Berichten

Opinie Marianne van der Sloot c.s. – ‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

Opinie van Marianne van der Sloot en 11 andere CDA-lijsttrekkers in dagblad De Telegraaf d.d. 5 februari 2019.

‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

De plannen van de klimaattafels getuigen niet van realisme en gezond verstand. Dat stellen de twaalf CDA-lijsttrekkers voor de Provinciale Statenverkiezingen. In de week van het klimaatdebat in de Kamer en het eigen partijcongres, stellen zij vier voorwaarden aan het Klimaatakkoord.

Klimaat is een belangrijk thema in de campagne voor de provinciale verkiezingen. Dat is terecht. Om de doelen van Parijs te halen, zijn de provincies van cruciaal belang. Als CDA lijsttrekkers van de twaalf provincies onderschrijven wij de doelen en zien wij veel kansen voor onze provincies. Maar om Parijs te halen is meer realisme en gezond verstand nodig in de uitvoering. Daarin schieten de plannen van de klimaattafels tekort. Daarom stellen wij vier voorwaarden aan het definitieve akkoord.

Een succesvolle klimaataanpak vraagt allereerst om draagvlak in plaats van doordrukken. Bij de presentatie van het concept-klimaatakkoord is te veel mist ontstaan over de werkelijke klimaatopgave. Het debat is gekaapt door felle voor- en tegenstanders, door drammers en sceptici. Maar door mensen alleen bezorgd of boos te maken komt een oplossing niet dichterbij. De keuzes zijn lastig, zoals we zien in discussies over windmolens. Iedereen weet dat ze nodig zijn, maar niemand wil ze in de achtertuin.

Veel van de zorgen gaan over de rekening van de klimaataanpak. Die zorgen zijn terecht. Voor veel mensen is een nieuwe elektrische auto nog lang geen haalbaar alternatief. Zij zijn al blij met een degelijke tweedehands, die ook de komende jaren nog vaak op benzine rijdt. Ook de plannen om huizen te isoleren en van het gas af te halen vragen om grote investeringen, bovenop de hogere energierekening die mensen dit jaar al betalen. Daarom moeten we zorgen dat de veranderingen voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn.

In de derde plaats pleiten wij voor een realistischer tempo in de uitvoering. De klimaatplannen zijn geformuleerd voor 2030 en 2050. We hebben dus een generatie de tijd om alle doelen te realiseren. Die tijd moeten we nuttig gebruiken, door nu te doen wat kan en nodig is en andere maatregelen uit te smeren over de komende decennia. Dat geeft een realistisch perspectief, maar schept ook ruimte om maximaal te profiteren van de innovatie en de technologische vooruitgang. Ook de markt levert hier een bijdrage. Zo heeft Volkswagen al aangekondigd vanaf 2026 uitsluitend nog elektrische auto’s te produceren. Daar is dus geen peperdure subsidie voor nodig.

De vierde voorwaarde is een eerlijk Europees speelveld. Het Nederlandse klimaatbeleid is gericht op een CO2-reductie van 49%. In Europa zoekt het kabinet steun voor een verdere reductie tot 55%. De realiteit is dat veel van de ons omringende landen niet verder komen dan 40 tot 45%. Dat maakt de Nederlandse ambitie riskant. Een Nederlandse ‘kop’ op de Europese doelen betekent dat wij voor veel geld de problemen van andere landen oplossen en de concurrentiepositie voor MKB’ers en grote bedrijven verslechtert. Daarom moet Nederland aansluiten bij de Europese doelen, ook als dit lager is dan de ambities waar het kabinet nu vanuit gaat.

Wij kunnen de klimaatopgave tot een succes maken en onze provincies schoner doorgeven aan de volgende generaties. Dat kan als we stoppen met dromen en drammen en kiezen voor haalbare, betaalbare en realistische plannen. Daarover kan de kiezer zich op 20 maart uitspreken.

De CDA-lijsttrekkers voor de verkiezingen Provinciale Staten: Jan Nico Appelman (Flevoland), Jo Annes de Bat (Zeeland), Adri Bom-Lemstra (Zuid-Holland), Gerhard Bos (Gelderland), Derk Boswijk (Utrecht), Patrick Brouns (Groningen), Dennis Heijnen (Noord-Holland), Eddy van Hijum (Overijssel), Henk Jumelet (Drenthe), Ger Koopmans (Limburg), Sander de Rouwe (Friesland), Marianne van der Sloot (Noord-Brabant).

CDA: Brabant moet eisen stellen aan Klimaatakkoord

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant eisen moet stellen aan het nationaal Klimaatakkoord, dat nu in de maak is. De partij wil dat het Brabantse provinciebestuur het voorbeeld van de provincie Limburg volgt, die afgelopen week een brief met Limburgse beoordelingscriteria voor het Klimaatakkoord naar Den Haag stuurde.

In schriftelijke vragen aan het provinciebestuur, vandaag ingediend, stelt het CDA dat alleen een Klimaatakkoord met voldoende draagvlak in de samenleving kans van slagen heeft. Daarvoor is het essentieel dat ook de wensen en zorgen van een regio als Brabant in het akkoord zijn terug te vinden. “Het Klimaatakkoord mag geen project van de Randstad zijn, waarvan de rekening eenzijdig in Brabant wordt neergelegd.” Aldus Statenlid Marianne van der Sloot, tevens fractievoorzitter en lijsttrekker.

Het CDA vraagt het provinciebestuur daarom een brief naar de ‘klimaatonderhandelaars’ te sturen, met een kader Brabantse randvoorwaarden waaraan het akkoord moet voldoen. Van der Sloot: “Beschouw het als een serie beoordelingscriteria/eisen waaraan Brabant het akkoord straks kan toetsen. Duidelijk en transparant.”

Om te zorgen voor één krachtige, gedragen boodschap richting Den Haag, stelt het CDA voor dat het provinciebestuur gemeenten en andere overheden, maatschappelijke organisaties en het Brabantse bedrijfsleven raadpleegt bij het bepalen van de inhoud van een dergelijke brief.

Ook doet het CDA zelf een aantal suggesties, namelijk:

  • Het Klimaatakkoord moet voor elke Brabander haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn.
  • Doelstellingen en deadlines uit het Klimaatakkoord moeten concreet, meetbaar en realistisch zijn.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lusten’ is een vereiste. Dat betekent dat duurzame energieprojecten moeten investeren én renderen in de omgeving, zodat álle inwoners hiervan profiteren.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lasten’ is een vereiste. De opgaven uit het Klimaatakkoord moeten eerlijk over het land, over regio’s en over sectoren worden verdeeld.
  • Bewustwording bij de consument als vertrekpunt van het Klimaatakkoord, door in te zetten op hoe mensen zelf, in hun eigen huishouden en omgeving, kunnen bijdragen: bijv. door te isoleren, besparen, minder te verspillen en zorgvuldig om te gaan met afval.
  • Oog voor grensregio’s en aandacht voor hun bijzondere, internationale positie, die door het Klimaatakkoord niet in gevaar mag worden gebracht.
  • Géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant. De rekening van Groningen mag niet in Brabant worden neergelegd.
  • Investeer in Brabantse klimaatmaatregelen die effectief zijn en zichzelf reeds bewezen hebben, zoals de subsidieregeling asbest eraf, zonnepanelen erop, de motie Samen aan de bal (over het verduurzamen van sportaccommodaties) én de motie Ladder voor duurzaamheid (over toepassing van een ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen waar wel en waar geen zonnepanelen mogen komen).
  • Méér Brabantse vakmensen. Het Klimaatakkoord moet voorzien in concrete voorstellen om de duizenden vakmensen op te leiden die nodig zijn om de maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren en in praktijk te brengen. In Brabant en voor Brabant.
  • Gelijk speelveld: het Klimaatakkoord mag onder geen enkele voorwaarde leiden tot oneerlijke concurrentie voor Brabantse bedrijven.
  • Heel Europa moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Nederland mag niet eenzijdig opdraaien voor dure, grensoverschrijdende klimaatmaatregelen.

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen van het CDA te beantwoorden.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over het Klimaatakkoord.