat ons betreft is dat niet voldoende. Daarom trekken we een duidelijke streep: de deadline voor vergunningaanvragen die Brabant op 1 april 2020 heeft gezet, moet nog dit jaar volledig van tafel. Natuurlijk heeft de hele problematiek meer aspecten en daar willen we in de komende maanden graag samen met onze coalitiepartners de schouders onder zetten. Maar instandhouding van de datum van 1 april 2020 kunnen en zullen wij niet dragen.

Met vriendelijke groet,

Provinciale Statenfractie CDA Brabant

Spreektekst Ankie de Hoon – Landbouwdebat op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 
(25-10-2019)

Voorzitter,

Probeer het je maar eens voor te stellen. Je hebt een varkensbedrijf in Venhorst, onder de rook van Eindhoven. Je woont en werkt in de slimste regio ter wereld. De Brabantse innovatiekracht zou ook jou vooruit moeten helpen. Dat doet het eigenlijk al. En je huidige stal is, dankzij o.a. luchtwassers, in vergelijking met de oude stal van je vader al veel schoner. Het heeft wel een flinke duit gekost, maar je wilt vooruit en de fosfaat- en dierrechten die je hebt maken dat je verder kunt en dan de investering terugverdienen.

Nieuwe stalsystemen zouden het hem mogelijk gaan maken om over een paar jaar de volgende stap te zetten en zijn bedrijf nóg duurzamer te maken dan het al is. Hij víndt het ook belangrijk om die volgende stap te kunnen zetten. Want hoe trots hij ook is op zijn bedrijf, het kan altijd beter. Gezond en veilig voedsel zo duurzaam mogelijk produceren. Maar dat lukt alleen als die veelbelovende systemen ook mogen worden gebruikt. En, laten we dat vooral niet vergeten, als hij het vertrouwen heeft dat zijn investering ook kan worden terugverdiend.

En daar, voorzitter, zit nu het probleem.

Als zijn bedrijf in Franeker, i.p.v. in Venhorst, had gestaan, was dit een stuk gemakkelijker geweest… Nu moet hij voor 1 april 2020 een vergunningsaanvraag gereed hebben. Dat vergt een investering op zich, maar dat zou nog geen probleem zijn indien hij dan al kon opteren voor de techniek die razendsnel wordt ontwikkeld.

Als hij Zuidoost-Brabants, slim was, zocht hij het best passende innovatieve stalsysteem uit en ging daarmee aan de slag. Dat heeft echter nog geen RAV-code en daarom kan hij dat nog niet op zijn vergunningsaanvraag zetten. En, alhoewel de resultaten goed lijken te zijn, is het nog net te vroeg om zeker te zijn. De bank denkt er ook zo over en zal hem zeggen: “Beste boer, we kunnen je op dit moment nog niet aan een financiering helpen voor dit systeem”.

Er zit voor onze boer uit Venhorst niets anders op dan een vergunning aan te vragen om met ouderwetse luchtwassers aan de slag te gaan in zijn nieuwe stal. En snel ook, want anders mag hij niets meer. Zijn collega in Franeker heeft zijn plannen op orde. Het nieuwe stalsysteem, waar hij mee aan de slag wil, is waarschijnlijk eind 2020 of begin 2021, over een jaar ongeveer, zover dat het een certificering heeft en er een vergunning voor kan worden aangevraagd. Met een beetje geluk kan hij er dan in 2023 mee aan de slag. Mooi op tijd om de volgende stap te zetten naar een duurzame toekomst.

Intussen verzucht onze boer in Venhorst: ‘Was men maar in Brabant zo slim als een Fries’.

Het verhaal van deze boer is illustratief voor de situatie waarin veel hardwerkende Brabantse boeren en hun gezinnen verkeren. Er is onzekerheid en onduidelijkheid. De uitspraak van de Raad van State over de PAS, de brief van de minister, de daar weer van afwijkende voorstellen van de provincies. Veel boeren wisten de afgelopen jaren al niet waar ze aan toe kwamen. Maar in plaats van duidelijkheid en perspectief hebben ze daar een nog grotere bestuurlijke chaos voor teruggekregen. De onvrede die in de afgelopen weken, al dan niet vergezeld van een stevige stoet met trekkers, wordt geuit is dan ook begrijpelijk. Boeren, bouwers en burgers, niemand weet meer hoe, wat, waarom of wanneer. We kunnen niet doorgaan met het opleggen van nóg meer regels en deadlines.

Als Lid van Provinciale Staten merkte ik al langer dat mijn telefoon nooit stil stond. In de afgelopen week werd ik, net als mijn fractiegenoten, werkelijk overstelpt met belletjes, appjes, e-mails en reacties op sociale media. De helderheid die we vorige week gaven werd duidelijk zeer gewaardeerd. Dat sterkt ons in het uitgangspunt dat boeren in Brabant perspectief verdienen.

Het CDA is van mening dat Brabantse boeren niet minder kans op een duurzame toekomst mogen hebben dan die in andere provincies. Daarom moet er een eenduidig beleid komen qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie die door het CDA en de VVD in de Tweede Kamer werd ingediend en de motie die eerder vandaag ook hier is ingediend én aangenomen.

Voorzitter, beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders en dat geen deadlines moeten worden opgelegd die niet haalbaar zijn en die niet in lijn zijn met wat voor ondernemers in andere provincies geldt. Kortom: wat het CDA betreft moeten we in Brabant niet langer vasthouden aan strengere regels.

Indien met nieuwe stalsystemen aan de slag kan worden gegaan ,kan de uitstoot enorm worden gereduceerd. Het is niet reëel dat een vergunningsaanvraag voor zo’n systeem kan worden gedaan vóór 1 april 2020. Voor die datum zijn die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar en is hiervoor nog geen landelijk beleid vastgesteld. Uitstel is hier de enige redelijke weg.

Indien we ruimte willen scheppen voor de investeringen van de boeren die per saldo de uitstoot sterk verminderen, dan moeten we dat ruimhartig doen. Daarbij heeft het geen pas latente ruimte in te trekken. Een veehouder die, net als onze boer uit Venhorst, nog niet de gehele vergunningsruimte heeft gebruikt, heeft vaak al een forse investering, bijv. in zijn infrastructuur, ter voorbereiding van verdere uitbreiding gedaan.

Voorzitter, waarom zouden voor Brabantse boeren die overwegen te stoppen met hun bedrijf andere, vermoedelijk minder gunstige, regelingen moeten gelden dan voor stoppers elders? Het is meer dan redelijk af te wachten waar het Rijk mee komt op dit gebied en dáárbij aan te sluiten. Dat is waarschijnlijk niet alleen voor de boeren die dit betreft beter, ook voor Brabant kan dit veel gunstiger uitpakken indien de kosten niet alleen door onze belastingbetalers hoeven te worden opgebracht.

Daarom moet de stoppersregeling opgaan in de landelijke regeling en omdat die niet voor 1 december van dit jaar bekend zal zijn, is het goed dat de Brabantse aanmelddatum, van 1 november a.s., is opgeschoven naar 1 april 2020.

Al deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de uitstoot van stikstof drastisch wordt verminderd. Deze maatregelen, investeringen, moeten kunnen worden terugverdiend. Dat gaat niet lukken met een gedwongen krimp van de veestapel, het CDA gaat daar dan ook niet mee akkoord. Krimp van de veestapel, in de vorm van bedrijfsbeëindiging of anderszins, mag slechts het gevolg zijn van een vrijwillige stap van de betrokken veehouder.

Voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is ervan overtuigd dat we hier samen, zoals we dat in Brabant altijd doen, uitkomen. Het CDA heeft vertrouwen in uw en in ons college en is ervan overtuigd dat er een mooie toekomst is voor alle Brabanders, Boeren, Bouwers en Burgers.

En, voorzitter, ook het CDA is trots op de Brabantse boer.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon IOV (25 oktober 2019)

CDA formuleert eisen voor Brabants landbouwbeleid

Het CDA heeft vandaag eisen geformuleerd voor het Brabantse landbouwbeleid. Aanleiding zijn de recente ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek, waaronder het eerste advies van de commissie-Remkes. Kern is dat het landbouwbeleid in Brabant zo snel mogelijk in lijn moet komen met het landelijke landbouwbeleid.

Daartoe wil het CDA allereerst dat er uniform beleid komt qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie-Geurts/Harbers die vannacht in de Tweede Kamer werd ingediend. Beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders. Het CDA verzoekt het Brabantse provinciebestuur om niet langer vast te houden aan strengere regels.

Ten tweede wil het CDA dat niet langer deadlines voor het indienen van vergunningaanvragen voor nieuwe stalsystemen worden opgelegd, zolang die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar zijn én zolang hiervoor nog geen landelijk beleid is vastgesteld. Dat impliceert dat deadlines als die van 1 april 2020, waarover het Brabantse provinciebestuur op 25 oktober a.s. zou besluiten, in de ijskast moeten.

Ten derde wil het CDA dat boeren de volledige aan hen vergunde stalcapaciteit, inclusief de zgn. ‘latente ruimte’, mogen houden. De overheid mag deze niet afpakken.

Ten vierde wil het CDA dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is. Dat betekent het opschorten van de provinciale aanmelddatum van 1 november a.s. en aansluiten bij de landelijke datum van aanmelden.

Ten vijfde wil het CDA in Brabant, net als in de rest van Nederland, géén door de overheid gedwongen krimp van de veestapel. De partij zal ieder voorstel daartoe blokkeren. Krimp van de veestapel kan wat het CDA betreft alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.

Voor het CDA Brabant zijn deze vijf eisen leidend bij komende besluitvorming in Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Met dit eisenpakket wil de partij de balans terugbrengen in het stikstofdebat. Balans, realisme en een eerlijke verdeling van de lasten moeten zijn geborgd, wil het CDA steun kunnen geven aan welke maatregel dan ook.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Nu de minister gisteren, tijdens het debat over de stikstofproblematiek in de Tweede Kamer, heeft aangegeven dat provincies de vrijheid hebben om bovenop het landelijke beleid eigen, in het geval van Brabant veel strengere, stikstofregels te stellen, vinden wij het als CDA belangrijk dat onze provincie geen eiland wordt waar Brabanders het wonen en ondernemen onmogelijk gemaakt wordt. Brabant mag niet op slot. Dat is namelijk in niemands belang: niet in het belang van onze inwoners, familiebedrijven en uiteindelijk ook niet in het belang van onze Brabantse natuur. Brabant wordt niet de groene gordel van de Randstad, waar geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is.”

Omdat de ontwikkelingen in het stikstofdossier elkaar de laatste tijd snel opvolgden, heeft het CDA Brabant het debat in de Tweede Kamer, en de daaraan voorafgaande hoorzitting van deskundigen, willen afwachten alvorens met een reactie en eisenpakket naar buiten te komen. “We hebben in de afgelopen weken met veel mensen over het stikstofprobleem gesproken en begrijpen hun zorgen, boosheid en ongeduld. Ook wat de positie van het CDA Brabant betreft. Toch hebben we bij het bepalen van ons standpunt en eisenpakket niet over één nacht ijs willen gaan, want daar is dit probleem te groot en te complex voor. Zorgvuldigheid voor snelheid. Als CDA hebben we bestuursverantwoordelijkheid genomen om enerzijds zaken, die wij voor Brabant belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen en anderzijds zaken, die wij voor Brabant onwenselijk vinden, tegen te houden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij wat ons betreft het resultaat telt: het beste voor de Brabanders. Dáár gaan wij voor en dáár mogen zij het CDA op afrekenen.” Aldus De Hoon, die de fractievoorzitters van coalitiepartners VVD, D66, GroenLinks en PvdA eerder vandaag in een ingelast overleg informeerde over de positie van haar partij.

CDA: vragen over compensatie agrariërs bij natuuraanleg

Het CDA in Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement, stelde op 30 augustus jl. vragen aan het provinciebestuur over de aankoop van (landbouw)gronden t.b.v. de aanleg van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden.

Om dit netwerk te realiseren koopt natuurorganisatie ARK o.a. in de omgeving van Berlicum, Boxtel en Liempde landbouwgronden op. Dit betreft niet alleen gronden binnen het te realiseren natuurnetwerk, maar ook daarbuiten. Deze gronden zijn bedoeld om in te zetten als ruilgronden, als compensatie voor agrariërs die gronden afstaan omdat daarop natuurherstelmaatregelen plaatsvinden.

Statenlid Tanja van de Ven-Vogels, landbouwwoordvoerder namens het CDA, ontving uit de regio verschillende signalen dat ruilgronden niet, conform afspraak, zouden worden ingezet ter compensatie van boeren, maar om later alsnog natuur van te maken. Met als gevolg dat compensatie uitblijft en natuur, buiten het NNB, steeds verder opschuift in de richting van bedrijven, die daardoor in de knel komen met hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten. “Onwenselijk”, vindt Van de Ven-Vogels. “Het kan niet zo zijn dat ondernemers in de problemen komen, omdat we in Brabant meer natuur realiseren dan is afgesproken.”

Aan de gedeputeerde Natuur, Water en Milieu stelde Van de Ven-Vogels dan ook de volgende vragen:

  1. Wie ziet er in Brabant op toe dat ruilgronden ook daadwerkelijk worden gecompenseerd?
  2. Natuur, zijnde ruilgrond, ligt in een aantal gevallen heel dicht bij veehouderijbedrijven. Wordt hiermee rekening gehouden?
  3. Wanneer er grond wordt omgezet buiten het natuurnetwerk om, hoe wordt dit gecommuniceerd?

De gedeputeerde antwoordde dat er specifieke redenen kunnen zijn om het Natuurnetwerk Brabant te herbegrenzen, bijvoorbeeld door eigen initiatief van agrarische ondernemers die besluiten natuur in hun bedrijfsvoering mee te nemen. Volgens de gedeputeerde ligt de bal bij de ondernemers om dit in de omgeving te communiceren. De te doorlopen procedures worden daarbij gevolgd.

Het CDA gaat de antwoorden van de gedeputeerde terugkoppelen aan de betreffende ondernemers in de regio en denkt na over het stellen van schriftelijke vervolgvragen.

Vragen over landbouwparagraaf bestuursakkoord?

Op 7 juni jl. presenteerden VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het Brabantse bestuursakkoord 2019-2023, getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’.

Dit bestuursakkoord is hier te vinden: https://www.brabant.nl/-/media/d6dcd12ed3ff4e45b9f5ffddf8474f78.pdf.

Wij merken dat de landbouwparagraaf van het bestuursakkoord veel reacties losmaakt en vragen oproept. Dat kan het CDA zich goed voorstellen.

Op iedere vraag willen wij antwoord geven. Om dat goed en overzichtelijk te kunnen doen, vragen wij eenieder die vragen heeft of een reactie kwijt wil om een e-mail te sturen naar cda@psbrabant.nl. We proberen elke e-mail binnen drie werkdagen te beantwoorden.

Wilt u liever op een andere wijze met ons in gesprek, bijvoorbeeld telefonisch of in een ontmoeting op het Provinciehuis of op locatie, dan kunt u dat ook in uw e-mail vermelden. Een van onze Statenleden maakt dan z.s.m. een afspraak.

Aarzelt u vooral niet om uw vraag te stellen. We gaan graag met u in gesprek.

Team CDA Brabant

 

CDA: “Realisme komt terug in Brabantse landbouw”

Dankzij een herziening van de veehouderijbesluiten uit 2017 komt het realisme terug in de Brabantse landbouw. De herziening maakt deel uit van het bestuursakkoord 2019-2023, dat coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA vandaag presenteren. In de nieuwe plannen krijgen specifieke groepen boeren méér tijd om aan de doelstellingen uit de veehouderijbesluiten te voldoen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen.

Dat de provincie de veehouderijbesluiten uit 2017 opnieuw tegen het licht zou houden, was een belangrijke wens uit het CDA-verkiezingsprogramma en een stap die in de afgelopen twee jaar, onder het oude provinciebestuur, onmogelijk was. Met de herziening stapt het provinciebestuur af van generiek beleid dat voor alle boeren hetzelfde is en wordt maatwerk mogelijk. Precies wat het CDA wil, omdat de situatie op ieder erf in elk gezin anders is.

Kern van de besluiten uit 2017 is het vervroegen van de deadlines waarop boeren aan nieuwe milieueisen moeten voldoen: van 2028 naar 2022. Het CDA stemde hiertegen, omdat het de besluiten onrealistisch en oneerlijk vindt. Zo moeten boeren onverwachts hoge, extra investeringen doen én zijn de vereiste stalsystemen nog niet beschikbaar. Mede hierom pleitte het CDA er in de verkiezingscampagne voor de besluiten te herzien en onrealistische onderdelen eruit te halen.

Die belofte lost de partij nu in, want het CDA heeft ter aanvulling op de landbouwparagraaf in het bestuursakkoord het volgende kunnen bereiken (zie pag. 35 van het bestuursakkoord):

  • Melkveehouders met stro(oisel)stallen krijgen, onder voorwaarden, twee jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van vlees- en fokstieren krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van geiten krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van varkens en vleeskalveren die kiezen voor brongerichte technieken krijgen, onder voorwaarden, een half jaar uitstel voor het indienen van een vergunbare aanvraag.
  • Bedrijven die per 1 januari 2022 willen stoppen, hoeven, onder voorwaarden, géén nieuwe vergunning aan te vragen.
  • Bedrijven die per uiterlijk 1 januari 2024 stoppen, hoeven, onder aanvullende voorwaarden, géén vergunning aan te vragen.
  • Bevordering van de toepassing van nieuwe stalsystemen door het sneller toekennen van ‘voorlopige emissiefactoren’ en het gebruik van kansrijke innovaties door het sluiten van ‘Green Deals’ (afspraken tussen de overheid en andere partijen).
  • Ondersteuning van varkenshouders die willen stoppen om dat op een ‘warme’ manier te doen. ‘Warm’ wil zeggen dat zij financieel worden gecompenseerd, o.a. door gerichtere inzet van de bestaande Ruimte voor Ruimte-regeling.
  • Introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken, zodat zij straks minder geld kwijt zijn aan het pachten van grond en meer geld overhouden om te investeren in hun bedrijf.
  • De melkveehouderij blijft uitgezonderd van de zgn. ‘stalderingsregeling’, d.w.z. de verplichting om meer m2 oude stallen te slopen dan dat er m2 nieuwe stallen bijkomen.
  • De provincie verlaagt de zgn. ‘stalderingswaarde’ bij herbestemming: voor 10 m2 nieuw te ontwikkelen stal moet 12-14 m2 vrijkomende stal worden herbestemd.
  • Zolang met de maatregelen uit de besluiten t.a.v. de ‘Versnelling Transitie Veehouderij’ het voorgenomen doel t.a.v. de stikstofuitstoot wordt bereikt, legt de provincie geen extra maatregelen op (tenzij het Rijk, Europa of de rechter dat verplicht).

Marianne van der Sloot, lijsttrekker en beoogd gedeputeerde namens het CDA: “Dankzij het CDA gaat een deur open, die de afgelopen jaren potdicht heeft gezeten. Want in de Brabantse landbouw wordt maatwerk mogelijk. Bepaalde groepen boeren krijgen méér tijd om aan de doelstellingen uit het veehouderijbesluit te voldoen. En we nemen aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen. Met dit pakket verlichten we hun situatie en verbeteren we hun toekomstperspectief. Zowel voor boeren die willen stoppen als voor boeren die hun bedrijf willen voortzetten. En op wie het CDA trots is en heel zuinig wil zijn. Ook dat zit in dit bestuursakkoord.”

De landbouwparagraaf van het bestuursakkoord bevat verschillende ambities voor de agrarische sector, zoals kringlooplandbouw, een gezonde bodem, het stimuleren van innovaties en aandacht voor dierenwelzijn. Stuk voor stuk doelstellingen die het CDA van harte kan onderschrijven. Ook het streven naar mestbewerking op logische locaties, (dicht)bij de boer of op een industrieterrein (met een saneringsplicht na afloop van de vergunningsperiode), is in lijn met het CDA-verkiezingsprogramma.

Ankie de Hoon, Statenlid en beoogd fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie: “Vandaag kunnen we zeggen dat een dichte deur is opengegaan. Nog niet wagenwijd, maar voldoende om weer wat zonlicht naar binnen te kunnen doen vallen. Dat was lang geleden. En we hebben twee van onze beste mensen, beoogd gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma, als ‘poortwachters’ bij die deur kunnen neerzetten. Zij zullen er de komende vier jaar alles aan doen om die deur waar mogelijk nog verder open te zetten. Ook dat is de grote winst die het CDA boekt met de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Een dichte deur gaat open, het boerenverstand is terug in het college.”

CDA: alle opties open t.a.v. veehouderijbesluit 07/07

“Besluit herzien als dat onrealistisch blijkt”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant houdt alle opties open t.a.v. het Brabantse veehouderijbesluit uit 2017. In haar verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen schrijft de partij het besluit te willen herzien met specifieke aandacht voor onrealistische deadlines en negatieve effecten. Als voorbeeld noemt het CDA de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen, maar waarvan op dit moment nog niet duidelijk is of deze op tijd ontwikkeld en goedgekeurd zijn.

In de nacht van 7 op 8 juli 2017 stemde een meerderheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, in met het besluit om de veehouderij in Brabant versneld te verduurzamen. Hiertoe werden de Verordening ruimte, waarin de regels staan waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen, en de Verordening natuurbescherming, waarin alle regels staan voor natuurbescherming in Brabant, gewijzigd. Kern van dit veehouderijbesluit is het vervroegen van de deadline voor wanneer boeren moeten voldoen aan nieuwe milieueisen van 2028 naar 2022.

Voor het CDA staan de gestelde milieudoelen niet ter discussie. Het CDA stond achter de maatregelen met de oorspronkelijke deadline 2028. Over de nieuwe deadlines én de weg daarnaartoe is het CDA echter kritisch. Omdat doelstellingen wel realistisch moeten zijn.

Gegeven de twijfels over de haalbaarheid van de deadline 2022 pleit het CDA voor een scenario-onderzoek naar de effecten van het veehouderijbesluit: wat te doen als de vereiste stalsystemen niet op tijd beschikbaar zijn en maatschappelijk gewenste ontwikkelingen uitblijven? De partij zou graag zien dat het Brabantse provinciebestuur de gevolgen en effecten van div. scenario’s, zoals handhaving of uitstel van de deadlines uit het besluit, op een rijtje laat zetten en doorrekenen.

Een ander onderdeel uit het veehouderijbesluit is mest. Wat het CDA betreft moet mest kunnen worden ver- en bewerkt op logische, bij voorkeur regionale, locaties waar voldoende draagvlak is in de directe omgeving. Dat kan een industrieterrein zijn, maar ook een locatie in het buitengebied, zo staat in het verkiezingsprogramma.

“Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf”

Tanja van de Ven-Vogels, hoogste nieuwkomer op de provinciale CDA-lijst (plaats 3) en beoogd landbouwwoordvoerder in de nieuwe CDA-fractie: “In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Partijen staan met de ruggen tegen elkaar, wat niet helpt richting de toekomst. Het CDA wil dat onze provincie trots is op haar boeren. Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf.”

Van de Ven-Vogels: “De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Andere punten uit de landbouwparagraaf van het CDA-verkiezingsprogramma:

  • Een overgang (transitie) naar kringlooplandbouw met een helder einddoel en tussentijdse meetbare doelstellingen. Een transitie waarin de belangen van alle belanghebbenden serieus worden genomen en waarin er draagvlak is bij iedereen.
  • We moeten zorgen voor eerlijke producten, die op een eerlijke manier worden geproduceerd en tegen een eerlijke prijs worden aangeboden. Een eerlijke prijs voor voedsel is de basis voor nieuwe ontwikkelingen, we blijven actief in overleg met de retailsector hierover en stimuleren streekproducten.
  • Op de stalderingsregeling (het alleen mogen bouwen van nieuwe stallen als oude stallen worden gesloopt) maken we uitzonderingen, wanneer blijkt dat daardoor de maatschappelijke gewenste ontwikkelingen worden tegengehouden.
  • Veel agrarische bedrijven hebben geen bedrijfsopvolger. We koppelen familiebedrijven zonder bedrijfsopvolger aan ondernemers die graag boer willen worden, maar toevallig geen ouders hebben die uit de landbouw komen.
  • We zetten in op experimenten met het realtime meten van schadelijke uitstoot bij de intensieve veehouderij om in beeld te krijgen wat er feitelijk gebeurt in de leefomgeving.
  • Innovaties in de landbouw zijn essentieel voor de toekomst en de leefbaarheid van Brabant. In het economisch programma gaan we vanuit de zgn. ‘Essent-gelden’ (geld dat de provincie kreeg en belegde na de verkoop van energiebedrijf Essent in 2009) inzetten op innovaties in de landbouw en voedselvoorziening.
  • We stimuleren natuurinclusieve landbouw (groenblauwe diensten) en beheermaatregelen voor biodiversiteit, waarvan het effect bewezen is.
  • We willen een actieve houding van de provincie bij het faciliteren van nieuwe concepten en verdienmodellen, zoals nieuwe teelt, het versterken van agrarisch natuurbeheer, pixel-landbouw en ‘energy-farming’.
  • We zijn tegen de aanleg van zonneweides op vruchtbare landbouwgrond en willen éérst de beschikbare, niet-gebruikte ruimte invullen (bijv. de daken van stallen en bedrijven).
  • We onderzoeken samen met de sector hoe andere toekomstige verdienmodellen en nevenfuncties, bijv. agrarische kinderopvang en publieksvoorlichting, kunnen worden versterkt. Dit mede met het doel om boer en burger dichter bij elkaar te brengen.

Uitnodiging ALV CDA Brabant

Beste Brabantse CDA’ers,

Het jaar loopt weer op het einde, een bewogen jaar waar we graag met jullie even bij stil staan op onze ALV.
 
Datum: 9 december 2017
Tijd: 9:30uur inloop met koffie en thee, 10:00uur aanvang

Locatie: Provinciehuis Noord-Brabant, Brabantlaan 1, Den Bosch
Deelsessie’s:
– 9:00uur Landbouw door Jaco Geurts en Ton Braspenning
– 13:00uur Rondleiding Provinciehuis
– 13:00uur Bijeenkomst lijsttrekkers
 
Tijdens ons ALV willen we graag aandacht besteden aan bestuurszaken zoals de begroting 2018 en we gaan met onze Brabantse Kamerleden Madeleine, Rene en Erik terugblikken op TK2017 en de formatie. Zij zullen u meenemen in de weg die afgelegd is tijdens de formatie en er is ruim de gelegenheid tot het stellen van vragen.
 
Om 12:30uur stoppen we met het plenaire gedeelte en is er een informeel samenzijn met koffie/thee en een worstenbroodje.
 
Dit keer hebben we ook weer deelsessie:
Om 9:00uur kunt u aansluiten bij de bijeenkomst over landbouw waar Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Provinciaal Statenlid Ton Braspenning u bijpraten over de laatste stand van zaken m.b.t. landbouwdossiers en waar u vragen kunt stellen. U kunt enkel deelnemen als u zich van te voren aangemeld heeft via het formulier: inschrijfformulier

Zoals u ziet heeft onze Statenfractie het mogelijk gemaakt dat we in het Provinciehuis vergaderen. Na de lunch bent u dan ook van harte welkom om deel te nemen aan een rondleiding door het Provinciehuis, verzorgd door de Statenfractie. Of u kunt aansluiten bij de bijeenkomst voor lijsttrekkers. De bijeenkomst voor lijsttrekkers staat in het teken van de GR2018. Het bestuur wil graag met de lijsttrekkers een aantal thema’s doorleven  en kijken welke hulp u nog kunt gebruiken. Wilt u deelnemen aan het middagprogramma dan kunt u dat aangeven door het inschrijfformulier in te vullen: inschrijfformulier

 
Ik hoop jullie allemaal te zien op 9 december aanstaande!
 
Namens het bestuur CDA Brabant,
Inge van Dijk (voorzitter)