Voor CDA-raadsleden: Meet&Greet met de Provinciale Statenfractie op 07/09

De Provinciale Statenfractie nodigt alle (burger)raadsleden van het CDA in Noord-Brabant uit voor inhoudelijke Meet&Greet op het Provinciehuis op vrijdagmiddag 7 september 2018.

Nu in alle Brabantse gemeenten de colleges zijn gevormd en de raden aan het werk gegaan, lijkt het de Statenfractie goed en zinvol om nader kennis te maken en van gedachten te wisselen over thema’s die lokaal en provinciaal actueel zijn.

Samenwerken zit in de genen van het CDA en het zou mooi zijn wanneer raads- en Statenleden elkaar in de komende jaren, waar nodig en gewenst, weten te vinden én kunnen versterken.

Hiertoe zijn alle raadsleden, maar ook burgerraadsleden en andere geïnteresseerden, van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende programma:

13.00-13.30 uur: Inloop + Ontvangst met koffie/thee

13.30-13.45 uur: Opening door fractievoorzitter Marianne van der Sloot

14.00-14.45 uur: 1ste Ronde deelsessies*

  • Deelsessie Arbeidsmarkt & Arbeidsmigranten
  • Deelsessie Landbouw
  • Deelsessie Ondermijning

15.00-15.45 uur: 2de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Wonen
  • Deelsessie Omgevingswet
  • Deelsessie Zichtbare fractie

16.00-16.45 uur: 3de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Energie
  • Deelsessie Leefbaarheid/Sociaal domein
  • Deelsessie Verkeer & Vervoer

17.00-18.00 uur: Netwerkborrel

* Elke deelsessie wordt kort ingeleid en gemodereerd door een of twee Statenleden. De deelsessie Zichtbare fractie wordt verzorgd door fractiemedewerker Ernst van Welij.

Deelname aan dit programma is kosteloos. Locatie is het Provinciehuis te ’s-Hertogenbosch (adres: Brabantlaan 1), alwaar gratis parkeren mogelijk is op het parkeerterrein voor bezoekers aan de voor- of achterzijde van het gebouw (doorrijden tot de slagbomen, melden bij de intercom en de slagbomen gaan omhoog).

Aanmelden kan tot 3 september a.s. door een e-mail te sturen naar evwelij@brabant.nl. Vermeldt bij aanmelding s.v.p. de gemeente/afdeling, het aantal personen dat meekomt én hun namen.

De Statenleden hopen zoveel mogelijk (burger)raadsleden op 7 september te ontmoeten. Wie vragen heeft, kan contact opnemen met fractiemedewerker Ernst van Welij via evwelij@brabant.nl.

Punt van aandacht: parallel aan dit programma voor (burger)raadsleden wordt waarschijnlijk ook een sessie met en voor afdelingsbestuurders (o.a. voor afdelingssecretarissen) gehouden. Zij ontvangen hiervoor een separate uitnodiging.

CDA test busverbinding Herpen-Uden

Het Brabantse CDA test vanmiddag de (buurt)busverbinding Herpen-Uden. Tonny van Beerendonk heeft de partij hiertoe uitgenodigd, nadat zij eerder dit jaar met de Herpense Vrouwen van Nu het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch bezocht.

Daar hoorde ze over de ‘OV-Race’, een jaarlijkse door het CDA georganiseerde wedstrijd om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, reistijd en toegankelijkheid. Ter plekke ontstond het idee om ook een keer de (buurt)busverbinding tussen Herpen en Uden te testen.

Om 12.00 uur vertrekt het reisgezelschap van bushalte Café De Sport in Herpen naar ziekenhuis Bernhoven in Uden. Als de reis voorspoedig verloopt en zijn agenda het toelaat, heet wethouder Franko van Lankvelt de deelnemers daar welkom. Onder hen Huseyin Bahar, namens het CDA Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement.

‘s Ochtends (09.00-11.00 uur) brengt het CDA een werkbezoek aan de Vakleerschool InstallOne op de Talentencampus Oss. Hierbij is Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot aanwezig evenals de Osse CDA-raadsleden Mari van Kilsdonk, Sidney van den Bergh en Marc van den Heuvel.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Vaststellen provinciale inpassingsplannen voor Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Voor ons liggen de provinciale inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. Plannen voor het gebied tussen Waalwijk en Den Bosch-West met ambities op het gebied van economische vitaliteit, mobiliteit, water, natuur, fiets, erfgoed en leefbaarheid in het gebied.

Voorzitter, voordat ik aan mijn bijdrage begin, wil ik graag eenieder bedanken voor de bijdrage en inzet om te komen tot het totaalpakket dat nu voorligt. Met zoveel ambities in één plan en verschillende belangen géén gemakkelijke opgave om goed te kunnen uitleggen en goed te kunnen begrijpen. In het bijzonder wil ik onze waardering uitspreken richting alle belanghebbenden en bewoners, die met ruim tweehonderd zienswijzen duidelijk hebben gemaakt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving.

Voorzitter, ik sta graag met u stil bij de volgende drie onderwerpen:

  1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen;
  2. communicatie zienswijzen en alternatieven;
  3. aandacht voor de kwaliteit van leefbaarheid.

1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen

Voorzitter, hoewel de GOL-plannen een totale gebiedsontwikkeling betreffen, zijn m.n. de verkeersafwikkeling en hieruit voortvloeiende zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, onderwerpen die veelvuldig terugkomen in de zienswijzen en alternatieven.

Voorzitter, de GOL is noodzakelijk omdat in de huidige situatie sprake is van een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied aan beide zijden van de A59, die ook een barrière vormt ten noorden en ten zuiden van het gebied. Noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de bouw van meer huizen en uitbreiding van industrieterreinen, zullen ervoor zorgen dat knelpunten op dit vlak alleen maar toenemen. Feit is en blijft dat historisch gezien te dicht tegen de A59 is gebouwd en de beschikbare ruimte beperkt is. Als we het hebben over structurele oplossingen, dan ligt wederom ook het antwoord bij de A59.
Een aanpak van de A59 zou immers aanpassingen in het onderliggende wegennetwerk grotendeels overbodig maken. De realiteit is dat de A59 vanuit het Rijk op korte termijn onvoldoende prioriteit heeft om te worden aangepakt.

In dit kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Kan de gedeputeerde bevestigen dat de voorliggende GOL-plannen geen belemmeringen vormen voor een toekomstige aanpak en ontwikkeling van de A59?
  • Kan de gedeputeerde toezeggen dat we richting het Rijk blijvend aandacht vragen voor de structurele aanpak van de A59?

2. Communicatie zienswijzen en alternatieven

Voorzitter, de GOL kent een lange geschiedenis, met een start op 12 december 2012 van twintig samenwerkende partijen. Gedurende de gehele periode van de GOL heeft er in diverse vormen omgevingscommunicatie plaatsgevonden met betrokkenen. Zoals ook is gebleken uit de zienswijzen zijn er meerdere invalshoeken, opvattingen en verwachtingen over de beste oplossing voor het gebied.

Voorzitter, in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie is het van belang dat we scherp zijn op trajecten waarbij we meerdere ambities samenbrengen en die ook in gesprek met de omgeving tot stand willen brengen. Het feit dat we veelvuldig communiceren en in gesprek zijn biedt helaas nog geen garantie dat we elkaar goed begrijpen, oplossingen kunnen aandragen en zorgen wegnemen.

De vraag aan de gedeputeerde is:

  • Welke leerpunten uit dit proces nemen we mee naar de toekomst als het gaat om de begrijpelijkheid en gedragenheid van complex samenhangende ambities? 

3. Verzachtende maatregelen voor de kwaliteit van leefbaarheid

Voorzitter, graag kijk ik met u vooruit naar de voorliggende plannen en realisatie. De gevolgen voor de kwaliteit van de leefbaarheid verdienen hierbij bijzondere aandacht. We zien namelijk terechte zorgen van bewoners.

Voorzitter, als uitgangspunt is genomen dat de kernen zoveel mogelijk worden ontlast en de verkeersafwikkeling zich concentreert op wegen die hiervoor geschikt zijn. De zorgen van omwonenden van juist deze gebieden, die intensiever zullen worden gebruikt, zijn dan ook begrijpelijk. We hebben nu al een geluids- en fijnstof problematiek rondom de A59, die o.a. heeft geleid tot een tijdelijke verlaging van de snelheid naar 100 km/u. Gevoelsmatig brengt een parallel- of hoofdweg voor verkeersafwikkeling deze problemen dan ook dichterbij.

Als CDA zouden wij graag zien dat, als in het belang van de gehele regio op specifieke trajecten de kwaliteit van de leefbaarheid onder druk komt te staan a.g.v. toenemende verkeersafwikkeling, het eerlijk is om de zorgen van juist deze bewoners extra aandacht te geven.

Wij vragen de gedeputeerde daarom voor deze gebieden niet alleen te kijken naar wat noodzakelijk is, maar een stap extra te zetten door te kijken wat nodig is.

Enkele vragen hierover:

  • Zijn alle mitigerende maatregelen op het gebied van geluid, fijnstof en veiligheid reeds bekend en definitief? Of zal een deel na realisatie nog moeten worden geconcretiseerd/verbeterd op basis van werkelijke metingen?
  • Op welke wijze is geborgd dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals een gemeentelijk vervoersplan, voor uitvoering door gemeenten ook in lijn lopen met de uitvoering van de GOL-plannen door de provincie?
  • Op welke wijze wordt geborgd dat het onderliggende wegennetwerk zal worden gebruikt als bedoeld en géén sluiproute wordt waar te hard wordt gereden. Met alle overlast van dien.

Voorzitter, zoals u van ons gewend bent denken wij graag mee in oplossingen. Innovatieve oplossingen, die ook passen bij de ambities van dit college. Een extra stap om de leefbaarheid te vergroten in de drukste straten: dát heeft deze regio nodig.

Voorzitter wij zien een mooie kans om een brug te slaan naar de energietransitie en transformatie naar nul-op-de-meterwoningen. Door huizen in het gebied te voorzien van een geluidsisolerende schil met gesloten voorgevel, in combinatie met een luchtwarmte circulatiesysteem, kunnen zowel de gevolgen van de GOL worden verzacht als nul-op-de-meterwoningen gerealiseerd.

Aangezien het gaat om veel particuliere koopwoningen hoort hier uiteraard een onderzoek bij naar een organisatiestructuur voor financiering, uitvoering en beheer van de maatregelen, waarbij de besparing op de energierekening als investering voor de ombouw kan dienen. Een vorm van sociale innovatie waarbij we de energietransitie bij koopwoningen via een centrale organisatie kunnen regelen.

Wij zien hier een uitgesproken kans en zien graag een reactie van de gedeputeerde op onze motie, die we samen met GroenLinks indienen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vaststelling van de provinciale inpassingsplannen en het besluit van vandaag zijn niet het eindpunt van een langlopend dossier, maar juist een startpunt voor realisatie en daarmee de proef op de som. De plannen en berekeningen gaan tot leven komen in concrete resultaten.
Het is van belang dat we ook juist in deze fase in de gaten blijven houden of de opgeleverde resultaten aansluiten bij onze doelen en verwachtingen. Ook in deze ontwikkeling zullen we de omgeving moeten meenemen en daar waar nodig kunnen bijsturen.

Mijn laatste vraag aan de gedeputeerde is dan ook:

  • Hoe blijven we gedurende de realisatie van de plannen de omgeving meenemen in de ontwikkeling en borgen dat we onze doelen behalen?  

Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (29 juni 2018)

Schriftelijke vragen over Hooipolder

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Roland van Vugt over Hooipolder.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hooipolder.

Geacht college,

Deze week kwam het bericht naar buiten dat minister Van Nieuwenhuizen, Infrastructuur en Waterstaat, niet bereid is om van het prehistorische knelpunt Hooipolder een eigentijds, stoplicht- en filevrij knooppunt te maken. Te duur, vindt de minister.   

In Europa staan de beruchte ‘zwarte zaterdagen’ voor de deur, gekenmerkt door extreme vakantiedrukte op de Europese autowegen. Gelukkig zijn er daar maar een paar van. Voor Brabantse burgers en ondernemers dreigt het straks echter elke dag zwarte zaterdag te worden, nu de minister Hooipolder links laat liggen.

De Brabantse CDA-fractie vindt dit besluit van de minister zéér teleurstellend en heeft voor u de volgende vragen:

  1. Deelt u onze teleurstelling?
  2. Volgens de minister kost het 200 miljoen euro om Hooipolder stoplichtvrij te maken. Hoe hoog is de economische schade voor de Brabantse samenleving a.g.v. vertragingen door de dagelijkse files bij Hooipolder (waardoor producten bijvoorbeeld te laat in de winkels liggen en productieprocessen worden verstoord)?
  3. Het bedrag om Hooipolder stoplichtvrij te maken zal de komende jaren niet lager worden. Eerder hoger, want de problemen blijven bestaan, nemen zeer waarschijnlijk toe evenals de kosten om ze op te lossen. Hoe ziet u de toekomst van Hooipolder voor u? Wanneer de minister nu niet bereid is om te investeren in een structurele, duurzame oplossing, wanneer en onder welke omstandigheden dan wel?
  4. Wat is uw boodschap voor de inwoners van Midden-Brabant, o.a. in Oosterhout, Geertruidenberg en op het eiland Altena, die de druk op het onderliggende wegennet en de daarmee gepaard gaande overlast alleen maar zien toe- in plaats van afnemen?
  5. Kunt u voor ons inzichtelijk maken hoe het kostenplaatje voor het stoplichtvrij maken van Hooipolder zich in de loop der jaren zal ontwikkelen? Wat zijn naar verwachting de kosten voor ieder jaar dat er langer wordt gewacht?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Roland van Vugt

CDA: hoe kwetsbaar zijn onze kleine vliegvelden voor criminaliteit?

Het CDA vraagt zich af hoe kwetsbaar de kleine vliegvelden in Brabant zijn voor criminaliteit en heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het provinciebestuur. Het betreft de kleine, regionale burgerluchthavens Breda International Airport (gelegen in Bosschenhoofd, gemeente Halderberge) en Kempen Airport (gelegen in Budel, gemeente Cranendonck). Beide vallen onder bevoegdheid van de provincie.

Aanleiding voor de vragen is een signaal vanuit de Koninklijke Marechaussee eerder dit jaar, die waarschuwde voor het gebrek aan toezicht op de elf kleine luchthavens die Nederland telt. Omdat hier geen permanent, dat wil zeggen 24/7, fysiek toezicht aanwezig is, zouden deze vliegvelden gevoelig zijn voor criminele activiteiten. Bijvoorbeeld mensenhandel en drugssmokkel.

Op 23 mei jl. debatteerde de Tweede Kamer op initiatief van Kamerlid Van Toorenburg (CDA) over deze kwestie. Uit dit Kamerdebat kwam o.a. naar voren dat er op dit moment weinig zicht is op evt. ondermijnende criminaliteit bij kleine luchthavens. Duidelijke cijfers ontbreken. Het CDA in Provinciale Staten wil weten of Brabant risico loopt en stelt het provinciebestuur de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de signalen zoals die eerder dit jaar zijn afgegeven door de Marechaussee?

02. Wat is het actuele regionale ondermijningsbeeld voor de kleine, regionale burgerluchthavens in Brabant, Breda International Airport en Kempen Airport? Zijn u incidenten bekend?

03. Is er op beide vliegvelden sprake van 24/7 fysiek toezicht? Indien niet, leidt dit volgens u tot een verhoogd risico op criminele, ondermijnende activiteiten?

04. Wie is of zijn in Brabant verantwoordelijk voor het toezicht en de veiligheid op en rond kleine vliegvelden (zowel in beleid, uitvoering als financieel)?

Als CDA Brabant hebben wij recent gepleit voor meer robuuste, onorthodoxe maatregelen in de strijd tegen (drugs)criminelen, zoals cameratoezicht en kentekenregistratie bij de toegang tot natuurgebieden (bijvoorbeeld de Biesbosch of de Loonse en Drunense Duinen).

05. Hoe staat u tegenover permanent cameratoezicht op en rond kleine vliegvelden (zodat we zicht hebben op wie zich daar ophoudt)?

Via de campagne Eyes & Ears roept de Marechaussee de hulp in van omwonenden, piloten en vliegveldpersoneel bij het signaleren van verdachte situaties rondom kleine vliegvelden.

06. Wat zijn de status en resultaten van deze campagne, in het bijzonder t.a.v. de kleine, regionale burgerluchthavens in Brabant? Bent u evt. bereid deze campagne een nieuwe impuls en de nodige publiciteit te geven, om zo (nog) meer bewustwording en waakzaamheid onder omwonenden van kleine vliegvelden te creëren?

Statenlid Marcel Deryckere (CDA): “Gegeven de signalen uit de Marechaussee vragen wij ons af hoe kwetsbaar de kleine vliegvelden in Brabant zijn voor criminaliteit. Immers: overheidsdiensten zijn niet permanent op kleine vliegvelden aanwezig, de terreinen zijn een groot deel van de tijd onbewaakt en soms relatief eenvoudig binnen te dringen. Wanneer er inderdaad sprake is van een, verhoogd, risico op criminele activiteiten op en rond deze vliegvelden, is het belangrijk dat we dat weten én ernaar kunnen handelen.”

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over criminaliteit kleine vliegvelden.

Schriftelijke vragen over de Maasveren

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt (CDA), Ankie de Hoon (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) over de Maasveren.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de Maasveren.

Geacht college,

Een belangrijke vervoersvoorziening in Brabant staat onder de druk: de Maasveren zijn steeds lastiger te exploiteren. De organisatie is kwetsbaar en staat onder druk.

Veel inwoners, met name ook scholieren, zijn dagelijks van deze voorziening afhankelijk. Ook voor toeristen is het veer een aantrekkelijke vervoersoptie.

Veren horen ook bij ons waterrijke land. De Brabantse Maasveren zijn een begrip en horen bij het DNA van onze provincie. Hun verdwijning zou een verschraling zijn voor Brabant. Bovendien bieden de veren werkgelegenheid aan mensen in Brabant.

Met name de provincie kan hierbij een goede rol vervullen, maar lijkt het op dit punt te laten afweten. Daarom hebben de fracties van CDA en ChristenUnie-SGP voor u de volgende vragen:

01. Bent u het met ons eens dat de Brabantse veerdiensten een belangrijke rol vervullen binnen Brabant, dat zij iets toevoegen aan het vervoersnetwerk en dat zij een bijdrage leveren aan de bereikbaarheid van onze provincie?

02. Bent u het met ons eens dat de organisatie kwetsbaar is en bovendien gefragmenteerd? Welke positieve rol zou u hierin kunnen vervullen

03. Wat kunt u verder doen en wat gaat u doen om de Brabantse veren te redden?

CDA en ChristenUnie-SGP hebben samen met Lokaal Brabant al eerder aandacht gevraagd voor de Brabantse verenvloot. Daarom dienden wij al tweemaal een motie in. De laatste motie ging over de verduurzaming van de vloot. Dit past bij de ambitie van de provincie om het openbaar vervoer duurzaam te maken en kan de exploitatie ten goede komen.

04. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie?

05. Ziet u de urgentie van een voortvarende aanpak?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de fracties van CDA en ChristenUnie-SGP,

Roland van Vugt (CDA), Ankie de Hoon (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) 

Marcel Deryckere over verbetering bewegwijzering Loonse en Drunense Duinen

Statenlid Marcel Deryckere stelde op 18 mei 2018 mondelinge vragen aan het provinciebestuur, waarin hij pleit voor verbetering van de bewegwijzering naar de Loonse en Drunense Duinen (lees meer door hier te klikken).

Radiomaker Erik van Vliet, werkzaam voor o.a. Langstraat FM, interviewde Marcel over zijn oproep. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Schriftelijke vragen over dodelijke verkeersongevallen in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Ankie de Hoon over dodelijke verkeersongevallen in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over dodelijke verkeersongevallen in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam.

Geacht college,

De ene week vieren we in Brabant dat er in de komende jaren honderden miljoenen euro’s worden uitgetrokken om verkeersknelpunten als de A58 en A2 aan te pakken, de andere week lezen we dat t.a.v. verkeersveiligheid onze provincie de verkeerde lijstjes aanvoert. Wellicht ten onrechte, maar het beeld ontstaat dat Brabant op dat gebied het slechtste jongetje van de klas is én het roept de vraag op of de ingezette maatregelen en acties effectief genoeg zijn (zie ook onze schriftelijke vragen van 26 april jl.1).

Nadat vorige week het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers publiceerde waaruit blijkt dat Brabant het hoogste aantal verkeersdoden telt van heel Nederland2, berichtte vanochtend Omroep Brabant dat de kans op een dodelijk verkeersongeval in Nederland het grootste is in Baarle-Nassau3. Buurgemeente Alphen-Chaam staat op de tweede plaats. De omroep baseert zich op getallen van www.verkeersveiligheidsvergelijker, een initiatief van de Fietsersbond, SWOV en Veilig Verkeer Nederland.

Naar aanleiding van de berichtgeving van vandaag heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. De cijfers van de website www.verkeersveiligheidsvergelijker beslaan de periode 2007-2016. Bent u bekend met de cijfers van 2017 en/of kunt u vaststellen of er sprake is van een daling, stijging of gelijk blijven van het aantal dodelijke verkeersongevallen in beide gemeenten t.o.v. 2016 (conform de door www.verkeersveiligheidsvergelijker gehanteerde wijze van onderzoeken)?

02. Zijn de cijfers op de website www.verkeersveiligheidsvergelijker.nl volgens u betrouwbaar en valide?

03. In hoeverre betrekt u cijfers als deze, maar bijvoorbeeld ook informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, bij het provinciaal (verkeersveiligheids)beleid?

04. Momenteel is de aanleg van de randweg N260 rond Baarle in volle gang, die moet zorgen voor een betere doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid in en om Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. Verwacht u dat met de realisatie van deze randweg, voorzien eind 2018, het aantal (dodelijke) verkeersongevallen naar beneden zal gaan?

05. Bij het verhogen van de verkeersveiligheid in en om Baarle-Nassau en Alphen-Chaam lijkt de provinciale weg N639, die van Baarle-Nassau door de bebouwde kom van Chaam naar Ulvenhout loopt, een cruciale rol te spelen.

  1. Is dat zo? Met andere woorden: vinden veel van de geregistreerde verkeersongevallen op en om deze weg plaats?
  2. In samenwerking met gemeenten en Rijkswaterstaat hebt u reeds een aantal maatregelen aangekondigd die de verkeersveiligheid van de N639 moeten gaan verbeteren, zoals trajectcontrole op de maximumsnelheid, waarschuwingsborden voor vrachtwagenchauffeurs en verbeterde wegbelijning. Bent u gegeven bovengenoemde cijfers bereid te kijken naar aanvullende (verkeersveiligheids)maatregelen over de gehele lengte van de weg?  
  3. Wat is de status van het onderzoek naar een rondweg rond Chaam?

06. Heeft de provincie een lijst waarop alle provinciale wegen staan gerankt/gecategoriseerd op (on)veiligheid?

  1. Indien ja, waar op deze lijst staan de N260 en N639?
  2. Indien ja, bent u bereid de volledige lijst openbaar te maken?
  3. Indien ja, volgt uw onderhoudsplanning deze ranking/categorisering?
  4. Indien ja, komt deze ranking/categorisering overeen met uw eigen prioriteitenlijst van aan te pakken gevaarlijke verkeerslocaties?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Ankie de Hoon

1  Zie https://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2018/04/Schriftelijke-vragen-over-verkeersdoden-in-Brabant.pdf.

2 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2773931123/Brabant+telt+meeste+verkeersdoden,+98+slachtoffers+onder+wie+35+fietsers.aspx.

3 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/277606972/Kans+op+dodelijk+ongeluk+het+grootst+in+Baarle-Nassau+.aspx.

Schriftelijke vragen over verkeersdoden in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar en Marianne van der Sloot over verkeersdoden in de provincie Noord-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over verkeersdoden in Brabant.

Geacht college,

Eerder deze week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het aantal verkeersdoden in Nederland.

Via o.a. Omroep Brabant1 konden we lezen dat Brabant in 2017 de meeste verkeersdoden van ons land te betreuren had. In onze provincie waren er 98 dodelijke verkeersslachtoffers.

Naar aanleiding van deze zorgwekkende berichtgeving, iedere verkeersdode is er een te veel, heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met de cijfers van het CBS, waaruit blijkt dat Brabant in 2017, voor het tweede jaar op rij, de meeste verkeersdoden van heel Nederland telde?
  2. Hoe ziet uw ‘doe-agenda’ eruit: welke concrete maatregelen, acties en projecten hebt u tijdens deze collegeperiode genomen om het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers te verminderen en de verkeersveiligheid in onze provincie voor álle verkeersdeelnemers te verbeteren?
  3. Wat is de effectiviteit van deze maatregelen, acties en projecten geweest? Graag een specificatie per maatregel, actie of project. 
  4. Is uw verkeersveiligheidsbeleid generiek beleid voor alle Brabanders of ook gericht op specifieke (kwetsbare) groepen, zoals kinderen, ouderen enz.?
  5. In hoeverre betrekt u maatschappelijke organisaties, zoals scholen en verenigingen, bij uw verkeersveiligheidsbeleid? Hoe zou dit beter kunnen?
  6. Volgens de minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn ouderen vaker bij (dodelijke) fietsongelukken betrokken dan jongeren. Bent u bereid om met de KBO, andere ouderenorganisaties in onze provincie, de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland, RAI Vereniging en Bovag in overleg te gaan over hoe deze kwetsbare groep beter te beschermen?
  7. Beschikken we als provincie over voldoende én over de juiste cijfers en kennis om gericht het aantal verkeersdoden omlaag te brengen? Of missen we nog gegevens en is aanvullend onderzoek dan wel een andere systematiek noodzakelijk?
  8. Uit het CBS-onderzoek springen Drenthe en Groningen eruit als veiligste fietsprovincies. Wat doen zij anders dan de provincie Noord-Brabant?
  9. Deelt u t.a.v. dit thema ‘goede voorbeelden’ met andere provincies en/of vindt kennisuitwisseling plaats?
  10. Is het huidige ‘arsenaal’ aan acties en middelen dat u kunt inzetten tegen (dodelijke) verkeersongelukken voldoende effectief om het aantal verkeersdoden terug te dringen of hebt u meer nodig? Indien ja, waarmee zou u geholpen zijn?
  11. Wat is uw doelstelling voor volgend jaar m.b.t. het verminderen van het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers? Zijn hiervoor extra financiële middelen nodig?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2773931123/Brabant+telt+meeste+verkeersdoden,+98+slachtoffers+onder+wie+35+fietsers.aspx.

Van Vugt (CDA): “Provincie moet aan de slag met arbeidsmigranten vraagstuk”

Statenlid Roland van Vugt (CDA) uit Andel wil dat de provincie Noord-Brabant samen met gemeenten aan de slag gaat met het arbeidsmigranten vraagstuk. Van Vugt pleit hiervoor tijdens het debat over de perspectiefnota, een terug- en vooruitblik op hoe Brabant ervoor staat, dat vandaag plaatsvindt.

In Brabant zijn veel arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa werkzaam in m.n. de logistieke en agrarische sector. Mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden.

Momenteel is er nog maar weinig cijfermatige kennis beschikbaar over de (huidige en toekomstige) schaal en omvang van dit thema. Omdat de (groei van de) Brabantse economie voor een deel afhankelijk is van de inzet van deze groep werknemers, die zich al dan niet tijdelijk vestigt in de provincie, moet volgens Van Vugt de provincie hiermee aan de slag.

Van Vugt: “De komst van arbeidsmigranten levert een aantal uitdagingen op voor wat betreft huisvesting, borging van goede arbeidsomstandigheden, leefbaarheid, economie en participatie. Integrale regionale afstemming ontbreekt en daar kan de provincie een rol spelen.”

Ook signaleert Van Vugt dat veel inwoners zich zorgen maken wanneer woningen gebruikt worden voor huisvesting van arbeidsmigranten. “In veel dorpen en wijken is al een woningtekort en dat wordt hierdoor alleen maar groter. Er moet dus anders worden omgegaan met deze huisvesting.

Concreet wil Van Vugt de provincie de volgende opdracht meegeven: Breng het arbeidsmigrantenvraagstuk in Brabant op een integrale wijze in kaart (feiten en cijfers), ga na of het bestuurlijk instrumentarium toereikend is, maak een plan van aanpak om op een integrale wijze met deze uitdaging in Brabant om te gaan en leg dit voor aan Provinciale Staten tijdens de behandeling van de Begroting 2019.

Doel is inzicht krijgen in de omvang en schaal van de problematiek, nagaan of de huidige bestuurlijke instrumenten toereikend zijn om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan, innovatieve oplossingen te faciliteren én te komen tot een integrale (Brabantse) aanpak, afstemming en het delen van goede voorbeelden.

“Daar zouden veel gemeenten, ondernemers en maatschappelijke organisaties mee geholpen zijn. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven.” Aldus Van Vugt.