Column Lambert van Nistelrooij: ‘Jacques: Bravo!’

Tijdens vakanties kunnen we door het gemak van de Euro en de open grenzen ervaren dat Europa geen papieren tijger is. Toch is er nog steeds een kloof tussen Brussel en de burgers. Veel instanties dragen daarom actief bij aan Europese samenwerking. Maar ook individuele personen zetten zich daar voor in, veelal op vrijwillige basis. Om het belang van de inzet van die personen te waarderen heeft het Europees Parlement de Europese Burgerschapsprijs ingesteld. Elk jaar wordt deze prijs in elke lidstaat uitgereikt aan één persoon. Dit jaar is dat Jacques Akerboom uit Haaren. Op 14 september wordt de prijs aan hem uitgereikt in het gemeentehuis in Haaren.

Via de actie ‘Let the Stars Shine’ heb ik eerder dit jaar een zestal samenwerkingsprojecten in de spotlight gezet. Goed voorbeeld doet immers goed volgen, ook in Europa. Daarom zet ik nu graag ook Jacques in het zonnetje. Door zijn inzet in Brabant voor de Monumentenwacht kunnen eigenaren van monumenten nu terugvallen op deskundig advies. Vervolgens is hij aan de slag gegaan om de voordelen van preventief onderhoud ook in andere landen uit te dragen. Vasthoudend en met passie. Zijn enthousiasme werkt. Met een prachtig resultaat. De monumentenwacht bestaat nu ook in België, Denemarken, Noorwegen, Duitsland, Hongarije, Slowakije, Slovenië en Kroatië. Akerboom is een Brabander met een missie en daadkracht, die Europese samenwerking gezicht geeft.

2018 is het Europese jaar van het Cultureel Erfgoed. De uitreiking van de Europese Burgerschapsprijs op 14 september laat zien, dat steun en inzet van burgers van doorslaggevend belang is voor behoud van waardevol erfgoed. In oktober zijn de prijswinnaars uit alle 28 EU landen te gast in het Europees Parlement in Brussel. Bent u zelf een bevlogen burger of kunt u mensen die zich op vrijwillige basis inzetten voor een beter Europa? Stuur dan een berichtje naar lambert.vannistelrooij@europarl.europa.eu. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Jacques: Bravo!’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen.

Verslag Praktische Politieke Philosophie d.d. 4 juli 2018

Christendemocratisch appèl: perspectief op de 21ste eeuw

In een plezierige en ontspannen sfeer werd op 4 juli in Huize Groenberg nagedacht en gesproken over de vraag: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw? Belangrijke voorliggende 21ste-eeuwse thema’s waren aan de orde zoals migratie, klimaatvraagstukken en burgerschap. Ook werd gesproken over toekomstig leiderschap. De inleiders, Prof. dr. Ernst Hirsch Ballin en Dave Ensberg-Kleijkers MSc vertegenwoordigen twee verschillende generaties.

Prof. Dr. Ernst Hirsch Ballin
begon zijn inleiding met twee constateringen: de verdringing van het lange termijn denken en de fixatie op (directe) duidelijkheid. Er is veel behoefte aan onmiddellijke vervulling van verlangens.
De grote maatschappelijke thema’s van deze eeuw, zoals duurzaamheid en armoede, vragen om een perspectief dat veel verder weg ligt. In deze tijd is het moeilijk geworden om in de politiek een lange-termijndenker te zijn. Daarbij dreigt een pathologische hang naar eenduidigheid. Politiek daarentegen kan niet op die manier eenduidig zijn. Begrippen als eenduidigheid en duidelijkheid worden bovendien met elkaar verward. De behoefte aan directe duidelijkheid heeft onder meer te maken met de angst voor het niet weten, angst voor nuance. Bij het toelichten, spreekt hij van de Amerikanisering van de politiek: partijen hebben de lessen geleerd voor campagnevoering via consultants. Op basis van profielen worden segmenten van de samenleving gericht bestookt met campagneboodschappen. Partijen zijn dan als het ware in de greep genomen door deze tijdelijke en vluchtige campagneadviseurs.

Het christendemocratisch denken over politiek en samenleving is een antwoord op sociale kwesties en ervaringen van onrecht. In dit verband noemt Ernst de vroegere rol van de toenmalige Katholieke werkgeversvereniging in Brabant. Het ging ze om de waardigheid van arbeid, om erkenning van werknemers en verbinden van belangen. Hier was geen sprake van een gerichtheid op korte-termijn-winst; het ging over bestendigheid van lange termijnperspectief.
Op de vraag “biedt ons appel een christendemocratisch perspectief op 21e eeuw?” is zijn antwoord een helder “ja, mits”. Dat wil zeggen: mits we het perspectief willen zien en benutten. Er zijn verschillende bronnen voor kracht, zoals solidariteit en verbondenheid, waarbij acceptatie nodig is dat niet alles onder één noemer te brengen is. De maatstaf dient altijd gedragenheid en ‘gedeeldheid’ te zijn. Politiek in een democratische rechtsstaat vraagt verankering in vitaal burgerschap, met erkenning van de bronnen waar burgers uit putten, en is solidair met toekomstige generaties. Scheiding van kerk en staat is ook een kern van het CDA. Geloof is elkaar dragen en respecteren. Geloof is een inspiratiebron; op basis van je geloof kun je de ander iets voorleggen (nooit opleggen). “Een ambtsdrager in een rechtsstaat kan en mag niet zijn geloof als redengeving gebruiken voor een besluit dat de hele samenleving bindt,” aldus Ernst uit ervaring.

Als de grote vraagstukken van de 21e eeuw worden genoemd: klimaat, ongelijkheid, robotisering (de waarde van de mens in relatie tot arbeid, de midden categorie in het arbeidsbestel die erbij inschiet), migratie (er moet fundamenteel worden nagedacht dat Europa anders zal zijn) burgerschap (het vermogen om actief een rol te vervullen in de samenleving) en veiligheid van verbinding (wereldwijde verbindingen fysiek, internet ed.). Met opvangcentra voorkom je niet dat de samenleving verandert, urbanisatie zal voortgaan en de maatschappij wordt nog veel meer pluriform.
Universiteiten in de wereld zijn met elkaar in competitie aan de hand van scorelijstjes. Bijzonder is dat Nederland loopt voorop in landbouw; de Universiteit Wageningen staat wereldwijd aan de top. Aandacht moet blijvend gaan naar vernieuwde landbouw.

Lange termijn denken is verder denken en kijken dan de 4 jaren termijn.
Sociale cohesie wordt te vaak gedacht als een replicatie van wat er was. We moeten voorzichtig zijn met de geschiedenis te idealiseren. Sociale cohesie kan alleen worden opgebouwd op basis van wederkerigheid en respect voor elkaar.
Politiek is wetgeving, beleid, etc. Iemand die genoemde grote vraagstukken voor deze eeuw onderkent, spreekt niet zo snel in termen van “oplossingen”. Politiek is er ook om consensus op te bouwen, om de grote vraagstukken van een antwoord te voorzien en beleid te herijken naar de toekomst. Daarvoor zijn leiders nodig met geduld, doorzettingsvermogen, en overtuigingskracht.
Kortom het zal niet makkelijk zijn, maar dat hoeft ook niet.

Dave Ensberg-Kleijkers MSc.
ging aansluitend in op de verschillen tussen millennials en de generatie Z. De groep die nu 20 tot 35 jaar is, worden door sociologen en futurologen getypeerd als “self-centered, entitled, idealist, creative, dependent”. Voor de 12-19-jarigen van nu geldt: “self-aware, persistent, realist, innovative, self-reliant”. De jongere generatie, de zogeheten digital natives, wil aan zet zijn, wil meer aan het stuur zitten, en is interactief bezig met sociale media. Ze hebben behoefte aan transparantie, zijn kwetsbaar en menselijk. Het zijn geen idealisten; ze gebruiken heldere taal en kennen minder nuance of tinten grijs. Hun focus ligt op de korte termijn: hun politieke betrokkenheid is thema of persoonsgebonden. Een plaatje met een 11-tal vaardigheden illustreert welke vaardigheden nu aangeleerd worden aan onze kinderen. Dat betekent iets, en dat heeft gevolgen voor de burgers van de toekomst. Mensen worden meer zelfbewust, communicatief en op andere manieren samenwerkingsgericht. Culturele diversiteit is voor deze generatie een gegeven en niet iets ter keuze. Daarbij is ook sprake van (meer) balans tussen kennis- en sociaal-emotionele vaardigheden. Dave benadrukt dat het belang van deze simplistische stereotyperingen van een generatie Nederlanders, ontwikkeld door een aantal sociologen, ernstig gerelativeerd dient te worden. De verleiding voor politieke partijen als het CDA is echter groot om dergelijke sociologische onderzoeken zo serieus te nemen, dat ze de politieke strategie én christendemocratische, politieke boodschap gaan beheersen. Een partij die primair handelt vanuit pragmatisme, zou hiervoor gevoelig kunnen zijn.

Om de dialoog te prikkelen, worden idealisme en pragmatisme als CDA richtingen tegenover elkaar gezet. Dave signaleert dat onze politieke partij is gereduceerd tot een politiek marktmechanisme en zich onvoldoende op idealen baseert. De partij laat zich te veel leiden door politieke marketeers die prat gaan op de eerdergenoemde sociologische onderzoeken en typeringen van generaties in de 21e eeuw. Op lokaal niveau is flyeren in specifieke doelgroepwijken op basis van marketingonderzoek al zichtbaar; op landelijk niveau maakt hij zich oprecht zorgen over de marktbenadering en de dominantie van het pragmatisme. Politiek mag niet al te eenzijdig gaan om populariteit onder potentiële kiezers en de focus hebben op electorale winst op korte termijn. Zijn persoonlijke keuze is die voor meer idealisme en meer waarden gedreven politiek. We willen met elkaar iets betekenen voor de wereld. Hij is ervan overtuigd dat toekomstige burgers gevormd kunnen worden thuis, in het onderwijs, in de samenleving als geheel. Leiderschap bestaat op de eerste plaats vanuit een idealisme, vanuit overtuiging van een goede zaak. Op de tweede plaats moet een politiek leider goed kunnen communiceren: genuanceerd kunnen vertellen en continue de waarom vraag stellen. Daarbij roept hij de partij op tot veel intern dialoog en debat over de lange termijn vraagstukken. Als voorbeeld verwijst hij naar de visie van onze Belgische zusterpartij CD&V met de zich onderling versterkende wij-uitspraken.

Dialoog
Opgemerkt wordt dat er verschil is tussen idealistisch, ideologisch of door waarden gedreven partij zijn. Ernst geeft zijn definities. Het begint bij idealen, maar in de politieke praktijk gaat het erom de idealen in praktijk te brengen, reëel te maken. Vervolgens wordt van gedachten gewisseld over de vraagstukken migratie en klimaat. Op de lange termijn kan klimaatverandering tot meer en grotere migratiestromen leiden.
Deze vraagstukken blijken meerdere lagen te hebben: Wat is reden van vertrek? Wie is ‘wij’? Wat zijn de (vermeende) onderliggende waarden? Wat vinden wij van mobiliteit van mensen? Moeten we op locatie (de thuislanden) niet veel meer echt een verantwoordelijkheid nemen?
Duidelijk wordt dat migratie een dermate complex vraagstuk is dat er geen eenduidig antwoord op mogelijk is: complexe problemen hebben geen simpele oplossing. Dit vraagt langetermijndenken, investeren in de toekomst, een visie op diversiteit op de langere termijn, etc.
Ernst: “Probeer je af te vragen wat er aan de andere kant van de grens gebeurt”.
De maatstaf voor het samenleven in een democratische rechtsstaat moet gelijk zijn voor mensen die hier nu zijn en nieuwkomers. Ontvanger en nieuwkomer moeten voor elkaar openstaan.
Twee woorden die hierbij vallen zijn: compassie en inlevingsvermogen.
Is een te grote bevolkingsgroei een gevaar voor welvaart? Migratie is van alle tijden. In de gouden eeuw heeft veruit de grootste migratie plaatsgevonden – gerelateerd aan de bevolking van toen.
Welvaart is een middel tegen overbevolking. De politieke discussie gaat voorbij aan de uitkomsten van allerlei onderzoeken. Dave onderscheidt welvaart van welzijn. Daarbij relativeert hij het belang van economische groei.
Sommige problemen hebben we al 20 jaar zien aan komen. Waarom duurt het zo lang om er wat aan te doen is een vraag die gesteld wordt. En wat doen we eraan om dat in de toekomst te verbeteren? Ernst licht toe dat politiek leiderschap nodig is en dat grote opgaven geen oplossing hebben maar om een goede richting vragen.
Andere vragen die worden opgeroepen: wat brengt de toekomst, hoe moet een politiek leider zijn en hoe haal je kracht uit de vereniging? Dave bepleit in de politiek, in de politieke vereniging en in de samenleving meer discussie; meer open dialoog.
In de dialoog die volgt over leiderschap wordt aan de hand van voorbeelden geduid op verschillen in stijl en sturing van politici. Leiderschap is aldus Ernst het vermogen om het goede uit de mens naar boven te halen. Niet alleen degene die de koers bepaalt heeft leiderschap. Krachtig leiderschap is niet de juiste term in dit verband. Het gaat om overtuigende leiders, die op basis van goede argumenten richting geven, en die mensen meekrijgen in die richting. Politiek leiderschap vraagt om creativiteit en is vooral ook hard werken.
Ernst noemt Ruud Lubbers als voorbeeld van een politiek leider in zijn tijd. Ruud Lubbers was visionair en hij was pragmatisch. Hij verstond de kunst om politiek en maatschappelijk ‘ruimte te behouden’, om de verschillende standpunten nog te laten innemen.
Dave sluit af. Hij onderstreept de rol van onderwijs in de samenleving, het belang van onderwijs en vorming in de ontwikkelingsfase van kinderen. “We moeten kinderen als het ware leren zichzelf te worden”, aldus Dave. Onze leraren worden veel afgeleid door allerhande zaken met als gevolg dat tijd en aandacht voor de kinderen beperkt is. Grootschaligheid van de klassen doet geen goed. Een keuze voor betekenisvol en vormend onderwijs vraagt extra geld. Het gaat om het echte contact van mens tot mens.

Huseyin Bahar
Statenlid CDA Brabant
Praktische Politieke Philosophie (PPP)

Column Lambert van Nistelrooij: ‘Rechten en praktijk, mensen met een beperking’

Na de tentoonstelling ‘Let the Stars Shine’ over voortrekkers in economie en innovatie mag ik in Brussel opnieuw Brabant als voorbeeld stellen. Samen met Stichting Prisma, een Brabantse instelling voor zorg, wonen en welzijn, geven we sinds 9 juli in het dagelijks leven van mensen met een verstandelijke beperking. Centraal staat de vertaling van het VN Verdrag in zake de rechten van personen met een handicap naar de praktijk van alle dag. Aan de hand van een twintigtal foto’s en een boek laten we in Brussel de ervaringen en wensen zien van mensen met een verstandelijke beperking. Dit sluit tevens aan bij de EU toegankelijkheidswet, die tot doel heeft de toegang tot aangepaste producten en diensten voor alle mensen met een beperking te vergroten.

Sinds het VN Verdrag is aangenomen, is het een stevige strijd geweest deze rechten naar de praktijk te vertalen. Het gaat hierbij om het recht zelfstandig te wonen, naar school te gaan, het openbaar vervoer te gebruiken of aan het werk te zijn. Ook staat er in, dat mensen met een beperking zelfstandig besluiten moeten kunnen nemen. Zij moeten zo goed mogelijk worden ondersteund, als zij daartoe niet in staat zijn. Ook als er sprake is van een complexe zorgvraag, onder curatele stelling en bewindvoering.

Prisma was in Nederland de eerste zorginstelling die het VN Verdrag als basis voor hun werk integraal heeft overgenomen. In de afgelopen jaren hebben zij alle onderdelen met hun cliënten en personeel besproken en is antwoord gegeven op de vragen: “Hoe kijken mensen met een beperking naar de VN Conventie? Welke ideeën hebben ze over hun rechten in zorg, wonen en welzijn?” Voor mij is de tentoonstelling tevens een mooie afsluiting van acht jaar voorzitterschap van de Raad van Toezicht van Prisma. Een periode waarin veel vooruitgang is geboekt in zorg, welzijn en wonen voor mensen met een verstandelijke beperking.

Bij de opening van de tentoonstelling heb ik met mijn Duitse collega Dieter Koch een symposium georganiseerd. Met ondernemers en andere betrokkenen hebben we gekeken naar de steun, die de EU toegankelijkheidswet kan geven aan bedrijven bij de afzet van hun aangepaste producten en diensten. Als ze die in heel Europa kunnen afzetten, levert dit niet alleen voordelen op voor gehandicapten, maar bijvoorbeeld ook voor ouderen. Ook stimuleert de wet de individuele landen, zoals Nederland, om van de voortgang van hun inspanningen te rapporteren aan de VN.

Brabant laat zich zien in Brussel. Economisch vitaal én sociaal. Omdat het om de belangen van alle mensen gaat, in Brabant én elders in Europa. Wilt u het boek en de foto’s bekijken of bestellen stuur dan een berichtje naar lambert.vannistelrooij@europarl.europa.eu. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Rechten en praktijk, mensen met een beperking’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen.

Column Lambert van Nistelrooij: ‘Europa frontrunner gegevensbescherming’

Met de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn op 25 mei in alle EU-lidstaten de privacyregels flink aangescherpt. Op diezelfde dag, toeval of niet, was Mark Zuckerberg, de oprichter en eigenaar van Facebook, in Brussel. Samen met mijn collega’s van het Europees Parlement kreeg ik de kans een groot aantal vragen te stellen. Belangrijkste aanleiding was het dataschandaal met Facebook-gegevens bij het bedrijf Cambridge Analytica, die waren gebruikt bij diverse politieke campagnes. Met deze actie bevestigt Europa nogmaals, dat zij de trend wil zetten om de gegevens van haar burgers te beschermen.

Organisaties in Europa moeten kunnen aantonen welke persoonsgegevens zij verzamelen, wat ze er mee doen en hoe ze deze beveiligen. U bepaalt zelf, of zij uw gegevens mogen gebruiken. Alle lidstaten en het Europees Parlement hebben daartoe besloten.

Bij het dataschandaal bij Facebook waren deze regels al overschreden. Gegevens van miljoenen klanten waren in handen gegeven van Cambridge Analytica voor politieke doeleinden. De heer Zuckerberg beloofde ons betere bescherming, want zo zei hij: “De veiligheid van onze klanten is belangrijker dan de winst van ons bedrijf.” Ook beloofde hij te zullen voldoen aan de nieuwe Europese regels. Voor zijn gehele bedrijf, overal ter wereld. Kortom, de Europese regels als maatstaf ook voor de rest van de wereld.

Er was niet genoeg tijd om alle vragen te beantwoorden. Die krijgen we nog schriftelijk, beloofde de heer Zuckerberg. Wij wachten af. Want ook het laten wissen van gegevens, verdient meer aandacht. U hebt immers ‘het recht om vergeten te worden’. Wilt u uw ervaringen kwijt, richt u zich dan tot de Autoriteit Persoonsgegevens of neem met mij contact op via lambert.vannistelrooij@europarl.europa.eu. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Europa frontrunner gegevensbescherming’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen of beluister de column via het audiobestand hieronder:

Blog van partijvoorzitter Inge van Dijk

Beste Brabantse CDA’ers,

Komende week ontvangt u allemaal de nieuwsbrief van CDA Brabant. In deze nieuwsbrief een aantal belangrijke onderwerpen, waar ik graag extra aandacht voor wil vragen.

De voorbereidingen voor de Staten- en Waterschapsverkiezingen lopen namelijk weer volop en een voornaam onderdeel daarvan is het openstellen van de sollicitatieprocedures. De informatie over het proces en de functieprofielen treft u aan in een extra nieuwsbrief én op de website. Ik hoop op veel enthousiaste reacties, zodat we tot mooie lijsten kunnen komen. Belangrijk vinden we hierbij naast kwaliteit een goede afspiegeling van Brabant over de diverse regio’s en doelgroepen. Solliciteren kan tot 1 juni 2018.

Voor meer informatie kunt u altijd iemand van het bestuur benaderen. Tijdens de aankomende ledenvergadering op 26 mei a.s. zullen we de diverse
commissies, waaronder de kandidatencommissies, aan u voorstellen.

Daarnaast houden we op 22 mei a.s. een bijeenkomst om met elkaar van gedachten te wisselen over vernieuwing van onze partij, een discussie die binnen het CDA landelijk is opgestart. Het zijn nog maar eerste gedachtes, maar wel een heel noodzakelijke discussie waar ik u graag in meeneem en waar mogelijk bij wil betrekken. Ik hoop dan ook op uw komst.

Ten slotte heeft het bestuur afscheid genomen van Linda Hofman. Ik ben heel blij voor haar met een mooie nieuwe uitdaging, maar jammer voor ons is het zeker. Uiteraard gaan we als bestuur nog uitgebreid stilstaan bij haar vertrek. Linda wordt opgevolgd door Angelique Wulms. Zij zal zich op de aankomende ledenvergadering aan u voorstellen.

Angelique begint per 1 juli a.s. Dat betekent dat we in de maanden mei en juni minder ondersteuning hebben dan u gewend bent, wat u mogelijk gaat merken. Natuurlijk streven we ernaar om alles zo goed mogelijk door te laten gaan. Blijft u ons dan ook benaderen en wanneer iets in uw ogen onze aandacht verdient, belt u mij dan rechtstreeks. We moeten even roeien met de riemen die we hebben, maar dat komt vast goed. Dank voor uw begrip.

Met vriendelijke groet,

Inge van Dijk
Partijvoorzitter CDA Brabant

 

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Provincie: toon spierballen’

Opinie van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot in het Brabants Dagblad d.d. 20 april 2018.

Provincie: toon spierballen

Tekort aan personeel in de zorg, de bouw, de problemen met arbeidsmigranten. Voor een integrale aanpak is een regisseur nodig. De provincie kan het verschil maken.

Marianne van der Sloot

GASTOPINIE

Brabant doet het goed. Op heel wat lijstjes staat onze provincie bovenaan: hightechregio Eindhoven een van de slimste regio’s ter wereld, West-Brabant de logistieke hotspot van Nederland, Midden-Brabant dé plek waar je als toerist moet zijn geweest, het thuis van Olympisch én landskampioenen. We mogen er graag over vertellen. En terecht.

Toch is er geen reden om zelfvoldaan achterover te leunen. Want ondanks zonnige berichten over meer banen, meer vacatures en meer vaste contracten pakken donkere wolken zich samen boven de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, de bouw en de logistiek lopen razendsnel op. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, maar is huisvesting in veel gemeenten een probleem.

Te groot

“Niet onze verantwoordelijkheid” was in de afgelopen jaren veelvuldig de reactie van de provincie op deze en andere vraagstukken. Wat mij betreft veranderen we dat in “Samen de schouders eronder”. Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.

Nederland vergrijst en Brabant vergrijst mee. Dat vergt meer handen aan het bed en meer gekwalificeerd mbo-personeel. Een gemeente alleen lost de tekorten niet op. Hoewel partijen hard werken aan een oplossing, zijn er nog steeds teveel zorg vacatures. Het nieuwe Actieprogramma Werken in de Zorg van het Rijk smeekt om een regionale uitvoering. En daar komt de provincie in beeld, die overheden, verzekeraars, onderwijs- en zorginstellingen kan helpen om méér mensen te interesseren voor een baan in de zorg, afspraken te maken over voldoende stageplekken en na te denken andere, efficiëntere manieren van werken.

Eenzelfde regionale aanpak is nodig in de bouw. Het tekort aan bouwvakkers en technici is groot. Dat is een probleem voor onze economie, voor de woningbouw, maar ook voor het halen van de klimaatdoelen (Brabant energieneutraal in 2050). Het aantal jongens en meiden dat kiest voor een bouw- of technische opleiding is bij lange na niet voldoende om het groeiende aantal vacatures, inmiddels meer dan 2.500, in te vullen. Het minste wat de provincie kan doen is met bouwbedrijven, brancheorganisaties en bouwopleidingen om de tafel gaan en vragen wat zij nodig hebben om die in te vullen. Aantrekkelijkere leslokalen? Bijscholing voor docenten? Een imagocampagne?

Uitbuiting

In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam: mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor- zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.

Bestuurskundige Klaartje Peters publiceerde in 2007 een boek over de provincie getiteld Het opgeblazen bestuur. Hierin stelt ze o.a. dat provincies hun bestaansrecht proberen te rechtvaardigen door zich belangrijker te maken dan ze daadwerkelijk zijn. Door meer taken op zich te nemen dan hen traditioneel toekomt. Wel, wat mij betreft mag de provincie juist nu meer dan ooit haar spierballen laten zien. Zichzelf opblazen is niet nodig, want ons middenbestuur verkeert in topconditie. In ’s-Hertogenbosch staat een toren vol kennis, plannenmakers en ronde tafels, van waaruit  veel kan worden gedaan. Dat is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen. Brabant kan wel degelijk het verschil maken.

Marianne van der Sloot is Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en fractievoorzitter van het CDA.