Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning over het aantal juridische procedures tegen de provincies en de bijbehorende kosten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten.

Geacht college, 

Op 14 september jl. lazen wij via een publicatie in het Brabants Dagblad dat de Raad van State de provincie Noord-Brabant buiten spel heeft gezet inzake het conflict met de Diessense veehouder Nooijens. De provincie blijkt hier juridisch haar zaken niet op orde te hebben en te formalistisch naar haar eigen beleid te hebben gekeken.

Het valt het CDA op dat er in de media steeds vaker berichten verschijnen over juridische procedures tegen de provincie. Vaak gaat het om partijen, instanties of groepen mensen die dreigen dergelijke procedures te beginnen of al zijn begonnen n.a.v. besluiten van de provincie. Te denken valt, maar niet uitsluitend, aan de philharmonie zuidnederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de ZLTO, vakbonden en verschillende Brabantse gemeenten.

De berichtgeving in het Brabants Dagblad is voor het CDA aanleiding voor de volgende schriftelijke vragen t.b.v. een helder en feitelijk overzicht: 

  1. Hoeveel juridische procedures zijn er in 2013, 2014, 2015, 2016 en tot dusver in 2017 richting de provincie Noord Brabant gestart? Graag een overzicht per jaar.
  2. Welke van deze procedures zijn inmiddels afgerond? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  3. Bij welke procedures is de provincie uiteindelijk in het gelijk gesteld en bij welke de tegenpartij? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  4. Hoeveel juridische kosten (graag uitsplitsen naar interne kosten en extern ingehuurde kosten) was de provincie kwijt bij de individuele procedures? Graag aangeven per jaar per afzonderlijke procedure/casus.
  5. Hoeveel fte binnen de ambtelijke organisatie is bezig met deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  6. Hoeveel fte hebt u als provincie buiten de ambtelijke organisatie moeten inhuren t.b.v. deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  7. Wilt u vanaf heden Provinciale Staten ieder half jaar via een zgn. ‘Statenmedeling’ informeren met een update over de ontwikkelingen in juridische procedures (welke zijn afgerond, wie is in het gelijk gesteld, welke evt. nieuwe procedures zijn er bij gekomen én wat is de bijbehorende personele inzet als ook de kosten)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning

 

CDA en GroenLinks op werkbezoek in Almkerk

De Brabantse fracties van CDA en GroenLinks brengen op 15 september a.s. een werkbezoek aan Almkerk. Deelnemers aan het werkbezoek zijn namens het CDA de Statenleden Ton Braspenning (fractievoorzitter a.i.), Roland van Vugt, Caroline van Brakel, Kees de Heer en Ernst van Welij (fractiemedewerker) en namens GroenLinks de Statenleden Patricia Brunklaus (fractievoorzitter), Sjo Smeets en Simon Jacobs (fractiemedewerker).

Het programma start om 10.30u met een bezoek aan de familie Koekkoek en de Innovatiecampus Almkerk. Op deze vrijgevallen agrarische locatie werken jonge mensen aan initiatieven op het gebied van energie, duurzame landbouw en bestuurlijke vernieuwing.

Vanaf 12.15u zijn de politici te gast bij Golfpark Almkreek, waar zij zich laten bijpraten over de plannen voor ‘Sportlandgoed Altena’. Dit is een initiatief om wonen, natuurontwikkeling, recreatie en sport te combineren in één project.

Statenleden Van Vugt en Brunklaus, initiatiefnemers van dit werkbezoek:

“Het verduurzamen van o.a. onze landbouw, energievoorziening en woningmarkt is een belangrijke prioriteit voor de provincie. Dat lukt ons niet alleen, initiatieven uit de samenleving spelen daarbij een belangrijke rol. Tijdens dit gezamenlijke werkbezoek aan Almkerk maken we kennis met twee van deze initiatieven, die hopelijk heel Brabant kunnen inspireren.”

Kees de Heer Statenlid voor het CDA

De 56-jarige Kees de Heer uit Eindhoven wordt in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant geïnstalleerd als Statenlid voor het CDA. Naar verwachting is dat op vrijdag 8 september a.s.

Kees de Heer vervangt Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot, die van 9 augustus tot 30 november met zwangerschapsverlof gaat.

Zittend Statenlid Ton Braspenning neemt gedurende deze periode het fractievoorzitterschap van Van der Sloot over.

Kees de Heer:

“Ik kijk ernaar uit om mij als volksvertegenwoordiger voor Brabant en de Brabanders te mogen inzetten. In mijn eigen regio Eindhoven zie ik de invloed van de provincie op tal van terreinen terug: bij de ontwikkeling van Brainport Eindhoven, de groei van de luchthaven, en de leefbaarheid in de plaatsen rond Eindhoven. De plannen van het huidige provinciebestuur zouden daar best wat meer CDA kunnen gebruiken, dus daaraan lever ik graag een bijdrage.”

Marianne van der Sloot:

“Ik ben ontzettend blij dat Kees onze fractie komt versterken met zijn kennis, enthousiasme en warme persoonlijkheid. Met hem is het CDA helemaal klaar voor het nieuwe politieke seizoen, dat naar onze verwachting begint met een hete herfst.

Zo besluit de provincie dit najaar over o.a. de verzachtende maatregelen voor de veehouderij, de herindeling van de gemeente Nuenen en de onverwachte bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Op al die onderwerpen zal het CDA alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat het college van Gedeputeerde Staten weer de juiste koers gaat varen.”

Kees de Heer is werkzaam voor werkgeversvereniging AWVN. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.

CDA: provincie maakt historische fout

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant een historische fout maakt, door in te stemmen met de plannen om de veehouderij versneld te veranderen. De Brabantse CDA-fractie stemde op 7/8 juli tegen deze plannen en diende een motie van afkeuring in.

Kern van de voorstellen, is het terugbrengen van de uitstoot van stikstof. Voor boeren betekent dit dat zij al in 2022 moeten voldoen aan nieuwe, strengere milieuregels. Eerder was met de agrarische sector afgesproken dat zij in 2028 aan de nieuwe normen zouden voldoen.

Maar het college van VVD, SP, D66 en PvdA heeft deze datum eenzijdig naar voren gehaald. Dit brengt heel veel boeren in de problemen, omdat zij versneld extra moeten investeren. Veel insprekers wezen erop al veel investeringen te hebben en door dit nieuwe maatregelenpakket te worden klemgezet.

Ook is er nog veel onduidelijkheid over het zgn. ‘flankerend beleid’. Dat zijn maatregelen die ongewenste effecten verzachten of compenseren.

Statenlid Ton Braspenning (woordvoerder landbouw):

“Voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken. Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér. Leiden niet tot minder intensivering, maar méér. Leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring. Drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop. Helpen de natuur niet. Zijn financieel niet haalbaar. Juridisch niet houdbaar. Technisch niet uitvoerbaar. En bestuurlijk onfatsoenlijk.

Bovendien begrijpt het CDA niet waarom nu wel dit ingrijpende pakket moet worden doorgedramd, terwijl er nog geen zicht is op verzachtende en compenserende maatregelen. Dit geeft nóg meer onzekerheid bij ondernemers.”

Over de nu nog onuitgewerkte delen van het maatregelenpakket besluit Provinciale Staten dit najaar. Het CDA verwacht na een hete zomer dan ook een hete herfst.

Slotwoord Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017) – 2de termijn

Voorzitter, vandaag is een historische dag gebleken. Maar ook een verdrietige, omdat er vrijwel alléén maar verliezers zijn.

 Ik zal ze noemen, in willekeurige volgorde:

  • de Brabantse cultuur van overleg en de overheid daarbij als betrouwbare partner;
  • innovatieve boeren die, we hebben het vanmorgen gehoord, in de kou staan met onrendabele investeringen;
  • de agrarische sector én aanverwante sectoren;
  • de natuur, die geen mol opschiet met deze maatregelen;
  • de Brabantse burger, die straks door een buitengebied rijdt met leegstaande oude stallen, met nóg grotere agrarische industriële bedrijven, en met vee in stallen in plaats van in de wei;
  • de Brabantse concurrentiepositie.

Voorzitter, vandaag is óók de dag dat veel actoren door de mand zijn gevallen.

In de eerste plaats het college. Dat zegt de dialoog en samenwerking te zoeken, maar eindigt met een schaamteloos dictaat.

Op de tweede plaats de coalitie, die de belangen van vele Brabantse gezinsbedrijven opoffert aan een onhoudbaar, onrealistisch, onbetaalbaar en onwerkbaar compromis.

Op de derde plaats de VVD, die zich profileert als ondernemerspartij, antiregelpartij, en partij van de eerlijke concurrentie.

We hebben er niets van vernomen vandaag. Integendeel. Vandaag 7 juli 2017 heeft de VVD, ondanks vele oproepen uit de achterban, de Brabantse familiebedrijven de rug toegekeerd. Heeft de VVD een oneerlijk speelveld gecreëerd. En heeft de VVD nieuwe regels gestapeld op een sector die in regelgeving gesmoord wordt.

Voorzitter, vandaag, 7 juli 2017, zijn we een illusie armer. De VVD is géén ondernemerspartij.

Voorzitter, en dan nu ons grootste verbazing. Vandaag is veel gezegd over ‘flankerend beleid’ en hoe geweldig belangrijk dit is. Maar het blijft bij loze kreten.

Wat wij zien is een uitgebreid bureaucratisch pakket aan beperkende maatregelen. Daar is veel tijd in gestoken. Maar een serieuze poging om flankerend beleid op te stellen heeft niet plaatsgevonden. Daar had u geen tijd voor over.

Dit ondanks beloften van de coalitiepartijen, die hiervoor bij de perspectiefnota op 21 april een heuse motie indienden. Met als opdracht aan het college om dit vóór 15 juni aan te leveren.

De handtekeningen van álle coalitiepartijen stonden eronder. Die handtekeningen bleken niets, maar dan ook niets waard. Uw eigen college heeft dit verzoek aan uw laars gelapt.

Voorzitter, u predikt “integraal beleid”. Maar vandaag gooit u alleen het zuur over de schutting.

En het zoet? Dat houdt u ons als een geduldige worst voor. Vindt u het gek dat wij u niet geloven? U leverde immers ook al niet voor 15 juni. U kwam niet met flankerend beleid. Ook al had u hier meer dan 3 maanden de tijd voor.

Voorzitter, ons ordevoorstel aan het begin van dit debat was juist hierop gericht. Om door uitstel méér balans in de plannen te krijgen. Met een fors en serieus pakket flankerende maatregelen.

Maar vandaag moest en zou dit eenzijdige pakket doorheen er worden gedramd. Niet omwille van een duurzaam Brabant. Maar omwille van een duurzame coalitie.

Waarom? Waarom niet een paar maanden wachten en ons dan een integraal pakket maatregelen, inclusie robuust flankerend beleid, voorleggen? Boter bij de vis.

Voorzitter, en dáár haken wij af.

U hebt vandaag veel kapot gemaakt. En maakt een historische fout.

Wij keuren zowel uw proces als uw beleid af.

Daarom dienen wij, overigens niet tot ons plezier, een motie van afkeuring in.

En stellen wij voor om de stemming over beide Verordeningen uit te stellen,

tot het moment dat het flankerend beleid compleet én concreet is.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij – termijn 2 (7 juli 2017)

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017)

Inleiding

Voorzitter,

de BZW;

VNO-NCW; AgriFood Capital;

VVD‘er Uri Rosenthal;

de Dierenbescherming;

Bob Hutten;

Agrifirm;

Campina;

de ZLTO;

het NAJK;

het BAJK;

de Trotse Jonge Boeren;

Boeren horen bij Brabant;

Boerenprotest Baarle;

de Rabobank;

ABAB;

VION;

de POV;

de NVV;

de NVM;

de NFE;

veehandel Paridaans & Liebregts;

mengvoerbedrijf Fransen Gerrits;

De Heus Diervoeders;

de HAS Hogeschool;

verschillende AgriFood Capital gemeenten;

de gemeente Sint Anthonis; de gemeente Baarle-Nassau;

de gemeente Cranendonck; de gemeente Alphen-Chaam; de gemeente Gilze en Rijen;

de gemeente Dongen; de gemeente Deurne;

de gemeente Asten;

de gemeente Someren;

de provincie Limburg;

de VVD-fractie in Deurne;

de VVD-fractie in Someren;

de VVD-fractie in Bergeijk;

de VVD-fractie in Heeze-Leende;

de VVD-fractie in Oirschot;

de VVD-fractie in Reusel-De Mierde;

de VVD-fractie in Woensdrecht;

de VVD-fractie in Hilvarenbeek;

de VVD-fractie in Meierijstad;

de VVD-fractie in Gilze en Rijen;

de VVD-fractie in Moerdijk;

de VVD-fractie in Boxmeer;

de VVD-fractie in St. Michielsgestel.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Van links tot rechts. Van publiek tot privaat. Alle genoemde partijen en organisaties hebben grote bezwaren tegen deze plannen.

Voorzitter, dit college was toch die “vernieuwende” coalitie die het helemaal anders zou aanpakken? Het frisse college dat sámen met de Brabanders op zoek ging naar innovatieve oplossingen? Samenwerken, co-creatie, draagvlak: uw linkse coalitieakkoord staat er vól mee.

Voorzitter, deze plannen zijn op geen enkele manier te rijmen met hoe u zegt te willen werken.

Integendeel:

  • een complete sector in de gordijnen;
  • hele families die door de armoedegrens gaan;
  • jonge boeren die geen toekomst meer zien;
  • boze werkgeversverenigingen;
  • gemeenten die zeggen dat uw plannen onuitvoerbaar zijn;
  • financiers die waarschuwen voor een financieel sprookje,
  • en juristen die een berg juridische procedures voorspellen.

 Voorzitter, wij spreken nu alle vier de coalitiepartijen aan: VVD, SP, D66 en PvdA.

Waarom tóch deze plannen doorzetten, ondanks zóveel kritiek en zó weinig draagvlak? Dát is de kernvraag vandaag.

Gelooft u werkelijk dat deze plannen kans van slagen hebben, óf is hier sprake van een politieke deal over de rug van honderden ondernemers en boerenfamilies? Zij hebben recht op het eerlijke antwoord.

Wij stellen deze vraag aan gedeputeerde Spierings en aan gedeputeerde Van den Hout, de architecten van deze plannen.

Maar óók aan gedeputeerde Pauli: hoe kunt u, als VVD’er en als hoeder van familiebedrijven, de mensen hier in de ogen kijken en beweren dat deze plannen voor hen goed uitpakken?

En aan gedeputeerde Swinkels. Want zeg nou zelf: voor dit soort plannen, die leiden tot een armoedeval onder een grote groep Brabanders, bent u als SP’er toch niet de politiek ingegaan?

En tot slot een vraag aan het gehele college: vindt ú deze plannen een voorbeeld van goed, fatsoenlijk bestuur? Graag van u allen een reactie.

Voorzitter, dit college startte meer dan een jaar geleden met een “dialoog”, maar dreigt nu te eindigen met een dictaat. Met uw voorstellen bereikt u géén duurzame agrarische sector. Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector. En die kloof is nog nooit zo groot geweest als nu.

Een enorm gebrek aan draagvlak is het probleem, maar óók de sleutel tot de oplossing. Wij willen daarom dat de besluitvorming over deze plannen wordt uitgesteld, dat de gedeputeerden teruggaan naar de onderhandelingstafel, en dat zij met nieuwe, gedragen voorstellen komen.

De gehele oppositie, van links tot rechts, wil met u meedenken. Als CDA zeggen we er graag onze zomervakantie voor af. En we komen met een motie.

Voorzitter, voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken.

Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen:

  • leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér;
  • leiden niet tot minder intensivering, maar méér;
  • leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring;
  • drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop;
  • helpen de natuur niet;
  • zijn niet uitvoerbaar;
  • financieel niet haalbaar;
  • juridisch niet houdbaar;
  • en bestuurlijk onfatsoenlijk.

Een aantal voorbeelden waaruit dit blijkt:

1)

Nog vóórdat de mesttafel-overleggen waren afgerond, kwam u met nieuwe maatregelen voor stikstofreductie en met een nieuwe, vervroegde deadline. Alsof je de hypotheek op je huis ineens jaren eerder moet aflossen. Onmogelijk, oneerlijk en onbetrouwbaar.

2)

De milieu-eisen uit de Verordening natuurbescherming hebben tot dusver nog niet geleid tot minder stikstof in de natuur. Kortom, de effecten van uw maatregelen blijven uit. En dus zijn uw maatregelen juridisch discutabel. En uitgerekend daar waar de stikstofdaling wél op koers ligt, gaat u de eisen nog verder aanscherpen. Om de vrije stikstofruimte daarna zogenaamd weg te geven aan andere sectoren.

Maar is dat wel echt zo? Kan gedeputeerde Van den Hout dat garanderen? Want voor die projecten was toch al lang ruimte gereserveerd? Hoe kunt u zwart op wit garanderen dat deze ruimte in de economie terecht komt? Wel een relevant punt, omdat u daarmee de VVD heeft overgehaald.

En voorzitter, dát is meteen de cruciale vraag: want wat is nu eigenlijk de milieuwinst door het naar voren halen van de datum, terwijl in 2028 dezélfde uitstootwinst zou worden geboekt?

U en ik hebben het duidelijk gehoord bij de tientallen insprekers. Een versnelling naar 2022 is niet haalbaar voor de sector. Ook omdat u boeren dwingt te kiezen voor de snelste oplossing (aangepaste stallen) i.p.v. de beste oplossing (nieuwe stallen).

Wanneer u de deadline 2028 zou handhaven, komt u zowel uw afspraak met de boeren als uw afspraak met de natuur na. Dát is pas behoorlijk bestuur.

Wij dienen een amendement in om de deadline 2028 te handhaven.

Voorzitter, het college negeert in haar plannen de biologische sector. Boeren met keurmerken. Of boeren in gebieden waar uitstoot geen probleem is en maatregelen geen effect hebben. Of boeren die op korte termijn gaan stoppen. Voor hen moet op zijn minst een uitzondering voor komen. Voor deze boeren dienen wij 2 amendementen en 2 moties in:

Voorzitter, als CDA vinden wij het belangrijk om de juiste cijfers te kennen, vóórdat we ingrijpende maatregelen nemen waarvan het effect niet is bewezen. Dat heet behoorlijk bestuur.

Nu is er behalve over stikstofmeting óók veel discussie over de meetwijze en effecten van ammoniakuitstoot. Bijvoorbeeld over het feit dat ammoniak nu maar op 2 plekken in Brabant wordt gemeten. 2 plekken, waar u uw beleid op baseert. Dat moet anders.

Bent u van plan onze eerdere motie “Meten is weten” te gaan uitvoeren?

3)

Voorzitter, uw plannen voor mestverwerking komen niet van de grond.

Het college kiest voor grootschalige verwerking van mest op industrieterreinen. Wij zijn daar tegen. Wij vrezen dat dit niet alleen leidt tot maatschappelijke onrust, maar óók tot tal van juridische problemen. En of het ecologisch verstandig is, is ook nog eens volstrekt onduidelijk.

Hoe ziet de SP dit, met de ervaringen uit Oss nog vers in het geheugen?

Wij raden u aan te kiezen voor mestverwerking bij agrarisch-technische bedrijven, zoals kasteel-Meeuwen in Aalburg en Houbraken in Bergeijk. Helpt u deze “Willie Wortels” vooruit.

De zin over het aanvoeren van mest via pijpleidingen mag dan wat ons betreft worden geschrapt. Onzinnig en onwerkbaar, dus dienen wij 2 moties in.

En daarnaast wij zien ook kansen voor het verwerken van mest door loonwerkers. Hiervoor ook een motie.

Voorzitter, in de plannen wil het college de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot. Deze limiet is een gemiste kans.

Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige vervanger van kunstmest. U zou dit dan ook als provincie moeten faciliteren. In een innovatieve en concurrerende mestverwerkingsmarkt gaan dan de kosten voor de boer omlaag. Dat blijkt uit uw eigen onderzoek, waarin we lezen dat uw maatregelen méér boeren de armoede in jagen. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn, vragen wij aan de SP?

Mestverwaarding is goed voor de boer én voor het milieu.

Wij dienen een motie in om álle mest te gaan verwerken.

4)

Voorzitter, een belangrijke peiler onder uw plannen is het zogenaamde “stalderen”. Een sloop-plicht voor boeren die willen uitbreiden. Hier slaat u wat ons betreft de plank volledig mis.

Uw plannen zijn financieel niet haalbaar. Stalderen kost namelijk veel geld, zeker als boeren dat alléén moeten financieren.

Het kost zóveel geld, dat boeren óf noodgedwongen stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn.

Bovendien straft u welwillende boeren die al dure aanpassingen hebben gedaan met uw verbod op intern salderen.

Dat verbod moet worden opgeheven. Hiertoe dienen wij een motie in.

5)

Voorzitter, de stalsystemen die u voorschrijft in de inmiddels beruchte “Bijlage 2” bestaan in een aantal gevallen nog niet. En zijn dus praktisch niet haalbaar.

6)

En dan het “flankerend beleid”, ofwel “de maatregelen als schaamlapje voor het bloeden”. Maar het college wil voor deze maatregelen vooralsnog geen cent uittrekken. En wat het beleid inhoudt, is ook totaal onduidelijk.

Geen verband, pleister of doekje voor het bloeden: nee, u amputeert een been en laat de patiënt stuiptrekkend en met bloedverlies achter.

Oh ja, u wilt een investeringsfonds ter waarde van 30 miljoen euro oprichten om boeren te helpen met verduurzamen. Maar de pot blijft leeg zolang gemeenten, banken en andere private partijen niet willen inleggen.

Hierover is nog geen enkele afspraak gemaakt, dus op welke wijze helpt dit fonds de boer vooruit? Hoe haalbaar is dit?

Volgens ons is het niet haalbaar. D66 zal dit luchtballonnetje ongetwijfeld een “living lab” noemen, wij noemen het een roekeloos experiment.

Als CDA pleiten wij voor een saneringsfonds om kwetsbare gebieden echt een alternatief te bieden. Hiervoor een motie, getiteld “Warm saneren in hotspot gebieden”.

7)

Voorzitter, een laatste voorbeeld.

Gemeenten moeten een groot deel van dit beleid gaan uitvoeren. Maar dat is een onmogelijke opgave, gelet op de verwachte ambtelijke capaciteit en dure procedures. Dit signaal klinkt uit alle hoeken van de provincie. Wat u voorstelt, is niet uitvoerbaar.

 Afsluiting

Voorzitter, vandaag staat 1 sector in de spotlights. Maar er is ook 1 grote afwezige. Een speler die Écht de sleutel tot verduurzaming in handen heeft: de retail. Het wordt hoog tijd dat zij haar maatschappelijke verantwoordelijkheid echt vorm en inhoud geeft. En niet de schijn ophoudt met cosmetische marketingtrucs en ondertussen boeren met wurgcontracten uitmelkt en marges afroomt.

Mede namens ons dient collega Vreugdenhil hiertoe een motie in.

Voorzitter, ik rond af. Vandaag is hoe dan ook een “historische” dag voor Brabant. Want na een onverantwoord proces van besluitvorming, dreigt over de rug van de agrarische sector een besluit te vallen dat enorme impact heeft op deze bedrijfstak, op aanverwante sectoren én op het Brabantse buitengebied.

Een besluit dat niet bijdraagt aan een duurzame agrarische sector, dat niet kan rekenen op enig draagvlak en dat praktisch, financieel, juridisch en technisch niet haalbaar is.

Van links tot rechts kan niemand zich in deze plannen vinden. En het allerergste: het kan u allemaal niets schelen.

Straks valt hier een besluit met enorme consequenties. Een kloof in Brabant. De provincie had daarin haar verantwoordelijkheid moeten en kunnen nemen. Dat heeft zij niet gedaan.

Máár voorzitter, het is nog niet te laat. Wij roepen college en coalitie op, in het bijzonder de VVD, om deze plannen te laten vallen. En terug te gaan naar de onderhandelingstafel.

Tot zover, voorzitter. Op een aantal onderwerpen zullen wij nog met extra moties of amendementen komen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (7 juli 2017)

Opinie Ton Braspenning: ‘Verduurzamen met boerenverstand’

Opinie van Statenlid Ton Braspenning in Nieuwe Oogst d.d. 24 juni 2017.

Verduurzamen met boerenverstand

Provincie Noord-Brabant besluit op 7 juli over een omvangrijk en ingrijpend pakket maatregelen die de landbouw moeten verduurzamen. De grootste hervorming van de agrarische sector in jaren is echter zeer omstreden.

Ton Braspenning
Melkveehouder en lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Met gezond boerenverstand kan ik er niet bij wat de provincie voorstelt. Het effect is namelijk tegengesteld aan wat we beogen. Zo is het milieu-effect minimaal en wordt dit vervolgens teniet gedaan door de stikstofruimte te verplaatsen naar de industrie en logistiek.

En in plaats van meer verduurzaming, ruimte voor familiebedrijven én een beter verdienmodel resulteert het beleid in meer schaalvergroting, familiebedrijven die omvallen en gezinnen die door de armoedegrens gaan.

In het voorstel krijgen boeren in plaats van tot 2028 nog maar tot 2022 de tijd om hun stallen aan te passen aan de nieuwe milieueisen (minder stikstofuitstoot). Eisen die zo streng worden, dat er geen stallen bestaan die eraan kunnen voldoen. En met de adder onder het gras dat de vergunningen al vóór 2020 rond moeten zijn.

Financiering door baken is lastig door eerdere milieu-investeringen en lage prijzen. Een bank zal een terugbetalingsgarantie eisen, wat leidt tot schaalvergroting. Dit wordt bevestigd door het onderzoek naar het effect van dit pakket maatregelen.

Boven op de versnelde, kostbare milieueisen moeten boeren die oude, milieuvervuilende stallen willen vervangen door nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit stalderen is kostbaar en een hoge financiële drempel om het bedrijf voort te zetten.

Om deze kosten te omzeilen zullen veel uitbreiders kiezen voor een satellietlocatie, wat de maatschappelijke inbedding van een bedrijf niet altijd ten goede komt.

Mestverwerking of export van mest is voor veel boeren eveneens een hoge kostenpost. In Noord-Brabant zijn voor boeren te weinig mogelijkheden om mest kwijt te raken. De provincie wil in haar nieuwe plannen de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot.

Deze limiet is een gemiste kans. Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige kunstmestvervanger. De provincie zou dit moeten faciliteren.

De provincie motiveert een groot deel van haar plannen door te stellen dat minder stikstofuitstoot door boeren leidt tot een betere bescherming van de Brabantse natuur. Maar eigen onderzoek van de provincie toont aan dat de vermindering die nu al is gehaald, ongeveer 20 procent, niet is terug te zien in minder stikstof op natuur. Daar is tot op heden geen verklaring voor.

De provincie bepleit ook dat minder stikstofuitstoot door boeren ten goede moet komen aan meer uitstoot door andere bedrijfssectoren of wegen. Wat schiet de natuur hier feitelijk mee op?

De provincie roept gemeenten, banken en pensioenfondsen op om boeren te ‘helpen’ bij het verduurzamen. Ze zouden allemaal geld moeten storten in een op te richten investeringsfonds. Maar hierover staat nog niets op papier. Onzeker is of deze onmisbare partners überhaupt bereid zijn om mee te doen.

Mijn conclusie: hoe goedbedoeld de plannen van de provincie ook zijn, de plannen zijn praktisch, financieel en juridisch onhaalbaar. Duurzaamheid is gebaat bij economisch perspectief op korte én op lange termijn. Laten we deze lange termijn niet uit het oog verliezen, want ook het platteland van morgen is een platteland met boeren.

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 23/06

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(23-06-2017)

Voorzitter,

We zijn er al eerder duidelijk over geweest: deze plannen pakken dramatisch uit voor de landbouw en de sectoren die daar vanaf hangen.

U wilt naar een duurzame agrarische sector. Het CDA ook.

Maar met ons gezonde verstand begrijpen wij niet welke doelstellingen u met deze plannen wilt bereiken.

Wat u wilt is praktisch, financieel, juridisch én technisch niet haalbaar:

  • omdat de stalsystemen er niet zijn (praktisch);
  • omdat staldering zóveel geld kost dat boeren óf stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn (financieel);
  • omdat de milieueisen uit de Verordening natuurbescherming niet hebben geleid tot minder stikstof in de natuur (een verschil tussen gemeten en gerealiseerde uitstoot dat bureau Arcadis niet kan verklaren) (juridisch);
  • omdat de plannen voor mestverwerking niet van de grond komen (technisch).

Kortom: de effecten van uw maatregelen zijn tegengesteld aan wat u beoogt.

Wij, en met ons vele andere organisaties hier aanwezig, zien bovendien dat u de stikstofruimte die u creëert meteen weer weggeeft aan andere sectoren, zoals de industrie en de logistiek. Het milieueffect is minimaal. En wat is nu de doelstelling: natuurdoelen halen uit het Convenant óf uitstoot inzetten voor andere plannen?
Wat is nu eigenlijk de milieuwinst die u boekt met het vervroegen van de deadline 2028?

Het CDA vreest dat uw plannen leiden tot:

  • nóg meer schaalvergroting, want alleen grote bedrijven kunnen uw maatregelen betalen;
  • de ondergang van familiebedrijven, inclusief innovatieve landbouwbedrijven en jonge boeren (zie brief ZLTO);
  • gezinnen die door de armoedegrens gaan, volgens uw eigen onderzoek meer dan de helft (ik kan mij voorstellen dat een partij als de SP zich daar ook niet goed bij voelt);
  • een dreun voor bedrijven die al hebben geïnvesteerd in biologisch boeren en ketenverwaarding.

Met dit voorstel bereikt u géén duurzame agrarische sector.
Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector, die nog nooit zo groot is geweest als nu.

Provinciale Staten zou er goed aan doen om de gedeputeerden terug maar de onderhandelingstafel te sturen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (23 juni 2017)

Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over het Convenant Stikstof en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS.

Geacht college, 

Op 7 april jl. verzorgde de organisatie Connecting Agri & Food voor leden van Provinciale Staten een presentatie over de effecten van het voorgenomen stikstofbeleid van de provincie.

De fractie van het CDA heeft toen enkele vragen gesteld over het Convenant Stikstof, waarop wij de antwoorden tot op heden nog niet hebben ontvangen.

Graag leggen wij deze vragen, samen met een aantal extra vragen over de (herstel)maatregelen i.h.k.v. de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), daarom opnieuw aan u voor.

1. Onder punt 2 van het Convenant Stikstof lezen we over het saneren van ca. 40 tot 50 bedrijven rondom Natura 2000-gebieden om zgn. ‘piekbelasting’ op te heffen.

a) Wat is de stand van zaken van deze sanering?

b) Hoeveel bedrijven zijn er tot dusver gesaneerd gedurende de looptijd van het Convenant Stikstof?

c) Wat is het effect van deze sanering voor de stikstofdepositie (stikstofneerslag) op kwetsbare natuur?

2.

a) Hoeveel bedrijven die een proportionele stikstofdepositie veroorzaken zijn gelegen rondom kwetsbare natuur?

b) Hoe groot is daar de depositie op de natuur?

3. Twee van uw convenantpartners zijn de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Nu u voornemens bent het Convenant Stikstof te gaan wijzigen, nemen wij aan dat u met uw partners bestuurlijk overleg heeft gehad.

a) Wat was de reactie van de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond op uw voorgenomen wijzigingen van het Convenant Stikstof?

b) Welke maatregelen neemt de provincie Limburg?

4. Ongeveer een jaar geleden heeft Provinciale Staten Noord-Brabant het addendum bij de zgn. ‘grondnota’ gewijzigd, zodat de provincie gronden zou kunnen gaan verwerven.

a) Wat zijn de ervaringen hiermee tot nu toe?

b) Hoe verloopt de grondaankoop?

c) Op welk moment in het proces van grondaankoop besluit Gedeputeerde Staten over het inzetten van onteigening om gronden te kunnen verwerven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Marianne van der Sloot over de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Geacht college, 

Gisteren noemde gedeputeerde Van den Hout in het televisieprogramma KRAAK de productiewijze van boeren erger dan de drugsdumpingen in Brabant1.

Het CDA heeft kennisgenomen van deze uitlatingen en wij hebben voor u de volgende vragen:

  1. Bent u als college bereid publiekelijk afstand te nemen van de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?
  2. Bent u als college bereid publiekelijk excuses aan te bieden aan alle Brabantse boeren voor de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2632941003/Bedrijfsvoering+boeren+schadelijker+voor+milieu+dan+vele+drugsdumpingen.aspx.