Berichten

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 op 15/05

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2020-2023 
(15-05-2020)

Voorzitter,

Onze fractie heeft weloverwogen gekozen voor deze nieuwe coalitie en is verheugd met de totstandkoming daarvan. Er ligt een evenwichtig en realistisch bestuursakkoord en er staat een kundige ploeg kandidaat-gedeputeerden klaar om hier vol energie mee aan de slag te gaan. Dat neemt niet weg dat er onder onze leden ook zorgen leven aangaande deze samenwerking. Daar wil ik graag bij stilstaan.

Want als fractie begrijpen wij deze zorgen. En laat ik helder zijn. Binnen deze nieuwe coalitie zal het CDA blijven staan voor haar eigen kernwaarden en beginselen. Deze kernwaarden liggen ook aan het bestuursakkoord ten grondslag. Wij zullen waken over een weerbare, representatieve en inclusieve democratie, waar mensen worden gerespecteerd om wie ze zijn en wat ze doen. Waarin ook de rechterlijke macht wordt gerespecteerd en haar uitspraken worden nageleefd. In dit alles maken wij geen onderscheid en behandelen we iedereen gelijk, net zoals dat wij geen onderscheid maken in met wie wij samenwerken, dat doen wij in beginsel met iedereen. Dus ook met de Europese Unie, die al op vele manieren is verbonden met de provincie. Door met iedereen samen te werken, kunnen we op weg naar een duurzame toekomst voor Brabant.

En daarbij gaan wij uit van onze uitgangspunten: rentmeesterschap voor een gezonde, leefbare aarde, solidariteit met hen die dat nodig hebben, gerechtigdheid voor iedereen op gelijke basis en gespreide verantwoordelijkheid omdat we het samen moeten doen. Dat vinden wij normaal voor een leefbare, verbindende samenleving. Brabant mag er op rekenen dat wij ons hiervoor in zullen zetten en dat zullen bewaken, omdat ook wij vinden dat we niet normaal moeten maken wat niet normaal is. Daar mag iedereen ons op aanspreken.

Voor onze fractie is dit bestuursakkoord de basis voor een nieuwe start. Waarbij we behouden wat goed is, en veranderen waar nodig. Door andere accenten te zetten hopen we méér draagvlak en méér realisme onder en in het Brabantse beleid te krijgen.

Waarbij we ons ervan bewust zijn dat het mandaat van deze coalitie drie jaar is, maar we nadrukkelijk vooruit blijven kijken naar het Brabant van 2030, het Brabant dat we willen doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen, het kompas waarop wij als CDA altijd zullen blijven varen. Door nu slimme keuzes te maken, voorkomen we dat onze opvolgers straks pijnlijke besluiten moeten nemen. Daarbij past een behoedzaam uitgavenpatroon, omdat we als provincie minder geld kunnen uitgeven dan tien jaar geleden. Dat is geen gemakkelijke boodschap, maar wel een eerlijke.

Naast realisme zien wij draagvlak als een belangrijk uitgangspunt van deze coalitie. Oftewel: minder ieder voor zich en meer samen. Want alleen ren je sneller, maar samen kom je verder. Die geest zit ook in dit bestuursakkoord. Landbouw en natuur zijn geen vijanden, maar bondgenoten die elkaar nodig hebben en elkaar helpen. Stad en platteland zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het is diezelfde gezamenlijkheid waarin VVD, Forum, CDA en Lokaal Brabant elkaar in de afgelopen maanden hebben gevonden. Omdat we alle vier vinden dat Brabant een stabiel bestuur verdient. En we, samen met alle partijen in deze Staten, de schouders willen zetten onder de grote vraagstukken waar onze provincie voor staat.

Hoe houden we Brabant ondernemend, innovatief en bereikbaar? Hoe houden we Brabant leefbaar en gezond? Hoe houden we Brabant veilig en een fijne plek om op te groeien en oud te worden? Het CDA is blij in dit bestuursakkoord, nog meer dan in het vorige, veel antwoorden op deze vragen terug te zien. Waarbij we onverminderd ambitieus blijven, maar tegelijkertijd kiezen voor een realistisch tempo van te nemen maatregelen. Ik loop er graag een aantal met u langs.

Op de eerste plaats: leefbaarheid. Brabant groeit, vergroent én vergrijst, en dus blijven we nieuwe woningen bouwen, 10.000 per jaar, voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen, zowel in de stad als in onze dorpen. Tegelijkertijd verbeteren we, samen met gemeentes, de bereikbaarheid van en ín onze provincie, over de weg én met het openbaar vervoer, want Brabant mag niet stil komen te staan. De N389, N65 en N279 stonden al lang op de wensenlijstjes van veel Brabanders én op die van het CDA. We omarmen de inzet voor het, in onze ogen, nog steeds ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder en hopen dat we deze periode een knoop kunnen doorhakken over een definitieve bereikbaarheidsoplossing voor de Brainportregio. Van onderop, met inwoners en gemeenten, en mét draagvlak. Omdat we vinden dat iedere Brabander aan de Brabantse samenleving moet kunnen meedoen, pakken we laaggeletterdheid aan en versterken we de digitale vaardigheden van onze inwoners. En hebben we bijzondere aandacht voor de positie van onze ouderen, door per beleidsterrein te kijken wat voor hen van belang is. Zoals betrouwbaar openbaar vervoer, geschikte woonvormen, en hulp bij het vinden van passend werk.

Op de tweede plaats: veiligheid. Je veilig voelen begint in je eigen omgeving, bijvoorbeeld door altijd en overal alarmnummer 112 te kunnen bellen. Helaas is dat niet overal in onze provincie vanzelfsprekend, vraagt u maar eens aan de inwoners van Olland. Des te urgenter dat de provincie haar lobbykracht richting Den Haag hiervoor gaat inzetten. Wat niet normaal is, mag niet normaal worden. Voorwaar de reden om ons als CDA te blijven verzetten tegen het gebruik én de productie van drugs, waar Brabant helaas nog steeds koploper in is.

De teller stond vorig jaar op 25 drugslabs, 38 opslaglocaties en 90 dumpingen van drugsafval. Een omvangrijk probleem, en een bedreiging voor mens en natuur. We zijn echter hoopvol gestemd, omdat we verder kunnen gaan met waar de vorige coalitie mee is begonnen, met de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit én de 15 miljoen euro die hiervoor beschikbaar komt. Bedoeld voor organisaties als de Taskforce-RIEC Brabant Zeeland en Samen Sterk in Brabant, die heel belangrijk werk doen. We verwelkomen daarbij de inzet van nieuwe, innovatieve en slimme middelen, zoals de inzet van cameratoezicht in het buitengebied, waarvoor we als CDA herhaaldelijk hebben gepleit.

Op de derde plaats: landbouw én natuur, want ik zei het al eerder: die twee zijn bondgenoten en gaan in dit akkoord hand in hand. Brabant wordt groener, want we maken een begin met het planten van 40 miljoen bomen en er wordt 4.500 ha. natuur gerealiseerd. En Brabant wordt realistischer, want we actualiseren de Brabantse stikstofaanpak, met draagvlak en een reëel tempo als pijlers voor het halen van onze stikstofdoelen. In dat kader schuift de datum waarop agrariërs moeten voldoen aan de nieuwe stikstofregels op van 2022 naar 2024, met uitstel voor bedrijven waarvoor nog onvoldoende innovatieve stalsystemen op de markt zijn. Een datum die we voorzien van een ‘schil’ van realisme, bestaande uit maatregelen die ondernemers helpen de juiste keuzes te maken.

Leefbaarheid, veiligheid, landbouw én natuur, voor het CDA drie belangrijke groene draden door dit bestuursakkoord. Herkenbaar, voor de Brabanders, en herleidbaar, naar het CDA-verkiezingsprogramma. Een vierde belangrijk thema wil ik daarbij niet onbenoemd laten: cultuur. Want net als de vorige coalitie investeert óók deze coalitie substantieel in cultuur, sport en erfgoed, in drie jaar tijd bijna 200 miljoen euro. Vanaf 2023 gaat daar jaarlijks 7 miljoen euro af, omdat de provincie haar uitgavenpatroon moet matigen om in de toekomst niet nog meer te hoeven bezuinigen. Waar die 7 miljoen euro moet worden gevonden, gaat nog worden uitgewerkt. Als het aan het CDA ligt daar waar dat het minste pijn doet. Geld dat voor cultuur bestemd is, moet wat ons betreft zoveel mogelijk naar cultuur gaan en zo min mogelijk naar organisatiekosten. Dat was, is én blijft onze inzet.

Ik rond af. Voor het CDA is dit een evenwichtig en realistisch akkoord. Draagvlak hiervoor zullen moeten we vinden en verdienen. Daarvoor zijn bruggenbouwers nodig, want zonder hen kom je nooit aan de overkant. Ik ben trots dat we als CDA met Erik Ronnes en Elies Lemkes twee van zulke bruggenbouwers hebben gevonden. Hun voorgangers, de gedeputeerden van wie we vandaag afscheid nemen, wil ik vanaf deze plaats bedanken voor hun inzet voor onze provincie.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2020-2023 (15 mei 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over PIP Logistiek Park Moerdijk op 08/05

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk 
(08-05-2020)

Voorzitter,

In de themabijeenkomst vorige week hebben wij als CDA de betekenis van Logistiek Park Moerdijk voor onze provincie benadrukt. En begrip getoond voor het feit dat het vertrekkende college voor het inpassingsplan een oplossing heeft willen zoeken die binnen 26 weken kan worden gerealiseerd.

Tegelijkertijd hebben wij aangegeven ongelukkig te zijn met de wijze waarop de stikstofruimte is verworven. En de onrust die dit bij ondernemers en andere overheden teweeg heeft gebracht.

Die zorgen hebben wij vorige week geadresseerd, en met ons ook andere partijen in de Staten, en deze week vinden we het tijd om vooruit te kijken. De provincie trekt lessen en volgende keer doen we het anders.

Volgens dit inpassingsplan leveren zes veehouderijen door het hele land ammoniak in en krijgt Logistiek Park Moerdijk daar stikstof voor terug. De vraag blijft: zijn deze twee stoffen uitruilbaar? Hebben ze niet allebei een ander effect op natuur en op onze burgers? In het bijgevoegde Addendum Passende Beoordeling staat dat in de Aerius-tool alle bronnen kunnen worden ingevoerd, zijnde: emissiebron, de omvang van de emissie, de uitstoothoogte, de warmte-inhoud en de locatie ten opzichte van het N2000-gebied. Dus niet het verschil in stikstof en ammoniak.

Een vraag die nog is blijven liggen, gaat over de Europese NEC-richtlijn, over nationale emissieplafonds voor lucht. Wij hebben begrepen dat het volgens deze richtlijn, waar Nederland zich aan moet houden, niet is toegestaan om gereduceerde ammoniakemissie te verschuiven naar een toename van de emissie van stikstofoxiden. Hoe verhoudt deze richtlijn zich tot de situatie van Logistiek Park Moerdijk? Lopen we geen juridische risico’s? Graag een reactie (mag desgewenst ook schriftelijk).

Voorzitter, ik rond af. Kijkend naar de toekomst hebben we als CDA al een schot voor de boeg gegeven. Iedere sector moet wat ons betreft bijdragen aan het oplossen van het stikstofvraagstuk. De ene sector mag niet de andere leegtrekken, en voor het oplossen van het stikstofprobleem moet niet een sector hoeven opdraaien. Met balans, realisme en draagvlak kunnen we veel winnen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels PIP Logistiek Park Moerdijk (8 mei 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over PIP Logistiek Park Moerdijk op 24/04

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk 
(24-04-2020)

Voorzitter,

Logistiek Park Moerdijk is van grote betekenis voor onze provincie in het algemeen en de gemeente Moerdijk in het bijzonder. Dat het college voor dit inpassingsplan een oplossing heeft willen zoeken die binnen 26 weken kan worden gerealiseerd, is dan ook te begrijpen.

Echter, de wijze waarop het college dit heeft gedaan, verdient allesbehalve de schoonheidsprijs. En is wat het CDA betreft niet voor herhaling vatbaar.

Want tegen de afspraken met het Rijk en andere provincies in, en in strijd met haar eigen beleidsregels, koopt dit provinciebestuur stikstofruimte van agrarische bedrijven op. Binnen maar ook buiten Brabant, zonder dat de betreffende provincies dat wisten. En dan nog maar te zwijgen over wat het in de agrarische wereld teweeg heeft gebracht. Pijnlijk! Een staaltje ‘cowboygedrag’ dat in de bestuurlijke wereld zijn gelijke niet kent. Alsof we in het Wilde Westen zijn. Vraag: kunt u toezeggen dat de provincie zich bij volgende ruimtelijke ontwikkelingen aan haar eigen (beleids)regels houdt, geen cowboytje meer speelt en een fatsoenlijk proces volgt?

Bij de zoektocht naar op te kopen bedrijven is gezocht op Funda. Waarom heeft het college geen oproep aan Brabantse bedrijven gedaan om hun stikstofruimte te koop aan te bieden? Bijvoorbeeld in de nertsenhouderij, een sector die vanaf 2024 verboden is, en waar ondernemers graag stikstofruimte hadden willen aanbieden om een faillissement te voorkomen?

Volgens dit inpassingsplan leveren zes veehouderijbedrijven in het hele land ammoniak in en krijgt Logistiek Park Moerdijk krijgt er stikstofruimte voor terug. Is het juridisch mogelijk stikstof te compenseren met ammoniak? Zijn dat niet twee verschillende stoffen, die niet uitruilbaar zijn en die allebei een ander effect hebben op de natuur? Lopen we als provincie daarmee niet opnieuw het risico om onderuit te gaan bij Raad van State? Heeft het college geprobeerd om extern te salderen met stikstof? Dat zou wat ons betreft de voorkeur hebben gehad.

Een ander aspect: de gezondheid van onze inwoners. Kunt u aangeven met welke factor de fijnstofemissie toeneemt, indien ammoniak wordt ingeruild voor stikstof? Hoe ziet u dit in het licht van de zorgplicht jegens onze burgers?

Als CDA zijn we van mening dat iedere sector moet bijdragen aan verlaging van de stikstofdepositie. Uitruil tussen sectoren moet daarbij mogelijk zijn én blijven. Balans is echter het sleutelwoord. De ene sector mag niet de andere leegtrekken, en voor het oplossen van het stikstofprobleem moet niet één sector alleen hoeven opdraaien. Zodat elke Brabander zijn brood kan blijven verdienen.

Tot slot. In Brabant doen we het samen, sluiten we niemand uit, en doen we niets achter of over elkaars rug. We hopen dat in uw vervolgaanpak terug te zien.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels PIP Logistiek Park Moerdijk (24 april 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over de Omgevingsverordening op 06/03

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Omgevingsverordening 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Op de eerste plaats wil ik u en uw ambtenaren complimenteren voor de duidelijke Statenmededeling, die u ons ter voorbereiding hebt toegestuurd.

Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is dat besluitvorming eenvoudiger en beter moet en vergunningen sneller moeten worden afgegeven. Als CDA bekijken wij ‘eenvoudiger’ en ‘beter’ vanuit het perspectief van de burger/ondernemer en niet vanuit de overheid.

Veel burgers ervaren het beleid van de provincie als heel ingewikkeld. Daar moeten we bij de uiteindelijke Omgevingsverordening goed naar kijken. Hoe maken we het voor de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Het CDA vindt dat elke maatregel uit deze Toren haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn. En regels uitlegbaar en voor iedere belanghebbende, burger of ondernemer, goed te begrijpen.

Ten aanzien van de Omgevingsverordening wil ik vandaag de volgende onderwerpen aan de orde stellen.

  • Hoe maken we het de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Dit zou een van de     criteria kunnen zijn, wanneer regels moeten worden afgeschaft, toegevoegd of gewijzigd. Graag een reflectie van de gedeputeerde hierop.
  • Veel Brabanders ervaren procedures als tijdrovend en kostbaar. Kan de gedeputeerde reflecteren op de legeskosten die deze verordening met zich meebrengt? Hoe verhouden deze zich tot die in andere provincies?
  • Hoe kan de provincie schademelding voor burgers die faunaschade lijden eenvoudiger maken? Speelt de hoogte van het behandelbedrag hier wellicht een rol?
  • Bij het sturen op omgevingskwaliteit missen wij de toe te passen zonneladder, de bescherming van goede landbouwgebieden of structuur van de landbouw. Dat is ook belangrijk voor de toekomst om bijvoorbeeld kringlooplandbouw mogelijk te maken. Graag een reactie.
  • Gelderland en Limburg hanteren in hun veehouderijbeleid een simpeler systematiek dan Brabant, terwijl zij ook extra duurzaamheidseisen stellen. Graag een reflectie.
  • Tot slot. Vanuit de gedachte van subsidiariteit vinden wij dat wat lokaal kan ook lokaal moet worden geregeld. Zo dicht mogelijk bij burgers. Door gemeenten dus. Is de gedeputeerde het met het ons eens dat de provincie echter wél een rol kan hebben bij het aanwijzen van nieuwe grootschalige glastuinbouwgebieden, een grootschalig en complex ruimtelijk vraagstuk, nauw samenhangend met de energietransitie, dat veel vraagt van een gemeente?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels Omgevingsverordening (6 maart 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Extra nieuwsbrief – Ontwikkelingen CDA Brabant

Beste CDA-leden,

Graag informeren wij u langs deze weg over de recente ontwikkelingen in het Provinciehuis, waarover u in de media al het nodige hebt kunnen lezen.

In de vorige nieuwsbrief, die uitging op 31 oktober jl., hebben wij u de inzet van CDA Brabant op het landbouwdossier nader toegelicht. Kern: uniform stikstofbeleid in heel Nederland, de regels in Brabant mogen niet strenger zijn dan die in andere provincies. Daartoe moet de krappe, in onze ogen onrealistische deadline waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd voor nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, door de provincie vastgesteld op 1 april 2020, nog dit jaar van tafel.

Tijdens het debat over de provinciebegroting 2020 vorige week vrijdag, waarin de stikstofcrisis opnieuw een van de hoofdonderwerpen was, heeft de CDA-fractie bovenstaande inzet herbevestigd. Dat deed zij via een motie die het college van Gedeputeerde Staten verzoekt tot het maken van een ‘pas op de plaats’ om landelijk beleid af te wachten en onze Brabantse boeren meer tijd te geven (klik hier om naar de webpagina met moties te gaan, het betreft motie M110-2019). De motie kreeg helaas onvoldoende steun van andere partijen.

Omdat, met het indienen en in stemming brengen van deze motie, onze gedeputeerden in een tweestrijd kwamen tussen enerzijds de huidige positie van de fractie en anderzijds de afspraken uit het coalitieakkoord, hebben zij na afloop van de Statenvergadering hun conclusies getrokken en hun ontslag ingediend bij Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Bestuur en fractie betreuren dit besluit van Marianne van der Sloot en Renze Bergsma ten diepste, maar hebben respect voor hun beslissing en grote waardering voor het werk dat zij in de voorbije maanden voor Brabant hebben verricht. De door Marianne en Renze afgegeven verklaringen zijn hier te vinden.

Naar verwachting debatteren Provinciale Staten op 13 december a.s. opnieuw over het provinciale stikstofbeleid en nemen dan een besluit over o.a. de vergunningdeadline van 1 april 2020. De inzet van het CDA Brabant is glashelder en vindt u terug in de nieuwsbrief van 31 oktober.

Ook in de komende periode blijven wij ons best doen om draagvlak te vinden voor onze standpunten. We maken een heftige tijd mee, maar hebben het vertrouwen die met elkaar tot een goed einde te kunnen brengen.

Met vriendelijke groet,

Bestuur & Fractie CDA Brabant

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

“We trekken een duidelijke streep” – Deadline 1 april 2020 nog dit jaar van tafel

Beste CDA-leden,

Vorige week voerden wij in Provinciale Staten een stevig debat over het Brabantse landbouwbeleid. Voorafgaand aan dit debat hebben wij als CDA duidelijk gemaakt wat onze inzet zou zijn. Kern: het landbouwbeleid in Brabant moet zo snel mogelijk in lijn komen met het landelijke landbouwbeleid. Dat hadden we vertaald in vijf eisen.

Deels hebben we die eisen binnengehaald, zoals meer tijd voor boeren die aan de slag willen met innovatieve stalsystemen die nu nog niet beschikbaar zijn, het opschuiven van de aanmelddatum voor deelname aan de provinciale stoppersregeling van 1 november 2019 naar 1 april 2020, geen verplichte inlevering van ‘latente ruimte’ en geen gedwongen krimp van de veestapel. Deels ook niet. Waarbij het debat in Provinciale Staten aan het einde van dit jaar nog verder wordt gevoerd.

We hebben de Statenvergadering nadien goed geëvalueerd. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de reflectie die verschillende afdelingen en individuele leden aan ons hebben gegeven. We zijn tot de conclusie gekomen dat we duidelijker moeten zijn over onze inzet. Dat willen we in deze nieuwsbrief dan ook doen.

Scherpere koers in Brabant
Brabant vaart in het landbouwbeleid een andere, scherpere koers. Met strengere regels en termijnen die afwijken van die in andere provincies. Al bij de start van deze coalitie waren we daar ongelukkig mee, maar hebben dat destijds geaccepteerd vanwege enkele verzachtende aanpassingen en in de verwachting dat we gaandeweg deze bestuursperiode voldoende invloed op het landbouwbeleid kunnen uitoefenen.

Conformeren aan landelijk beleid
Sinds de start van de coalitie dit voorjaar is de wereld echter veranderd. De uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft gezorgd voor een nieuwe werkelijkheid. Juist deze uitspraak heeft duidelijk gemaakt dat uniform landelijk beleid nu keihard nodig is. Laat er geen misverstand over bestaan: ook wij dragen de natuur een warm hart toe en vinden dat er oplossingen moeten komen voor het stikstofprobleem. Daar wordt in Den Haag met man en macht aan gewerkt, zeker ook door onze CDA-collega’s in het parlement en kabinet. Dat wetende vinden wij dat Brabant zich moet conformeren aan het landelijk stikstofbeleid. Van onze landbouwsector wordt immers al een grote inspanning gevraagd. Een tijdspad dat afwijkt van het landelijke tijdspad mogen wij deze sector, mogen wij onze boeren, niet aandoen.

Duidelijke streep
Concreet: Brabant hanteert op dit moment een deadline van 1 april 2020 waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd om aan verscherpte milieueisen voor stallen te kunnen voldoen. In de Statenvergadering is er via een amendement voor bepaalde bedrijven een uitzondering gemaakt, maar wat ons betreft is dat niet voldoende. Daarom trekken we een duidelijke streep: de deadline voor vergunningaanvragen die Brabant op 1 april 2020 heeft gezet, moet nog dit jaar volledig van tafel. Natuurlijk heeft de hele problematiek meer aspecten en daar willen we in de komende maanden graag samen met onze coalitiepartners de schouders onder zetten. Maar instandhouding van de datum van 1 april 2020 kunnen en zullen wij niet dragen.

Met vriendelijke groet,

Provinciale Statenfractie CDA Brabant

Spreektekst Ankie de Hoon – Landbouwdebat op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 
(25-10-2019)

Voorzitter,

Probeer het je maar eens voor te stellen. Je hebt een varkensbedrijf in Venhorst, onder de rook van Eindhoven. Je woont en werkt in de slimste regio ter wereld. De Brabantse innovatiekracht zou ook jou vooruit moeten helpen. Dat doet het eigenlijk al. En je huidige stal is, dankzij o.a. luchtwassers, in vergelijking met de oude stal van je vader al veel schoner. Het heeft wel een flinke duit gekost, maar je wilt vooruit en de fosfaat- en dierrechten die je hebt maken dat je verder kunt en dan de investering terugverdienen.

Nieuwe stalsystemen zouden het hem mogelijk gaan maken om over een paar jaar de volgende stap te zetten en zijn bedrijf nóg duurzamer te maken dan het al is. Hij víndt het ook belangrijk om die volgende stap te kunnen zetten. Want hoe trots hij ook is op zijn bedrijf, het kan altijd beter. Gezond en veilig voedsel zo duurzaam mogelijk produceren. Maar dat lukt alleen als die veelbelovende systemen ook mogen worden gebruikt. En, laten we dat vooral niet vergeten, als hij het vertrouwen heeft dat zijn investering ook kan worden terugverdiend.

En daar, voorzitter, zit nu het probleem.

Als zijn bedrijf in Franeker, i.p.v. in Venhorst, had gestaan, was dit een stuk gemakkelijker geweest… Nu moet hij voor 1 april 2020 een vergunningsaanvraag gereed hebben. Dat vergt een investering op zich, maar dat zou nog geen probleem zijn indien hij dan al kon opteren voor de techniek die razendsnel wordt ontwikkeld.

Als hij Zuidoost-Brabants, slim was, zocht hij het best passende innovatieve stalsysteem uit en ging daarmee aan de slag. Dat heeft echter nog geen RAV-code en daarom kan hij dat nog niet op zijn vergunningsaanvraag zetten. En, alhoewel de resultaten goed lijken te zijn, is het nog net te vroeg om zeker te zijn. De bank denkt er ook zo over en zal hem zeggen: “Beste boer, we kunnen je op dit moment nog niet aan een financiering helpen voor dit systeem”.

Er zit voor onze boer uit Venhorst niets anders op dan een vergunning aan te vragen om met ouderwetse luchtwassers aan de slag te gaan in zijn nieuwe stal. En snel ook, want anders mag hij niets meer. Zijn collega in Franeker heeft zijn plannen op orde. Het nieuwe stalsysteem, waar hij mee aan de slag wil, is waarschijnlijk eind 2020 of begin 2021, over een jaar ongeveer, zover dat het een certificering heeft en er een vergunning voor kan worden aangevraagd. Met een beetje geluk kan hij er dan in 2023 mee aan de slag. Mooi op tijd om de volgende stap te zetten naar een duurzame toekomst.

Intussen verzucht onze boer in Venhorst: ‘Was men maar in Brabant zo slim als een Fries’.

Het verhaal van deze boer is illustratief voor de situatie waarin veel hardwerkende Brabantse boeren en hun gezinnen verkeren. Er is onzekerheid en onduidelijkheid. De uitspraak van de Raad van State over de PAS, de brief van de minister, de daar weer van afwijkende voorstellen van de provincies. Veel boeren wisten de afgelopen jaren al niet waar ze aan toe kwamen. Maar in plaats van duidelijkheid en perspectief hebben ze daar een nog grotere bestuurlijke chaos voor teruggekregen. De onvrede die in de afgelopen weken, al dan niet vergezeld van een stevige stoet met trekkers, wordt geuit is dan ook begrijpelijk. Boeren, bouwers en burgers, niemand weet meer hoe, wat, waarom of wanneer. We kunnen niet doorgaan met het opleggen van nóg meer regels en deadlines.

Als Lid van Provinciale Staten merkte ik al langer dat mijn telefoon nooit stil stond. In de afgelopen week werd ik, net als mijn fractiegenoten, werkelijk overstelpt met belletjes, appjes, e-mails en reacties op sociale media. De helderheid die we vorige week gaven werd duidelijk zeer gewaardeerd. Dat sterkt ons in het uitgangspunt dat boeren in Brabant perspectief verdienen.

Het CDA is van mening dat Brabantse boeren niet minder kans op een duurzame toekomst mogen hebben dan die in andere provincies. Daarom moet er een eenduidig beleid komen qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie die door het CDA en de VVD in de Tweede Kamer werd ingediend en de motie die eerder vandaag ook hier is ingediend én aangenomen.

Voorzitter, beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders en dat geen deadlines moeten worden opgelegd die niet haalbaar zijn en die niet in lijn zijn met wat voor ondernemers in andere provincies geldt. Kortom: wat het CDA betreft moeten we in Brabant niet langer vasthouden aan strengere regels.

Indien met nieuwe stalsystemen aan de slag kan worden gegaan ,kan de uitstoot enorm worden gereduceerd. Het is niet reëel dat een vergunningsaanvraag voor zo’n systeem kan worden gedaan vóór 1 april 2020. Voor die datum zijn die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar en is hiervoor nog geen landelijk beleid vastgesteld. Uitstel is hier de enige redelijke weg.

Indien we ruimte willen scheppen voor de investeringen van de boeren die per saldo de uitstoot sterk verminderen, dan moeten we dat ruimhartig doen. Daarbij heeft het geen pas latente ruimte in te trekken. Een veehouder die, net als onze boer uit Venhorst, nog niet de gehele vergunningsruimte heeft gebruikt, heeft vaak al een forse investering, bijv. in zijn infrastructuur, ter voorbereiding van verdere uitbreiding gedaan.

Voorzitter, waarom zouden voor Brabantse boeren die overwegen te stoppen met hun bedrijf andere, vermoedelijk minder gunstige, regelingen moeten gelden dan voor stoppers elders? Het is meer dan redelijk af te wachten waar het Rijk mee komt op dit gebied en dáárbij aan te sluiten. Dat is waarschijnlijk niet alleen voor de boeren die dit betreft beter, ook voor Brabant kan dit veel gunstiger uitpakken indien de kosten niet alleen door onze belastingbetalers hoeven te worden opgebracht.

Daarom moet de stoppersregeling opgaan in de landelijke regeling en omdat die niet voor 1 december van dit jaar bekend zal zijn, is het goed dat de Brabantse aanmelddatum, van 1 november a.s., is opgeschoven naar 1 april 2020.

Al deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de uitstoot van stikstof drastisch wordt verminderd. Deze maatregelen, investeringen, moeten kunnen worden terugverdiend. Dat gaat niet lukken met een gedwongen krimp van de veestapel, het CDA gaat daar dan ook niet mee akkoord. Krimp van de veestapel, in de vorm van bedrijfsbeëindiging of anderszins, mag slechts het gevolg zijn van een vrijwillige stap van de betrokken veehouder.

Voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is ervan overtuigd dat we hier samen, zoals we dat in Brabant altijd doen, uitkomen. Het CDA heeft vertrouwen in uw en in ons college en is ervan overtuigd dat er een mooie toekomst is voor alle Brabanders, Boeren, Bouwers en Burgers.

En, voorzitter, ook het CDA is trots op de Brabantse boer.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon IOV (25 oktober 2019)