Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

CDA formuleert eisen voor Brabants landbouwbeleid

Het CDA heeft vandaag eisen geformuleerd voor het Brabantse landbouwbeleid. Aanleiding zijn de recente ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek, waaronder het eerste advies van de commissie-Remkes. Kern is dat het landbouwbeleid in Brabant zo snel mogelijk in lijn moet komen met het landelijke landbouwbeleid.

Daartoe wil het CDA allereerst dat er uniform beleid komt qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie-Geurts/Harbers die vannacht in de Tweede Kamer werd ingediend. Beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders. Het CDA verzoekt het Brabantse provinciebestuur om niet langer vast te houden aan strengere regels.

Ten tweede wil het CDA dat niet langer deadlines voor het indienen van vergunningaanvragen voor nieuwe stalsystemen worden opgelegd, zolang die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar zijn én zolang hiervoor nog geen landelijk beleid is vastgesteld. Dat impliceert dat deadlines als die van 1 april 2020, waarover het Brabantse provinciebestuur op 25 oktober a.s. zou besluiten, in de ijskast moeten.

Ten derde wil het CDA dat boeren de volledige aan hen vergunde stalcapaciteit, inclusief de zgn. ‘latente ruimte’, mogen houden. De overheid mag deze niet afpakken.

Ten vierde wil het CDA dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is. Dat betekent het opschorten van de provinciale aanmelddatum van 1 november a.s. en aansluiten bij de landelijke datum van aanmelden.

Ten vijfde wil het CDA in Brabant, net als in de rest van Nederland, géén door de overheid gedwongen krimp van de veestapel. De partij zal ieder voorstel daartoe blokkeren. Krimp van de veestapel kan wat het CDA betreft alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.

Voor het CDA Brabant zijn deze vijf eisen leidend bij komende besluitvorming in Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Met dit eisenpakket wil de partij de balans terugbrengen in het stikstofdebat. Balans, realisme en een eerlijke verdeling van de lasten moeten zijn geborgd, wil het CDA steun kunnen geven aan welke maatregel dan ook.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Nu de minister gisteren, tijdens het debat over de stikstofproblematiek in de Tweede Kamer, heeft aangegeven dat provincies de vrijheid hebben om bovenop het landelijke beleid eigen, in het geval van Brabant veel strengere, stikstofregels te stellen, vinden wij het als CDA belangrijk dat onze provincie geen eiland wordt waar Brabanders het wonen en ondernemen onmogelijk gemaakt wordt. Brabant mag niet op slot. Dat is namelijk in niemands belang: niet in het belang van onze inwoners, familiebedrijven en uiteindelijk ook niet in het belang van onze Brabantse natuur. Brabant wordt niet de groene gordel van de Randstad, waar geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is.”

Omdat de ontwikkelingen in het stikstofdossier elkaar de laatste tijd snel opvolgden, heeft het CDA Brabant het debat in de Tweede Kamer, en de daaraan voorafgaande hoorzitting van deskundigen, willen afwachten alvorens met een reactie en eisenpakket naar buiten te komen. “We hebben in de afgelopen weken met veel mensen over het stikstofprobleem gesproken en begrijpen hun zorgen, boosheid en ongeduld. Ook wat de positie van het CDA Brabant betreft. Toch hebben we bij het bepalen van ons standpunt en eisenpakket niet over één nacht ijs willen gaan, want daar is dit probleem te groot en te complex voor. Zorgvuldigheid voor snelheid. Als CDA hebben we bestuursverantwoordelijkheid genomen om enerzijds zaken, die wij voor Brabant belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen en anderzijds zaken, die wij voor Brabant onwenselijk vinden, tegen te houden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij wat ons betreft het resultaat telt: het beste voor de Brabanders. Dáár gaan wij voor en dáár mogen zij het CDA op afrekenen.” Aldus De Hoon, die de fractievoorzitters van coalitiepartners VVD, D66, GroenLinks en PvdA eerder vandaag in een ingelast overleg informeerde over de positie van haar partij.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat advies commissie-Remkes op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek (commissie-Remkes)
(11-10-2019)

Voorzitter,

In de afgelopen weken is er veel gebeurd. Het grootste boerenprotest uit de Nederlandse geschiedenis, het eerste advies van de commissie-Remkes, de reactie van het kabinet en van ons provinciebestuur hierop, en vandaag een Provinciehuis vol bezorgde Brabanders. Zorgen die wij als CDA goed begrijpen. Hun zorgen zijn onze zorgen. Hun vragen zijn onze vragen. Wat komt er nu weer op mij, op mijn bedrijf, en op onze sector af? Krijg ik mijn vergunning wel rond? Wanneer kan ik mijn bedrijfsactiviteiten voortzetten? Wat gaat mij dat kosten? Waarom zou ik nog doorgaan met mijn onderneming? Terechte vragen. En vragen die beantwoord moeten worden. Het liefst vandaag, in dit debat, en anders zo snel mogelijk.

De boodschap van de commissie-Remkes was duidelijk: breng de balans terug tussen natuur, leefbaarheid en economische groei. Daar wil het CDA aan meewerken, maar wel op een zorgvuldige en realistische manier. Met regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet één specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Maatregelen moeten evenwichtig zijn, zodat we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer op gang komen.

In het vervolg van mijn bijdrage wil ik stilstaan bij vier onderwerpen: (1) landelijk beleid vs. Brabants beleid, (2) de houdbaarheid van deadline 1 april 2020, (3) metingen door het RIVM en (4) een aantal praktische vragen.

Landelijk beleid vs. Brabants beleid

De commissie-Remkes benadrukt het belang van samenwerking tussen álle betrokken overheden – Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen – om te komen tot een gezamenlijke oplossing voor de stikstofproblematiek. Voor het CDA is het essentieel dat de provincie in gesprek blijft met álle partijen. Zoals VNO-NCW, Bouwend Nederland, ZLTO, BAJK, ANWB, maar óók inwoners verenigd in bijvoorbeeld dorpsraden of bewonersplatforms. Kortom, met iedereen die betrokken is bij het probleem waarmee we ons geconfronteerd zien. Partijen met wie we samen een oplossing moeten zien te vinden.

In het bestuursakkoord geeft u aan ‘stimulerend, initiërend en verbindend’ te willen zijn. Hoe gaat u hieraan invulling geven in de samenwerking met onze landelijke, lokale en regionale gesprekspartners?

Hoe gaat u ervoor zorgen dat Brabantse ondernemers volop gebruik kunnen maken van landelijke regelingen voor ‘stoppers’, stalsystemen en innovaties? En dat deze maatregelen niet gaan of zullen conflicteren met de opgestelde Brabantse regelgeving?

Kortom: hoe voorkomen we dat Brabant een eiland wordt waar niemand meer kan ondernemen, stoppers niet kunnen stoppen en jonge ondernemers geen perspectief meer hebben?

Houdbaarheid deadline 1 april 2020

De veehouderijbesluiten van 7 juli 2017 waren gebaseerd op een toen nog springlevende Programmatische Aanpak Stikstof. Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder, is het PAS gesneuveld, en worden we geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Concreet betekent dit dat de Rijksoverheid nieuwe plannen heeft opgesteld voor het ‘vrijwillig’ saneren van de veehouderij in de buurt van Natura 2000-gebieden.

Het bestuursakkoord 2019-2023 gaat er ook vanuit dat Brabant in de PAS moet lopen. Maar er is geen PAS meer, het kan dus niet anders dan dat het bestuursakkoord hieraan wordt aangePASt. Deze nieuwe werkelijkheid heeft meer flexibiliteit nodig in de gestelde deadlines.

Is de provincie bereid de vergunning-deadline van 1 april 2020 opnieuw tegen het licht te houden?

Metingen door het RIVM

Dan de informatie waarop wij ons beleid baseren. Feitelijke informatie wel te verstaan. Gegevens die afkomstig zijn van het RIVM. In de afgelopen dagen zijn er veel vragen gesteld aan dit RIVM over de wijze van rekenen en het meten van stikstof. Het CDA in de Tweede Kamer heeft gerede twijfels geuit over de betrouwbaarheid van het meetmodel. Wij hebben geconstateerd dat het model in de afgelopen jaren weliswaar is aangepast, maar volgens het RIVM zélf nog steeds een grote onzekerheidsmarge kent van 30% tot 70%. Leg dát de mensen wier toekomst van deze metingen afhangt maar eens uit.

Nu heeft de gedeputeerde aangegeven graag ‘datagedreven’ te werk te willen gaan. Het CDA wil dan ook graag van de gedeputeerde weten of de provincie bereid is mee te werken aan uitbreiding van het meetnet met daadwerkelijke stikstofdepositiemetingen op de grond, om tot een betrouwbaarder meetmodel te komen?

Voor het CDA zijn zorgvuldigheid en realisme belangrijk. De gedeputeerde heeft vanmorgen aangegeven dat meetsystemen niet het stikstofprobleem doen verdwijnen. Dat is helder. Maar als de basis klopt en de informatie waarop we besluiten nemen niet ter discussie staat, dan kunnen we het beter hebben over de oplossingen. ‘Realtime meten’ zou daar wat ons betreft goed bij kunnen helpen.

Praktische vragen

De stikstofproblematiek treft alle Brabanders en raakt aan vrijwel alle sectoren. Niet alleen landbouw, niet alleen infrastructuur, niet alleen bouw.

Maar ook aan leefbaarheid in brede zin: veilig opgroeien, prettig wonen, je thuis kunnen voelen. Bij inwoners, bedrijven en andere overheden bestaan ook hierover veel vragen. Daarom zou het CDA graag zien dat in de gebiedsgerichte aanpak niet alleen wordt gekeken naar de stikstofuitstoot, maar dat daarin alle aspecten van leefbaarheid worden meegenomen. Hoe zorgen we ervoor dat het platteland en het buitengebied een leefbare omgeving blijft?

Graag verneemt het CDA van de gedeputeerde welke planning de provincie voor ogen heeft t.a.v. de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Hoe gaat de provincie ervoor zorgen dat de maatregelen voor realisatie van de stikstofambitie de leefbaarheid in een gebied, in brede zin, versterken i.p.v. verzwakken? Hoe staat de provincie tegenover het CDA-voorstel om een ‘provinciale helpdesk stikstofproblematiek’ in te richten, waar inwoners, bedrijven en overheden terechtkunnen met vragen of voor advies?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon advies Adviescollege Stikstofproblematiek (11 oktober 2019)

Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels over een provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Geacht college,

Op 4 oktober jl. stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een brief naar de Tweede Kamer, waarin het kabinet uiteenzet hoe het, n.a.v. de uitspraak van de Raad van State en de aanbevelingen van het Adviescollege Stikstofproblematiek (de ‘commissie-Remkes’), met provincies, waterschappen en gemeenten het zgn. ‘stikstofreductieplan’ wil vormgeven1.

In dit stikstofreductieplan is een belangrijke rol weggelegd voor provincies. Bijvoorbeeld bij de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak, de financiering van extra acties, de uitvoering van reeds geplande en nieuwe natuurherstelmaatregelen en het bewaken van het proces (door de Commissaris van de Koning, in zijn hoedanigheid als Rijksheer). Over hoe hieraan gevolg te geven, heeft de provincie Noord-Brabant op 8 oktober jl. een beleidsregel vastgesteld2.

Bij veel inwoners, bedrijven en gemeenten bestaat grote onzekerheid over wat de maatregelen uit het stikstofreductieplan voor hen gaan betekenen. Het CDA vindt het belangrijk dat zij snel duidelijkheid, perspectief, advies en hulp kunnen krijgen, en van begin af aan bij de uitwerking van de maatregelen worden betrokken. Dat begint bij een goede informatievoorziening en gestroomlijnde communicatie vanuit de (provinciale) overheid.

In dat kader heeft het CDA voor u de volgende vraag:

  1. Bent u bereid om op korte termijn een provinciale helpdesk stikstofproblematiek in te richten, bemenst door specialisten, waar inwoners, bedrijven, gemeenten en andere overheden terechtkunnen met vragen of verzoeken om advies en informatie, en hier de nodige ruchtbaarheid aan te geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2019/10/04/aanpak-stikstofproblematiek

2 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/oktober/provincie-pakt-stilgevallen-vergunningverlening-snel-op.

Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen

Schriftelijke vragen van Statenleden Coen Hendriks en Kees de Heer n.a.v. het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen.

Geacht college,

Naar aanleiding van het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen1 heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen, wat inhoudt dat het Rijk aan gemeenten en netbeheerders adviseert om vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s geen nieuwe woningen te bouwen in de buurt van hoogspanningslijnen en geen nieuwe hoogspanningslijnen aan te leggen in de buurt van woningen2?

02. Bent u bekend met de wens in de gemeente Eindhoven, neergelegd in het coalitieakkoord 2018-2022 (pag. 18), om bovengrondse hoogspanningslijnen onder de grond te brengen3?

03. Kloppen de volgende gegevens?

  1. In Eindhoven gaat het om ongeveer 4 kilometer hoogspanningslijn, die door bewoond gebied gaat (Acht en Woensel-Noord), waarvan de gemeente wil dat deze ondergronds gaat4.
  2. Dit betreft de tracés Best – Eindhoven Noord en Eindhoven Noord – Eindhoven Oost, die de Rijksoverheid in het ‘Besluit aanwijzing delen hoogspanningsnetten ex art. 22a Elektriciteitswet 1998’ heeft aangewezen om te verkabelen/verplaatsen5.
  3. De totale kosten van deze ‘verkabeling’ bedragen ongeveer 24 miljoen euro6.
  4. Volgens het ‘Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen’ moet de netbeheerder 80 procent van de kosten betalen en de gemeente 20 procent7.

04. Bent u bekend met de conclusie van het Eindhovense college van burgemeester & wethouders dat het ondergronds aanleggen van deze hoogspanningslijnen op dit moment door de gemeente financieel niet is op te brengen8?

05. Is er contact geweest tussen de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant over het verkabelen en de financiering daarvan? Indien ja, op welke momenten?

06. De Rijksoverheid heeft ook in de Brabantse gemeenten Best, Breda, Geertruidenberg, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Helmond, Oirschot, Oss, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Uden tracés van hoogspanningsverbindingen aangewezen die ondergronds (of verplaatst) mogen9.

  1. Weet u in welke van deze gemeenten wensen of voornemens bestaan dan wel acties lopen om te gaan verkabelen/verplaatsen? Indien niet, wilt u dit nagaan?
  2. In welke gemeenten vormt financiering, net als in Eindhoven, een probleem?
  3. In welke gemeenten is de provincie Noord-Brabant bij verkabeling/verplaatsing betrokken?

07. Bent u bereid met om met Eindhoven en andere Brabantse gemeenten in gesprek te gaan om u te laten informeren over de mate waarin financiering een probleem is bij verkabelen/verplaatsen en mee te denken over oplossingen voor cofinanciering?

08. De gemeente Eindhoven geeft aan dat, in haar geval, de ‘lasten’ voor het verkabelen voor één gemeente zijn, maar de ‘lusten’ voor veel meer gemeenten. Hoe ziet u in dit licht de rol van de provincie? Is het voorstelbaar dat de provincie als ‘bovenlokale’ overheid initiatieven als deze meefinanciert?

09. Hoe gaan andere provincies om met dit (financierings)vraagstuk?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks en Kees de Heer

1 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

2 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-en-gebiedsontwikkeling/wonen-bij-hoogspanningslijnen.

3 Zie https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2018-05/Coalitie%20magazine_0.pdf.

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

5 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

6 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

7 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041451/2019-01-01.

8 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

9 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

CDA: maatwerk en perspectief voor stikstofvraagstuk

Op 25 september jl. presenteerde het Adviescollege Stikstofproblematiek, ook wel bekend als de ‘commissie-Remkes’, zijn aanbevelingen over hoe op korte termijn om te gaan met de stikstofproblematiek in Nederland. Klik hier om dit advies te lezen of te downloaden.

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant bestudeert op dit moment het rapport en blijft alle ontwikkelingen nauwgezet volgen. Samen met lokale, landelijke en Europese CDA-vertegenwoordigers hopen de Statenleden zo snel mogelijk in kaart te kunnen brengen wat per portefeuille en per Brabantse regio de gevolgen zullen zijn. Input van eenieder is daarbij van harte welkom.

Namens de Provinciale Statenfractie van CDA Brabant is fractievoorzitter Ankie de Hoon woordvoerder op het stikstofdossier. Haar eerste reactie op het advies van de commissie-Remkes vindt u hieronder.

“De balans tussen natuur, leefbaarheid en economische groei moet terug. Op een eerlijke, realistische manier. Daarom pleit het CDA voor regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet een specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Het is belangrijk dat de minister snel met een evenwichtig pakket maatregelen komt, waarmee we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer worden hervat.”

Bij vragen kunt u contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via het e-mailadres evwelij@psbrabant.nl.

Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State

Schriftelijke vragen van Statenleden Tanja van de Ven en Ankie de Hoon over de uitspraak van de Raad van State over het beoordelingssysteem Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State.

Geacht college,

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse stikstofaanpak, die een einde maakt aan het beoordelingssysteem ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS), en de provinciale themabijeenkomst over de consequenties hiervan op 28 juni jl. hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Sinds eind mei is de vergunningverlening i.h.k.v. het PAS stopgezet. U hebt aangegeven vanaf september 2019 tot eind 2022 met een ‘beperkt instrumentarium’, en scherp geprioriteerd, weer vergunningen te willen gaan verlenen. Door deze nieuwe realiteit lijken de ambities uit het bestuursakkoord echter te zijn ingehaald.

  1. Bent u het met CDA eens dat er sinds de recente stikstofuitspraak van de Raad van State sprake is van een nieuwe realiteit?
  2. Tijdens de themabijeenkomst op 28 juni jl. sprak u de verwachting uit dat vergunningverlening ‘niet gladjes’ zal verlopen. Waar voorziet u problemen en wat gaat u hiertegen doen?

02. Wanneer de provincie de vergunningverlening weer opstart, leidt dit mogelijk tot veel nieuwe vergunningaanvragen. Het tussentijds aanpassen van omgevingsvergunningen en Wet Natuurbeschermingsvergunningen (Wnb) vraagt veel extra inzet en capaciteit van gemeenten en omgevingsdiensten. Hoe ziet u in dit verband de hoos aan vergunningaanvragen die nog gaat komen n.a.v. de maatregelen Versnelling transitie veehouderij? Wat betekent dit voor het behandeltraject van al deze vergunningaanvragen en de extra kosten die zowel overheden als veehouders moeten maken?

03. Er zijn veehouderijbedrijven die geen Wnb-vergunning hebben, maar alleen een melding hoefden te doen in het kader van het PAS. Dit gold voor bedrijven wier uitstoot op het dichtstbijzijnde natuurgebied tussen de 0,05 en 1 mol/kg/ha bedroeg.

  1. Hoe gaat u om met bedrijven die een geaccepteerde melding hebben i.h.k.v. het PAS en voor wie nog niet duidelijk is hoe zij hun vergunning moeten aanpassen?
  2. Hoe gaat u om met bedrijven die minder uitstoten dan de drempelwaarde 0,05 mol/kg/ha en waarbij geen melding nodig was?

04. Klopt het dat na de uitspraak van de Raad van State veehouderijbedrijven een milieueffectrapportage (MER) moeten opvragen? Hoe denkt u over het tijdspad hiervoor?

05. Kunt u in kaart brengen wat de gevolgen van de uitspraak van Raad van State zijn voor de Brabantse economie, in brede zin, per sector en per regio?

06. Wat betekent de uitspraak van de Raad van State voor infrastructurele projecten in Brabant, zoals de (geplande) verbreding van wegen en de aan te pakken knelpunten op provinciale wegen? Kunt u per project op een rijtje zetten wat de gevolgen zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Tanja van de Ven en Ankie de Hoon

Spreektekst Marcel Deryckere – Debat over Brainport Smart District op 28/06

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciale deelname aan Brainport Smart District 
(28-06-2019)

Voorzitter,

Hoe mooi kan het zijn: in samenwerking met inwoners, bedrijven en overheden een compleet nieuwe, innovatieve wijk neerzetten. Een wijk waar opnieuw wordt nagedacht over wat fijn wonen en leven is. En een wijk waar de nieuwste technieken worden toegepast om dat te bereiken.

Bovendien zijn wijken wel aan vernieuwing toe. Al decennia bouwen we deze op precies dezelfde manier. Tijd om de innovatiekracht van Brabant te benutten. Het CDA is dus enthousiast over dit voorstel van het college.

Wel willen we drie zaken meegeven, om potentiële problemen te voorkomen:

  1. Zorg ervoor dat het geen overheidsfeestje wordt. Betrek bij de bouw en de innovatie het bedrijfsleven in Brainport volop. Blijf dus niet ‘hangen’ in universiteiten en overheden. Uiteindelijk moet er worden gebouwd en moeten bedrijven de nieuwe technieken gaan ontwerpen en toepassen.
  2. Zorg voor concrete deadlines. Er moet een wijk worden gebouwd. Aan stichtingen en onderzoeken heeft de Brabander niets. Aan huizen wel. Het CDA mist een concrete einddeadline: wanneer gaan we bouwen en wanneer gaan we de wijk opleveren? Bij de lancering van het initiatief in 2016 werd nog gezegd: als alles meezit, gaan we al volgend jaar bouwen. Blijkbaar heeft het niet meegezeten. Wanneer gaan we wel bouwen?
  3. Zorg voor een leefbare wijk. Technieken en innovaties zijn fantastisch, maar pas echt interessant als ze zijn ontworpen en toegepast vanuit het oogpunt van de gebruikers. In 2014 zou de Google Glass de wereld veranderen, maar wie draagt er anno 2019 zo’n ding? Niemand. Want waarin is die nu echt beter dan bijvoorbeeld een smartphone? Laten we uit dit soort voorbeelden lessen trekken voor Brainport Smart District. Gebruik alleen innovaties die ook echt de inwoner helpen om er beter, leuker en fijner te wonen. Kortom, betrek de inwoners voortdurend bij het ontwerpen van de wijk.

Voorzitter, zoals u merkt steunt het CDA dit voorstel. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere provinciale deelname aan Stichting Brainport Smart District (28 juni 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord op 14/06

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2019-2023
(14-06-2019)

Voorzitter,

Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. Dat geldt in de sport en evengoed in de politiek.

In de afgelopen vier jaar deed het CDA in Brabant niet mee. Een periode waarin we in onze provincie veel zagen gebeuren waarvan we dachten: dat hadden wij graag anders gedaan.

We bleven trainen, voorbereiden, onszelf warmlopen. Om bij een wissel topfit te zijn. Door mee te doen, kan je zaken veranderen. Meters maken. Kansen creëren. Resultaten boeken. Want dáárvoor zitten we in de politiek: om iets te bereiken voor anderen.

‘Kiezen voor Kwaliteit’. Zo luidt de titel van het bestuursakkoord waarmee we na vandaag voor Brabant aan de slag gaan. ‘Kwaliteit’ kent verschillende definities. Het is niet absoluut en niet voor iedereen hetzelfde. Voor het CDA betekent kwaliteit: het beter doen en het samen doen. Voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen. Van jong tot oud. Van stad tot platteland.

Voorzitter, in de afgelopen twee maanden hebben we met vijf partijen hard gewerkt. We hebben elkaar opnieuw leren kennen. Gesprekken gevoerd. Plannen gemaakt. Teamgeest gecreëerd. Gezocht naar wat ons bindt en naar wat Brabant vooruit helpt. En uiteindelijk hebben we elkaar gevonden en zijn we bereid om de uitdaging aan te gaan. Nu staan we aan de start. En niet met lege handen.

Want er ligt een mooi akkoord, waarmee het CDA, vanaf het middenveld, wil samenwerken met alle partijen in deze Staten. Met respect voor voor- én tegenstanders. En voor de spelregels die we samen afspreken.

Voorzitter, het CDA-verkiezingsprogramma laat zich samenvatten in drie speerpunten:

  1. het realisme terugbrengen in de Brabantse landbouw;
  2. de provincie voert behalve een economische óók een sociale agenda;
  3. veiligheid en leefbaarheid zijn provinciale verantwoordelijkheden.

Voorzitter, sinds de veehouderijbesluiten uit 2017 is de belangrijkste missie van het CDA het terugbrengen van het realisme in de Brabantse landbouw. Want wij voelen de pijn. Daarom wilden we dat de besluiten uit 2017 zouden worden herzien, opnieuw tegen het licht gehouden. Dat is gelukt en het bestuursakkoord bevat verzachtende maatregelen die de afgelopen twee jaar onbespreekbaar waren: maatwerk, uitstel en extra ondersteuning. Hier gaat een deur open die tot voor kort potdicht zat. En zonder ons waarschijnlijk was dicht gebleven.

Tegelijkertijd beseffen we ons dat deze maatregelen de tijd niet terugdraaien, de pijn niet wegnemen, en bepaalde keuzes niet ongedaan maken. En dus hebben we de komende jaren werk te doen. Onze wensenlijst voor de Brabantse landbouw was langer dan de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Vandaag is een begin, en niet het einde.

Voorzitter, behalve het bestuursakkoord presenteren we vandaag ook de Brabantse selectie voor de periode 2019-2023. En het CDA mag daaraan met twee van zijn beste spelers bijdragen. Allebei ervaren, goed getraind, en vol ambitie. Marianne van der Sloot en Renze Bergsma mogen aan de slag met echte CDA-thema’s, zoals samenleving, leefbaarheid, cultuur, sport en veiligheid. Daar zijn we trots op.

De gedeputeerde Samenleving, Cultuur en Erfgoed gaat straks over leefbaarheid, het ‘blijfklimaat’ in stad en dorp. Met ín die steden en dorpen meer ruimte voor nieuwe woonvormen. Samen met de Brabantse sportclubs willen we een Brabants Sportakkoord sluiten. Er komt meer aandacht voor cultuureducatie en amateurkunst, speciaal bij jongeren. Kortom, een sociale agenda. Omdat onze samenleving méér is dan een winst- en verliesrekening. Geen optelsom van cijfers, maar een verzameling van mensen.

De portefeuille van de nieuwe gedeputeerde Veiligheid is veelomvattend: drugscriminaliteit, ondermijning van overheid en samenleving, verkeers(on)veiligheid, verpaupering in het buitengebied en op vakantieparken vragen, nee schreeuwen, om actie en regie van de provincie. En gelukkig: hij gaat óók over Bestuur, waaronder herindelingen. Geen herhaling van Nuenen.

Voorzitter, ik rond af. Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. En daarom zet het CDA zijn handtekening onder dit bestuursakkoord.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2019-2023 (14 juni 2019)

Video: presentatie Brabants bestuursakkoord 07/06

Op 7 juni jl. presenteerden coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het Brabantse bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’.

In opdracht van CDA Brabant maakte 2R Development onderstaande video. Door op de video te klikken, gaat deze afspelen.