Berichten

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over fondsbeheer door provincie Noord-Brabant

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant

Evaluatie Zuidelijke Rekenkamer Informatievoorziening investeringsfondsen N-B

(09-06-2017)

Voorzitter,

Vandaag gaat het weliswaar niet over de inhoud van de fondsen, maar tóch een winstwaarschuwing vooraf. Het is helaas een dubbele inbreng geworden: positief zeker, maar óók zeer kritisch. Aan de ene kant kunt u denken ‘jammer, we krijgen het als GS wéér over ons heen’, aan de andere kant kunt u het ook positief oppakken en bedenken…

‘dat de scherpste kritiek het grootste bewijs is van belangstelling, betrokkenheid en gevoel van verantwoordelijkheid’.

Want voorzitter, vandaag bespreken we hier een cruciaal en glashelder rapport van de Zuidelijk Rekenkamer. Met als centrale vraag: wat is de kwaliteit van de informatie die PS ontvangt over de investeringsfondsen van GS? Heel simpel op het eerste gezicht.

Maar voorzitter, dit is geen formeel, procedureel afvinkmoment. Het raakt de daadwerkelijke kern van onze controlerende taak. Feitelijk is de vraag: krijgen wij informatie die van een voldoende niveau is om onze controlerende functie goed te kunnen invullen t.a.v. de investeringsfondsen?

Voorzitter, waarom is dit dan een cruciaal rapport? Historisch zelfs, in de ogen van het CDA. In 2013-2014 is er in totaal een half miljard euro geïnvesteerd in deze fondsen. Voorzitter, in dit huis vliegen de nullen je soms om de oren, maar ik herhaal het toch nog maar even: een half miljard euro, één van de grootste autonome investeringspaketten ooit gedaan door een regionale overheid in Noordwest-Europa.

240 miljoen euro werd niet-revolverend gereserveerd voor natuur via het Groenfonds. De rest revolverend 125 miljoen euro voor innovatie, 60 miljoen euro voor energie, 50 miljoen euro voor snelle verbindingen en 25 miljoen euro voor cultuur.

Voorzitter, dit deden onze voorgangers met een reden. Dit deden ze, zo valt te lezen, om:

  • concrete ambities voor Brabant te verwezenlijken;
  • concrete tastbare resultaten te bereiken;
  • en om vernieuwende dingen te ontwikkelen die Brabant op het gebied van economie, natuur, cultuur en energie verder zouden helpen.

En beste collega’s, wij zijn er om te controleren of dit geld goed wordt besteed. Wij zijn er om de voortgang te monitoren. Collega’s, voor die controle zijn we zelfs politiek eindverantwoordelijk. Niet GS, niet de fondsen. maar PS controleert uiteindelijk of er met deze enorme bak aan belastinggeld daadwerkelijk voldoende van de grond komt, er daadwerkelijk voldoende, concrete resultaten worden gehaald. Uiteraard doen we dat in goede samenwerking met alle stakeholders, zoals GS, verbonden partijen en de fondsen. Maar de uiteindelijke afweging ligt hier: bij PS.

Maar voorzitter, hiervoor zijn we voor een groot deel afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van de informatie die GS ons toestuurt. En collega’s, dan lees je dit rapport van de Zuidelijk Rekenkamer vandaag. En hier worden stevige uitspraken gedaan. Een aantal fondsen is op orde, hulde daarvoor en daarover later in de inbreng ook zeker meer, maar voor een tweetal fondsen (Brabant C maar m.n. het Groenfonds) lezen we dat het onder de maat en niet volgens afspraak verloopt. Voorzitter, een aantal constateringen zorgen bij het CDA voor grote zorgen. Luistert u even mee naar de opsomming van de Zuidelijke Rekenkamer.

1. Om te beginnen een algemeen punt. De provincie blijkt haar informatievoorziening, huishouding én archivering niet geheel op orde te hebben:

  • de Zuidelijke Rekenkamer moet herhaaldelijk zaken verzoeken,
  • moet herhaaldelijk richting de fondsen om info te krijgen; en
  • moet herhaaldelijk moeite doen om de juiste info boven tafel te krijgen.

Hoe kan dit? Dit zou een persoon of bedrijf die een vergunning op wat voor gebied dan ook moet aanvragen bij de provincie eens moeten doen! Kortom, wij verwachten het wel van derden, maar zelf hebben we het nog niet helemaal op orde. Gelukkig erkent GS dit in haar reactie en wordt hier aan gewerkt.

2. Voorzitter, punt 2, onze grootste zorg: het Groenfonds. Hier worden enkele stevige constateringen gedaan. Voorzitter, we hebben hier bij de Jaarrekening al aandacht aan besteed, maar toch even de belangrijkste constateringen van de Zuidelijke Rekenkamer uit het rapport:

  • de uitgangssituatie is nog niet duidelijk;
  • er wordt, zo schrijft de Zuidelijke Rekenkamer, überhaupt nauwelijks gerapporteerd over de afgesproken ‘kritische prestatie-indicatoren’ (KPI’s);
  • zo wordt over de omvang van de categorieën (c>a) en de multiplier niets gemeld, omdat de realisatie tot nu minimaal is;
  • over een derde KPI (gewogen mate van spreiding) wordt niets gemeld, omdat de provincie deze niet relevant vindt voor het fonds, huh?; en
  • over een vierde KPI (mate van uitputting) wordt gesteld dat deze niet meetbaar is en dat men op zoek gaat naar een nieuwe indicator;
  • daarnaast is informatie inconsistent, verwarrend en onnauwkeurig, bijvoorbeeld de KPI mate van uitputting van het Groenfonds;
  • en áls er al informatie wordt gemeld gebeurt dit op verschillende plekken, wat lastig zoeken is voor PS;
  • zo wordt er bij de begroting in één keer onder een ‘eigen productgroep’ gerapporteerd.

Samengevat: er wordt nauwelijks iets gemeld en als er al iets wordt gemeld, is het vaak moeilijk met elkaar te rijmen. Collega’s, heel simpel samengevat: op basis van deze info hebben we hier alle 55 op dit moment dus gewoon geen flauw idee wat er gebeurt met een pot van 240 miljoen euro Brabants belastinggeld. Dit maakt controle vanuit PS over het Groenfonds onmogelijk. Al bij de behandeling van de Jaarrekening merkte het CDA op dat dit niet langer kan en hebben wij daarom o.a. met GroenLinks aanvullende vragen gesteld. Wij begrijpen dat deze vragen inmiddels zijn behandeld in GS en hebben ook het laatste memo van de gedeputeerde gezien. Dank voor de snelle reactie. Wij zijn vooralsnog blij met zijn constructieve houding om de cijfers z.s.m. boven tafel te krijgen, maar begrijpen dat dit iets langer gaat duren dan wij hadden gehoopt. Wij hebben hier begrip voor, maar willen nogmaals plenair benadrukken dat we de initieel afgesproken KPI’s z.s.m. op tafel willen hebben. Kan de gedeputeerde ons gerust stellen dat hij hier druk mee bezig is én dat de gevraagde informatie z.s.m. bij de Staten komt? En wanneer hij dit moment verwacht? En kan hij hierbij aanhaken op de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) zoals ook de andere fondsen doen.

3. Voorzitter, punt 3: het Brabant C fonds. Dit gaat over een stuk minder geld, maar desalniettemin blijft het 25 miljoen euro. Dat goed en conform de afspraken besteed moet worden. Ook op dit fonds hebben wij meerdere op- en aanmerkingen:

  • informatie over indicatoren verschilt door documenten in de P&C-cyclus heen;
  • er zijn geen KPI’s geformuleerd.

Voorzitter, ook dit behoeft verbetering, maar het CDA vindt dat we hier ook onszelf als Provinciale Staten moeten aankijken. Bij de start was immers afgesproken dat we meer concrete KPI’s zouden afspreken, maar dit is tot nu toe simpelweg nog niet gedaan. Maar hier hebben we dus ook zelf als PS kennelijk nog onvoldoende achteraan gezeten. Wij zouden dit graag z.s.m. in samenspraak met de gedeputeerde willen doen. Graag een reactie van mijn collega’s en van GS of we dit z.s.m. kunnen bespreken.

Voorzitter, tot nu toe veel ijzige, koude maar volgens ons ook noodzakelijke woorden. Maar voorzitter, u kent het CDA óók als een Brabantse, gezellige en warme partij. Het warme deel van de inbreng begint nu. Gaat u er maar eens goed voor zitten. De zorgen die wij namelijk hebben bij het Groenfonds en in mindere mate bij Brabant C, hebben wij bijvoorbeeld niet bij het Innovatiefonds. KPI’s worden concreet en op tijd aangeleverd en wanneer over een indicator nog niet volledig kan worden gerapporteerd (bijv. revolverendheid), meldt men in ieder geval concrete afgeronde prestaties op deelprojecten. Voorzitter, het CDA wil hier grote complimenten geven aan het fonds en de verantwoordelijk gedeputeerde Pauli.

4. Voorzitter, tot slot: u hebt het woord revolverendheid nog niet gehoord. Cruciaal voor het CDA. Daar wil ik het nog even over hebben. Voor alle fondsen behalve het Groenfonds is revolverendheid een groot aandachtspunt. Wij snappen hier echter ook de reactie van GS wel dat dit tot nu toe nog moeilijk is te rapporteren. Wij lezen echter in de reactie van GS dat men dit vanaf nu op alle fondsen waar het betrekking op heeft (Innovatiefonds, Energiefonds, Breedbandfonds en Brabant C fonds) gaat doen. Als wij dit mogen noteren als harde afspraak, is dit vooralsnog voldoende voor het CDA. Graag een bevestiging van de gedeputeerde.

Voorzitter, rest mij om de Rekenkamer hartelijk te danken voor het uitstekende rapport en, ondanks de soms wel zeer positieve uitleg van onderdelen van het Rekenkamerrapport in de reactie van GS, willen wij ook GS danken voor een aantal constructieve reacties op het rapport. Wat ons betreft op onderdelen een voorbeeld van hoe kritische blikken van de verschillende partijen (ZRK, Staten en GS) elkaar scherp houden t.b.v. een beter openbaar bestuur.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Evaluatie ZRK Informatievoorzieningen investeringsfondsen NB (9 juni 2017)

Inbreng deelname Stichting Automotive Campus

24 maart 2017

INBRENG STATENVOORSTEL 15/17  PROCEDURE WENSEN EN BEDENKINGEN DEELNAME IN STICHTING AUTOMOTIVE CAMPUS

Spreker: Huseyin Bahar (CDA)1

Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het CDA is trots op de resultaten die reeds bereikt zijn op de Automotive Campus. 40 bedrijven, 520 medewerkers en ca. 120 studenten die onderdeel zijn van deze campus. Met de verhuizing van het Summa College zal het aantal studenten zelfs fors toenemen.
Zoals u ook aangeeft in het voorstel levert de campus wat ons betreft dan ook een belangrijke bijdrage aan de herkenbaarheid en het ecosysteem van Brabant als automotive en smart mobility regio.

Voorzitter, hoewel we de Automotive Campus een warm hart toedragen blijven we toch denken met ons gezond boerenverstand. Daarom sta ik graag met u stil bij de volgende drie punten.

  1. De overname van de BOM-participatie.
  2. Het benodigde budget en GO/NO GO moment na 3 jaar.
  3. En als laatste en uitermate belangrijke punt: de opgelegde geheimhouding.

De overname van participatie van de BOM BHB
Voorzitter, om te beginnen de overname van de BOM participatie. Dit kunnen we alleen maar toejuichen. Met deze overname wordt immers de complexiteit in de besturing en rapportage gereduceerd. Hiermee  houden we het voor PS én GS overzichtelijk en beheersbaar. In lijn met deze beweging zien wij daarom ook geen bezwaar in een deelname van de provincie in de voorgenomen stichting. Ook hier geldt namelijk een duidelijke aanspreekpunt en dedicated kartrekker voor de Automotive Campus, die het geheel kan overzien.

Benodigd budget en GO/NO GO moment na 3 jaar
Voorzitter, dan als tweede punt het benodigde budget en GO/NO GO moment. Voorzitter, voor het benodigde budget van 625.000 euro heeft GS het mandaat om dit vanuit de middelen van het Uitvoeringsprogramma werklocaties te bekostigen. Hoewel de stichting de kartrekker wordt van het concept Automotive Campus, lezen we echter óók dat de grondeigenaren zelf verantwoordelijk blijven voor de grondexploitatie.

In dit kader een vraag aan de gedeputeerde: voorziet de gedeputeerde binnen 3 jaar nog significante investeringen of kosten t.b.v. de grondexploitatie op de Automotive Campus?

Voorzitter, in het voorstel wordt er gesproken over een GO/NO GO moment na 3 jaar. De vraag aan de gedeputeerde is of dit alléén betrekking heeft op de stichting? Of is dit moment ook een GO/NO GO moment voor de beoordeling van onze participatie en positie in de Automotive Campus?

De opgelegde geheimhouding
Voorzitter, dan de geheimhouding. Voorzitter, dit uitermate belangrijke punt hebben we bewust tot het laatste bewaard, omdat we juist over dit punt graag los van de Automotive campus zouden willen debatteren.

Een deelname vanuit de provincie in campussen, in samenwerking met private partijen, is immers het uitgangspunt en niet de uitzondering. Wij verwachten bijvoorbeeld al op korte termijn het goede nieuws van de gedeputeerde dat een private partij ook deelneemt in Pivot Park Oss.

Voorzitter, de opgelegde geheimhouding vormt toch een blok aan het been als wij over soortgelijke situaties vrij willen debatteren. In dat kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Verwacht de gedeputeerde bij iedere samenwerking met private partijen geheimhouding in verband met gevoelige bedrijfsgegevens?
  • Wanneer een geheimhouding in het begin van een traject wordt bekrachtigd, geldt die dan óók voor evaluaties of documentatie in het vervolg?
  • Welke belemmeringen of mogelijkheden ziet de gedeputeerde hierin?
  • En is het een bewuste keuze van GS of een verzoek van private partijen om voor volledige documenten geheimhouding te verklaren en niet alleen voor specifieke passages? Het argument voor geheimhouding betreft immers gevoelige ‘bedrijfsgegevens’. Het is echter moeilijk voor te stellen dat een business case of marktverkenning alleen maar uit bedrijfsgegevens van private partijen bestaat.

Kortom voorzitter, belangrijke vraagstukken die bepalend kunnen zijn bij hoe wij nu en in de toekomst om kunnen gaan met vergelijkbare situaties, zonder dat dit een belemmering hoeft te zijn voor het vrije debat dat wij met elkaar willen voeren.

Tot zover onze bijdrage voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.