Berichten

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Extra nieuwsbrief – Ontwikkelingen CDA Brabant

Beste CDA-leden,

Graag informeren wij u langs deze weg over de recente ontwikkelingen in het Provinciehuis, waarover u in de media al het nodige hebt kunnen lezen.

In de vorige nieuwsbrief, die uitging op 31 oktober jl., hebben wij u de inzet van CDA Brabant op het landbouwdossier nader toegelicht. Kern: uniform stikstofbeleid in heel Nederland, de regels in Brabant mogen niet strenger zijn dan die in andere provincies. Daartoe moet de krappe, in onze ogen onrealistische deadline waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd voor nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, door de provincie vastgesteld op 1 april 2020, nog dit jaar van tafel.

Tijdens het debat over de provinciebegroting 2020 vorige week vrijdag, waarin de stikstofcrisis opnieuw een van de hoofdonderwerpen was, heeft de CDA-fractie bovenstaande inzet herbevestigd. Dat deed zij via een motie die het college van Gedeputeerde Staten verzoekt tot het maken van een ‘pas op de plaats’ om landelijk beleid af te wachten en onze Brabantse boeren meer tijd te geven (klik hier om naar de webpagina met moties te gaan, het betreft motie M110-2019). De motie kreeg helaas onvoldoende steun van andere partijen.

Omdat, met het indienen en in stemming brengen van deze motie, onze gedeputeerden in een tweestrijd kwamen tussen enerzijds de huidige positie van de fractie en anderzijds de afspraken uit het coalitieakkoord, hebben zij na afloop van de Statenvergadering hun conclusies getrokken en hun ontslag ingediend bij Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Bestuur en fractie betreuren dit besluit van Marianne van der Sloot en Renze Bergsma ten diepste, maar hebben respect voor hun beslissing en grote waardering voor het werk dat zij in de voorbije maanden voor Brabant hebben verricht. De door Marianne en Renze afgegeven verklaringen zijn hier te vinden.

Naar verwachting debatteren Provinciale Staten op 13 december a.s. opnieuw over het provinciale stikstofbeleid en nemen dan een besluit over o.a. de vergunningdeadline van 1 april 2020. De inzet van het CDA Brabant is glashelder en vindt u terug in de nieuwsbrief van 31 oktober.

Ook in de komende periode blijven wij ons best doen om draagvlak te vinden voor onze standpunten. We maken een heftige tijd mee, maar hebben het vertrouwen die met elkaar tot een goed einde te kunnen brengen.

Met vriendelijke groet,

Bestuur & Fractie CDA Brabant

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

“We trekken een duidelijke streep” – Deadline 1 april 2020 nog dit jaar van tafel

Beste CDA-leden,

Vorige week voerden wij in Provinciale Staten een stevig debat over het Brabantse landbouwbeleid. Voorafgaand aan dit debat hebben wij als CDA duidelijk gemaakt wat onze inzet zou zijn. Kern: het landbouwbeleid in Brabant moet zo snel mogelijk in lijn komen met het landelijke landbouwbeleid. Dat hadden we vertaald in vijf eisen.

Deels hebben we die eisen binnengehaald, zoals meer tijd voor boeren die aan de slag willen met innovatieve stalsystemen die nu nog niet beschikbaar zijn, het opschuiven van de aanmelddatum voor deelname aan de provinciale stoppersregeling van 1 november 2019 naar 1 april 2020, geen verplichte inlevering van ‘latente ruimte’ en geen gedwongen krimp van de veestapel. Deels ook niet. Waarbij het debat in Provinciale Staten aan het einde van dit jaar nog verder wordt gevoerd.

We hebben de Statenvergadering nadien goed geëvalueerd. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de reflectie die verschillende afdelingen en individuele leden aan ons hebben gegeven. We zijn tot de conclusie gekomen dat we duidelijker moeten zijn over onze inzet. Dat willen we in deze nieuwsbrief dan ook doen.

Scherpere koers in Brabant
Brabant vaart in het landbouwbeleid een andere, scherpere koers. Met strengere regels en termijnen die afwijken van die in andere provincies. Al bij de start van deze coalitie waren we daar ongelukkig mee, maar hebben dat destijds geaccepteerd vanwege enkele verzachtende aanpassingen en in de verwachting dat we gaandeweg deze bestuursperiode voldoende invloed op het landbouwbeleid kunnen uitoefenen.

Conformeren aan landelijk beleid
Sinds de start van de coalitie dit voorjaar is de wereld echter veranderd. De uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft gezorgd voor een nieuwe werkelijkheid. Juist deze uitspraak heeft duidelijk gemaakt dat uniform landelijk beleid nu keihard nodig is. Laat er geen misverstand over bestaan: ook wij dragen de natuur een warm hart toe en vinden dat er oplossingen moeten komen voor het stikstofprobleem. Daar wordt in Den Haag met man en macht aan gewerkt, zeker ook door onze CDA-collega’s in het parlement en kabinet. Dat wetende vinden wij dat Brabant zich moet conformeren aan het landelijk stikstofbeleid. Van onze landbouwsector wordt immers al een grote inspanning gevraagd. Een tijdspad dat afwijkt van het landelijke tijdspad mogen wij deze sector, mogen wij onze boeren, niet aandoen.

Duidelijke streep
Concreet: Brabant hanteert op dit moment een deadline van 1 april 2020 waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd om aan verscherpte milieueisen voor stallen te kunnen voldoen. In de Statenvergadering is er via een amendement voor bepaalde bedrijven een uitzondering gemaakt, maar wat ons betreft is dat niet voldoende. Daarom trekken we een duidelijke streep: de deadline voor vergunningaanvragen die Brabant op 1 april 2020 heeft gezet, moet nog dit jaar volledig van tafel. Natuurlijk heeft de hele problematiek meer aspecten en daar willen we in de komende maanden graag samen met onze coalitiepartners de schouders onder zetten. Maar instandhouding van de datum van 1 april 2020 kunnen en zullen wij niet dragen.

Met vriendelijke groet,

Provinciale Statenfractie CDA Brabant

Spreektekst Ankie de Hoon – Landbouwdebat op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 
(25-10-2019)

Voorzitter,

Probeer het je maar eens voor te stellen. Je hebt een varkensbedrijf in Venhorst, onder de rook van Eindhoven. Je woont en werkt in de slimste regio ter wereld. De Brabantse innovatiekracht zou ook jou vooruit moeten helpen. Dat doet het eigenlijk al. En je huidige stal is, dankzij o.a. luchtwassers, in vergelijking met de oude stal van je vader al veel schoner. Het heeft wel een flinke duit gekost, maar je wilt vooruit en de fosfaat- en dierrechten die je hebt maken dat je verder kunt en dan de investering terugverdienen.

Nieuwe stalsystemen zouden het hem mogelijk gaan maken om over een paar jaar de volgende stap te zetten en zijn bedrijf nóg duurzamer te maken dan het al is. Hij víndt het ook belangrijk om die volgende stap te kunnen zetten. Want hoe trots hij ook is op zijn bedrijf, het kan altijd beter. Gezond en veilig voedsel zo duurzaam mogelijk produceren. Maar dat lukt alleen als die veelbelovende systemen ook mogen worden gebruikt. En, laten we dat vooral niet vergeten, als hij het vertrouwen heeft dat zijn investering ook kan worden terugverdiend.

En daar, voorzitter, zit nu het probleem.

Als zijn bedrijf in Franeker, i.p.v. in Venhorst, had gestaan, was dit een stuk gemakkelijker geweest… Nu moet hij voor 1 april 2020 een vergunningsaanvraag gereed hebben. Dat vergt een investering op zich, maar dat zou nog geen probleem zijn indien hij dan al kon opteren voor de techniek die razendsnel wordt ontwikkeld.

Als hij Zuidoost-Brabants, slim was, zocht hij het best passende innovatieve stalsysteem uit en ging daarmee aan de slag. Dat heeft echter nog geen RAV-code en daarom kan hij dat nog niet op zijn vergunningsaanvraag zetten. En, alhoewel de resultaten goed lijken te zijn, is het nog net te vroeg om zeker te zijn. De bank denkt er ook zo over en zal hem zeggen: “Beste boer, we kunnen je op dit moment nog niet aan een financiering helpen voor dit systeem”.

Er zit voor onze boer uit Venhorst niets anders op dan een vergunning aan te vragen om met ouderwetse luchtwassers aan de slag te gaan in zijn nieuwe stal. En snel ook, want anders mag hij niets meer. Zijn collega in Franeker heeft zijn plannen op orde. Het nieuwe stalsysteem, waar hij mee aan de slag wil, is waarschijnlijk eind 2020 of begin 2021, over een jaar ongeveer, zover dat het een certificering heeft en er een vergunning voor kan worden aangevraagd. Met een beetje geluk kan hij er dan in 2023 mee aan de slag. Mooi op tijd om de volgende stap te zetten naar een duurzame toekomst.

Intussen verzucht onze boer in Venhorst: ‘Was men maar in Brabant zo slim als een Fries’.

Het verhaal van deze boer is illustratief voor de situatie waarin veel hardwerkende Brabantse boeren en hun gezinnen verkeren. Er is onzekerheid en onduidelijkheid. De uitspraak van de Raad van State over de PAS, de brief van de minister, de daar weer van afwijkende voorstellen van de provincies. Veel boeren wisten de afgelopen jaren al niet waar ze aan toe kwamen. Maar in plaats van duidelijkheid en perspectief hebben ze daar een nog grotere bestuurlijke chaos voor teruggekregen. De onvrede die in de afgelopen weken, al dan niet vergezeld van een stevige stoet met trekkers, wordt geuit is dan ook begrijpelijk. Boeren, bouwers en burgers, niemand weet meer hoe, wat, waarom of wanneer. We kunnen niet doorgaan met het opleggen van nóg meer regels en deadlines.

Als Lid van Provinciale Staten merkte ik al langer dat mijn telefoon nooit stil stond. In de afgelopen week werd ik, net als mijn fractiegenoten, werkelijk overstelpt met belletjes, appjes, e-mails en reacties op sociale media. De helderheid die we vorige week gaven werd duidelijk zeer gewaardeerd. Dat sterkt ons in het uitgangspunt dat boeren in Brabant perspectief verdienen.

Het CDA is van mening dat Brabantse boeren niet minder kans op een duurzame toekomst mogen hebben dan die in andere provincies. Daarom moet er een eenduidig beleid komen qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie die door het CDA en de VVD in de Tweede Kamer werd ingediend en de motie die eerder vandaag ook hier is ingediend én aangenomen.

Voorzitter, beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders en dat geen deadlines moeten worden opgelegd die niet haalbaar zijn en die niet in lijn zijn met wat voor ondernemers in andere provincies geldt. Kortom: wat het CDA betreft moeten we in Brabant niet langer vasthouden aan strengere regels.

Indien met nieuwe stalsystemen aan de slag kan worden gegaan ,kan de uitstoot enorm worden gereduceerd. Het is niet reëel dat een vergunningsaanvraag voor zo’n systeem kan worden gedaan vóór 1 april 2020. Voor die datum zijn die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar en is hiervoor nog geen landelijk beleid vastgesteld. Uitstel is hier de enige redelijke weg.

Indien we ruimte willen scheppen voor de investeringen van de boeren die per saldo de uitstoot sterk verminderen, dan moeten we dat ruimhartig doen. Daarbij heeft het geen pas latente ruimte in te trekken. Een veehouder die, net als onze boer uit Venhorst, nog niet de gehele vergunningsruimte heeft gebruikt, heeft vaak al een forse investering, bijv. in zijn infrastructuur, ter voorbereiding van verdere uitbreiding gedaan.

Voorzitter, waarom zouden voor Brabantse boeren die overwegen te stoppen met hun bedrijf andere, vermoedelijk minder gunstige, regelingen moeten gelden dan voor stoppers elders? Het is meer dan redelijk af te wachten waar het Rijk mee komt op dit gebied en dáárbij aan te sluiten. Dat is waarschijnlijk niet alleen voor de boeren die dit betreft beter, ook voor Brabant kan dit veel gunstiger uitpakken indien de kosten niet alleen door onze belastingbetalers hoeven te worden opgebracht.

Daarom moet de stoppersregeling opgaan in de landelijke regeling en omdat die niet voor 1 december van dit jaar bekend zal zijn, is het goed dat de Brabantse aanmelddatum, van 1 november a.s., is opgeschoven naar 1 april 2020.

Al deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de uitstoot van stikstof drastisch wordt verminderd. Deze maatregelen, investeringen, moeten kunnen worden terugverdiend. Dat gaat niet lukken met een gedwongen krimp van de veestapel, het CDA gaat daar dan ook niet mee akkoord. Krimp van de veestapel, in de vorm van bedrijfsbeëindiging of anderszins, mag slechts het gevolg zijn van een vrijwillige stap van de betrokken veehouder.

Voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is ervan overtuigd dat we hier samen, zoals we dat in Brabant altijd doen, uitkomen. Het CDA heeft vertrouwen in uw en in ons college en is ervan overtuigd dat er een mooie toekomst is voor alle Brabanders, Boeren, Bouwers en Burgers.

En, voorzitter, ook het CDA is trots op de Brabantse boer.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon IOV (25 oktober 2019)

CDA: eerste stappen naar realistisch en eerlijk landbouwbeleid

Het CDA is voorzichtig positief over het landbouwdebat in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, dat op dit moment aan de gang is. Nog niet alles is bereikt, maar er worden volgens de partij belangrijke eerste stappen gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Een keerpunt t.o.v. twee jaar geleden, toen Brabantse boeren door het vorige provinciebestuur versneld extra strenge maatregelen kregen opgelegd. “Een historische fout”, aldus het CDA destijds, omdat de besluiten van toen Brabantse familiebedrijven onevenredig hard raken. Inzet van het debat vandaag is voor het CDA juist minder strenge regels en meer compassie met de agrarische sector.

Meer tijd voor boeren met innovatieve stalsystemen

Veruit de belangrijkste beleidswijziging vandaag: boeren die met nieuwe, innovatieve stalsystemen aan de slag willen, ter vervanging van bijvoorbeeld ouderwetse luchtwassers (medeveroorzaker van o.a. stalbranden), hoeven niet langer op 1 april 2020 een vergunning te hebben aangevraagd indien deze stalsystemen nu nog niet beschikbaar zijn. Zij krijgen in dat geval van de provincie meer tijd en zo meer investeringsruimte om zowel hun bedrijf als het milieu een stap vooruit te helpen. Dit was een grote wens van het CDA, dat daartoe samen met andere partijen een voorstel (amendement) indient dat, zoals het er nu naar uitziet, kan rekenen op voldoende steun in de Brabantse Staten.

Ook krijgt de provincie de bevoegdheid om boeren uit te zonderen van bepaalde vergunning- en bouwdeadlines, wanneer zij een stalsysteem in gebruik willen nemen dat pas na 2022 beschikbaar is. Zo krijgen ook zij de ruimte om binnen een realistisch tijdspad schone investeringen te doen. Precies wat het CDA wil en altijd heeft bepleit.

Stikstofaanpak nu afstemmen, hopelijk later uniformeren

Daarnaast komt het CDA samen met haar coalitiepartners met een voorstel (motie) om in kaart te brengen hoe de landelijke en provinciale stikstofaanpak zich tot elkaar verhouden en hoe de afstemming tussen het Rijk en provincies is geregeld. Wat het CDA uiteindelijk wil, is uniform beleid: een gelijk speelveld voor boeren en tuinders, in alle provincies dezelfde stikstofregels en in Brabant geen strengere regels dan elders. Dit voorstel ziet de partij daartoe als een eerste stap: nu afstemming en wat het CDA betreft daarna uniformering.

Geen afname vergunde stalcapaciteit en geen gedwongen krimp veestapel

Deze twee voorstellen zijn in lijn met de voorwaarden die het CDA vorige week naar buiten bracht t.a.v. het Brabantse landbouwbeleid. Zo wil de partij dat emissieregels in Brabant niet strenger zijn dan in andere provincies én dat de vergunningdeadlines voor de bouw van nieuwe stallen worden herzien. Beide lijken te gaan lukken. Ook twee andere eisen van het CDA staan overeind: de overheid mag boeren de aan hen vergunde stalcapaciteit niet (zonder financiële compensatie) afnemen en krimp van de veestapel kan alléén plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Het CDA had voorstellen (moties) klaarliggen om initiatieven die tegen deze eisen zouden ingaan te blokkeren, maar deze lijken gelukkig niet nodig. Het afnemen van wel vergunde maar niet benutte stalcapaciteit en een gedwongen krimp van de veestapel zijn in Brabant momenteel niet aan de orde. Mocht dat in de toekomst wel dreigen te gebeuren, dan zal het CDA die alsnog proberen tegen te houden.

Een vijfde voorwaarde die het CDA stelde, namelijk dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is, moet in samenspraak met het Rijk worden gerealiseerd. Dat kan de provincie niet alleen.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Dit is voor alle betrokkenen, boeren, burgers maar ook politici, een bewogen dag. Als CDA hebben we vorige week aangegeven waar we staan in het Brabantse landbouwdebat, door vijf voorwaarden te formuleren die agrarische ondernemers in onze provincie perspectief moeten bieden. Die duidelijkheid werd gewaardeerd en nu is het zaak om onze woorden om te zetten in daden. Mijn conclusie is dat nu de eerste stappen worden gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Of we er daarmee zijn? Zeker niet. Er komt in de komende tijd nog veel op ons af en dit is een traject van lange adem. Waarbij ik ervan overtuigd ben dat wij als CDA het verschil kunnen maken.”

CDA formuleert eisen voor Brabants landbouwbeleid

Het CDA heeft vandaag eisen geformuleerd voor het Brabantse landbouwbeleid. Aanleiding zijn de recente ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek, waaronder het eerste advies van de commissie-Remkes. Kern is dat het landbouwbeleid in Brabant zo snel mogelijk in lijn moet komen met het landelijke landbouwbeleid.

Daartoe wil het CDA allereerst dat er uniform beleid komt qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie-Geurts/Harbers die vannacht in de Tweede Kamer werd ingediend. Beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders. Het CDA verzoekt het Brabantse provinciebestuur om niet langer vast te houden aan strengere regels.

Ten tweede wil het CDA dat niet langer deadlines voor het indienen van vergunningaanvragen voor nieuwe stalsystemen worden opgelegd, zolang die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar zijn én zolang hiervoor nog geen landelijk beleid is vastgesteld. Dat impliceert dat deadlines als die van 1 april 2020, waarover het Brabantse provinciebestuur op 25 oktober a.s. zou besluiten, in de ijskast moeten.

Ten derde wil het CDA dat boeren de volledige aan hen vergunde stalcapaciteit, inclusief de zgn. ‘latente ruimte’, mogen houden. De overheid mag deze niet afpakken.

Ten vierde wil het CDA dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is. Dat betekent het opschorten van de provinciale aanmelddatum van 1 november a.s. en aansluiten bij de landelijke datum van aanmelden.

Ten vijfde wil het CDA in Brabant, net als in de rest van Nederland, géén door de overheid gedwongen krimp van de veestapel. De partij zal ieder voorstel daartoe blokkeren. Krimp van de veestapel kan wat het CDA betreft alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.

Voor het CDA Brabant zijn deze vijf eisen leidend bij komende besluitvorming in Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Met dit eisenpakket wil de partij de balans terugbrengen in het stikstofdebat. Balans, realisme en een eerlijke verdeling van de lasten moeten zijn geborgd, wil het CDA steun kunnen geven aan welke maatregel dan ook.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Nu de minister gisteren, tijdens het debat over de stikstofproblematiek in de Tweede Kamer, heeft aangegeven dat provincies de vrijheid hebben om bovenop het landelijke beleid eigen, in het geval van Brabant veel strengere, stikstofregels te stellen, vinden wij het als CDA belangrijk dat onze provincie geen eiland wordt waar Brabanders het wonen en ondernemen onmogelijk gemaakt wordt. Brabant mag niet op slot. Dat is namelijk in niemands belang: niet in het belang van onze inwoners, familiebedrijven en uiteindelijk ook niet in het belang van onze Brabantse natuur. Brabant wordt niet de groene gordel van de Randstad, waar geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is.”

Omdat de ontwikkelingen in het stikstofdossier elkaar de laatste tijd snel opvolgden, heeft het CDA Brabant het debat in de Tweede Kamer, en de daaraan voorafgaande hoorzitting van deskundigen, willen afwachten alvorens met een reactie en eisenpakket naar buiten te komen. “We hebben in de afgelopen weken met veel mensen over het stikstofprobleem gesproken en begrijpen hun zorgen, boosheid en ongeduld. Ook wat de positie van het CDA Brabant betreft. Toch hebben we bij het bepalen van ons standpunt en eisenpakket niet over één nacht ijs willen gaan, want daar is dit probleem te groot en te complex voor. Zorgvuldigheid voor snelheid. Als CDA hebben we bestuursverantwoordelijkheid genomen om enerzijds zaken, die wij voor Brabant belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen en anderzijds zaken, die wij voor Brabant onwenselijk vinden, tegen te houden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij wat ons betreft het resultaat telt: het beste voor de Brabanders. Dáár gaan wij voor en dáár mogen zij het CDA op afrekenen.” Aldus De Hoon, die de fractievoorzitters van coalitiepartners VVD, D66, GroenLinks en PvdA eerder vandaag in een ingelast overleg informeerde over de positie van haar partij.

CDA: vragen over compensatie agrariërs bij natuuraanleg

Het CDA in Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement, stelde op 30 augustus jl. vragen aan het provinciebestuur over de aankoop van (landbouw)gronden t.b.v. de aanleg van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden.

Om dit netwerk te realiseren koopt natuurorganisatie ARK o.a. in de omgeving van Berlicum, Boxtel en Liempde landbouwgronden op. Dit betreft niet alleen gronden binnen het te realiseren natuurnetwerk, maar ook daarbuiten. Deze gronden zijn bedoeld om in te zetten als ruilgronden, als compensatie voor agrariërs die gronden afstaan omdat daarop natuurherstelmaatregelen plaatsvinden.

Statenlid Tanja van de Ven-Vogels, landbouwwoordvoerder namens het CDA, ontving uit de regio verschillende signalen dat ruilgronden niet, conform afspraak, zouden worden ingezet ter compensatie van boeren, maar om later alsnog natuur van te maken. Met als gevolg dat compensatie uitblijft en natuur, buiten het NNB, steeds verder opschuift in de richting van bedrijven, die daardoor in de knel komen met hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten. “Onwenselijk”, vindt Van de Ven-Vogels. “Het kan niet zo zijn dat ondernemers in de problemen komen, omdat we in Brabant meer natuur realiseren dan is afgesproken.”

Aan de gedeputeerde Natuur, Water en Milieu stelde Van de Ven-Vogels dan ook de volgende vragen:

  1. Wie ziet er in Brabant op toe dat ruilgronden ook daadwerkelijk worden gecompenseerd?
  2. Natuur, zijnde ruilgrond, ligt in een aantal gevallen heel dicht bij veehouderijbedrijven. Wordt hiermee rekening gehouden?
  3. Wanneer er grond wordt omgezet buiten het natuurnetwerk om, hoe wordt dit gecommuniceerd?

De gedeputeerde antwoordde dat er specifieke redenen kunnen zijn om het Natuurnetwerk Brabant te herbegrenzen, bijvoorbeeld door eigen initiatief van agrarische ondernemers die besluiten natuur in hun bedrijfsvoering mee te nemen. Volgens de gedeputeerde ligt de bal bij de ondernemers om dit in de omgeving te communiceren. De te doorlopen procedures worden daarbij gevolgd.

Het CDA gaat de antwoorden van de gedeputeerde terugkoppelen aan de betreffende ondernemers in de regio en denkt na over het stellen van schriftelijke vervolgvragen.

Vragen over landbouwparagraaf bestuursakkoord?

Op 7 juni jl. presenteerden VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het Brabantse bestuursakkoord 2019-2023, getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’.

Dit bestuursakkoord is hier te vinden: https://www.brabant.nl/-/media/d6dcd12ed3ff4e45b9f5ffddf8474f78.pdf.

Wij merken dat de landbouwparagraaf van het bestuursakkoord veel reacties losmaakt en vragen oproept. Dat kan het CDA zich goed voorstellen.

Op iedere vraag willen wij antwoord geven. Om dat goed en overzichtelijk te kunnen doen, vragen wij eenieder die vragen heeft of een reactie kwijt wil om een e-mail te sturen naar cda@psbrabant.nl. We proberen elke e-mail binnen drie werkdagen te beantwoorden.

Wilt u liever op een andere wijze met ons in gesprek, bijvoorbeeld telefonisch of in een ontmoeting op het Provinciehuis of op locatie, dan kunt u dat ook in uw e-mail vermelden. Een van onze Statenleden maakt dan z.s.m. een afspraak.

Aarzelt u vooral niet om uw vraag te stellen. We gaan graag met u in gesprek.

Team CDA Brabant

 

CDA: “Realisme komt terug in Brabantse landbouw”

Dankzij een herziening van de veehouderijbesluiten uit 2017 komt het realisme terug in de Brabantse landbouw. De herziening maakt deel uit van het bestuursakkoord 2019-2023, dat coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA vandaag presenteren. In de nieuwe plannen krijgen specifieke groepen boeren méér tijd om aan de doelstellingen uit de veehouderijbesluiten te voldoen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen.

Dat de provincie de veehouderijbesluiten uit 2017 opnieuw tegen het licht zou houden, was een belangrijke wens uit het CDA-verkiezingsprogramma en een stap die in de afgelopen twee jaar, onder het oude provinciebestuur, onmogelijk was. Met de herziening stapt het provinciebestuur af van generiek beleid dat voor alle boeren hetzelfde is en wordt maatwerk mogelijk. Precies wat het CDA wil, omdat de situatie op ieder erf in elk gezin anders is.

Kern van de besluiten uit 2017 is het vervroegen van de deadlines waarop boeren aan nieuwe milieueisen moeten voldoen: van 2028 naar 2022. Het CDA stemde hiertegen, omdat het de besluiten onrealistisch en oneerlijk vindt. Zo moeten boeren onverwachts hoge, extra investeringen doen én zijn de vereiste stalsystemen nog niet beschikbaar. Mede hierom pleitte het CDA er in de verkiezingscampagne voor de besluiten te herzien en onrealistische onderdelen eruit te halen.

Die belofte lost de partij nu in, want het CDA heeft ter aanvulling op de landbouwparagraaf in het bestuursakkoord het volgende kunnen bereiken (zie pag. 35 van het bestuursakkoord):

  • Melkveehouders met stro(oisel)stallen krijgen, onder voorwaarden, twee jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van vlees- en fokstieren krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van geiten krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van varkens en vleeskalveren die kiezen voor brongerichte technieken krijgen, onder voorwaarden, een half jaar uitstel voor het indienen van een vergunbare aanvraag.
  • Bedrijven die per 1 januari 2022 willen stoppen, hoeven, onder voorwaarden, géén nieuwe vergunning aan te vragen.
  • Bedrijven die per uiterlijk 1 januari 2024 stoppen, hoeven, onder aanvullende voorwaarden, géén vergunning aan te vragen.
  • Bevordering van de toepassing van nieuwe stalsystemen door het sneller toekennen van ‘voorlopige emissiefactoren’ en het gebruik van kansrijke innovaties door het sluiten van ‘Green Deals’ (afspraken tussen de overheid en andere partijen).
  • Ondersteuning van varkenshouders die willen stoppen om dat op een ‘warme’ manier te doen. ‘Warm’ wil zeggen dat zij financieel worden gecompenseerd, o.a. door gerichtere inzet van de bestaande Ruimte voor Ruimte-regeling.
  • Introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken, zodat zij straks minder geld kwijt zijn aan het pachten van grond en meer geld overhouden om te investeren in hun bedrijf.
  • De melkveehouderij blijft uitgezonderd van de zgn. ‘stalderingsregeling’, d.w.z. de verplichting om meer m2 oude stallen te slopen dan dat er m2 nieuwe stallen bijkomen.
  • De provincie verlaagt de zgn. ‘stalderingswaarde’ bij herbestemming: voor 10 m2 nieuw te ontwikkelen stal moet 12-14 m2 vrijkomende stal worden herbestemd.
  • Zolang met de maatregelen uit de besluiten t.a.v. de ‘Versnelling Transitie Veehouderij’ het voorgenomen doel t.a.v. de stikstofuitstoot wordt bereikt, legt de provincie geen extra maatregelen op (tenzij het Rijk, Europa of de rechter dat verplicht).

Marianne van der Sloot, lijsttrekker en beoogd gedeputeerde namens het CDA: “Dankzij het CDA gaat een deur open, die de afgelopen jaren potdicht heeft gezeten. Want in de Brabantse landbouw wordt maatwerk mogelijk. Bepaalde groepen boeren krijgen méér tijd om aan de doelstellingen uit het veehouderijbesluit te voldoen. En we nemen aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen. Met dit pakket verlichten we hun situatie en verbeteren we hun toekomstperspectief. Zowel voor boeren die willen stoppen als voor boeren die hun bedrijf willen voortzetten. En op wie het CDA trots is en heel zuinig wil zijn. Ook dat zit in dit bestuursakkoord.”

De landbouwparagraaf van het bestuursakkoord bevat verschillende ambities voor de agrarische sector, zoals kringlooplandbouw, een gezonde bodem, het stimuleren van innovaties en aandacht voor dierenwelzijn. Stuk voor stuk doelstellingen die het CDA van harte kan onderschrijven. Ook het streven naar mestbewerking op logische locaties, (dicht)bij de boer of op een industrieterrein (met een saneringsplicht na afloop van de vergunningsperiode), is in lijn met het CDA-verkiezingsprogramma.

Ankie de Hoon, Statenlid en beoogd fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie: “Vandaag kunnen we zeggen dat een dichte deur is opengegaan. Nog niet wagenwijd, maar voldoende om weer wat zonlicht naar binnen te kunnen doen vallen. Dat was lang geleden. En we hebben twee van onze beste mensen, beoogd gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma, als ‘poortwachters’ bij die deur kunnen neerzetten. Zij zullen er de komende vier jaar alles aan doen om die deur waar mogelijk nog verder open te zetten. Ook dat is de grote winst die het CDA boekt met de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Een dichte deur gaat open, het boerenverstand is terug in het college.”