Schriftelijke vragen over doeltreffendheid flankerend beleid veehouderij

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Caroline van Brakel over de doeltreffendheid van het zgn. ‘flankerend beleid’ (ondersteunende maatregelen) voor de veehouderij.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over doeltreffendheid flankerend beleid veehouderij.

Geacht college,

Op 29 juni jl. spraken Provinciale Staten Noord-Brabant over de voortgang ondersteunende maatregelen transitie veehouderij. Het zogenaamde ‘flankerend beleid’.

In het verlengde van deze themabijeenkomst, die een technisch en informerend karakter had, zou het CDA u graag de volgende schriftelijke vragen willen stellen:

  1. Waar hoopt u in 2019 te staan met uw beleid? We doelen dan niet op uw eigen organisatie en de diverse regelingen, maar op de transitie van de veehouderij.
  2. Welke prestaties streeft u na, controleerbaar en haalbaar in zowel technische als financiële zin?
  3. Houdt u vast aan de doelstellingen uit de Verordening natuurbescherming?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Caroline van Brakel

CDA op werkbezoek in Knegsel

Het CDA brengt op maandag 25 juni een werkbezoek aan het duurzame melkveebedrijf van de familie Seuntiëns in Knegsel, gemeente Eersel. Aan het werkbezoek nemen o.a. Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, Statenlid Ton Braspenning en diverse plaatselijke CDA’ers deel.

De familie Seuntiëns opende recent haar vernieuwde koeienstal, voorzien van een hypermodern ‘HyCare’ stalsysteem dat de hygiëne, verzorging én het rendement van de veestapel enorm verbetert. Voor Henny van Dooren, fractievoorzitter van het CDA in Eersel, een goede reden om haar CDA-collega’s in het Europees Parlement en het Provinciehuis uit te nodigen eens te komen kijken.

“En die uitnodiging nemen we graag aan”, aldus Ton Braspenning, woordvoerder landbouw namens het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. “We zijn heel benieuwd naar het bedrijfsverhaal van Jos Seuntiëns, zijn drijfveren en visie op de toekomst van de landbouw. Belangrijk voor Brabant, Nederland én Europa.”

Het werkbezoek start om 12.30 uur en duurt tot 14.30 uur.

Schriftelijke vragen over een APK voor veestallen

Schriftelijke vragen van Statenlid Ton Braspenning over de wens van de provincie Noord-Brabant om een verplichte “APK” voor veestallen in te voeren.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over APK voor veestallen.

Geacht college,

In de afgelopen dagen berichtten verschillende media over uw wens om een periodieke “APK” voor veestallen in te voeren.

Deze verplichte APK is een van de tien maatregelen die het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voorstellen als alternatief voor de Interimwet veedichte gebieden, die door het huidige kabinet niet in procedure zal worden gebracht.

De tien maatregelen op een rijtje1:

  1. Verbeterde werking van het principe “Best Beschikbare Technieken”.
  2. Invoering van een APK voor stallen.
  3. Het vervallen van de mogelijkheid van intern salderen in regelgeving.
  4. Verkleinen compartimenten Meststoffenwetgeving.
  5. De biologische pluimveesector moet ook voldoen aan de emissie-eisen voor fijnstof.
  6. Op termijn strengere generieke emissie-eisen stellen.
  7. Milieunormen opnemen in bestemmingsplannen.
  8. Invoering van het principe stalderen.
  9. Adequate beëindiging van de Stoppersregeling ammoniak in 2020.
  10. Uitrol ontwikkelde portal voor een goede monitoring van de werking van luchtwassers.

Sommige van deze maatregelen kan een gemeente of provincie nu al doorvoeren op basis van huidige bevoegdheden. Voor de maatregelen A t/m F is aanpassing van landelijke wetgeving vereist. Hiervoor wilt u gaan lobbyen in Den Haag.

Naar aanleiding van het memo en het lobbydocument waarin u uw plannen hebt beschreven2, heeft het CDA voor u de volgende vragen:

In uw memo schrijft u dat voor de provincie Noord-Brabant op korte termijn met name de maatregelen A t/m D van belang zijn én dat uw lobby zich op deze maatregelen concentreert.

  1. Is over deze maatregelen, in het bijzonder over de maatregelen A t/m D, overleg geweest met de agrarische sector?
  2. Op welke punten is aanpassing van landelijke wetgeving noodzakelijk?
  3. Wat is de rol van Provinciale Staten in het (lobby)traject dat u wilt inzetten: waar is een beslissing van Provinciale Staten een voorwaarde voor nieuw beleid en op welke regelgeving?
  4. Wat maakt dat het niet beter is om dit in de Omgevingsvisie te regelen?
  5. Leeftijd van stallen en staldering op bedrijfsniveau zijn uitgebreid aan de orde geweest in het veehouderijdebat van 7 juli 2017. Gaat hetgeen toen besproken en besloten is u nog niet ver genoeg?
  6. Welke gevolgen hebben deze maatregelen: wat voor investeringen betekent dit voor de landbouw en hoe vertaalt dit zich in een beter verdienmodel voor agrarische ondernemers?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning

1 Meer informatie: https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=905120.

2 Meer informatie: https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=905120.

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Mondelinge vragen over vervuilde ammoniakmetingen meetstation Vredepeel

Mondelinge vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over vervuilde ammoniakmetingen van meetstation Vredepeel.

Klik op de volgende link: Mondelinge vragen over vervuilde ammoniakmetingen meetstation Vredepeel.

Geachte voorzitter,

Afgelopen week berichtten veel (agrarische) media over de ‘vervuiling’ in de meetgegevens van meetstation Vredepeel met betrekking tot ammoniak. Die zou worden veroorzaakt doordat het station is gelegen op ongeveer 150 meter van een groot pluimveebedrijf, terwijl richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uitgaan van minimaal 300 meter. De analyses van de onderzoekers laten zien dat het pluimveebedrijf grote invloed heeft en zorgt voor een vertekening van de metingen ammoniakconcentratie.

Ook de provincie Noord-Brabant heeft deze vervuilde, vertekende gegevens gebruikt bij de uitgangspunten voor haar beleid. Hierom zou het CDA graag de volgende mondelinge vragen willen stellen aan het college van Gedeputeerde Staten, tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 mei 2018:

01. Wat is de reactie van het college van Gedeputeerde Staten op het gegeven van de onderzoekers dat Brabantse ammoniakcijfers lijken te zijn ‘opgeplust’ door verkeerde gegevens?

02. Hoe komt het dat de locatie van het meetstation Vredepeel in een rapport van de provincie is veranderd ten opzichte van de werkelijke locatie?

03. 

  1. Was u op de hoogte van deze situatie?
  2. Wat vindt u hiervan?

Het CDA heeft in het (recente) verleden meerdere malen aandacht gevraagd voor het ter discussie staan van de meetgegevens van ammoniak. Dit heeft zich onder andere gemanifesteerd in twee moties getiteld Meten is weten.

04. Bent u het met het CDA eens dat de gegevens over de ammoniakdepositie nu toch weer extra ter discussie staan?

05. Verwacht u niet, net zoals het CDA, dat er zonder betere en meer meetpunten de discussie over de kwaliteit van de meetgegevens blijft terugkeren?

06. Verwacht u dat het in twijfel trekken van de ammoniakgegevens uw beleid juridisch kan ondermijnen?

07. Bent u het met het CDA eens dat de discussie over de betrouwbaarheid van het meten en modelleren van ammoniakdepositie afleidt van waar het echt over zou moeten gaan: hoe dringen we op een economisch en maatschappelijk proportionele manier de ammoniakdepositie terug?

08. Welke acties gaat u ondernemen om de betrouwbaarheid van de meetgegevens voor eens en voor altijd buiten discussie te plaatsen?

Wij hopen dat de procedurevergadering van Provinciale Staten positief besluit over toelating van deze mondelinge vragen tot het Vragen(half)uur tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 mei 2018.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over vergoeding mezenschade

Schriftelijke vragen van Statenlid Ton Braspenning over het vergoeden van vraatschade aan fruitbomen veroorzaakt door mezen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over vergoeding mezenschade.

Geacht college,

Op 9 mei jl. oordeelde de Raad van State dat provincies vraatschade veroorzaakt door mezen moeten blijven vergoeden1, zoals te lezen was in o.a. het Algemeen Dagblad2 en agrarisch weekblad Nieuwe Oogst3.

Tot 1 januari 2017 konden fruittelers bij mezenschade rekenen op een (afgebouwde) schadevergoeding van het Faunafonds. Sindsdien bestaat het Faunafonds niet meer en is met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet natuurbescherming het fauna(schade)beleid gedecentraliseerd naar de provincies. Die zijn van mening dat mezenschade tot het ‘normaal ondernemersrisico’ behoort en niet hoeft te worden vergoed. Per 1 januari 2017 ontvangen fruittelers daarom géén schadevergoeding meer.

Het CDA is het met de fruittelers eens dat van normaal ondernemersrisico echter geen sprake is. De mees is een beschermde zangvogel, wat het nemen van effectieve maatregelen, op een bedrijfseconomisch verantwoorde manier, onmogelijk maakt. Het gevolg: fruittelers blijven zitten met aangepikt en onverkoopbaar fruit.

De Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) ging op 2 augustus 2017 tegen de beslissing van het Faunafonds en de provincies in beroep en kreeg van de rechter gelijk: bij vraatschade moet schadevergoeding worden blijven gegeven. Naar aanleiding van het hoger beroep aangetekend door de provincie Gelderland fluit nu ook de Raad van State de provincies terug.

Nu het fruitseizoen voor de deur staat, wil het CDA de schadevergoeding voor fruittelers snel geregeld zien en heeft voor u de volgende vragen: 

  1. Bent u bekend met de uitspraak van de Raad van State d.d. 9 mei jl. over het vergoeden van mezenschade?
  2. Wat gaat u aan de hand van deze uitspraak doen?
  3. Bent u, gegeven de naderende start van het fruitseizoen, bereid om Provinciale Staten hierover op korte termijn te informeren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning

1 Zie https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=95043&summary_only=&q=.

2 Zie https://www.ad.nl/zeeland/raad-van-state-blokkeert-afbouw-vergoeding-mezenschade-perenboomgaarden-kapelle~a44c9314/.

3 Zie https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2018/05/09/rechter-fluit-provincies-terug-om-mezenschade.

Schriftelijke vragen over dodelijke verkeersongevallen in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Ankie de Hoon over dodelijke verkeersongevallen in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over dodelijke verkeersongevallen in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam.

Geacht college,

De ene week vieren we in Brabant dat er in de komende jaren honderden miljoenen euro’s worden uitgetrokken om verkeersknelpunten als de A58 en A2 aan te pakken, de andere week lezen we dat t.a.v. verkeersveiligheid onze provincie de verkeerde lijstjes aanvoert. Wellicht ten onrechte, maar het beeld ontstaat dat Brabant op dat gebied het slechtste jongetje van de klas is én het roept de vraag op of de ingezette maatregelen en acties effectief genoeg zijn (zie ook onze schriftelijke vragen van 26 april jl.1).

Nadat vorige week het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers publiceerde waaruit blijkt dat Brabant het hoogste aantal verkeersdoden telt van heel Nederland2, berichtte vanochtend Omroep Brabant dat de kans op een dodelijk verkeersongeval in Nederland het grootste is in Baarle-Nassau3. Buurgemeente Alphen-Chaam staat op de tweede plaats. De omroep baseert zich op getallen van www.verkeersveiligheidsvergelijker, een initiatief van de Fietsersbond, SWOV en Veilig Verkeer Nederland.

Naar aanleiding van de berichtgeving van vandaag heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. De cijfers van de website www.verkeersveiligheidsvergelijker beslaan de periode 2007-2016. Bent u bekend met de cijfers van 2017 en/of kunt u vaststellen of er sprake is van een daling, stijging of gelijk blijven van het aantal dodelijke verkeersongevallen in beide gemeenten t.o.v. 2016 (conform de door www.verkeersveiligheidsvergelijker gehanteerde wijze van onderzoeken)?

02. Zijn de cijfers op de website www.verkeersveiligheidsvergelijker.nl volgens u betrouwbaar en valide?

03. In hoeverre betrekt u cijfers als deze, maar bijvoorbeeld ook informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, bij het provinciaal (verkeersveiligheids)beleid?

04. Momenteel is de aanleg van de randweg N260 rond Baarle in volle gang, die moet zorgen voor een betere doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid in en om Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. Verwacht u dat met de realisatie van deze randweg, voorzien eind 2018, het aantal (dodelijke) verkeersongevallen naar beneden zal gaan?

05. Bij het verhogen van de verkeersveiligheid in en om Baarle-Nassau en Alphen-Chaam lijkt de provinciale weg N639, die van Baarle-Nassau door de bebouwde kom van Chaam naar Ulvenhout loopt, een cruciale rol te spelen.

  1. Is dat zo? Met andere woorden: vinden veel van de geregistreerde verkeersongevallen op en om deze weg plaats?
  2. In samenwerking met gemeenten en Rijkswaterstaat hebt u reeds een aantal maatregelen aangekondigd die de verkeersveiligheid van de N639 moeten gaan verbeteren, zoals trajectcontrole op de maximumsnelheid, waarschuwingsborden voor vrachtwagenchauffeurs en verbeterde wegbelijning. Bent u gegeven bovengenoemde cijfers bereid te kijken naar aanvullende (verkeersveiligheids)maatregelen over de gehele lengte van de weg?  
  3. Wat is de status van het onderzoek naar een rondweg rond Chaam?

06. Heeft de provincie een lijst waarop alle provinciale wegen staan gerankt/gecategoriseerd op (on)veiligheid?

  1. Indien ja, waar op deze lijst staan de N260 en N639?
  2. Indien ja, bent u bereid de volledige lijst openbaar te maken?
  3. Indien ja, volgt uw onderhoudsplanning deze ranking/categorisering?
  4. Indien ja, komt deze ranking/categorisering overeen met uw eigen prioriteitenlijst van aan te pakken gevaarlijke verkeerslocaties?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Ankie de Hoon

1  Zie https://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2018/04/Schriftelijke-vragen-over-verkeersdoden-in-Brabant.pdf.

2 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2773931123/Brabant+telt+meeste+verkeersdoden,+98+slachtoffers+onder+wie+35+fietsers.aspx.

3 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/277606972/Kans+op+dodelijk+ongeluk+het+grootst+in+Baarle-Nassau+.aspx.

Opinie Jaco Geurts en Ton Braspenning: ‘Geef de veehouderij een kans’

Opinie van Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Statenlid Ton Braspenning in het Brabants Dagblad d.d. 19 maart 2018.

Geef de veehouderij een kans

Als we niet oppassen is er straks niet een zoon of dochter meer die het boerenbedrijf over wil nemen. Stop de negatieve beeldvorming. We doen het in Nederland heel goed.

Jaco Geurts
Ton Braspenning

GASTOPINIE

Het CDA staat voor een veehouderij die in balans is met zijn omgeving. Het is best lastig om die balans te bereiken, want het gevoel van onbalans komt meer vanuit een beleving dan vanuit de feitelijkheden. Boeren hebben geïnvesteerd in innovatieve stallen met onder andere welzijnsvloeren, zodat zij de beste zorg kunnen bieden aan hun dieren. Alleen wordt dat vaak weggelaten in de berichtgeving. Het CDA sluit haar ogen niet en wil juist zorgen voor de balans tussen de veehouderij en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Waarbij er ruimte geboden wordt voor boeren om te blijven boeren. Dat betekent de dialoog aangaan met elkaar: lokaal, provinciaal en landelijk.

Naast de zorg voor dieren zetten CDA’ers zich lokaal, provinciaal en landelijk in om verder te bouwen aan een duurzame en innovatieve veehouderij. Daarbij zijn de zorg voor volksgezondheid en aanbevelingen van de Gezondheidsraad leidend. Wij zijn daarbij van mening dat het kabinet voor breed gedragen gezondheidsonderzoek moet zorgen waarbij niemand vraagtekens kan zetten. Wij vinden het onbegrijpelijk dat onze boeren continue worden bekritiseerd over de manier waarop zij werken, ondanks dat wij het in Nederland heel goed doen. Deze negatieve beeldvorming blijft niet zonder gevolgen. Want als we zo doorgaan dan is er geen enkele boerendochter of -zoon meer die nog verder wil met het familiebedrijf. Dan verliezen we goed en betrouwbaar voedsel van eigen bodem en de economische waarde daarvan voor de BV Nederland.

Bloeiende sector

Steeds meer toeleverende bedrijven aan de agrarische sector dreigen te vertrekken naar het buitenland. De ontwikkeling en toepassing van innovaties stokt in Nederland. Mede omdat de meest duurzame ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn, milieu en economie in Nederland niet gebouwd mag worden. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling zijn alleen maar mogelijk met voldoende boeren en boerinnen. Het CDA is van mening dat een bloeiende Nederlandse agrarische sector met oog voor de positie van boer en tuinder en haar omgeving daarom zeer belangrijk is.
Door steeds veranderende regels en een ongelijk speelveld in de Europese Unie wordt het veel boeren onmogelijk gemaakt om een eerlijke prijs en daarmee een goed inkomen te verwerven. Om aan de eisen te voldoen moet er stevig worden geïnvesteerd. Al die extra regels van de provincie Brabant zorgen er alleen maar voor dat de investeringen in duurzame en zorgvuldige oplossingen niet worden bevorderd en brengen zeer hoge kosten met zich mee. Investeringen zijn alleen mogelijk als de opbrengsten deze investeringen rendabel maken. Daar is momenteel absoluut geen sprake van. Het doel van nieuwe regelgeving moet zijn, dat gezonde bedrijven toekomst hebben, dat jonge ondernemers makkelijker een bedrijf kunnen overnemen en dat stoppende ondernemers een oudedagvoorziening hebben.

Voedselscheidsrechter

Daarnaast wil het CDA dat er een voedselscheidsrechter komt, die proactief de steeds schevere marktstructuur aanpakt. Dit als oplossing voor meer balans op de markt en tegen een ongelijk speelveld. Wij sluiten onze ogen niet voor de groeiende onbalans maar gaan juist over tot actie. Daarom is in het regeerakkoord opgenomen dat we de gezondheid- en leefomgevingsrisico’s niet willen negeren. Met de sector en overheden wordt ingezet op een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden. Hier is 200 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. Wij menen dat daarnaast een verdere dialoog tussen boeren en inwoners plaats moet vinden. Juist om ervoor te zorgen dat we voldoende en goed voedsel blijven produceren, en dat agrarische ontwikkelingen voldoende ruimte krijgen. Daarnaast moeten we zorgen dat milieumaatregelen het juiste effect hebben op de juiste plaats. En moeten we ervaren overlast aanpakken en geen generiek beleid maken wat alleen maar leidt tot minder investeringsmogelijkheden voor ondernemers met als gevolg meer armoede op het platteland.

Jaco Geurts is CDA Tweede Kamerlid. Ton Braspenning is CDA Statenlid Brabant.

 

CDA op werkbezoek bij Vencomatic Group

Het CDA brengt op 19 februari een werkbezoek aan de Vencomatic Group in Eersel. Aan het werkbezoek nemen Tweede Kamerlid Jaco Geurts, Statenlid Ton Braspenning en verschillende plaatselijke CDA’ers deel, onder wie de raadsleden Henny van Dooren en Wim de Win en burger-lid Ria Bernards.

De Vencomatic Group is gespecialiseerd in de huisvesting van pluimvee, behandeling en verwerking van eieren en klimaatcontrole voor pluimveestallen. Het bedrijf ontwikkelt houderij systemen voor pluimvee, waaronder legnesten, zitstokken, inpakmachines voor eieren en volière systemen. Innovatie, duurzaamheid en dierenwelzijn spelen daarbij een belangrijke rol.

Op het programma van het werkbezoek aan de zgn. ‘Venco Campus’ staan o.a. een rondleiding door het meest duurzame industriële gebouw van Europa, een gesprek over de innovatie-agenda van de Vencomatic Group en verschillende andere actuele onderwerpen. Tijdens het bezoek spreekt de CDA-delegatie ook met Lotte van de Ven, per 1 mei a.s. de nieuwe CEO van de Vencomatic Group, en met Susanne Vonk-Stravens, manager van de pluimveespecialisten.

Het gezamenlijke werkbezoek is een initiatief van Jaco Geurts, woordvoerder landbouw, natuur en voedselkwaliteit en water namens de CDA Tweede Kamerfractie. De Brabantse en Eerselse CDA-fracties zijn blij met zijn komst. “Een prachtig idee om eens bij de Vencomatic Group op bezoek te gaan. Het is wereldwijd een toonaangevend bedrijf dat belangrijke ontwikkelingen doet voor de pluimveesector en tegelijkertijd bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken als innovatie, duurzaamheid en dierenwelzijn.” Aldus Ton Braspenning, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

CDA reikt ‘Brabantse Stoere Boerenkalender’ uit aan BzV-boerin Agnes

Het CDA reikt op 12 februari een kalender met fotoportretten van twaalf stoere, Brabantse boeren uit aan boerin Agnes Lensing-van de Ven uit Gasselternijveen, bekend van het televisieprogramma Boer zoekt Vrouw (seizoen 2007-2008).

De kalender is gemaakt door het CDA in de provincie Noord-Brabant, dat aandacht wil vragen voor de mooie kanten van de landbouw in een tijd waarin er ook veel negatief nieuws over de agrarische sector naar buiten komt.

Hierom kondigde het CDA een jaar geleden aan twaalf Brabantse boeren te willen portretteren, die elk een stoer boerenverhaal belichamen. Uit de vele en uiteenlopende aanmeldingen die volgden koos het CDA twaalf boeren uit, die vorige maand op de foto gingen en hun stoere verhaal lieten optekenen. Het eindresultaat is een kalender, die digitaal en in een beperkte papieren oplage via het CDA verkrijgbaar is.

CDA-politicus Ton Braspenning, initiatiefnemer en zelf melkveehouder in Noord-Brabant:

“Er zijn veel mooie verhalen te vertellen uit de agrarische sector. Over boeren die lef hebben, die iets doen wat anderen niet doen, en die werken met liefde en passie. Achter iedere foto die we hebben gemaakt zit een bijzonder verhaal. Een verhaal dat we door willen geven. Via deze kalender.”

Bijvoorbeeld het verhaal van stoere boer Paul. Hij werkte tot drie jaar geleden als marketeer, maar gaf die carrière op om met zijn vrouw het boerenbedrijf van haar oom over te nemen. Een gedurfde stap, zeker in deze tijd, die Paul een plek op de novemberpagina van de kalender bezorgde. Of het verhaal van stoere boer Ad (oktober), die biologisch boert en samenwerkt met natuurorganisatie Brabants Landschap om mens, dier en omgeving het beste van het beste te geven. Weer een ander verhaal is dat van stoere boer Leo, die investeerde in zonnepanelen om zijn bedrijf energieneutraal te laten draaien. Hij is te zien in zomermaand augustus.

Braspenning is trots op de kalender, die meer is dan een verzameling van twaalf plaatjes. “Het is een ode aan het agrarisch familiebedrijf geworden.”

Het CDA hoopt dat de ‘Brabantse Stoere Boerenkalender’ navolging krijgt in andere provincies. “Er is zoveel moois te laten zien en te vertellen over de landbouw. De positieve kant van de sector is veel groter dan de negatieve kant.” Aldus Braspenning.