Blog uit de Staten: wat wil het CDA voor cultuur-, sport- en vrijetijdsbeleid?

Het nieuwe beleidskader sport, cultuur en vrije tijd is misschien wel het meest kansrijke en belangrijkste van de komende jaren. Eerder vandaag was er een bijeenkomst van Provinciale Staten waar voor het eerst gediscussieerd werd over hoe het beleidskader eruit moet komen te zien. Voor het CDA zijn de intrinsieke waarde voor cultuur, het verbindende karakter van sport en de economische sterkte van de vrijetijdssector enorm belangrijk voor Brabant. Dat vraagt om gerichte investeringen van de provincie om bijvoorbeeld talentontwikkeling, amateurkunst en inclusief sporten mogelijk te maken.

Het CDA wil daarom de komende jaren de volgende keuzes maken:

  1. Sportbeleid: successen voortzetten

Het sportbeleid van de provincie is al jaren succesvol. Dankzij een speciale inzet op inclusief sporten (gehandicaptensport), talentontwikkeling (BrabantSport) en topsportevenementen (Vuelta, WK Handboogschieten) vervult de provincie een belangrijke rol tussen gemeenten en Rijksoverheid. Wat het CDA betreft zetten we dit succesvolle beleid door.

  1. Cultuurbeleid: minder uitvoeringskosten, meer directe ondersteuning

Ruim de helft van de cultuurmiddelen van de provincie gaat op aan kosten bij uitvoeringsorganisaties. Het gaat om ruim 10 miljoen euro dat niet in de culturele sector belandt. Daarom maken we in het nieuwe cultuurbeleid wat het CDA betreft de radicale keuze voor minder uitvoeringskosten en meer directe ondersteuning. Hierdoor komt er meer ruimte voor directe investeringen in cultuurmakers: zowel in de top/basisinfrastructuur als in amateurkunst en talentontwikkeling. De grootste opgave daarin, zegt ook de culturele sector, is het maken van goede ‘traptreden’ van amateurkunst en cultuureducatie tot de top. We moeten ervoor zorgen dat we jonge cultuurmakers de kans bieden om een gevestigde topper te worden, dankzij provinciaal beleid op het gebied van talent.

  1. Cultuurfondsen van de samenleving maken

We willen ons inzetten om de verschillende cultuurfondsen zoveel mogelijk van de samenleving, in plaats van enkel de provincie, te maken. Dat betekent dat we de deur open moeten zetten voor private gelden in die fondsen. Zo vergroten we de te verdelen koek en maken we samen meer impact.

  1. Brabantstad matching moet beter

De matching van middelen voor de professionele kunsten van de Brabantse steden, Provincie en Rijksoverheid moet stukken beter. De net afgeronde regeling is in bepaalde opzichten een foutenfestival geweest. Zo bleek literatuur ineens compleet vergeten en kregen makers ineens landelijk wel geld maar provinciaal niet. Dat zijn wat het CDA betreft onwenselijke effecten die we de komende keer voor moeten zijn.

  1. Kiezen voor Brabant als toeristische topregio

De kansen voor Brabant als toeristische topregio zijn groot. Met de Efteling, Beekse Bergen, Van Gogh, onze natuur en steden hebben we een aanbod van wereldklasse. Zet wat het CDA betreft in op de (economische) kansen die dat biedt. Met de focus op het opkomende slow travel, gericht op kwaliteit en niet op veel en snel. Dus geen busladingen Chinezen maar Franse of Belgische gezinnen die een week komen genieten van wat onze provincie te bieden heeft.

De afgelopen maanden heeft de CDA-fractie uitvoerige gesprekken gevoerd met cultuurmakers, betrokkenen bij de sport in Brabant en ondernemers uit de leisuresector. Daarnaast is er een expertgroep in het leven geroepen om ons in dit nieuwe beleidskader te adviseren. De hierboven gemaakte keuzes komen hier mede uit voort. We danken iedereen voor de geleverde input.

Veelgestelde vragen over cultuur in het bestuursakkoord 2020-2023

VEELGESTELDE VRAGEN OVER CULTUUR IN HET BESTUURSAKKOORD 2020-2023

Vraag 1:
Stopt de provincie met cultuur?

Antwoord:
Nee. Dit provinciebestuur steekt in de periode 2020-2023 ongeveer € 120 miljoen in cultuur en sport en € 70 miljoen in erfgoed. Een aanzienlijk deel daarvan gaat rechtstreeks naar cultuurmakers en amateurkunst. Net zoals dat in de afgelopen jaren het geval was.

Vraag 2:
Waarom staat er in de begrotingstabel van het bestuursakkoord tussen 2023 en 2030 een 0?

Antwoord:
De provincie kent twee soorten geld: structureel geld waarmee langjarige taken en subsidies worden betaald en incidenteel geld dat elke vier jaar door een nieuwe coalitie wordt verdeeld over tijdelijke taken.

De 0 in de begrotingstabel gaat over incidenteel geld. In 2023 zijn er weer verkiezingen en start een nieuwe coalitie, die dan op dat moment mag bepalen waar het incidentele geld naartoe gaat. Dat zou dus ook naar cultuur kunnen gaan. De verkiezingen en coalitieonderhandelingen in 2023 gaan dat bepalen.

De coalitie VVD-FvD-CDA-LB beslist enkel over de periode 2020-2023. Gedurende die periode besteedt deze coalitie (incidenteel) € 20 miljoen extra aan cultuur, sport en de vrijetijdseconomie. Die drie samen heten in het bestuursakkoord ‘Vrije Tijd’.

Vraag 3:
Wat wordt in het bestuursakkoord bedoeld met ‘afbouw van subsidierelaties naar het nieuwe normaal in 2023’?

Antwoord:
Hierover hebben de coalitiepartners heldere afspraken gemaakt. Die zijn terug te vinden op pag. 51 van het bestuursakkoord. Er wordt structureel (dus op lange termijn, te beginnen in 2023) € 7 miljoen bezuinigd op Vrije Tijd (cultuur, sport en vrijetijdseconomie samen).

In de tabel hieronder staat welke bedragen er nu structureel voor Vrije Tijd beschikbaar zijn en waar vanaf 2023 € 7 miljoen op wordt bezuinigd. Dit zegt niks over incidenteel geld dat een volgende coalitie zou kunnen vrijmaken.

Thema Bedrag
Vrije Tijd  
Cultuur € 20,1 miljoen
Samenleving €   5,8 miljoen
Sport €   0,4 miljoen
Totaal € 26,3 miljoen
Bezuiniging in 2023 €   -7,0 miljoen
Begroting elk jaar vanaf 2023 voor Vrije Tijd € 19,3 miljoen

De tabel laat zien dat in ‘het nieuwe normaal’, vanaf 2023, er structureel € 7 miljoen minder naar Vrije Tijd gaat. Dan blijft er ongeveer € 19,3 miljoen over, die de provincie elk jaar voor de thema’s onder Vrije Tijd kan uitgeven.
Daar kan, als een nieuwe coalitie dat wil, incidenteel geld (geld voor een periode van vier jaar) bijkomen.

De nieuwe coalitie VVD-FvD-CDA-LB heeft drie jaar de tijd om te bepalen waar precies € 7 miljoen op moet worden bezuinigd. Het college gaat daarover in gesprek met alle betrokkenen in de diverse sectoren en met de politieke partijen in Provinciale Staten. Ook als CDA houden we natuurlijk een vinger aan de pols.

Vraag 4:
Vanwaar het nieuwe programma ‘Vrije Tijd’?

Antwoord:
Het nieuwe programma ‘Vrije Tijd’ is een combinatie van het oude programma Cultuur, Samenleving & Sport mét vrijetijdseconomie dat voorheen onder de portefeuille Economie viel. Er wordt dus een combinatie gemaakt tussen de aanjaagfunctie van de provincie, die cultuur en sport mogelijk maakt, en de marketingfunctie (via Visit Brabant bijvoorbeeld).

Vraag 5:
Waarom gaat er minder geld naar Vrije Tijd?

Antwoord:
Brabant heeft in de afgelopen jaren heel veel geld kunnen uitgeven. Dit kon door de verkoop van energiebedrijf Essent, waardoor de provincie miljarden euro’s extra geld kreeg. Dat extra geld is op óf belegd in obligaties die door de lage rente weinig opleveren. Hierdoor moet de provincie in 2023 in totaal € 30 miljoen minder gaan uitgeven.

Doen we dat niet, dan ontstaat in 2025 een gat van € 60 miljoen in de provinciale begroting. Drastische bezuinigingen op niet-wettelijke taken, zoals cultuur, zijn dan niet te voorkomen. Door nu al € 30 miljoen te bezuinigen, voorkomen we dat gat in 2025 én kunnen we langjarig ook op het gebied van cultuur flink actief blijven en investeren. Voor nu is er gekozen om € 10 miljoen te bezuinigen op natuur, € 6 miljoen op mobiliteit en € 7 miljoen op vrije tijd. De overige € 7 miljoen zal worden opgevangen in de andere onderdelen van de begroting.

Hebt u zelf nog vragen? Of wilt u iets anders kwijt?
Neemt u dan contact op met Statenlid Marcel Deryckere (mderyckere@psbrabant.nl).

Klik op de volgende link om deze vragen & antwoorden als PDF-bestand te downloaden: FAQ Cultuur (8 mei 2020).