Uitnodiging CDA Europaconferentie

UITNODIGING

CDA EUROPACONFERENTIE

“Georganiseerde criminaliteit: oplossing gezocht!” 

Met Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid

Datum: 5 april 2019, 14.00 – 18.00 uur
Locatie: FutureDome (voormalige koepelgevangenis), Nassausingel 26 te Breda
Ingang: via de grote houten kasteeldeuren

Sprekers o.a.:

  • Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
  • Catherine de Bolle, directeur Europol
  • Madeleine van Toorenburg, Lid Tweede Kamer

Wij nodigen u van harte uit voor de jaarlijkse CDA Europaconferentie, georganiseerd door de CDA-delegatie en de EVP-fractie in het Europees Parlement.

Georganiseerde criminaliteit heeft een ontwrichtend effect op ons dagelijks leven en in onze omgeving. Door de combinatie van grote sommen geld en zware geweldsmiddelen van criminele netwerken ligt ondermijning van de rechtsstaat op de loer. Bovendien maken deze criminelen gebruik van dezelfde voorzieningen als wij: ze vervoeren hun producten over de weg, huren huizen en geven hun geld uit. En net als wij reizen ze zonder problemen de grens over in heel Europa. Ondertussen loopt de aanpak van criminaliteit nog wel steeds tegen grenzen aan.

Wat kan Europa doen om onze politiediensten te helpen criminele netwerken zo snel mogelijk te ontmantelen? Wat gebeurt er al op Europees niveau en wat kunnen we daarvan leren? Daarover gaan we in gesprek met u en met onze vooraanstaande sprekers.

Na afloop van het inhoudelijke gedeelte wordt een afscheidsborrel gehouden ter ere van onze vertrekkende Europarlementariërs Lambert van Nistelrooij en Wim van de Camp. Dit alles op een prachtige locatie in het centrum van Breda: in de kapel van FutureDome, de voormalige koepelgevangenis.

Aanmelding voor deze conferentie is verplicht en kan door een e-mail te sturen naar christinus.berendsen@europarl.europa.eu.
Meer informatie is te vinden op de website www.cda/nl/europaconferentie.

               

CDA: ‘spookdorpen’ voorkomen, meer woningen bouwen en fraude aanpakken

Het CDA wil voorkomen dat in Brabant ‘spookdorpen’ ontstaan: dorpen waar steeds minder mensen wonen en het aantal voorzieningen, zoals winkels, horeca en openbaar vervoer, afneemt. De oplossing is wat het CDA betreft het bouwen van meer woningen. Volgens het CDA trekt woningbouw mensen naar een dorp, waarna voorzieningen volgen. Zo verwacht de partij.

“Brabant is meer dan een verzameling steden met wat groen ertussen. Willen we het platteland levendig en leefbaar houden, dan moeten we ook bouwen in het buitengebied toestaan.” Aldus lijsttrekker Marianne van der Sloot (CDA).

Bouwen in het buitengebied, door uitbreidingen bij dorpen en buurtschappen en het herbestemmen van leegstaande agrarische gebouwen, is een van de maatregelen die het CDA wil nemen om het enorme woningtekort in Brabant tegen te gaan. Tot 2030 heeft de provincie nog 120.000 woningen nodig.

Daarnaast pleit het CDA ervoor dat de provincie aan gemeentes – letterlijk – ruimte geeft om de komende jaren fors meer huizen te bouwen. Van der Sloot: “Omdat van alle ingediende bouwplannen ‘onderweg’ steevast een deel sneuvelt door bijv. bezwaren of een tekort aan financiering, worden er in de praktijk altijd minder woningen gebouwd dan beoogd en blijft er dus een tekort. Zorg als provincie daarom voor tenminste 130% aan bouwplannen, ‘plancapaciteit’, of laat gemeentes bij wijze van experiment vrij in de maximale hoeveelheid woningen die zij willen bouwen.”

Een derde maatregel die het CDA voorstelt, is het ouderen mogelijk maken om langer thuis te wonen. Op dit moment wonen er in Brabant ca. 500.000 mensen van 65 jaar of ouder. De verwachting is dat dit aantal in 2040 is gestegen tot 750.000. Om ervoor te zorgen dat zij zelfstandig, passend én betaalbaar in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen, wil het CDA dat de provincie initiatieven daartoe actief stimuleert en ondersteunt. Met geld, met plannen en met mankracht. Door nieuwbouw of door het aanpassen van bestaande woningen (met bijv. de aanleg van een traplift of het verwijderen van drempels).

Ten vierde wil het CDA de Brabantse woningmarkt toegankelijker maken voor starters. Bijv. door als provincie regelingen als de Starterslening, waarmee beginnende huizenkopers een financiële steun in de rug kunnen krijgen, of het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), waarmee dorpsbewoners samen en hierdoor dikwijls goedkoper kunnen bouwen.

Tot slot wil het CDA woonfraude, zoals illegale onderhuur, en het witwassen van crimineel geld, bijv. door aankoop van vastgoed, nadrukkelijker op de radar van de provincie brengen. Bijvoorbeeld via de Taskforce Brabant Zeeland, het samenwerkingsverband tegen de georganiseerde misdaad waaraan Brabant financieel bijdraagt. “Het CDA wil geen Amsterdamse taferelen in Brabant. Fraude en witwassen mogen nooit lonen. Gezinnen op zoek naar een huis mogen niet van de woningmarkt worden verdrongen door fraudeurs en criminelen. We vinden het belangrijk dat de provincie hier aandacht voor heeft en aanhaakt bij bijv. het Anti Money Laundering Centre (AMLC) tegen witwassen.” Aldus Van der Sloot.

Staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) op campagnebezoek in Brabant

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (CDA) brengt op zaterdag 9 maart a.s. een campagnebezoek aan Brabant. De staatssecretaris gaat naar Den Bosch, Veghel en Uden en neemt deel aan diverse activiteiten in het kader van de verkiezingen voor een nieuw provinciebestuur, die over twee weken plaatsvinden.

Belangrijke verkiezingsthema’s in Brabant zijn o.a. de economie en de leefbaarheid in steden en dorpen, twee onderwerpen waarmee ook de staatssecretaris zich in Den Haag bezighoudt. Zo presenteerde zij afgelopen zomer een actieplan ter versterking van het midden- en kleinbedrijf en stelde voor deze kabinetsperiode 200 miljoen euro beschikbaar om dit sterker, efficiënter en productiever te maken. Dit geld komt ook in Brabant terecht, waar familiebedrijven en het midden- en kleinbedrijf voor de meeste werkgelegenheid zorgen.

Met deze extra aandacht voor het midden- en kleinbedrijf wil Mona Keijzer o.m. winkelgebieden in steden en dorpen vitaal houden. De leefbaarheid in binnensteden en dorpskernen is ook een belangrijk verkiezingspunt van het CDA Brabant, dat vindt dat de provincie daarin een taak en verantwoordelijkheid heeft. Niet alleen als het gaat om het bevorderen van voldoende winkelaanbod, maar ook om te zorgen voor een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer, het bouwen van genoeg woningen voor starters, gezinnen en senioren én het vergroten van de verkeersveiligheid.

Het programma van de staatssecretaris begint om 11.15 uur op de Markt in Den Bosch, waar ook de Brabantse CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot, Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en Eerste Kamerlid Ton Rombouts aanwezig zijn. Tussen 12.30 uur en 13.30 uur is Mona Keijzer in Veghel voor een bezoek aan de Jumbo Foodmarkt met verschillende CDA’ers uit de regio. Onder hen Erpenaar Coen Hendriks, die op plaats 8 van de provinciale CDA-lijst staat. Vanaf 14.30 uur doet de staatssecretaris samen met Tweede Kamerlid Erik Ronnes Uden aan voor een ontmoeting met het winkelend publiek en een kennismaking met plaatselijke ondernemers. Om 16.00 uur is het bezoek afgelopen.

Marianne van der Sloot, lijsttrekker CDA Brabant: “Wij zijn blij met de komst van Mona Keijzer naar onze mooie provincie Brabant. Als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is zij verantwoordelijk voor belangrijke onderwerpen als het midden- en kleinbedrijf, het ondernemersbeleid en innovatie. We nemen haar graag mee door onze provincie, langs de mensen die de Brabantse economie draaiende houden: de ondernemers achter het midden- en kleinbedrijf en achter die vele familiebedrijven. Zij zorgen voor werk en hebben vaak ook een maatschappelijke functie. Bijvoorbeeld omdat ze sportclubs, lokale evenementen en buurtactiviteiten sponsoren. Of zorgen voor stageplaatsen. Als CDA zijn we trots op deze mensen. En natuurlijk ook op onze staatssecretaris die zich voor hen inzet.”

CDA: D66-actie is middelvinger tegen boeren, boswachters en burgemeesters

D66-jongeren die nep XTC-pillen uitdelen aan gezinnen met kinderen is niet alleen een slecht voorbeeld voor de jeugd, maar óók een middelvinger tegen boeren, boswachters, burgemeesters en al die andere Brabanders die dagelijks worden geconfronteerd met de schadelijke gevolgen van drugsgebruik en -productie in onze provincie. Dat vinden CDA’ers Marcel Deryckere, Statenlid uit Tilburg, en Tom Berendsen, kandidaat-Europarlementariër uit Breda, in reactie op de actie van de Jonge Democraten in de Eindhovense binnenstad. “Een belediging van alle mensen die proberen, soms met gevaar voor eigen leven, onze provincie gezonder, schoner en veiliger te maken. Een uitnodiging aan pillenmakers om door te blijven gaan met hun praktijken. Een aanmoediging aan jongeren om eens een pilletje te proberen. De omgekeerde wereld dus.”

Net als veel leden van moederpartij D66 denken de Jonge Democraten dat de legalisering van drugs als wiet en XCT, een harddrug, alle drugsproblemen oplost. “Absolute onzin”, aldus Deryckere. “Ook een legale, gecontroleerde XTC-pil blijft een XTC-pil, waaraan je dood kunt gaan. Een sluipmoordenaar waarvan je niet moet willen dat het gebruik ervan normaal wordt. Een hoge kwaliteit XTC-pil bestaat niet, het is rotzooi.”

Het CDA heeft in zijn verkiezingsprogramma dan ook een stevige anti-drugsparagraaf opgenomen, met maatregelen die de productie, handel én het gebruik van drugs moeten tegengaan. Niet alleen door geld vrij te maken voor extra menskracht, maar ook door inzet van ‘onortodoxe’ middelen als drones, kentekenregistratie en camera’s. En door grondeigenaren de opruimkosten voor gedumpt drugsafval 100% te vergoeden, iets waar het CDA al jaren voor pleit.

“De strijd tegen drugs, hun producenten en afzetmarkt win je niet door drugs legaal te maken. Kijk naar de recente berichten over illegale sigarettenfabrieken, gerund door criminele bendes. De sigaret is een legaal product, maar het illegale circuit is blijven bestaan. Wat zegt dat over de slagingskans van bijvoorbeeld de wietproef?” Aldus Deryckere, die deze vraag afgelopen vrijdag voorlegde aan het provinciebestuur. “Als overheid willen sturen op het gehalte THC of MDMA is kansloos. Zijn immers de gewenste effecten voor de gebruiker minimaal of afwezig, dan blijft er voor criminelen een prikkel bestaan om drugs met hogere doses THC of MDMA, met meer merkbare effecten, op de markt te brengen.”

Die strijd tegen de drugsindustrie moet volgens het CDA internationaal worden gevoerd, want veel in Nederland geproduceerde drugs gaan naar het buitenland en criminaliteit stopt niet bij de grens. Daar iets tegen doen vraagt goede samenwerking in de grensregio’s, met onze buurlanden en in de Europese Unie.

Berendsen, EU-kandidaat voor het CDA: “Ondermijning met drugsgeld in Brabantse dorpen en steden is een groot gevaar waar onze burgemeesters dagelijks tegen vechten. Mensen in het buitengebied staan onder grote druk van criminelen die ruimte zoeken voor hun illegale praktijken. Ook de opruimkosten van het afval zijn enorm en komen voor rekening van gewone mensen en onze samenleving. Dat ene pilletje is zo onschuldig dus niet. In plaats van legaliseren is een sterke, grensoverschrijdende aanpak nodig. Dan helpt het als je partij ook Europese bondgenoten heeft en de lijnen tussen Brabant en Brussel kort zijn.”

Deryckere en Berendsen roepen de D66-jongeren op een keer in een verslavingskliniek te gaan kijken en te zien waartoe een drugsverslaving, die soms klein begint en onschuldig lijkt, kan leiden. “In plaats van te moeten faciliteren dat je je drugs kan testen, kunnen we er beter voor zorgen dat je niet aan drugs begint én er niet aan kan komen. Dat ene pilletje staat niet op zichzelf. Er zijn steeds meer pilletjes nodig voor hetzelfde effect, en dus kunnen jongeren in een glijdende schaal belanden met alle gevolgen van dien voor zichzelf en hun familie. Van maatschappelijk betrokken jongeren zoals die van D66 zouden we juist verwachten dat ze hun leeftijdsgenoten wijzen op de gevaren in plaats van het gebruik aan te moedigen.”

CDA over stalbranden: provincie moet boeren helpen en beschermen

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant door stalbranden getroffen boeren helpt en beschermt. Helpen om er weer bovenop te komen én beschermen tegen activisten die hen en hun families bedreigen en belagen.

Aanleiding is de brand op een boerderij in Biezenmortel vorige week, die nadien werd beklad door activisten. Sindsdien houden buurtbewoners houden de wacht om te voorkomen dat zich nieuwe incidenten voordoen. Hulde voor de buurt, maar natuurlijk van de zotte dat zulke maatregelen nodig zijn, vindt het CDA, dat de actie richting de boer scherp veroordeelt. “Dit is niet de manier waarop we in Brabant met elkaar horen om te gaan. Het leed is zo al groot genoeg.” Aldus kandidaat-Statenlid Tanja van de Ven-Vogels (CDA).

Behalve voor hulp en bescherming pleit het CDA er óók voor dat de provincie met boeren meedenkt over maatregelen die kunnen helpen stalbranden te voorkomen. Hiertoe zou het Brabantse provinciebestuur moeten aansluiten bij een voorstel van Tweede Kamerlid Jaco Geurts (CDA)1, dat de regering verzoekt om samen met de sector in kaart te brengen welke snelle detectiesystemen rondom brand er mogelijk zijn in technische ruimten van veehouderijbedrijven én welke kosten daarmee gemoeid zijn. De Tweede Kamer nam dit voorstel vorige maand met een ruimte meerderheid aan (alleen de Partij voor de Dieren stemde tegen).

Van de Ven-Vogels (CDA): “Stalbranden zijn een drama voor mens en dier. Dieren komen om en de houder en zijn familie zien hun levenswerk in vlammen opgaan. Het leed voor alle betrokkenen is onbeschrijflijk groot. Als CDA pleiten wij ervoor dat de overheid dan naast de boeren gaat staan en niet tegenover hen. Dat zij hen bijstaat, helpt en beschermt. Als een goede buurman.”

Als het aan het CDA ligt, komt er in de provinciebegroting voor 2020 geld beschikbaar om boeren te helpen brandpreventie maatregelen te nemen. Van de Ven-Vogels: “Het kan niet zo zijn dat de provincie zich alleen druk maakt als het milieu in het geding is, maar niet thuis geeft als zich drama’s van deze aard en omvang voordoen.”

1 Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2019Z01232&did=2019D02767.

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Van die ‘beweging’ heeft Brainport weinig gemerkt’

Opinie van Statenlid/fractievoorzitter en lijsttrekker Marianne van der Sloot in het Eindhovens Dagblad d.d. 31 januari 2019.

Van die ‘beweging’ heeft Brainport weinig gemerkt

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot reageert op de uitspraken van gedeputeerde Christophe van der Maat in het ED.

Beste Christophe,

Brabantse nachten zijn lang. Zeker die ene van vier jaar geleden. Die ene, hele lange nacht op het Provinciehuis in Den Bosch. Ik heb het natuurlijk over de verkiezingen voor de provincie, die op 18 maart 2015 plaatsvonden en ver na middernacht werden beslist. Brabant had gestemd. Een voor een kwamen per gemeente de uitslagen binnen, lange tijd ging het nek aan nek tussen jouw VVD en mijn CDA. Pas toen het licht werd, tekende zich de einduitslag af: met slechts 1777 stemmen verschil kregen jullie het goud en moesten wij genoegen nemen met zilver.

Desondanks waren wij optimistisch gestemd. Wat we konden écht iets gaan doen aan de bereikbaarheid van Eindhoven. Van de gemeenten rondom Eindhoven. Van Brainport. Een van de slimste en snelst groeiende regio’s ter wereld. Waar je elke dag in de file staat. Onbestaanbaar.

Daar moeten we dus iets aan doen. Vonden wij als CDA. En vond ook de VVD. Dachten we tenminste. Want niet lang na de verkiezingen spatte onze droom voor een bereikbaar Brainport uiteen. Schakend op twee borden koos jouw VVD er voor een deal te sluiten met de SP en twee andere partijen: ‘links’ mocht vier jaar losgaan op milieu, de VVD op industrie. En de bereikbaarheid van Eindhoven? Daar zouden jullie vieren het dan deze periode niet over hebben. De gedeputeerde mobiliteit kon zijn agenda vooral vullen met vergaderingen, met het doorknippen van de lintjes van zijn voorganger. En met een beetje smart mobility.

Als CDA, inmiddels oppositiepartij, zagen we het met lede ogen aan. Maar de grootste verliezer van deze deal: de inwoners en forenzen van Eindhoven, Helmond, Nuenen en Laarbeek. Zij staan iedere dag stil, zien het sluipverkeer, de overlast en incidenten toenemen, en horen op de radio hoe Eindhoven een vaste plek heeft verworven in de dagelijkse fileberichten. Het akkoord dat jouw VVD in 2015 sloot met SP, D66 en PvdA kreeg, hoe ironisch, de titel Beweging in Brabant. In Brainport heeft de automobilist echter weinig van die ‘beweging’ gemerkt. Evenmin trouwens bij knooppunt Hooipolder en op de Merwedebrug, waar het óók stilstaan en achteraan aansluiten is. En waar behalve de automobilist ook de omwonenden telkens de dupe zijn.

Vier jaar lang stilstaan in Brainport. Zonder perspectief op verbetering. Want elk voorstel, elke oplossingsrichting die in de Provinciale Staten voorbijkwam, werd steevast bij elke begrotingsbehandeling door jou ontraden en door jouw politieke ‘bondgenoten’ weggestemd. En het geld dat opzij was gezet voor een oplossing, werd ondertussen driftig uitgegeven. Waaraan eigenlijk? In elk geval niet aan het oplossen van de verkeersproblemen rondom Eindhoven. Nee, een alternatief voor de zogenoemde Noordoostcorridor mocht er niet komen. Wat de regio wél kreeg, was meer ergernis, meer overlast en meer economische schade. Hoeveel bedrijven zouden omwille van de slechte bereikbaarheid Brainport reeds links (hebben) laten liggen en hun heil elders zoeken? De VVD heeft Brainport, de regio Eindhoven, een slechte dienst bewezen. Niet erg liberaal.

En toen waren we vier jaar verder. En was er ‘ineens’ jouw interview in het Eindhovens Dagblad van 24 januari. ‘Tijd voor volgende stap in Brainport’, tekende de krant uit jouw mond op. Met de verkiezingen in aantocht moesten betrokken gemeenten van jou maar eens met voorstellen komen, waarmee een nieuwgekozen provinciebestuur straks aan de slag kan. Eindhoven, met hoe ‘toevallig’ een VVD-wethouder op mobiliteit, pakte de handschoen op en ensceneerde deze week een schijngevecht tussen ‘links’ en ‘liberaal’. Goed voor de verschillen, goed voor de verkiezingen, zal het campagneteam van de VVD hebben gedacht. Misschien dat meer gemeenten het voorbeeld volgen.

Laten we eerlijk zijn: in de afgelopen vier jaar is in Brabant het verschil tussen ‘links’ en ‘liberaal’ praktisch verdampt. De verkeersproblemen in Brainport hebben dat pijnlijk duidelijk gemaakt.

Daarom mijn oproep aan jou: Christophe, haal Brainport uit zijn nachtmerrie. Het hoeft nog niet te laat te zijn. In de nacht van 20 op 21 maart a.s. zullen we elkaar opnieuw treffen. Allebei met zoveel meer ervaring dan vier jaar geleden. Jij met de ervaring met ‘links’, ik met de ervaring van vier jaar oppositie. Praktisch gezien komt dat op hetzelfde neer: je bereikt weinig en er wordt je niets gegund.

Tijd voor verandering dus. Met een verkeersoplossing voor Brainport ín een volgend bestuursakkoord, en met meer perspectief ín Zuidoost-Brabant. 1777 stemmen kunnen zomaar het verschil maken.

Marianne van der Sloot is fractievoorzitter in Provinciale Staten en lijsttrekker van het CDA Brabant.

Schriftelijke vragen over GHB in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over GHB in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over GHB in Brabant.

Geacht college,

In de afgelopen weken zag Nederland in de documentairereeks Tygo in de GHB het schrikbarende gebruik van GHB onder jongeren in o.a. West-Brabant.

Het is algemeen bekend dat de productie en het gebruik van (hard)drugs in onze provincie een groot en wijdverbreid probleem zijn. GHB is daar helaas maar een van de vele voorbeelden van.

Tygo in de GHB schetst een onthutsend beeld van het gebruik van, de verslaving aan en de gevolgen van GHB voor de Brabantse samenleving. De serie laat zien hoe deze en andere drugs zowel mensen als de samenleving kapot maken.

Drugspreventie, verslavingszorg en drugsbestrijding zijn geen kerntaken van de provincie, maar de zorgwekkende situatie in specifiek Brabant vraagt om actie. De overheid heeft immers een verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de samenleving tegen de gevaren en gevolgen van drugs.

En ook de provinciale overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen, vindt het CDA.

Daarom de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de documentairereeks Tygo in de GHB, uitgezonden door de EO op NPO3?

02. Zijn er cijfers bekend over het gebruik van GHB in Brabant?

  1. Indien ja, wat zijn deze cijfers?
  2. Indien niet, is het mogelijk deze cijfers voortaan te gaan verzamelen en bijhouden?

03. In Tygo in de GHB komt het beeld naar voren dat er in Brabant te weinig verslavingszorg is.

  1. Herkent u dit beeld?
  2. Bent u bereid om, in samenwerking met andere overheden en de verslavingszorg, dit probleem aan te pakken?

04. Brabant heeft de ambitie om te komen tot nul verkeersdoden. In Tygo in de GHB komen verschillende momenten naar voren dat mensen onder invloed van drugs achter het stuur kruipen en zich in het verkeer begeven.

  1. Zijn er cijfers bekend over drugsgebruik in het Brabantse verkeer?
  2. Kent de verkeersveiligheidscampagne Brabant gaat voor NUL verkeersdoden een preventieve aanpak t.a.v. drank- als drugsgebruik in het verkeer? Indien niet, waarom niet?
  3. Vinden er voorafgaand aan, tijdens en na Brabantse evenementen, zoals festivals, preventie, drugstesten en controles plaats?  

05. In Tygo in de GHB zien we op een gegeven moment hoe de politie een GHB-gebruiker van de weg haalt. Na enkele uren in de cel treden zulke heftige ontwenningsverschijnselen op dat de persoon volgens een arts een nieuwe dosis nodig heeft. Zonder verhoor of sanctie wordt de persoon op straat gezet. De kans dat deze persoon opnieuw GHB gebruikt, in de auto stapt en zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt is groot.

  1. Is bij u bekend hoe vaak situaties als deze in Brabant voorkomen?
  2. Bent u bereid om samen met bijvoorbeeld de politie en Rijksoverheid te onderzoeken hoe situaties als deze in de toekomst tegen te gaan?

06. De tekortschietende politiecapaciteit in onze provincie is al lange tijd een bron van zorg. Hierover hebben Provinciale Staten al eerder uitspraken gedaan en de minister van Justitie en Veiligheid heeft onze provincie extra agenten toegezegd. Is deze extra capaciteit volgens u voldoende om in de aanpak van het Brabantse drugsprobleem wezenlijk verschil te kunnen maken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de N279 Veghel-Asten op 07/12

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N279 Veghel-Asten
(07-12-2018)

Voorzitter,

Het voorliggende voorstel voor de aanpak van de N279 is onderdeel van het Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Daar waar deze coalitie altijd grote woorden gebruikt om grote stappen en veranderingen aan te kondigen, heeft zij bij de N279 al vanaf het begin van deze periode gekozen voor stilstand, vooral weinig veranderen en alleen aanpakken als het echt knelt. Met andere woorden: het moet eerst echt pijn doen, voordat deze coalitie in actie komt. En voorzitter, iedereen weet dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken…

Voorzitter, mobiliteit is cruciaal voor de bereikbaarheid en daarmee de leefbaarheid van een regio. Juist daar mag je van overheden verwachten dat ze lef en visie tonen. Een project van deze omvang vergt immers een doorlooptijd van vele jaren: van eerste overleg tot aan de eerste auto op deze weg. Met een beetje geluk kan je dus als gedeputeerde alleen de lintjes doorknippen n.a.v. de inspanningen van je voorgangers.

Voorzitter, het CDA was, is en blijft hier duidelijk: als ruggengraat van de regio verdient de N279 een 2×2 aanpak. Een robuuste oplossing waarbij het onderliggende wegennet wordt ontzien en het verkeer kiest voor een veilige en vlotte doorstroming van noord naar zuid en van oost naar west. Een oplossing die past bij een snel groeiende en slimme regio. Een oplossing waarbij omwonenden en belanghebbende duidelijkheid hebben voor de lange termijn én verzekerd zijn van maatregelen die passen bij een 2×2 aanpak.

Voorzitter, ik hoef geen beroep te doen op uw fantasie om in te beelden hoe een N279 als 2×2 eruit zou kunnen zien. De N279 tussen Veghel en Den Bosch is hiervan het levende bewijs. Een voorbeeld van hoe het wel kan als het CDA in de coalitie zit…

Voorzitter, graag sta ik vandaag samen met u stil bij twee onderwerpen die de Stuurgroep, omwonenden en belanghebbenden bezighouden en zorgen baren. Wij bedanken daarbij alle betrokkenen voor hun zienswijzen, petities en inspraak.

Voorzitter, op de eerste plaats is dat de wat-vraag – de nut en noodzaak van 2×2 op het gehele tracé – en op de tweede plaats een hoe-vraag – de nut en noodzaak van de lange omleiding bij Dierdonk.

Om te beginnen met het eerste punt: met uitzondering van een stuk bij Veghel heeft het gehele traject tot aan Asten een 2×1 inpassing. Met andere woorden: het was een flessenhals en het blijft een flessenhals. Ongelijkvloerse kruisingen verzachten de pijn, maar helen de wond nog niet.

De gedeputeerde stelt dat tot 2030 de nut en noodzaak van een 2×2 oplossing juridisch gezien niet zijn aan te tonen, gelet op de modelmatige prognose van het aantal verkeerbewegingen. Hiermee zou het voorstel bij een eventuele gang naar de Raad van State van tafel kunnen worden geveegd. Voorzitter, hoe kan het dat als wij dit voorstel pas in 2023 volledig hebben gerealiseerd, en daarmee dus slechts een oplossing voor 7 jaar, het juridisch niet haalbaar is om aan te tonen dat 2×2 echt noodzakelijk is?

Vragen aan de gedeputeerde zijn dan ook:

  1. Gaat het écht om de juridische houdbaarheid van een 2×2 voorstel of gaat het om de houdbaarheid van deze coalitie?
  2. Gesteld wordt dat de aanpassingen toekomstvast zijn door kunstwerken die voorbereid zijn op 2×2. Je zou bijna denken dat de gedeputeerde dit met een druk op de knop kan realiseren. Welk proces en welke doorlooptijd kunnen we tegemoetzien om van 2×1 naar 2×2 te kunnen gaan?

Voorzitter, wij zien de zgn. ‘doorloop en schakeltijd’ als een belemmering in het gehele proces. Tussen constateren en realiseren liggen jaren en jaren. Het voorliggend plan is gebaseerd op een verkeersmodel uit 2010 en berekeningen voor besluitvorming op basis van 2016. Terwijl we leven in 2018 en de weg op zijn vroegst in 2023 gereed kan zijn en plan horizon 2030 is…

Voorzitter, de filedruk is in een paar jaar tijd hard toegenomen en zal de komende jaren blijven stijgen. De basis van onze besluitvorming kan en moet actueler en moet van verkeersberekeningen naar verkeerstellingen. Zoals aangekondigd door collega Otters dienen wij daarom een motie in om echt werk te maken van 2×2 op de N279 en te meten wat de mensen al dagelijks voelen.

Voorzitter dan mijn tweede punt: de nut en noodzaak van de lange omleiding bij Dierdonk. Een onderwerp waar we veel inspraak en zienswijzen op hebben gehad. Laat ik beginnen met de oordelen van Brabant Advies en van de Commissie MER.

Brabant Advies

Bij de keuze voor 2×1 hebben wij de volgende aandachtspunten. 1e punt: draag een expliciete koers uit. Dit kan het plan sterker legitimeren dan nu het geval is.

Commissie MER

Hoe de weging tussen de verschillende alternatieven heeft plaatsgevonden en hoe de keuze is gemaakt, is voor de Commissie onduidelijk.

Voorzitter, als adviesorganen met deskundigen tot dergelijke oordelen komen, dan mag je als overheden ook goed nadenken of je keuze voor de omleiding voldoende is onderbouwd. Hoe kunnen we legitimeren dat een halve oplossing, namelijk 2×1 op de omleiding, toch echt de juiste keuze is? Hoe kunnen we legitimeren dat we het prachtige natuurgebied aantasten en dat de wijk Dierdonk de komende jaren nog steeds tussen twee druk gebruikte wegen ingeklemd zit?

En dit tegen een meerprijs van 45 miljoen euro… Als CDA zijn we daarom ook van mening dat op dit onderdeel een pas op de plaats nodig is.

Vragen aan de gedeputeerde zijn dan ook:

  1. Waarom is ervoor gekozen om de lange omleiding niet als wijzigingsbevoegdheid in het PIP op te nemen?
  2. Hoe zorgvuldig is de besluitvorming over de lange omleiding geweest en wat zijn de feitelijke argumenten waarmee dit is onderbouwd?

Voorzitter, in alle elementen van het voorliggende plan wordt geschermd met de planperiode tot 2030. Echter, als het om de lange omleiding gaat wordt geacht of verwacht dat we zonder meer kunnen voorsorteren op de periode ná 2030. Als CDA dienen wij een motie in om de afwegingen en argumenten inzichtelijk te maken op alle aspecten voor deze twee varianten.

Voorzitter ik kom tot een afronding. Uitgaand van een realisatie per 2023 zijn we al bijna een decennium in gesprek om tot een oplossing te komen. Deze regio schreeuwt om oplossingen en duidelijkheid. Uit alle elementen in dit voorstel blijkt dat het Bestuursakkoord al jaren achterhaald is als het gaat om de bereikbaarheid en leefbaarheid van deze regio. Onze oproep aan de coalitie is dan ook: toon lef door te erkennen dat de houdbaarheidsdatum is bereikt en heb visie op de bereikbaarheid van deze regio. De Brabanders verdienen een robuuste oplossing en duidelijkheid.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP N279 Veghel-Asten (7 december 2018)

CDA: plan N279 getuigt van ‘zesjesmentaliteit’

Het plan voor de provinciale weg N279 tussen Veghel en Asten getuigt van een ‘zesjesmentaliteit’. In plaats van te kiezen voor de beste oplossing, kiest de provincie voor een aanpak die maar net een voldoende haalt. Dat vindt het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Provinciale Staten debatteren vandaag over het plan, dat de doorstroom en veiligheid van het verkeer op de N279 moet verbeteren.

In plaats van de 2×1-rijstroken uit het plan had het CDA graag gezien dat de provincie óók tussen Veghel en Asten kiest voor 2×2-rijstroken, net als op het N279-traject tussen Veghel en Den Bosch. Verbreding van de weg vindt het CDA noodzakelijk om files tegen te gaan en een ‘flessenhals’ te voorkomen.

Ook heeft het CDA, net als veel andere partijen, moeite met de lange omleiding om de Helmondse wijk Dierdonk en door het buitengebied van Bakel. Deze omleiding kost 45 miljoen euro extra, gaat dwars door een natuurgebied en sluit de Dierdonkers op tussen twee drukke wegen. Het CDA hoopt dat de provincie bereid is dit onderdeel uit het plan, waartegen veel weerstand bestaat, opnieuw te bekijken.

Statenlid Huseyin Bahar (CDA): “De N279 is de ruggengraat van de regio. Deze regio verdient de beste oplossing. Een oplossing die zorgt voor een veilige en vlotte doorstroming van het verkeer, die het onderliggende wegennet ontziet en die de leefbaarheid in het gebied waarborgt. Geen zesjesmentaliteit, maar een cum laude aanpak.”

Schriftelijke vragen over Tuf Recycling

Schriftelijke vragen van Statenleden Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon over een Europese subsidie voor het bedrijf Tuf Recycling in Dongen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Tuf Recycling.

Geacht college,

Op 30 november jl. publiceerde dagblad BN De Stem een artikel getiteld Europese subsidie van 135.000 euro voor ‘grensoverschrijdend’ werkend Tuf1. Te lezen is dat kunstgrasmat-verwerker Tuf Recycling uit Dongen i.h.k.v. het Europese project CrossRoads2 een Europese subsidie van 135.000 euro heeft ontvangen met als doel ‘innovatie te bevorderen’. De provincie Noord-Brabant is een van de partners van het project CrossRoads2.

Het CDA vindt het toekennen van deze subsidie aan Tuf Recycling zorgwekkend. Uit een reportage van het televisieprogramma ZEMBLA blijkt nl. dat Tuf Recycling zich niet houdt aan wet- en milieuregels en niet beschikt over de juiste vergunningen2. Sinds de zomer van 2017 heeft de gemeente Dongen aan Tuf Recycling tot driemaal toe een dwangsom opgelegd. Voor zover de CDA-fractie bekend is tot op heden geen afdoende oplossing gevonden voor de milieusituatie ter plaatse en voor de openstaande schuld bij de gemeente Dongen.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Wat was de rol van de provincie Noord-Brabant bij de toekenning van deze Europese subsidie aan Tuf Recycling?
  2. Kunt u toelichten welke rol Stimulus Programmamanagement namens de provincie Noord-Brabant speelde bij het toekennen van deze subsidie?
  3. Heeft er overleg plaatsgevonden tussen de provincie en de gemeente Dongen over toekenning van deze subsidie en waarom wel/niet?
  4. Hoe is naar uw oordeel de toekenning van deze subsidie te verantwoorden gelet op de zorgwekkende situatie rondom Tuf Recycling zoals hierboven omschreven?
  5. Hoe is de toekenning van deze subsidie aan Tuf Recycling tot stand gekomen?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon

1 Zie https://www.bndestem.nl/oosterhout/europese-subsidie-van-135-000-euro-voor-grensoverschrijdend-werkend-tuf~a812c1a6/.

2 Zie https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/gemeente-treedt-op-tegen-illegale-opslag-kunstgrasmatten-bij-tuf-recycling.