Maiden speech Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage 2019 op 13/09

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage 2019 
(13-09-2019)

Voorzitter,

Vandaag mijn ‘maiden speech’, mijn eerste inbreng in deze Staten. Over de Bestuursrapportage 2019, ofwel het verloop van het huidige begrotingsjaar. Een technisch, maar vooral ook een heel menselijk onderwerp. Het gaat immers over de effecten van het beleid dat wij hier vaststellen: doet het wat het moet doen, en wat merken de Brabanders daarvan? Een belangrijk moment dus. Want voor het CDA is een samenleving méér dan alleen een winst- en verliesrekening, waar alleen het getal onder de streep telt. Het huishoudboekje van de provincie moet op orde zijn, maar bovenal telt de menselijke maat.

Dat past bij het CDA, en dat past ook bij mij. Ik ben geboren en getogen in het Land van Cuijk, een prachtige regio aan de rand van Brabant. Een regio waarin de invloed van de provincie duidelijk voelbaar is: of het nu gaat om de N264, de bestuurlijke toekomst van onze gemeenten, of de leefbaarheid op het platteland. Niet iedere inwoner zal daarin meteen de hand van de provincie vermoeden, dus zie ik het als mijn opdracht om die lijn tussen het Land van Cuijk en Den Bosch te verkorten, te verstevigen en nog beter zichtbaar te maken. Zoals het een goede volksvertegenwoordiger betaamt.

Voorzitter, tot zover deze persoonlijke bespiegelingen. Nu over naar de bestuursrapportage, waarbij ik allereerst de ambtelijke organisatie wil bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Het waren er veel, waaruit u mag afleiden dat we als CDA ‘kritisch enthousiast’ zijn.

En voorzitter, het eerste wat we ons afvragen, is welk doel deze bestuursrapportage nu eigenlijk dient. Is het een instrument, waarmee we het lopende jaar 2019 strak kunnen volgen én kijken wat er nog beter kan of beter moet? Of is de bestuursrapportage niets anders dan een uitgebreide onderbouwing voor de geldvraag die in de derde begrotingswijziging besloten ligt?

Als CDA hebben wij, net als denk ik alle fracties, al met een schuin oog naar 2020 gekeken en met genoegen vastgesteld dat de eerste acties uit het nieuwe bestuursakkoord al worden opgepakt. Kijken we naar de afwijkingen ten opzichte van de begroting, dan zien we dat het gaat om een bedrag van 63 miljoen euro. Dat is weliswaar gesaldeerd, maar bij veruit de meeste afwijkingen gaat het om administratieve of technische aanpassingen. Kortom, de echte relevante afwijkingen zijn zeer beperkt, slechts een fractie van de totale begroting, en dat is goed nieuws.

Voorzitter, met de uitspraak door de Raad van State over de PAS hebben we, ook hier in Brabant, een ‘gamechanger’ te pakken. Een uitspraak die ons dwingt om tijdens de wedstrijd de spelregels te herzien. Met grote impact, dat staat vast.

Want wat betekent dit voor onze infrastructurele projecten? Voor woningbouwprogramma’s? Voor de agrarische sector? Hoe gaan marktpartijen reageren? Eet de een de ander op om voor zichzelf ruimte te creëren? Tal van vragen die sterk leven bij onze fractie. We kijken dan ook uit naar het rapport van de commissie-Remkes en hebben daarbij een concrete vraag: hoe gaat het college straks om met de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Want onze provincie moet niet stil komen te staan: of het nu gaat om Brainport, Hart van Brabant, het Land van Heusden en Altena, de logistieke hotspot West-Brabant, of onze grensregio’s enz. Voorzitter, Brabant mag niet op slot.

Voorzitter, nog een laatste vraag hierover, waarvoor wij vanochtend tijdens de Rondvraag geen gelegenheid kregen: wat vindt de gedeputeerde van het voorstel van D66 om het stikstofvraagstuk op te lossen door de veestapel te halveren?

Voorzitter, dan het vergunningsbeleid in onze provincie. Zonder vergunning kan je niets, veel Brabanders zijn ervan afhankelijk voor hun dagelijkse boterham. Ondernemers bijvoorbeeld, o.a. in de agrarische sector. Het CDA vindt het logisch dat de termijn voor het indienen van een vergunning met drie maanden is opgeschoven, naar 1 april 2020. Tegelijkertijd hebben we ons zeer verbaasd over de uitlatingen van de gedeputeerde Landbouw in De Gelderlander deze zomer, waarin zij aangaf dat aanvragers van een vergunning hun gemeente maar meteen moeten verzoeken om hun aanvraag ‘onderop de stapel’ te leggen. Vanwaar dit advies, voorzitter? Dit lijkt wel de bevestiging dat die innovatieve stalsystemen, waarop ondernemers met smart zitten te wachten, er nog altijd niet zijn? Systemen die ondernemers helpen vanuit de bron te werk te gaan en niet noodgedwongen aan ‘symptoombestrijding’ te doen. Op een betaalbare manier. Voorzitter, wat bedoelt de gedeputeerde met het ‘onderop de stapel’ leggen van vergunningaanvragen? Wij gaan in Brabant toch voor de beste aanpak i.p.v. een snelle, halve aanpak?

Voorzitter, over vergunningen gesproken: het CDA is heel tevreden met de uitbreiding van de Wet Bibob, om vergunningen te kunnen weigeren of intrekken. Met als doel ondernemers te beschermen en criminelen aan te pakken. Daarnaast zijn we positief over het agenderen van de ‘weerbaarheid’ en ‘integriteit’ in de provinciale organisatie. We zien de noodzaak én toegevoegde waarde van de Dilemmatraining, die we na de verkiezingen hebben kunnen volgen. De nieuwe gedeputeerde Veiligheid heeft zijn kennismaking met de Taskforce RIEC achter de rug, dus we kijken uit naar zijn initiatieven om tot een nog effectievere samenwerking tussen de provincie en deze ‘antidrugseenheid’ te komen.

Voorzitter, in het nieuwe bestuursakkoord wordt een Actieplan Arbeidsmarkt aangekondigd. Is het college het met ons eens dat het hier niet alleen om de stad moet gaan, maar dat we ook de ‘randen’ van Brabant zeker niet moeten vergeten? U begrijpt: als inwoner van zo’n ‘randregio’ ben ik hier scherp op. Kijk bijvoorbeeld naar het tekort aan zorgverleners in het Land van Cuijk.

Tot slot, voorzitter. Het realiseren van het doelrendement (jaarlijks 122,5 miljoen euro voor de begroting uit het belegd vermogen) wordt steeds lastiger.

Dit komt door externe omstandigheden, namelijk de blijvend lage marktrente. De vraag is dan ook hoe hiermee om te gaan? Moeten we kost wat kost jaarlijks 122,5 miljoen in de begroting stoppen en vanaf volgend jaar hiervoor een reserve aanspreken, of is nu het moment aangebroken om tevreden te zijn met een lager bedrag dan die 122,5 miljoen? Die discussie wil het CDA graag een keer voeren. En tot hoe ver gaan we met het verstrekken van leningen, met hele lange looptijden, aan lagere overheden? Het krikt weliswaar het rendement voor de komende jaren op, maar de keerzijde is dat we met slecht renderende leningen zitten als de marktrente vroeg of laat begint op te lopen. Graag een reactie.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage 2019 (13 september 2019)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.