Berichten

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over klimaatadaptie en verdroging op 19/06

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de visie klimaatadaptatie, inclusief uitwerking bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’
(19-06-2020)

Voorzitter,

We hebben de afgelopen jaren veel droogte gekend en ook dit jaar dreigt een van de droogste jaren ooit te worden, met alle gevolgen van dien. Het heeft consequenties voor zowel de kwaliteit als de kwaliteit van het grondwater.

Daarnaast krijgen we steeds vaker te maken met meer overlast van water, omdat het hemelwater weliswaar minder vaak valt, maar als het valt vaak met enorme hoeveelheden, waar ons afwaterings- en waterbergingssysteem onvoldoende is om dit te kunnen verwerken en water vast te kunnen houden. Dat hebben we ook de afgelopen week mogen ervaren. Deze wateroverlast speelt vooral in de steden, waar de verstening ervoor heeft gezorgd dat het water niet goed weg kan.

Een derde bedreiging vormt het hoge water. De stijgende zeespiegel zorgt ervoor dat onze bescherming tegen hoogwater onder druk komt te staan en ook weer de zoetwatervoorziening onder druk zet.

Deze drie problematieken hebben een nauwe verbondenheid met elkaar. Bovendien worden de natuur, burgers en ondernemers door deze problematieken getroffen. Het valt moeilijk te ontkennen dat de oorzaak ligt in de veranderingen in het klimaat. We kunnen dit niet alleen en hebben veel partners nodig om de strijd met het water op alle genoemde vlakken aan te kunnen gaan. We kijken als CDA-fractie belangstellend uit naar het programma Water en Bodem 2022-2027.

Door de verdroging in de natte natuurparels op te heffen, snijdt het mes aan meerdere kanten. Er is sprake van natuurherstel, de verbetering van de kwaliteit van bodem en water, maar er wordt tevens een natuurlijke oplossing geboden voor de verdrogingsproblematiek en de problematiek van wateroverlast. Wij verzoeken uw college wel om slim gebruik te maken van de middelen die ook ten behoeve van andere opgaven beschikbaar worden gesteld en de opgaven in samenhang met elkaar aan te pakken.

Uit het voorstel blijkt dat de benodigde financiële middelen vanuit de provincie onvoldoende zijn om de water- en bodemopgave te kunnen financieren en cofinanciering noodzakelijk is. Wij hebben begrepen dat de waterschappen het tegengaan van verdroging als prioriteit zien. Er is ook aangegeven dat het achterblijven van cofinanciering door derden een risico is. Wij verzoeken de gedeputeerde ons regelmatig te informeren over de te maken afspraken over de cofinanciering van derden.

In het voorstel wordt aangegeven het gebrek aan draagvlak ten aanzien van de realisatie van natte natuurparels, waardoor de maatregelen niet in volle omvang gerealiseerd kunnen worden. Wij maken uit dit voorstel, maar ook uit de jaarrekening 2019 en de bestuurlijke rapportage van het eerste kwartaal op, dat hier nu al sprake van is. De grote vraag is of de daarmee opgelopen achterstand moeilijk in te halen is, met het gevaar dat we het grond- en oppervlaktewater in 2027 niet op orde hebben en niet zal worden voldaan aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Graag horen wij van de gedeputeerde hoe hij hiertegen aankijkt en wat de consequenties zijn als deze termijn niet wordt gehaald.

Voorzitter, de CDA-fractie zal instemmen met de visie klimaatadaptatie en de uitwerking van de bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ om de voor deze aanpak gereserveerde middelen voor deze bestuursperiode beschikbaar te stellen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop visie klimaatadaptatie (19 juni 2020)

Spreektekst John Bankers – Debat over de veiligheid in Brabant op 19/06

Spreektekst1 John Bankers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ en de begrotingswijziging bestuursakkoordmiddelen ‘Bestuur en Veiligheid’
(19-06-2020)

Voorzitter,

Het is één van de kerntaken van de overheid om inwoners een veilige leefomgeving te bieden. In dat verband is ondermijnende criminaliteit door de jaren heen een steeds groter sociaal-maatschappelijk vraagstuk geworden. De boven- en onderwereld raken in steden, dorpen, wijken en buurten met elkaar verstrikt. Onder onze ogen en niet in de laatste plaats in onze provincie. De georganiseerde criminaliteit vindt in de geografische ligging van Noord-Brabant en de Brabantse mentaliteit van ‘ons kent ons’ helaas een goede voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten. Wegkijken van deze problematiek biedt geen oplossing. Het onderwerp adresseren en aanpakken wel.

Met het vaststellen van de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ onderkennen wij als Brabantse politiek niet alleen het probleem, maar leveren wij de komende jaren ook een actieve bijdrage in de aanpak van ondermijning en dus ook in het leefbaar houden van onze provincie. De voorbije jaren zijn belangrijke stappen gezet in de strijd tegen ondermijning met bijvoorbeeld de Taskforce-RIEC en Samen Sterk in Brabant. In deze bestuursopdracht wordt terecht ingezet op voortzetting en intensivering van deze initiatieven.

Een essentieel element in deze bestuursopdracht is het bepalen van de positie van de provincie Noord-Brabant rondom ondermijning. De Rijksoverheid en gemeenten zijn primair aan zet om de openbare orde en veiligheid te borgen. Terecht wordt er door onze provincie gezocht naar een dienende rol ten opzichte van die andere overheden en instanties: coördineren, faciliteren, stimuleren en aanjagen. Ondermijning wordt pas effectief aangepakt, als er duidelijkheid is over een ieders rol. We moeten elkaar aanvullen en niet in de weg lopen.

Hoewel de CDA-fractie zich op hoofdlijnen kan vinden in de bestuursopdracht, plaatsen wij enkele kanttekeningen of aandachtspunten bij dit document:

  1. Concretisering. De bestuursopdracht staat vol met goede voornemens, maar uiteindelijk vraagt het probleem ondermijning om een concretere aanpak. De bestuursopdracht mag geen papieren tijger worden, maar moet de aanzet zijn tot versteviging van de rol van de provincie bij dit vraagstuk. Vragen aan de gedeputeerde: op welke wijze wilt u Provinciale Staten meenemen in de concretisering van deze bestuursopdracht? Binnen welke termijn denkt u deze concretisering gereed te kunnen hebben?
  1. Bewustwording. We moeten iets niet normaal gaan vinden, wat niet normaal is. Ondermijning begint vaak klein met de ‘foute’ sponsor van de voetbalclub of het verhuren van een schuurtje aan een bekende, maar kan uiteindelijk grote gevolgen hebben voor de veiligheid van inwoners en het functioneren van het openbaar bestuur. In de Brabantse samenleving moet er meer bewustwording komen rondom ondermijning. In onze optiek mag de provincie hier nadrukkelijker op inzetten middels campagnes al dan niet in samenwerking met bijvoorbeeld Brabantse gemeenten.
  1. Grensoverschrijdende samenwerking. Bij de begrotingsbehandeling eind 2019 is unaniem een motie aangenomen, motie M102-2019, waarin Gedeputeerde Staten wordt opgeroepen om in de bestuursopdracht met concrete voorstellen te komen aangaande grensoverschrijdende samenwerking. Criminelen laten zich niet tegenhouden door een provincie- of landsgrens: de samenwerking met de provincie Limburg moet intensiever worden, in zowel de regio Eindhoven, Midden- en West-Brabant opereren en profiteren criminele organisaties van het grensgebied. Hoewel samenwerking met andere overheden, zeker internationaal, ingewikkeld kan zijn, willen wij de gedeputeerde vragen om hier werk van te maken. De provincie Noord-Brabant kan hier van toegevoegde waarde zijn voor veel grensgemeenten en andere overheden, juist vanwege onze langere betrokkenheid bij dit thema. Vraag aan de gedeputeerde: gaat u werk maken van dit thema en zo ja op welke manier?
  1. Bestuurlijk leiderschap. Dit sociaal-maatschappelijke vraagstuk, waarin veiligheid en sociale aspecten bij elkaar komen, valt of staat met bestuurlijk leiderschap. Onze Commissaris van de Koning vervult al jaren een voorbeeldfunctie als het gaat om het bespreekbaar maken van ondermijnende criminaliteit of in de lobby naar andere overheden. Bij een provinciale overheid die coördineert, faciliteert, stimuleert en aanjaagt, past een bestuurder of bestuurders, die dit thema hoog op de (politieke) agenda blijven zetten. Zowel intern binnen de provinciale organisatie als extern in de richting van andere overheden en instellingen. Blijf dit doen, maak het thema bespreekbaar, neem de verantwoordelijkheid die past bij de aard en omvang van dit probleem in onze provincie.

Tot slot. Naast het vaststellen van de bestuursopdracht ‘Veilig en weerbaar Brabant’ wordt ons gevraagd om de begrotingswijziging vast te stellen ten laste van de ‘bestuursakkoordmiddelen Bestuur en Veiligheid’ voor de periode 2020-2023. Het gaat daarbij ook om € 2.500.000 voor de extra ambities op het gebied van verkeersveiligheid. De CDA-fractie kan hier kort over zijn. Onze provincie heeft op dit vlak al jaren een hoog ambitieniveau. Gelet op het betreurenswaardig hoge aantal dodelijke verkeerslachtoffers in Brabant de voorbije jaren is dat in onze optiek ook terecht. Het rijgedrag van automobilisten veranderen we niet van de ene op de andere dag en bij sommige automobilisten wellicht nooit, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om ook hier voor de veiligheid van Brabanders op te komen.

Voorzitter, wij kunnen instemmen met beide beslispunten in dit Statenvoorstel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst John Bankers veiligheid (19 juni 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 op 15/05

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 
(15-05-2020)

Voorzitter,

Onze fractie heeft weloverwogen gekozen voor deze nieuwe coalitie en is verheugd met de totstandkoming daarvan. Er ligt een evenwichtig en realistisch bestuursakkoord en er staat een kundige ploeg kandidaat-gedeputeerden klaar om hier vol energie mee aan de slag te gaan. Dat neemt niet weg dat er onder onze leden ook zorgen leven aangaande deze samenwerking. Daar wil ik graag bij stilstaan.

Want als fractie begrijpen wij deze zorgen. En laat ik helder zijn. Binnen deze nieuwe coalitie zal het CDA blijven staan voor haar eigen kernwaarden en beginselen. Deze kernwaarden liggen ook aan het bestuursakkoord ten grondslag. Wij zullen waken over een weerbare, representatieve en inclusieve democratie, waar mensen worden gerespecteerd om wie ze zijn en wat ze doen. Waarin ook de rechterlijke macht wordt gerespecteerd en haar uitspraken worden nageleefd. In dit alles maken wij geen onderscheid en behandelen we iedereen gelijk, net zoals dat wij geen onderscheid maken in met wie wij samenwerken, dat doen wij in beginsel met iedereen. Dus ook met de Europese Unie, die al op vele manieren is verbonden met de provincie. Door met iedereen samen te werken, kunnen we op weg naar een duurzame toekomst voor Brabant.

En daarbij gaan wij uit van onze uitgangspunten: rentmeesterschap voor een gezonde, leefbare aarde, solidariteit met hen die dat nodig hebben, gerechtigdheid voor iedereen op gelijke basis en gespreide verantwoordelijkheid omdat we het samen moeten doen. Dat vinden wij normaal voor een leefbare, verbindende samenleving. Brabant mag er op rekenen dat wij ons hiervoor in zullen zetten en dat zullen bewaken, omdat ook wij vinden dat we niet normaal moeten maken wat niet normaal is. Daar mag iedereen ons op aanspreken.

Voor onze fractie is dit bestuursakkoord de basis voor een nieuwe start. Waarbij we behouden wat goed is, en veranderen waar nodig. Door andere accenten te zetten hopen we méér draagvlak en méér realisme onder en in het Brabantse beleid te krijgen.

Waarbij we ons ervan bewust zijn dat het mandaat van deze coalitie drie jaar is, maar we nadrukkelijk vooruit blijven kijken naar het Brabant van 2030, het Brabant dat we willen doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen, het kompas waarop wij als CDA altijd zullen blijven varen. Door nu slimme keuzes te maken, voorkomen we dat onze opvolgers straks pijnlijke besluiten moeten nemen. Daarbij past een behoedzaam uitgavenpatroon, omdat we als provincie minder geld kunnen uitgeven dan tien jaar geleden. Dat is geen gemakkelijke boodschap, maar wel een eerlijke.

Naast realisme zien wij draagvlak als een belangrijk uitgangspunt van deze coalitie. Oftewel: minder ieder voor zich en meer samen. Want alleen ren je sneller, maar samen kom je verder. Die geest zit ook in dit bestuursakkoord. Landbouw en natuur zijn geen vijanden, maar bondgenoten die elkaar nodig hebben en elkaar helpen. Stad en platteland zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het is diezelfde gezamenlijkheid waarin VVD, Forum, CDA en Lokaal Brabant elkaar in de afgelopen maanden hebben gevonden. Omdat we alle vier vinden dat Brabant een stabiel bestuur verdient. En we, samen met alle partijen in deze Staten, de schouders willen zetten onder de grote vraagstukken waar onze provincie voor staat.

Hoe houden we Brabant ondernemend, innovatief en bereikbaar? Hoe houden we Brabant leefbaar en gezond? Hoe houden we Brabant veilig en een fijne plek om op te groeien en oud te worden? Het CDA is blij in dit bestuursakkoord, nog meer dan in het vorige, veel antwoorden op deze vragen terug te zien. Waarbij we onverminderd ambitieus blijven, maar tegelijkertijd kiezen voor een realistisch tempo van te nemen maatregelen. Ik loop er graag een aantal met u langs.

Op de eerste plaats: leefbaarheid. Brabant groeit, vergroent én vergrijst, en dus blijven we nieuwe woningen bouwen, 10.000 per jaar, voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen, zowel in de stad als in onze dorpen. Tegelijkertijd verbeteren we, samen met gemeentes, de bereikbaarheid van en ín onze provincie, over de weg én met het openbaar vervoer, want Brabant mag niet stil komen te staan. De N389, N65 en N279 stonden al lang op de wensenlijstjes van veel Brabanders én op die van het CDA. We omarmen de inzet voor het, in onze ogen, nog steeds ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder en hopen dat we deze periode een knoop kunnen doorhakken over een definitieve bereikbaarheidsoplossing voor de Brainportregio. Van onderop, met inwoners en gemeenten, en mét draagvlak. Omdat we vinden dat iedere Brabander aan de Brabantse samenleving moet kunnen meedoen, pakken we laaggeletterdheid aan en versterken we de digitale vaardigheden van onze inwoners. En hebben we bijzondere aandacht voor de positie van onze ouderen, door per beleidsterrein te kijken wat voor hen van belang is. Zoals betrouwbaar openbaar vervoer, geschikte woonvormen, en hulp bij het vinden van passend werk.

Op de tweede plaats: veiligheid. Je veilig voelen begint in je eigen omgeving, bijvoorbeeld door altijd en overal alarmnummer 112 te kunnen bellen. Helaas is dat niet overal in onze provincie vanzelfsprekend, vraagt u maar eens aan de inwoners van Olland. Des te urgenter dat de provincie haar lobbykracht richting Den Haag hiervoor gaat inzetten. Wat niet normaal is, mag niet normaal worden. Voorwaar de reden om ons als CDA te blijven verzetten tegen het gebruik én de productie van drugs, waar Brabant helaas nog steeds koploper in is.

De teller stond vorig jaar op 25 drugslabs, 38 opslaglocaties en 90 dumpingen van drugsafval. Een omvangrijk probleem, en een bedreiging voor mens en natuur. We zijn echter hoopvol gestemd, omdat we verder kunnen gaan met waar de vorige coalitie mee is begonnen, met de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit én de 15 miljoen euro die hiervoor beschikbaar komt. Bedoeld voor organisaties als de Taskforce-RIEC Brabant Zeeland en Samen Sterk in Brabant, die heel belangrijk werk doen. We verwelkomen daarbij de inzet van nieuwe, innovatieve en slimme middelen, zoals de inzet van cameratoezicht in het buitengebied, waarvoor we als CDA herhaaldelijk hebben gepleit.

Op de derde plaats: landbouw én natuur, want ik zei het al eerder: die twee zijn bondgenoten en gaan in dit akkoord hand in hand. Brabant wordt groener, want we maken een begin met het planten van 40 miljoen bomen en er wordt 4.500 ha. natuur gerealiseerd. En Brabant wordt realistischer, want we actualiseren de Brabantse stikstofaanpak, met draagvlak en een reëel tempo als pijlers voor het halen van onze stikstofdoelen. In dat kader schuift de datum waarop agrariërs moeten voldoen aan de nieuwe stikstofregels op van 2022 naar 2024, met uitstel voor bedrijven waarvoor nog onvoldoende innovatieve stalsystemen op de markt zijn. Een datum die we voorzien van een ‘schil’ van realisme, bestaande uit maatregelen die ondernemers helpen de juiste keuzes te maken.

Leefbaarheid, veiligheid, landbouw én natuur, voor het CDA drie belangrijke groene draden door dit bestuursakkoord. Herkenbaar, voor de Brabanders, en herleidbaar, naar het CDA-verkiezingsprogramma. Een vierde belangrijk thema wil ik daarbij niet onbenoemd laten: cultuur. Want net als de vorige coalitie investeert óók deze coalitie substantieel in cultuur, sport en erfgoed, in drie jaar tijd bijna 200 miljoen euro. Vanaf 2023 gaat daar jaarlijks 7 miljoen euro af, omdat de provincie haar uitgavenpatroon moet matigen om in de toekomst niet nog meer te hoeven bezuinigen. Waar die 7 miljoen euro moet worden gevonden, gaat nog worden uitgewerkt. Als het aan het CDA ligt daar waar dat het minste pijn doet. Geld dat voor cultuur bestemd is, moet wat ons betreft zoveel mogelijk naar cultuur gaan en zo min mogelijk naar organisatiekosten. Dat was, is én blijft onze inzet.

Ik rond af. Voor het CDA is dit een evenwichtig en realistisch akkoord. Draagvlak hiervoor zullen moeten we vinden en verdienen. Daarvoor zijn bruggenbouwers nodig, want zonder hen kom je nooit aan de overkant. Ik ben trots dat we als CDA met Erik Ronnes en Elies Lemkes twee van zulke bruggenbouwers hebben gevonden. Hun voorgangers, de gedeputeerden van wie we vandaag afscheid nemen, wil ik vanaf deze plaats bedanken voor hun inzet voor onze provincie.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2020-2023 (15 mei 2020)

Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ op 06/03

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Vandaag gaan Provinciale Staten een besluit nemen over het Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’.

We hebben tijdens de behandeling van dit onderwerp begrepen dat er veel overleg is met de betreffende bewoners om de gronden zonder tot onteigening over te gaan, te verwerven. En met succes: het aantal onteigeningen zal tot een minimum worden beperkt. Dit is een compliment voor de wijze waarop de medewerkers in dit Huis zijn omgegaan met de inwoners, maar ook een compliment aan de betrokken bewoners die hebben bijgedragen aan een constructief proces.

In de nota van zienswijzen is te lezen dat er 75 zienswijzen zijn ingediend. De meeste zienswijzen hebben betrekking op de zorgen die de bewoners hebben ten aanzien van het stijgende waterpeil in het gebied. Het is goed te lezen dat de peilplannen, het inrichtingsplan en het Provinciaal Inpassingsplan zelf op basis van de zienswijzen zijn gewijzigd. Een groot aantal zienswijzen gaat ook over de verwachte overlast van muggen en knutten en een aantal over communicatie.

Het CDA schaart zich dan ook achter de conclusies van Brabant Advies: houd de vinger aan de pols ten aanzien van de ontwikkelingen, waaronder een grotere kans op natte voeten voor de bewoners en een toename van muggen en knutten. Communicatie is daarbij het toverwoord: blijf in gesprek met de betrokkenen en stel bij als ontwikkelingen nadeliger zijn dan voorzien.

Wat wel bijzonder is, is dat een Natura 2000-gebied zo dicht langs een snelweg ligt. De vraag is of de opgave voor de stikstofreductie hierdoor niet lastiger wordt. Voor het CDA is duidelijk dat de opgave van de stikstofreductie voor dit gebied niet alleen bij de agrarische ondernemers mag liggen. We hebben in ieder geval begrepen dat er al veel winst in de stikstofreductie wordt gerealiseerd, doordat met een nieuwe bestemming van een aantal deelgebieden het agrarische gebruik binnen het gebied zal afnemen. Wij adviseren u om deze reductie te monitoren.

Het CDA heeft uit de presentatie van drie weken geleden mogen ervaren dat er heel zorgvuldig is gehandeld en heeft het vertrouwen dat ook de aanbevelingen van Brabant Advies zorgvuldig worden uitgevoerd. Ook waterschap Brabantse Delta is zeer positief over het plan. Zij prijzen de gedetailleerdheid van het plan en de wijze waarop de waterbeheersing met dit plan wordt gerealiseerd. Binnen het waterschap werd zelfs met applaus op dit Inpassingsplan gereageerd. Het zal u niet verbazen dat het CDA kan instemmen met dit Inpassingsplan.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ (6 maart 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over de Omgevingsverordening op 06/03

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Omgevingsverordening 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Op de eerste plaats wil ik u en uw ambtenaren complimenteren voor de duidelijke Statenmededeling, die u ons ter voorbereiding hebt toegestuurd.

Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is dat besluitvorming eenvoudiger en beter moet en vergunningen sneller moeten worden afgegeven. Als CDA bekijken wij ‘eenvoudiger’ en ‘beter’ vanuit het perspectief van de burger/ondernemer en niet vanuit de overheid.

Veel burgers ervaren het beleid van de provincie als heel ingewikkeld. Daar moeten we bij de uiteindelijke Omgevingsverordening goed naar kijken. Hoe maken we het voor de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Het CDA vindt dat elke maatregel uit deze Toren haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn. En regels uitlegbaar en voor iedere belanghebbende, burger of ondernemer, goed te begrijpen.

Ten aanzien van de Omgevingsverordening wil ik vandaag de volgende onderwerpen aan de orde stellen.

  • Hoe maken we het de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Dit zou een van de     criteria kunnen zijn, wanneer regels moeten worden afgeschaft, toegevoegd of gewijzigd. Graag een reflectie van de gedeputeerde hierop.
  • Veel Brabanders ervaren procedures als tijdrovend en kostbaar. Kan de gedeputeerde reflecteren op de legeskosten die deze verordening met zich meebrengt? Hoe verhouden deze zich tot die in andere provincies?
  • Hoe kan de provincie schademelding voor burgers die faunaschade lijden eenvoudiger maken? Speelt de hoogte van het behandelbedrag hier wellicht een rol?
  • Bij het sturen op omgevingskwaliteit missen wij de toe te passen zonneladder, de bescherming van goede landbouwgebieden of structuur van de landbouw. Dat is ook belangrijk voor de toekomst om bijvoorbeeld kringlooplandbouw mogelijk te maken. Graag een reactie.
  • Gelderland en Limburg hanteren in hun veehouderijbeleid een simpeler systematiek dan Brabant, terwijl zij ook extra duurzaamheidseisen stellen. Graag een reflectie.
  • Tot slot. Vanuit de gedachte van subsidiariteit vinden wij dat wat lokaal kan ook lokaal moet worden geregeld. Zo dicht mogelijk bij burgers. Door gemeenten dus. Is de gedeputeerde het met het ons eens dat de provincie echter wél een rol kan hebben bij het aanwijzen van nieuwe grootschalige glastuinbouwgebieden, een grootschalig en complex ruimtelijk vraagstuk, nauw samenhangend met de energietransitie, dat veel vraagt van een gemeente?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels Omgevingsverordening (6 maart 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

Schriftelijke vragen over drugsgebruik/-handel bij Brabantse evenementen

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over drugsgebruik/-handel bij Brabantse evenementen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over drugsgebruik en -handel bij Brabantse evenementen.

Geacht college,

Op pag. 8 van het bestuursakkoord 2019-2023, getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’, staat in de cultuurparagraaf: Mede dankzij de aanwezigheid van een groot aantal kunstvakopleidingen, het grote aanbod aan festivals, musea en een stevig cultureel ecosysteem is Brabant de derde culturele regio van Nederland.1

Brabant kent een rijk evenementenaanbod, waarvan ieder jaar tienduizenden mensen genieten. Dat moet zo blijven.

Afgelopen week berichtten o.a. De Telegraaf2, Omroep Brabant3 en de Volkskrant4 over het gebruik van en de handel in drugs tijdens festivals. Naar aanleiding hiervan heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u het met de minister van Justitie en Veiligheid eens dat gebruikers van drugs medeverantwoordelijk zijn voor het in stand houden van een drugsindustrie, waarvan onschuldige mensen het slachtoffer zijn?
  2. Wat vindt u van het huidige festival- en evenementenbeleid, waarbij de verantwoordelijkheid voor de aanpak van drugs grotendeels bij de organisatie van het festival/evenement ligt? Is dit beleid volgens u voldoende effectief? Waar ziet u punten voor verbetering?
  3. Op welke van de in Brabant gehouden (muziek)festivals wordt veelvuldig drugs gebruikt of verhandeld?
  4. Hoeveel strafbare feiten uit de Opiumwet zijn er in het afgelopen jaar bij deze festivals geconstateerd? Indien mogelijk een uitsplitsing naar strafbaar feit en naar festival.
  5. Geregeld bereiken ons berichten over drugsgebruik en -handel rondom (amateur)voetbalwedstrijden in Brabant. Zijn hierover cijfers beschikbaar, zoals een registratie van het aantal strafbare feiten en hun aard?
  6. Zijn er andere evenementen in Brabant, waarvan bekend is dat er veel drugsgebruik/-handel plaatsvindt? Indien ja, welke?
  7. Het vorige college van Gedeputeerde Staten, periode 2015-2019, wilde dancefestivals in de regio meer ruimte bieden, met tijdelijke vergunningen of door extra faciliteiten beschikbaar te stellen5. Hoe denkt dit college hierover?
  8. Ziet u mogelijkheden om (extra) eisen te stellen, bijv. t.a.v. drugspreventie en handhaving, aan festivals en evenementen die de provincie financieel of op andere wijze(n) ondersteunt? Indien ja, welke?
  9. Bent u bereid om met de Brabantse festival-/evenementenbranche en andere betrokken partijen, zoals verslavingsinstelling Novadic-Kentron, in gesprek te gaan over hoe het gebruik van en de handel in drugs tijdens festivals/evenementen te verminderen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Bestuursakkoord20192023%20(1).pdf, pag. 8.

2 Zie https://www.telegraaf.nl/nieuws/854483164/minder-festivals-in-strijd-tegen-drugs?utm_source=google&utm_medium=organic.

3 Zie https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3037154/Minder-festivals-betekent-niet-minder-drugsproductie-organisatoren-boos-over-uitspraken-minister.

4 Zie https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/drugsfestivals-terugdringen-op-deze-manier-gaat-grapperhaus-het-niet-winnen~baaa20e1/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F.

5 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Bestuursakkoord_2015_2019%20(1).pdf, pag. 67.

Spreektekst Marcel Deryckere – Debat over Brainport Smart District op 28/06

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciale deelname aan Brainport Smart District 
(28-06-2019)

Voorzitter,

Hoe mooi kan het zijn: in samenwerking met inwoners, bedrijven en overheden een compleet nieuwe, innovatieve wijk neerzetten. Een wijk waar opnieuw wordt nagedacht over wat fijn wonen en leven is. En een wijk waar de nieuwste technieken worden toegepast om dat te bereiken.

Bovendien zijn wijken wel aan vernieuwing toe. Al decennia bouwen we deze op precies dezelfde manier. Tijd om de innovatiekracht van Brabant te benutten. Het CDA is dus enthousiast over dit voorstel van het college.

Wel willen we drie zaken meegeven, om potentiële problemen te voorkomen:

  1. Zorg ervoor dat het geen overheidsfeestje wordt. Betrek bij de bouw en de innovatie het bedrijfsleven in Brainport volop. Blijf dus niet ‘hangen’ in universiteiten en overheden. Uiteindelijk moet er worden gebouwd en moeten bedrijven de nieuwe technieken gaan ontwerpen en toepassen.
  2. Zorg voor concrete deadlines. Er moet een wijk worden gebouwd. Aan stichtingen en onderzoeken heeft de Brabander niets. Aan huizen wel. Het CDA mist een concrete einddeadline: wanneer gaan we bouwen en wanneer gaan we de wijk opleveren? Bij de lancering van het initiatief in 2016 werd nog gezegd: als alles meezit, gaan we al volgend jaar bouwen. Blijkbaar heeft het niet meegezeten. Wanneer gaan we wel bouwen?
  3. Zorg voor een leefbare wijk. Technieken en innovaties zijn fantastisch, maar pas echt interessant als ze zijn ontworpen en toegepast vanuit het oogpunt van de gebruikers. In 2014 zou de Google Glass de wereld veranderen, maar wie draagt er anno 2019 zo’n ding? Niemand. Want waarin is die nu echt beter dan bijvoorbeeld een smartphone? Laten we uit dit soort voorbeelden lessen trekken voor Brainport Smart District. Gebruik alleen innovaties die ook echt de inwoner helpen om er beter, leuker en fijner te wonen. Kortom, betrek de inwoners voortdurend bij het ontwerpen van de wijk.

Voorzitter, zoals u merkt steunt het CDA dit voorstel. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere provinciale deelname aan Stichting Brainport Smart District (28 juni 2019)