Berichten

Ontwikkelingen Provinciehuis – CDA in gesprek met VVD en FvD

Op 13 december jl. zegde het CDA het vertrouwen op in de coalitie met VVD, D66, GL en PvdA. Reden was dat wij niet langer het vertrouwen hadden met deze combinatie van partijen goed te kunnen samenwerken op het voor ons belangrijke stikstofdossier.

Hierna heeft de VVD, als grootste fractie in de Brabantse Staten en met instemming van de overgebleven coalitiepartners, twee rapporteurs aangewezen die de mogelijkheden moesten verkennen om tot een stabiel provinciebestuur te komen. Hiertoe voerden zij gesprekken met alle fracties en ook met ons.

Vorige week maandag presenteerden de rapporteurs hun bevindingen en werden de gespreksverslagen openbaar. U kunt deze hier inzien.

Voorafgaand aan de twee gesprekken die het CDA met de rapporteurs zou voeren, hebben wij als fractie onze inzet op papier gezet. Op de vraag wat volgens ons van belang én realistisch is om een stabiele bestuurlijke situatie in Brabant te creëren, hebben wij geantwoord dat dit wat ons betreft een politieke samenwerking, en een bestuurlijke vertegenwoordiging, is die recht doet aan de verkiezingsuitslag van maart 2019, waarvan de besluiten kunnen rekenen op breed draagvlak in de Brabantse samenleving, en die in staat is om samen met de Brabanders de uitdagingen waar onze provincie voor staat voortvarend aan te pakken. Daarbij hebben we een hernieuwde samenwerking met de ‘oude’ coalitie niet uitgesloten, maar wel naar voren gebracht die weinig kansrijk te vinden indachtig de ervaringen uit de voorbije maanden.

Daarnaast hebben wij, zowel schriftelijk als mondeling, toegelicht onder welke voorwaarden het CDA opnieuw partner zou kunnen worden in de realisatie van het bestaande bestuursakkoord “Kiezen voor Kwaliteit”. Deze voorwaarden luidden:

  • het herschrijven van de landbouw-, natuur- en milieuparagraaf, om recht te doen aan de recente, impactvolle ontwikkelingen op het stikstofdossier en de gevolgen voor onze provincie (die ten tijde van het schrijven van het bestuursakkoord nog onbekend en niet te overzien waren);
  • een herverdeling van de portefeuilles binnen het college van het Gedeputeerde Staten, waarbij een betere balans ontstaat tussen de diverse beleidsterreinen, kerntaken vs. aanvullende taken, structurele middelen vs. incidentele middelen;
  • de afspraken in het bestuursakkoord worden beschouwd als basis, waarbuiten partners onbeperkt ruimte en maximale vrijheid hebben om eigen voorstellen te doen, zolang als deze niet in strijd zijn met de in het bestuursakkoord vastgelegde afspraken;
  • bij evt. onderhandelingen moet eerst overeenstemming worden bereikt over de inhoud, daarna over portefeuilleverdeling en personele invulling (in volgorde dus).

In de gesprekken met de rapporteurs hebben wij als CDA tevens aangegeven voor een politieke samenwerking, met of zonder vaste meerderheid in Provinciale Staten, op voorhand geen enkele partner uit te sluiten. Dit omdat wij willen samenwerken op basis van inhoud en vertrouwen.

Uit de bevindingen van de rapporteurs is gebleken dat het vormen van een (vernieuwd) provinciebestuur heel ingewikkeld is. Die complexiteit zien wij als CDA ook. Met twaalf fracties, verschillend in grootte en kleur, zijn er veel mogelijkheden, maar tegelijkertijd ook veel onmogelijkheden.

Voor het CDA zou een terugkeer naar de oude situatie, dat wil zeggen de vorige coalitie, alleen een optie zijn na wezenlijke veranderingen in het huidige bestuursakkoord, in de portefeuilleverdeling van Gedeputeerde Staten, en in de cultuur binnen Provinciale Staten. Een samenwerking met de SP achten wij niet realistisch gelet op de grote inhoudelijke verschillen tussen onze partijen, o.a. op het stikstofdossier. Een mogelijke samenwerking met Forum voor Democratie, met negen zetels de tweede partij in de Staten, is onder de huidige omstandigheden nog niet diepgaand onderzocht. Het CDA heeft aangegeven hiervoor open te staan.

Daarbij zijn we niet over één nacht ijs gegaan, want ondanks overeenkomsten zien wij ook verschillen tussen onze partij en Forum voor Democratie, zowel in Brabant als op landelijk niveau. Hierover hebben we uitgebreid van gedachten gewisseld en daarbij geen enkel onderwerp onbenoemd gelaten. Conclusie is dat wanneer het aankomt op inhoud en vertrouwen, wij als CDA een samenwerking met Forum voor Democratie in Brabant een kans willen geven en serieus onderzoeken.

Dat geldt ook voor Forum voor Democratie zelf en voor de VVD, die het voortouw heeft bij het geven van opvolging aan de rapportage van de rapporteurs. Hiermee is een basis van drie partijen ontstaan, die met elkaar de mogelijkheden willen verkennen om, aangevuld met tenminste één vierde partij, tot een politieke samenwerking te komen. Dat proces zal op korte termijn starten onder leiding van Alfred Arbouw.

CDA stapt uit Brabantse coalitie

Vanavond heeft de fractie van CDA Brabant de samenwerking met VVD, D66, GroenLinks en PvdA beëindigd en is uit de Brabantse coalitie gestapt.

Aanleiding is het debat over de Brabantse Aanpak Stikstof (BAS), met maatregelen voor de agrarische sector die de fractie van het CDA Brabant niet kan dragen. Zowel in aanloop naar dit debat als tijdens het debat zelf bleek bij de voormalige coalitiepartners geen ruimte om het voorgestelde beleid aan te passen in een voor de CDA-fractie acceptabele richting.

Deze opstelling van onze voormalige coalitiepartners gaf ons te weinig vertrouwen voor een goede samenwerking op andere dossiers in de toekomst.

De CDA-fractie betreurt dat zij dit besluit heeft moeten nemen en gaat zich beraden op de ontstane situatie. Wij zullen ons te allen tijde blijven inzetten voor de inwoners van onze provincie.

Hannie Visser-Kieboom opnieuw verkiesbaar voor Waterschap Rivierenland

Hannie Visser-Kieboom is opnieuw verkiesbaar voor het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland. De Werkendamse staat op plaats 3 van de conceptkandidatenlijst van het CDA voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar.

Op 15 december a.s. stellen de leden van het CDA de lijst definitief vast. Tot die tijd kunnen CDA-afdelingen nog wijzigingsvoorstellen doen.

Visser-Kieboom heeft nu ook zitting in het waterschapsbestuur, waarvoor eens in de vier jaar verkiezingen zijn. Daarnaast zet ze zich op verschillende andere terreinen in voor het Land van Heusden en Altena. Zo is ze betrokken bij de Stichting Erfgoed Altena, het Liniepadfestival en de Stichting Vrienden Biesboschmuseum. Ook reikt Visser-Kieboom jaarlijks de Toontje Sprengerpluim uit om vrouwen te stimuleren politiek actief te worden.

Hannie Visser-Kieboom: “Het is een eer om te zijn voorgedragen voor de derde plek op de CDA-kandidatenlijst in het Waterschap Rivierenland. Waterschappen vervullen belangrijke taken als het gaat om het leef- en bewoonbaar houden van ons land. Bijvoorbeeld in tijden van droogte of juist bij overvloedige regenval. Ook bewaken waterschappen de kwaliteit van ons oppervlaktewater, dat planten en dieren nodig hebben om te kunnen leven. Door lozingen van bijvoorbeeld drugsafval komt die waterkwaliteit ernstig onder druk te staan.”

Lijsttrekker van het CDA in het Waterschap Rivierenland is Henk Driessen, oud-wethouder in de gemeente Tiel.

De verkiezingen voor een nieuw waterschapsbestuur vinden plaats op 20 maart 2019.

CDA: voor heel Nederland!

Nederland is groter dan de Randstad. Dat wordt door veel politieke partijen wel eens vergeten. Zo kiest de VVD voor een verhuurdersheffing van 2,7 miljard euro. Het CDA is bezorgd dat hierdoor onvoldoende woningen beschikbaar komen, zeker in de regio waar de leefbaarheid al onder druk staat. Daarnaast wil de VVD samen met partijen als de PvdA, D66 en ChristenUnie bezuinigen op de spoedeisende hulp in streekziekenhuizen. Hierdoor moeten mensen die met spoed zorg nodig hebben nog verder reizen. Het CDA is bezorgd over dergelijke plannen die de voorzieningen en leefbaarheid in de regio onder druk zetten.

Kamerlid Madeleine van Toorenburg uit Rosmalen: “We hebben de afgelopen jaren de gevolgen van dit beleid gezien: de aanrijtijden voor de politie en ambulance in het buitengebied namen toe, na de hagelstorm in Zuidoost-Brabant liet het kabinet boeren en tuinders in de kou staan, pomphouders in de grensregio hielden het hoofd niet meer boven water en kleine scholen dreigden gesloten te worden. Het CDA heeft hier de afgelopen jaren tegen gestreden, soms met succes zoals in het geval van de rechtbanken die niet gesloten werden. Maar de toekomst van de regio’s is te belangrijk om over te laten aan de willekeur van partijen die alleen oog hebben voor de Randstad.” Het kan anders. Daarom kiest het CDA voor heel Nederland.

Ons plan bevat voorstellen voor meer veiligheid in de regio, investeringen in regionale innovatie en economie. Kandidaat-Kamerlid René Peters uit Oss: “Wij zien nieuwe kansen voor regio’s waar de bevolking nu nog krimpt. Dat vraagt om investeringen in de bereikbaarheid en de economie, maar ook om slimme keuzes om voorzieningen als kleine scholen, pinautomaten en winkels open te houden. Wij willen een transitiefonds voor vrijkomende gebouwen en willen meer ruimte voor lokale investeringen van burgers en bedrijven in bijvoorbeeld de aanleg van breedband of schone energie.”

Ook vraagt het CDA aandacht voor de sterkte van de politie. Dit kabinet heeft veel politiebureaus en wijkposten gesloten en het aantal agenten is gedaald. Ondertussen verhardt in verschillende provincies de strijd tegen de georganiseerde (drugs)criminaliteit terwijl de aanrijtijden voor politie toenemen. Daarom investeert het CDA flink in de versterking van de hele veiligheidsketen en wordt de strijd tegen de georganiseerd misdaad opgevoerd.

Het hele plan leest u hier: http://www.cda.nl/voor-de-regio.

CDA: kabinet faalt in aanpak (drugs)criminaliteit

PERSBERICHT

Het opblazen van een gemeentehuis met auto’s vol explosieven, de bedreiging van burgemeesters en raadsleden, het dumpen van levensgevaarlijk XTC-afval in bossen en natuurgebieden, de infiltratie van criminele netwerken in onze samenleving, de politiek en het openbaar bestuur.  Keer op keer heeft het CDA in de afgelopen jaren gewaarschuwd voor een sluipende opmars van criminelen in het openbare leven. Het kabinet was te druk bezig met de eigen veiligheidspropaganda en liet de zaak faliekant uit de klauwen lopen.

De berichtgeving van de afgelopen dagen over de ondermijning van de samenleving door schatrijke criminelen, nietsontziende motorclubs en buitenlandse maffia, is dan ook een hard en meer dan terecht verwijt aan het kabinet en de coalitiepartijen VVD en PvdA.  Deze jaarwisseling bleek dat zelfs zijn eigen agenten het vertrouwen in de minister kwijt zijn. Hun oproep was ongehoord hard, maar zeer terecht.

Het CDA is duidelijk: het Nederlandse drugsbeleid is failliet en op het gebied van veiligheid moet het roer om. Drugs zijn troep en treffen juist vaak de meest kwetsbaren in onze samenleving, die al genoeg problemen hebben. Als je weet dat het grootste deel van de Nederlandse teelt en productie voor het buitenland is bestemd, snap je dat dit idee niets oplost. Wij gaan criminelen niet belonen, maar bestraffen voor slecht gedrag. Daarom stelt het CDA verschillende maatregelen voor.

Het begint ermee dat we drugscriminaliteit bij de wortel aan te pakken. Het is nodig dat speciale interventieteams van de politie aan de slag gaan om nog meer wietplantages op te rollen en crimineel verkregen vermogen door drugswinsten af te pakken. De opbrengst hiervan moet terug naar de regio om duurzaam te investeren in een langjarige aanpak van criminaliteit.

Er moet een einde komen aan het gedogen van het bezit van harddrugs: elk bezit is strafbaar en dient te worden vervolgd en bestraft. De verdachten van drugsdelicten dienen standaard in voorlopige hechtenis genomen te worden. Er moet  tevens een maximale termijn komen waarbinnen het onderzoek naar verdachten moet zijn verricht en waarbinnen een zaak voor de rechter komt, zodat procedures niet langer eindeloos worden opgerekt.

Tot slot moeten we er ook voor zorgen dat criminelen daadwerkelijk hun straf uitzitten.

Het aantal veroordeelden dat zijn straf ontloopt, is deze regeerperiode fors gestegen. Nu komt een gedetineerde op tweederde van de straf in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating. Wij willen dat moment beperken tot de laatste tien procent van de opgelegde straf met een maximale voorwaardelijke invrijheidstelling van zes maanden. Korte straffen tot twee jaar komen wat ons betreft helemaal niet meer in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating. Bij herhaling van een soortgelijk delict dient de strafmaat verdubbeld te worden om de samenleving beter te beschermen.

De trieste balans van dit kabinet is dat je veiligheid niet vergroot met pakkende slogans.

Een veilig land vraagt om stevige maatregelen en kundige bewindspersonen!

Lees via de volgende link het complete CDA-plan Tot hier en niet verder! – Aanpak (drugs)criminaliteit: Tot hier en niet verder! – Aanpak (drugs)criminaliteit.

Oud-premier Piet de Jong overleden

Bijna een eeuw geleden. Een jongen van vijf staat op het strand van Ameland en kijkt uit over het water. Hij tuurt achter de horizon. Vanaf dat moment wist Piet de Jong dat hij naar zee wilde. ‘Ik wilde admiraal worden en dat gevoel heb ik mijn hele leven lang gehouden. Nog steeds vind ik de zee onuitsprekelijk mooi. Mensen hier in Nederland zien nooit een behoorlijke sterrenhemel, maar midden op zee of in de woestijn, realiseer je je eigen nietigheid, de relativiteit van de factor tijd en het mysterie van het heelal.’ Zo beschreef hij in 2011 aan journaliste Annemarie Gaulthérie van Weezel zijn liefde voor het water.

Piet de Jong is altijd die zee­man gebleven. Hij was bescheiden en charmant, eenvoudig, vol zelfrelativering en bijzonder aimabel. Zo aardig dat je niet tegen hem kon zijn, verzuchtte een tijdgenoot. ‘Een politicus heeft geen andere taak dan bij te dragen aan vrede en recht in de samenleving’, zei hij eens. Die ogenschijnlijk beperkte taakopvatting stelde hem in staat koers te houden in de politiek roerige jaren zestig. Zijn eigen geweten was zijn kompas en zijn ervaringen op zee een nooit aflatende bron van inspiratie en betekenisvolle anekdotes.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voer De Jong als commandant op de onderzeeboot Hr. Ms. O­24. Die jaren onder water en de nabijheid van het gevaar hebben hem blijvend gevormd. ‘Als je eenmaal het suizen van de zeis hebt gehoord, dan is het leven daarna een beetje anders geworden. Je hebt dan voor je hele verdere leven geleerd te relativeren.’ Teambelang, loyaliteit en verantwoordelijkheid waren voor De Jong sleutelbegrippen. Aan boord leerde hij onder moeilijke omstandigheden om te gaan met mensen van hoog tot laag en verschillen te respecteren. Nog bij de samenstelling van zijn kabinet in 1967 gold deze ervaring als lakmoesproef voor de selectie van zijn bewindspersonen: ‘Zou ik hem of haar in oorlogstijd aan boord willen hebben?’

Zowel van zijn bemanning als van zijn bewindsploeg eiste hij onvoorwaardelijke inzet. Hij hield niet van haantjesgedrag en hij had geen geduld voor bewindspersonen die hun zaakjes niet op orde hadden of te laat kwamen voor de ministerraad. Daartegenover stond de onvoorwaardelijke loyaliteit aan ‘zijn’ team. Na de oorlog is de band met de bemanning van de O­24 blijven bestaan. Als minister­president ontving hij de manschappen op het Catshuis, waar de kok hem na een rondleiding door de ambtswoning zei: ‘Commandant, u woont hier netjes’, zo herinnerde De Jong zich later met veel plezier. Ook de nog levende bewindspersonen van zijn kabinet zagen elkaar tot op het laatst nog maandelijks voor een gezamenlijke lunch.

De marine huldigde aan boord de gouden regel dat geen ruzie mocht worden gemaakt over geloofszaken. Dat was het geheim om de saamhorigheid en verdraagzaamheid onder de bemanning – met christenen, Joden en moslims onder de manschappen – te bewaren: ‘Geen ruzies in de hitte’. Die stelregel vertaalde De Jong in zijn politieke pleidooi voor het volstrekte respect voor andere godsdiensten, zoals hij dat ook in 2010 op het CDA­congres in de Rijnhal in Arnhem verwoordde.

De oorlogsjaren op zee maakten hem relativerend over het ‘geharrewar aan wal’. Vanaf het water lijkt de ‘andere kant van de kustlijn een beetje bekrompen’. Als premier kreeg hij te maken met de protesten van provo’s en Dolle Mina’s in Amsterdam, stakingen tegen de loonpolitiek, het onderzoek naar de politionele acties in Indonesië en de eerste Molukse gijzeling in Den Haag. Zijn stijl van regeren was bijna a­politiek – ‘het algemeen belang gaat altijd boven het partijbelang’ – maar niet minder doortastend. De Jong toonde begrip voor gerechtvaardigde verlangens, onderkende de veranderingen in de samenleving en dook niet weg bij moeilijke besluiten. Na de onlusten in Amsterdam, liet hij het ontslag van burgemeester Van Hall niet over aan zijn minister van Binnenlandse Zaken Geerdink, maar voerde hij zelf de gesprekken om de burgemeester van de hoofdstad persoonlijk te overtuigen zijn functie neer te leggen.

Piet de Jong was zijn leven lang een voorvechter van de christelijke normen en waarden in de Nederlandse samenleving, een warm pleitbezorger voor de monarchie en het Huis van Oranje, een Atlanticus in zijn zorg over de internationale veiligheid en een Europeaan in zijn inzet voor de Europese samenwerking. Hij stond aan de basis van het akkoord met de Fransen over de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EEG. Een verenigd Europa zonder de Engelsen was in zijn ogen niet denkbaar.

‘De zee heeft mij gemaakt tot wie ik ben’, zei Piet de Jong in een interview in 1971. Zonder ooit een politicus te worden, heeft hij veel voor Nederland en het CDA bereikt.

Hans Janssens
Hoofd Communicatie CDA