Schriftelijke vragen mobiele bereikbaarheid

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over mobiele bereikbaarheid in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mobiele bereikbaarheid.

Geacht college, 

Naar aanleiding van het bericht Brabanders zeer ontevreden over bereik mobiele telefoon, rapportcijfer 5,1 bij Omroep Brabant, volgend op een enquête en onderzoek uitgevoerd door de NOS en Omroep Brabant, heeft de Provinciale Statenfractie van het CDA de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Bent u bekend met het bericht Brabanders zeer ontevreden over bereik mobiele telefoon, rapportcijfer 5,1 evenals het onderliggende onderzoek/enquête?
  2. In de slimste provincie van Nederland is het mobiele telefoonbereik het slechtste in Nederland na de provincie Drenthe. De Brabanders waarderen dit gemiddeld met een 5,1. Het CDA vindt dit zeer onwenselijk. Kent u vergelijkbare historische onderzoeken en ziet u verbetering in de bereikbaarheid in Brabant?
  3. Hoewel u natuurlijk niet verantwoordelijk bent voor het mobiele netwerk, is het CDA wel benieuwd naar hoe u naar dit thema kijkt. Ontwikkelt u bijvoorbeeld specifiek of ‘flankerend’ beleid?
  4. De gemeente Sint-Oedenrode, per 1 januari 2017 Meierijstad, scoort het slechtste met een 3,7 en is daarmee na het Drentse Westerveld de slechtst scorende gemeente. Dit wordt vooral veroorzaakt door de kern Olland, waar nauwelijks bereik schijnt te zijn. Soms zijn inwoners van de gemeente Sint-Oedenrode niet eens in staat om alarmnummer 112 te bellen. Het CDA vindt dit niet alleen onwenselijk, maar óók gevaarlijk. Bent u bereid om mee te denken over en mee te werken aan een oplossing?
  5. Indien ja, welke rol ziet u hier voor de provincie?
  6. Bent u bereid om met de verschillende providers in gesprek te gaan over een oplossing voor de ‘blinde vlekken’ in Brabant, zoals in Meierijstad en Baarle-Nassau?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

Inbreng CDA bij Statenbehandeling Bestuursrapportage 2016

Statenbehandeling Bestuursrapportage 2016

Spreektekst Stijn Steenbakkers namens de fractie van het CDA                                         

Voorzitter, voor ons ligt de BURAP. Maar wellicht nog belangrijker: voor ons ligt ook de nota reserves, die gaat over de spaarpot van de Brabanders van 3,2 miljard euro. We hebben afgesproken dat dit stuk slechts één keer in de vier jaar voorligt. Om die reden zal een groot deel van de inbreng van het CDA dan ook gaan over deze nota en het algemeen financieel beleid.

BURAP beleidsinhoudelijk

Voorzitter, maar eerst kort de voortgang van de verschillende portefeuilles op hoofdlijnen. We zijn gaan kijken naar binnen welke portefeuilles er nu daadwerkelijk meters worden gemaakt. Om meer in college thermen te blijven: in welke portefeuilles wordt de beloofde beweging in Brabant nu daadwerkelijk gebracht? Papier en infographics zijn immers geduldig.

Voorzitter, en dan zie je dat er grote, zeer grote verschillen zijn in de voortgang die de verschillende gedeputeerden op de verschillende portefeuilles maken. De één maakt beweging (wellicht niet altijd precies de kant op die het CDA had gewild), maar er gebeurt in ieder geval iets. Terwijl we bij de ander bij wijze van spreken het gevoel hebben dat men zojuist pas heeft ontdekt verantwoordelijk te zijn voor het specifieke onderwerp. Voorzitter, omdat het CDA er geen politieke versie van ‘ranking the stars’ van wil maken trappen we maar af in willekeurige volgorde:

Bestuur – mevrouw Spierings: veerkrachtig bestuur 

Positief is dat veel gemeenten ermee aan de slag gaan. Voorzitter, het CDA blijft echter zeggen dat herindelen niet altijd het magische toverwoord is. Is de gedeputeerde het daar mee eens en wat vindt zij zelf van de vorderingen op het gebied van veerkrachtig bestuur? Voorzitter, een aandachtspunt is dat de provincie zelf ook wat aan veerkrachtig bestuur mag doen. Denk bijvoorbeeld aan de B1000. T.a.v. het landbouwdossier maken wij ons zorgen het toekomstperspectief voor de varkenshouderij. Wordt hier nu aansluiting gezocht bij de landelijke lijn of gaat de gedeputeerde hier zelf het wiel uitvinden?

Economie – de heer Pauli 

Voorzitter, we zijn hier over het algemeen enthousiast, complimenten aan de gedeputeerde. Een sterke inzet op internationalisering, aandacht voor innovatie en een mooie benutting van Europese middelen. We hebben nog wel een aantal verbetersuggesties, maar die bespreken we bij de begroting. Een belangrijke vraag voor nu is dat we tien neerwaartse bijstellingen zien m.b.t. de POP 3 middelen i.v.m. de optimalisatie van de Rijksdienst voor Ondernemen. Kan de gedeputeerde hier wat meer kleur op geven?

Ecologie – de heer Van de Hout

Voorzitter, we waarderen de inzet van de gedeputeerde, maar inhoudelijk maken we ons hier echt grote zorgen. De woorden ‘vertraging’, ‘doorschuiven’ en ‘wachten’ zijn in dit begrotingshoofdstuk bijna meer te vinden dan alle leestekens samen opgeteld. Ook zijn er hoofdpijndossiers als de NB-wet en de PAS, waar slechts langzaam vorderingen worden gemaakt. Hebben we de stapel NB-wet vergunningsaanvragen en aanvragen onder het nieuwe PAS-regime op dit moment onder controle?

Als je kijkt naar het lijstje afwijkingen in dit hoofdstuk word je ook niet echt vrolijk. Vertraagd/uitgesteld zijn o.a.:

  • Leefbaarheidsonderzoek Brabant Veiliger
  • Voortgangsrapportage natuur
  • Vaststellen Natura 2000 beheerplannen
  • Evaluatie nota handhavingskoers
  • Twee saneringssituaties

Kortom gedeputeerde, genoeg aandachtspunten! Hoe kijkt de gedeputeerde hier zelf tegenaan?

Cultuur en Samenleving – de heer Swinkels

Voorzitter, we zijn te spreken over de voortgang op het gebied van cultureel erfgoed. Ook zijn we enthousiast over het recent aangekondigde plan om de Vuelta naar Brabant te halen. Wat ons betreft mag er nog meer aandacht voor sport zijn vanuit dit college. Aandachtspunt vinden we echt de sociale veerkracht paragraaf. Er wordt veel gepraat, in houtskool geschetst etc., maar wanneer en hoe exact gaan de mensen het buiten zien? Andere vraag is of de gedeputeerde vindt genoeg financiële middelen te hebben om een goed én barmhartig beleid op sociale veerkracht te kunnen voeren.

Mobiliteit – de heer Van der Maat

Voorzitter, we zien hier een gedeputeerde die voortvarend aan de slag is. Hoewel we inhoudelijk over een belangrijk dossier natuurlijk anders denken, willen wij onze waardering uitspreken voor de snelheid en manier waarop deze gedeputeerde is gekomen met een bereikbaarheidsakkoord voor Zuid-Nederland. We blijven echter veel fileleed zien in Brabant en we zijn er dus nog lang niet.

Losse vraag is waarom de kostendekkingsgraad niet voldoet als prestatie indicator in het OV. Waar is deze in 2016 op uitgekomen?

Ruimte – de heer Van Merrienboer 

Voorzitter, ook hier zijn we positief over de voortgang. Op het gebied van leegstand en werklocaties wordt hard gewerkt en het omgevingsvisie dossier vordert ook. We hebben op deze dossiers nog wel inhoudelijke voorstellen, maar deze komen bij de begroting.

Een andere belangrijk dossier van deze gedeputeerde is Financiën. Ik wil het met de heer Van Merrienboer in het tweede deel van mijn inbreng dan ook vooral hebben over het algemeen financieel beleid en meer specifiek de nota reserves.

Financieel beleid/Nota reserves

Voorzitter, laat ik beginnen met het proces en dat het heel goed is om deze nota, die gaat over de spaarpot van de Brabanders, hier grondig te bespreken. Het CDA zou het van goed financieel rentmeesterschap vinden getuigen dat deze nota over reserves, mede gezien de enorme financiële impact van 3,3 miljard, ook nog eens wordt aangeboden tegen het einde van de bestuursperiode indien de marktomstandigheden hier om vragen (bijvoorbeeld stijgende rentes). Graag een reactie van de gedeputeerde.

Voorzitter, over het algemeen kunnen we het financiële beleid en de nota reserves ondersteunen. We hebben echter grote problemen met twee specifieke onderdelen:

Punt 1 is de dividend en rente reserve. Voorzitter, dit is een principieel punt. We lezen dat door een hoger rendement op de immunisatieportefeuille er 1,8 miljoen euro is toegevoegd aan de algemene reserves, waardoor dit vrij inzetbaar geld is. Dit is niet de afspraak die we met elkaar hebben gemaakt! Eventuele boekwinsten of extra verdiensten uit de immunisatieportefeuille gaan tot het maximum van 360 miljoen euro (zoals nu voorgesteld door GS) naar de dividend en rente reserve pot. Per 31december 2016 staat deze reserve pas op 156 miljoen euro, dus het maximum is nog lang niet bereikt. Het verbaast ons dat dit zo is besloten. Helemaal in het licht van de notitie over het vermogen uit maart 2016 én de externe validatie van professor Koedijk. Die stelt terecht dat de toekomstige rendementen zeer onzeker zijn. Daarom moet de buffer hier zo groot mogelijk zijn. U hebt die zelf op 360 miljoen euro gezet en dat is met een reden. Het CDA heeft dan ook een amendement om dit geld naar de dividend en rente reserve te brengen in plaats van naar de algemene reserve.

Omdat we weten dat het doelrendement in de nabije toekomst een probleem wordt, maakt het CDA ook een andere keuze m.b.t. de vrije begrotingsruimte en doorgeschoven middelen. In totaal is dit 47,9 miljoen euro. Er wordt nu voor gekozen om 31,9 miljoen euro door te zetten naar de volgende bestuursperiode en de rest te egaliseren in deze bestuursperiode. Voorzitter, we zien onder de huidige marktomstandigheden een financieel probleem aankomen t.a.v. het doelrendement. Het CDA kiest er dan ook middels een amendement voor om additioneel 24 miljoen euro toe te voegen aan de dividend en rente reserve (12 miljoen euro egalisatie en 12 miljoen euro doorgeschoven ruimte naar de volgende bestuursperiode). Er blijft dan meer dan genoeg vrije begrotingsruimte over in deze en de volgende bestuursperiode. Vandaar dit amendement.

Voorzitter, dan nog een aantal losse vragen:

  • De Brede Doeluitkering mobiliteit en rijksmiddelen voor natuur zijn sinds 2016 onder het provinciefonds komen te vallen. Als decentralisatie uitkering vallen zij daarmee nu onder de algemene middelen en zijn onderdeel van de afweegbare ruimte. Aan de andere kant wordt melding gemaakt dat de middelen voor mobiliteit gereserveerd blijven. Kan de gedeputeerde dit bevestigen? Het CDA wil dat deze middelen blijvend gealloceerd worden voor mobiliteit.
  • Voorzitter, verder lijken de bestemmingsreserves fors te groeien van 370 miljoen euro naar EUR 810 mln. GS meldt echter dat de BDU uitkering hierdoor lopen. Hoe zit dit precies?
  • Voorzitter, verder lezen we dat er geen rentebijschrijving zal plaatsvinden op de reserves. Op zich begrijpen we deze keuze. Waar gaat de rente op sommige reserves dan wel naartoe als deze niet op het nominale bedrag wordt bijgeschreven?
  • Het SIF. Is dit volgens de gedeputeerde voldoende gevuld voor de opgave op het gebied van mobiliteit de aankomende jaren en hoe is dit berekend? Moet hier extra gespaard worden?
  • Voorzitter, tot slot de strategie op het vermogen. We hebben ervoor gekozen leningen aan publieke instellingen en subsidies/leningen met maatschappelijk nut op te schroeven. Het beheer ligt intern bij de provincie. Met name bij de niet-publieke instellingen is het kredietrisico dat we als provincie lopen op deze partijen key. Het CDA zou graag in het platform P&C meegenomen worden in hoe de provincie hier gestalte aan geeft.

Tot zover mijn eerste termijn.

CDA: géén numerus fixus voor technische studies

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant maakt zich zorgen over de aangekondigde numeri fixi voor technische studies. Steeds meer onderwijsinstellingen beperken de toegang tot opleidingen tot bijvoorbeeld procesoperator, metaalbewerker of onderhoudstechnicus. Een slechte zaak, vindt het CDA, want de roep om technisch geschoold personeel is groot.

Het CDA stelde daarom gisteren de volgende schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten:

  1. Bent u bekend met het artikel Ondernemers laaiend over studentenstop techniek in Het Financieele Dagblad van 14 oktober jl.?
  2. Volgens dit artikel gaan Nederlandse universiteiten op dubbel zoveel technische studies nog maar beperkt studenten toelaten, via een zgn. ‘numerus fixus’. Een voorbeeld hiervan zijn de studies Werktuigbouwkunde en Industrieel Ontwerpen. Weet u of ook de Technische Universiteit Eindhoven (Tu/e) de toegang tot technische studies heeft beperkt of voornemens is dit te doen? Indien ja, om hoeveel studies gaat het en om welke studies?
  3. Indien ja, is bij u bekend met welke reden(en) heeft de TU/e dit gedaan?
  4. Bedrijven geven aan dat ook hbo- en mbo-instellingen de toegang tot technische studies beperken. Dit terwijl er een groot tekort is aan procesoperators, metaalbewerkers en onderhoudstechnici. Weet u of ook Brabantse hbo- en mbo-instellingen technische studenten weigeren? Indien ja, om hoeveel studies gaat het en om welke studies?
  5. Indien ja, is bij u bekend met welke reden(en) deze onderwijsinstellingen dat doen?
  6. Bent u bereid in gesprek te gaan met de betreffende onderwijsinstellingen en samen te kijken of en hoe de provincie kan helpen bovengenoemd probleem op te lossen? Bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, door dataverzameling, voorfinanciering of bemiddeling.
  7. Omdat Brabant met haar sterke maak- en technische industrie zo afhankelijk is van goed geschoold technisch personeel, vindt het CDA een optimale samenwerking tussen onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven én de overheid cruciaal. Bent u bereid om in dat kader in 2017 een Brabantse Technische Onderwijs Top te faciliteren c.q. te organiseren?
  8. Indien u hiertoe niet bereid bent: waarom niet en hoe ziet u de rol van de provincie dan wel?

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder Economische Zaken):

“Brabantse bedrijven zitten te springen om technisch geschoold personeel. Wanneer wij er zelf niet in slagen voldoende technici op te leiden, zullen er ofwel meer buitenlandse technici naar Nederland komen ofwel zullen bedrijven hun technische afdelingen naar het buitenland verplaatsen. In beide scenario’s leidt dit tot verlies van banen, wat funest is voor onze Brabantse maakeconomie.”

Het CDA roept de provincie op om met onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden een Brabantse Technische Onderwijs Top te organiseren en samen te zoeken naar een oplossing.

CDA op werkbezoek bij Van Acht in Sint-Oedenrode

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant brengt op 7 oktober a.s. een werkbezoek aan Van Acht Koel- & Vriesopslag in Sint-Oedenrode. Onder andere fractievoorzitter Marianne van der Sloot en Statenlid Stijn Steenbakkers, tevens kandidaat-Kamerlid, zijn hierbij aanwezig.

Van Acht Koel- & Vriesopslag verzorgt voor bedrijven de opslag van allerlei soorten goederen, zoals groenten en fruit. Het familiebedrijf bestaat sinds 1930 en inmiddels staat de derde generatie aan het roer.

Op het programma staan o.a. een bedrijfspresentatie van Erik van Acht en een gesprek met Maddy Goossens, voorzitter van de Contactgroep Veghelse Ondernemingen (CVO). Deregulering en de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zijn o.m. onderwerpen van gesprek.

Jan Goijaarts, wethouder te Veghel én lijsttrekker voor het CDA bij de verkiezingen in Meijerijstad, neemt eveneens deel aan het werkbezoek en zal de aanwezigen toespreken.

Stijn Steenbakkers:

“Familiebedrijven zijn de ruggengraat van onze economie. Hun bedrijfsfilosofie, waarin normen en waarden en maatschappelijke verantwoordelijkheid heel belangrijk zijn, heeft Nederland door de crisis geholpen. Als CDA staan we pal voor familiebedrijven. We zijn vereerd dat we bij de familie Van Acht te gast mogen zijn en horen graag hoe zij tegen het Brabantse ondernemersklimaat aankijken.”

Opinie Stijn Steenbakkers over Attero

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad van 16 september 2016 (pagina 16)

Van 170 miljoen naar een miljard: een neoliberaal sprookje

Buitensporige winst op ons afval

Was de verkoop van Attero wel zo’n ‘uitstekende deal’? Goed dat er een onafhankelijk onderzoek komt.

Stijn Steenbakkers


GASTOPINIE

Stel: u verkoopt uw huis eind 2013 voor 170.000 euro. Binnen anderhalf jaar vindt de nieuwe eigenaar ‘toevallig’ 183.000 euro spaargeld in een oud keukenkastje en zet dit op zijn spaarrekening. Verder investeert hij niet veel in het huis: koopt geen grond bij, vervangt de kozijnen niet en alles blijft enkel glas.

Toch wil de nieuwe eigenaar van al zijn buren extra geld zien. Vanwege ‘goed gedrag’. Ook lijkt het erop dat de nieuwe eigenaar eind 2016 zijn huis voor meer dan 1 miljoen euro kan verkopen.

Klinkt bizar? Toch vat dit verhaal de geschiedenis van afvalverwerker Attero goed samen. Met Brabant als grootste aandeelhouder verkocht een groep provincies en gemeenten Attero – voorheen Essent Milieu – in 2013 voor slechts 170 miljoen euro aan investeringsmaatschappij Waterland. Meteen na de verkoop trekt deze nieuwe eigenaar voor miljoenen euro’s extra leningen aan voor Attero, om dit geld (zo’n 183 miljoen euro) vervolgens aan zichzelf uit te keren. De gehele aankoopprijs is dus in anderhalf jaar tijd terugverdiend.

Bedankje

Attero verwerkt voor veel gemeenten afval. Omdat de inwoners hun afval steeds beter scheiden, kreeg Attero minder afval dan afgesproken in de contracten. Attero’s eigenaar Waterland deelt daarom boetes uit aan gemeenten die te weinig afval aanleveren. Boetes die de belastingbetaler betalen. Een bedankje voor het scheiden van uw afval.

Het kan nóg gekker: de provincie meldt deze week dat Attero alweer door Waterland wordt verkocht. Volgens Reuters aan Chinezen, die er een miljard euro voor over zouden hebben. Desondanks houdt Brabants verantwoordelijk gedeputeerde Pauli vol dat de verkoopprijs van 170 miljoen euro een ‘uitstekende deal’ was. Ik zet daar mijn vraagtekens bij.

Het Attero-dossier roept veel meer vragen op. Vragen die het CDA herhaaldelijk aan Gedeputeerde Staten heeft gesteld. Hoe kan het dat de nieuwe eigenaar zo buitensporig veel dividend uitkeert aan zijn aandeelhouders? Zitten er extra risico’s aan de enorme schuldpositie bij Attero en mag dit zomaar? Was de verkoopprijs wel goed? Waarom krijgen gemeentes boetes van Attero vanwege goed gedrag?

Antwoord krijgen blijkt moeilijk, mede omdat een aantal essentiële documenten geheim zijn. Statenleden uit Brabant en Limburg pleitten onder andere daarom voor een onafhankelijk onderzoek door de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK). Gisteren werd bekend dat dit onderzoek er komt. Gelukkig! De ZRK gaat onderzoeken of de verkoop (en waardering) van Attero juist en zorgvuldig is verlopen én of Provinciale Staten goed zijn geïnformeerd. De resultaten worden begin 2017 verwacht.

Wat die uitkomsten ook zullen zijn, feit blijft dat PS unaniem, op basis van de toen beschikbare informatie, vóór verkoop van Attero hebben gestemd, met veel op- en aanmerkingen. Tegen PS werd gezegd: afval verwerken is geen overheidstaak; de markt kan het goedkoper en beter; en er wordt een goede prijs betaald.

Maar de kernvraag is fundamenteler. Als afvalverwerking geen (kern)taak van de overheid is, waarom dan wel voor de markt? En is een investeringsmaatschappij met een kortetermijnstrategie wel de juiste aandeelhouder? Op de lange termijn kent de afvalbranche grote gevolgen voor maatschappij en milieu. Denk aan het opslaan van afval.

Ik vind dat de economie en politiek van vandaag zijn doorgeschoten in het neoliberale marktdenken; het hardnekkige geloof dat een volledig vrije markt alles beter kan. In een aantal gevallen klopt dit, maar in vele zeker niet. Het is een achterhaalde opvatting uit de 20e eeuw, waar onder andere Ruttes VVD nog steeds trots op is. Ten onrechte.

Het moet gaan om wat optimaal is voor de gehele samenleving op langere termijn. Dienstbaarheid aan de echte, reële economie. Het CDA heeft niets tegen de vrije markt, niets tegen investeringsmaatschappijen en niets tegen mooie winsten maken. Neoliberale excessen moeten echter verdwijnen. Terug naar het gezond verstand, terug naar een op lange(re) termijn gerichte economie, terug naar het derde principe van Sybrand Buma: een eerlijke economie!

Stijn Steenbakkers is Statenlid in Brabant voor het CDA en kandidaat-Tweede Kamerlid

Klik op de volgende link om deze opinie in het Brabants Dagblad in originele opmaak terug te lezen: BD Gastopinie Stijn Steenbakkers.

CDA over Tourambitie provincie: “niet achterover leunen, maar demarreren”

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is blij met de positieve grondhouding van de provincie Noord Brabant t.a.v. een provinciale lobby voor een ‘Brabantse’ Touretappe of etappe in een vergelijkbaar wielerevenement. Wel mist het CDA bij het college van Gedeputeerde Staten nog enige ambitie én een concrete invulling.

Het CDA stelde recent schriftelijke vragen over dit onderwerp, die vorige week zijn beantwoord (zie Antwoord op schriftelijke vragen over Tour de France door Brabant).

Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning:

“Als CDA zijn we blij met de positieve grondhouding van de provincie, maar we hadden gehoopt op méér ambitie van een college dat nota bene Beweging in Brabant als motto heeft gekozen. De antwoorden op onze vragen zijn namelijk nog weinig concreet. Zo erkent het college het belang van lobbyen voor sportevenementen, maar ziet het niet het nut in van aansluiting bij lobby-initiatieven als die in Limburg gericht op een Touretappe in Zuid-Nederland. Het CDA vindt dat een gemiste kans. Om het in wielertermen uit te drukken: ”Brabant moet niet achterover hangen in het peloton, maar demarreren. De Tour wacht op niemand.”

In reactie op de antwoorden van het college heeft het CDA de volgende schriftelijke vervolgvragen gesteld:

  1. Wij begrijpen dat lobbytrajecten lang kunnen duren. In juni/juli jl. stond echter nog niet vast wat in 2017 het parcours van de Tour de France ná de proloog zou zijn. Op basis waarvan concludeert u in antwoord op vraag 4 dat het ondersteunen van de Limburgse lobby niets toevoegt?
  2. Bent u bereid om over deze conclusie met verantwoordelijk gedeputeerde Koopmans uit Limburg in gesprek te gaan?
  3. Indien ja, bent u dan bereid om, als blijkt dat ondersteuning vanuit Brabant wel degelijk van toegevoegde waarde is voor een Touretappe in Zuid-Nederland, een concreet voorstel hiertoe te doen aan Provinciale Staten?
  4. Wanneer 2017 toch te snel komt, laat het antwoord ‘wellicht’ op vraag 6 Brabant tamelijk in het ongewisse. U schrijft dat u een inventarisatie van de kansen voor Brabant gaat maken. Kunt u ons een doorkijkje geven naar deze inventarisatie? Voor welke evenementen acht u Brabant kansrijk?
  5. Voor welke wielerevenementen gaat u zich concreet inzetten?
  6. Hoeveel geld is er ongeveer met het binnenhalen van deze evenementen gemoeid?
  7. Helpt het u wanneer Provinciale Staten vooraf de financiële kaders goedkeurt? U hebt dan als college het mandaat om zonder financieringsvoorbehoud te opereren in uw lobby richting de betreffende organisaties én volstrekt duidelijk te zijn over financiële ondersteuning vanuit Brabant.
  8. In uw antwoorden op onze vragen meldt u dat financiële ondersteuning een belangrijke succesfactor is om (sport)evenementen naar Brabant te halen, maar óók dat een langdurige relatie met de organiserende instantie(s), in het geval van de Tour de France is dat de A.S.O.1, van belang is. Hoe onderhoudt Brabant deze relaties? Heeft het college hiervoor budget en capaciteit gereserveerd? En belegt de provincie dit intern of extern?

1 Amaury Sport Organisation.

CDA: verbeter de bereikbaarheid van bedrijven in West-Brabant

CDA: haal de Tour naar Brabant!

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de provincie Noord-Brabant gaat lobbyen om een Touretappe naar Brabant te halen. Het CDA heeft hiertoe schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten.

Als het aan het CDA ligt, voert al in 2017 een etappe van de Tour de France door Brabant. Mocht dat niet mogelijk blijken, dan wil het CDA dat de provincie inzet op een van de Touredities daarna: 2018 of 2019.

In het huidige Sportplan van de provincie Noord-Brabant is er voor grote sportevenementen als de Tour geen plek en geld gereserveerd. Wil er een groot sportevenement in Brabant plaatsvinden, dan is daarvoor een apart voorstel mét financiële dekking nodig. Het CDA vraagt de provincie daarom met een voorstel voor een ‘Brabantse’ Touretappe te komen én een Tour-lobby te starten.

Statenlid Steenbakkers (woordvoerder sport):

“Brabant is een echte sportprovincie, waar top- en breedtesport hand in hand gaan. De Tour de France is niet alleen een sportevenement van wereldklasse, ook brengt de Tour mensen met uiteenlopende achtergronden van over de hele wereld bij elkaar. Tourhelden als Tom Dumoulin en Bauke Mollema zijn een voorbeeld voor generaties kinderen, die elkaar ontmoeten bij een van de vele wielerverenigingen die onze provincie rijk is. Prachtig!

Al jarenlang zetten bekende en immens populaire wielercriteria als die in Boxmeer, Chaam en Roosendaal Brabant op de kaart als provincie die sporten én fietsen hoog in het vaandel heeft. De Tour kan zowel de top- als breedtesport in Brabant een geweldige impuls geven én trekt ongetwijfeld veel Tourliefhebbers en fietstoeristen naar onze provincie. Goed voor de economie. Al met al genoeg redenen om ons maximaal in te spannen voor de Tour door Brabant!”

Het CDA heeft het college gevraagd om behalve voor de Tour de France óók te lobbyen voor andere wielerrondes over Brabantse bodem, zoals de Giro d’Italia en de Vuelta.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning te bekijken: Schriftelijke vragen over Tour de France door Brabant.

Schriftelijke vragen mobiele sporttribunes

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers (CDA) en Maurice Spapens (SP) over mobiele sporttribunes.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mobiele sporttribunes.

Verbazing bij CDA over mogelijk overnamebod Attero

Brabantse schatkist mogelijk miljoenen euro’s misgelopen

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is verbaasd over het bericht dat een of meer Chinese partijen afvalverwerker Attero, het voormalige Essent Milieu, voor ca. 1 miljard euro zouden willen overnemen. Het CDA vreest dat, als de berichtgeving klopt, de Brabantse schatkist miljoenen euro’s is misgelopen.

Het nieuws over de vermeende overname kwam gisteren naar buiten. De provincie Noord-Brabant is, samen met vijf andere provincies en 116 gemeenten, oud-eigenaar van Attero en heeft het bedrijf in 2013 voor 170 miljoen euro verkocht aan een investeringsmaatschappij.

Dat Attero nu, drie jaar later, voor ca. 1 miljard euro weer van eigenaar zou wisselen, doet vermoeden dat de provincie Noord-Brabant, met 30% van de aandelen destijds leider van de verkooponderhandelingen, een slechte deal heeft gemaakt en miljoenen euro’s aan inkomsten is misgelopen. Extra wrang is dat de huidige eigenaar binnen anderhalf jaar al 183 miljoen euro aan dividend heeft uitgekeerd.

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder Economische Zaken en Financiën):

“Als CDA vinden wij het bizar dat Attero na amper drie jaar met een verkoopprijsverschil van mogelijk miljoenen euro’s wordt verkocht. Geld dat van Brabant had kunnen zijn en waarmee we goede dingen voor de Brabanders hadden kunnen doen. Wij willen dat het college dit komt uitleggen en Provinciale Staten op de hoogte houdt van de verdere ontwikkelingen.

Bovendien leidt een nieuwe eigenaar tot veel onzekerheid bij de werknemers van Attero, bij de gemeenten die hun afval via Attero verwerken én bij de Brabantse burger. Dat is niet goed.”

Steenbakkers, die al eerder in een spoeddebat aandacht vroeg voor de buitensporige dividenduitkeringen door Attero’s huidige eigenaar, heeft Provinciale Staten verzocht het college van Gedeputeerde Staten vandaag nog de volgende vragen te mogen stellen.

  1. Bent u bekend met het bericht van Reuters d.d. 14 juli 2016, dat een consortium van partijen bereid is om ca. 1 miljard euro voor Attero te betalen?
  2. Volgens Reuters worden in augustus de eerste biedingen gedaan en moet dit in oktober van dit jaar zijn afgerond. Bent u of iemand anders binnen de provincie hier op enige manier van op de hoogte gebracht?
  3. Hoe verhoudt het bedrag van 170 miljoen euro, dat de vorige aandeelhouders hebben gehad voor de verkoop, zich tot de door Reuters genoemde 1 miljard euro?
  4. Hoe verklaart u dit verschil van 830 miljoen euro in de biedingsprijs in minder dan 3 jaar tijd?
  5. Waarom wordt er in minder dan drie jaar tijd 6 keer méér betaald voor dezelfde club, terwijl de omzet volgens het Financieel Dagblad (berichtgeving: 10 april 2016) in 2015 slechts met 38 miljoen euro is gestegen?
  6. Is het college met dit nieuwe verkoopbedrag nog steeds van mening destijds een goede deal voor Brabant en de Brabantse burger te hebben gesloten?
  7. Is het juridisch en volgens het verkoopcontract voor de huidige eigenaar mogelijk om Attero alweer binnen 3 jaar te verkopen?
  8. Hebben wij afspraken gemaakt over earn out regelingen of over het eventueel meeprofiteren bij een verkoop?
  9. Mocht de verkoop aan deze partij doorgaan, wat betekent een buitenlands aandeelhouderschap dan voor alle gemeenten, de werknemers en de afvalverwerking in Brabant?
  10. De bieding van 1 miljard euro is formeel natuurlijk nog niet bevestigd, maar volgens het Financieel Dagblad (berichtgeving: 14 juli 2016) hoeft dit niet irreëel te zijn daar afvalrecycler Van Gansewinkel drie jaar geleden afvalverbrander AVR óók voor 944 miljoen euro heeft verkocht. Is het college bereid dit proces nauw te volgen en Provinciale Staten gedurende het proces actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen rondom het vermeende verkoopproces?