Berichten

CDA: alle opties open t.a.v. veehouderijbesluit 07/07

“Besluit herzien als dat onrealistisch blijkt”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant houdt alle opties open t.a.v. het Brabantse veehouderijbesluit uit 2017. In haar verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen schrijft de partij het besluit te willen herzien met specifieke aandacht voor onrealistische deadlines en negatieve effecten. Als voorbeeld noemt het CDA de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen, maar waarvan op dit moment nog niet duidelijk is of deze op tijd ontwikkeld en goedgekeurd zijn.

In de nacht van 7 op 8 juli 2017 stemde een meerderheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, in met het besluit om de veehouderij in Brabant versneld te verduurzamen. Hiertoe werden de Verordening ruimte, waarin de regels staan waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen, en de Verordening natuurbescherming, waarin alle regels staan voor natuurbescherming in Brabant, gewijzigd. Kern van dit veehouderijbesluit is het vervroegen van de deadline voor wanneer boeren moeten voldoen aan nieuwe milieueisen van 2028 naar 2022.

Voor het CDA staan de gestelde milieudoelen niet ter discussie. Het CDA stond achter de maatregelen met de oorspronkelijke deadline 2028. Over de nieuwe deadlines én de weg daarnaartoe is het CDA echter kritisch. Omdat doelstellingen wel realistisch moeten zijn.

Gegeven de twijfels over de haalbaarheid van de deadline 2022 pleit het CDA voor een scenario-onderzoek naar de effecten van het veehouderijbesluit: wat te doen als de vereiste stalsystemen niet op tijd beschikbaar zijn en maatschappelijk gewenste ontwikkelingen uitblijven? De partij zou graag zien dat het Brabantse provinciebestuur de gevolgen en effecten van div. scenario’s, zoals handhaving of uitstel van de deadlines uit het besluit, op een rijtje laat zetten en doorrekenen.

Een ander onderdeel uit het veehouderijbesluit is mest. Wat het CDA betreft moet mest kunnen worden ver- en bewerkt op logische, bij voorkeur regionale, locaties waar voldoende draagvlak is in de directe omgeving. Dat kan een industrieterrein zijn, maar ook een locatie in het buitengebied, zo staat in het verkiezingsprogramma.

“Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf”

Tanja van de Ven-Vogels, hoogste nieuwkomer op de provinciale CDA-lijst (plaats 3) en beoogd landbouwwoordvoerder in de nieuwe CDA-fractie: “In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Partijen staan met de ruggen tegen elkaar, wat niet helpt richting de toekomst. Het CDA wil dat onze provincie trots is op haar boeren. Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf.”

Van de Ven-Vogels: “De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Andere punten uit de landbouwparagraaf van het CDA-verkiezingsprogramma:

  • Een overgang (transitie) naar kringlooplandbouw met een helder einddoel en tussentijdse meetbare doelstellingen. Een transitie waarin de belangen van alle belanghebbenden serieus worden genomen en waarin er draagvlak is bij iedereen.
  • We moeten zorgen voor eerlijke producten, die op een eerlijke manier worden geproduceerd en tegen een eerlijke prijs worden aangeboden. Een eerlijke prijs voor voedsel is de basis voor nieuwe ontwikkelingen, we blijven actief in overleg met de retailsector hierover en stimuleren streekproducten.
  • Op de stalderingsregeling (het alleen mogen bouwen van nieuwe stallen als oude stallen worden gesloopt) maken we uitzonderingen, wanneer blijkt dat daardoor de maatschappelijke gewenste ontwikkelingen worden tegengehouden.
  • Veel agrarische bedrijven hebben geen bedrijfsopvolger. We koppelen familiebedrijven zonder bedrijfsopvolger aan ondernemers die graag boer willen worden, maar toevallig geen ouders hebben die uit de landbouw komen.
  • We zetten in op experimenten met het realtime meten van schadelijke uitstoot bij de intensieve veehouderij om in beeld te krijgen wat er feitelijk gebeurt in de leefomgeving.
  • Innovaties in de landbouw zijn essentieel voor de toekomst en de leefbaarheid van Brabant. In het economisch programma gaan we vanuit de zgn. ‘Essent-gelden’ (geld dat de provincie kreeg en belegde na de verkoop van energiebedrijf Essent in 2009) inzetten op innovaties in de landbouw en voedselvoorziening.
  • We stimuleren natuurinclusieve landbouw (groenblauwe diensten) en beheermaatregelen voor biodiversiteit, waarvan het effect bewezen is.
  • We willen een actieve houding van de provincie bij het faciliteren van nieuwe concepten en verdienmodellen, zoals nieuwe teelt, het versterken van agrarisch natuurbeheer, pixel-landbouw en ‘energy-farming’.
  • We zijn tegen de aanleg van zonneweides op vruchtbare landbouwgrond en willen éérst de beschikbare, niet-gebruikte ruimte invullen (bijv. de daken van stallen en bedrijven).
  • We onderzoeken samen met de sector hoe andere toekomstige verdienmodellen en nevenfuncties, bijv. agrarische kinderopvang en publieksvoorlichting, kunnen worden versterkt. Dit mede met het doel om boer en burger dichter bij elkaar te brengen.

Uitnodiging ALV CDA Brabant

Beste Brabantse CDA’ers,

Het jaar loopt weer op het einde, een bewogen jaar waar we graag met jullie even bij stil staan op onze ALV.
 
Datum: 9 december 2017
Tijd: 9:30uur inloop met koffie en thee, 10:00uur aanvang

Locatie: Provinciehuis Noord-Brabant, Brabantlaan 1, Den Bosch
Deelsessie’s:
– 9:00uur Landbouw door Jaco Geurts en Ton Braspenning
– 13:00uur Rondleiding Provinciehuis
– 13:00uur Bijeenkomst lijsttrekkers
 
Tijdens ons ALV willen we graag aandacht besteden aan bestuurszaken zoals de begroting 2018 en we gaan met onze Brabantse Kamerleden Madeleine, Rene en Erik terugblikken op TK2017 en de formatie. Zij zullen u meenemen in de weg die afgelegd is tijdens de formatie en er is ruim de gelegenheid tot het stellen van vragen.
 
Om 12:30uur stoppen we met het plenaire gedeelte en is er een informeel samenzijn met koffie/thee en een worstenbroodje.
 
Dit keer hebben we ook weer deelsessie:
Om 9:00uur kunt u aansluiten bij de bijeenkomst over landbouw waar Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Provinciaal Statenlid Ton Braspenning u bijpraten over de laatste stand van zaken m.b.t. landbouwdossiers en waar u vragen kunt stellen. U kunt enkel deelnemen als u zich van te voren aangemeld heeft via het formulier: inschrijfformulier

Zoals u ziet heeft onze Statenfractie het mogelijk gemaakt dat we in het Provinciehuis vergaderen. Na de lunch bent u dan ook van harte welkom om deel te nemen aan een rondleiding door het Provinciehuis, verzorgd door de Statenfractie. Of u kunt aansluiten bij de bijeenkomst voor lijsttrekkers. De bijeenkomst voor lijsttrekkers staat in het teken van de GR2018. Het bestuur wil graag met de lijsttrekkers een aantal thema’s doorleven  en kijken welke hulp u nog kunt gebruiken. Wilt u deelnemen aan het middagprogramma dan kunt u dat aangeven door het inschrijfformulier in te vullen: inschrijfformulier

 
Ik hoop jullie allemaal te zien op 9 december aanstaande!
 
Namens het bestuur CDA Brabant,
Inge van Dijk (voorzitter)

Lambert van Nistelrooij – Stad en Platteland

Op 22 en 23 maart organiseerden de Brabantse Kempengemeenten de ‘Rural Summit 2017’, de eerste conferentie voor plattelandsgebieden in Europa. Tegen de verwachting in vond de bijeenkomst niet plaats in Oirschot, Bladel of Hapert, maar in Eindhoven. Als spreker tijdens deze conferentie vind ik dat niet vreemd. In 2016 veroverden de Kempengemeenten de titel ‘Slimste plattelandsregio’. Dit resultaat was juist mogelijk door de samenwerking tussen de grote stad Eindhoven, een bolwerk van technologie, en het omliggend platteland. Bovendien sluit het aan bij een nieuwe trend, waarbij grote steden in Europa aandacht vragen voor stad én ommeland.

Uit geheel Europa kwamen tweehonderd gasten onder leiding van Anja Thijs, de burgemeester van Eersel, hun licht opsteken. Tijdens werkbezoeken konden ze kennis opdoen over ontwikkelingen op het platteland, zoals zorgverlening aan ouderen en precisie landbouw. Hierbij hoort steeds vaker het verwerken van veel gegevens, waarvoor men moet kunnen beschikken over glasvezel. Ook daar loopt de regio Eindhoven in voorop.

Steden zijn niet langer op zichzelf gericht. Steden die van de EU gelden ontvangen, vragen we voor de uitrol van voorzieningen ook met de dorpen te overleggen. Deze dorpen geven aan hoe wonen, recreatie, landbouw en natuur met elkaar kunnen samengaan. Het platteland op zijn beurt sluit met de nieuwe snelle verbindingen aan bij de mogelijkheden, die universiteiten en bedrijven in de stad bieden. Voorlopers zoals de Brabantse Kempen willen we graag als voorbeeld stellen als nieuwe dragers voor welvaart en ontwikkeling. Terwijl deze regio zich richt op technologie kunnen andere regio’s zich toeleggen op andere innovaties, waar zij goed in zijn.

Naast geld voor de Slimme Steden maakt het Europees Parlement ook geld vrij voor Slimme Dorpen, de Smart Villages. Het startsein wordt dit voorjaar gegeven. Ik heb de Kempengemeenten al uitgenodigd hiervan gebruik te maken. In het najaar staat Brabant opnieuw in het teken van het platteland. Van 19 tot 22 oktober komt het European Rural Parlement bijeen in Venhorst.

Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Marianne van der Sloot over de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Geacht college, 

Gisteren noemde gedeputeerde Van den Hout in het televisieprogramma KRAAK de productiewijze van boeren erger dan de drugsdumpingen in Brabant1.

Het CDA heeft kennisgenomen van deze uitlatingen en wij hebben voor u de volgende vragen:

  1. Bent u als college bereid publiekelijk afstand te nemen van de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?
  2. Bent u als college bereid publiekelijk excuses aan te bieden aan alle Brabantse boeren voor de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2632941003/Bedrijfsvoering+boeren+schadelijker+voor+milieu+dan+vele+drugsdumpingen.aspx.

 

Schriftelijke vragen Brabants landbouwdossier

Schriftelijke vragen van Statenleden René Kuijken en Ton Braspenning over het Brabantse landbouwdossier.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Brabants landbouwdossier.

Geacht college,

Op 21 oktober jl. vond er een themavergadering plaats over het brede landbouwdossier. In deze vergadering werd de samenhang besproken tussen o.a. de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), de Brabantse Uitvoeringsagenda Agrofood (UBA), de aanpak van urgentiegebieden en het provinciale beleid rond mestverwerking. Het CDA agendeerde dit onderwerp in april 2016, omdat er destijds verschillende landbouwonderwerpen afzonderlijk op de agenda van de procedurevergadering stonden1.

De redenen van het CDA om deze dossiers te agenderen waren:

  1. aan de voorkant enige suggesties meegeven vóór de uitwerking van provinciaal landbouwbeleid door Gedeputeerde Staten (GS) en
  2. het stellen van enkele bestuurlijke vragen.

De redenen om deze dossiers integraal in één vergadering te bespreken waren een hogere efficiëntie, de afwezigheid van een formeel moment voor Statenleden om losse, minder urgente vragen te stellen aan GS-leden en de samenhang tussen de dossiers.

Helaas waren voor het CDA de 2 minuten spreektijd en de 90 minuten totale vergadertijd tijdens de themavergadering van 21 oktober niet voldoende om u deze suggesties te verschaffen én om de nodige vragen te stellen. Omdat het CDA tóch graag voor het uitwerken van beleid meepraat i.p.v. na het uitwerken van beleid klaagt, willen we u middels deze brief, inclusief schriftelijke vragen ex artikel 27 van het Reglement van Orde, onze zorgen en suggesties meegeven. We hopen dat u ons daarin tegemoet kan komen tijdens de uitwerking van de verschillende landbouwdossiers.

Het CDA beseft dat de individuele dossiers in samenhang moeten worden bekeken, omdat het totaalpakket aan provinciaal beleid het totale agrarische systeem aangaat. Omwille van de leesbaarheid hebben wij echter onze zorgen, vragen en opvattingen per beleidsdossier gecategoriseerd.

1. Vrijkomende agrarische bebouwing incl. staldering

Voor een zuivere discussie over de toekomst van de veehouderij in Brabant is het volgens het CDA noodzakelijk onze cijfers te kennen. Cijfers over de demografische, planologische en sociaaleconomische trends stellen ons tijdig in staat om op trends in de agrarische sector in te kunnen springen. Daartoe zouden meerjarige cijfers, zoals het aantal agrarische bedrijven, het aantal dieren, een indicatie van de inkomenssituatie van boeren, het aantal milieuovertredingen, het aantal (verwachte) stoppers, het aantal bedrijfsuitbreidingen binnen de BZV, het areaal aan asbest, het aandeel van de agrarische sector in de economie en het percentage verwerkte mest te allen tijde beschikbaar moeten zijn. Het ontsluiten van deze informatie zou bijvoorbeeld kunnen via de P&C cyclus, de trenddag of een afzonderlijke rapportage. De concrete doelen van uw college zou u via de unaniem door onze Provinciale Staten gewenste2 ‘methode-Duisenberg’3 kunnen communiceren, zodat wij de voortgang kunnen controleren.

a. Bent u bereid om deze cijfers jaarlijks te communiceren?

b. Wat is volgens u de beste vorm om deze cijfers en trends met Provinciale Staten en de Brabanders te delen?

c. Bent u bereid om uw doelen concreter en beter controleerbaar te formuleren volgens de Duisenberg-methode?

2. Mestbeleid en circulaire economie

Er bestaat een angst vanuit burgers en belangenorganisaties over de dierenaantallen in Brabant. Het CDA constateert dat deze angst terecht is en dat er in Brabant genoeg dieren zijn. Tegelijkertijd worden de dieraantallen vaak aangegrepen om ontwikkelingen rond de verwerking en verwaarding van mest tegen te gaan. Dit terwijl mestverwaarding bijdraagt aan het circulair maken van onze economie en een teveel uitrijden van mest voorkomt.

De stap van geen of een kleine mestverwaardingsinstallatie op het erf naar een grootschalige installatie op een industrieterrein is echter een zeer grote. Het toestaan van kleinschalige initiatieven op boerenerven of bij loonwerkers zorgt voor laagdrempelige initiële investeringen, concurrentie en korte vervoersafstanden. Wanneer deze initiatieven aan zeer strenge uitstooteisen voldoen, kunnen deze bijdragen aan de verdere verduurzaming van de sector.

Het verhogen van het gehalte aan organische koolstof is goed voor het klimaat, de bodembiodiversiteit, waterhuishouding en productie. Op dit moment concurreert het uitrijden van compost met een hoog C-gehalte met het uitrijden van mest, omdat de compost ook nog (gebonden) stikstof en fosfaat bevat. Op deze manier wordt het verhogen van het organisch koolstofgehalte ontmoedigd. Het zou goed zijn om een positieve prikkel te creëren voor landbouwers om het C-gehalte te laten toenemen, zonder dat dit meteen geld kost voor de provincie Noord-Brabant. 3

a. Bent u bereid om middelgrote mestverwerkingsinstallaties (tot 250.000 ton) toe te staan op plekken die door omwonenden en de betreffende gemeentes aanvaardbaar zijn?

b. Bent u het ermee eens dat gemeentes en omwonenden het beste kunnen bepalen of een middelgrote mestverwaardingsinstallatie inpasbaar is in de omgeving?

c. Welke kansen ziet u om de hoeveelheid vastgelegde koolstof in de bodem te belonen?

d. Bent u bereid te onderzoeken of u als college ‘Green Deals’ kunt sluiten tussen bedrijven die hun CO2-footprint willen verlagen en de agrarische sector?

3. Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

De BZV is een adequaat middel om bedrijven die willen uitbreiden in bouwblok en dierenaantallen een stapje extra te laten doen m.b.t. duurzaamheid, dierenwelzijn en inpassing in de maatschappij en het landschap. Op dit moment verplicht het college de ondernemers om aan de BZV te voldoen bij kleine emissieneutrale aanpassingen van het bedrijf waarbij de dierenaantallen niet toenemen. Dit zorgt ervoor dat economische of milieutechnische bedrijfsontwikkelingen niet worden gedaan, omdat het voldoen aan de BZV een financiële en procedurele drempel opwerpt. Op deze manier werkt de BZV dus averechts.

a. Ziet u de BZV als een tijdelijk instrument of als een instrument voor onbepaalde tijd?

b. Bent u bereid om bedrijfsaanpassingen waarbij het dierenaantal en de emissie van fijnstof en stikstof niet toeneemt te vrijwaarden van de BZV?

c. Bent u bereid om innovatieve en duurzame mestverwaarding te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

d. Bent u bereid om het vastleggen van organische koolstof in de bodem te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

4. Toekomstperspectief varkenshouderij incl. verbinding met regiegroep Vitale Varkenshouderij

De landelijke regiegroep varkenshouderij heeft de nodige massa gecreëerd m.b.t. financiën, verantwoordelijkheid en betrokkenheid van stakeholders, waardoor de oplossing voor de varkenshouderij dichterbij komt.

a. Is de verbinding met deze landelijke regiegroep al gelegd met de provinciale ambitie?

b. Zijn de dwarsverbanden met de ambitie over leegstand al gemaakt?

5. Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Uw college heeft via een Statenmededeling4 met Provinciale Staten gedeeld dat de grote achterstanden m.b.t. de afhandeling van vergunningsaanvragen in het kader van de Natuurbeschermingswet (NB-wet) onder controle zijn. De PAS maakt het mogelijk om ontwikkelingsruimte te bieden aan agrarische bedrijven en tegelijkertijd de bureaucratie en kosten rondom vergunningverlening te beperken. Daarnaast is er nog een aantal factoren die ervoor zorgen dat de doorlooptijd van vergunningen aanmerkelijk kunnen worden versneld.

Voorbeelden hiervan zijn de beperkte ontwikkelingsruimte omdat de depositieruimte in sommige gebieden op is en de extra Brabantse regels die extra uitstoot veroorzakende bedrijfsontwikkelingen rond een viertal natuurgebieden verbiedt.

  1. In sommige Brabantse gebieden is de ontwikkelingsruimte op.
  2. De extra Brabantse regels rondom de PAS zorgen ervoor dat veel bedrijven rondom een viertal natuurgebieden geen kans op extra depositieruimte hebben.

a. Wat is de huidige doorlooptijd van NB-wetvergunningaanvragen onder het PAS-regime?

Om ontwikkelingsruimte mogelijk te blijven maken en de huidige ontwikkelingen te legitimeren, dienen de herstelmaatregelen in het kader van de PAS vóór 2021 uitgevoerd te zijn.

b. Klopt het dat u versnelt inzet op het realiseren van de mitigerende natuurmaatregelen in het kader van de PAS?

c. Op welke manier wijkt u bij de realisatie van deze natuurmaatregelen af van de voorheen gehanteerde strategie ter realisatie van natuuropgaves

d. Bent u het met het CDA eens dat u zoveel mogelijk het minnelijke traject van toepassing moet laten zijn

e. Treedt u samen met de waterschappen en de gemeentes vanaf het begin op als één overheid tijdens het realiseren van natuurprojecten in het kader van de PAS? Zo nee, waarom niet?

Het uitzetten van luchtwassers wordt nog wel eens gedaan, omdat deze installaties erg veel elektriciteit kosten. Het uitzetten van luchtwassers ondermijnt het draagvlak voor de agrarische boeren onder de burgers ontzettend en is niet eerlijk t.o.v. eerlijke, welwillende boeren. Het CDA vindt dan ook dat hier strak op gehandhaafd dient te worden

f. Wat is uw ambitie om volledig op afstand de luchtwassers van intensieve veehouderijen te monitoren? Kunt u daarbij s.v.p. een tijdspad en een percentage geven?

g. Leidt het op afstand monitoren van luchtwassers op den duur tot een kostenbesparing en een verbeterd naleefgedrag?

Wij verzoeken u om uw antwoorden per dossier ruim op tijd toe te sturen, voordat het betreffende dossier wordt geagendeerd voor een themavergadering en/of plenaire vergadering van Provinciale Staten. Bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ton Braspenning

1Op 4 april 2016: Statenmededeling Overzicht acties om gemeenten te stimuleren om hun rol in het transitieproces zorgvuldige veehouderij op te nemen. 4 april 2016: Statenmededeling Transitie zorgvuldige veehouderij: PvA slimmer en efficiënter toezicht. 4 april 2016: Resultaten zorgvuldige dialoog Verordening Ruimte (cq. de Bedrijfsdialoog in de veehouderij).

2Zie: MotieM2 Provinciale Staten 21 oktober 2016. Statenvoorstel 74/16: Methode Duisenberg, ingediend door CDA, VVD en PvdA (unaniem aangenomen).

3Zie: ‘Overheidsfinanciën voor dummies: het succes van ‘de Methode Duisenberg’, fd.nl dd. 14-08-2016: https://fd.nl/economie-politiek/1160974/overheidsfinancien-voor-dummies-het-succes-van-de-methode-duisenberg.

4Zie: Bijlage 1 Statenmededeling Resultaten actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet “De voorraad weggewerkt?”, behorende bij: rapport: “De voorraad weggewerkt?” Actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet, dd. 15-06-2016 van Berenschot. 1 juli 2016.

 

Themabijeenkomst: Het CDA en de agrarische sector

Op zaterdag 1 oktober a.s. houdt de CDA-afdeling Meierijstad een grote themabijeenkomst over Het CDA en de agrarische sector. Sprekers zijn Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik, Tweede Kamerlid Jaco Geurts, Statenlid Ton Braspenning en wethouder Jan Goijaarts. Zij vertellen elk op hun beurt wat het CDA voor de agrariër kan betekenen in respectievelijk Europa, Den Haag, de provincie Noord-Brabant én de nieuwe gemeente Meierijstad. […]