CDA: onderzoek verscherpt financieel toezicht Eindhoven

Het CDA wil van de provincie weten of verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven nodig is. Hiertoe heeft de partij mondelinge vragen aangemeld voor het Vragenuur tijdens de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant, die vanmiddag plaatsvindt.

Eindhoven verkeert in grote financiële problemen. De gemeente moet haar reserves flink aanspreken om de begroting op papier sluitend te laten zijn. Dit gaat zóver dat het weerstandsvermogen van 89 miljoen euro, conform de wensen 10% van de begroting (894 miljoen euro), nu is gedaald naar 46 miljoen euro. Dit is krap 5,15% van de gehele begroting. Wanneer de gemeente Eindhoven in de toekomst te maken krijgt met extra onvoorziene financiële tegenvallers kan het weerstandsvermogen mogelijk onvoldoende zijn.

De provincie is toezichthouder op o.a. de financiën van gemeentes. In dat kader is elke gemeente verplicht om haar begroting uiterlijk vóór 15 november van het jaar voorafgaand het begrotingsjaar bij de provincie in te leveren (en de jaarrekening uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar). Naar aanleiding van de ingeleverde begroting neemt de provincie in december voor elke gemeente een besluit over de toezichtvorm voor het komende jaar. Zij kan dan besluiten tot repressief of preventief toezicht.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Wij kennen Eindhoven als een slimme regio, die in 2016 zelfs een mainport-status heeft gekregen. Daar kunnen we als Brabant trots op zijn en daar kan en moet zelfs Nederland trots op zijn. De stad is van groot belang voor de regio, voor Brabant én voor Nederland. Als CDA maken wij ons dan ook zorgen over de aanhoudende berichtgeving rondom de financiële tekorten en mogelijke negatieve of beperkende effecten op de economische en andere ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente Eindhoven, de regio en de ‘Zuidelijke Mainport’. Wij zijn benieuwd hoe de provincie, als financieel toezichthouder op gemeenten, hier tegenaan kijkt én wat zij kan doen om Eindhoven te helpen er weer bovenop te komen. Ook wil het CDA weten wat het effect van Eindhovens financiële situatie is op de bestuurskracht van de gemeente én op de bestuurskracht van de regio.”

Het CDA heeft voor het college van gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, de volgende mondelinge vragen:

  1. Heeft de gemeente Eindhoven haar begroting 2018 vóór 15 november 2017 bij de provincie ingeleverd?
  2. Heeft het college al een besluit kunnen nemen over de vorm van toezicht voor de gemeente Eindhoven? Indien ja, hoe luidt dit besluit? Indien niet, wanneer wil het college dit besluit nemen?
  3. Hoe kijkt het college als toezichthouder aan tegen de financiële problemen en specifiek tegen de hoogte van de reservepositie van de gemeente Eindhoven?
  4. Heeft het college voldoende comfort bij de begroting 2018 van de gemeente Eindhoven? Met andere woorden: is de begroting realistisch? Kunnen alle taakstellingen worden gehaald en zijn er andere financiële tegenvallers te verwachten?
  5. Is het college bereid om, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeente Eindhoven een begrotingsscan aan te bieden? Zien beide nog andere ondersteuningsmogelijkheden?
  6. Hoe worden Provinciale Staten in hun algemeenheid meegenomen in het financieel toezicht op gemeenten? De informatie is nu zeer summier. Is het college bereid om net als in andere provincies hier met regelmaat proactief over te communiceren en een overzicht met alle kerngegevens van de verschillende gemeenten samen te stellen?
  7. Eind 2016 heeft de burgemeester van Eindhoven zich in het kader van bestuurskracht stevig uitgelaten over hoe het bestuur in Zuidoost-Brabant eruit zou moeten zien. Hoe moet dit tekort volgens het college worden gezien t.a.v. de bestuurskracht van de gemeente Eindhoven zelf?
  8. Neemt het college deze feitelijke begrotingstekorten van de gemeente Eindhoven ook mee in de bredere discussie over bestuurskracht in de regio en de rol die de gemeente Eindhoven daarin speelt?

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over de provinciebegroting 2018 10/11

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2018
(10-11-2017)

Voorzitter,

Vandaag bespreken we de begroting 2018. Het laatste, echt volledige jaar van deze periode, want in 2019 staan de verkiezingen weer voor de deur. Voor het CDA was oppositievoeren in 2015 nieuw, hoewel ik er wel bij moet opmerken dat we er als partij de laatste jaren in Nederland toch steeds meer ervaring in beginnen te krijgen.

Maar voorzitter, wij hebben ons vanaf het begin voorgenomen om onze grondwettelijke, controlerende taak vanuit de oppositie constructief maar zeer kritisch uit te oefenen. We zaten en zitten enthousiast en strak in de wedstrijd, maar de lijn is simpel: de goede voorstellen steunen we, en proberen we beter te maken, de slechte voorstellen steunen we niet en daar komen we met alternatieven.

En voorzitter, zo’n laatste, echt volledige begroting is toch een moment om eens even terug te kijken wat het college nu al heeft bereikt, wat er nu van het bestuursakkoord is ingevuld en ook om vooruit te kijken naar 2018 en begin 2019.

Laat ik beginnen met te zeggen aan het college, maar ook aan de coalitiepartijen, alle vier, dat er echt zaken bij zitten die het CDA goed vindt en dan ook van harte heeft ondersteund. Ik moet dan bijvoorbeeld denken aan JADS, aan de faciliteit in Woensdrecht, zonne-energie en de sportclubs, de agenda van gedeputeerde Van Merrienboer t.a.v. leegstand en ook afgelopen week de ingreep bij de jachthaven in Raamsdonk. Dus voorzitter, het is echt niet zo dat alles wat dit college doet waardeloos is en vroeger alles beter was. Beslist niet. Ik hecht er zeer veel waarde aan om daar mee te openen richting GS en de coalitiepartijen. Maar… u voelt hem al aankomen.

Maar als je nu écht de balans opmaakt, écht ziet hoe het gaat, écht kijkt waar we nu staan als provincie, is het CDA samen met heel veel Brabanders vooral heel erg teleurgesteld. En voorzitter, als jonge vader weet ik dat teleurstelling uitspreken vaak nog erger is dan boos worden. Dus misschien helpt dat vandaag bij dit college en de collega’s om de koers in 2018 nog echt te veranderen.

Maar voorzitter, waarom zijn wij dan vooral teleurgesteld? Het hoofddoel van dit college was toch dat het alles op een nieuwe, verbindende manier maar vooral sámen met de Brabanders wilde gaan doen? Het hele bestuursakkoord staat vol met wollige teksten hierover. Ze zijn haast niet te tellen. Ik citeer er even een paar. Puur ter herinnering aan wat u zelf hebt opgeschreven.

‘Dat vraagt meer dan voorheen om flexibel en dynamisch te opereren van het provinciebestuur. Slim en constructief meebewegen met initiatieven vanuit de samenleving.’

of

‘We moeten als overheid meer loslaten en ruimte bieden aan initiatief van onderop in goede samenwerking.’

en tot slot

‘Beleid ontstaat steeds meer uit co-creatie in horizontale verbanden.’

Voorzitter, dat ‘samen’ en ‘verbindende’ is iets dat het CDA van oudsher zeer aanspreekt. Zo is Brabant groot geworden. Maar de vraag is: als u echt eerlijk in de spiegel kijkt, als u puur reflecteert, als u dat durft, vindt u dat dan gelukt? Of juist niet?

Voorzitter, al die mooie teksten: ‘samenwerken’, ‘van onderop’, ‘co-creatie’. Dat heeft een aantal Brabanders, organisaties en partners van de provincie geweten na 2,5 jaar lang dictaten en verassingen uit ’s-Hertogenbosch.

  • Vraag maar eens aan de cultuursector, de philharmonie zuidnederland bijvoorbeeld, hoe betrouwbaar er volgens hen wordt samengewerkt.
  • Vraag maar eens aan mensen en partijen actief op het domein van sociale veerkracht en leefbaarheid hoe betrouwbaar en goed signalen van onderop worden opgepikt.
  • Of aan de provincie Limburg of het Rijk, als belangrijke partners in het veehouderijdossier, of de philharmonie hoe transparant en open de samenwerking is.
  • Of vraag de gemeentes Haaren en Nuenen maar eens hoe flexibel en dynamisch er van onderop wordt bewogen door dit provinciebestuur.
  • Of vraag aan de ouderen hoe goed er is samengewerkt en gecommuniceerd met hen en de ouderenbonden.
  • Of vraag de ZLTO/de boeren in Brabant hoe de ‘co-creatie’ van dit liberale college hen tot dusver bevalt in het veehouderijdossier.

Voorzitter, bij samenwerken en communiceren zijn er natuurlijk altijd twee partijen nodig. Het is dus niet zwart of wit en wij schuiven de schuld in alle genoemde gevallen ook niet voor de volle 100% in uw schoenen. Maar feitelijk is het natuurlijk gewoon wél zo dat onder dit college met al deze partijen geruzie, gedoe of ge-emmer is, er weinig tot geen voortuitgang wordt geboekt en de verhoudingen op scherp staan.

Voorzitter, bijna wekelijks zien we brieven en artikelen in de krant over de rol, houding en communicatie van dit college. Niet van één sector, niet van één partij maar van veel verschillende mensen, groepen of organisaties.
Voorzitter, in uw eigen bestuursakkoord had u zo’n groot hoofddoel en wordt er zoveel gesproken over ‘samenwerking’, ‘co creatie’, ‘van onderop’ en weet ik wat al niet meer.

Wat is in een aantal gevallen de praktijk dan toch anders:

  • u wilde verbinden, maar creëerde afstand;
  • u wilde co-creëren, maar zaaide argwaan;
  • u wilde het samen doen, maar lijkt vooral bezig met het in stand houden van het eigen verstandshuwelijk.

Voorzitter, hoewel ik het zelf te sterk aangezet vond hoorde ik dit laatst op een bijeenkomst over herindelingen. ‘Een zweem van liberale arrogantie is te horen, te voelen en te ruiken rondom de Brabantlaan 1. Zoiets van: wij verlichte en gestudeerde bestuurders uit ‘s-Hertogenbosch zullen het eens helemaal anders gaan doen en u vertellen hoe het moet.’ Voorzitter, het CDA vindt dit ietwat te sterk uitgedrukt, maar snapt de opmerking wel. Het geeft aan hoe houding, gedrag en communicatie aan de andere kant kunnen worden beleefd. Reflecteert u daar als college genoeg op?

Voorzitter, nogmaals: bij samenwerking en communicatie is het niet vaak zwartwit. Maar voorzitter, het is ook nog niet te laat. We gaan niet met een flauwe motie komen, maar verzoeken u op dit punt echt eens stevig met elkaar te reflecteren op de hei. Een verzoek met klem om uw koers te wijzigen. Verander uw houding richting Brabant en ga daadwerkelijk het constructieve gesprek aan. Als u de helft van alle teksten over ‘samenwerking’ en ‘co-creatie’ uit het bestuursakkoord invult met deze partijen zijn wij al dik tevreden.

Voorzitter, dat is onze hoofdboodschap vandaag. Onze verdere inbreng zal eerst kort gaan over een aantal financiële punten in de begroting en vervolgens meer uitgebreid over de voorstellen die het college doet voor 2018 én een aantal aandachtspunten en alternatieven die het CDA heeft op enkele dossiers.

Financiën
Voorzitter, het CDA wil beginnen met de gedeputeerde en alle ambtenaren te danken voor het heldere stuk werk dat is afgeleverd. Wij hebben eerst een financieel punt dat we met de gedeputeerde willen bespreken.

Voorzitter, de gedeputeerde van Financiën weet dat ik hem hoog heb zitten en hem zie als een gedeputeerde die structurele houdbaarheid van de financiën hoog in het vaandel heeft staan, problemen niet vooruit wil schuiven en helderheid en transparantie essentieel vindt. Voorzitter, en om die reden verbaast het me zo dat de gedeputeerde akkoord is gegaan met een in mijn ogen onhoudbare, niet heldere financiële doelredenering voortkomend uit het bestuursakkoord. Voorzitter, men had namelijk besloten om alle uitgaven van de provincie in de toekomst niet te indexeren voor loon- en prijsstijgingen van in totaal circa 3%. De redenering was dat, omdat de MRB inkomsten niet werden geïndexeerd, in 2015-2019 de uitgaven ook maar niet moesten worden geïndexeerd. Dat lijkt me de omgekeerde weg: omdat we besluiten de MRB inkomsten niet te indexeren, vindt er plotseling geen inflatie meer plaats?

Voorzitter, ik moet daarbij direct denken aan de situatie wanneer je verstoppertje gaat spelen met een kind van 2 jaar oud, en vele papa’s, mama’s, opa’s, oma’s en tantes en ooms in de zaal zullen het herkennen. Wanneer je met een kind van 2 verstoppertje speelt, jij zoekt en het kind moet zich verstoppen, is hij of zij in de oprechte en volle overtuiging dat wanneer hij/zij de handen voor de ogen doet, andere mensen hem/haar absoluut niet kunnen zien. Voorzitter, daar lijkt het niet indexeren in toekomstige jaren ook een beetje op. Nu doet het college de handen voor de ogen t.a.v. prijsstijgingen, maar wij zien ze nog steeds zitten en de prijsstijgingen ook. Je weet dat in de toekomst prijzen voor lonen/goederen gaan stijgen en de provincie dus meer zal moeten uitgeven voor dezelfde diensten/goederen. Wanneer je dus niet indexeert vanaf 2020, zoals nu gebeurt, zadel je eigenlijk toekomstige colleges en Staten op met een mogelijk probleem en een niet realistische begroting. De oplossing met de stelpost van 4 miljoen euro lijkt me daarbij volstrekt onvoldoende. Dit is immers nog geen 0,33% van de begroting voor 2018. Voorzitter, daarom komen wij met een amendement.

Versnelling transitie veehouderij
De Brabantse veehouderij ontwikkelt zich tot een slimme, maatschappelijk gewaardeerde én duurzaam renderende sector. Als dank daarvoor stort dit college generieke regelgeving uit over de gehele provincie, voor een probleem dat niet in de hele provincie speelt, en laten we zo investeringsvolume van boeren, wat nodig is voor innovatie, verloren gaan.

Investeren in nieuwe staltechnieken: prima, vooral doen. Investeren in nieuwe mesttechnieken: zeker doen, want dat draagt bij aan het circulair maken van de landbouw. Maar wij missen het belangrijkste: het samen doen met de Brabantse partners. Constant hebben we gevraagd om samen op te trekken en de mogelijkheden die er liggen te benutten: het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij, het ministerie maar vooral met de boeren zélf. Maar u had vaak oogkleppen op.
Gelukkig is het nieuwe regeerakkoord een herkansing. Een herkansing om maatwerk te bieden, een herkansing om draagvlak te winnen en het beleid uiteindelijk succesvoller te maken. Samen. Ook met het CDA.

Dit kabinet heeft 200 miljoen euro vrijgemaakt voor warme sanering, prioritair voor Brabant: 100 miljoen euro in 2018 en 100 miljoen euro in 2019, blz. 46 en 60 van het regeerakkoord. Ga dáár mee aan de slag, een uitgelezen mogelijkheid om daar waar het werkelijk knelt bij wonen en natuur een slag te slaan. Voorzitter, en ik had nooit gedacht dit ooit te zullen zeggen, maar het CDA had het niet mooier kunnen verwoorden dan Alexander Pechtold. “We gaan voor gerichte warme sanering zonder dat boeren voelen dat ze gepest worden”. Dan is het natuurlijk van de gekke dat wij als provincie 75 miljoen euro gaan inzetten voor generiek beleid zónder samenhang met deze pot van 200 miljoen euro uit het Rijk. Die 200 miljoen euro is een nieuwe ontwikkeling. Hier moet eerst duidelijkheid over komen. Wij dienen daarom een amendement en een motie in.

Agrarische leegstand en Criminaliteit
Voorzitter, dan agrarische leegstand. Leegstand en criminaliteit gaan hier vaak hand in hand. In de laatste weken zijn de artikelen in de media over criminaliteit en (leegstaand) agrarisch vastgoed niet te tellen. Veel agrariërs die een andere functie overwegen lopen echter tegen ellelange procedures aan. Dit verhoogt de kans op leegstand en oneigenlijk gebruik.
Wij vragen u dan ook om aan de slag te gaan met een procedureversneller richting gemeenten op dit punt. Het is twee voor twaalf. Wij dienen daarom de motie procedureversneller in.

Energie
Voorzitter, we hebben al eerder geconcludeerd dat er gas op de plank moet t.a.v. duurzame energie. We lopen achter. Het CDA ziet dat de gedeputeerde de eerste stappen heeft gezet t.a.v. zonne-energie en verschillende sportorganisaties. Heel mooi: complimenten. Maar het CDA vindt de ambities t.a.v. duurzame energie nog aan de lage kant en téveel op gemeenten gericht. Natuurlijk is het belangrijk dat de inzet van duurzame energie goed verankerd wordt in de lokale bestuursakkoorden, maar daar regel je 0,0 meer duurzame energie mee. Ga gewoon als provincie concreet aan de slag. Het CDA komt met twee amendementen en een motie, wat in totaal moet zorgen voor een concreet intensiveringsalternatief op het gebied van duurzame energie.

Wij stellen voor om maximaal in te zetten op zonne-energie voor alle sportclubs in Brabant, maar óók de grote VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) in de Brabantse steden. Hier willen we 30 miljoen euro extra middelen revolverend voor uittrekken. Dekking zou kunnen worden gevonden uit gereserveerde middelen in het breedbandfonds, die nu niets aan het doen zijn. Als het college overigens een alternatieve dekking ziet, staan we altijd open voor discussie. Het gaat om 20 miljoen euro voor sportclubs en 10 miljoen euro voor de VvE’s. Dit geld kan als lening worden gebruikt om zonnecollectoren aan te schaffen en aan te leggen en met de korting op de energierekening wordt de lening vervolgens terugbetaald. Dit is zowel voor sportclubs als voor VvE’s een oplossing voor de problemen waar zij nu tegenaan lopen. En op de langere termijn, wanneer de lening is terugbetaald, leidt het tot financieel krachtigere sportclubs/VvE’s. Zo versterk je ook de sociale veerkracht van de Brabantse samenleving.

Voorzitter, maar het zit niet alleen in geld of leningen. Wanneer je zoals ik geboren bent in ’87, dan ben je als jongetje opgegroeid met de tweede, derde misschien zelfs vierde serie herhalingen van het A-team. Het A-team met een A. Waarschijnlijk zitten hier mensen in de zaal die nog bij de première van de allereerste aflevering zijn geweest, maar de meesten kennen ze allemaal wel: Hannibal, Face, Murdoch en BA. Brabant heeft nu ook behoefte aan een E-team, niet met een A maar met een E. Voorzitter, ik bedoel een Energieteam. Gemeenten/lokale initiatieven gaan of zijn aan de slag met duurzame energie, maar soms lopen ze vast. Op het gebied van kennis, kunde of kassa. Bij de provincie en de BOM is veel kennis aanwezig. Wij zouden graag zien dat er een Energieteam wordt samengesteld, dat gemeenten kan ondersteunen. Dit past in het beleid van de gedeputeerde t.a.v. verankering van duurzame energie bij gemeenten/lokaal niveau.

Leefbaarheid en Sociale Veerkracht
Voorzitter, zoals eerder in debatten gedeeld vinden wij het beleid t.a.v. sociale veerkracht/leefbaarheid van dit college niet sterk. Natuurlijk is het mooi promotieplekken of een leerstoel te creëren, maar wat schiet de Brabander daar nu concreet mee op? Stop nu eens met al die papieren tijgers en bureau-ideeën. Als je iets aan de leefbaarheid wil doen, dan moet je als provincie initiatief pakken wanneer Brabanders het écht nodig hebben.

Bijvoorbeeld in Olland, waar inwoners anno 2017 nog op tuinhuisjes moeten klimmen om mobiel bereik te hebben. En dan zien we de antwoorden van dit college: ‘we zullen een brief naar het ministerie sturen, maar wij gaan hier niet over’. Voorzitter, neem nu eens concreet initiatief. Breng mensen bij elkaar en los het op. We hebben goede koffie in Brabant en nog betere worstenbroodjes. Zet alle partijen, EZ, de telecomprovider en de gemeente Meierijstad om de tafel en kijk hoe je concreet met elkaar het probleem kunt verhelpen. Graag een toezegging hierop.

Voorzitter, ook pleiten wij voor herintroductie van de succesvolle ‘doe-budgetten’ én de Dorpen Derby. Als provincie aanjagend en stimulerend zijn, zodat mensen van onderop zaken kunnen creëren, samen mét de provincie. Ziet u daar wat in, gedeputeerde Swinkels?

Mobiliteit
Voorzitter, dan mobiliteit. Wij moeten onze wegen en kapitaalgoederen goed onderhouden. In dat kader vroegen wij ons af of de automobilisten, zo’n beetje de enige belastingbetalers aan de provincie, die grofweg zorgen voor 20% van de inkomsten, nu zo blij zijn met het jaar 2018. 2018 wordt het jaar waarin nog nooit zo weinig uitgegeven gaat worden aan wegenonderhoud sinds in ieder geval 2015. Verder heb ik niet gekeken. Voorzitter, wij pleiten voor een extra onderhoudsimpuls in 2018 (zoals ook in 2016 is gebeurd) waar nodig en willen hier 1 miljoen euro voor reserveren uit de vrije begrotingsruimte. Concreet doel is om alle provinciale wegen waar de kwaliteit te wensen over laat, maar nog niet zo slecht is dat ze formeel moeten worden onderhouden/vervangen, nu vroegtijdig al onder handen te nemen. Prioriteit daar bij zijn die onderhoudswerkzaamheden die de verkeersveiligheid verhogen. Hiertoe dienen wij een amendement in.

Voorzitter, dan is er een urgente kwestie m.b.t. truckers en Brabantse truckplaatsen. Brabant kent belangrijke logistieke hotspots, zoals West-Brabant. Onder vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers bestaat behoefte aan beveiligde parkeerplaatsen, voorzien van sanitaire voorzieningen en horeca. Er is momenteel een gebrek aan (beveiligde) parkeerplaatsen in onze provincie. In combinatie met een aanstaand verbod op cabineovernachten en de strenge regels voor rij- en rusttijden komen vrachtwagenchauffeurs én transportondernemers hierdoor in de problemen. Afgelopen zomer is op Hazeldonk een beveiligde truckparking geopend, mede mogelijk gemaakt door o.a. het bedrijfsleven de BOM. Wij zouden willen dat er méér truckparkings in Brabant komen naar voorbeeld in Hazeldonk. En vragen via een motie of de provincie Noord-Brabant dit wil aanjagen/bewerkstelligen.

Voorzitter, tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers provinciebegroting 2018 (10 november 2017)

CDA over provinciebegroting: aandacht voor duurzame energie, infra en landbouw

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant meer doet aan duurzame energie, infrastructuur en landbouw. De partij dient hiertoe verschillende moties (verzoeken aan het provinciebestuur) en amendementen (tekstuele wijzigingsvoorstellen) in tijdens het debat over de provinciebegroting 2018, waarover Provinciale Staten vandaag debatteert.

Zo wil het CDA dat de provincie 30 miljoen euro beschikbaar stelt als lening aan sportclubs en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) om zonnepanelen op hun daken te leggen. Het terugbetalen van deze leningen kan via de korting op de energierekening. Ook moet er wat het CDA betreft een zgn. ‘E-team’ komen, een provinciaal Energieteam dat gemeenten en lokale energie-initiatieven helpt met het krijgen van kennis, kunde en financiële middelen.

Daarnaast pleit het CDA voor een extra impuls van 1 miljoen euro voor het onderhoud aan provinciale wegen. De uitgaven aan wegenonderhoud dreigen in 2018 nl. lager dan ooit in deze bestuursperiode te worden. “Juist om onze Brabantse wegen nog veiliger te maken wil het CDA daarom extra geld vrijmaken voor onderhoud”, aldus Statenlid Stijn Steenbakkers. Het CDA vraagt tevens aandacht voor de werk- en leefomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers. Die moeten worden verbeterd door méér beveiligde truckparkings met sanitair, zoals bij Hazeldonk, aan te leggen. De provincie zou dit moeten aanjagen.

Ten aanzien van de landbouw stelt het CDA voor om de provinciale plannen voor de veehouderij te ‘bevriezen’, totdat duidelijk is hoe de 200 miljoen euro voor warme sanering uit het regeerakkoord in Brabant gaat landen. Het CDA ziet nl. niets in 75 miljoen euro provinciegeld voor generieke regelgeving voor de hele sector, als er tegelijkertijd 200 miljoen euro beschikbaar is voor gerichte, warme sanering in gebieden waar het echt knelt. In de strijd tegen criminaliteit op het platteland wil het CDA dat de provincie procedures voor en richting gemeenten gaat versnellen om leegstand en oneigenlijk gebruik van agrarische gebouwen tegen te gaan.

Behalve aandacht voor duurzame energie, infrastructuur en landbouw vraagt het CDA in het begrotingsdebat ook aandacht voor het thema leefbaarheid. De provincie zou een actieve rol moeten pakken bij het oplossen van concrete leefbaarheidsvraagstukken, zoals slecht mobiel telefoonbereik in bijvoorbeeld een dorp als Olland. Het CDA blijft pleiten voor herintroductie van de ‘doe-budgetten’ voor kleine leefbaarheidsprojecten én voor een terugkeer van de succesvolle ‘Brabantse Dorpen Derby’.

Grootste zorg- en kritiekpunt van het CDA is de wijze waarop en de houding waarmee het huidige college van Gedeputeerde Staten de provincie op dit moment bestuurt.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder financiën en economische zaken:

“In de afgelopen 2,5 jaar konden we keer op keer in de krant lezen hoe de provincie rollebollend over straat ging met een vrijwilligersorganisatie, belangengroep, ondernemer of andere overheid. Van de philharmonie zuidnederland tot de ouderenbonden, van de inwoners van herindelingsgemeenten als Haaren en Nuenen tot de boeren, en van buurprovincies Limburg en Gelderland tot het Rijk.

VVD, SP, D66 en PvdA hadden in 2015 hun mond vol van ‘verbinden’, ‘co-creëren’ en ‘samen doen’. Hun hele bestuursakkoord staat er mee vol. Maar in de praktijk pakt dit toch vaak heel anders uit en wordt er onrust en argwaan gecreëerd. Als CDA doen we daarom op hen een klemmend beroep om deze eenzijdige, soms drammerigere manier van besturen in 2018 te veranderen. Met constructief overleg en gedragen besluiten is Brabant groot geworden en komt Brabant in beweging. Of zoals het spreekwoord zegt: alleen ben je sneller, maar samen kom je verder.”

CDA op werkbezoek bij Bossche Investerings Maatschappij

Het CDA brengt op 3 november a.s. een werkbezoek aan de Bossche Investerings Maatschappij (BIM) in De Jamfabriek te ‘s-Hertogenbosch.

Aan het werkbezoek nemen zowel leden van de Brabantse als de Bossche CDA-fractie deel, onder wie de Bosschenaren Stijn Steenbakkers (Lid van Provinciale Staten) en Mart van Nistelrooij (gemeenteraadslid).

De Bossche Investerings Maatschappij stimuleert economische bedrijvigheid in ’s-Hertogenbosch door ondernemers te helpen met huisvesting, financiële participaties, contact met overheden en onderwijsinstellingen en advies aan de gemeente.

Op het programma van het werkbezoek staan o.a. presentaties van Maurice Horsten, directeur van de BIM, en Rachel van de Greef, community manager van De Jamfabriek, en een rondleiding langs startups (startende ondernemers) en scale-ups (snelle groeiers).

Statenlid Stijn Steenbakkers:

“De BIM doet belangrijk werk voor ondernemers in onze provinciehoofdstad. Jonge mensen met fantastische ideeën krijgen via de BIM de mogelijkheid om een goede start te maken en zich verder te ontwikkelen. Dat is goed voor hen, goed voor ‘s-Hertogenbosch én goed voor Brabant. Als CDA komen we graag kijken hoe de BIM te werk gaat en zijn we benieuwd hoe de BIM aankijkt tegen de economische ontwikkelingen in onze provincie.”

Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

Schriftelijke vragen over mobiel telefoonbereik in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over het mobiele telefoonbereik in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mobiel telefoonbereik in Brabant.

Geacht college,

Op 31 oktober 2016 heeft het CDA schriftelijke vragen gesteld over het slechte mobiele telefoonbereik in Brabant.

Uit onderzoek bleek namelijk dat de Brabanders het mobiele telefoonbereik in hun provincie waardeerden met een 5,1, het slechtste in Nederland na de provincie Drenthe. In Sint-Oedenrode was dit cijfer nog lager: een 3,7. Voor inwoners van het dorp Olland was zelfs alarmnummer 112 regelmatig onbereikbaar.

Als CDA hebben wij onze zorgen geuit over deze situatie, die wij behalve onwenselijk ook gevaarlijk vinden. Kern van onze vragen was dan ook om als provincie, vanuit uw verbindende en signalerende rol, proactief met het ministerie van Economische Zaken, gemeenten, telecomaanbieders en andere partners te zoeken naar een snelle oplossing voor dit probleem.

In uw beantwoording van onze vragen (d.d. 22 november 2016) schreef u het niet als uw verantwoordelijkheid te beschouwen om u op dit onderwerp proactief te gaan opstellen, maar dat u wel een brief zou sturen aan de minister van Economische Zaken.

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en blijkt de mobiele bereikbaarheid in onze provincie nog steeds onvoldoende. Zo krijgt het CDA meerdere signalen uit Sint-Oedenrode/Olland dat inwoners bijvoorbeeld nog altijd geen 112 kunnen bellen. Wij vinden dat gevaarlijk, met name in het geval dat zich calamiteiten voordoen.

Gelet op de ernst en urgentie van deze situatie willen wij u via de volgende vragen oproepen tot actie:

  1. Kunt u bevestigen dat er een 112-dekkingsprobleem is in het dorp Olland (gemeente Meierijstad), waarbij zelfs alarmnummer 112 met grote regelmaat onbereikbaar is?
  2. Hebt u in beeld op welke plekken in Brabant de mobiele bereikbaarheid dusdanig slecht is, dat zelfs alarmnummer 112 niet kan worden gebeld?
  3. In uw beantwoording van onze schriftelijke vragen (d.d. 22 november 2016) schreef u destijds dat de provincie geen specifiek of flankerend beleid t.a.v. mobiele bereikbaarheid ontwikkelt, omdat dit geen verantwoordelijkheid is van de provincie. Is het voorbeeld van Olland voor u reden dit standpunt te herzien, nu blijkt dat de problemen met mobiel telefoonbereik nog steeds niet zijn opgelost en Brabanders hierdoor in (levens)gevaarlijke situaties terecht kunnen komen?
  4. Kunt u ons de brief doen toekomen die u, conform de toezegging in uw beantwoording van onze schriftelijke vragen (d.d. 22 november 2016), destijds aan de minister van Economische Zaken heeft gestuurd?
  5. Helaas lijkt uw brief aan de minister niet het gewenste effect te hebben gehad: inwoners van Olland, en mogelijk inwoners van vergelijkbare plaatsen, hebben nog steeds onvoldoende mobiel telefoonbereik. Wat kunt u als provincie nog voor deze mensen betekenen en wat hebt u hiervoor nodig?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

Spreektekst Stijn Steenbakkers – MKB-plusfaciliteit Brabant 22/09

Spreektekst1  Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de MKB-plusfaciliteit Brabant
(22-09-2017)

Voorzitter,

Ik kom iedere week veel positieve mensen en nog meer positieve verhalen tegen. Dat is fantastisch: ondernemers zien kansen waar anderen die niet zien en zijn ‘hands on’. Daar zouden we als samenleving echt iets van kunnen leren.

Maar voorzitter, voordat je in mijn vak besluit om geld toe te vertrouwen aan ondernemers, leer je bijzonder snel positiviteit te onderscheiden van doorgeschoten opportuniteit, maar vooral positieve verhalen te onderscheiden van ‘grote verhalen’. En weet u wat het mooie is: ik begin meer en meer te merken dat zoiets bijzonder handig is in de Brabantse politiek. Helemaal bij deze gedeputeerde. Want toegegeven: er ligt een bijzonder positief verhaal van de heer Pauli, of is het een groot verhaal?

Voorzitter, hoewel met 60 miljoen inleggen – en daardoor 600 miljoen vrijmaken – dit verhaal zich op het eerste gezicht goed zou kunnen kwalificeren als een ‘groot verhaal’, gelooft het CDA toch vooral dat het een mooi en positief verhaal is. De gedeputeerde geeft aan dat hij een goede kans ziet al deze gelden vrij te maken bij de verschillende andere partijen en maakt netjes een voorbehoud dat dit nog wel dient te gebeuren. Hoe groot schat hij de kans in dat we die 600 miljoen gaan halen?

Voorzitter, we willen inhoudelijk starten met complimenten aan de gedeputeerde voor de denkrichting en grote lijn van dit stuk, maar ook de snelheid waarmee dit richting de Staten is gekomen.

Voorzitter, de richting/grote lijn kunnen we als CDA dan ook ondersteunen. Het CDA is bijvoorbeeld zeer te spreken dat de provincie naast leningen ook de equity kant gaat oppakken en passief gaat mee participeren. We hebben nog wel enkele vragen over het voorstel, bijvoorbeeld over de financiële dekking, die we gedurende het debat aan de gedeputeerde zullen stellen. Maar daar gaan we de 1e termijn niet voor gebruiken.

Want voorzitter, het CDA gelooft dat we dit voorstel nog beter en slimmer voor Brabant kunnen maken aan de hand van 3 punten. Voor deze punten hebben we ook ondersteunende feiten gevonden in o.a. de in mei 2017 uitgebrachte financieringsmonitor van Panteia op verzoek van EZ, de brief van minister Kamp Actieplan MKB Financiering, het onderzoek naar familiebedrijven door Kammerlander en Van Essen in de Harvard Business Review en het onderzoek naar familiebedrijven door o.a. BDO.

En voorzitter, op die drie punten van verbetering wil ik mij in de eerste termijn richten. En ik beloof de gedeputeerde nu al dat hij van alle drie enthousiast gaat worden.

Punt 1

Voorzitter, allereerst familiebedrijven en de economische structuurgedachte. Misschien is het het toch eens waard om hier dieper met elkaar over van gedachte te wisselen.

De gedeputeerde neemt dit initiatief om de Brabantse economische structuur te versterken. Wanneer bedrijven door een betere financieringsstructuur eerder kunnen opschalen en groeien, leidt dit tot meer banen, een sterke economie en wellicht in het Statenstuk ook tot minder overnames over vertrek naar het buitenland.

Maar voorzitter, als het doel is de Brabantse economie verder te versterken, vernieuwen en op te schalen, dan ligt het er wel aan bij wat voor soort bedrijven je dit doet, hoe innovatief deze bedrijven zijn en hoe verbonden die bedrijven zijn met Brabant.

  • En voorzitter, ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant altijd de ruggengraad van onze economie zijn geweest en nog steeds zijn.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant behoren tot de meest innovatieve ondernemingen. Zie ook het onderzoek in de Harvard Business Review.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven bovengemiddeld scoren op het gebied van duurzaamheid.
  • Maar bovenal voorzitter, en dat is cruciaal, hoef ik deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven een bovengemiddelde binding kennen met Brabant en bovengemiddeld in verbinding staan met hun directe leefomgeving en keten. En voorzitter, dáár zit de crux. In mijn visie is een bedrijf niet louter een zielloze productie- of innovatiemachine altijd op zoek naar de maximale winst, het onderste uit de kan, maar heeft een bedrijf óók een essentiële maatschappelijke verbindings- en ontwikkelingsfunctie. En die verbindings- en ontwikkelingsfunctie naar de leefomgeving, naar de keten en naar Brabant komt buitengewoon positief naar voren bij familiebedrijven. Brabant heeft zich kunnen ontwikkelen op de schouders van familiebedrijven.

Voorzitter, om al deze vier redenen, maar vooral dus om de laatste, zouden juist groeiende en opschalende familiebedrijven optimaal moeten kunnen profiteren van de MKB-plusfaciliteit. Dat versterkt onze hele Brabantse samenleving niet alleen op economisch gebied.

Want voorzitter, uiteindelijk is het versterken van onze Brabantse economie niet een doel op zich. De economie verhoudt zich richting de samenleving, hoe een bankier zich naar mijn idee behoort te verhouden t.o.v. diezelfde reële economie. Namelijk als dienaar. Niet meer, niet minder. Een economie dient een samenleving, dient haar uitdagingen, maar dient bovenal dromen van mensen. Familiebedrijven vervullen deze rol bij uitstek vanuit de economie richting hun omgeving, de keten en de samenleving.

Wij vinden het dan ook een gemis dat er in dit voorstel met geen woord wordt gerept over familiebedrijven en geloven dat het echt van toegevoegde waarde is. Voor exact hetzelfde doel dat de gedeputeerde en het CDA delen. Namelijk een economisch krachtiger en daardoor maatschappelijk sterker Brabant. Wij komen daarom met een motie.

Punt 2

Voorzitter, maar dit sterke pleidooi voor familiebedrijven houdt ook verband met het volgende punt: méér ruimte voor het echte MKB bij deze faciliteit.

Dan begint het al met het begrip MKB. Daarbinnen heb je drie categorieën: microbedrijven 2-9, kleinbedrijven 10-49 en middelgrote bedrijven 50-249. Voorzitter, het overgrote deel van de bedrijven in Brabant zit in deze twee eerste categorieën. Hier vindt een gigantische vernieuwing en innovatie plaats, stapels plannen liggen op de kast, maar inderdaad heeft juist dit type qua grootte van bedrijf het soms moeilijk om financiering aan te trekken om te groeien en op te schalen (hoe groter het bedrijf hoe vaker een financieringsverzoek wordt gehonoreerd).

Alles vanaf 250 werknemers is grootbedrijf, ook wel ‘small of mid caps’ genoemd, en heeft niets meer te maken met MKB. En bij goede ideeën klotst het geld, door de kunstmatige en ongezonde lage rentes dankzij centrale banken, voor dit type bedrijven op dit moment werkelijk tegen de plinten omhoog. Zowel aan de eigen als vreemd vermogen kant. Voorzitter de laatste financieringsmonitor gepubliceerd door het ministerie van EZ bevestigt dit ook.

Nee voorzitter, de laatste financieringsmonitor leert ons dat een doorsnee MKB-bedrijf in Nederland en Brabant zich oriënteert op bedragen van rond de 200.000 euro. Dit varieert tussen 100.000 euro in microbedrijven, 200.000 euro in kleine bedrijven en 1,4 miljoen euro in het middenbedrijf. Voor snelle groeiers bij ‘scale ups’ ligt dit hoger. Maar het zijn met name bedragen, laat zeggen tot 5 miljoen euro, die worden gezocht om op te schalen en vaak niet worden gevonden.

En voorzitter, als je met deze feiten in het achterhoofd naar het voorstel kijkt, dan zijn wij bang dat dit fonds een fonds wordt voor de ‘happy few’ voornamelijk gevestigd in de regio Eindhoven. En dat het echte MKB hier niet of nauwelijks gebruik van kan maken.

Voorzitter, de SER wijst hier ook op. Dit laat overigens onverlet dat het CDA, ingeval van marktfalen, niet tegen de ondersteuning is van het grootbedrijf. Maar een deel van het fonds zou expliciet voor het MKB moeten worden gereserveerd en het drempelbedrag zou voor dat deel omlaag moeten. Ziet de gedeputeerde hier mogelijkheden?

Punt 3

Voorzitter, tot slot zou het CDA op voorhand iets uit willen uitsluiten. Namelijk dat de MKB-plusfaciliteit óók gebruikt t.b.v. overnamefinanciering. Wij vinden dit niet passen bij het beoogde doel, namelijk het realiseren van groei, innovaties en ‘scale up’ bij Brabantse bedrijven. Kan de gedeputeerde ons verzekeren dat de MKB-plusfaciliteit hier niet voor wordt gebruikt?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers MKB-plusfaciliteit Brabant (22 september 2017)

Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning over het aantal juridische procedures tegen de provincies en de bijbehorende kosten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten.

Geacht college, 

Op 14 september jl. lazen wij via een publicatie in het Brabants Dagblad dat de Raad van State de provincie Noord-Brabant buiten spel heeft gezet inzake het conflict met de Diessense veehouder Nooijens. De provincie blijkt hier juridisch haar zaken niet op orde te hebben en te formalistisch naar haar eigen beleid te hebben gekeken.

Het valt het CDA op dat er in de media steeds vaker berichten verschijnen over juridische procedures tegen de provincie. Vaak gaat het om partijen, instanties of groepen mensen die dreigen dergelijke procedures te beginnen of al zijn begonnen n.a.v. besluiten van de provincie. Te denken valt, maar niet uitsluitend, aan de philharmonie zuidnederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de ZLTO, vakbonden en verschillende Brabantse gemeenten.

De berichtgeving in het Brabants Dagblad is voor het CDA aanleiding voor de volgende schriftelijke vragen t.b.v. een helder en feitelijk overzicht: 

  1. Hoeveel juridische procedures zijn er in 2013, 2014, 2015, 2016 en tot dusver in 2017 richting de provincie Noord Brabant gestart? Graag een overzicht per jaar.
  2. Welke van deze procedures zijn inmiddels afgerond? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  3. Bij welke procedures is de provincie uiteindelijk in het gelijk gesteld en bij welke de tegenpartij? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  4. Hoeveel juridische kosten (graag uitsplitsen naar interne kosten en extern ingehuurde kosten) was de provincie kwijt bij de individuele procedures? Graag aangeven per jaar per afzonderlijke procedure/casus.
  5. Hoeveel fte binnen de ambtelijke organisatie is bezig met deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  6. Hoeveel fte hebt u als provincie buiten de ambtelijke organisatie moeten inhuren t.b.v. deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  7. Wilt u vanaf heden Provinciale Staten ieder half jaar via een zgn. ‘Statenmedeling’ informeren met een update over de ontwikkelingen in juridische procedures (welke zijn afgerond, wie is in het gelijk gesteld, welke evt. nieuwe procedures zijn er bij gekomen én wat is de bijbehorende personele inzet als ook de kosten)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning

 

Spreektekst Stijn Steenbakkers – ZRK-rapport verkoop Attero 08/09

Spreektekst1  Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Onderzoeksrapport Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) naar verkoop van Attero
(08-09-2017) – 1ste termijn

Voorzitter,

Als voorwoord voor het CDA waren én zijn 2 zaken belangrijk rondom het Attero-dossier:

  1. Transparantie. Om veel maatschappelijke en politieke vragen die leven rondom het dossier weg te nemen.
  2. Leren voor de toekomst. Lessen voor GS maar zeker ook PS.

Het CDA constateert dat dit rapport aan beide zaken bijdraagt, waarvoor veel dank aan de Zuidelijke Rekenkamer.

Voorzitter: de tunnel.

Deze twee woorden vatten volgens het CDA kernachtig samen waarom wij hier, maar ook in andere politieke zalen van Den Haag tot Maastricht, zoveel vragen hadden t.a.v. voorliggend dossier.

De Zuidelijke Rekenkamer gebruikte ‘de tunnel’ ook als expliciet oordeel voor het einde van het verkooptraject. Hoewel de Zuidelijke Rekenkamer hier natuurlijk formeel gelijk heeft, begrijpen wij de reactie en de nuanceringen van het college op dit punt echter wel.

Nee voorzitter, het grote politieke punt zit voor het CDA niet aan het einde van de tunnel, maar aan het begin. De ZRK concludeert immers dat de timing en het tempo van het traject bepalend waren voor het resultaat. Voorzitter, dan is dus cruciaal hoe we de tunnel van externe verkoop ingereden zijn én hoe Provinciale Staten hierin is betrokken?

En voorzitter, laat ik er meteen maar bij zeggen: dit is een punt dat de samenwerking en het vertrouwen tussen GS en PS zou kunnen raken. En bij samenwerking en vertrouwen gaat het altijd over mensen. PS én GS.

Voorzitter, en de verantwoordelijke binnen GS is gedeputeerde Pauli, een persoon die mijn partij en ikzelf kennen als;

  • een betrokken bestuurder met passie voor de economie in Brabant;
  • een gedeputeerde die vaart kan maken en bewezen heeft mooie resultaten te kunnen boeken, zie recent nog het mooie nieuws rondom het vliegtuigonderhoud/transport van onderdelen bij Woensdrecht of in de vrijetijdseconomie;
  • en voorzitter, ook een gedeputeerde die wellicht soms wat bombastisch en stellig in zijn beweringen en betogen naar voren kan komen, maar wél een gedeputeerde die staat voor Brabant.

En voorzitter, dát maakt dit voor ons ook zo moeilijk te begrijpen. Want zo positief als we op het ene dossier zijn, zo kritisch zijn we na lezen van het ZRK-rapport op het acteren in het Attero-dossier.

Voorzitter, zoals gezegd: we beginnen de tunnel van de huidige verkoop in te rijden op 2 november 2012. Op dat moment wordt de Staten in Limburg ingelicht dat het inbestedingstraject richting de gemeenten wordt stilgezet. In Brabant konden wij géén formele mededeling hierover terugvinden richting de Staten.

Ongeveer 7 maanden later, op 18 juni 2013, wordt de Staten In Brabant plots geïnformeerd over de start van de mogelijke verkoop van Attero in de Statenmededeling Toekomstscenario’s Attero.

Voorzitter, en het is in die 7 maanden, in die tijd, in die cruciale periode, geweest dat de Aandeelhouderscommissie besluit om Attero te gaan verkopen.

Voorzitter, maar zo logisch de Statenmededeling er op dat moment voor de Staten uitziet, zo onbegrijpelijk is die achteraf bezien. Dit gezien de nieuwe feiten van het ZRK-rapport (pagina 10 en 46, dames en heren).

Voorzitter:

  1. In de Statenmededeling wordt gemeld dat gewijzigde marktomstandigheden een overweging waren voor verkoop, maar niet dat verschillende externe bureaus zeiden dat het moment van verkoop niet alleen niet ideaal zou zijn, maar mogelijk zelfs slecht.
  2. In de Statenmededeling wordt gemeld dat de AHC, RVB en RVC hebben besloten tot het inrichten van een mogelijke verkoop van Attero, maar niet dat volgens het ZRK-rapport dit gekozen verkoopmoment initieel eigenlijk tegen de wens van het bedrijf was. Omdat Attero eerst de tijd wilde krijgen om de bedrijfsvoering op orde te brengen.
  3. Voorzitter, en het gaat verder. In de Statenmededeling lijkt namelijk dat er een redelijk uniform besluit is genomen in de AHC, maar nergens wordt vermeld dat de noordelijke én Limburgse gemeenten hiervan in die discussies in die cruciale maanden eigenlijk geen voorstander waren en geen overhaaste beslissingen wilde nemen. Let op en nu komt het: volgens hen moest voorkomen worden in een tunnel te komen waarin alléén verkopen het doel was. Wéér het woord tunnel, maar nu van de kant van gemeentelijke aandeelhouders volgens de ZRK.

Voorzitter, maar al deze signalen werden kennelijk tóch overruled door de opinie van de provinciale aandeelhouders. Zij vonden verder uitstel niet wenselijk en uiteindelijk besloot de AHC tot verkoop.

Maar voorzitter, niets van dit alles stond in de Statenmededeling van juni 2013 of in enig ander document wat naar de Staten gezonden is tussen november 2012 en juni 2013.

Voorzitter, we hebben gezocht en gezocht en konden dit zelf eerst niet geloven.

Maar voorzitter, na een dubbele check bij de griffie lijkt dit tóch het geval.

Voorzitter en dan begin je je af te vragen: waarom is de Staten niet over deze drie cruciale ontwikkelingen ingelicht?

  • Voorzitter, is dit nou die goede samenwerking tussen GS en PS die ook u zo belangrijk vindt?
  • Is hiermee de Staten nu goed in stelling gebracht?
  • Voorzitter, is dit Provinciale Staten conform artikel 167 van de Provinciewet volledig informeren?

Voorzitter daarom de volgende cruciale vraag aan de gedeputeerde vandaag:

Waarom heeft de gedeputeerde Provinciale Staten niet direct geïnformeerd over de feiten in het ZRK-rapport:

  • dat er kennelijk negatieve signalen waren dat markt niet optimaal of zelfs slecht zou zijn;
  • dat Attero zelf initieel negatief adviseerde, omdat het bedrijf er niet klaar voor was;
  • dat andere aandeelhouders geen overhaaste beslissing wilden nemen?

Voorzitter, dát is vandaag voor ons in de eerste termijn de meest urgent vraag aan de gedeputeerde.

Verkoopproces

Voorzitter, dan kijken we naar de toekomst.

Allereerst zijn wij blij dat de Rekenkamer ook constateert dat een aantal zaken goed zijn gegaan, bijvoorbeeld in de procesarchitectuur, en hier geen grote misstanden zijn geweest. Maar er zijn ook veel lessen te trekken.

Hiervoor hebben wij 4 moties samen met andere partijen.

Motie 1

De eerste motie is cruciaal. Deze gaat over het moment in het proces waarop PS wensen en bedenkingen mag uiten. Deze dienen wij samen met 6 andere partijen in.

Nu mochten we op 11 april 2014 wensen en bedenkingen uiten: 4 maanden ná de voorgenomen verkoop en 2 maanden nádat de feitelijke deal uitonderhandeld was en klaar lag. Wat als wij dan in april nog wensen en bedenkingen gaan uiten, ga je dan teruguit onderhandelen? Heeft PS hier feitelijk nog wel iets in te brengen? Of is het meer een ‘check the boxje’: “Oh we moeten nog even langs PS.”

Motie 2 en 3

Maar voorzitter, de lessen zijn niet alleen voor GS. Het CDA is ook zeer kritisch over de rol van PS in dit dossier. De Zuidelijke Rekenkamer zegt het in bedekte termen. Maar ook PS had zélf een meer proactieve houding moeten hebben en dichter op de bal moeten zitten.

Maar voorzitter, hoe komt het dat PS hier niet strak genoeg op zat? Volgens de ZRK heeft dit ook te maken met de complexiteit in een dergelijk dossier.

Daarom komen wij met twee moties:

  • specifiek één samen met 4 andere partijen, om onafhankelijke contraexpertise te overwegen bij de aan- en verkoop van deelnemingen.
  • algemeen één samen met 4 andere partijen, voor meer algemene onafhankelijke ondersteuning op financieel gebied voor PS.

Motie 4 – Huiswerk

Voorzitter, dan verslaglegging en archivering. Buiten het feit dat het natuurlijk heel vreemd is dat van essentiële vergaderingen en besluiten verslaglegging ontbreekt én dat dit weinig vertrouwen wekt, is het vooral ook gênant en ontzettend onprofessioneel. Wat een amateurisme. Het probleem is kennelijk nog groter en breder verspreid dan we al dachten.

Voorzitter, dit heeft gewoon te maken met cultuur en discipline. Dit is niet iets des provincies, want de provincie Limburg blijkt dit gewoon prima op orde te hebben.

Voorzitter, daarom de vierde motie. Deze dienen wij samen met 5 andere partijen in en gaat over archivering en verslaglegging.

Voorzitter, tot slot. De Amerikaanse socioloog Robert Lynd zei dat de meeste mensen zich altijd optimistisch voelen wanneer ze een tunnel uitkomen. Het CDA hoopt dat dit na de beantwoording van de gedeputeerde in de eerste termijn óók voor PS zal gelden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers ZRK-rapport verkoop Attero (8 september 2017)

Schriftelijke vragen over voorgenomen fusie Omroep Brabant en L1

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over een voorgenomen fusie van Omroep Brabant en L1.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over een voorgenomen fusie van Omroep Brabant en L1.

Geacht college,

Op 17 augustus jl. heeft het CDA via een publicatie in het Brabants Dagblad1 vernomen dat de regionale omroepen Omroep Brabant en L1 per 1 januari 2018 mogelijk samengaan in een nieuwe organisatie.

Naar aanleiding van deze berichtgeving hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u op de hoogte van de voorgenomen fusie tussen Omroep Brabant en L1, waarover het Brabants Dagblad bericht?
  2. Indien ja, waarom hebt u in het kader van de actieve meldingsplicht Provinciale Staten van Noord-Brabant hierover niet geïnformeerd?
  3. Hoe kwalificeert u de voorgenomen fusie?
  4. Het betreffende nieuwsbericht vermeldt dat het merk Omroep Brabant bij de start van het nieuwe fusiebedrijf gewoon blijft bestaan. Impliceert dit dat het merk Omroep Brabant na verloop van tijd verdwijnt?
  5. Bent u van mening dat de fusie op korte, middellange of lange termijn zou kunnen leiden tot minder (kwalitatief dan wel kwantitatief) Brabants nieuws?Indien ja, kan de provincie een rol spelen om dit te vermijden?
  6. Welke consequenties heeft de voorgenomen fusie voor de zendmachtiging en de verantwoordelijkheid c.q. positie van de provincie Brabant?
  7. Is er een rol voor de provincie Noord-Brabant bij de voorgenomen fusie?
  8. Bent u, als regionale subsidieverstrekker, in overleg met de provincie Limburg danwel met het Commissariaat voor de Media over de voorgenomen fusie?
  9. Hoe wordt de redactionele onafhankelijkheid van de Brabantse regionale zender in een nieuwe fusie-organisatie gewaarborgd?
  10. Welke personele consequenties heeft de voorgenomen fusie van de twee provinciale omroepen op zowel korte als middellange termijn?
  11. Welke acties onderneemt u om de volwaardige programmering en activiteiten zoals Omroep Brabant die nu uitvoert ook in een nieuwe organisatie intact te houden?
  12. Bent u net als het CDA van mening dat een vergaande samenwerking een goed uitgangspunt is om de bezuinigingen die door de landelijke overheid zijn opgelegd te bewerkstelligen, maar dat een fusie, die volgens het Brabants Dagblad binnen enkele maanden zal plaatsvinden, mogelijk een stap te ver is?
  13. Volgens het CDA is een van de belangrijkste politiek-maatschappelijke uitdagingen van onze tijd dat we leven in een tijd die schreeuwt om meer maatschappelijke verbondenheid en gezamenlijke identiteit, ook in Brabant. Vindt u net als het CDA dat regionale media in Brabant t.a.v. deze expliciete maatschappelijke uitdaging een belangrijke positieve en bindende rol hebben? 
  14. Is er een kans dat een mogelijke fusie deze rol van Omroep Brabant kan/zal verkleinen of beschadigen? 
  15. Indien u op vraag 14 bevestigend antwoordt, wat kunt en wilt u dan politiek doen om te voorkomen dat deze belangrijke rol wordt beschadigd/verkleind?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie http://www.bd.nl/brabant/fusie-van-omroep-brabant-en-l1-op-handen~a9976600/.