Berichten

Vier Brabanders op CDA-lijst Eerste Kamer

Op de conceptkandidatenlijst van het CDA voor de Eerste Kamerverkiezingen volgend jaar staan vier Brabanders. Het zijn Ton Rombouts uit Den Bosch, Peter Essers uit Loon op Zand, Hansko Broeksteeg uit Grave en Erik de Ridder uit Tilburg.

Oud-burgemeester van Den Bosch Ton Rombouts, nu ook Eerste Kamerlid, staat op plaats 6 en is de hoogste Brabander op de CDA-lijst. Hoogleraar belastingrecht Peter Essers, al eerder lid van de Eerste Kamer tussen 2003 en 2015, staat op plaats 8. Hij komt uit Loon op Zand.

Op plaats 16 staat Hansko Broeksteeg uit Grave, universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit. De Tilburgse wethouder Erik de Ridder is lijstduwer op plaats 24.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben blij met deze kandidatenlijst voor de Eerste Kamer, waarop onze provincie goed en herkenbaar vertegenwoordigd is. Brabants, maatschappelijk betrokken, politiek ervaren en met een grote juridische en fiscale kennis, dát typeert onze kandidaten. Een viertal om trots op te zijn.”

De leden van het CDA stellen de Eerste Kamer-lijst op 9 februari definitief vast. Lijsttrekker is Ben Knapen. Het CDA heeft nu 12 zetels in de Eerste Kamer.

De verkiezingen voor de Eerste Kamer zijn op 27 mei 2019. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van Provinciale Staten, de provinciale parlementen. De verkiezingen daarvoor zijn in maart.

Foto: Eerste Kamer.

Sophie van Bijsterveld – Afschaffen lijstencombinaties: een waardeloos idee!

Opinie van Eerste Kamerlid Sophie van Bijsterveld, gepubliceerd in het Brabants Dagblad van 3 mei 2017

De Tweede-Kamerverkiezingen liggen achter ons. Het mediacircus focust zich volledig op de formatie van het nieuwe kabinet. Maar in zijn nadagen wil het oude kabinet onder aanvoering van verantwoordelijk minister Plasterk nog een plan doorvoeren met mogelijk verstrekkende gevolgen voor toekomstige verkiezingen: het afschaffen van lijstencombinaties. Dat is een waardeloos idee. Juist in deze tijd met veel partijen en politieke dynamiek is de mogelijkheid van lijstencombinaties van groot belang: voor de kiezer, voor de partijen en voor het openbaar bestuur.

Na de eerste zetelverdeling blijven er altijd stemmen over. De zetels die daardoor ook overblijven worden dan uitgedeeld aan partijen die met een extra zetel gemiddeld de meeste stemmen per zetel hebben. Dat maakt dat restzetels eerder aan grotere dan aan kleinere partijen toekomen. Door een lijstencombinatie kunnen – ook kleinere – geestverwante partijen de kans verhogen dat een restzetel aan een van hen toekomt. Afgelopen maart hadden GroenLinks en de PvdA een lijstencombinatie; dat was ook zo bij de ChristenUnie en de SGP. Ook andere combinaties komen voor, zowel bij landelijke, provinciale en gemeentelijke verkiezingen. Voor de kiezer betekent een lijstencombinatie dat zijn of haar stem dan zo dicht mogelijk bij de eigen keuze blijft.

Lijstencombinaties hebben in het verleden meer dan eens de weg gebaand voor fusie van partijen. Het CDA (CHU, KVP en ARP), GroenLinks (CPN, PSP, PPR en EVP) en de ChristenUnie (RPF en GPV) zijn daar mooie voorbeelden van. Ook al zijn er op dit moment geen partijen die de wil hebben uitgesproken nauwer met elkaar op te trekken of op termijn samen te gaan, in de toekomst is dat zeker niet uitgesloten. En de lijstencombinatie leidt tot het nadenken over gedeelde standpunten.

Lijstencombinaties vergroten voor de kiezer de duidelijkheid waar partijen binnen het politieke spectrum staan, zeker wanneer veel partijen met een verkiezing meedoen. Voor partijen zelf betekenen lijstencombinaties een krachtenbundeling. En de verkiezingsuitslag geeft scherper aan waar de kiezers voor gekozen hebben. Dat lijstencombinaties ‘ondoorzichtig’ zouden zijn, zoals de regering beweert, is onbegrijpelijk. Wanneer er een lijstencombinatie is aangegaan, is dat duidelijk leesbaar op het stembiljet. Vaak zijn er ook vaste patronen van verwante partijen die zich samen sterk maken. De manier waarop de restzetels worden toegekend binnen een lijstencombinatie is dan ook fair: het is niet bij voorbaat de grootste of de kleinste partij die er een zetel bij krijgt. Het is namelijk afhankelijk van de vraag wie de meeste stemmen behaald heeft. De partij met het grootste overschot ontvangt een restzetel.

De regering lijkt slechts te kijken naar de nationale verkiezingen. Maar in de provincies, waar de relatieve kracht van gelijkgestemde partijen onderling soms verschilt, is het van cruciaal belang om lijstencombinaties te houden. Al is het alleen maar met het oog op een evenwichtige verkiezing van de leden van de Eerste Kamer. En voor de gemeente geldt dat juist met de opkomst van veel lokale partijen lijstencombinaties nuttig zijn; ook daar geldt dat het een stuk duidelijker wordt waar partijen voor staan en wanneer de kiezer zijn eigen partij niet aan een extra zetel kan helpen, dan komt zijn stem tenminste ten goede aan een verwante partij.

Het is dan ook niet voor niets dat de reacties uit de wereld van de gemeenten op dit wetsvoorstel overwegend negatief waren. Gemeenten zijn nu ook volop bezig zich te oriënteren op de komende gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Wanneer die mogelijkheid nu zou worden afgeschaft, worden daarmee de gemeenten en dus ook de kiezer direct al voor de voeten gelopen.

Pikant detail is dat nu juist minister Plasterk eerder linkse partijen opriep om bij de komende gemeenteraadsverkiezingen helemaal samen te gaan. Nuttige, maar minder draconische samenwerking werkt hij nu tegen!

Het systeem van lijstencombinaties is in het verleden al eens afgeschaft. Vervolgens werd het weer in het leven geroepen zodat partijen zichtbaar krachten kunnen bundelen en samenwerking bevorderd wordt. Lijstencombinaties zijn van belang omdat de stem van de kiezer beter gehoord wordt. Wij moeten niet willen dat het systeem opnieuw eerst afgeschaft wordt om het vervolgens weer opnieuw in te stellen.

Waar wij in Nederland echt niet op zitten te wachten is jojo-wetgeving!

Sophie van Bijsterveld

is lid van de Eerste Kamer (CDA) en hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit Nijmegen en woont in Rijen