Berichten

Spreektekst Kees de Heer – Debat over het Actieplan Arbeidsmarkt op 19/06

Spreektekst1 Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023
(19-06-2020)

Voorzitter,

Voor ons ligt het Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023: ‘Talent voor de kenniseconomie van morgen’.

Toekomst
Dit Statenvoorstel wordt besproken onder een vreemd gesternte: de coronapandemie raakt onze economie, ook de Brabantse economie in alle hevigheid. In het Statenvoorstel wordt gesteld dat we in een digitale transitie zitten van de economie en arbeidsmarkt. Zoiets vraagt grote veranderingen en om andere competenties en vaardigheden van werkgevers en werknemers.
Er is bovendien nu al sprake van een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt, die in de nabije toekomst groter dreigt te worden. Competenties sluiten niet aan op de vraag. Deze conclusie onderstreept het belang van een leven lang leren voor werknemers.

Zingeving
Volkomen terecht spant de provincie zich in om een (toekomstige) mismatch zo veel mogelijk te corrigeren. Het CDA vindt dat de overheid zich hiervoor moet inzetten. Niet alleen om de welvaart van haar burgers te waarborgen – zeg maar de economische motieven – want die komen in het rapport ruimschoots aanbod. Echter het verrichten van arbeid draagt bij aan de zingeving van burgers, los van economische waarde. Arbeidsmarktbeleid is meer dan een economische optelsom.

Burgers die niet kunnen werken, voelen zich langs de kant staan, en vragen zich af of ze er nog wel toe doen. Een tweedeling ligt op de loer, als die niet al realiteit is. Het CDA wil dat iedereen telt en dat we samen werken aan een land dat we kunnen doorgeven. Graag een reactie van gedeputeerde op dit punt.

Rol provincie
Ook landelijk zijn er zorgen over het evenwicht binnen onze arbeidsmarkt. De commissie-Borstlap (commissie Regulering van Werk) is dit jaar gekomen met een indringend rapport over het functioneren van de arbeidsmarkt. Veel van dit lezenswaardige rapport zal niet besproken worden op de provinciale gesprekstafels. Ik noem twee punten die wel relevant zijn voor ons als Provinciale Staten.

Zo pleit de commissie voor een cultuuromslag in onze opvattingen over duurzame inzetbaarheid. Een leven lang leren moet gewoonte worden. We kunnen het ons in Nederland niet permitteren om vrijblijvend met scholing om te gaan:

  • werknemers en werkgevers niet omdat dan uitval op de loer ligt;
  • de overheid niet omdat er dan een mismatch ontstaat op de arbeidsmarkt.

Scholing is een noodzakelijk instrument om bij te blijven op de arbeidsmarkt.

In het verlengde hiervan pleit de commissie voor het organiseren van een grote maatschappelijke alliantie om de door haar voorgestelde beleidsrichting verder uit te werken. In die zin is dit rapport geen eindpunt maar een startpunt voor alle betrokkenen, ook voor de provincie.

Integratie
Voorzitter, terug naar het voorliggende Statenvoorstel. De CDA-fractie stemt in met het voorgestelde Actieplan. Wij hebben wel twee kanttekeningen.
Allereerst, bewaak de aansluiting met de landelijke ontwikkelingen. In het hiervoor genoemde rapport worden voorstellen gedaan voor een regionale aanpak en maatwerk. Dat lijkt ons een prima aanleiding om de handen ineen te slaan met de landelijke overheid en wellicht nog extra financiële middelen te verwerven om in Brabant een goed actieplan neer te zetten. We ondersteunen dit d.m.v. een motie.

Coronacrises
Ten tweede zien we als CDA-fractie te weinig aandacht voor de gevolgen van de coronacrises. Deze crises gaat specifieke groepen hard raken. Wij willen hiervoor extra aandacht.
Hiertoe dienen wij een motie in om o.a. jongeren te ondersteunen op de arbeidsmarkt op de meest korte termijn.

Voor iedereen
Tot slot, het CDA roept het college op om snel met concrete acties aan de slag te gaan. De analyse van de huidige situatie is zeer to-the-point. Daarvoor onze waardering. Echter, de gekozen actielijnen zijn minder uitgewerkt. Bovendien ademt het voorstel erg de geest van kenniswerkers en hoogopgeleiden. Maar uit mijn voorgaande betoog: arbeidsmarktbeleid is meer dan een economische optelsom.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Actieplan Arbeidsmarkt 2020-2023 (19 juni 2020)

Motie Arbeidsmarkt in crisistijd (19 juni 2020)

Motie Meewegen recente arbeidsmarktstudies (19 juni 2020)

CDA op werkbezoek bij Kameleon Solar in Roosendaal

Het CDA in de provincie Noord-Brabant brengt op maandagavond 3 september een werkbezoek aan Kameleon Solar in Roosendaal, dat esthetische zonnepanelen ontwerpt en produceert. Daarbij biedt het bedrijf werk aan mensen met een arbeidsbeperking.

Gastheer is CEO Guust Verpaalen, die een afvaardiging van het provinciale CDA meeneemt door zijn bedrijf en langs diverse actuele thema’s, waaronder arbeidsmarkt, duurzaamheid en regionale samenwerking.

Deelnemers aan het werkbezoek zijn o.a. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter en kandidaat-lijsttrekker voor de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar, Ankie de Hoon, Statenlid uit West-Brabant, en de woordvoerders financiën, economie en energie van de Brabantse CDA-fractie (resp. de Statenleden Huseyin Bahar, Kees de Heer en Roland van Vugt).

Het werkbezoek aan Kameleon Solar is het eerste van een reeks regionale werkbezoeken door het CDA in de periode september 2018 – januari 2019. In vier maanden tijd reizen de CDA-politici van het westen naar het oosten van onze provincie en bezoeken tweewekelijks een interessant bedrijf met een bijzonder verhaal. “Op weg naar de provinciale verkiezingen volgend jaar en een nieuwe Statenperiode willen we als CDA graag geïnspireerd worden. We zijn dan ook blij en vereerd dat bedrijven als Kameleon Solar de deuren voor ons openen en hun verhaal met ons willen delen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Provincie: toon spierballen’

Opinie van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot in het Brabants Dagblad d.d. 20 april 2018.

Provincie: toon spierballen

Tekort aan personeel in de zorg, de bouw, de problemen met arbeidsmigranten. Voor een integrale aanpak is een regisseur nodig. De provincie kan het verschil maken.

Marianne van der Sloot

GASTOPINIE

Brabant doet het goed. Op heel wat lijstjes staat onze provincie bovenaan: hightechregio Eindhoven een van de slimste regio’s ter wereld, West-Brabant de logistieke hotspot van Nederland, Midden-Brabant dé plek waar je als toerist moet zijn geweest, het thuis van Olympisch én landskampioenen. We mogen er graag over vertellen. En terecht.

Toch is er geen reden om zelfvoldaan achterover te leunen. Want ondanks zonnige berichten over meer banen, meer vacatures en meer vaste contracten pakken donkere wolken zich samen boven de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, de bouw en de logistiek lopen razendsnel op. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, maar is huisvesting in veel gemeenten een probleem.

Te groot

“Niet onze verantwoordelijkheid” was in de afgelopen jaren veelvuldig de reactie van de provincie op deze en andere vraagstukken. Wat mij betreft veranderen we dat in “Samen de schouders eronder”. Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.

Nederland vergrijst en Brabant vergrijst mee. Dat vergt meer handen aan het bed en meer gekwalificeerd mbo-personeel. Een gemeente alleen lost de tekorten niet op. Hoewel partijen hard werken aan een oplossing, zijn er nog steeds teveel zorg vacatures. Het nieuwe Actieprogramma Werken in de Zorg van het Rijk smeekt om een regionale uitvoering. En daar komt de provincie in beeld, die overheden, verzekeraars, onderwijs- en zorginstellingen kan helpen om méér mensen te interesseren voor een baan in de zorg, afspraken te maken over voldoende stageplekken en na te denken andere, efficiëntere manieren van werken.

Eenzelfde regionale aanpak is nodig in de bouw. Het tekort aan bouwvakkers en technici is groot. Dat is een probleem voor onze economie, voor de woningbouw, maar ook voor het halen van de klimaatdoelen (Brabant energieneutraal in 2050). Het aantal jongens en meiden dat kiest voor een bouw- of technische opleiding is bij lange na niet voldoende om het groeiende aantal vacatures, inmiddels meer dan 2.500, in te vullen. Het minste wat de provincie kan doen is met bouwbedrijven, brancheorganisaties en bouwopleidingen om de tafel gaan en vragen wat zij nodig hebben om die in te vullen. Aantrekkelijkere leslokalen? Bijscholing voor docenten? Een imagocampagne?

Uitbuiting

In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam: mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor- zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.

Bestuurskundige Klaartje Peters publiceerde in 2007 een boek over de provincie getiteld Het opgeblazen bestuur. Hierin stelt ze o.a. dat provincies hun bestaansrecht proberen te rechtvaardigen door zich belangrijker te maken dan ze daadwerkelijk zijn. Door meer taken op zich te nemen dan hen traditioneel toekomt. Wel, wat mij betreft mag de provincie juist nu meer dan ooit haar spierballen laten zien. Zichzelf opblazen is niet nodig, want ons middenbestuur verkeert in topconditie. In ’s-Hertogenbosch staat een toren vol kennis, plannenmakers en ronde tafels, van waaruit  veel kan worden gedaan. Dat is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen. Brabant kan wel degelijk het verschil maken.

Marianne van der Sloot is Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en fractievoorzitter van het CDA.

 

CDA: “Opleiden voor de banen van vandaag en morgen”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de provincie méér doet om jongeren op te leiden voor de banen van vandaag en morgen, bijvoorbeeld in de techniek of in de zorg. Hiertoe heeft de partij schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Op 26 januari jl. bracht het CDA een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven, waarna Statenlid Roland van Vugt constateerde dat “er nog steeds een aantal knelpunten bestaat tussen ideaal en praktijk”.

Van Vugt:

“Eén van de zaken waar we tegen aan liepen, is dat een aantal jongeren wordt opgeleid voor beroepen van het verleden. Een voorbeeld hiervan is de installatiebranche. Leerlingen worden niet opgeleid voor de technieken van morgen. Maar werkgevers vragen bijvoorbeeld nog steeds naar vaklieden/stagiair(e)s waar vandaag behoefte aan is. Bijvoorbeeld mensen die kennis hebben van gasketels in plaats van dat ze kennis hebben van zonnepanelen of warmtepompen. Wellicht dat mede hierdoor de overgang naar een energieneutraal Brabant in 2050 niet in volle omvang tot stand komt. Een grote gemiste kans in onze ogen.”

Daarnaast kiezen nog steeds te weinig jongeren voor een technische of zorgopleiding, wat volgens het CDA o.a. wordt veroorzaakt door slechte PR.

“Nog onvoldoende wordt aan leerlingen die op het punt staan een beroepskeuze te maken duidelijk gemaakt dat met hun keuze voor een technisch of zorgberoep zij bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals een bijdrage aan gezond- en duurzaamheid. Inzet van Brabantse rolmodellen, bijvoorbeeld op basisscholen, om technische en zorgopleidingen te promoten zien wij nog steeds niet of onvoldoende terug.” Aldus Van Vugt.

De schriftelijke vragen die het CDA aan het provinciebestuur heeft gesteld zijn de volgende:

  1. Herkent u het door ons gesignaleerde knelpunt van opleiden voor beroepen van gisteren?
  2. Bent u het met ons eens dat dit voor een deel de energietransitie in de weg kan staan?
  3. Wat kunt u hier vanuit uw provinciale rol aan doen?
  4. Wat doet u momenteel hieraan?
  5. Herkent u het door ons gesignaleerde gebrek aan inzet van Brabantse rolmodellen om technische beroepen meer sexy en maatschappelijk relevant te maken? Misschien hebben we een Brabantse technovlogger nodig.
  6. Wat doet u hieraan?
  7. Wat kunt u hieraan doen?

Met deze vragen hoopt het CDA de provincie aan te sporen tot actie om tot een betere afstemming te komen tussen onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving.

Schriftelijke vragen over huisvesting werknemers

Schriftelijke vragen van Statenlid Roland van Vugt over ‘aan de slag in Brabant’.

Ga naar: Schriftelijke vragen over huisvesting werknemers.

Geacht college, 

In uw perspectiefnota is het te lezen: de Brabantse economie is booming. Goed nieuws!

Maar niet voor iedereen…

Je zult maar werkgever zijn van een rap groeiend logistiek bedrijf en vacatureruimte hebben voor honderden/duizenden mensen met zicht op een vast contract en bovendien een functie die relatief snel te leren is.

Voor mensen die een uitkering ontvangen blijken deze vacatures niet interessant. Want werken voor iets meer dan het minimumloon levert je ten opzichte van de uitkering en bijkomende toeslagen netto behoorlijk wat minder loon op. Dan wordt er misschien wel een bovenmenselijk beroep gedaan op je motivatie.

Asielzoekers die je een kans wilt bieden mogen niet of blijken door de week onvoldoende beschikbaar vanwege taal- en integratiecursussen en in sommige gevallen religieuze verplichtingen.

Organisaties voor werk en inkomen blijken meer organisaties van inkomen dan van werk. Het nettorendement van toeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijkt laag.

Gelukkig kan je rekenen op de studenten uit de dichtbij gelegen studentenstad. Totdat zich hier ook een grote logistieke reus vestigt. Dan ben je ze kwijt.

Voor (duurdere) seizoenarbeiders uit andere delen van Europa die wel beschikbaar zijn om de werkzaamheden uit te voeren, is onvoldoende woonruimte beschikbaar. Een groeiend tekort van duizenden bedden met name tijdens piekmomenten.

En dan zijn er mensen die wel willen werken, maar aangewezen zijn op openbaar vervoer. Blijkt het bedrijventerrein waar je zit niet bereikbaar voor OV. Of mensen die gebruik moeten maken van huisvesting, omdat ze tijdelijke werknemers zijn. Blijkt huisvesting een knelpunt.

Op zo’n moment geloof je niet dat je in Brabant zit. En toch is het waar.

De CDA-fractie maakt zich grote zorgen over het feit dat arbeid en huisvesting een enorm remmende factor vormen op de economische groei in Brabant. Bovendien horen wij in het veld dat cijfers over arbeidspotentieel en trends geregeld niet up to date, onvolledig of zelfs fout zijn.

Daarom deze schriftelijke vragen:

  1. Welke van de bovenstaande knelpunten herkent u niet? Kunt u per punt dat u niet herkent aangeven hoe u er tegenaan kijkt?
  2. Wat doet u op dit moment om arbeid en mens op elkaar af te stemmen? En wat kunt u nog meer doen om het bovenstaande beeld substantieel te kantelen?
  3. Welke beperkingen (van Europese en nationale regelgeving) treft u aan op uw pad?
  4. Welke beperkingen op provinciaal terrein ervaart u?
  5. Welke acties en lobby heeft u uitgezet in het kader van vraag 3 en 4?
  6. Wanneer ondernemers, die zich in Brabant willen vestigen, informeren naar de beschikbaarheid van personeel, welk verhaal vertelt u ze dan?
  7. Bent u het met ons eens dat wellicht enkele uitgangspunten in de Verordening Ruimte (zoals bewoning op bedrijventerreinen) toe zijn aan herziening? Indien niet, waarom niet?
  8. Binnen een aantal Brabantse gemeenten bestaan initiatieven voor het realiseren van tijdelijke bewoning voor grotere groepen werknemers op campussen. Zowel in wooncentra, buitengebieden als op bedrijventerreinen. Wellicht valt zelfs te denken aan woonboten of vrijkomende agrarische opstallen. Welke rol vervult u, of zou u kunnen vervullen, om deze op elkaar af te stemmen en te ondersteunen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt

Schriftelijke vragen provinciaal arbeidsmarktbeleid

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over het provinciaal arbeidsmarktbeleid in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over provinciaal arbeidsmarktbeleid.

Geacht college, 

In juni 2016 heeft de provincie Noord-Brabant haar eigen arbeidsmarktbeleid vastgesteld. In opmaat hiernaartoe heeft BrabantAdvies meermaals opgeroepen vooral te sturen op resultaat en niet te kiezen voor ouderwetse, pondsgewijze subsidieverlening.

Tijdens de behandeling van het arbeidsmarktvoorstel in Provinciale Staten meldde u nog geen indicatie te kunnen geven over de precieze inhoud en resultaten van het beleid. Dit zou namelijk mede afhankelijk zijn van concrete voorstellen van de vier Brabantse arbeidsmarktregio’s.

In dit licht is het CDA verbaasd in de besluitenlijst van Gedeputeerde Staten d.d. 18 oktober jl. terug te lezen dat u aan elke arbeidsmarktregio een subsidie van twee miljoen euro verstrekt. Dit terwijl u zowel de concrete programma’s die u met de arbeidsmarktregio’s gaat uitvoeren als de bijbehorende doelstellingen en prestatie-indicatoren nog niet aan Provinciale Staten hebt toegelicht.

Het CDA hoopt dat de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid sterk resultaat gestuurd is, zodat de vrijgemaakte middelen ook daadwerkelijk leiden tot nieuwe banen. De subsidieverstrekking aan de arbeidsmarktregio’s, zoals aangekondigd in uw besluitenlijst, doet echter anders vermoeden.

Dit brengt de fractie van het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Welke inhoudelijke en regio specifieke arbeidsmarktprogramma’s ondersteunt u via deze subsidies?
  2. Hebben de arbeidsmarktregio’s al kenbaar gemaakt wat zij met het subsidiegeld gaan doen?
  3. Indien ja, wat dan precies?
  4. Waarom hebt u besloten aan elke regio hetzelfde bedrag toe te kennen?
  5. Waarom kon u ons bij de behandeling van het arbeidsmarktbeleid in Provinciale Staten niet laten weten dat u van plan was aan elke arbeidsmarktregio twee miljoen euro subsidie te verstrekken?
  6. In hoeverre is het op deze wijze inzetten van de arbeidsmarktmiddelen in lijn met de oproep van BrabantAdvies?
  7. Hoe gaat u de samenwerking met de arbeidsmarktregio’s vormgeven?
  8. Hebt u nog enige regie over de verstrekte subsidie en het uit te voeren arbeidsmarktbeleid?
  9. Zijn er KPI’s1 of andere prestatie-indicatoren verbonden aan de verstrekte subsidies?
  10. Indien ja, welke zijn dat?
  11. Hoeveel banen hoopt u mede met dit arbeidsmarktbeleid te helpen realiseren?
  12. In maart 2015 hebt u samen met veel maatschappelijke partners een Sociaal Pact gesloten om langdurig werklozen aan het werk te helpen. Hoeveel mensen hebben dankzij dit pact een baan gekregen?
  13. In hoeverre heeft of krijgt het Sociaal Pact een rol in het arbeidsmarktbeleid van de provincie Noord-Brabant en/of de arbeidsmarktregio’s?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 KPI’s = Kritieke Prestatie-Indicatoren.