Vaststellen verkiezingsprogramma’s op 11/01

Op vrijdag 11 januari a.s. houdt het CDA Brabant een ledenbijeenkomst ter vaststelling van de verkiezingsprogramma’s voor de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen volgend jaar.

Wanneer: vrijdag 11 januari 2019.
Start: 16.00 uur (inloop 15.30 uur).
Einde: 17.30 uur (aansluitend nieuwjaarsborrel).
Locatie: Provinciehuis (Brabantlaan 1 te ‘s-Hertogenbosch).
Parkeren: gratis op het parkeerterrein van het Provinciehuis.
Info & Aanmelden: via awulms@brabant.nl.

De verkiezingsprogramma’s zijn op te vragen via de secretaris van elke lokale CDA-afdeling. Wie amendementen (wijzigingen) wil indienen op de programma’s, kan voor de procedure contact opnemen met bestuursmedewerker Angelique Wulms (awulms@brabant.nl).

Spreektekst Marianne van der Sloot – Debat over “PAS Leegveld, Deurne” op 07/12

Spreektekst1 Marianne van der Sloot – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) “PAS Leegveld, Deurne”
(07-12-2018)

Voorzitter,

Dit voorstel over natuurontwikkeling in Deurne is landelijk nieuws geweest. Terecht, want het is een schitterend gebied. Met bewoners die zich grote zorgen maken over de voorgestelde plannen.

Voorzitter, als CDA hebben we veel van deze bewoners gesproken. En die zijn zeker niet tegen natuur. Maar wel tegen het onderlopen van kelders, schimmelvorming en overlast van muggen.

Het CDA kent het lange dossier van de Peelvenen. Al jaren zijn we in gesprek en in 2005 is ‘Het onverenigbare verenigt’ in een Landinrichtingsplan. In dat plan zijn afspraken gemaakt waarvan de bewoners dachten dat dát het was. Namelijk een gebied van 333 hectare. Nu blijkt dat het, nadat het plan ‘geconcretiseerd en geactualiseerd is’, om 727 hectare gaat. Blijkbaar helemaal volgens de procedures. Maar hoe kan het dat het eindplaatje zoveel verschilt van het startplaatje én vooral dat bewoners zich daar zo weinig in voelen meegenomen? Wij hebben daar grote moeite mee.

Voorzitter, de maatregelen die genomen gaan worden hebben groot effect op de omgeving, de bomen, de bedrijven in het gebied en, voor het CDA heel belangrijk, op de leefbaarheid.

Waterschade

Het waterschap heeft een schadeloket opengesteld voor waterschade. Maar bewoners vrezen jarenlange juridische procedures die veel tijd en energie kosten. Dat moeten we toch niet willen? Gedeputeerde, bent u bereid te onderzoeken hoe we die juridische strijd kunnen voorkomen? Bijvoorbeeld door vóóraf met vaststellingsovereenkomsten te werken.

Muggenoverlast

En dan de overlast van muggen en knutten. Die wordt in alle stukken een beetje weggeschreven. Terwijl dit een grote impact heeft op de leefbaarheid in het gebied. Voor mensen en voor dieren (bijv. blauwtong). Een ‘onderzoek naar muggen’ is een stap, maar geen verzekering. Graag horen wij van de gedeputeerde hoe we bewoners de zekerheid kunnen geven dat we overlast maximaal tegengaan en ook schade vergoeden als dat nodig blijkt.

Verder hebben we twijfels over het meenemen van de klimaatontwikkelingen in dit plan. Er zijn tegenstrijdige geluiden over óf en hoe dat is gedaan. En dat nog náást de discussie die onder wetenschappers wordt gevoerd of de voorgestelde maatregelen (ecologisch) wel de juiste zijn.

Voorzitter, dat brengt ons tot de vraag: in hoeverre kunnen we in overleg gaan met betrokken partners om de maatregelen geleidelijk in te voeren? En indien de monitoring van het natuurbeheerplan daar aanleiding toe geeft komen tot een tussentijdse aanpassing van de plannen?

Voorzitter, het moge duidelijk zijn: het CDA is zeer kritisch over dit voorstel en we zijn benieuwd naar de antwoorden van de gedeputeerde. Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marianne van der Sloot PIP PAS Leegveld – Deurne (7 december 2018)

Hannie Visser-Kieboom opnieuw verkiesbaar voor Waterschap Rivierenland

Hannie Visser-Kieboom is opnieuw verkiesbaar voor het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland. De Werkendamse staat op plaats 3 van de conceptkandidatenlijst van het CDA voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar.

Op 15 december a.s. stellen de leden van het CDA de lijst definitief vast. Tot die tijd kunnen CDA-afdelingen nog wijzigingsvoorstellen doen.

Visser-Kieboom heeft nu ook zitting in het waterschapsbestuur, waarvoor eens in de vier jaar verkiezingen zijn. Daarnaast zet ze zich op verschillende andere terreinen in voor het Land van Heusden en Altena. Zo is ze betrokken bij de Stichting Erfgoed Altena, het Liniepadfestival en de Stichting Vrienden Biesboschmuseum. Ook reikt Visser-Kieboom jaarlijks de Toontje Sprengerpluim uit om vrouwen te stimuleren politiek actief te worden.

Hannie Visser-Kieboom: “Het is een eer om te zijn voorgedragen voor de derde plek op de CDA-kandidatenlijst in het Waterschap Rivierenland. Waterschappen vervullen belangrijke taken als het gaat om het leef- en bewoonbaar houden van ons land. Bijvoorbeeld in tijden van droogte of juist bij overvloedige regenval. Ook bewaken waterschappen de kwaliteit van ons oppervlaktewater, dat planten en dieren nodig hebben om te kunnen leven. Door lozingen van bijvoorbeeld drugsafval komt die waterkwaliteit ernstig onder druk te staan.”

Lijsttrekker van het CDA in het Waterschap Rivierenland is Henk Driessen, oud-wethouder in de gemeente Tiel.

De verkiezingen voor een nieuw waterschapsbestuur vinden plaats op 20 maart 2019.

Beantwoording technische vragen “PAS Leegveld, Deurne”

Beantwoording technische vragen van het CDA door het provinciebestuur van Noord-Brabant
over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) “PAS Leegveld, Deurne” (28-11-2018)

Vraag 1
Wat zijn de verschillen tussen de plannen uit 2005 (het Landinrichtingsplan ‘Het Onverenigbare Verenigt’) en de huidige plannen?

Antwoord 1
Het Landinrichtingsplan is een plan met verschillende doelstellingen. Eén daarvan is de doelstelling voor natuur. Voor hoogveen is gesteld het realiseren van levend hoogveen en andere hoogveeneigen vegetatietypen in de bestaande natuurgebieden en in de nieuwe natuurgebieden. In het Landinrichtingsplan is daarbij aangegeven dat gezien de lange ontwikkelingsduur van met name levend hoogveen dit neerkomt op het realiseren van de vereiste abiotische condities.
De doelstelling voor het hoogveen in het Natura 2000-beheerplan is zorgen voor het instandhouden en uitbreiden van de habitattypen herstellende en actief hoogveen. Het Landinrichtingsplan en het Natura 2000-beheerplan verschillen dus niet wat betreft doelstellingen. Het Landinrichtingsplan uit 2005 bevat globale inrichtingsmaatregelen. In dit landinrichtingsplan zijn maatregelen opgenomen voor het hoogveenherstel dus nog niet in detail uitgewerkt. In het plan is aangegeven dat detaillering maatwerk is en dat dit locatie specifiek uitgewerkt wordt in deelplannen. Wat betreft de wateropgave t.b.v. het hoogveenherstel is door waterschap Aa en Maas in opdracht van de provincie deze wateropgave uitgewerkt in de GGOR-inrichtingsvisie Deurnsche Peel (2011) (GGOR = Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime). De maatregelen opgenomen in de GGOR-visie vormen ook de basis voor de hydrologische maatregelen in het Natura 2000-beheerplan. De maatregelen uit het GGOR-/Natura 2000-beheerplan (2018) zijn weer verder geconcretiseerd in het projectplan Waterwet (2018). De plannen volgen elkaar op en er is geen strijdigheid tussen de plannen.

Vraag 2
Waaruit blijkt de noodzaak om veel meer te gaan vernatten t.o.v. het Landschappelijk Inrichtingsplan (LIP) 2005 om de Natura 2000-doelstelling te halen? Zijn er alternatieven onderzocht?

Antwoord 2
Zoals hierboven al is aangegeven zijn het Landinrichtingsplan, de GGOR-visie, Natura 2000-beheerplan en projectplan Waterwet plannen die elkaar opvolgen. Voor het gebied Leegveld vormt de GGOR-visie de basis voor het maatregelenpakket. In het beheerplan is aangegeven dat hiervoor eerst nog een uitvoeringsplan moet worden opgesteld, waarin de maatregelen worden geoptimaliseerd. Dat plan is het projectplan Waterwet. De hoofddoelstellingen zoals genoemd in het Landinrichtingsplan staan hierin nog steeds centraal. Overigens is het niet zo dat een groter gebied onder water wordt gezet, maar in een aantal compartimenten wordt wel voor een ander streefpeil gekozen dan in de bestuurlijk vastgestelde GGOR-visie. Soms lager en soms hoger. Reden hiervoor is dat streefpeilen beter kunnen aansluiten bij de maaiveldhoogtes van een compartiment dan beschreven in de GGOR. Dat is een belangrijke verfijning om de doelen uit het beheerplan te kunnen halen.

Vraag 3
Is met betrekking tot de huidige plannen tot overeenstemming gekomen met de betrokkenen (zoals dat in 2005 ook is gebeurd)?

Antwoord 3
Zoals hierboven al aangegeven is in het LIP opgenomen dat de detailuitwerking uitgevoerd wordt in deelplannen. Met deze werkwijze hebben de partijen door ondertekening van het Landinrichtingsplan ingestemd. De opgestelde GGOR-visie heeft ter inzage gelegen en is vastgesteld door waterschap Aa en Maas. Bij de totstandkoming van de GGOR-visie is een gebiedsproces doorlopen. Met een werkgroep van de verschillende gebiedspartijen zijn zes overleggen gehouden, waarin de modellering, de maatregelen en de effecten zijn besproken. De betrokken partijen die zitting hadden in de werkgroep waren: waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, ZLTO en afdeling Deurne, gemeente Deurne, Werkgroep Behoud de Peel, DLG, ambtelijk vertegenwoordiger van de Bestuurscommissie Peelvenen.

Vraag 4
In het laatste hydrologische model zijn de meest recente weersomstandigheden (nat en droog) en klimaateffecten niet meegenomen. Waarom niet?

Antwoord 4
Het model geeft aan welke maatregelen nodig zijn om een stabiel waterpeil in het gebied mogelijk te maken. Het model is gemaakt op basis van langjarige gemiddelden en is doorgerekend tot 2016. Onderdeel van de uit te voeren maatregelen is de aanleg van regelbare kunstwerken (stuwen), zodat beheerders in de toekomst kunnen inspelen op veranderende situaties.
Ook is rekening gehouden met regenbuien die maar eens in de 25 jaar voorkomen. In de nieuwe natuur is het mogelijk om de hoeveelheid neerslag die tijdens deze buien valt in de natuur te kunnen opvangen, zodat het watersysteem benedenstrooms wordt ontlast. Het project betekent dus een sterke verbetering van het waterbergend vermogen van het gebied. Er wordt naar gestreefd het gebied zoveel mogelijk lekdicht te houden en de waterpeilen in de hoogveenkerngebieden zo stabiel mogelijk te houden. Het levende hoogveen dat zich moet gaat vormen zal ook langdurige droogteperiodes moeten kunnen overleven. Daar is de norm voor de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) GLG op gebaseerd. Regenval en droogte zijn niet te sturen en wateraanvoer van elders in een hoogveenkern is geen optie (is zelfs een bedreiging). Welke tijdsduur van droogte ontstaat is afhankelijk van regenbuien en tijdsduur van een droge periode. Extra (Maas)water aanvoeren en vasthouden (in het gebied buiten de natuur) en daarmee extra tegendruk creëren ter compensatie is een mogelijkheid die in 2018 door het waterschap is toegepast. Dit wordt nu niet als besluit voorgelegd, want dat is onderdeel van waterbeheer in (extreem) droge perioden. Resumerend, het berekenen van een droogvalduur heeft geen invloed op (extra) maatregelen. Hoogveengebieden hebben in een droge periode de hoogste prioriteit voor aanvoer van water in de omgeving (= categorie 1). Huidig beleid is de optimale waarborg voor het voorkomen van schade in het hoogveengebied als gevolg van droogte.

Vraag 5
Waarom vindt op korte termijn besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van de plannen plaats, terwijl de hydrologische gevolgen binnen en buiten het plangebied niet volledig inzichtelijk zijn?

Antwoord 5
Met behulp van grondwatermodellen en schadeberekeningen is onderzocht waar en hoe groot de wateroverlast zal zijn als gevolg van het project Leegveld. De gebieden waar mogelijk wateroverlast/-schade zal ontstaan zijn bekend. In overleg met de betrokkenen worden maatregelen opgesteld om deze schade te mitigeren. Met het grondwatermodel en monitoringsnetwerk voor de nulsituatie en effecten bestaat er goed inzicht in de grondwaterstanden en onverwachte wijzigingen hiervan. In het voorkomende geval dat zich toch situaties voordoen die zorgen voor wateroverlast dan zijn maatregelen voorhanden om zo nodig in te kunnen grijpen. De maatregelen die op voorhand getroffen worden zijn het aanleggen van (peilgestuurde) drainage en het ophogen van percelen.
Het bestaande netwerk van peilbuizen in dit gebied is uitgebreid met circa 60 peilbuizen. Met behulp van deze peilbuizen wordt automatisch de grondwaterstand in het gebied gemeten. Met behulp van dit meetnetwerk zal in de periode na aanleg gemonitord worden wat de effecten zijn van de maatregelen. De gegevens van de peilbuizen zijn door eenieder in te zien op:  https://aaenmaas.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=8654c063515546d4a8adc800a560921b.
Voorafgaand aan de start van de uitvoering wordt een bebouwingsopname uitgevoerd bij woningen/gebouwen rondom het natuurgebied.

Vraag 6
Op dit moment is er grote overlast van muggen in het gebied, wat wordt daaraan gedaan? Dit mede gelet op de geplande ontwikkelingen (en nog meer kans op muggen).

Antwoord 6
Bij de planvorming van het project Leegveld wordt gebruik gemaakt van de aanwezige kennis en ervaring uit eerdere deelprojecten. Op basis van deze onderzoeken zijn de factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling en verspreiding van de overlast gevende moerassteekmuggen en knutten bekend. Het is bekend waar broedplaatsen kunnen ontstaan en hoe muggen zich kunnen verspreiden. Wageningen Environmental Research adviseert provincie en waterschap bij dit project om te komen tot een inrichting die voorkomt dat de huidige overlast van muggen groter wordt. Een heel belangrijke maatregel is het voorkomen van langdurig tijdelijk water. Dit is water dat niet in verbinding staat met permanent water en dus geen natuurlijke vijanden bevat. Monitoring na aanleg is ook een belangrijk middel om overlast te kunnen vaststellen. Vooruitlopend op het project wordt in 2018, 2019 en 2020 op diverse locaties in het gebied gemonitord naar muggen en knutten. In de jaren na afronding van de maatregelen zal ook gemonitord worden om te bewaken hoe die muggen en knutten zich gaan ontwikkelen. Ook in de fase na de uitvoering zijn maatregelen mogelijk om overlast te voorkomen.

Vraag 7
Bij recreatieve en agrarische ondernemers kan er directe economische schade ontstaan door deze muggenoverlast. Waarom is er geen schadeloket voor schade door muggenoverlast, zoals er wel een loket voor natschade is?

Antwoord 7
Het loket voor natschade vloeit voort uit een wettelijke plicht (zie vraag 8), dat is niet het geval bij muggenoverlast. Het PIP en het projectplan zijn (uiteraard) niet gericht op muggenoverlast, het voorkomen of beperken van muggenoverlast is bovendien geen belang dat onder de doelstellingen van de Waterwet valt. In het kader van het woon- en leefklimaat is er bij het maken van de plannen veel aandacht geweest voor de overlast van muggen. De plannen en besluiten bevatten voorzorgsmaatregelen om verdere overlast van muggen en knutten tegen te gaan (zie hiervoor). Met deze maatregelen verwachten wij dat er geen verdere toename van overlast zal plaatsvinden door de voorliggende plannen.

Vraag 8
Zijn de mogelijkheden voor een schadefonds onderzocht, waarin vóóraf schadeloosstelling plaatsvindt om zo jarenlange juridische procedures te voorkomen?

Antwoord 8
Dit is niet onderzocht, omdat de Waterwet een regeling biedt voor afhandeling van natschade. In het projectplan wordt met betrekking tot natschade verwezen naar de geldende verordening schadevergoeding van het waterschap. Indien er redelijkerwijs van kan worden uitgegaan dat het verzoek om schadevergoeding zal worden toegekend, kan een voorschot verleend worden.
Naast het projectplan heeft GS een grondstrategieplan vastgesteld voor situaties waarin de maatregelen een zodanige inbreuk maken op de belangen van derden dat ze redelijkerwijs nopen tot onteigening. De aan de belanghebbende toe te kennen schadevergoeding wordt in dergelijke gevallen vastgesteld overeenkomstig de uitgangspunten van de Onteigeningswet.

Vraag 9
Enkele ondernemers in het gebied worden uitgekocht. Waarom worden niet gehele bedrijven opgekocht, maar blijven ondernemers achter met ‘stukjes’ zoals hun woonhuis of stukje van een bedrijf, waarmee ze niet of nauwelijks inkomen kunnen hebben?

Antwoord 9
De Onteigeningswet voorziet in deze situatie in artikel 38. Kort gezegd komt het hierop neer dat:
• Gebouwen, van welke een gedeelte onteigend wordt, moeten op vordering van de eigenaar door de Provincie geheel worden overgenomen.
• Ditzelfde zal met erven moeten geschieden, wanneer er door de onteigening 25% of minder van overblijft of het restant kleiner dan 10.000m2 wordt.
De aanbiedingen die we doen worden gebaseerd op het wettelijke systeem. Dit betreft een soort vangnet. Echter, in het minnelijke overleg wordt ook onderzocht of wellicht overname van het hele bedrijf mogelijk is indien hierom wordt verzocht en strikt genomen niet wordt voldaan aan de criteria van artikel 38 Onteigeningswet. Wat we immers juist willen voorkomen is dat door de onteigening ondernemers onvoldoende inkomen meer kunnen behalen op het overblijvende gedeelte van hun bedrijf.

Wellicht ten overvloede nog het volgende:
– De eigenaar wordt door de onteigeningsvergoeding in de gelegenheid gebracht om elders grond te kopen. Of hij hiervan gebruik maakt is aan de eigenaar.
– In de onteigeningsvergoeding is het uitgangspunt dat alle schade wordt gecompenseerd (volledige schadeloosstelling) en wordt dus ook rekening gehouden met inkomensschade/investeringsschade en bijkomende schade.

Vraag 10
Het LIP en de gebiedsvisie Leegveld stellen dat er t.a.v. de ondernemers in de attentiezone voldoende economische perspectieven moeten worden geboden. Hoe is dat geborgd in het plan?

Antwoord 10
In het Landinrichtingsplan zijn diverse doelstellingen opgenomen voor het gebied. De uitwerking van deze verschillende doelstellingen vindt plaats door middel van deelprojecten. De uitwerking van de doelstelling voor de landbouw maakt geen onderdeel uit van het projectplan Waterwet.
In de gebiedsvisie Leegveld is aangegeven dat het waterschap Aa en Maas de regie voert op de uitwerking en uitvoering van de hydrologische en ecologische maatregelen. Voor de overige maatregelen in het gebied zijn andere partijen als trekker verantwoordelijk. Voor het thema landbouw is aangegeven dat dit de agrariërs zijn.

Vraag 11
Is er een 0-meting geweest in het gebied met betrekking tot wateroverlast aan woningen, gewassen etc. voorafgaand aan het nemen van de eerste maatregelen?

Antwoord 11
Zie antwoord 5.

Vraag 12
Wij begrijpen dat het plan uit 2005 voldoet aan de verplichtingen van Natura 2000, klopt dat?

Antwoord 12
Nee, dat klopt niet. Zoals bij antwoord 01 al is aangegeven zijn het Landinrichtingsplan, de GGOR-visie en projectplan Waterwet plannen die elkaar opvolgen. Voor het gebied Leegveld is de GGOR-visie de basis voor het maatregelenpakket. In deze GGOR-visie is aangegeven dat hiervoor eerst nog een uitvoeringsplan moet worden opgesteld waarin de maatregelen verder worden geoptimaliseerd. Dat plan is het projectplan Waterwet.

Vraag 13
Wat zijn de deadline en het tijdspad voor dit PIP? Hangt dit samen met Europese financiering of subsidies?

Antwoord 13
Het tijdspad hangt samen met het PAS. Uitvoering van de maatregelen is een wettelijke verplichting, die in de eerste beheerplanperiode van het PAS gerealiseerd moeten zijn. Deze periode eindigt op 1 juli 2021. Dit hangt niet samen met Europese financiering of subsidies.

Vraag 14
Is in de planvorming agrarisch natuurbeheer mogelijk?

Antwoord 14
Veruit de meeste gronden waarop de PAS-herstelmaatregelen worden getroffen liggen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied, 3e herziening” van de gemeente Deurne. Op grond van deze bestemming is agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer mogelijk. De gemeente bepaalt in deze gevallen of een (agrarische) activiteit aan de bestemming voldoet. Het PIP omvat slechts een gedeelte van het gebied waarop de maatregelen worden getroffen. De gronden die opgenomen zijn in het PIP zijn bestemd als ‘Natuur’, waarbij de mogelijkheid van agrarisch natuurbeheer niet is opgenomen. Gelet op de vernatting zijn er op dit moment geen vormen van agrarisch gebruik denkbaar die aansluiten/passen bij de natuurdoelstelling. Bovendien vormt deze bestemming de onteigeningstitel, dat (ook) het gevolg is van het gegeven dat op deze percelen zelfrealisatie, vaak gebaseerd op agrarisch gebruik van de gronden, niet aan de orde is en er ook geen belangstelling voor is.

Vraag 15
Op welke wijze wordt bepaald wie het agrarisch natuurbeheer mag/kan uitvoeren?

Antwoord 15
Zie vraag 14.

Vraag 16
Kunnen de ondernemers in de attentiezone met voorrang gebruik maken van deze mogelijkheden?

Antwoord 16
Zie vraag 14.

Vraag 17
Als de ondernemers in de attentiezone zouden willen voldoen aan het criterium ‘grondgebondenheid’, kan dat dan in de nieuwe situatie?

Antwoord 17
Zie vraag 14.

Vraag 18
Op welke wijze(n) en momenten, gedurende het traject tot dusver, is er contact geweest met de gemeente Deurne, betrokken dorpsraden, en organisaties van bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in het gebied?

Antwoord 18
Bij de voorbereiding van het projectplan Waterwet zijn er drie algemene informatiebijeenkomsten gehouden in het gebied op 11 mei 2017, 14 december 2017 en 11 juni 2018. Tijdens deze bijeenkomsten is het doel van het project toegelicht, is verteld wat de maatregelen zijn die worden uitgevoerd en zijn de aanwezigen in de gelegenheid gesteld om de vragen te stellen aan de bij het project betrokken deskundigen. Daarnaast is er periodiek ambtelijk overleg met de gemeente Deurne (gemiddeld 4 keer per jaar) en nemen ambtenaren van de gemeente Deurne deel aan de werkgroep Leegveld en het projectteam dat het PPWW heeft opgesteld en die de uitvoeringsplannen opstelt.

Bestuurlijk is de raadscommissie Ruimte & Economie tijdens drie vergaderingen geïnformeerd over de plannen Leegveld.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de omgevingsmanager van het waterschap. De omgevingsmanager is eerste aanspreekpunt voor het gebied en gaat daar waar nodig, vaak ondersteund door deskundigen, bij de mensen langs om het project en de gevolgen daarvan toe te lichten. Hiervan is al regelmatig gebruik gemaakt.
Door de omgevingsmanager is bij verschillende dorpsraden een presentatie gegeven over het project. Alle belanghebbenden uit het gebied zijn vertegenwoordigd in de werkgroep Leegveld. Deze werkgroep is inmiddels 15 keer bijeen geweest. Tijdens bijeenkomsten van deze werkgroep worden de leden geïnformeerd over de voortgang van het project en wordt hen gevraagd de diverse producten en plannen te toetsen. Leden van de werkgroep worden ook betrokken bij het opstellen van diverse deelproducten. De werkgroep adviseert de integrale gebiedscommissie Peelvenen (IGC)

Er is een website (www.aaenmaas.nl/leegveld) waarop informatie staat over het project, de voortgang, procedures, etc. Ook kan men hierop de diverse documenten m.b.t. het project vinden. Er wordt periodiek een nieuwsbrief uitgebracht en verstuurd naar de geïnteresseerden. Deze nieuwsbrieven zijn ook terug te vinden op bovenstaande website

Vraag 19
Hoe zijn c.q. worden de communicatie en informatievoorziening richting al deze betrokken partijen verder georganiseerd?

Antwoord 19
De communicatie zal in grote lijnen gelijk zijn zoals beschreven in antwoord 18. Vooruitlopend op de uitvoering worden één of meerdere informatiebijeenkomsten georganiseerd. De werkgroep Leegveld zal in de vorm van een werkbegeleidingscommissie betrokken blijven bij de uitvoering.

Beantwoording technische vragen over PIP PAS Leegveld – Deurne (28 november 2018)

CDA Brabant stelt kandidatenlijsten waterschapsverkiezingen vast

Tijdens de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant op 24 november jl. hebben de Brabantse CDA-leden de kandidatenlijsten voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar vastgesteld, met Hans Peter Verroen, Els Stravens en Peter Ketelaars als lijsttrekkers in resp. de waterschappen Brabantse Delta, De Dommel en Aa en Maas. Alle drie zijn op dit moment dagelijks bestuurslid in hun waterschap en kunnen bogen op ruime politiek-maatschappelijke ervaring. Verroen is afkomstig uit Lepelstraat, Stravens woont in Steensel en Ketelaars komt uit Boekel.

Achter Verroen staat Rijenaar Alwijn ten Cate op plaats 2. Hij is de hoogste nieuwkomer op de CDA-lijst voor het waterschap Brabantse Delta. Lian Korst-Dingemans, afkomstig uit Lepelstraat en huidig fractievoorzitter, staat op plaats 3. De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Rein Valk uit Tilburg en Hans Verbraak uit Roosendaal. Jacques van der Aa uit Dongen staat op plaats 6. De lijst vervolgt met Gert-Jan van den Dries uit Loon op Zand op plaats 7, Janneau Meijer uit Etten-Leur op plaats 8, Yvonne Brabander uit Teteringen op plaats 9 en Jan van Leeuwen uit Oudenbosch op plaats 10.

In het waterschap De Dommel staat huidig fractievoorzitter Maarten van den Tillaart uit Tilburg op plaats 2. Theo van Beek, afkomstig uit Riethoven, staat op plaats 3. De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Christo Weijs uit Eindhoven en Henk van der Schoot uit Oirschot. Van der Schoot is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Anneke Sprong uit Eindhoven staat op plaats 6, Cor van Limpt uit Reusel op plaats 7, Wim van Erp uit Liempde op plaats 8, Jos Vos uit Sterksel op plaats 9 en Ans Beijens uit Helvoirt op plaats 10.

Jos Leenders uit Heusden (Asten) volgt Peter Ketelaars op kandidatenlijst voor het waterschap Aa en Maas. De nr. 2 is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Peter Brouwers, afkomstig uit Rijkevoort, staat op plaats 3. De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Erik Geene uit Landhorst en Yvonne Schram uit ‘s-Hertogenbosch. Eugène Kuis uit Hedikhuizen staat op plaats 6. Adri School uit Heesch (plaats 7), Ben Wagemakers uit ’s-Hertogenbosch (plaats 8), Jan Swinkels uit Someren (plaats 9) en Jan Stoffelen uit Vierlingsbeek (plaats 10) maken de top 10 compleet.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijsten. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, stad en platteland.”

Drie kandidaatstellingscommissie spraken in de afgelopen maanden met kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijsten samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijsten aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant verstuurd, die vervolgens wijzigingsvoorstellen konden indienen op de lijsten.

De definitieve kandidatenlijsten zijn hieronder te vinden.

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP BRABANTSE DELTA

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Hans Peter Verroen Lepelstraat
2 Alwijn ten Cate Rijen
3 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
4 Rein Valk Tilburg
5 Hans Verbraak Roosendaal
6 Jacques van der Aa Dongen
7 Gert-Jan van den Dries Loon op Zand
8 Janneau Meijer Etten-Leur
9 Yvonne Brabander Breda
10 Jan van Leeuwen Oudenbosch
11 Ton Braspenning Strijbeek
12 Jeffrey van Agtmaal Ossendrecht
13 Jan Paantjens Oud Gastel
14 Remco Beekers Breda
15 Ad Backx Roosendaal
16 Jack Schoep Klundert
17 Riné van Dongen Waalwijk
18 Jeanne Jansen Ossendrecht
19 Jeroen Weerdenburg De Heen
20 Jacqueline Aarts-van den Kieboom Rijsbergen
21 Frans van Geel Lage Zwaluwe
22 Ad Siemons Sint Willebrordt
23 Ad van Tetering Hoeven

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP DE DOMMEL

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Els Stravens Steensel
2 Maarten van den Tillaart Tilburg
3 Theo van Beek Riethoven
4 Christo Weijs Eindhoven
5 Henk van der Schoot Oirschot
6 Anneke Sprong Eindhoven
7 Cor van Limpt Reusel
8 Wim van Erp Liempde
9 Jos Vos Sterksel
10 Ans Beijens Helvoirt
11 Guus Mulders Moergestel
12 Peter van Iersel Udenhout
13 Sjaak Sperber Goirle
14 Wouter Heuven Vught
15 Pieter Springer Boxtel

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP AA EN MAAS

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Peter Ketelaars Boekel
2 Jos Leenders Heusden (Asten)
3 Peter Brouwers Rijkevoort
4 Erik Geene Landhorst
5 Yvonne Schram ‘s-Hertogenbosch
6 Eugène Kuis Hedikhuizen
7 Adri School Heesch
8 Ben Wagemakers ‘s-Hertogenbosch
9 Jan Swinkels Someren
10 Jan Stoffelen Vierlingsbeek
11 Bettie de Leeuw ‘s-Hertogenbosch
12 Jochem Jacobs Velp
13 Hennie de Gooijer Helmond
14 Toon van de Rijt Schijndel
15 Harry Brugmans Beek en Donk
16 Joost Hendriks Cuijk
17 John Loeffen Ravenstein
18 Peter van Boekel Heesch
19 Piet Beltman Uden
20 Harrie van Dongen Zeeland
21 Jan Roefs Helmond
22 Marius Wijdeven Volkel
23 Toon Jaspers Huisseling
24 Hans Vermeulen Sint Hubert
25 Anke van Extel-van Katwijk Gemert
26 Annemieke van de Ven Veghel

CDA Brabant presenteert waterschapskandidaten – Ketelaars voorgedragen als lijsttrekker Aa en Maas

Het CDA in de provincie Noord-Brabant presenteert vandaag de eerste dertien namen op de concept-kandidatenlijst voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar. De partij draagt Peter Ketelaars voor als lijsttrekker in het waterschap Aa en Maas. Hij voerde ook bij de verkiezingen in 2015 de waterschapslijst van het CDA aan.

Ketelaars is op dit moment dagelijks bestuurslid in het waterschap Aa en Maas en verantwoordelijk voor o.a. financiën en belastingen. Hij kan bogen op ruime politiek-maatschappelijke ervaring. Peter Ketelaars woont in Boekel en was voorheen o.m. wethouder en gemeenteraadslid in die gemeente.

Op de tweede plaats staat Jos Leenders uit Heusden (Asten). Hij is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Peter Brouwers, afkomstig uit Rijkevoort, staat op plaats 3.

De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Erik Geene uit Landhorst en Yvonne Schram uit ‘s-Hertogenbosch. Eugène Kuis uit Hedikhuizen staat op plaats 6.

Adri School uit Heesch (plaats 7), Ben Wagemakers uit ’s-Hertogenbosch (plaats 8), Jan Swinkels uit Someren (plaats 9) en Jan Stoffelen uit Vierlingsbeek (plaats 10) maken de top 10 voor het waterschap Aa en Maas compleet.

De lijst vervolgt met Bettie de Leeuw uit ’s-Hertogenbosch op plaats 11, Jochem Jacobs uit Velp op plaats 12 en Hennie de Gooijer uit Helmond op plaats 13.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijst, waarvoor ik de kandidaatstellingscommissie hartelijk wil bedanken. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, stad en platteland.”

De kandidaatstellingscommissie bestond uit Bart Claassen, Anke van Extel-van Katwijk en Wim van der Doelen. Zij spraken in de afgelopen maanden met kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijst samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijst ongewijzigd overgenomen.

De concept-kandidatenlijst wordt nu verstuurd aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant, die wijzigingsvoorstellen kunnen indienen op deze lijst. Tijdens de algemene ledenvergadering op 24 november a.s. stellen de Brabantse CDA-leden de lijst definitief vast.

Hieronder vindt u de eerste dertien namen op de concept-kandidatenlijst.

CONCEPT-KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP AA EN MAAS

PLAATS

KANDIDAAT

WOONPLAATS

1 Peter Ketelaars Boekel
2 Jos Leenders Heusden (Asten)
3 Peter Brouwers Rijkevoort
4 Erik Geene Landhorst
5 Yvonne Schram ’s-Hertogenbosch
6 Eugène Kuis Hedikhuizen
7 Adri School Heesch
8 Ben Wagemakers ’s-Hertogenbosch
9 Jan Swinkels Someren
10 Jan Stoffelen Vierlingsbeek
11 Bettie de Leeuw ’s-Hertogenbosch
12 Jochem Jacobs Velp
13 Hennie de Gooijer Helmond

 

CDA Brabant presenteert waterschapskandidaten – Stravens voorgedragen als lijsttrekker De Dommel

Het CDA in de provincie Noord-Brabant presenteert vandaag de eerste zes namen op de concept-kandidatenlijst voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar. De partij draagt Els Stravens voor als lijsttrekker in het waterschap De Dommel. Zij voerde ook bij de verkiezingen in 2015 de waterschapslijst van het CDA aan.

Stravens is op dit moment dagelijks bestuurslid in het waterschap De Dommel en verantwoordelijk voor o.a. financiën & belastingen. Ze kan bogen op ruime politiek-maatschappelijke ervaring. Stravens woont in Steensel en was voorheen o.m. gemeenteraadslid in Eersel.

Op de tweede plaats staat huidig fractievoorzitter Maarten van den Tillaart uit Tilburg. Theo van Beek, afkomstig uit Riethoven, staat op plaats 3.

De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Christo Weijs uit Eindhoven en Henk van der Schoot uit Oirschot. Van der Schoot is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Anneke Sprong uit Eindhoven staat op plaats 6.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijst, waarvoor ik de kandidaatstellingscommissie hartelijk wil bedanken. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, stad en platteland.”

De kandidaatstellingscommissie bestond uit Jetty Eugster, Piet Machielsen en Marcel van den Hoven. Zij spraken in de afgelopen maanden met kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijst samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijst ongewijzigd overgenomen.

De concept-kandidatenlijst wordt nu verstuurd aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant, die wijzigingsvoorstellen kunnen indienen op deze lijst. Tijdens de algemene ledenvergadering op 24 november a.s. stellen de Brabantse CDA-leden de lijst definitief vast.

Hieronder vindt u de eerste zes namen op de concept-kandidatenlijst.

CONCEPT-KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP DE DOMMEL

PLAATS

KANDIDAAT

WOONPLAATS

1 Els Stravens Steensel
2 Maarten van den Tillaart Tilburg
3 Theo van Beek Riethoven
4 Christo Weijs Eindhoven
5 Henk van der Schoot Oirschot
6 Anneke Sprong Eindhoven

 

CDA Brabant presenteert waterschapskandidaten – Verroen voorgedragen als lijsttrekker Brabantse Delta

Het CDA in de provincie Noord-Brabant presenteert vandaag de eerste tien namen op de concept-kandidatenlijst voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar. De partij draagt Hans Peter Verroen voor als lijsttrekker in het waterschap Brabantse Delta. Hij voerde ook bij de verkiezingen in 2015 de waterschapslijst van het CDA aan.

Verroen is op dit moment dagelijks bestuurslid in het waterschap Brabantse Delta en verantwoordelijk voor o.a. natuur. Hij kan bogen op ruime politiek-maatschappelijke ervaring. Hans Peter Verroen woont in Lepelstraat en is behalve waterschapsbestuurder ook docent en gemeenteraadslid in Bergen op Zoom.

Op de tweede plaats staat Alwijn ten Cate uit Rijen. Hij is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Lian Korst-Dingemans, afkomstig uit Lepelstraat en huidig fractievoorzitter, staat op plaats 3.

De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Rein Valk uit Tilburg en Hans Verbraak uit Roosendaal. Jacques van der Aa uit Dongen staat op plaats 6.

De lijst vervolgt met Gert-Jan van den Dries uit Loon op Zand op plaats 7, Janneau Meijer uit Etten-Leur op plaats 8, Yvonne Brabander uit Teteringen op plaats 9 en Jan van Leeuwen uit Oudenbosch op plaats 10.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijst, waarvoor ik de kandidaatstellingscommissie hartelijk wil bedanken. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, stad en platteland.”

De kandidaatstellingscommissie bestond uit Ad Backx, Marian van Eersel-den Hollander en Anita Rasenberg. Zij spraken in de afgelopen maanden met kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijst samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijst ongewijzigd overgenomen.

De concept-kandidatenlijst wordt nu verstuurd aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant, die wijzigingsvoorstellen kunnen indienen op deze lijst. Tijdens de algemene ledenvergadering op 24 november a.s. stellen de Brabantse CDA-leden de lijst definitief vast.

Hieronder vindt u de eerste tien namen op de concept-kandidatenlijst.

CONCEPT-KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP BRABANTSE DELTA

PLAATS

KANDIDAAT

WOONPLAATS

1 Hans Peter Verroen Lepelstraat
2 Alwijn ten Cate Rijen
3 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
4 Rein Valk Tilburg
5 Hans Verbraak Roosendaal
6 Jacques van der Aa Dongen
7 Gert-Jan van den Dries Loon op Zand
8 Janneau Meijer Etten-Leur
9 Yvonne Brabander Teteringen
10 Jan van Leeuwen Oudenbosch

 

Openstelling sollicitatieprocedures PS2019 en WS2019

Beste Brabantse CDA’ers,

De gemeenteraadsverkiezingen zijn nog maar net voorbij of de Provinciale Staten- en Waterschapsverkiezingen van 2019 staan alweer voor de deur. Ook dit jaar zijn we op zoek naar topkandidaten die ons in Provinciale Staten en in de waterschappen willen vertegenwoordigen.

Bent u of kent u iemand die geschikt zou zijn? Reageer dan vóór 1 juni 2018 door het inzenden van een motivatiebrief en ingevuld kandidaatstellingsformulier. Beide kunt sturen naar partijvoorzitter Inge van Dijk (i.dijk@live.nl).

U kunt solliciteren naar de functie van kandidaat-Statenlid. Hieronder vindt u de profielschets en het kandidaatstellingsformulier.

Profielschets: Profielschets Lid Provinciale Staten CDA Brabant.

Kandidaatstellingsformulier: Kandidaatstellingsformulier PS2019 CDA Brabant.

U kunt solliciteren naar de functie van kandidaat-Waterschapslid in de waterschappen Brabantse Delta, De Dommel, Aa en Maas of (gedeeld) Rivierenland. Hieronder vindt u de profielschets en het kandidaatstellingsformulier.

Profielschets: Profielschets Lid Waterschap CDA Brabant.

Kandidaatstellingsformulier: Kandidaatstellingsformulier WS2019 CDA Brabant.

Nogmaals: u kunt tot 1 juni 2018 solliciteren. Daarna gaan de kandidatencommissies aan de slag.

Met vriendelijke groet,

Inge van Dijk
Partijvoorzitter CDA Brabant

Erik van Lith: Waterschap energieneutraal in 2025?

Waterschap formuleer haalbare energie doelen

Waterschappen spelen bij de uitvoering van hun taken in op de verandering van het klimaat. Niet alleen door tijdig maatregelen te nemen bij meer extreme natte en droge periodes. Ze beperken het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van CO2. Een te veel aan CO2 wordt gezien als een oorzaak van klimaatverandering. De waterschappen maken steeds meer gebruik van duurzame energiebronnen zoals windmolens, zonnepanelen, warmtekracht, warmte en koude uit oppervlaktewater, groene stroom en biogasopwekking bij rioolwaterzuivering. Ze streven ernaar in 2025 energieneutraal te zijn dat wil zeggen dat alleen nog gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen. Is dat realistisch?

Afgelopen jaren investeerden de waterschappen miljoenen aan energieopwekking. Uit de klimaatmonitor van de waterschappen van 2016 blijkt dat inmiddels 30% van het totale energieverbruik opgewekt wordt door eigen energie (voornamelijk biogas) en daarnaast 6% door wind- en zonne-energie op eigen terrein. Een flinke stap, maar dan rest nog wel een fors deel van de energieopgave. Tegelijkertijd moeten waterschappen stevig investeren in aanpak van overstromingsrisico’s, wateroverlast en verdroging en verbetering van de waterkwaliteit. De financiële druk is hoog. Het CDA wil dat het waterschap haar taken goed blijft uitvoeren, maar dan wel tegen beheersbare kosten en tarieven.

Er is niet alleen financiële druk. Ook van de ambtelijke organisatie van een waterschap wordt veel verwacht. Jaren gaan vooraf, tot een idee of initiatief geheel of gedeeltelijk kan worden opgeleverd en feitelijk bijdraagt aan duurzaam opgewekte energie. Rekening moet worden gehouden met de benodigde doorlooptijd van alle procedures. Onlangs wees de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland nog op realiteit van doorlooptijden. Concreet voorbeeld is de oplevering van de energiefabriek in Tilburg. Door vertraging in oplevering zijn 3 jaren verloren gegaan. Het realiseren van nieuwe projecten voor duurzame energie vraagt veel tijd en inspanning van alle betrokkenen.

Daarnaast is draagvlak van de omgeving van belang. In zijn algemeenheid zal men veranderingen in een andere energievoorziening steunen. Energieprojecten kunnen een grote impact hebben op de leefomgeving. Daardoor kan er weerstand in de directe omgeving onstaan, die serieus genomen moet worden. Dat kan uiteindelijk betekenen dat voorgenomen projecten in de ijskast worden gezet. In ieder geval moeten omwonenden participeren, zodat zij hun steun voor bepaalde projecten kunnen geven. Tevens kunnen particulieren, ondernemers en energiecoöperaties worden gevraagd met initiatieven te komen. Dan moet wel helder zijn, wat het waterschap voor hen kan betekenen.

Kortom, waterschappen zijn zich bewust van hun bijdrage CO2 te beperken. Maar verwachtingen moeten wel in overeenstemming zijn met wat van waterschappen, hun inwoners en bedrijven gevraagd kan worden. Belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de energieopgave bij waterschappen is het vinden van de balans. Deze balans veronderstelt een evenwicht tussen datgene wat in korte tijd moet gebeuren en datgene wat financieel en organisatorisch gedragen kan worden. Waterschappen dienen ook rekening te houden met hun omgeving, zodat het noodzakelijke draagvlak onstaat. Het CDA heeft recent in het Algemeen Bestuur hiervoor aandacht gevraagd. Het gaat bij de energieopgave van waterschappen om focus: formuleer voor de periode tot en met 2025 haalbare doelen en resultaten!

Met regelmatige publicaties breng ik belangstellenden op de hoogte van mijn werk als Lid van het Algemeen Bestuur van het waterschap De Dommel. Zijn er vragen, opmerkingen of suggesties, laat het mij dan weten via emailadres: evlith@dommel.nl.

Erik van Lith