Berichten

CDA Brabant op werkbezoek in Zundert

Het CDA Brabant trapt het nieuwe politieke seizoen, dat volgende week begint, af in Zundert. Op vrijdag 23 augustus brengen provinciale én landelijke CDA-vertegenwoordigers een werkbezoek aan de gemeente, het eerste van dit jaar.

In de ochtend maken de politici kennis met de Coöperatieve Vereniging Treeport Zundert, die zich inzet voor versterking van de boomkwekerijsector in West-Brabant. Onderdeel van deze kennismaking is, naast een uitleg over de activiteiten van het platform, een bedrijfsbezoek aan Boot & Dart Boomkwekerijen, een van de ruim honderd ondernemingen en organisaties die bij Treeport zijn aangesloten.

‘s Middags staat allereerst een bezoek aan de Nederlandse vestiging van het familiebedrijf Ardo (met de hoofdzetel in Ardooie, België) op het programma. Ardo is een belangrijke speler in de productie van een volledig aanbod vriesverse groenten, kruiden en fruit voor de retail, foodservice en industrie. Hierna neemt de CDA-delegatie een kijkje bij de voorbereidingen voor het Corso, dat op 1 en 2 september a.s. in Zundert plaatsvindt. Het Zundertse bloemencorso is het grootste van de wereld en bestaat sinds 1936. De CDA’ers bezoeken o.a. het ‘Corsohome’ aan de Industrieweg en de bouwtent van buurtschap Tiggelaar, dat met negentien andere buurtschappen strijdt om het bouwen van de mooiste wagen.

Aan het werkbezoek namen verschillende Statenleden van het CDA deel, provinciale volksvertegenwoordigers die bij de verkiezingen eerder dit jaar in het Brabantse parlement zijn gekozen. Onder hen de West-Brabantse Ankie de Hoon uit Etten-Leur, die als fractievoorzitter de achthoofdige fractie aanvoert. Daarnaast wonen ook de Brabantse Tweede Kamerleden Erik Ronnes en René Peters (een deel van) het programma bij evenals diverse plaatselijke CDA’ers.

De Hoon: “Geen betere plaats om het politieke jaar te beginnen dan in het prachtige Zundert, met een werkbezoek waarin o.a. economie, ondernemerschap, innovatie en cultuur samenkomen. Kortom, veel van waar Brabant goed in is én trots op mag zijn. En we hadden ook geen beter moment kunnen uitkiezen, want over iets meer dan een week kan heel de wereld tijdens het Corso genieten van al het moois dat Zundert te bieden heeft. Een uniek evenement, immaterieel cultureel erfgoed, waaraan duizenden vrijwilligers meewerken en dat wat het CDA betreft beslist een plek verdient op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We zijn vereerd om alvast een voorproefje te krijgen en kijken ernaar uit om Zundert, in al zijn facetten, beter te leren kennen.”

Staatssecretaris Mona Keijzer op werkbezoek in Werkendam

Op uitnodiging van het CDA in Altena brengt staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat op vrijdag 19 oktober a.s. een werkbezoek aan Werkendam.

De staatssecretaris is te gast bij Werkina Werkendam, een scheepsinstallatiebedrijf dat momenteel het eerste volledig elektrisch varende schip ontwikkelt. Behalve met Werkina maakt Mona Keijzer daar ook kennis met Werkendam Maritime Industries, een groep van ca. 30 Werkendamse ondernemingen die internationaal actief zijn in de maritieme sector.

Hierna gaat de staatsecretaris in drie rondes aan tafel met ondernemers uit Altena. In de eerste ronde zijn dat vertegenwoordigers van Altenase familiebedrijven. Tijdens de tweede ronde staat het Altenase midden- en kleinbedrijf centraal. In de derde ronde ontmoet Mona Keijzer vrouwelijke ondernemers uit Altena.

CDA-lijsttrekker Roland van Vugt: “Wij zijn vereerd met de komst van Mona Keijzer naar onze mooie regio Altena. Als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is zij verantwoordelijk voor belangrijke onderwerpen als het MKB, het bedrijfslevenbeleid en innovatie. Dat maakt haar een goede gesprekspartner voor de ondernemers in Altena, met wie wij Mona Keijzer graag laten kennismaken met wat er onze streek leeft en gebeurt. Zo zorgen we er samen voor dat Altena ook in Den Haag op de agenda staat.”

Het werkbezoek start om 15.30u (inloop vanaf 15.15u) en duurt tot 18.00u. Locatie is Werkina Werkendam, gelegen aan de Biesboschhaven Noord 1B te Werkendam.

Vertegenwoordigers van de pers zijn van harte uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het persmoment om 17.45u.

Spreektekst Stijn Steenbakkers – MKB-plusfaciliteit Brabant 22/09

Spreektekst1  Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de MKB-plusfaciliteit Brabant
(22-09-2017)

Voorzitter,

Ik kom iedere week veel positieve mensen en nog meer positieve verhalen tegen. Dat is fantastisch: ondernemers zien kansen waar anderen die niet zien en zijn ‘hands on’. Daar zouden we als samenleving echt iets van kunnen leren.

Maar voorzitter, voordat je in mijn vak besluit om geld toe te vertrouwen aan ondernemers, leer je bijzonder snel positiviteit te onderscheiden van doorgeschoten opportuniteit, maar vooral positieve verhalen te onderscheiden van ‘grote verhalen’. En weet u wat het mooie is: ik begin meer en meer te merken dat zoiets bijzonder handig is in de Brabantse politiek. Helemaal bij deze gedeputeerde. Want toegegeven: er ligt een bijzonder positief verhaal van de heer Pauli, of is het een groot verhaal?

Voorzitter, hoewel met 60 miljoen inleggen – en daardoor 600 miljoen vrijmaken – dit verhaal zich op het eerste gezicht goed zou kunnen kwalificeren als een ‘groot verhaal’, gelooft het CDA toch vooral dat het een mooi en positief verhaal is. De gedeputeerde geeft aan dat hij een goede kans ziet al deze gelden vrij te maken bij de verschillende andere partijen en maakt netjes een voorbehoud dat dit nog wel dient te gebeuren. Hoe groot schat hij de kans in dat we die 600 miljoen gaan halen?

Voorzitter, we willen inhoudelijk starten met complimenten aan de gedeputeerde voor de denkrichting en grote lijn van dit stuk, maar ook de snelheid waarmee dit richting de Staten is gekomen.

Voorzitter, de richting/grote lijn kunnen we als CDA dan ook ondersteunen. Het CDA is bijvoorbeeld zeer te spreken dat de provincie naast leningen ook de equity kant gaat oppakken en passief gaat mee participeren. We hebben nog wel enkele vragen over het voorstel, bijvoorbeeld over de financiële dekking, die we gedurende het debat aan de gedeputeerde zullen stellen. Maar daar gaan we de 1e termijn niet voor gebruiken.

Want voorzitter, het CDA gelooft dat we dit voorstel nog beter en slimmer voor Brabant kunnen maken aan de hand van 3 punten. Voor deze punten hebben we ook ondersteunende feiten gevonden in o.a. de in mei 2017 uitgebrachte financieringsmonitor van Panteia op verzoek van EZ, de brief van minister Kamp Actieplan MKB Financiering, het onderzoek naar familiebedrijven door Kammerlander en Van Essen in de Harvard Business Review en het onderzoek naar familiebedrijven door o.a. BDO.

En voorzitter, op die drie punten van verbetering wil ik mij in de eerste termijn richten. En ik beloof de gedeputeerde nu al dat hij van alle drie enthousiast gaat worden.

Punt 1

Voorzitter, allereerst familiebedrijven en de economische structuurgedachte. Misschien is het het toch eens waard om hier dieper met elkaar over van gedachte te wisselen.

De gedeputeerde neemt dit initiatief om de Brabantse economische structuur te versterken. Wanneer bedrijven door een betere financieringsstructuur eerder kunnen opschalen en groeien, leidt dit tot meer banen, een sterke economie en wellicht in het Statenstuk ook tot minder overnames over vertrek naar het buitenland.

Maar voorzitter, als het doel is de Brabantse economie verder te versterken, vernieuwen en op te schalen, dan ligt het er wel aan bij wat voor soort bedrijven je dit doet, hoe innovatief deze bedrijven zijn en hoe verbonden die bedrijven zijn met Brabant.

  • En voorzitter, ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant altijd de ruggengraad van onze economie zijn geweest en nog steeds zijn.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant behoren tot de meest innovatieve ondernemingen. Zie ook het onderzoek in de Harvard Business Review.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven bovengemiddeld scoren op het gebied van duurzaamheid.
  • Maar bovenal voorzitter, en dat is cruciaal, hoef ik deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven een bovengemiddelde binding kennen met Brabant en bovengemiddeld in verbinding staan met hun directe leefomgeving en keten. En voorzitter, dáár zit de crux. In mijn visie is een bedrijf niet louter een zielloze productie- of innovatiemachine altijd op zoek naar de maximale winst, het onderste uit de kan, maar heeft een bedrijf óók een essentiële maatschappelijke verbindings- en ontwikkelingsfunctie. En die verbindings- en ontwikkelingsfunctie naar de leefomgeving, naar de keten en naar Brabant komt buitengewoon positief naar voren bij familiebedrijven. Brabant heeft zich kunnen ontwikkelen op de schouders van familiebedrijven.

Voorzitter, om al deze vier redenen, maar vooral dus om de laatste, zouden juist groeiende en opschalende familiebedrijven optimaal moeten kunnen profiteren van de MKB-plusfaciliteit. Dat versterkt onze hele Brabantse samenleving niet alleen op economisch gebied.

Want voorzitter, uiteindelijk is het versterken van onze Brabantse economie niet een doel op zich. De economie verhoudt zich richting de samenleving, hoe een bankier zich naar mijn idee behoort te verhouden t.o.v. diezelfde reële economie. Namelijk als dienaar. Niet meer, niet minder. Een economie dient een samenleving, dient haar uitdagingen, maar dient bovenal dromen van mensen. Familiebedrijven vervullen deze rol bij uitstek vanuit de economie richting hun omgeving, de keten en de samenleving.

Wij vinden het dan ook een gemis dat er in dit voorstel met geen woord wordt gerept over familiebedrijven en geloven dat het echt van toegevoegde waarde is. Voor exact hetzelfde doel dat de gedeputeerde en het CDA delen. Namelijk een economisch krachtiger en daardoor maatschappelijk sterker Brabant. Wij komen daarom met een motie.

Punt 2

Voorzitter, maar dit sterke pleidooi voor familiebedrijven houdt ook verband met het volgende punt: méér ruimte voor het echte MKB bij deze faciliteit.

Dan begint het al met het begrip MKB. Daarbinnen heb je drie categorieën: microbedrijven 2-9, kleinbedrijven 10-49 en middelgrote bedrijven 50-249. Voorzitter, het overgrote deel van de bedrijven in Brabant zit in deze twee eerste categorieën. Hier vindt een gigantische vernieuwing en innovatie plaats, stapels plannen liggen op de kast, maar inderdaad heeft juist dit type qua grootte van bedrijf het soms moeilijk om financiering aan te trekken om te groeien en op te schalen (hoe groter het bedrijf hoe vaker een financieringsverzoek wordt gehonoreerd).

Alles vanaf 250 werknemers is grootbedrijf, ook wel ‘small of mid caps’ genoemd, en heeft niets meer te maken met MKB. En bij goede ideeën klotst het geld, door de kunstmatige en ongezonde lage rentes dankzij centrale banken, voor dit type bedrijven op dit moment werkelijk tegen de plinten omhoog. Zowel aan de eigen als vreemd vermogen kant. Voorzitter de laatste financieringsmonitor gepubliceerd door het ministerie van EZ bevestigt dit ook.

Nee voorzitter, de laatste financieringsmonitor leert ons dat een doorsnee MKB-bedrijf in Nederland en Brabant zich oriënteert op bedragen van rond de 200.000 euro. Dit varieert tussen 100.000 euro in microbedrijven, 200.000 euro in kleine bedrijven en 1,4 miljoen euro in het middenbedrijf. Voor snelle groeiers bij ‘scale ups’ ligt dit hoger. Maar het zijn met name bedragen, laat zeggen tot 5 miljoen euro, die worden gezocht om op te schalen en vaak niet worden gevonden.

En voorzitter, als je met deze feiten in het achterhoofd naar het voorstel kijkt, dan zijn wij bang dat dit fonds een fonds wordt voor de ‘happy few’ voornamelijk gevestigd in de regio Eindhoven. En dat het echte MKB hier niet of nauwelijks gebruik van kan maken.

Voorzitter, de SER wijst hier ook op. Dit laat overigens onverlet dat het CDA, ingeval van marktfalen, niet tegen de ondersteuning is van het grootbedrijf. Maar een deel van het fonds zou expliciet voor het MKB moeten worden gereserveerd en het drempelbedrag zou voor dat deel omlaag moeten. Ziet de gedeputeerde hier mogelijkheden?

Punt 3

Voorzitter, tot slot zou het CDA op voorhand iets uit willen uitsluiten. Namelijk dat de MKB-plusfaciliteit óók gebruikt t.b.v. overnamefinanciering. Wij vinden dit niet passen bij het beoogde doel, namelijk het realiseren van groei, innovaties en ‘scale up’ bij Brabantse bedrijven. Kan de gedeputeerde ons verzekeren dat de MKB-plusfaciliteit hier niet voor wordt gebruikt?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers MKB-plusfaciliteit Brabant (22 september 2017)

Thema-avond Familiebedrijven op 13/03

INLEIDING

Na jaren van crisis gaat het weer beter met de Nederlandse economie. In de crisis zijn veel bedrijven omgevallen. Maar welke bedrijven hebben Nederland/Brabant door de crisis geholpen? Welke bedrijven zijn robuuster en waarom is dat zo? Welke bedrijven geven een unieke bijdrage aan grote maatschappelijke opgaven, zoals duurzaamheid of het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt?

CDA Statenlid én kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers: “Ik heb de sterke overtuiging dat het met name de familiebedrijven zijn geweest die Nederland en Brabant uit de crisis hebben getrokken en een cruciale bijdrage leveren aan het oplossen van een aantal essentiële maatschappelijke opgaven. We weten het alleen niet zeker. Dat is de reden waarom ik, ondersteund door de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabantse Familiebedrijven Genootschap (BFBG), heb gevraagd om een onderzoek door de provincie.

“Ik vind dat de overheid, zowel provinciaal in Den Bosch als nationaal in Den Haag, in haar economisch beleid te weinig doet voor familiebedrijven. Familiebedrijven lopen tegen specifieke problemen en obstakels aan, de overheid moet hen beter faciliteren. Wat we in ieder geval weten, door recent onderzoek van Erasmus Centre For Family Business, BDO en Rabobank, is dat familiebedrijven met sterke familiewaarden aanzienlijk beter presteren dan ‘gewone’ ondernemingen. Hun waarden zorgen voor een duidelijkere identiteit, meer vertrouwen van toeleveranciers en een sterkere ‘license to operate’ en loyaliteit onder klanten. Hoe kunnen andere bedrijven daarvan leren en heeft de overheid hier een rol?”

Omdat familiebedrijven een interessant thema vormen, heeft Steenbakkers in samenwerking met het CDA Meierijstad hierover een thema-avond georganiseerd op maandag 13 maart a.s. Vanaf 19.30 uur bent u van harte welkom in de THREE-SIXTY, de Verspillingsfabriek aan de Huygensweg 10 te Veghel. Tijdens deze avond zullen de volgende sprekers aanwezig zijn en hun visie geven op dit thema:

  • Albert Dominicus: auteur van Ons Verhaal, een boek over Veghelse familiebedrijven.
  • Bob Hutten: eigenaar van Hutten Catering en voorzitter van het Brabantse Familiebedrijven Genootschap (BFBG).
  • Peter Struik: CEO van Fujifilm Europe en voorzitter van de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW).
  • Aukje Kuypers: eigenaar van installatiebedrijf P.G. Kuijpers & Zonen (4e generatie familiebedrijf).

Na de pauze is er volop gelegenheid voor het stellen van vragen en om met elkaar te discussiëren over een aantal stellingen. Vanwege het beperkte aantal zitplaatsen moet u zich aanmelden via: ggosselinkven@gmail.com. Na aanmelding ontvangt u een bevestiging.

PRAKTISCHE INFORMATIE

Maandag 13 maart, 19.30 – 22.30 uur

THREE-SIXTY / De Verspillingsfabriek

Huygensweg 10

5466 AN Veghel

PROGRAMMA

Inloop

19.30 – 19.50 uur: Inloop met koffie/thee en wat lekkers

Inleiding

19.50 – 20.00 uur: Stijn Steenbakkers, een inleiding op het onderwerp

De Visies

20.00 – 20.15 uur: Albert Dominicus, over de feiten rondom familiebedrijven in Veghel

20.15 – 20.30 uur: Bob Hutten, visie op familiebedrijven in onze samenleving

20.30 – 20.45 uur: Aukje Kuypers, een verhaal over Kuijpers Installaties en de concrete uitdagingen waar zij tegenaan loopt

20.45 – 21.00 uur: Peter Struik, visie op familiebedrijven en samenwerking met overheid

Pauze

21.00 – 21.20 uur: Korte pauze en gelegenheid voor drankje en hapje

Vragen en Discussie

21.20 – 22.05 uur: Paneldiscussie en vragen uit de zaal

Afsluiting en take aways

22.05 – 22.15 uur: Stijn Steenbakkers

 Nazit & Borrel

22.15 – 23.00 uur: Gelegenheid om na te praten en een borrel te drinken

 

 

CDA blij met steun BZW en BFBG voor provinciaal onderzoek naar familiebedrijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is blij met de steun van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) voor een provinciaal onderzoek naar familiebedrijven. Op 12 januari jl. stelde Statenlid Stijn Steenbakkers, tevens kandidaat-Kamerlid, hiertoe schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten.

In een brief aan het college d.d. 17 januari jl. gaven Peter Struik, voorzitter van de BZW, en Bob Hutten, voorzitter van het BFBG, aan positief te zijn over een dergelijk onderzoek én over de oprichting van een expertisecentrum bij een van de Brabantse onderwijsinstellingen.

Voor de fractie van het CDA zijn familiebedrijven dé ruggengraat van de Brabantse economie. Zij zijn historisch en óók anno 2017 de cruciale aanjagers van noodzakelijke vernieuwing en verduurzaming van onze economie. Het CDA is dan ook van mening dat familiebedrijven en de specifieke, belangrijke rol die zij spelen méér aandacht verdienen vanuit Brabant. Dit met als doel dat zij duidelijker worden gepositioneerd én beter ondersteund in het economisch beleid van de provincie.

Steenbakkers:

“Een betere ondersteuning en positionering van familiebedrijven begint met het verzamelen van kennis. Zijn familiebedrijven inderdaad de ruggengraat van de Brabantse economie, zoals de CDA-fractie denkt? Want hoeveel familiebedrijven heeft Brabant nu eigenlijk? In welke sectoren zijn ze actief? Hoeveel banen zitten er bij deze bedrijven? Hoeveel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken hier? Welke uitdagingen spelen er precies bij deze ondernemers? Van welke overheidsregelgeving hebben zij het meeste last? Waar zijn ze vanuit de regionale overheid precies mee geholpen? We weten het niet exact.

Veel van deze vragen zijn namelijk nog nooit onderzocht of de data hiervan zijn zo versnipperd of verouderd, dat deze geen goed, representatief beeld meer geven. Als CDA pleiten we daarom voor een provinciaal onderzoek naar familiebedrijven onder regie van de BZW en het BFBG.”

Hieronder vindt u de complete set schriftelijke vragen die het CDA op 12 januari jl. aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gesteld:

01. Bent u bereid een breed onderzoek naar familiebedrijven, onder regie van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) in partnership met de provincie, te financieren?

02. Hebt u, behalve de door het CDA hierboven genoemde concrete vragen, zelf nog specifieke vragen/aspecten t.a.v. familiebedrijven, die u in een dergelijk onderzoek wilt laten onderzoeken?

03. Bestaat er in Brabant bij een universitaire instelling een leerstoel, zoals bij de Universiteit Nyenrode, die zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van deze leerstoel?

04. Bestaat er in Brabant bij een hbo-instelling een lectoraat, zoals in Overijssel bij de Hogeschool Windesheim, dat zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van dit lectoraat?

05. Wanneer een leerstoel en/of lectoraat t.a.v. familiebedrijven ontbreekt bij Brabantse universitaire/hbo-instellingen, bent u dan bereid om met de instellingen in gesprek te gaan om dit z.s.m. te bewerkstelligen?

06. Bent u bereid om hier eventueel financieel aan bij te dragen?

Behalve het verwerven van kennis en het creëren van een netwerk zijn ook bedrijfsopvolging en transparantie belangrijke uitdagingen voor het familiebedrijf.

07. Kunt u aangeven:

  1. waar in het huidige provinciaal beleid specifiek aandacht wordt besteed aan familiebedrijven; en
  2. of en hoe ondersteuning bij bedrijfsopvolging en (her)inrichting van de bedrijfsstructuur daar nu in zijn geborgd?

Bijlage: Brief BZW-BFBG n.a.v. vragen CDA.

Schriftelijke vervolgvragen ondersteuning familiebedrijven

Schriftelijke vervolgvragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over de ondersteuning van familiebedrijven.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vervolgvragen over ondersteuning familiebedrijven.

Geacht college, 

Het CDA heeft dankbaar kennis genomen van de antwoorden op onze schriftelijke vragen inzake de ondersteuning van familiebedrijven. Wij proeven een vooralsnog afwachtende maar open houding van het provinciebestuur t.a.v. de specifieke ondersteuning van familiebedrijven vanuit het economisch beleid van de provincie. Dat geeft de CDA-fractie hoop. Ook zien we dat de provincie in haar beleid al een aantal goede aspecten voor familiebedrijven heeft zitten.

Voor de fractie van het CDA zijn familiebedrijven dé ruggengraat van de Brabantse economie. Bovendien zijn ze historisch (zie het boek Het Nieuwste Brabant) en óók anno 2017 de cruciale aanjagers van noodzakelijke vernieuwing en verduurzaming van onze economie. Wij zijn dan ook van mening dat familiebedrijven en de specifieke, belangrijke rol die zij spelen méér aandacht verdienen vanuit Brabant. Uiteindelijk moet dit ertoe leiden dat zij duidelijker worden gepositioneerd én beter ondersteund in het economisch beleid van de provincie.

Dat begint uiteraard bij kennis. Zijn familiebedrijven inderdaad de ruggengraat van de Brabantse economie, zoals de CDA-fractie denkt? Want hoeveel familiebedrijven heeft Brabant nu eigenlijk? In welke sectoren zijn ze actief? Hoeveel banen zitten er bij deze bedrijven? Hoeveel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken hier? Welke uitdagingen spelen er precies bij deze ondernemers? Van welke overheidsregelgeving hebben zij het meeste last? Waar zijn ze vanuit de regionale overheid precies mee geholpen? We weten het niet exact. Veel van deze vragen zijn namelijk nooit onderzocht of de data hiervan zijn zo versnipperd of verouderd, dat deze geen goed, representatief beeld meer geven.

Het CDA heeft daarom de volgende schriftelijke (vervolg)vragen voor het college van Gedeputeerde Staten:

01. Bent u bereid een breed onderzoek naar familiebedrijven, onder regie van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) in partnership met de provincie, te financieren?

02. Hebt u, behalve de door het CDA hierboven genoemde concrete vragen, zelf nog specifieke vragen/aspecten t.a.v. familiebedrijven, die u in een dergelijk onderzoek wilt laten onderzoeken?

03. Bestaat er in Brabant bij een universitaire instelling een leerstoel, zoals bij de Universiteit Nyenrode, die zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van deze leerstoel?

04. Bestaat er in Brabant bij een hbo-instelling een lectoraat, zoals in Overijssel bij de Hogeschool Windesheim, dat zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van dit lectoraat?

05. Wanneer een leerstoel en/of lectoraat t.a.v. familiebedrijven ontbreekt bij Brabantse universitaire/hbo-instellingen, bent u dan bereid om met de instellingen in gesprek te gaan om dit z.s.m. te bewerkstelligen?

06. Bent u bereid om hier eventueel financieel aan bij te dragen?

Behalve het verwerven van kennis en het creëren van een netwerk zijn ook bedrijfsopvolging en transparantie belangrijke uitdagingen voor het familiebedrijf.

07. Kunt u aangeven:

  1. waar in het huidige provinciaal beleid specifiek aandacht wordt besteed aan familiebedrijven; en
  2. of en hoe ondersteuning bij bedrijfsopvolging en (her)inrichting van de bedrijfsstructuur daar nu in zijn geborgd?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

CDA: meer doen voor en met familiebedrijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de provincie Noord-Brabant onderzoekt hoe zij meer kan doen voor en met familiebedrijven.

Het CDA heeft hiertoe schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten. Daarin roept de partij het provinciebestuur o.m. op het voorbeeld van Overijssel te volgen. Daar sloten de provincie, Hogeschool Windesheim, Hogeschool Saxion, VNO NCW Midden en MKB Midden vorige week een intentieverklaring, die tot doel heeft familiebedrijven optimaal te ondersteunen.

Het CDA is enthousiast over het Overijsselse initiatief en zou graag zien dat ook de provincie Noord-Brabant onderzoekt hoe zij samen met partners uit het onderwijs en bedrijfsleven familiebedrijven kan ondersteunen. Bijvoorbeeld bij bedrijfsopvolging of het delen van kennis en kunde. Een intentieverklaring als die in Overijssel zou dan een mooie aanvulling op het al bestaande beleid voor familiebedrijven kunnen zijn, vindt het CDA.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder Economische Zaken en tevens kandidaat voor de Tweede Kamer:

“Familiebedrijven zijn de ruggengraat van onze economie. Ze hebben een uniek profiel. Niet alleen omdat ze zorgen voor werkgelegenheid, maar óók vanwege hun bedrijfsfilosofie. Deze is o.a. gericht op continuïteit, maatschappelijk ondernemen en samenwerking. Stuk voor stuk bedrijfswaarden die succesvol blijken te zijn, waarvan het CDA vindt dat we ze moeten zien over te dragen aan volgende generaties ondernemers.”

Hieronder vindt u de complete set schriftelijke vragen die het CDA aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gesteld:

1. Bent u bekend met de intentieverklaring Samen in beweging voor familiebedrijven 2017-2019, die de provincie Overijssel, Hogeschool Windesheim, Hogeschool Saxion, VNO NCW Midden en MKB Midden op 24 november jl. hebben ondertekend?

2. Wat vindt u van dit initiatief?

3. In onze provincie lopen nu al verschillende initiatieven van en voor familiebedrijven, zoals het Brabantse Familiebedrijven Genootschap. Is er vanuit de provincie ruimte voor nieuwe, aanvullende initiatieven gericht op het verder ondersteunen van familiebedrijven en het uitdragen van hun bedrijfsfilosofie?

4. Bent u in dat kader bereid te onderzoeken of we ook in de provincie Noord-Brabant tot een intentieverklaring kunnen komen, die gericht is op aandacht voor en ondersteuning van familiebedrijven?

a. Indien ja, wie ziet u daarbij als mogelijke partners?

b. Bent u bereid deze partners vóór 1 april 2017 bij elkaar te brengen om het draagvlak voor een dergelijke intentieverklaring te peilen?

5. Welke mogelijkheden ziet u nog meer om, als provincie, familiebedrijven optimaal te ondersteunen?

6. Bent u, bij voldoende draagvlak, bereid om vóór 1 juli 2017 met een Statenvoorstel Ondersteuning Brabantse Familiebedrijven te komen?