CDA: géén extra gaswinning in Brakel, Altena en Brabant

Het CDA Brabant wil niet dat de gaswinning in en onder de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij herhaalt deze oproep aan het provinciebestuur, nu het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy van plan is om de gaswinning onder het dorp Brakel flink uit te breiden. Brakel ligt weliswaar in de provincie Gelderland, maar de betreffende gasvelden strekken zich uit tot onder Brabants grondgebied (gemeente Altena).

In de periode 2010-2018 was de totale gasproductie uit de velden ‘Brakel’ en ‘Brakel-Zuid’ 148 miljoen nm3. Tot 2031 wil Vermilion Energy deze uitbreiden naar ca. 1000 miljoen nm3 gas. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet hiervoor nog toestemming geven, naar verwachting begint het vergunningstraject aankomende zomer.

Hopelijk komt die toestemming er niet, aldus Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA), beiden uit Altena. Het CDA heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten, met de oproep aan het provinciebestuur om, samen met de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en de betrokken gemeenten, al het mogelijke te doen om het “onzalige plan” van Vermilion Energy van tafel te krijgen.

Al eerder sprak het CDA Brabant zich uit tegen uitbreiding van de gaswinning in en onder de Brabantse bodem én tegen de wijzen waarop Vermilion Energy dit wil doen, o.a. via het risicovolle ‘fracken’/hydraulisch kraken. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte- en/of langetermijneffecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Van Vugt en Bergsma: “Het lijkt erop dat Brabant opnieuw dreigt te worden gebruikt als wingewest voor de Randstad. Vorig jaar Aalburg en Waalwijk, nu Brakel en Altena. Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar toe te staan dat deze in Brabant omhoog gaat. Wij willen minder gaswinning, niet meer.”

Concreet wil het CDA daarom van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten:

  1. Bent u bekend met het voornemen van Vermilion Energy om de gaswinning op bovenbeschreven locatie uit te breiden?
  2. Indien ja, welke actie(s) hebt u hiertegen ondernomen?
  3. Indien niet, bent u voornemens hiertegen, in lijn met uw (re)actie op de gaswinning onder Waalwijk, alle beschikbare (juridische) middelen in te zetten om dit onzalige plan van tafel te krijgen?
  4. Bent u bereid hierin samen op te trekken met de provincie Gelderland, de betreffende gemeenten en het waterschap Rivierenland?
  5. Welke informatie kunt u geven voor wat betreft deze concrete locatie? Welke onderzoeken zijn hiernaar gedaan en wat zijn de uitkomsten daarvan? Wat was het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen? In hoeverre is er ook gekeken naar de milieueffecten van fracken?
  6. Kunt u toezeggen Provinciale Staten proactief te informeren over iedere ontwikkeling aangaande dit onderwerp?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Schriftelijke vragen over GHB in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over GHB in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over GHB in Brabant.

Geacht college,

In de afgelopen weken zag Nederland in de documentairereeks Tygo in de GHB het schrikbarende gebruik van GHB onder jongeren in o.a. West-Brabant.

Het is algemeen bekend dat de productie en het gebruik van (hard)drugs in onze provincie een groot en wijdverbreid probleem zijn. GHB is daar helaas maar een van de vele voorbeelden van.

Tygo in de GHB schetst een onthutsend beeld van het gebruik van, de verslaving aan en de gevolgen van GHB voor de Brabantse samenleving. De serie laat zien hoe deze en andere drugs zowel mensen als de samenleving kapot maken.

Drugspreventie, verslavingszorg en drugsbestrijding zijn geen kerntaken van de provincie, maar de zorgwekkende situatie in specifiek Brabant vraagt om actie. De overheid heeft immers een verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de samenleving tegen de gevaren en gevolgen van drugs.

En ook de provinciale overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen, vindt het CDA.

Daarom de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de documentairereeks Tygo in de GHB, uitgezonden door de EO op NPO3?

02. Zijn er cijfers bekend over het gebruik van GHB in Brabant?

  1. Indien ja, wat zijn deze cijfers?
  2. Indien niet, is het mogelijk deze cijfers voortaan te gaan verzamelen en bijhouden?

03. In Tygo in de GHB komt het beeld naar voren dat er in Brabant te weinig verslavingszorg is.

  1. Herkent u dit beeld?
  2. Bent u bereid om, in samenwerking met andere overheden en de verslavingszorg, dit probleem aan te pakken?

04. Brabant heeft de ambitie om te komen tot nul verkeersdoden. In Tygo in de GHB komen verschillende momenten naar voren dat mensen onder invloed van drugs achter het stuur kruipen en zich in het verkeer begeven.

  1. Zijn er cijfers bekend over drugsgebruik in het Brabantse verkeer?
  2. Kent de verkeersveiligheidscampagne Brabant gaat voor NUL verkeersdoden een preventieve aanpak t.a.v. drank- als drugsgebruik in het verkeer? Indien niet, waarom niet?
  3. Vinden er voorafgaand aan, tijdens en na Brabantse evenementen, zoals festivals, preventie, drugstesten en controles plaats?  

05. In Tygo in de GHB zien we op een gegeven moment hoe de politie een GHB-gebruiker van de weg haalt. Na enkele uren in de cel treden zulke heftige ontwenningsverschijnselen op dat de persoon volgens een arts een nieuwe dosis nodig heeft. Zonder verhoor of sanctie wordt de persoon op straat gezet. De kans dat deze persoon opnieuw GHB gebruikt, in de auto stapt en zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt is groot.

  1. Is bij u bekend hoe vaak situaties als deze in Brabant voorkomen?
  2. Bent u bereid om samen met bijvoorbeeld de politie en Rijksoverheid te onderzoeken hoe situaties als deze in de toekomst tegen te gaan?

06. De tekortschietende politiecapaciteit in onze provincie is al lange tijd een bron van zorg. Hierover hebben Provinciale Staten al eerder uitspraken gedaan en de minister van Justitie en Veiligheid heeft onze provincie extra agenten toegezegd. Is deze extra capaciteit volgens u voldoende om in de aanpak van het Brabantse drugsprobleem wezenlijk verschil te kunnen maken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Spreektekst Caroline van Brakel – Debat over de Brabantse Omgevingsvisie op 14/12

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Omgevingsvisie
(14-12-2018)

Voorzitter,

Voor ons ligt de Brabantse Omgevingsvisie. De inhoud deugt, het doorlopen proces deugt: hier mogen we trots op zijn. Dank aan allen die hieraan hebben meegewerkt.

In de Omgevingsvisie staat onze gezondheid centraal en daartoe hebben we als provincie vijf hoofdopgaven geformuleerd.

01. De basis op orde. We moeten zuinig zijn op onze aarde, onze omgeving oftewel op ons milieu. En heel elementair bezien dus op onze vier elementen: aarde (bodem), water, vuur (energie) en lucht. Eigenlijk is het al een hele uitdaging om álle partijen, sectoren en branches ‘hun ding’ te laten doen zonder schade toe te brengen aan deze elementen.

Vervolgens zien we voor de middellange toekomst een viertal uitdagingen op ons afkomen.

02. Klimaatadaptatie.

03. De energietransitie.

04. Een concurrerende duurzame economie.

05. De slimme netwerkstad.

Wij zijn blij dat onze inbreng tijdens het proces in de provinciale Omgevingsvisie is meegenomen: het afzonderlijk benoemen van onze zorg voor de elementaire elementen. En onlangs hebt u ook toegezegd nadrukkelijker een relatie te willen maken met onze zuiderburen, temeer omdat dit kansen biedt voor een aantal van de opgaven waarvoor wij staan. Denk aan de energietransitie, maar ook bijvoorbeeld aan het gebruik van het luchtruim.

Ook zijn we blij dat in het stuk al een aanzet wordt gemaakt tot de gewenste cultuuromslag. Het gaat bij de Omgevingsvisie namelijk niet alleen om de inhoud, maar óók om het terugleggen van een stuk verantwoordelijkheid voor onze omgeving én voor de uitdagingen waarvoor we staan bij de samenleving, bij de Brabanders. Dat betekent dat we veel meer moeten gaan initiëren en faciliteren in plaats vanachter het bureau op te schrijven wat vooral niet (meer) mag dan wel gewenst is.

Tevens willen we integraler gaan kijken: vanuit meerdere disciplines goede afwegingen maken. Er zijn kenners, specialisten die beweren dat het juist om déze cultuuromslag gaat, en dat dit feitelijk ook mogelijk is binnen het huidige stelsel aan wet- en regelgeving v.w.b. onze fysieke leefomgeving. Desalniettemin, ons helpt het om nu in één oogopslag te kunnen zien waar wij als provincie voor staan. Het betreft niet al onze kerntaken, maar wel veel.

De beoogde cultuuromslag wordt nu benoemd als diep, rond en breed kijken.

Een goed begin is het halve werk, zou je zeggen. Ja dat is zo, maar het échte werk waar het in de Omgevingsvisie om draait, gaat nu pas beginnen. En ook het onderliggende instrumentarium, de Omgevingswet, is daarin bepalend. Een hele mooie uitdaging voor onze nieuwe Staten om hier verder vorm en inhoud aan te geven.

Toch nog een aantal tips:

  • Zoeken naar constructies waarin nadrukkelijker lasten maar ook lusten worden gedeeld (denk aan het meeprofiteren van goedkope energie door de directe omgeving bij windmolens of nabij een vliegveld). Anders vertaald: we moeten op zoek naar nieuwe solidariteiten, dichter bij onze mensen, onze Brabanders. Hiermee kunnen we zorgen voor meer draagvlak.
  • Bedenk formuleringen in ‘geboden’ i.p.v. ‘verboden’. Of anders gezegd: verleiden i.p.v. verbieden.
  • Als we de gezondheid van onze Brabanders centraal stellen, en daartoe vooral zorg hebben en houden voor een goede gesteldheid van onze basiselementen, dan zou één eenduidige verordening hieromtrent t.b.v. alle partijen, sectoren en branches afdoende moeten zijn. Ofwel, wij zien het als een uitdaging om dusdanig consequent beleid op te stellen dat daarop aanvullend sectorspecifiek beleid niet nodig is. In die zin dus voor m.n. ‘de basis op orde’ wellicht toch sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. En dit is een uitdaging, bijvoorbeeld voor vliegvelden, hoogspanningskabels, maar ook de landbouw.

We stellen een reactie van de gedeputeerde op deze tips op prijs. Dank.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel Brabantse Omgevingsvisie (14 december 2018)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over OV visie 2030 op 07/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Visie `Gedeelde mobiliteit is maatwerk` en uitwerking hiervan in een adaptieve aanpak
(07-12-2018)

Voorzitter,

Veel mensen hebben hard gewerkt om deze nieuwe OV visie op tijd klaar te hebben. Complimenten.

Het CDA heeft veel waardering voor de wijze waarop het proces is verlopen. Het lijkt een gedragen stuk, waarover veel betrokken organisaties en overheden konden meepraten.

Daarnaast ging vanuit PS de werkgroep OV visie aan het werk. Waardevol om met elkaar te verkennen wat de gemene delers zijn en hoe we de visie geïnterpreteerd willen zien.

In het voorstel geeft u aan dat de ontwikkelingen in de P&C-cyclus worden voorgelegd. Dit betreft echter een besloten overleg zonder verslaglegging. Het CDA wil liever de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en doorontwikkeling van de visie en adaptieve agenda een Statenbreed onderwerp laten zijn. Het gaat hier immers om een bedrag van 90 miljoen euro voor leefbaarheid en vervoer. Graag een reactie van de gedeputeerde.

Negentig miljoen euro dus, waarover het CDA zich o.a. het volgende afvraagt:

  • Welke factoren zijn nodig om de adaptieve agenda en visie tot een succes te maken?
  • Hoe zorgen we ervoor dat de betaalbaarheid kan worden gegarandeerd?
  • Tegen welke tarieven en wie houdt hier zicht op?

Tijdens de laatste themabijeenkomst stelde het CDA voor om werkgroep OV visie een vervolg te geven. Hiertoe dient het CDA een motie in.

Voorzitter, Albert Einstein heeft eens gezegd: “Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst, want daarin ben ik van plan te leven.” Welnu, op hoofdlijnen geeft deze OV visie volgens het CDA een goed strategisch inzicht in de toekomstige ontwikkelingen. Het onderbrengen van de verschillende stromingen onder Direct, Flex en Samen is overzichtelijk.

Graag nemen we u mee in de toekomstschets en invulling zoals wij die zien.

En daarbij putten we graag uit de ervaringen die we als CDA hebben opgedaan tijdens de OV-Race. Praktijkonderzoek. In de vorm van een wedstrijd tussen teams van Statenleden en OV-gebruikers om het openbaar vervoer te testen op o.a. reistijd, bereikbaarheid en toegankelijkheid.

De 1ste race vond plaats in Oost- Brabant. De 2de in Midden-Brabant. De 3de in West-Brabant.

En tijdens deze laatste editie, van Etten-Leur naar Wernhout, kregen we gezelschap van een groep cliënten van de Stichting Dag- en Woonvoorzieningen – SDW – én van de gedeputeerde zelf. Wat was hij fanatiek. En wat levert zo’n busreis mooie herinneringen, bijzondere ervaringen en waardevolle informatie op.

We zien zaken die goed gaan. Zoals betrokken chauffeurs, behulpzame vrijwilligers op de buurtbus en handige apps die de zoektocht naar de snelste route voor de ‘mobiele generatie’ – de Millennials en Generatie Z – een stuk eenvoudiger maken. Als je tenminste mobiel bereik hebt… Zegt Olland u nog iets?

Slecht of geen mobiel bereik, aansluitproblemen, buurtbussen die niet geschikt zijn voor de elektrische rolstoel… Het zijn punten die in iedere OV-Race terugkwamen, maar waarover de voorliggende OV visie weinig tot niets zegt. Dus doen wij als CDA het maar.

Voorzitter, ik wil in het bijzonder stilstaan bij vijf onderwerpen. Hele concrete, hele herkenbare.

  1. Elektrische rolstoelplaten.
  2. Iedereen moet mee kunnen.
  3. Bereikbaarheid van bedrijventerreinen.
  4. Flexibiliteit is de norm.
  5. Communicatie.

01. Elektrische rolstoelplaten

Voorzitter, de belangrijkste conclusie is dat openbaar vervoer, en het succes ervan, mensenwerk blijft. Zo lukt het de ene chauffeur wel om tijd te maken en de rolstoelplaat van de Bravo Direct bus uit te klappen, terwijl de andere chauffeur door tijdsdruk de rolstoeler helaas moet laten staan.

Is daar anno 2018 niet iets aan te doen? Kunnen we de chauffeurs niet helpen? Het CDA denkt van wel. En daarom vragen we aan de gedeputeerde om op korte termijn met het bedrijfsleven om de tafel te gaan en een elektrische rolstoelplaats voor de Bravo Direct te ontwikkelen en toe te passen.

Juist mensen in een rolstoel zijn afhankelijk van het openbaar vervoer. Met elektrische rolstoelplaten in alle (buurt)bussen geven we hen de mogelijkheid om deel te nemen aan het reguliere openbaar vervoer. Is de gedeputeerde bereid dit mee te nemen in een volgende concessie?

En voorzitter, maak hier dan ook meteen een grensoverschrijdende voorbeeldfunctie van die wij als Brabant kunnen oppakken. Hier moet uw collega Pauli toch enthousiast van worden: mooie innovatieve ontwikkelingen. En ook uw collega Swinkels kan hier op leefbaarheid een fantastische slag maken. Net als collega Spierings, want mobiliteit levert zo een aanzienlijke bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Het CDA komt met een motie.

02. Iedereen moet mee kunnen

Voorzitter, we leven in een land waarin we steeds ouder worden en met een grote groep inwoners die leeft met een matige of ernstige beperking. Ook deze mensen zijn geholpen met goed georganiseerd openbaar vervoer. Het huidige vervoersaanbod vindt het CDA echter nog teveel gericht op mensen zónder beperking. Dat moet anders. (Openbaar) vervoer voor iedereen toegankelijk. Onderschrijft de gedeputeerde dat?

03. Bereikbaarheid van bedrijventerreinen

Voorzitter, op veel plekken in Brabant liggen de banen voor het oprapen, maar… zijn die banen niet of slecht bereikbaar per openbaar vervoer. Van Moerdijk tot Breda, van Waalwijk tot Oss, van Oirschot tot Werkendam: we kwamen het als CDA overal tegen. Studenten, stagiair(e)s en forenzen hebben daar last van. En ondernemers. En de Brabantse economie. Het CDA zou dan ook graag zien dat de provincie start met experimenten – pilots – specifiek gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Hiertoe dienden wij tijdens de begrotingsbehandeling een motie in. Vandaag doen we dat opnieuw. Een motie Bedrijventerreinen.  

04. Flexibiliteit is de norm

Voorzitter, al aan het begin van deze bestuursperiode pleitte het CDA voor flexibel openbaar vervoer. Want dát heeft de toekomst, zo bleek al tijdens een provinciale mobiliteitswedstrijd in 1999. De winnaar was een deelauto – als in Bravo Samen – en de 2e prijs was voor een flexibel ingerichte bus, naar het idee van de Bobrobus. Naar het schijnt uitgevonden door iemand uit Goirle. Jawel, in Brabant gebeurt het.

Voor het CDA is flexibiliteit heel belangrijk. Dé voorwaarde om ons openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk te maken, stad en buitengebied bereikbaar te houden en te kunnen voldoen aan de behoefte van de OV-reiziger via slim maatwerk. Zoals een taxi of buurtbus die de leerling op tijd naar school brengt, dan de polikliniek van het streekziekenhuis aandoet en op de terugweg de aanvragers voor een nieuwe paspoort afzet bij het stadskantoor. Mooi op tijd.

Maar flexibiliteit betekent óók kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen en gebeurtenissen. Bijvoorbeeld een extra bus laten rijden op die momenten dat meer capaciteit nodig is. Zodat studenten verzekerd zijn van hun rit naar de universiteit en niet hutjemutje van A naar B moeten of zelfs achterblijven in de kou.

Bravo Direct en Flex geven ruimte voor die flexibiliteit. En samen met u zoekt het CDA graag de grenzen op van wat kan en nodig is. Laat bijvoorbeeld voor onze inwoners de Direct lijnen een Flex inrichting kennen. Klap de stoeltjes in, verwijder deze op rustige lijnen en maak het mensen mogelijk hun eigen fiets mee te nemen in of op de bus.

Wil de gedeputeerde hier eens op reflecteren?

05. Communicatie

Voorzitter, om deze OV visie te doen is communicatie heel belangrijk. Want zeg nu zelf: hoeveel Brabanders gaan dit lijvige stuk straks lezen? Deze bestuursperiode investeerde u veel geld in een stickercampagne om de naam van het Brabantse openbaar vervoer te veranderen. B-r-a-v-o. Als CDA zijn we hier kritisch op geweest: u veranderde de voorkant, maar de achterkant bleef hetzelfde. Want wie een reis wil plannen of contact zoekt met de klantenservice, wordt via de website www.bravo.info netjes terugverwezen naar de websites van Arriva en Hermes en… komt daar de oude Arriva-/Hermes-logo’s en -huisstijl tegen.

Bravo zou voor een betere herkenning van het Brabantse openbaar vervoer moeten zorgen. Als CDA vinden we dat de meest ultieme vorm van herkenbaarheid van openbaar vervoer het daadwerkelijk zien rijden van een bus is. En het liefst een volle.

Besteedt u uw communicatiebudget s.v.p. van nu af aan aan het promoten van de initiatieven en experimenten uit deze nieuwe OV visie. Onder alle doelgroepen, dus ook de studenten uit de overvolle bussen in Altena en de cliënten, met rolstoel, van SDW in Roosendaal.

Wij op onze beurt zullen de routes blijven testen met onze OV-Race. De stip aan het einde van het asfalt is met deze OV visie gezet.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon OV visie 2030 (7 december 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de N279 Veghel-Asten op 07/12

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N279 Veghel-Asten
(07-12-2018)

Voorzitter,

Het voorliggende voorstel voor de aanpak van de N279 is onderdeel van het Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Daar waar deze coalitie altijd grote woorden gebruikt om grote stappen en veranderingen aan te kondigen, heeft zij bij de N279 al vanaf het begin van deze periode gekozen voor stilstand, vooral weinig veranderen en alleen aanpakken als het echt knelt. Met andere woorden: het moet eerst echt pijn doen, voordat deze coalitie in actie komt. En voorzitter, iedereen weet dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken…

Voorzitter, mobiliteit is cruciaal voor de bereikbaarheid en daarmee de leefbaarheid van een regio. Juist daar mag je van overheden verwachten dat ze lef en visie tonen. Een project van deze omvang vergt immers een doorlooptijd van vele jaren: van eerste overleg tot aan de eerste auto op deze weg. Met een beetje geluk kan je dus als gedeputeerde alleen de lintjes doorknippen n.a.v. de inspanningen van je voorgangers.

Voorzitter, het CDA was, is en blijft hier duidelijk: als ruggengraat van de regio verdient de N279 een 2×2 aanpak. Een robuuste oplossing waarbij het onderliggende wegennet wordt ontzien en het verkeer kiest voor een veilige en vlotte doorstroming van noord naar zuid en van oost naar west. Een oplossing die past bij een snel groeiende en slimme regio. Een oplossing waarbij omwonenden en belanghebbende duidelijkheid hebben voor de lange termijn én verzekerd zijn van maatregelen die passen bij een 2×2 aanpak.

Voorzitter, ik hoef geen beroep te doen op uw fantasie om in te beelden hoe een N279 als 2×2 eruit zou kunnen zien. De N279 tussen Veghel en Den Bosch is hiervan het levende bewijs. Een voorbeeld van hoe het wel kan als het CDA in de coalitie zit…

Voorzitter, graag sta ik vandaag samen met u stil bij twee onderwerpen die de Stuurgroep, omwonenden en belanghebbenden bezighouden en zorgen baren. Wij bedanken daarbij alle betrokkenen voor hun zienswijzen, petities en inspraak.

Voorzitter, op de eerste plaats is dat de wat-vraag – de nut en noodzaak van 2×2 op het gehele tracé – en op de tweede plaats een hoe-vraag – de nut en noodzaak van de lange omleiding bij Dierdonk.

Om te beginnen met het eerste punt: met uitzondering van een stuk bij Veghel heeft het gehele traject tot aan Asten een 2×1 inpassing. Met andere woorden: het was een flessenhals en het blijft een flessenhals. Ongelijkvloerse kruisingen verzachten de pijn, maar helen de wond nog niet.

De gedeputeerde stelt dat tot 2030 de nut en noodzaak van een 2×2 oplossing juridisch gezien niet zijn aan te tonen, gelet op de modelmatige prognose van het aantal verkeerbewegingen. Hiermee zou het voorstel bij een eventuele gang naar de Raad van State van tafel kunnen worden geveegd. Voorzitter, hoe kan het dat als wij dit voorstel pas in 2023 volledig hebben gerealiseerd, en daarmee dus slechts een oplossing voor 7 jaar, het juridisch niet haalbaar is om aan te tonen dat 2×2 echt noodzakelijk is?

Vragen aan de gedeputeerde zijn dan ook:

  1. Gaat het écht om de juridische houdbaarheid van een 2×2 voorstel of gaat het om de houdbaarheid van deze coalitie?
  2. Gesteld wordt dat de aanpassingen toekomstvast zijn door kunstwerken die voorbereid zijn op 2×2. Je zou bijna denken dat de gedeputeerde dit met een druk op de knop kan realiseren. Welk proces en welke doorlooptijd kunnen we tegemoetzien om van 2×1 naar 2×2 te kunnen gaan?

Voorzitter, wij zien de zgn. ‘doorloop en schakeltijd’ als een belemmering in het gehele proces. Tussen constateren en realiseren liggen jaren en jaren. Het voorliggend plan is gebaseerd op een verkeersmodel uit 2010 en berekeningen voor besluitvorming op basis van 2016. Terwijl we leven in 2018 en de weg op zijn vroegst in 2023 gereed kan zijn en plan horizon 2030 is…

Voorzitter, de filedruk is in een paar jaar tijd hard toegenomen en zal de komende jaren blijven stijgen. De basis van onze besluitvorming kan en moet actueler en moet van verkeersberekeningen naar verkeerstellingen. Zoals aangekondigd door collega Otters dienen wij daarom een motie in om echt werk te maken van 2×2 op de N279 en te meten wat de mensen al dagelijks voelen.

Voorzitter dan mijn tweede punt: de nut en noodzaak van de lange omleiding bij Dierdonk. Een onderwerp waar we veel inspraak en zienswijzen op hebben gehad. Laat ik beginnen met de oordelen van Brabant Advies en van de Commissie MER.

Brabant Advies

Bij de keuze voor 2×1 hebben wij de volgende aandachtspunten. 1e punt: draag een expliciete koers uit. Dit kan het plan sterker legitimeren dan nu het geval is.

Commissie MER

Hoe de weging tussen de verschillende alternatieven heeft plaatsgevonden en hoe de keuze is gemaakt, is voor de Commissie onduidelijk.

Voorzitter, als adviesorganen met deskundigen tot dergelijke oordelen komen, dan mag je als overheden ook goed nadenken of je keuze voor de omleiding voldoende is onderbouwd. Hoe kunnen we legitimeren dat een halve oplossing, namelijk 2×1 op de omleiding, toch echt de juiste keuze is? Hoe kunnen we legitimeren dat we het prachtige natuurgebied aantasten en dat de wijk Dierdonk de komende jaren nog steeds tussen twee druk gebruikte wegen ingeklemd zit?

En dit tegen een meerprijs van 45 miljoen euro… Als CDA zijn we daarom ook van mening dat op dit onderdeel een pas op de plaats nodig is.

Vragen aan de gedeputeerde zijn dan ook:

  1. Waarom is ervoor gekozen om de lange omleiding niet als wijzigingsbevoegdheid in het PIP op te nemen?
  2. Hoe zorgvuldig is de besluitvorming over de lange omleiding geweest en wat zijn de feitelijke argumenten waarmee dit is onderbouwd?

Voorzitter, in alle elementen van het voorliggende plan wordt geschermd met de planperiode tot 2030. Echter, als het om de lange omleiding gaat wordt geacht of verwacht dat we zonder meer kunnen voorsorteren op de periode ná 2030. Als CDA dienen wij een motie in om de afwegingen en argumenten inzichtelijk te maken op alle aspecten voor deze twee varianten.

Voorzitter ik kom tot een afronding. Uitgaand van een realisatie per 2023 zijn we al bijna een decennium in gesprek om tot een oplossing te komen. Deze regio schreeuwt om oplossingen en duidelijkheid. Uit alle elementen in dit voorstel blijkt dat het Bestuursakkoord al jaren achterhaald is als het gaat om de bereikbaarheid en leefbaarheid van deze regio. Onze oproep aan de coalitie is dan ook: toon lef door te erkennen dat de houdbaarheidsdatum is bereikt en heb visie op de bereikbaarheid van deze regio. De Brabanders verdienen een robuuste oplossing en duidelijkheid.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP N279 Veghel-Asten (7 december 2018)

CDA: plan N279 getuigt van ‘zesjesmentaliteit’

Het plan voor de provinciale weg N279 tussen Veghel en Asten getuigt van een ‘zesjesmentaliteit’. In plaats van te kiezen voor de beste oplossing, kiest de provincie voor een aanpak die maar net een voldoende haalt. Dat vindt het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Provinciale Staten debatteren vandaag over het plan, dat de doorstroom en veiligheid van het verkeer op de N279 moet verbeteren.

In plaats van de 2×1-rijstroken uit het plan had het CDA graag gezien dat de provincie óók tussen Veghel en Asten kiest voor 2×2-rijstroken, net als op het N279-traject tussen Veghel en Den Bosch. Verbreding van de weg vindt het CDA noodzakelijk om files tegen te gaan en een ‘flessenhals’ te voorkomen.

Ook heeft het CDA, net als veel andere partijen, moeite met de lange omleiding om de Helmondse wijk Dierdonk en door het buitengebied van Bakel. Deze omleiding kost 45 miljoen euro extra, gaat dwars door een natuurgebied en sluit de Dierdonkers op tussen twee drukke wegen. Het CDA hoopt dat de provincie bereid is dit onderdeel uit het plan, waartegen veel weerstand bestaat, opnieuw te bekijken.

Statenlid Huseyin Bahar (CDA): “De N279 is de ruggengraat van de regio. Deze regio verdient de beste oplossing. Een oplossing die zorgt voor een veilige en vlotte doorstroming van het verkeer, die het onderliggende wegennet ontziet en die de leefbaarheid in het gebied waarborgt. Geen zesjesmentaliteit, maar een cum laude aanpak.”

CDA: elke Brabantse bus een elektrische rolstoelplaat

Het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, wil dat elke Brabantse bus, dus ook een buurtbus, is voorzien van een elektrische rolstoelplaat. Hiertoe dient de partij vandaag een voorstel in tijdens het debat over de nieuwe ‘OV visie’ van de provincie, waarin de toekomst van het Brabantse openbaar vervoer wordt vastgelegd.

In dit voorstel vraagt het CDA aan provinciebestuurder Van der Maat om snel met vervoerders en het Brabantse bedrijfsleven om de tafel te gaan en te kijken hoe elektrische rolstoelplaten in alle Brabantse bussen te realiseren. Aanleiding voor het CDA om met dit voorstel te komen zijn de ervaringen die de partij de afgelopen jaren opdeed tijdens verschillende ‘OV-Races’: door het CDA zelf georganiseerde tests van het openbaar vervoer in de vorm van een wedstrijd. Hieruit bleek o.a. dat m.n. buurtbussen lang niet altijd zijn uitgerust met een elektrische rolstoelplaat en reizigers met een rolstoel niet altijd kunnen meenemen.

Statenlid Ankie de Hoon (CDA): “Openbaar vervoer blijft mensenwerk. Zo lukt het de ene buschauffeur wel om even uit te stappen en reizigers met een rolstoel de bus in te helpen, terwijl de andere buschauffeur door tijdsdruk de rolstoeler helaas moet laten staan. Onwenselijk. Als CDA stellen we daarom voor álle Brabantse bussen standaard uit te rusten met een elektrische rolstoelplaat. Dan kunnen mensen met een rolstoel, die vaak afhankelijk zijn van het OV, deelnemen aan het reguliere openbaar vervoer én helpen we ook de buschauffeur die onder tijdsdruk staat.”

Tijdens het debat over de nieuwe OV visie komt het CDA, net als in het debat over de provinciebegroting vorige maand, tevens met een voorstel dat de provincie oproept te starten met experimenten gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. De Hoon: “Op veel plekken in Brabant liggen de banen voor het oprapen, maar zijn die banen niet of slecht bereikbaar per OV. Dit is een Brabant breed probleem, dat we als CDA overal tegenkomen: van Moerdijk tot Breda, van Waalwijk tot Oss, van Oirschot tot Werkendam. Wij vragen de gedeputeerde actie te ondernemen en samen met vervoerders en bedrijven tot slimme, creatieve oplossingen te komen. Misschien dat het tweemaal per dag uitbreiden van een route, tijdens de spits en op piekmomenten, al voldoende is of de inzet van een ‘bedrijvenbus’ met een gepensioneerde oud-werknemer als vrijwilliger achter het stuur.”

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Huseyin Bahar– Statenlid CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het wisselvalige en onheilspellende weerbericht zet zich voort met de financiën. Hier staat het sein op Code Oranje. Dan is niet alleen alertheid geboden om risico’s te beperken, maar moeten we ook maatregelen treffen. De middellange termijn is namelijk allesbehalve rooskleurig.

Voorzitter, ik zal de PvdA-fractie dit jaar maar voor zijn en benoemen dat een degelijk financieel beleid kennelijk ook toevertrouwd kan zijn aan een socialist. Sluitende begrotingen zonder tekort en verbeterslagen in de P&C-cyclus in déze bestuursperiode zijn een erkenning voor de gedeputeerde. En die delen wij ook. Maar zoals het een ware socialist betaamt: alles op korte termijn is rozengeur en maneschijn, maar met beperkt zicht op de middellange en lange termijn. Het blijft toch iedere keer alleen maar de eindjes aan elkaar knopen als socialist…

Voorzitter, graag begin ik als eerste punt bij de rente- en dividendinkomsten van onze provincie. Al vanaf dag één van deze bestuursperiode heeft onze fractie gewaarschuwd voor de stevige windstoten op dit vlak. Keer op keer hebben we de degens gekruist bij de diverse P&C-momenten, maar onze inbreng en adviezen zijn helaas continue in de wind geslagen.

Voorzitter, we kunnen alleen degelijk zijn, indien we ook realistisch zijn. Aan de uitgavenkant hebben we al gezien dat realistisch ramen een onderwerp is dat we nog niet helemaal beheersen. Dit geldt helaas ook voor onze inkomstenkant. Dan heb ik het met name over het jaarlijks rendement van 122 miljoen euro, waarmee we blijven rekenen. En dit terwijl we weten dat:

  1. de 100 miljoen euro Essent-lening tegen hoge rente wordt ingelost;
  2. het uitgekeerde dividend vanuit Essent onder druk staat;
  3. de leningen aan gemeenten buiten Brabant alleen maar een appel en een ei opleveren.

Voorzitter, dat is dus al 3 x Code Rood. We kunnen er dus zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan en het de hoogste tijd wordt om activiteiten en agenda aan te passen.

Is de gedeputeerde, aan het einde van deze bestuursperiode, nu eindelijk zo ver om te erkennen dat de 122 miljoen euro geen realistische raming meer is voor de middellange termijn?

Voorzitter, mijn tweede punt over de rente- en dividendinkomsten zijn de leningen die we aan decentrale overheden buiten Brabant verstrekken. Dit zijn namelijk langjarige leningen, gemiddeld 12 jaar, tegen een vast rendement van 1,4%. Er worden dus nu al keuzes voor drie komende bestuursperioden gemaakt, dus 3 x vier jaar, en financieel gezien is Brabant aan handen en voeten gebonden. Dit is toch een voorbeeld van degelijkheid dat niet uitblinkt in verstandigheid, omdat het ten koste gaat van flexibiliteit.

Voorzitter, ik zal mijn punt illustreren met een voorbeeld dichter bij huis. Stel, u heeft 10.000 euro als huishouden opzij gelegd door hard en verstandig te werken. Zou u dit geld dan volledig voor 12 jaar op een spaarrekening willen vastzetten, waarbij u maar 12 euro per maand rente ontvangt, óf zou u toch flexibel willen blijven om in de komende jaren misschien zonnepanelen te plaatsen voor lagere energielasten of bijvoorbeeld de auto te vervangen teneinde hogere onderhoudskosten te voorkomen? Enz.

Ik kijk even de zaal in: collega-Statenleden, onze bezoekers, GS, Griffie? Nee? Dat dacht ik al, ik zie nog niemand enthousiast reageren om 12 euro per maand rente te ontvangen als dit ten koste gaat van de flexibiliteit. Dat is dan wel vreemd, als we dit niet met ons eigen huishoudboekje willen, maar prima vinden wanneer het om het huishoudboekje van de provincie gaat.

Voorzitter, met ruim 1,5 miljard euro, dat is dus al ruim 50% van onze immunisatieportefeuille in langjarige, niet verhandelbare uitzettingen, tegen zeer lage vaste rente wordt het tijd om na te denken of Brabant inderdaad beter af is met 14 miljoen euro per jaar of flexibiliteit moet houden voor investeringen met maatschappelijk rendement?

Vraag aan de gedeputeerde is dan ook: wanneer is de grens bereikt om te stoppen met deze langjarige uitzettingen aan gemeenten buiten Brabant? Wanneer is deze grens volgens u wel bereikt? Het alternatief schatkistbankieren biedt misschien tijdelijk lage rente, maar biedt wel degelijk flexibiliteit als alternatief en afwachting van kansen in maatschappelijk rendement!  

Voorzitter, mijn derde en laatste punt is de uitdaging op het vlak van indexeren. Voor deze bestuursperiode is gekozen om niet te indexeren. Gezien de lage inflatiecijfers in de eerste twee jaren van deze bestuursperiode begrijpelijk en haalbaar. Echter, in de laatste twee jaren zien we de inflatiecijfers weer richting de 1,5% gaan. Hiervoor hebben we deze bestuursperiode een stelpost van 4 miljoen euro per jaar beschikbaar. Op onze eerdere vragen hierover is gesteld dat 4 miljoen euro per jaar echt voldoende was. Kijken we naar de prognoses voor de komende bestuursperiode, dan hebben we grofweg 21 miljoen euro per jaar nodig als we willen indexeren.

Kan de gedeputeerde aangeven hoe het kan dat bij ca. 1,5% aan inflatie en gelijkblijvende uitgaven nu 4 miljoen euro per jaar wel voldoende is, maar voor de komende periode we moeten uitgaan van gem. 21 miljoen euro per jaar?

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Degelijkheid komt alleen maar tot haar recht als we ook realistisch, verstandig en flexibel blijven. Voor deze bestuursperiode hebben we helaas nog een strenge winter voor de boeg, maar straks is het weer voorjaar en waait er vanaf 21 maart naar verwachting een frisse groene wind!

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar provinciebegroting 2019 (9 november 2018)

Spreektekst Marianne van der Sloot – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Marianne van der Sloot– Fractievoorzitter CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het weerbericht van ons mooie Brabant is redelijk stabiel. Bewolkt met hier en daar zonneschijn. En met een politieke klimaatverandering op komst, die vanaf maart lijkt in te zetten. Daar gaan wij van uit ;-).

En in dat licht zijn de recente temperatuurschommelingen in de coalitie op zijn minst ‘boeiend’.

  • Want de SP veroorzaakt een koudefront in dit college door haar standpunt over de herindeling van Nuenen. Met steun overigens deze week van de Eindhovense SP-fractie.
  • D66 lijkt alle donkere wolken structureel te ontkennen.
  • De PvdA is lekker klimaatneutraal.
  • En, ach voorzitter, de VVD, die maken zich niet druk om een koudefrontje meer of minder. De VVD zegt nog steeds dat de zon schijnt, ook als het regent.

We gaan het meemaken.

Voorzitter, volgend jaar zijn de verkiezingen. En steeds weer is het vertrouwen in ons, in de ‘politiek’ laag. Te laag, zo’n 40%. Om met het KNMI te spreken: een Code Oranje. Met kans op problemen en extreme situaties.

Maar laten we eerlijk zijn. Een aantal processen van de afgelopen tijd, in dit Huis, scoorden niet eens Code Oranje maar rechtstreeks Code Rood, door de wijze waarop met de Brabanders is omgegaan. En met Code Rood kun je er volgens het KNMI zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan.

En dat klopt:

  • bij de transitie van de landbouw;
  • bij de herindeling van Nuenen;
  • en bij de mestfabriek in Oss

staan we met de ruggen tegenover elkaar én voelen mensen zich niet gehoord.

De Provincie wordt gezien als ‘onbehouwen’ en onvoorspelbaar, en dat snap ik wel. Het lukt het college keer op keer om van bovenaf in te grijpen. Terwijl – en het CDA blijft het herhalen – het gras echt niet harder gaat groeien door aan de sprieten te trekken. Maar door de wortels te voeden.

Voorzitter, gelukkig zien we in Brabant ook momenten waarop de zon doorbreekt.

  • In het groot: met de snellere aanpak van Hooipolder.
  • En in het klein: geen flitspaal voor hardrijders, maar eentje die goed bedrag beloont. Met een spaarsysteem voor de lokale gemeenschap. Een groot succes in Helmond, Eerde en Lith. Dichtbij en duidelijk.

Voorzitter,

Wij zijn van mening dat het na Code Rood tijd is voor Code Groen. Nietwaar GroenLinks? Ik zal u een stukje meenemen in onze Code Groen.

Voorzitter, vandaag spreken wij als CDA over 3 onderwerpen, die dichtbij en duidelijk zijn:

  1. Sociale Veerkracht.
  2. De Nieuwe Economie.
  3. De toekomst (van energie en landbouw).

Mijn collega Huseyin Bahar zal straks ingaan op de degelijkheid van het huishoudboekje van de Provincie.

01. Sociale Veerkracht

Op Sociale Veerkracht, de leefbaarheid van Brabant, blijven we terugkomen, voorzitter. Niet omdat we de heer Swinkels zo graag in de weg zitten. Maar omdat de gevoelstemperatuur zo laag is, én wij dit onderwerp zó ongelooflijk belangrijk vinden.

Wij zien dat we in 2019 5,6 miljoen euro inzetten om vooral óver mensen te spreken. Er wordt vergeten mét mensen te spreken én dingen samen te doen. En ik kan mij de discussies nog goed herinneren: de ‘bolwerken’, zoals de seniorenbonden, móesten en zouden onder dit college verdwijnen. Maar er kwam niets voor terug. En dat terwijl er zoveel maatschappelijk opgaven in Brabant zijn. Zoals de vergrijzing. Met grote impact. Daarom komen we met een motie Senioren.

Bij leefbaarheid hoort voor ons ook verantwoordelijkheid, nu én in de toekomst. De ondersteuning van Q-koortsslachtoffers is sinds dit jaar bij de gemeente belegd. Uit gesprekken met Q-koortspatiënten en Q-support begrijpen wij dat die overdracht, soms wel, maar soms ook echt niet soepel gaat. Ook zien we dat alle kennis over Q-koorts en de aanpak nú nog in huis is, bij de betrokkenen. Die willen we borgen, ook voor de toekomst. Hier dienen we een motie voor in.

Ondermijning voorzitter, blijft een bedreiging voor onze Brabantse samenleving. Wij zien 3 zaken die we willen aanpakken: dichtbij 1) met de versterking van de lokale journalistiek, 2) met een experiment met ‘onorthodoxe’ maatregelen tegen dumpers van drugs- en ander afval, en 3) met een gereedschapskist voor gemeenten gevuld met mogelijkheden en instrumenten om vakantieparken zonder toekomstperspectief aan te pakken. Hiertoe dienen we twee amendementen en een motie in.

02. Economie

Dan Economie voorzitter, de wind waait uit een andere hoek. De wereld van 4 jaar geleden is niet meer. We gaan van werkloosheid toen naar een schreeuwend tekort aan personeel nu. En van hoge rentes naar leningen die je bijna gratis krijgt. Die veranderende wereld, dat betekent ook iets voor ons. De rol van Provinciale Suikeroom past niet meer.

Pleiten wij voor een einde aan de economische programma’s? Nee. Het CDA ziet een hele goede rol voor de Provincie als partner in de economie. Want we hebben veel grote uitdagingen. Zoals het gat op de arbeidsmarkt. De mismatch. En de tekorten aan vakmensen. Hét grote item van dit moment, zoals het college het zelf ook noemt. Dat vraagt om actie. Als wij lezen dat, ondanks alle acties, ‘het resterende budget beperkt is’, dan vrezen wij dat we kansen missen. En dat de zorg, de horeca, de logistiek en de techniek straks écht met lege handen zitten. Met alle consequenties van dien. Graag horen wij meer van de gedeputeerde.

Voorzitter, belangrijk voor de economie van Brabant is het bereikbaar maken van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Bijvoorbeeld: Bedrijvenpark Moerdijk, Bedrijvenpark Aviolanda, Breda Airport en onze legerbasis in Oirschot. Hiervoor komen wij met een motie.

En dan de arbeidsmigranten. Zo’n 100.000 mensen die allemaal een goed dak boven hun hoofd verdienen. En veiligheid. Want zolang we onze logistieke ambities hebben en houden, zijn we afhankelijk van mensen van ver en verder. We zijn blij dat we als Brabant aan de slag gaan met de huisvesting. Met een grote rol voor de gemeenten en de provincie. De vraag aan de gedeputeerde is hoe verstrekkend hij zijn rol ziet. Wat als er nu geen goede afspraken liggen over de huisvesting van arbeidsmigranten met een gemeente? Wat doet u dan?

03. De toekomst

Voorzitter, dan de toekomst. De Provincie is bij uitstek (mede)verantwoordelijk voor de toekomst van Brabant. Want we hebben de wind in de rug en daar moeten we gebruik van maken. Specifiek ga ik in op stadslogistiek, cultuur en de toekomst van de landbouw.

a. Stadslogistiek

Voorzitter, de bezorging van pakketjes en boodschappen én de bevoorrading van winkels groeit gigantisch. Net als de regels en goede bedoelingen. Maar er is weinig vooruitgang.

  • We spraken met Brabantse ondernemers die gek worden van alle losse regels van gemeenten over bevoorrading. Net na de zomer is gelukkig door de minister één lijn getrokken. Er zijn straks nog maar 2 soorten milieuzones. Het CDA wil er zeker van zijn dat Brabant in al haar steden kiest voor dezelfde soort milieuzone. En wel de groenste die er is. Daarom vragen wij de gedeputeerde daar regie op te nemen.
  • En dan de bestelbusjes: van DHL, PostNL, UPS, GLS, de Jumbo, Albert Heijn die de hele dag door de straten rijden. Al eerder stelden we hier vragen over. Pas is onderzocht dat 80% van de rondjes die gereden worden voor 1 pakketje is. Samenwerken en het bundelen van vracht lijken simpele oplossingen. Maar die vragen lef en veel data-onderzoek. En laten we daar in Brabant nu allebei heel goed in zijn. Wij dienen een motie in voor een Brabantse Green Deal Stadslogistiek. Met een hoge ambitie: in 2025 emissieloos bevoorraden in de B5 steden.

b. Cultuur

Voorzitter, de keuze voor de toekomst van de Philharmonie vonden wij geen goede beslissing. Wij dienen daar een amendement voor in. GroenLinks komt straks met een bijdrage over steun aan ons Noordbrabants Museum. Terecht.

c. Toekomst van de landbouw

Dan de toekomst van de landbouw, die kent veel vraagtekens. Zeker na woensdag. Het is belangrijk dat we als Brabant gaan investeren in innovaties. Zoals 8 nieuwe stalsystemen. Maar we vragen ons af of deze ontwikkelingen én vóóral de erkenning ervan, wel op tijd komen voor de deadline van 2022. Vraag aan de gedeputeerde: wat doet u als blijkt dat de stalsystemen er niet op tijd zijn?

Ook in de stad of in het dorp zijn mooi groene initiatieven als pluktuinen en stadslandbouw. De huidige groensubsidies voor biodiversiteit zijn er alleen niet voor ingericht. Wij willen de gedeputeerde vragen om bij deze subsidies geen verschil te maken tussen stad en platteland.

Verder dienen we een amendement in voor afschaffing van de leges bij faunaschade. Vooral omdat wij, net als veel organisaties van Das&Boom tot de ZLTO, het belangrijk vinden dát er geen drempels zijn voor melden.

Tot slot willen we stilstaan bij 2019 als een bijzonder jaar. 75 jaar bevrijding. Een indrukwekkend moment, een indrukwekkende herdenking en een indrukwekkend programma dat er ligt om 2019 bijzonder te maken. Voor iedereen, groot en klein, dat vinden we belangrijk.

Tot zover, voorzitter, Code Groen. En nu over naar het Degelijke Huishoudboekje van collega Bahar. Want voor niets gaat de zon op.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marianne van der Sloot provinciebegroting 2019 (9 november 2018)

CDA: het is tijd voor Code Groen

Het is tijd voor Code Groen, aldus het CDA in reactie op de begroting 2019 van de provincie Noord-Brabant. Nu het vertrouwen in de politiek laag is, Code Oranje, en sommige ontwikkelingen in onze provincie aanleiding geven tot Code Rood, zou in Brabant een andere wind kunnen gaan waaien.

Voor de hoek waaruit die wind moet komen, doet het CDA vandaag een voorzet tijdens het debat over de provinciebegroting in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. De partij komt met een aantal voorstellen die de begroting op een aantal belangrijke onderdelen aanvult of aanpast.

Meest in het oog springend is het voorstel van het CDA om de stadslogistiek, de bevoorrading van de vijf grootste Brabantse steden, in 2025 emissieloos te laten plaatsvinden. De partij constateert dat de explosieve groei van de pakketbezorging leidt tot meer pakketverkeer in stads- en dorpscentra. Dit leidt tot ongewenste neveneffecten als uitstoot van fijnstof, parkeerproblemen, geluidsoverlast en gevaarlijke verkeerssituaties. Het CDA wil hier paal en perk aan stellen door het sluiten van een Brabantse ‘Green Deal’ tussen de B5-gemeenten, bedrijven, vervoerders, onderwijsinstellingen en consumenten.

Het CDA wil ook dat de provincie twee ton vrij maakt voor een experiment met cameratoezicht, kentekenregistratie en andere robuuste maatregelen tegen (drugs)afvaldumpers in de Biesbosch. Daarnaast pleit het CDA voor een juridische ‘gereedschapskist’ voor gemeentes die verloederde vakantieparken willen aanpakken.

Verder komt het CDA tijdens het begrotingsdebat met een voorstel dat de provincie opdraagt erop toe te zien dat de zorg voor Q-koorts slachtoffers door gemeenten en via belangenvereniging Q-support blijft geborgd. “Hier heeft de overheid een grote verantwoordelijkheid”, vindt fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Het CDA vraagt in het begrotingsdebat ook aandacht voor de slechte bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Op veel Brabantse bedrijventerreinen liggen de banen voor het oprapen, maar zijn deze letterlijk onbereikbaar voor wie niet over een rijbewijs of auto beschikt. Het CDA dringt er bij het provinciebestuur op aan binnen de huidige OV-concessies te gaan kijken hoe dit probleem op korte termijn kan worden opgelost.

Andere voorstellen van het CDA gaan o.a. over versterking van lokale journalistiek, het afschaffen van de leges voor het melden van faunaschade en meer aandacht voor vergrijzing en de doelgroep senioren.

Provinciale Staten debatteren vandaag de gehele dag over de provinciebegroting. Aan het einde van de dag wordt er over de begroting en de door politieke partijen ingediende voorstellen, moties en amendementen, gestemd.

Marianne van der Sloot: “Aan de hand van deze begroting constateren we als CDA dat in Brabant in 2019 e.v. hier en daar de zon doorbreekt, bijvoorbeeld boven Hooipolder, maar dat zonder ingrijpen de kans op Code Oranje en Code Rood reëel blijft. Dat moeten we zien te voorkomen, dus daarom komt het CDA vandaag onder de naam Code Groen met een reeks voorstellen die de weersverwachting voor komend jaar aanzienlijk moet verbeteren: meer zon, minder bewolking, een hogere gevoelstemperatuur en een kleinere kans op neerslag. Tijd voor Code Groen.”