Berichten

Spreektekst Marcel Thijssen – Debat over de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant op 03/07

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant
(03-07-2020)

Voorzitter,

De provincie heeft de grote verantwoordelijkheid haar financiële middelen, het geld van de Brabanders, zorgvuldig te beheren en verstandig uit te geven. En aan ons Provinciale Staten om hierop toe te zien.

Als provincie verkeren we in de bijzondere positie dat we met subsidies kunnen bijdragen aan zaken die we belangrijk vinden, zoals kunst & cultuur, innovatie, leefbaarheid en natuur. Met andere woorden: aan al die zaken die voor Brabanders van belang zijn.

Aan hen zijn we tegelijkertijd verplicht om over ons subsidiebeleid, hún geld, duidelijke afspraken te maken en regels op te stellen. Die staan o.a. in de Algemene subsidieverordening en er ligt nu een voorstel om deze – voor de derde keer – te wijzigen. Het doel hiervan, zo lezen we, is vierledig: 1) onvolkomenheden herstellen, 2) bepalingen verduidelijken, 3) verplichtingen aanscherpen en 4) lastenvermindering bewerkstelligen. Alle vier kan het CDA onderschrijven.

Wat we als CDA belangrijk vinden:

  • dat toegekende subsidies zoveel mogelijk rechtstreeks bij de aanvragers terecht komen en zo min mogelijk opgaan in uitvoering en overhead;
  • dat subsidies niet alleen ten goede komen aan de ‘happy few’, maar aan een zo breed mogelijke doelgroep, in alle Brabantse regio’s;
  • dat misbruik en oneigenlijk gebruik worden voorkomen.

Drie punten die volgens ons essentieel zijn voor het draagvlak onder ons provinciale subsidiebeleid. En als de voorgestelde aanpassingen daaraan kunnen bijdragen, is dat goed en zullen wij die steunen.

Maar voorzitter, er is nog een vierde punt dat het CDA van belang vindt, namelijk dat medewerkers van instellingen die van de provincie subsidie ontvangen niet meer verdienen dan een minister. Dat is de zogeheten ‘Brabantnorm’, waarvan het CDA een van de geestelijk vaders is en die destijds kon rekenen op brede steun in deze Staten.

Die Brabantnorm willen we vasthouden in de verordening en daarom een amendement. Omdat we, uitgerekend in een tijd waarin veel Brabanders vechten voor hun baan of bedrijf en een financieel onzekere toekomst tegemoet gaan, een verkeerd signaal afgeven naar de maatschappij als we de Brabantnorm los zouden laten.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (3 juli 2020)

CDA: handhaaf de Brabantnorm

Het CDA wil dat de zogeheten ‘Brabantnorm’, die bepaalt dat medewerkers van instellingen die van de provincie subsidie ontvangen niet meer mogen verdienen dan een minister, gehandhaafd blijft.

Vandaag debatteert Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur, over een voorstel waarin het loslaten van de Brabantnorm een van de onderdelen is. Het betreft de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, waarin regels en afspraken staan voor het verstrekken van subsidies door de provincie.

Voorgesteld wordt om de Brabantnorm te schrappen en voortaan aan te sluiten bij de landelijke Wet normering van topinkomens (WNT). Het bezoldigingsmaximum van de WNT bedraagt momenteel € 201.000. Dat is fors meer dan het salaris van een minister waarop de Brabantnorm is geënt: € 170.910 in 2020.

Statenlid Marcel Thijssen, financieel woordvoerder namens het CDA: “In een tijd waarin veel Brabanders vechten voor hun baan of bedrijf en een financieel onzekere toekomst tegemoet gaan, geven we met het loslaten van de Brabantnorm en het verhogen van het salarisplafond voor medewerkers van gesubsidieerde instellingen een verkeerd signaal af.”

Samen met FvD wil het CDA daarom een amendement (wijzigingsvoorstel) indienen om de Brabantnorm vast te houden en in de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant te laten staan. Thijssen: “De Brabantnorm is in 2012 bedacht door toenmalig Statenlid Roland van Vugt en kon rekenen op brede steun in de Staten. We hopen dat dit nu weer het geval is.”

Spreektekst Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage I-2020 op 03/07

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage I-2020
(03-07-2020)

Voorzitter,

Om te beginnen wil ik de ambtelijke organisatie bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Altijd een heel karwei en voor ons Statenleden onmisbaar om onze controlerende taak goed te kunnen uitoefenen. En dat doen we vandaag, bij het bespreken van de bestuursrapportage.

Als CDA vinden wij het een goede ontwikkeling dat deze bestuursrapportage, anders dan in voorgaande jaren, veel meer een ‘afwijkingenrapportage’ is i.p.v. een ‘voortgangsrapportage’. Dat past bij het doel van de burap: vaststellen of Brabant qua begroting op koers ligt en of er moet worden bijgestuurd.

In dat kader wil ik allereerst stilstaan bij de actualiteit, want de coronacrisis blijft Brabant en de Brabanders hard raken. De effecten zijn dagelijks merkbaar, en zullen dat naar verwachting nog lange tijd blijven. Het is goed dat de provincie, in aanvulling op de sociaaleconomische noodpakketten van het Rijk, maatregelen heeft genomen ter ondersteuning van de Brabantse economie en onze culturele sector. Beide krijgen harde klappen. Graag ontvangen we van het college een update van de genomen provinciale corona-maatregelen, bijvoorbeeld over het beroep dat er op is gedaan. En kan de gedeputeerde ingaan op de gevolgen van corona voor onze provincie en voor de provinciebegroting? Zijn we voorbereid op een situatie van een tweede golf en mogelijk een weer strenger beleid? Liggen hier scenario’s voor klaar, om schokken in onze economie op te vangen en effecten te dempen? Graag een reactie.

Dan terug naar de burap, in het bijzonder naar de immunisatieportefeuille. Hiervan weten we dat als gevolg van de heel lage marktrente het toekomstig rendement zal teruglopen, en dat daarmee de jaarlijkse begrotingspost van € 122,5 miljoen onder druk staat. Het CDA vindt het begrijpelijk dat obligaties zijn verkocht om zo koerswinsten veilig te stellen, zeker in die gevallen waar het effectief rendement negatief was op het moment van verkoop van de obligaties. Tegelijkertijd stelt het ons wel voor een ‘herbeleggingsprobleem:’ vrijgevallen middelen kunnen niet meer worden herbelegd tegen aantrekkelijke rentes. Dat we op zoek gaan naar alternatieve mogelijkheden, vindt het CDA verstandig, maar we kijken op van het forse bedrag, € 800.000, dat hiervoor nodig is. De antwoorden op de technische vragen lichten een tipje van de sluier op, maar ook niet meer dan dat. Verzoek aan de gedeputeerde om een uitgebreidere toelichting hierop. Dat hoeft niet per se vandaag, ik kan mij zomaar voorstellen dat hij dat komende periode in de Commissie sturen en verantwoorden doet.

In het bestuursakkoord hebben we een ‘knelpuntenbuffer’ van minimaal € 18 miljoen opgenomen. In deze bestuursrapportage loopt de buffer op van € 31,2 miljoen naar € 42,1 miljoen. Er is dus ruimte voor invulling.

Wil het college deze ruimte reserveren om armslag te hebben voor corona-maatregelen of kunnen wij richting de begroting 2021 met bestedingssuggesties komen? Bij beide kunnen wij ons iets voorstellen, bijvoorbeeld in de vorm van verlichting voor het Brabantse mkb, en impulsen voor de toerisme-, evenementen- en cultuursector.

Over de cultuurmiddelen een vraag, voorzitter. We zien dat tenminste € 8,5 miljoen van de € 20,1 miljoen structurele middelen kosten betreffen voor uitvoeringsorganisaties als Kunstloc en Cubiss. Dat is 42% van het budget, dat naar uitvoering en overhead gaat en niet (rechtstreeks) naar cultuur. Het CDA vindt dat middelen voor cultuur zoveel mogelijk direct ten goede moeten komen aan cultuurmakers, zodat zij daarmee meer Brabanders kunnen bereiken en laten genieten van hun projecten en producties. Daarom de vraag hoe het college tegen deze uitvoeringskosten aankijkt, en of het mogelijkheden ziet om een efficiency- en effectiviteitsslag te maken?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage I-2020 (3 juli 2020)

Spreektekst Marcel Thijssen – Debat over de Provinciale Jaarstukken 2019 op 03/07

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Provinciale Jaarstukken 2019 
(03-07-2020)

Voorzitter,

Voor ons liggen de jaarstukken over 2019. We zien als resultaat een overschot van € 36,7 miljoen, dat grotendeels zit in de programma’s Ruimte (€ 22 miljoen) en Natuur (€ 18 miljoen).

Wanneer dit resultaat wordt gecorrigeerd voor incidentele waardevermeerderingen en -dalingen, blijft er een resultaat over van € 4,3 miljoen. Dat wijkt (slechts!) 0,6% af van de begroting, waar bij decentrale overheden dat percentage gemiddeld op 2-3% ligt. Complimenten dus aan het college. De afwijkingen van het werkelijk resultaat t.o.v. de begroting zitten hem met name in de balansposten, niet in de baten/lasten.

De werkelijke lasten, € 699 miljoen t.o.v. € 716 miljoen begroot, is een onderschrijding van 2,3%. Daar waar in verleden sprake was van (forse) onderbesteding, is dat in 2019 zeker niet het geval.

Kijkend naar het provinciaal ontwikkelbedrijf kunnen we constateren dat dit goed in elkaar zit, en risico’s voldoende zijn afgedekt. Uit de jaarstukken blijkt dat de kredietruimte de komende jaren oploopt: van € 87 miljoen in 2019 naar € 200 miljoen in 2027. Het uitvoeren van de onlangs vastgestelde bestuursopdracht over het terugdringen van het woningtekort vraagt om kredietruimte. Onze vraag daarbij is of de beschikbare kredietruimte voldoende is voor de uitvoering van de bestuursopdracht?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Provinciale Jaarstukken 2019 (3 juli 2020)

Schriftelijke vragen over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Thijssen en Marcel Deryckere over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea.

Geacht college,

Naar aanleiding van o.a. het bericht Zonder hulp overleeft Oorlogsmuseum in Overloon coronacrisis niet: ‘Het moet blijven’1in dagblad De Limburger d.d. 2 mei jl. en het bericht Oorlogsmuseum Overloon onmisbaar voor ons dorp2 op de website Overloon Nieuws d.d. 6 mei jl. hebben wij voor u de volgende vragen.

  1. Bent u bekend met de brief die de gemeente Boxmeer recent aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gestuurd over de financiële zorgen van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon, beter bekend als Oorlogsmuseum Overloon, als gevolg van de coronacrisis?
  2. Wat is uw reactie op deze brief?
  3. Bent u het met het CDA eens dat Oorlogsmuseum Overloon, als belevings- en erfgoedmuseum, van grote betekenis is voor o.a. het dorp Overloon, het Land van Cuijk en de provincie Noord-Brabant, wat in dit jaar van 75 jaar vrijheid, en bij het 75-jarig bestaan van het museum in 2021, extra tot uitdrukking komt?
  4. Acht u de situatie waarin Oorlogsmuseum Overloon zich momenteel bevindt exemplarisch voor die van veel andere kleine en (middel)grote musea in Brabant? Indien ja, welke signalen hebt u?
  5. Kunt u op een rijtje zetten voor welke steunmaatregelen Oorlogsmuseum Overloon, maar ook andere Brabantse musea, op dit moment in aanmerking zou kunnen komen? Bijvoorbeeld de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), voor musea met personeel in loondienst en tenminste 20% omzetverlies.
  6. Wanneer is het op 1 mei jl. aangekondigde plan, onderdeel van het Brabantse culturele steunpakket, dat onderbouwt welke culturele instellingen in Brabant voor hulp in aanmerking kunnen komen gereed3? Is hier nog steeds een bedrag van € 8 miljoen mee gemoeid, waarvan € 4 miljoen wordt opgebracht door de provincie Noord-Brabant en BrabantStad en € 4 miljoen door het Rijk?
  7. Kunt u herbevestigen dat dit provinciale geld ook buiten de grote Brabantse steden zal worden ingezet?
  8. Bent u bekend met de aangenomen motie-Von Martels/Schonis4, die de regering verzoekt om, in samenwerking met andere overheden, musea en andere culturele instellingen, te laten onderzoeken wat nodig is om de (naams)bekendheid van middelgrote en kleinere musea en andere culturele instellingen in Nederland te vergroten bij de buitenlandse toeristen, met name die uit de ons omringende landen en in de grensregio’s, waar kansen liggen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking tussen musea/instellingen en andere dagattracties?
  9. Deelt u de mening van het CDA dat de uitvoering van deze motie door de coronacrisis alleen maar belangrijker is geworden, bijvoorbeeld als het gaat om publieksbereik in de 1,5 meter-samenleving en het aanjagen van (binnenlands) toerisme op het moment dat de coronamaatregelen dat weer mogelijk maken? Indien ja, wilt u deze motie betrekken bij uw huidige en toekomstige beleid?
  10. Bent u op dit moment met Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea in gesprek? Indien niet, wilt u dit initiëren? Indien ja, wilt u die gesprekken periodiek voortzetten teneinde de Brabantse musea goed te kunnen vertegenwoordigen in Den Haag?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Thijssen en Marcel Deryckere

1 Zie https://www.limburger.nl/cnt/dmf20200502_00158780/zonder-oorlogsmuseum-is-overloon-overloon-niet-meer.

2 Zie https://www.overloonnieuws.nl/nieuws/439563_oorlogsmuseum-overloon-onmisbaar-voor-ons-dorp.

3 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/kunst-cultuur-en-erfgoed/2020/steunmaatregelen-corona-voor-cultuur-in-brabant.

4 Zie Kamerstuk nr. 26419-86.

Maiden speech Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage 2019 op 13/09

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage 2019 
(13-09-2019)

Voorzitter,

Vandaag mijn ‘maiden speech’, mijn eerste inbreng in deze Staten. Over de Bestuursrapportage 2019, ofwel het verloop van het huidige begrotingsjaar. Een technisch, maar vooral ook een heel menselijk onderwerp. Het gaat immers over de effecten van het beleid dat wij hier vaststellen: doet het wat het moet doen, en wat merken de Brabanders daarvan? Een belangrijk moment dus. Want voor het CDA is een samenleving méér dan alleen een winst- en verliesrekening, waar alleen het getal onder de streep telt. Het huishoudboekje van de provincie moet op orde zijn, maar bovenal telt de menselijke maat.

Dat past bij het CDA, en dat past ook bij mij. Ik ben geboren en getogen in het Land van Cuijk, een prachtige regio aan de rand van Brabant. Een regio waarin de invloed van de provincie duidelijk voelbaar is: of het nu gaat om de N264, de bestuurlijke toekomst van onze gemeenten, of de leefbaarheid op het platteland. Niet iedere inwoner zal daarin meteen de hand van de provincie vermoeden, dus zie ik het als mijn opdracht om die lijn tussen het Land van Cuijk en Den Bosch te verkorten, te verstevigen en nog beter zichtbaar te maken. Zoals het een goede volksvertegenwoordiger betaamt.

Voorzitter, tot zover deze persoonlijke bespiegelingen. Nu over naar de bestuursrapportage, waarbij ik allereerst de ambtelijke organisatie wil bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Het waren er veel, waaruit u mag afleiden dat we als CDA ‘kritisch enthousiast’ zijn.

En voorzitter, het eerste wat we ons afvragen, is welk doel deze bestuursrapportage nu eigenlijk dient. Is het een instrument, waarmee we het lopende jaar 2019 strak kunnen volgen én kijken wat er nog beter kan of beter moet? Of is de bestuursrapportage niets anders dan een uitgebreide onderbouwing voor de geldvraag die in de derde begrotingswijziging besloten ligt?

Als CDA hebben wij, net als denk ik alle fracties, al met een schuin oog naar 2020 gekeken en met genoegen vastgesteld dat de eerste acties uit het nieuwe bestuursakkoord al worden opgepakt. Kijken we naar de afwijkingen ten opzichte van de begroting, dan zien we dat het gaat om een bedrag van 63 miljoen euro. Dat is weliswaar gesaldeerd, maar bij veruit de meeste afwijkingen gaat het om administratieve of technische aanpassingen. Kortom, de echte relevante afwijkingen zijn zeer beperkt, slechts een fractie van de totale begroting, en dat is goed nieuws.

Voorzitter, met de uitspraak door de Raad van State over de PAS hebben we, ook hier in Brabant, een ‘gamechanger’ te pakken. Een uitspraak die ons dwingt om tijdens de wedstrijd de spelregels te herzien. Met grote impact, dat staat vast.

Want wat betekent dit voor onze infrastructurele projecten? Voor woningbouwprogramma’s? Voor de agrarische sector? Hoe gaan marktpartijen reageren? Eet de een de ander op om voor zichzelf ruimte te creëren? Tal van vragen die sterk leven bij onze fractie. We kijken dan ook uit naar het rapport van de commissie-Remkes en hebben daarbij een concrete vraag: hoe gaat het college straks om met de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Want onze provincie moet niet stil komen te staan: of het nu gaat om Brainport, Hart van Brabant, het Land van Heusden en Altena, de logistieke hotspot West-Brabant, of onze grensregio’s enz. Voorzitter, Brabant mag niet op slot.

Voorzitter, nog een laatste vraag hierover, waarvoor wij vanochtend tijdens de Rondvraag geen gelegenheid kregen: wat vindt de gedeputeerde van het voorstel van D66 om het stikstofvraagstuk op te lossen door de veestapel te halveren?

Voorzitter, dan het vergunningsbeleid in onze provincie. Zonder vergunning kan je niets, veel Brabanders zijn ervan afhankelijk voor hun dagelijkse boterham. Ondernemers bijvoorbeeld, o.a. in de agrarische sector. Het CDA vindt het logisch dat de termijn voor het indienen van een vergunning met drie maanden is opgeschoven, naar 1 april 2020. Tegelijkertijd hebben we ons zeer verbaasd over de uitlatingen van de gedeputeerde Landbouw in De Gelderlander deze zomer, waarin zij aangaf dat aanvragers van een vergunning hun gemeente maar meteen moeten verzoeken om hun aanvraag ‘onderop de stapel’ te leggen. Vanwaar dit advies, voorzitter? Dit lijkt wel de bevestiging dat die innovatieve stalsystemen, waarop ondernemers met smart zitten te wachten, er nog altijd niet zijn? Systemen die ondernemers helpen vanuit de bron te werk te gaan en niet noodgedwongen aan ‘symptoombestrijding’ te doen. Op een betaalbare manier. Voorzitter, wat bedoelt de gedeputeerde met het ‘onderop de stapel’ leggen van vergunningaanvragen? Wij gaan in Brabant toch voor de beste aanpak i.p.v. een snelle, halve aanpak?

Voorzitter, over vergunningen gesproken: het CDA is heel tevreden met de uitbreiding van de Wet Bibob, om vergunningen te kunnen weigeren of intrekken. Met als doel ondernemers te beschermen en criminelen aan te pakken. Daarnaast zijn we positief over het agenderen van de ‘weerbaarheid’ en ‘integriteit’ in de provinciale organisatie. We zien de noodzaak én toegevoegde waarde van de Dilemmatraining, die we na de verkiezingen hebben kunnen volgen. De nieuwe gedeputeerde Veiligheid heeft zijn kennismaking met de Taskforce RIEC achter de rug, dus we kijken uit naar zijn initiatieven om tot een nog effectievere samenwerking tussen de provincie en deze ‘antidrugseenheid’ te komen.

Voorzitter, in het nieuwe bestuursakkoord wordt een Actieplan Arbeidsmarkt aangekondigd. Is het college het met ons eens dat het hier niet alleen om de stad moet gaan, maar dat we ook de ‘randen’ van Brabant zeker niet moeten vergeten? U begrijpt: als inwoner van zo’n ‘randregio’ ben ik hier scherp op. Kijk bijvoorbeeld naar het tekort aan zorgverleners in het Land van Cuijk.

Tot slot, voorzitter. Het realiseren van het doelrendement (jaarlijks 122,5 miljoen euro voor de begroting uit het belegd vermogen) wordt steeds lastiger.

Dit komt door externe omstandigheden, namelijk de blijvend lage marktrente. De vraag is dan ook hoe hiermee om te gaan? Moeten we kost wat kost jaarlijks 122,5 miljoen in de begroting stoppen en vanaf volgend jaar hiervoor een reserve aanspreken, of is nu het moment aangebroken om tevreden te zijn met een lager bedrag dan die 122,5 miljoen? Die discussie wil het CDA graag een keer voeren. En tot hoe ver gaan we met het verstrekken van leningen, met hele lange looptijden, aan lagere overheden? Het krikt weliswaar het rendement voor de komende jaren op, maar de keerzijde is dat we met slecht renderende leningen zitten als de marktrente vroeg of laat begint op te lopen. Graag een reactie.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage 2019 (13 september 2019)

CDA Brabant op werkbezoek in Wanroij, Boekel en Mill

Het CDA Brabant brengt op vrijdag 8 februari a.s. een werkbezoek aan Wanroij, Boekel en Mill. Aan dit werkbezoek, georganiseerd door het CDA in het Land van Cuijk, nemen o.a. Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker), Marcel Thijssen (kandidaat-Statenlid, regio Land van Cuijk), Tanja van de Ven-Vogels (kandidaat-Statenlid, woordvoerder landbouw), Ankie de Hoon (zittend Statenlid, woordvoerder verkeer & vervoer) en Tom Berendsen (kandidaat-Europarlementariër) deel.

Het werkbezoek staat in het teken van de agrarische sector. Zo staan op het programma een kennismaking met een kringlooplandbouw-bedrijf, een bezoek aan een duurzame bloembollenteler én een ontmoeting met een gestopte rundveehouder.

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot:

“Wij zijn blij met de uitnodiging voor dit werkbezoek. In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Neem bijvoorbeeld het veehouderijbesluit uit 2017, dat de sector hard heeft geraakt. Van de ene op de andere dag moesten boeren zes jaar eerder dan afgesproken voldoen aan nieuwe milieueisen. Voor veel familiebedrijven een onmogelijke opgave en destijds voor het CDA reden om tegen het besluit te stemmen. Nu zijn we anderhalf jaar verder en worden de gevolgen van het besluit merkbaar. Over hoe dit uitpakt voor de agrarische ondernemers in het Land van Cuijk en aan de Peelrand, laten we ons graag ter plekke informeren.”

Het CDA is vóór duurzame landbouw, maar tegen onrealistische deadlines en negatieve effecten, zo schrijft de partij in haar verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart a.s. Blijken bijvoorbeeld de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen niet op tijd ontwikkeld en goedgekeurd te zijn, dan moet de provincie dat besluit wat het CDA betreft herzien.

Kandidaat-Statenlid Marcel Thijssen (CDA), afkomstig uit Cuijk:

“De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, voor het Land van Cuijk en de Peelregio. Net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Het werkbezoek start om 09.00u en duurt tot 14.30u. Om 13.30 uur is er een persmoment bij het voormalige rundveebedrijf van de familie Meulepas aan de Heufseweg 9 te Mill. Eenieder met belangstelling is uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn en de CDA-kandidaten beter te leren kennen.