Schriftelijke vragen over huisvesting werknemers

Schriftelijke vragen van Statenlid Roland van Vugt over ‘aan de slag in Brabant’.

Ga naar: Schriftelijke vragen over huisvesting werknemers.

Geacht college, 

In uw perspectiefnota is het te lezen: de Brabantse economie is booming. Goed nieuws!

Maar niet voor iedereen…

Je zult maar werkgever zijn van een rap groeiend logistiek bedrijf en vacatureruimte hebben voor honderden/duizenden mensen met zicht op een vast contract en bovendien een functie die relatief snel te leren is.

Voor mensen die een uitkering ontvangen blijken deze vacatures niet interessant. Want werken voor iets meer dan het minimumloon levert je ten opzichte van de uitkering en bijkomende toeslagen netto behoorlijk wat minder loon op. Dan wordt er misschien wel een bovenmenselijk beroep gedaan op je motivatie.

Asielzoekers die je een kans wilt bieden mogen niet of blijken door de week onvoldoende beschikbaar vanwege taal- en integratiecursussen en in sommige gevallen religieuze verplichtingen.

Organisaties voor werk en inkomen blijken meer organisaties van inkomen dan van werk. Het nettorendement van toeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijkt laag.

Gelukkig kan je rekenen op de studenten uit de dichtbij gelegen studentenstad. Totdat zich hier ook een grote logistieke reus vestigt. Dan ben je ze kwijt.

Voor (duurdere) seizoenarbeiders uit andere delen van Europa die wel beschikbaar zijn om de werkzaamheden uit te voeren, is onvoldoende woonruimte beschikbaar. Een groeiend tekort van duizenden bedden met name tijdens piekmomenten.

En dan zijn er mensen die wel willen werken, maar aangewezen zijn op openbaar vervoer. Blijkt het bedrijventerrein waar je zit niet bereikbaar voor OV. Of mensen die gebruik moeten maken van huisvesting, omdat ze tijdelijke werknemers zijn. Blijkt huisvesting een knelpunt.

Op zo’n moment geloof je niet dat je in Brabant zit. En toch is het waar.

De CDA-fractie maakt zich grote zorgen over het feit dat arbeid en huisvesting een enorm remmende factor vormen op de economische groei in Brabant. Bovendien horen wij in het veld dat cijfers over arbeidspotentieel en trends geregeld niet up to date, onvolledig of zelfs fout zijn.

Daarom deze schriftelijke vragen:

  1. Welke van de bovenstaande knelpunten herkent u niet? Kunt u per punt dat u niet herkent aangeven hoe u er tegenaan kijkt?
  2. Wat doet u op dit moment om arbeid en mens op elkaar af te stemmen? En wat kunt u nog meer doen om het bovenstaande beeld substantieel te kantelen?
  3. Welke beperkingen (van Europese en nationale regelgeving) treft u aan op uw pad?
  4. Welke beperkingen op provinciaal terrein ervaart u?
  5. Welke acties en lobby heeft u uitgezet in het kader van vraag 3 en 4?
  6. Wanneer ondernemers, die zich in Brabant willen vestigen, informeren naar de beschikbaarheid van personeel, welk verhaal vertelt u ze dan?
  7. Bent u het met ons eens dat wellicht enkele uitgangspunten in de Verordening Ruimte (zoals bewoning op bedrijventerreinen) toe zijn aan herziening? Indien niet, waarom niet?
  8. Binnen een aantal Brabantse gemeenten bestaan initiatieven voor het realiseren van tijdelijke bewoning voor grotere groepen werknemers op campussen. Zowel in wooncentra, buitengebieden als op bedrijventerreinen. Wellicht valt zelfs te denken aan woonboten of vrijkomende agrarische opstallen. Welke rol vervult u, of zou u kunnen vervullen, om deze op elkaar af te stemmen en te ondersteunen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.