Berichten

Maiden speech Jürgen Stoop – Debat over PIP “Oude Strijper Aa” op 13/12

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het provinciaal inpassingsplan “Oude Strijper Aa”
(13-12-2019)

Voorzitter,

Het is bijzonder om op de laatste Statendag van het jaar mijn maiden speech te mogen houden. Met als aandachtsgebieden water, natuur en de aanpak stikstof, komen al deze terreinen in het provinciaal inpassingsplan “Herinrichting Oude Strijper Aa” bij elkaar.

De Strijper Aa is namelijk onderdeel van het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Een gebied van in totaal 4.356 ha groot. Het gebied de Oude Strijper is waterrijk gebied en krijgt met dit inpassingsplan een echte natuurbestemming.

Omdat dit terrein voor mij nieuw is, ben ik in het beheerplan Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux gedoken. Voor mij is duidelijk geworden dat een Natura 2000-gebied bestaat uit uiteenlopende habitattypen, waar velerlei vogels hun leefruimte vinden. Uit de beantwoording van de technische vragen die de CDA-fractie samen met de VVD-fractie heeft ingediend, is duidelijk geworden dat er twee habitattypen relevant zijn voor het gebied Oude Strijper Aa: veenbossen en bossen op alluviale grond. Habitattypen die passen bij een gebied met veel water.

Uit het beheerplan van dit Natura 2000-gebied blijkt ook dat het stikstofprobleem, de depositieruimte en de verwachte daling van de depositieruimte binnen het gebied erg verschillend is. Zo is er in de Oude Strijper Aa geen stikstofprobleem, heeft dit gebied de maximaal mogelijke depositieruimte en is er in dit gebied een naar verwachting grote stikstofreductie. Voor dit natuurgebied speelt de stikstofproblematiek in ieder geval niet.

Wij vragen de gedeputeerde nadrukkelijk bij de gebiedsgerichte aanpak omtrent de stikstofaanpak rekening te houden met de diversiteit die er binnen een Natura 2000-gebied is en niet de buitengrenzen van de Natura 2000-gebieden als grens te hanteren. Het vraagt ook om en kritische blik of elk natuurgebied onderdeel moet uitmaken van een Natura 2000-gebied. Het CDA heeft bij het gebied de Oude Strijper Aa daarover wel vraagtekens. Het CDA zal zich de komende maanden in ieder geval extra gaan verdiepen in de andere beheerplannen van de Brabantse Natura 2000-gebieden om de gebiedsgerichte aanpak kritisch te kunnen volgen.

Een natuurgebied kan bijdragen aan het uitbreiden van het Natuurnetwerk Brabant, zonder dat het deel uitmaakt van een Natura 2000-gebied. Het doel van een Natura 2000-gebied is het beschermen van habitattypen en vogels. In het beheerplan is bijvoorbeeld terug te vinden dat vernatting van een gebied ook kan leiden tot bedreiging van het gebied waar bepaalde dieren leven en planten groeien. Daar dient goede aandacht voor te zijn. Het is niet terug te vinden of hiervan bij het gebied Ouder Strijper Aa sprake is.

Een problematiek die ook voor onze provincie speelt, is de kwaliteit van het water dat vanuit België Noord-Brabant binnenstroomt. In het beheerplan is aangegeven dat het water dat via het oppervlaktewater vanuit België onze provincie binnenstroomt, vervuild kan zijn en stikstof bevat. Er is sprake van lozingen vanuit de RWZI’s in België, die van invloed zijn op de waterstromen in Noord-Brabant. Lozingen van RWZI’s en riooloverstorten in Nederland en België vormen een knelpunt dat niet direct in het kader van dit beheerplan kan worden opgelost. Het CDA vraagt de gedeputeerde om hierover nadrukkelijk in overleg te blijven met onze zuiderburen.

Overigens zal het CDA dit provinciaal inpassingsplan wel steunen. Dit is ook in overeenstemming met de zienswijzen, waaruit geen bezwaren naar voren zijn gekomen. De antwoorden van uw college zijn helder en kunnen wij onderschrijven. Het provinciaal inpassingsplan is erop gericht de natuur in het gebied van de Oude Strijper Aa te herstellen. In dit gebied gaat het er voornamelijk om de waterkwantiteit en waterkwaliteit te verbeteren.

Het draagt bij aan vernatting, hetgeen tijdens twee zomers met extreme warmte en droogte heel belangrijk is. Het CDA gaat ervan uit dat een betere doorstroming van dit gebied zorgt voor ontzuring van het grondwater en het terugdringen van de zinkconcentraties die vijf tot tien maal de saneringsnorm overschrijden. Wij horen graag van de gedeputeerde dat dit het geval is.

Dit provinciaal inpassingsplan is onlosmakelijk verbonden met het PPWW over dit gebied van Waterschap De Dommel. Alle benodigde maatregelen voor dit gebied betreffen de waterhuishouding. Het pakket aan maatregelen dat in het PPWW is beschreven, ziet er gedegen uit. Het CDA zal de uitvoering van deze maatregelen en de effecten die dit heeft op dit gebied nadrukkelijk blijven volgen.

Dit was mijn bijdrage in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ”Herinrichting Oude Strijper Aa” (13 december 2019)

Maiden speech Coen Hendriks – Debat over Windpark Karolinapolder op 26/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsverordening Windpark Karolinapolder, te Steenbergen
(26-10-2019)

Voorzitter,

Ondanks mijn ervaring als raadslid in het prachtige Meierijstad, went het maar moeizaam: politieke processen duren lang, soms te lang wat mij betreft. Dat ligt ongetwijfeld ook aan mijzelf, want ik ben een vrij ongeduldig type. Als ondernemer bedenk je ’s ochtends iets, en voer je het ’s middags uit. Als raadslid moet je soms weken wachten op een beetje resultaat, als Statenlid maanden, als Kamerlid jaren. U zou zich kunnen afvragen waarom ik, dit wetende, in hemelsnaam de politiek in ben gegaan. Simpel: een uit de hand gelopen hobby. De een steekt zijn vrije tijd in sport, een vereniging of zorg voor anderen, en Brabant telt gelukkig héél veel van deze mensen, de ander probeert op een andere manier onze provincie nog mooier te maken. Bijvoorbeeld als volksvertegenwoordiger, in mijn geval als één van de vijfenvijftig mensen die de toekomst van Brabant mee vorm mag geven. Een groot voorrecht.

En behalve een voorrecht vind ik het op het eerste plaats leuk én belangrijk om vanuit deze functie iets voor anderen te kunnen betekenen. Samen met een geweldig team, genaamd CDA Brabant. In de komende tijd komen er diverse grote vraagstukken op ons af, zoals klimaatverandering, de vergrijzende samenleving, de overstap naar hernieuwbare energie, het nijpende tekort aan woningen en de verduurzaming van de landbouw. Dat ik deel uitmaak van de generatie die op deze onderwerpen Brabant een beslissende wending mag geven, is geweldig.

Over (te) lang durende politieke processen gesproken: Windpark Karolinapolder, waarover wij vandaag spreken, is er zo een, een project dat al vanaf 2011 loopt. Acht jaar geleden heeft de Regio West-Brabant een bod windenergie aan de provincie uitgebracht, waarbij ook de gemeente Steenbergen heeft aangegeven een aandeel te leveren. In dit bod staat dat de West-Brabant 200 MW aan opgesteld vermogen windenergie gaat realiseren, waarvan minimaal 9,6 en maximaal 21,6 MW moet worden aangevuld door opschaling van het bestaande windpark Karolinadijk. Het huidige park bestaat al vanaf 1997 en staat aan de dijk langs het Volkerak in Dinteloord, het bestaat uit 4 turbines met een tiphoogte van 77 meter.

Een kleine reconstructie. Om deze opschaling mogelijk te maken:

  • heeft energiebedrijf Innogy op 5 februari 2018 een verzoek ingediend voor een omgevingsvergunning;
  • heeft de gemeente Steenbergen op 17 april 2018 een ontwerp-omgevingsvergunning gepubliceerd;
  • heeft de Steenbergse gemeenteraad op 31 mei 2018 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven;
  • hebben ontwerpvergunning én het voornemen voor een verklaring van geen bedenkingen van 7 juni tot 19 juli 2018 ter inzage gelegen.

Om voor de gemeente Steenbergen moverende redenen is behandeling van het omgevingsvergunning herhaaldelijk uitgesteld (14 augustus 2018 → 15 januari 2019 → 21 maart 2019), wat ertoe heeft geleid dat de wettelijke besluitvormingstermijn van 26 weken ruimschoots is overschreden. Hierom, en a.g.v. de val van het Steenbergse college, een nieuw raadsakkoord en nieuwe randvoorwaarden, zijn gemeente en provincie, het coördinerend bevoegd gezag voor besluitvorming over windprojecten, in overleg gegaan.

Wij begrijpen dat de provincie de gemeente Steenbergen de gelegenheid heeft geboden om met een alternatief, door de gemeenteraad gedragen plan te komen, waarvan de deadline eerst 1 juli jl. was en vervolgens, na een verzoek om uitstel, 15 augustus jl. Uiteindelijk heeft Steenbergse gemeentebestuur in het bestuurlijk overleg op 14 augustus jl. uitgesproken geen mogelijkheden te zien om binnen de randvoorwaarden van het nieuwe raadsakkoord een alternatief plan te ontwikkelen. Kan de gedeputeerde bevestigen dat deze reconstructie juist is, en door alle betrokken partijen wordt onderschreven?

Het CDA vindt het buitengewoon jammer, voor alle betrokken partijen, dat het niet is gelukt om tot een plan te komen dat past binnen de eigen, door Steenbergen zélf geformuleerde randvoorwaarden. Te meer daar wij zeer hechten aan wat heet ‘subsidiariteit’: regel lokaal wat lokaal kan, want dát staat het dichtste bij inwoners. En de gemeente Steenbergen heeft daartoe ook alle ruimte en coulance gekregen, maken wij op uit de stukken. Dat afspraken dan toch keer op niet keer niet worden nagekomen, het proces alsmaar wordt vertraagd en besluitvorming steeds uitgesteld, komt de kracht van het lokaal bestuur niet ten goede. Zo kan je niet samenwerken, zo kan je geen besluiten nemen. Dat rechtvaardigt in onze ogen het ingrijpen van de provincie, en het overnemen van de vergunningsprocedure van de gemeente (een bevoegdheid waar de provincie aanvankelijk van af wilde zien, wat wij in het kader van subsidiariteit positief vinden).

De provincie heeft dit besluit op 10 september jl. genomen. Klopt het dat de gemeente Steenbergen hiervan pas op 12 september formeel op de hoogte is gesteld, terwijl er op 11 september jl. al een persconferentie heeft plaatsgehad? Dat zouden wij namelijk niet heel chique vinden.

De voorgeschiedenis kennende en alles afwegende kan het CDA meegaan in het voorstel dat vandaag voorligt. Omdat:

  • je een beslissing niet kunt blijven uitstellen;
  • de aanvraag door Innogy een net proces heeft doorlopen.
  • provincies en gemeenten hun afspraken met het Rijk moeten nakomen v.w.b. het realiseren van Wind op Land.
  • goede sociale randvoorwaarden lijken te zijn geborgd;
  • er sprake was van goede afspraken over ‘stilstandvoorzieningen’.

Een laatste vraag: hoe ver zijn de overige gemeenten in West-Brabant met hun bijdrage aan de provinciale (wind)energieopgave?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Windpark Karolinapolder (26 oktober 2019)

Maiden speech Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage 2019 op 13/09

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage 2019 
(13-09-2019)

Voorzitter,

Vandaag mijn ‘maiden speech’, mijn eerste inbreng in deze Staten. Over de Bestuursrapportage 2019, ofwel het verloop van het huidige begrotingsjaar. Een technisch, maar vooral ook een heel menselijk onderwerp. Het gaat immers over de effecten van het beleid dat wij hier vaststellen: doet het wat het moet doen, en wat merken de Brabanders daarvan? Een belangrijk moment dus. Want voor het CDA is een samenleving méér dan alleen een winst- en verliesrekening, waar alleen het getal onder de streep telt. Het huishoudboekje van de provincie moet op orde zijn, maar bovenal telt de menselijke maat.

Dat past bij het CDA, en dat past ook bij mij. Ik ben geboren en getogen in het Land van Cuijk, een prachtige regio aan de rand van Brabant. Een regio waarin de invloed van de provincie duidelijk voelbaar is: of het nu gaat om de N264, de bestuurlijke toekomst van onze gemeenten, of de leefbaarheid op het platteland. Niet iedere inwoner zal daarin meteen de hand van de provincie vermoeden, dus zie ik het als mijn opdracht om die lijn tussen het Land van Cuijk en Den Bosch te verkorten, te verstevigen en nog beter zichtbaar te maken. Zoals het een goede volksvertegenwoordiger betaamt.

Voorzitter, tot zover deze persoonlijke bespiegelingen. Nu over naar de bestuursrapportage, waarbij ik allereerst de ambtelijke organisatie wil bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Het waren er veel, waaruit u mag afleiden dat we als CDA ‘kritisch enthousiast’ zijn.

En voorzitter, het eerste wat we ons afvragen, is welk doel deze bestuursrapportage nu eigenlijk dient. Is het een instrument, waarmee we het lopende jaar 2019 strak kunnen volgen én kijken wat er nog beter kan of beter moet? Of is de bestuursrapportage niets anders dan een uitgebreide onderbouwing voor de geldvraag die in de derde begrotingswijziging besloten ligt?

Als CDA hebben wij, net als denk ik alle fracties, al met een schuin oog naar 2020 gekeken en met genoegen vastgesteld dat de eerste acties uit het nieuwe bestuursakkoord al worden opgepakt. Kijken we naar de afwijkingen ten opzichte van de begroting, dan zien we dat het gaat om een bedrag van 63 miljoen euro. Dat is weliswaar gesaldeerd, maar bij veruit de meeste afwijkingen gaat het om administratieve of technische aanpassingen. Kortom, de echte relevante afwijkingen zijn zeer beperkt, slechts een fractie van de totale begroting, en dat is goed nieuws.

Voorzitter, met de uitspraak door de Raad van State over de PAS hebben we, ook hier in Brabant, een ‘gamechanger’ te pakken. Een uitspraak die ons dwingt om tijdens de wedstrijd de spelregels te herzien. Met grote impact, dat staat vast.

Want wat betekent dit voor onze infrastructurele projecten? Voor woningbouwprogramma’s? Voor de agrarische sector? Hoe gaan marktpartijen reageren? Eet de een de ander op om voor zichzelf ruimte te creëren? Tal van vragen die sterk leven bij onze fractie. We kijken dan ook uit naar het rapport van de commissie-Remkes en hebben daarbij een concrete vraag: hoe gaat het college straks om met de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Want onze provincie moet niet stil komen te staan: of het nu gaat om Brainport, Hart van Brabant, het Land van Heusden en Altena, de logistieke hotspot West-Brabant, of onze grensregio’s enz. Voorzitter, Brabant mag niet op slot.

Voorzitter, nog een laatste vraag hierover, waarvoor wij vanochtend tijdens de Rondvraag geen gelegenheid kregen: wat vindt de gedeputeerde van het voorstel van D66 om het stikstofvraagstuk op te lossen door de veestapel te halveren?

Voorzitter, dan het vergunningsbeleid in onze provincie. Zonder vergunning kan je niets, veel Brabanders zijn ervan afhankelijk voor hun dagelijkse boterham. Ondernemers bijvoorbeeld, o.a. in de agrarische sector. Het CDA vindt het logisch dat de termijn voor het indienen van een vergunning met drie maanden is opgeschoven, naar 1 april 2020. Tegelijkertijd hebben we ons zeer verbaasd over de uitlatingen van de gedeputeerde Landbouw in De Gelderlander deze zomer, waarin zij aangaf dat aanvragers van een vergunning hun gemeente maar meteen moeten verzoeken om hun aanvraag ‘onderop de stapel’ te leggen. Vanwaar dit advies, voorzitter? Dit lijkt wel de bevestiging dat die innovatieve stalsystemen, waarop ondernemers met smart zitten te wachten, er nog altijd niet zijn? Systemen die ondernemers helpen vanuit de bron te werk te gaan en niet noodgedwongen aan ‘symptoombestrijding’ te doen. Op een betaalbare manier. Voorzitter, wat bedoelt de gedeputeerde met het ‘onderop de stapel’ leggen van vergunningaanvragen? Wij gaan in Brabant toch voor de beste aanpak i.p.v. een snelle, halve aanpak?

Voorzitter, over vergunningen gesproken: het CDA is heel tevreden met de uitbreiding van de Wet Bibob, om vergunningen te kunnen weigeren of intrekken. Met als doel ondernemers te beschermen en criminelen aan te pakken. Daarnaast zijn we positief over het agenderen van de ‘weerbaarheid’ en ‘integriteit’ in de provinciale organisatie. We zien de noodzaak én toegevoegde waarde van de Dilemmatraining, die we na de verkiezingen hebben kunnen volgen. De nieuwe gedeputeerde Veiligheid heeft zijn kennismaking met de Taskforce RIEC achter de rug, dus we kijken uit naar zijn initiatieven om tot een nog effectievere samenwerking tussen de provincie en deze ‘antidrugseenheid’ te komen.

Voorzitter, in het nieuwe bestuursakkoord wordt een Actieplan Arbeidsmarkt aangekondigd. Is het college het met ons eens dat het hier niet alleen om de stad moet gaan, maar dat we ook de ‘randen’ van Brabant zeker niet moeten vergeten? U begrijpt: als inwoner van zo’n ‘randregio’ ben ik hier scherp op. Kijk bijvoorbeeld naar het tekort aan zorgverleners in het Land van Cuijk.

Tot slot, voorzitter. Het realiseren van het doelrendement (jaarlijks 122,5 miljoen euro voor de begroting uit het belegd vermogen) wordt steeds lastiger.

Dit komt door externe omstandigheden, namelijk de blijvend lage marktrente. De vraag is dan ook hoe hiermee om te gaan? Moeten we kost wat kost jaarlijks 122,5 miljoen in de begroting stoppen en vanaf volgend jaar hiervoor een reserve aanspreken, of is nu het moment aangebroken om tevreden te zijn met een lager bedrag dan die 122,5 miljoen? Die discussie wil het CDA graag een keer voeren. En tot hoe ver gaan we met het verstrekken van leningen, met hele lange looptijden, aan lagere overheden? Het krikt weliswaar het rendement voor de komende jaren op, maar de keerzijde is dat we met slecht renderende leningen zitten als de marktrente vroeg of laat begint op te lopen. Graag een reactie.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage 2019 (13 september 2019)