CDA: “De Vuelta is meer dan een potje hard fietsen”

“De Vuelta is meer dan een potje hard fietsen. De wielerwedstrijd moet Brabant niet alleen sportief op de kaart zetten, maar óók bijdragen aan verbinding en ontmoeting.” Aldus het CDA in reactie op het bericht dat de provincie Noord-Brabant, samen met o.a. de provincie Utrecht en de gemeentes Utrecht en Breda, vergevorderde plannen heeft om de Vuelta in 2020 in Nederland (Utrecht/Brabant) te laten starten.

Vorige week berichtten verschillende media, waaronder Omroep Brabant en het Brabants Dagblad, over het voorgenomen besluit om middelen te reserveren om de Vuelta in 2020 in Nederland (Utrecht/Brabant) te laten starten. “Goed nieuws”, vindt Statenlid en woordvoerder sport Stijn Steenbakkers (CDA).

Steenbakkers:

“Als CDA stelden we al in 2016 schriftelijke vragen met een oproep aan het provinciebestuur om zich hard te maken voor een Brabantse etappe in een van de grote internationale wielerrondes, zoals de Tour de France of de Vuelta1. Dat er nu een serieus plan daartoe, inclusief verschillende begrotingsmodellen, op tafel ligt, spreekt ons zeer aan.”

Wel heeft het CDA nog een aantal kanttekeningen bij het besluit, dat vorige week uitlekte via de Telegraaf. Zo vindt het CDA dat de Vuelta niet alleen ten goede moet komen aan topsport(promotie) in de provincie, maar ook dient bij te dragen aan meer verbinding in de Brabantse samenleving. Steenbakkers: “Sport brengt mensen met uiteenlopende achtergronden bij elkaar, van groot belang voor een maatschappij die steeds verder individualiseert en waarin mensen uit verschillende netwerken elkaar nauwelijks ontmoeten.”

Om aandacht te vragen voor deze en andere kanttekeningen heeft het CDA het onderwerp laten agenderen voor de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant op 23 februari a.s. De partij wil dan antwoord van het provinciebestuur op de volgende vragen:

01. Waarom is de zgn. ‘Statenmededeling’ [waarin u uw besluit aankondigt en toelicht] niet naar alle Brabantse Statenleden verstuurd? Sommige Statenleden zijn overvallen door de media zonder een bericht te hebben ontvangen.

Het voorgenomen besluit voorziet in een bijdrage van 0,95 miljoen euro door de provincie Noord-Brabant. Dit geld is afkomstig uit de Sportagenda Brabant Beweegt 2016-2019 (het provinciale sportplan gericht op ondersteuning van sportinitiatieven vanuit het oogpunt van sociale veerkracht en economische ontwikkeling) én uit de programma’s Fiets in de Versnelling (gericht op het bevorderen van fietsgebruik) en Erfgoed (gericht op ‘storytelling’ Zuidwaterlinie/Spaans-Nederlandse historie).

02. In hoeverre gaat de Vuelta ten koste van lopende of geplande projecten uit deze drie programma’s?

03. Wat gebeurt er wanneer de geraamde private bijdragen (voorzien op 6,0 miljoen euro) en aanvullende dekking uit bijv. Rijkssubsidies en commerciële opbrengsten (voorzien op 2,5 miljoen euro) tegenvallen? Is er een plan B?

In de betreffende Statenmededeling staat u niet alleen stil bij de betekenis van de Vuelta voor Brabant, maar ook bij de meerwaarde voor de Brabantse cultuur en bereikbaarheid. Wat het CDA nog mist, is hoe nu de Vuelta te ‘gebruiken’ om ook ontmoeting en verbinding tussen mensen uit álle lagen van de Brabantse samenleving te realiseren. Een maatschappelijke opgave die nadrukkelijk is vastgelegd in de Sportagenda Brabant Beweegt 2016-20192.

04. Wat zijn uw gedachtes hierbij?

05. Hoe gaat u borgen dat de Vuelta niet alleen een feestje wordt van een kleine kring ‘bevoorrechten’, maar dat zoveel mogelijk Brabanders, uit alle lagen en hoeken van de provincie, ervan kunnen meegenieten en -profiteren?

1 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=59475.
2 Zie https://www.brabant.nl/-/media/f4ae95c4381740beb871a4d55071c83e.pdf.

CDA: “Opleiden voor de banen van vandaag en morgen”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de provincie méér doet om jongeren op te leiden voor de banen van vandaag en morgen, bijvoorbeeld in de techniek of in de zorg. Hiertoe heeft de partij schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Op 26 januari jl. bracht het CDA een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven, waarna Statenlid Roland van Vugt constateerde dat “er nog steeds een aantal knelpunten bestaat tussen ideaal en praktijk”.

Van Vugt:

“Eén van de zaken waar we tegen aan liepen, is dat een aantal jongeren wordt opgeleid voor beroepen van het verleden. Een voorbeeld hiervan is de installatiebranche. Leerlingen worden niet opgeleid voor de technieken van morgen. Maar werkgevers vragen bijvoorbeeld nog steeds naar vaklieden/stagiair(e)s waar vandaag behoefte aan is. Bijvoorbeeld mensen die kennis hebben van gasketels in plaats van dat ze kennis hebben van zonnepanelen of warmtepompen. Wellicht dat mede hierdoor de overgang naar een energieneutraal Brabant in 2050 niet in volle omvang tot stand komt. Een grote gemiste kans in onze ogen.”

Daarnaast kiezen nog steeds te weinig jongeren voor een technische of zorgopleiding, wat volgens het CDA o.a. wordt veroorzaakt door slechte PR.

“Nog onvoldoende wordt aan leerlingen die op het punt staan een beroepskeuze te maken duidelijk gemaakt dat met hun keuze voor een technisch of zorgberoep zij bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals een bijdrage aan gezond- en duurzaamheid. Inzet van Brabantse rolmodellen, bijvoorbeeld op basisscholen, om technische en zorgopleidingen te promoten zien wij nog steeds niet of onvoldoende terug.” Aldus Van Vugt.

De schriftelijke vragen die het CDA aan het provinciebestuur heeft gesteld zijn de volgende:

  1. Herkent u het door ons gesignaleerde knelpunt van opleiden voor beroepen van gisteren?
  2. Bent u het met ons eens dat dit voor een deel de energietransitie in de weg kan staan?
  3. Wat kunt u hier vanuit uw provinciale rol aan doen?
  4. Wat doet u momenteel hieraan?
  5. Herkent u het door ons gesignaleerde gebrek aan inzet van Brabantse rolmodellen om technische beroepen meer sexy en maatschappelijk relevant te maken? Misschien hebben we een Brabantse technovlogger nodig.
  6. Wat doet u hieraan?
  7. Wat kunt u hieraan doen?

Met deze vragen hoopt het CDA de provincie aan te sporen tot actie om tot een betere afstemming te komen tussen onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving.

CDA op werkbezoek bij Summa College

Het CDA brengt op 26 januari een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven. Aan het werkbezoek nemen zowel leden van de Brabantse als de Eindhovense CDA-fractie deel.

Op het programma staat o.a. een ontmoeting met Antoine Wintels, bestuursvoorzitter, en Hilde Meijs, directeur Summa Zorg. Daarnaast bezoekt de CDA-delegatie het wijkleerbedrijf Lokaal+, Summa Fashion en Summa Beauty & Health én het opleidingsrestaurant Summa Horeca.

Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant:

“Geweldig om te gast te mogen zijn op het Summa College, waar veel jongeren onderwijs volgen en worden voorbereid op de banen van morgen. Eindhoven, Brabant en Nederland hebben hen heel hard nodig, dus we komen graag kijken hoe dat uitpakt.

Als CDA vinden we het belangrijk dat onderwijs en arbeidsmarkt goed op elkaar aansluiten. Of het nu mbo-, hbo- of wetenschappelijk onderwijs betreft. In Brabant zoeken veel afgestudeerden een baan, maar tegelijkertijd zijn er in bepaalde sectoren ook veel vacatures. We zijn benieuwd hoe dat kan en wat we als politiek kunnen doen om die mismatch te helpen oplossen.”

CDA op werkbezoek in Boxtel

Vrijdagmiddag 12 januari komen de Statenleden Marianne van der Sloot (fractievoorzitter), Ton Braspenning (Landbouw & Energie), Ankie de Hoon (Mobiliteit, Natuur & Milieu ), Huseyin Bahar (Mobiliteit Oost-Brabant & Financiën) en communicatiemedewerker Ernst van Welij voor een werkbezoek naar Boxtel.

De provincie en de gemeente Boxtel hebben elkaar hard nodig. De provincie heeft veel invloed op onder andere de locatie van woningbouwprojecten, leefbaarheid in de kleine kernen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en verkeer & mobiliteit. Het CDA gebruikt de korte lijnen tussen raadsfractie en de Statenleden om elkaar goed te informeren over knelpunten, ontwikkelingen en mogelijkheden. De Statenleden willen graag met Dorpsberaad Liempde en SPIN in gesprek, zodat ze deze punten ook provinciaal aan kunnen kaarten.

Het programma bestaat uit de volgende onderdelen:

We starten bij de dubbele spoorwegovergang en bespreken de gevolgen van PHS voor bereikbaarheid en leefbaarheid en dat er veel te weinig geld is voor aanvullende benodigde maatregelen. De vraag die hier centraal staat: Wat kan de provincie doen en hoe moet de gemeente Boxtel dit aanpakken?

De volgende stop is bij de geplande locatie van het biomassaplein. We spreken daar met Patrick van Loosbroek, voorzitter SPIN,  over de ontwikkeling van industrieterrein Vorst B. SPIN en CDA willen geen biomassaplein op dit industrieterrein, maar wel de ontwikkeling van duurzame bedrijven. Bedrijventerrein Ladonk mag zich door de beslissing van de provincie alleen ontwikkelen op duurzaamheid. Wat is mogelijk? En wat kan de provincie hierin betekenen? Het tweede onderwerp dat we hier bespreken, is PHS en de gevolgen voor de bereikbaarheid en veiligheid daarvan voor bedrijventerrein Ladonk.

Vervolgens ontmoeten we voorzitter Bert van Ruremonde en portefeuillehouder wonen Mark van der Laan van Dorpsberaad Liempde op de locatie Roderweg/Hamsestaat en spreken daar over de stagnatie van dit woningbouwproject. In het Raadhuis van Liempde spreken we verder over de gevolgen van het tekort aan nieuwe woningen voor de leefbaarheid van Liempde. Ook bespreken we de noodzaak van alternatieve woningbouwlocaties in Liempde en Boxtel.

Om 16.00 uur trappen de leden van het CDA Boxtel samen met de Statenleden de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezing 2018 af in Restaurant De Rechter.

CDA: vervanging ‘prehistorisch’ knooppunt Hooipolder op 1

De Brabantse CDA-fractie wil dat het ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder met voorrang wordt vervangen door een verkeersknooppunt anno 21ste eeuw. “Alleen de kwalitatief beste oplossing is goed genoeg”, aldus Statenlid Ankie de Hoon (woordvoerder verkeer & vervoer). De partij ziet niets in de halve oplossing die al een tijdje op tafel ligt, waarbij het knooppunt via fly-overs en bypasses slechts een upgrade krijgt die de echte problemen niet oplost en de druk op het onderliggende wegennet vergroot. Slecht geïnvesteerd geld, vindt het CDA.

Op 11 december a.s. overlegt de Tweede Kamer met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het zgn. ‘Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport’ (MIRT). In het MIRT staan alle infrastructurele projecten van het Rijk voor de komende jaren. Het periodieke overleg hierover is voor politieke partijen hét moment om prioriteiten te stellen en accenten te leggen.

Het CDA pleit ervoor dat vervanging van het knooppunt en de structurele aanpak van de fileproblemen bij Hooipolder topprioriteit wordt in het MIRT-programma. De Hoon: “Slagen we er nu in om Hooipolder de make-over te geven die het nodig heeft, dan slaan we een belangrijke slag in de strijd tegen de Brabantse files. Daar profiteren niet alleen automobilisten en transportondernemers van, maar ook de inwoners van omliggende gemeenten die te maken hebben met sluipverkeer en onveilige verkeerssituaties.”

Het CDA wil o.a. dat knooppunt Hooipolder volledig stoplichtvrij wordt en er zowel over de A59 als de A27 ongehinderd kan worden doorgereden. Met voldoende wegcapaciteit, waarbij het onderliggende wegennet wordt ontlast.

Het CDA hoopt dat de Tweede Kamer de Brabantse zorgen om Hooipolder erkent en – eindelijk – over de brug komt. “Limburg focust op de A2, laten wij focussen op Hooipolder. Zo maken we samen Zuid-Nederland beter bereikbaar.”

Doe mee met de OV-Race 2018!

In 2016 en 2017 organiseerde de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant tweemaal een OV-Race: een ludiek evenement om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid. Verdeeld in teams reisden onze Statenleden samen met OV-gebruikers zo snel mogelijk naar verschillende bestemmingen in Brabant. Zij mochten daarbij alléén gebruik maken van het openbaar vervoer. Het team dat als eerste terug was op het Provinciehuis won de race. Diverse media deden hiervan verslag.

Hun input en ervaringen uit de OV-Race hebben de Statenleden o.a. gedeeld met het Reizigersoverleg Brabant en meegenomen naar de debatten en overleggen over mobiliteit. Heel bruikbaar, want zo brengen zij hun bijdragen keer op keer tot leven met praktijkvoorbeelden en -situaties.

Ook in 2018 wil de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant weer een OV-Race houden, graag samen met zoveel mogelijk Brabanders. De datum die zij hiervoor heeft gekozen is vrijdag 2 maart 2018 (ná de carnavalsvakantie en vóór de gemeenteraadverkiezingen), tussen 10.00u en 15.00u.

Voor welke formule we dit jaar kiezen (een race, een dropping etc.) hangt mede af van het aantal mensen dat meedoet. Wij hopen natuurlijk zoveel mogelijk!

In 2016 en 2017 startte de OV-Race op het Provinciehuis in ’s-Hertogenbosch en reisden de Statenleden door Oost-Brabant en door de Meierij. De editie 2018 zal plaatsvinden in West-Brabant, met de start in Etten-Leur (en vervolgens naar het westen).

Aanmelden, individueel of in teamverband, kan tot 1 februari 2018 door een e-mail te sturen naar het e-mailadres cda@brabant.nl. Aanvullende informatie volgt dan snel.

En goed om te weten: de OV-Race is niet alleen bedoeld voor politici, maar ook voor vrienden, studiegenoten, familieleden, buren, collega’s enz. Kortom, iedereen die wel eens gebruikt maakt of wil maken van het openbaar vervoer.

CDA op werkbezoek bij legerplaats Oirschot

Het CDA brengt op 24 november a.s. een werkbezoek aan legerplaats Oirschot, oftewel de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne.

Aan het werkbezoek nemen zowel leden van de Brabantse als de Oirschotse CDA-fractie deel, onder wie de Statenleden Ton Braspenning, Huseyin Bahar, Marcel Deryckere en Kees de Heer én de Oirschotse CDA’ers Martien Schoenmakers (gemeenteraadslid) en Lily Maaref (burgerraadslid).

Op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne is de 13 Lichte Brigade gelegerd, die bestaat uit verschillende (gevechts)eenheden. Hieronder vallen o.a. het 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, het 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers en het 42 Brigadeverkenningseskadron Huzaren van Boreel.

Deze gemechaniseerde en gepantserde eenheden worden ingezet voor gevechts- en vredesoperaties, rampen en calamiteiten overal ter wereld, ceremoniële taken en ondersteuning van de civiele autoriteiten in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland.

Op het programma van het werkbezoek staat o.m. een kennismaking met de activiteiten op en bewoners van de kazerne. Daarnaast spreken de politici over werkgelegenheid, de betekenis van de kazerne voor de regio en het effect van de nieuwe defensieplannen.

Deze week debatteerde de Tweede Kamer over de begroting 2018 van het ministerie van Defensie. Minister Bijleveld maakte bekend dat het kabinet volgend jaar 400 miljoen euro extra in de krijgsmacht investeert, onderdeel van een investeringspakket dat oploopt tot 1,5 miljard euro per jaar. Dit geld is bedoeld om de basisgereedheid op orde te brengen en de operationele inzetbaarheid te vergroten. “Noodzakelijk om Nederland veilig te houden”, aldus het CDA.

Statenlid Ton Braspenning, fractievoorzitter a.i.:

“Als CDA zijn we bijzonder vereerd dat we bij de 13 Lichte Brigade te gast mogen zijn. De mannen en vrouwen op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne doen belangrijk werk onder dikwijls moeilijke omstandigheden. We horen graag hun verhalen en willen van gedachten wisselen over de (politieke) actualiteit in Den Haag, Brabant en Oirschot.”