Berichten

Spreektekst Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage I-2020 op 03/07

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage I-2020
(03-07-2020)

Voorzitter,

Om te beginnen wil ik de ambtelijke organisatie bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Altijd een heel karwei en voor ons Statenleden onmisbaar om onze controlerende taak goed te kunnen uitoefenen. En dat doen we vandaag, bij het bespreken van de bestuursrapportage.

Als CDA vinden wij het een goede ontwikkeling dat deze bestuursrapportage, anders dan in voorgaande jaren, veel meer een ‘afwijkingenrapportage’ is i.p.v. een ‘voortgangsrapportage’. Dat past bij het doel van de burap: vaststellen of Brabant qua begroting op koers ligt en of er moet worden bijgestuurd.

In dat kader wil ik allereerst stilstaan bij de actualiteit, want de coronacrisis blijft Brabant en de Brabanders hard raken. De effecten zijn dagelijks merkbaar, en zullen dat naar verwachting nog lange tijd blijven. Het is goed dat de provincie, in aanvulling op de sociaaleconomische noodpakketten van het Rijk, maatregelen heeft genomen ter ondersteuning van de Brabantse economie en onze culturele sector. Beide krijgen harde klappen. Graag ontvangen we van het college een update van de genomen provinciale corona-maatregelen, bijvoorbeeld over het beroep dat er op is gedaan. En kan de gedeputeerde ingaan op de gevolgen van corona voor onze provincie en voor de provinciebegroting? Zijn we voorbereid op een situatie van een tweede golf en mogelijk een weer strenger beleid? Liggen hier scenario’s voor klaar, om schokken in onze economie op te vangen en effecten te dempen? Graag een reactie.

Dan terug naar de burap, in het bijzonder naar de immunisatieportefeuille. Hiervan weten we dat als gevolg van de heel lage marktrente het toekomstig rendement zal teruglopen, en dat daarmee de jaarlijkse begrotingspost van € 122,5 miljoen onder druk staat. Het CDA vindt het begrijpelijk dat obligaties zijn verkocht om zo koerswinsten veilig te stellen, zeker in die gevallen waar het effectief rendement negatief was op het moment van verkoop van de obligaties. Tegelijkertijd stelt het ons wel voor een ‘herbeleggingsprobleem:’ vrijgevallen middelen kunnen niet meer worden herbelegd tegen aantrekkelijke rentes. Dat we op zoek gaan naar alternatieve mogelijkheden, vindt het CDA verstandig, maar we kijken op van het forse bedrag, € 800.000, dat hiervoor nodig is. De antwoorden op de technische vragen lichten een tipje van de sluier op, maar ook niet meer dan dat. Verzoek aan de gedeputeerde om een uitgebreidere toelichting hierop. Dat hoeft niet per se vandaag, ik kan mij zomaar voorstellen dat hij dat komende periode in de Commissie sturen en verantwoorden doet.

In het bestuursakkoord hebben we een ‘knelpuntenbuffer’ van minimaal € 18 miljoen opgenomen. In deze bestuursrapportage loopt de buffer op van € 31,2 miljoen naar € 42,1 miljoen. Er is dus ruimte voor invulling.

Wil het college deze ruimte reserveren om armslag te hebben voor corona-maatregelen of kunnen wij richting de begroting 2021 met bestedingssuggesties komen? Bij beide kunnen wij ons iets voorstellen, bijvoorbeeld in de vorm van verlichting voor het Brabantse mkb, en impulsen voor de toerisme-, evenementen- en cultuursector.

Over de cultuurmiddelen een vraag, voorzitter. We zien dat tenminste € 8,5 miljoen van de € 20,1 miljoen structurele middelen kosten betreffen voor uitvoeringsorganisaties als Kunstloc en Cubiss. Dat is 42% van het budget, dat naar uitvoering en overhead gaat en niet (rechtstreeks) naar cultuur. Het CDA vindt dat middelen voor cultuur zoveel mogelijk direct ten goede moeten komen aan cultuurmakers, zodat zij daarmee meer Brabanders kunnen bereiken en laten genieten van hun projecten en producties. Daarom de vraag hoe het college tegen deze uitvoeringskosten aankijkt, en of het mogelijkheden ziet om een efficiency- en effectiviteitsslag te maken?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage I-2020 (3 juli 2020)

Schriftelijke vragen over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Thijssen en Marcel Deryckere over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea.

Geacht college,

Naar aanleiding van o.a. het bericht Zonder hulp overleeft Oorlogsmuseum in Overloon coronacrisis niet: ‘Het moet blijven’1in dagblad De Limburger d.d. 2 mei jl. en het bericht Oorlogsmuseum Overloon onmisbaar voor ons dorp2 op de website Overloon Nieuws d.d. 6 mei jl. hebben wij voor u de volgende vragen.

  1. Bent u bekend met de brief die de gemeente Boxmeer recent aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gestuurd over de financiële zorgen van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon, beter bekend als Oorlogsmuseum Overloon, als gevolg van de coronacrisis?
  2. Wat is uw reactie op deze brief?
  3. Bent u het met het CDA eens dat Oorlogsmuseum Overloon, als belevings- en erfgoedmuseum, van grote betekenis is voor o.a. het dorp Overloon, het Land van Cuijk en de provincie Noord-Brabant, wat in dit jaar van 75 jaar vrijheid, en bij het 75-jarig bestaan van het museum in 2021, extra tot uitdrukking komt?
  4. Acht u de situatie waarin Oorlogsmuseum Overloon zich momenteel bevindt exemplarisch voor die van veel andere kleine en (middel)grote musea in Brabant? Indien ja, welke signalen hebt u?
  5. Kunt u op een rijtje zetten voor welke steunmaatregelen Oorlogsmuseum Overloon, maar ook andere Brabantse musea, op dit moment in aanmerking zou kunnen komen? Bijvoorbeeld de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), voor musea met personeel in loondienst en tenminste 20% omzetverlies.
  6. Wanneer is het op 1 mei jl. aangekondigde plan, onderdeel van het Brabantse culturele steunpakket, dat onderbouwt welke culturele instellingen in Brabant voor hulp in aanmerking kunnen komen gereed3? Is hier nog steeds een bedrag van € 8 miljoen mee gemoeid, waarvan € 4 miljoen wordt opgebracht door de provincie Noord-Brabant en BrabantStad en € 4 miljoen door het Rijk?
  7. Kunt u herbevestigen dat dit provinciale geld ook buiten de grote Brabantse steden zal worden ingezet?
  8. Bent u bekend met de aangenomen motie-Von Martels/Schonis4, die de regering verzoekt om, in samenwerking met andere overheden, musea en andere culturele instellingen, te laten onderzoeken wat nodig is om de (naams)bekendheid van middelgrote en kleinere musea en andere culturele instellingen in Nederland te vergroten bij de buitenlandse toeristen, met name die uit de ons omringende landen en in de grensregio’s, waar kansen liggen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking tussen musea/instellingen en andere dagattracties?
  9. Deelt u de mening van het CDA dat de uitvoering van deze motie door de coronacrisis alleen maar belangrijker is geworden, bijvoorbeeld als het gaat om publieksbereik in de 1,5 meter-samenleving en het aanjagen van (binnenlands) toerisme op het moment dat de coronamaatregelen dat weer mogelijk maken? Indien ja, wilt u deze motie betrekken bij uw huidige en toekomstige beleid?
  10. Bent u op dit moment met Oorlogsmuseum Overloon en andere Brabantse musea in gesprek? Indien niet, wilt u dit initiëren? Indien ja, wilt u die gesprekken periodiek voortzetten teneinde de Brabantse musea goed te kunnen vertegenwoordigen in Den Haag?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Thijssen en Marcel Deryckere

1 Zie https://www.limburger.nl/cnt/dmf20200502_00158780/zonder-oorlogsmuseum-is-overloon-overloon-niet-meer.

2 Zie https://www.overloonnieuws.nl/nieuws/439563_oorlogsmuseum-overloon-onmisbaar-voor-ons-dorp.

3 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/kunst-cultuur-en-erfgoed/2020/steunmaatregelen-corona-voor-cultuur-in-brabant.

4 Zie Kamerstuk nr. 26419-86.