Uitnodiging CDA Europaconferentie

UITNODIGING

CDA EUROPACONFERENTIE

“Georganiseerde criminaliteit: oplossing gezocht!” 

Met Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid

Datum: 5 april 2019, 14.00 – 18.00 uur
Locatie: FutureDome (voormalige koepelgevangenis), Nassausingel 26 te Breda
Ingang: via de grote houten kasteeldeuren

Sprekers o.a.:

  • Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
  • Catherine de Bolle, directeur Europol
  • Madeleine van Toorenburg, Lid Tweede Kamer

Wij nodigen u van harte uit voor de jaarlijkse CDA Europaconferentie, georganiseerd door de CDA-delegatie en de EVP-fractie in het Europees Parlement.

Georganiseerde criminaliteit heeft een ontwrichtend effect op ons dagelijks leven en in onze omgeving. Door de combinatie van grote sommen geld en zware geweldsmiddelen van criminele netwerken ligt ondermijning van de rechtsstaat op de loer. Bovendien maken deze criminelen gebruik van dezelfde voorzieningen als wij: ze vervoeren hun producten over de weg, huren huizen en geven hun geld uit. En net als wij reizen ze zonder problemen de grens over in heel Europa. Ondertussen loopt de aanpak van criminaliteit nog wel steeds tegen grenzen aan.

Wat kan Europa doen om onze politiediensten te helpen criminele netwerken zo snel mogelijk te ontmantelen? Wat gebeurt er al op Europees niveau en wat kunnen we daarvan leren? Daarover gaan we in gesprek met u en met onze vooraanstaande sprekers.

Na afloop van het inhoudelijke gedeelte wordt een afscheidsborrel gehouden ter ere van onze vertrekkende Europarlementariërs Lambert van Nistelrooij en Wim van de Camp. Dit alles op een prachtige locatie in het centrum van Breda: in de kapel van FutureDome, de voormalige koepelgevangenis.

Aanmelding voor deze conferentie is verplicht en kan door een e-mail te sturen naar christinus.berendsen@europarl.europa.eu.
Meer informatie is te vinden op de website www.cda/nl/europaconferentie.

               

CDA: ‘spookdorpen’ voorkomen, meer woningen bouwen en fraude aanpakken

Het CDA wil voorkomen dat in Brabant ‘spookdorpen’ ontstaan: dorpen waar steeds minder mensen wonen en het aantal voorzieningen, zoals winkels, horeca en openbaar vervoer, afneemt. De oplossing is wat het CDA betreft het bouwen van meer woningen. Volgens het CDA trekt woningbouw mensen naar een dorp, waarna voorzieningen volgen. Zo verwacht de partij.

“Brabant is meer dan een verzameling steden met wat groen ertussen. Willen we het platteland levendig en leefbaar houden, dan moeten we ook bouwen in het buitengebied toestaan.” Aldus lijsttrekker Marianne van der Sloot (CDA).

Bouwen in het buitengebied, door uitbreidingen bij dorpen en buurtschappen en het herbestemmen van leegstaande agrarische gebouwen, is een van de maatregelen die het CDA wil nemen om het enorme woningtekort in Brabant tegen te gaan. Tot 2030 heeft de provincie nog 120.000 woningen nodig.

Daarnaast pleit het CDA ervoor dat de provincie aan gemeentes – letterlijk – ruimte geeft om de komende jaren fors meer huizen te bouwen. Van der Sloot: “Omdat van alle ingediende bouwplannen ‘onderweg’ steevast een deel sneuvelt door bijv. bezwaren of een tekort aan financiering, worden er in de praktijk altijd minder woningen gebouwd dan beoogd en blijft er dus een tekort. Zorg als provincie daarom voor tenminste 130% aan bouwplannen, ‘plancapaciteit’, of laat gemeentes bij wijze van experiment vrij in de maximale hoeveelheid woningen die zij willen bouwen.”

Een derde maatregel die het CDA voorstelt, is het ouderen mogelijk maken om langer thuis te wonen. Op dit moment wonen er in Brabant ca. 500.000 mensen van 65 jaar of ouder. De verwachting is dat dit aantal in 2040 is gestegen tot 750.000. Om ervoor te zorgen dat zij zelfstandig, passend én betaalbaar in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen, wil het CDA dat de provincie initiatieven daartoe actief stimuleert en ondersteunt. Met geld, met plannen en met mankracht. Door nieuwbouw of door het aanpassen van bestaande woningen (met bijv. de aanleg van een traplift of het verwijderen van drempels).

Ten vierde wil het CDA de Brabantse woningmarkt toegankelijker maken voor starters. Bijv. door als provincie regelingen als de Starterslening, waarmee beginnende huizenkopers een financiële steun in de rug kunnen krijgen, of het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), waarmee dorpsbewoners samen en hierdoor dikwijls goedkoper kunnen bouwen.

Tot slot wil het CDA woonfraude, zoals illegale onderhuur, en het witwassen van crimineel geld, bijv. door aankoop van vastgoed, nadrukkelijker op de radar van de provincie brengen. Bijvoorbeeld via de Taskforce Brabant Zeeland, het samenwerkingsverband tegen de georganiseerde misdaad waaraan Brabant financieel bijdraagt. “Het CDA wil geen Amsterdamse taferelen in Brabant. Fraude en witwassen mogen nooit lonen. Gezinnen op zoek naar een huis mogen niet van de woningmarkt worden verdrongen door fraudeurs en criminelen. We vinden het belangrijk dat de provincie hier aandacht voor heeft en aanhaakt bij bijv. het Anti Money Laundering Centre (AMLC) tegen witwassen.” Aldus Van der Sloot.

Opinie Ankie de Hoon – ‘Bereikbaarheid Brainport: het hele verhaal’

Opinie van Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer & vervoer namens CDA Brabant.

‘Bestuurlijke durf voor bereikbaar Brainport’

De bereikbaarheid van Brabant is een van de grootste thema’s van de verkiezingen op 20 maart. Hoe houden we dorpskernen en binnensteden leef- en bereikbaar? Hoe zorgen we voor goede verbindingen naar onze familiebedrijven? Hoe verleiden we ondernemers van buiten onze provincie om zich in Brabant te vestigen, “omdat je hier zo gemakkelijk kunt komen”? En hoe zorgen we ervoor dat al die nieuwe woonwijken die we willen bouwen straks goed toegankelijk zijn voor starters, gezinnen en senioren? Het zijn deze grote vragen die de Brabanders bezighouden.

En bij grote vragen horen grote antwoorden. Met ‘klein bier’, hoe lekker ook, kom je er niet. Wie door Brabant rijdt, ervaart het zelf. ‘Even’ van Eindhoven naar Helmond, een ritje van 18 kilometer, kost je bij slecht weer al gauw anderhalf uur. De regio Eindhoven, ‘Brainport’, is de slimste regio en tegelijkertijd een van de grootste verkeersknelpunten van Nederland. Met dagelijks files, ongevallen en sluipverkeer. Wat kunnen we daartegen doen? In de Volkskrant van 4 maart jl. gaf de verantwoordelijke provinciebestuurder, gedeputeerde Van der Maat (VVD), zijn visie. Wij vullen die graag aan, om het verhaal eerlijk en compleet te maken.

Laten we bij het begin beginnen. Er was eens een bereikbaarheidsprobleem dat al tientallen jaren speelde. Met meer dan 7 miljoen euro aan onderzoeken. In 2014 lag er eindelijk een plan, was er geld (maar liefst 271 euro miljoen euro) én bestuurlijke durf om iets te gaan doen. Maar voor dat plan, de aanleg van een zgn. ‘Noordoostcorridor’, bleek in de regio geen draagvlak. En dus ging het van tafel.

Toch was daarmee de hoop op een alternatieve oplossing niet verdwenen. Een jaar later, in 2015, zouden er immers verkiezingen zijn voor een nieuw provinciebestuur. Nieuwe ronde, nieuwe mensen, nieuwe kansen. Met 1.777 stemmen verschil werd de VVD de grootste partij in Brabant. Het CDA moest genoegen nemen met zilver. Desondanks waren we niet somber. Het geld voor Eindhoven lag immers nog steeds te wachten op een goed, gedragen plan. En op bestuurlijke durf. Hoopten we althans. Helaas, het liep anders.

Want nog maar kort na de verkiezingen spatte onze droom voor een bereikbaar Brainport uiteen. Schakend op twee borden koos de VVD ervoor om een deal te sluiten met de SP en twee andere partijen: ‘links’ mocht vier jaar losgaan op milieu, de VVD op industrie. En de bereikbaarheid van Eindhoven? Daar zouden deze vier partijen het dan deze periode niet over hebben. De verkeersparagraaf in het Brabantse ‘regeerakkoord’ ging over fietspaden, rotondes en ‘smart mobility’. Echte oplossingen voor de bereikbaarheid van Eindhoven, of voor het ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder, stonden er niet in. En hoewel je fietsend tegenwoordig best een eind kan komen, laten duizenden kratjes bier uit Lieshout zich niet verplaatsen per fiets.

Had uitbreiding van het openbaar vervoer een optie kunnen zijn? Altijd een goed idee. Maar ook dat is niet genoeg. Zelfs als we het openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk, betaalbaar en overzichtelijk maken, blijven de files. En die kunnen we alleen oplossen door nieuwe wegen aan te leggen of bestaande wegen te verbreden. Hoe dan ook: met meer asfalt.

Maar extra asfalt kost geld. Van de 271 miljoen euro die was gereserveerd voor bereikbaarheidsoplossing voor Eindhoven, verdampte in het eerste jaar ná het aantreden van het nieuwe college al 90 miljoen. Een derde van het totaalbedrag. En kort daarna ging ook de rest van het geld verloren aan ‘alternatieve’ projecten waarover we nooit meer iets hoorden. Omdat er voor Eindhoven maar geen plan, geen oplossingsrichting kwam. De in het Brabantse regeerakkoord beloofde ‘beweging in Brabant’ bleef uit. Pas nu, vlak voor de verkiezingen, meldt de gedeputeerde, inmiddels lijsttrekker, zich weer met interviews in verschillende media. Met aan betrokken gemeenten de boodschap dat hij alleen wil weten wat zij wél willen, niet wat ze niet willen. Niet echt daadkrachtig, als je weet dat vorige plannen strandden wegens te weinig draagvlak.

In de afgelopen vier jaar was er alle tijd om met een oplossing te komen. Met de regio om de tafel gaan. Scenario’s laten onderzoeken. De voorstellen van andere partijen oppakken. (Voor)financiering regelen. Draagvlak creëren. Een koers bepalen. Toch gebeurde er niets. Waarom niet? Mocht het misschien niet in het college met ‘links’? Waar een wil is, is een weg. Waar geen wil is, komt geen weg. Dat is gebleken.

Want wat kan wel? Verbreding van de Kennedylaan en de Eisenhowerlaan in Eindhoven, aanleg van een Oostelijke Randweg om Nuenen, van de provinciale weg N279 een ongelijkvloerse weg maken met 2×2 rijstroken, aanleg van een nieuwe weg die de N279 bij Aarle-Rixtel verbindt met de A50 bij Son, verbreding van de A50 bij Ekkersrijt, verbreding van de A67 en aanleg van een station Eindhoven Airport.

Voor dit wensenlijstje zijn draagvlak, geld en bestuurlijke durf nodig. Met alle drie had in de afgelopen vier jaar kunnen worden begonnen. Maar aan alle drie heeft het die periode ontbroken. Wat Brainport wél kreeg, was meer ergernis, meer overlast en meer economische schade.

Na 20 maart doet zich opnieuw een kans voor om de bereikbaarheid van de regio Eindhoven structureel te verbeteren. Volgens de gedeputeerde komt er weer geld aan, zo lezen wij in de krant. Dat is goed nieuws. Nu nog het draagvlak en de bestuurlijke durf. Het CDA levert die graag. Zuidoost-Brabant verdient het.

CDA’ers doen aangifte wegens verdwenen verkiezingsborden in Tilburg

CDA’ers Marcel Deryckere, Maarten van den Tillaart en Rein Valk uit Tilburg doen aangifte wegens het verdwijnen van tientallen van hun verkiezingsborden. Zij vermoeden opzet, want de borden zijn ‘deskundig’ losgeknipt en weggehaald zonder sporen achter te laten.

Deryckere is kandidaat voor Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Van den Tillaart en Valk zijn verkiesbaar voor resp. de waterschappen De Dommel en Brabantse Delta. Beide verkiezingen vinden plaats op 20 maart a.s.

In Tilburg is het neerzetten van verkiezingsborden op daarvoor bestemde plaatsen, zoals om lantaarnpalen, in verkiezingstijd toegestaan. Deze ‘reclame’ helpt kandidaat-politici om zich aan de kiezers voor te stellen en hun standpunten bekend te maken. Zijn de verkiezingen geweest, dan worden de borden weer weggehaald. Dikwijls door vrijwilligers.

Deryckere: “Het is triest dat vandalen andermans eigendommen weghalen. Door aangifte te doen willen wij een signaal afgeven: pik het niet als je spullen worden weggehaald of vernield en meld het bij de politie. Dan is het bekend, kan er een dossier worden opgebouwd en indien mogelijk opgetreden. De openbare ruimte is er voor iedereen en de regels ook. Daar oog voor hebben is een kwestie van respect en fatsoen.”

Staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) op campagnebezoek in Brabant

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (CDA) brengt op zaterdag 9 maart a.s. een campagnebezoek aan Brabant. De staatssecretaris gaat naar Den Bosch, Veghel en Uden en neemt deel aan diverse activiteiten in het kader van de verkiezingen voor een nieuw provinciebestuur, die over twee weken plaatsvinden.

Belangrijke verkiezingsthema’s in Brabant zijn o.a. de economie en de leefbaarheid in steden en dorpen, twee onderwerpen waarmee ook de staatssecretaris zich in Den Haag bezighoudt. Zo presenteerde zij afgelopen zomer een actieplan ter versterking van het midden- en kleinbedrijf en stelde voor deze kabinetsperiode 200 miljoen euro beschikbaar om dit sterker, efficiënter en productiever te maken. Dit geld komt ook in Brabant terecht, waar familiebedrijven en het midden- en kleinbedrijf voor de meeste werkgelegenheid zorgen.

Met deze extra aandacht voor het midden- en kleinbedrijf wil Mona Keijzer o.m. winkelgebieden in steden en dorpen vitaal houden. De leefbaarheid in binnensteden en dorpskernen is ook een belangrijk verkiezingspunt van het CDA Brabant, dat vindt dat de provincie daarin een taak en verantwoordelijkheid heeft. Niet alleen als het gaat om het bevorderen van voldoende winkelaanbod, maar ook om te zorgen voor een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer, het bouwen van genoeg woningen voor starters, gezinnen en senioren én het vergroten van de verkeersveiligheid.

Het programma van de staatssecretaris begint om 11.15 uur op de Markt in Den Bosch, waar ook de Brabantse CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot, Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en Eerste Kamerlid Ton Rombouts aanwezig zijn. Tussen 12.30 uur en 13.30 uur is Mona Keijzer in Veghel voor een bezoek aan de Jumbo Foodmarkt met verschillende CDA’ers uit de regio. Onder hen Erpenaar Coen Hendriks, die op plaats 8 van de provinciale CDA-lijst staat. Vanaf 14.30 uur doet de staatssecretaris samen met Tweede Kamerlid Erik Ronnes Uden aan voor een ontmoeting met het winkelend publiek en een kennismaking met plaatselijke ondernemers. Om 16.00 uur is het bezoek afgelopen.

Marianne van der Sloot, lijsttrekker CDA Brabant: “Wij zijn blij met de komst van Mona Keijzer naar onze mooie provincie Brabant. Als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is zij verantwoordelijk voor belangrijke onderwerpen als het midden- en kleinbedrijf, het ondernemersbeleid en innovatie. We nemen haar graag mee door onze provincie, langs de mensen die de Brabantse economie draaiende houden: de ondernemers achter het midden- en kleinbedrijf en achter die vele familiebedrijven. Zij zorgen voor werk en hebben vaak ook een maatschappelijke functie. Bijvoorbeeld omdat ze sportclubs, lokale evenementen en buurtactiviteiten sponsoren. Of zorgen voor stageplaatsen. Als CDA zijn we trots op deze mensen. En natuurlijk ook op onze staatssecretaris die zich voor hen inzet.”

Vooraankondiging: minister Hugo de Jonge op 18/03 in Oirschot

In samenwerking met ouderenorganisatie KBO houdt het CDA op 18 maart a.s. in Oirschot een manifestatie over ‘vergrijzing in Brabant’. Gastspreker is minister Hugo de Jonge van ouderenzorg, die recent met gemeenten, verzekeraars en belangenorganisaties een Pact voor de Ouderenzorg sloot. In dit Pact staan drie ambities: Eén tegen Eenzaamheid, Thuis in het Verpleeghuis en Langer Thuis. Voor elke van deze ambities is extra geld beschikbaar.

Op dit moment wonen er in Brabant ong. 500.000 mensen die 65 jaar of ouder zijn. De verwachting is dat dit aantal in 2040 is gestegen tot 750.000. Dat betekent een dubbele vergrijzing: niet alleen het aantal ouderen neemt toe, ook hun gemiddelde leeftijd stijgt. Veel 65-plussers geven aan dat het leven er in de afgelopen jaren niet gemakkelijker op is geworden. Een veel gehoorde zorg is het gebrek aan passende huisvesting. Zo is het niet eenvoudig om dichtbij het vertrouwde netwerk te verhuizen naar een veilige en betaalbare woning, waar zorg op maat kan worden geboden.

Om versneld te kunnen zorgen voor voldoende passende huisvesting is het noodzakelijk dat maatschappelijke partners hier samen de schouders onder zetten. Het CDA pleit daarom voor een Aanjaagteam Wonen & Zorg dat senioren in Brabant gaat helpen met passende huisvesting (in combinatie met voorzieningen voor welzijn en zorg). Dit provinciale aanjaagteam moet in alle Brabantse dorpen en wijken de woon-/zorgbehoeften van senioren gaan ophalen én moet initiatieven ondersteunen om – afgestemd op die behoeften – in hoog tempo passende huisvesting te realiseren.

Het doel van de manifestatie met minister De Jonge is het delen van voorbeelden over passend langer thuis wonen. Voorbeelden die de deelnemers aan de manifestatie inspireren én die de minister overtuigen een deel van het extra geld voor de ambitie Langer Thuis in Brabant in te zetten voor een Aanjaagteam Wonen & Zorg.

De manifestatie is een initiatief van kandidaat-Statenlid en oud-wethouder Ria van der Hamsvoord uit Wintelre, die op plaats 11 van de provinciale CDA-lijst staat. Locatie is Sociaal Cultureel Centrum De Enck in Oirschot (adres: De Loop 67). Om 15.00 uur start de bijeenkomst (inloop vanaf 14.30 uur) en het einde is voorzien om 17.00 uur. Daarna is er gelegenheid tot napraten in de foyer van De Enck. Eenieder met belangstelling is van harte uitgenodigd om aanwezig te zijn. Aanmelden kan door het invullen en versturen van een digitaal aanmeldformulier, te vinden onder de volgende link: Aanmeldformulier Manifestatie 18 maart 2019.

Noot voor de pers:
Vertegenwoordigers van de pers kunnen voor meer informatie contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via 06-10485989.

Schriftelijke vragen over OV 2040 – Houdt links van Breda de wereld op?

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040: houdt links van Breda de wereld op?

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over OV 2040.

Geacht college,

Onlangs stuurde staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer een brief over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 20401. Wat opvalt in deze visie op het openbaar vervoer van de toekomst, is dat vooral de economische kernregio’s in Nederland snellere en betere openbaar vervoersverbindingen krijgen. En dat een regio als West-Brabant het nakijken heeft.

Want wie in Bergen op Zoom woont en in Tilburg studeert, hoeft in de visie van de staatssecretaris niet te rekenen op sneller en beter openbaar vervoer. En werk je in Roosendaal maar woon je in Den Bosch, dan ben je eveneens slecht af. Net als je collega die op en neer reist tussen Zeeland en West- of Midden-Brabant v.v.

Het CDA maakt zich zorgen over deze eenzijdige focus op de Randstad en het negeren van een regio waar meer dan 700.000 mensen wonen. De indruk ontstaat dat de Brabantse verkeersgedeputeerde, onze belangrijkste ambassadeur en lobbyist in Den Haag, die zelf in Breda woont, met zijn neus naar Den Bosch kijkt en met de rug naar West-Brabant staat. Alsof links van Breda de wereld ophoudt…

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Hoe is Brabant betrokken bij de totstandkoming van de visie Toekomstbeeld OV 2040?
  2. Wat is de Brabantse inbreng geweest?
  3. In hoeverre is meegenomen dat een betere OV-verbinding tussen de regio(‘s) en de Randstad kan bijdragen aan een oplossing voor andere vraagstukken van de Rijksoverheid (zoals werkgelegenheid en het woningtekort)?
  4. Is er contact (geweest) met de provincie Zeeland, waar de situatie en belangen deels vergelijkbaar zijn met die in Brabant?
  5. Bent u het met het CDA eens dat de stations Bergen op Zoom en Roosendaal belangrijke schakels zijn richting de provincie Zeeland, richting de metropoolregio’s en richting Midden- en Oost-Brabant? Indien ja, vindt u met ons dat er meer aandacht moet komen voor o.a. de treinverbinding tussen West-Brabant en Zeeland, tussen West-Brabant en de Randstad en tussen West-Brabant en Midden- en Oost-Brabant?
  6. Deelt u de mening van het CDA dat een treinverbinding zonder overstappen of aansluitend overstappen én het vaker laten rijden van treinen via station Bergen op Zoom en vanaf station Roosendaal naar de Randstad én naar Tilburg en Den Bosch bijdraagt aan het verbeteren van de verbinding tussen West-Brabant/Zeeland, de Randstad en Midden- en West-Brabant?
  7. Willen de Rijksoverheid, de Nederlandse Spoorwegen en ProRail mee in de noodzakelijke verbetering van de verbinding van Brabant met Zeeland, met de Randstad en met Midden- en Oost-Brabant?
  8. Bent u bereid Provinciale Staten op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de Tweede Kamer omtrent het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer en evt. investeringen in dit verband die voor Brabant van belang zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/02/06/toekomstbeeld-openbaar-vervoer/toekomstbeeld-openbaar-vervoer.pdf.

Spreektekst Marcel Deryckere – Debat over het burgerinitiatief herindeling Nuenen op 22/02

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het burgerinitiatief “Met spoed een besluit nemen over de herindeling van Nuenen c.a. en Eindhoven en het herindelingsadvies van 2 oktober 2018 verwerpen”
(22-02-2019)

Voorzitter,

Graag wil het CDA beginnen met het complimenteren en bedanken van al die inwoners van Nuenen die door weer en wind bijna 1.500 handtekeningen voor hun burgerinitiatief hebben opgehaald. Een ongekende prestatie. Daarnaast bedank ik wederom alle aanwezigen Nuenenaren op de publieke tribune, die voor de zoveelste keer een dag vrij hebben moeten opnemen om deze Staten te kunnen volgen. Het zijn fantastische doeners die opkomen voor hun dorp en samenleving.

Voorzitter,

Bijna vier jaar geleden begon een nieuwe bestuursperiode voor deze Provinciale Staten. Vlak na de verkiezingen werd mij als nieuw Statenlid voor de website van de Provincie gevraagd waar ik mij in deze periode voor wilde inzetten. Ik antwoordde:

“De afgelopen jaren zie ik als jongere een steeds grotere kloof ontstaan tussen de overheid en de samenleving. Het vertrouwen in de overheid en de politiek is weg. De belangrijkste uitdaging in de komende jaren is voor mij dan ook het terugwinnen van dat vertrouwen.”

De Provinciale Statenverkiezingen van 2015 kenden een dramatisch opkomstpercentage van slechts 43,64%. Minder dan 1 op de 2 Brabanders had genoeg vertrouwen in ons om überhaupt te gaan stemmen. Ik zag en zie het dan ook als onze collectieve opgave om het vertrouwen in de Brabantse politiek te herstellen. Hier, vanuit deze zaal en vooral ook daarbuiten.

Helaas moet ik nu constateren dat het omgekeerde is gedaan. Het proces om tot een gedwongen herindeling tussen Nuenen en Eindhoven te komen heeft diepe sporen van wantrouwen, teleurstelling en boosheid achtergelaten bij een deel van de Brabantse bevolking. Dit provinciebestuur walste als een bulldozer over de wensen, zorgen en belangen van de inwoners van Nuenen heen.

Volgens mij moeten we na twee jaar constateren dat dit proces enkel en alleen verliezers kent. De provincie, de gemeente Nuenen en de allerbelangrijksten: de Nuenenaren. Wat het CDA betreft moeten we 1) dit proces zo snel mogelijk stoppen en 2) voorkomen dat we ooit weer, ergens in Brabant, in een soortgelijke situatie terechtkomen.

Voorzitter,

Na deze bredere inleiding zoom ik nu graag in op het voorliggende burgerinitiatief en wat dat van ons vraagt, namelijk het afkeuren van het herindelingsadvies Nuenen-Eindhoven.

Het herindelingsadvies dat Nuenen dwingt tot fusie met Eindhoven rammelt aan alle kanten. De argumentatie van het college om de fusie af te dwingen is zwak, vaak onjuist en leek de afgelopen maanden met de dag te veranderen. Los van of je überhaupt voor of tegen gedwongen herindelingen bent. De argumenten achter het herindelingsadvies zijn dermate zwak dat een gedwongen herindeling nergens op zou slaan.

Want, waarom komt het college toch telkens met nieuwe argumenten uit de hoge hoed? In het officiële herindelingsontwerp worden andere argumenten genoemd dan in de vele Statenmededelingen. Nuenen zou bijvoorbeeld dossiers als Gulbergen, Van Gogh en de woningbouw niet aankunnen. Waarom staan deze argumenten niet in het herindelingsontwerp en waarom veranderen de argumenten continu? Waarop zijn deze argumenten überhaupt gebaseerd, daar ze niet voorkomen in de bestuurskrachtonderzoeken? Een deel van deze taken ligt zelfs niet bij de gemeente Nuenen, maar bij andere overheidsorganisaties.

Het enige argument dat wél telkens wordt genoemd is het slechte politiek-bestuurlijke samenspel tussen college, raad en bevolking. Echter, we hebben toch democratische verkiezingen uitgevonden om dit te verbeteren? En dat is ook gebeurd. De bevolking van Nuenen heeft gesproken en in maart vorig jaar een vernieuwde raad gekozen en niet-functionerende raadsleden weggestemd. Wat uiteindelijk heeft geleid tot een nieuw college.

Bovendien was het thema tijdens die gemeenteraadsverkiezingen de gedwongen fusie met Eindhoven. Partijen die tegen de fusie waren wonnen. Zij die er voor waren verloren. Enkele maanden later werd de Nuenenaren tijdens een referendum rechtstreeks om hun mening over de fusie gevraagd: 78% van de kiezers was tegen. Nu laten de inwoners voor de derde keer, via een burgerinitiatief, hun mening horen. En weer is het: wij willen geen fusie met Eindhoven.
Wat het CDA betreft zijn dit heldere signalen die je als politiek gewoonweg niet kunt negeren.
De democratie heeft gesproken.

Fantastisch zou je zeggen. Maar nee, nog steeds moest en zou het college van Brabant de gemeente Nuenen opheffen wegens gebrek aan bestuurskracht. Ongehoord. De provincie baseert zich daarbij bovendien op het idee dat een grotere gemeente per definitie zorgt voor een bestuurskrachtigere gemeente. Maar is dat wel zo? Wetenschappelijke evaluaties en onderzoeken naar de vele gemeentelijke fusies in Nederland geven hier gelukkig een antwoord op. Een antwoord dat de stelling dat grotere gemeenten per definitie bestuurskrachtiger zijn volledig onderuit haalt.

Want wat blijkt: gefuseerde gemeenten tellen meer samenwerkingsverbanden dan voorheen, fusies leveren geen kostenbesparingen op, leiden tot minder publieke belangstelling, minder vertrouwen en een lagere opkomst bij verkiezingen.
Onderzoekers stellen ook nog eens vast dat gemeentelijke voorzieningen niet verbeteren na een fusie en dat ook achteraf de steun voor een gedwongen fusie niet stijgt. Kortom, vooral de democratie gaat erop achteruit. Het enige dat een gemeentelijke fusie vaak wel oplevert, is een groter en professioneler ambtelijk apparaat. Dat echter wel op grotere afstand staat van de inwoners en daarom vaak niet weet wat er precies speelt.

Wetenschappers Herweijer & Fraanje zeiden ooit: als deelnemer van de democratie verslechteren de mogelijkheden voor inwoners in herindelingsgemeenten. Voor het CDA zijn juist die democratische waarden zo enorm belangrijk zijn.

Voorzitter,

Ik kom tot een afsluiting. Voor het CDA is het duidelijk: de door het college gemaakte gedwongen herindelingsplannen tussen Nuenen en Eindhoven zijn zwak, niet onderbouwd en leiden voor de inwoners van Nuenen niet tot een sterkere en betrokken gemeente.

Het is van begin af aan duidelijk geweest dat de CDA-fractie tegenstander is van gedwongen herindelingen. Gemeenten horen zélf over zoiets enorm ingrijpends als hun eigen toekomst te beslissen. Niet de provincie. Dit stond in ons verkiezingsprogramma voor deze periode en ook voor de volgende. Daar zullen we ons aan houden. Er zullen door het CDA geen herindelingen worden afgedwongen in Brabant.

Het is dan ook niet verrassend dat wij het voorliggende burgerinitiatief zullen steunen om zo de herindelingsprocedure per direct te stoppen en de inwoners van Nuenen hun toekomst weer in eigen hand te geven.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere burgerinitiatief herindeling Nuenen c.a. en Eindhoven (22 februari 2019)

Ankie de Hoon over aanpak sluipverkeer Hooipolder/Langstraat

Statenlid Ankie de Hoon stelt op 22 februari 2019 mondeling vragen aan het provinciebestuur, waarin zij het opneemt voor de inwoners van de Hooipolder-gemeenten en in de Langstraat die te maken hebben met sluipverkeer door hun wijken en kernen (zie ook de berichtgeving in het Brabants Dagblad d.d. 19 februari 2019: https://www.bd.nl/waalwijk-heusden-e-o/ultimatum-voor-aanpak-sluipverkeer-in-langstraat-dorpen~af0c7ff6/).

Radiomaker Erik van Vliet, werkzaam voor o.a. Langstraat FM, interviewde Ankie over dit onderwerp. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Tweede Sint-Janslezing – Inleiding door Stijn Steenbakkers

Op 15 februari jl. verzorgde Stijn Steenbakkers, oud-Statenlid en thans wethouder voor het CDA in de gemeente Eindhoven, de inleiding voor de Tweede Sint-Janslezing in de Sint-Janskathedraal te ‘s-Hertogenbosch. Zijn spreektekst is hieronder te vinden.

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Wethouder Gemeente Eindhoven
Tweede Sint-Janslezing
(15-02-2019)

Inleiding

Monseigneur, Dames en Heren,

De verkiezing van Trump, de protesten van de gele hesjes in Frankrijk, en het rapport van onze eigen Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onder de titel De val van de middenklasse?.

We leven in een bijzondere tijd. Ik vind het een eer dat u mij juist in deze tijd heeft gevraagd om te spreken over mijn visie op onze economie en samenleving. Monseigneur, dank voor de uitnodiging!

Ik zal gedurende deze lezing schakelen tussen de ontwikkelingen op een meer macroniveau en op het Brabantse niveau, meer specifiek Zuidoost-Brabant. Waar ik als wethouder Economie & Brainport van de stad Eindhoven de economische ontwikkelingen in (Zuidoost-)Brabant nauwgezet volg. In deze lezing geef ik u vanuit mijn persoonlijke kant enkele diepere bespiegelingen over de uitdagingen in onze economie en samenleving die ik op dit moment zie, en probeer daarbij ook meteen een begin van een perspectief te schetsen. Ik doe dit op basis van wat op mijn hart ligt n.a.v. artikelen, boeken die ik heb gelezen, ervaringen en gesprekken die ik in de afgelopen jaren heb gehad. In het besef dat dit verre van volledig is.

15 februari is in economisch opzicht een bijzondere dag. In de wereldgeschiedenis vonden er enkele fundamentele omwentelingen plaats.

  • 15 februari 1864 is de oprichtingsdag van misschien wel het bekendste bedrijf van het Koninkrijk der Nederlanden. Op die dag in 1864 kocht de toen 22-jarige Gerard Adriaan Heineken namelijk brouwerij ‘De Hooiberg’ in Amsterdam. Een omwenteling. Het begin van de firma Heineken. Nu zijn we hier in Brabant gelukkig gezegend met een ander heerlijk biermerk, gemaakt door een fantastisch Brabants familiebedrijf, maar toch: een Nederland zonder Heineken, zegt zelfs deze Brabander, zou een gemis zijn.
  • Exact 72 jaar later, op 15 februari 1936, vond een andere economische omwenteling plaats op Europees niveau. In Duitsland, dat destijds gebukt ging onder een verschrikkelijk bewind, vond de opening van de eerste fabriek van Volkswagen plaats. Ik heb getwijfeld of ik deze gebeurtenis moest noemen, juist vanwege die donkere kant die er ook onlosmakelijk mee verbonden is. Tegelijkertijd heeft het beschikbaar komen van een auto voor de gewone man onze economie in de 20e eeuw structureel veranderd.
  • En nog maar 14 jaar geleden, op 15 februari 2005, weer zo’n economische omwenteling, maar dan op wereldniveau. De oprichtingsdag van YouTube. Een compleet nieuwe sector, waardoor bestaande industrieën, zoals de muziekindustrie, structureel werden veranderd

Centrale boodschap

En nu is het weer 15 februari, 15 februari 2019.

  • In Amerika is de ‘American Dream’ op veel plekken vervangen door de ‘Fear of Falling’. De angst om te verliezen wat verworven leek. De opkomst van het gevoel dat harder werken niet altijd leidt tot een beter bestaan. Voor de Verenigde Staten is dit gevoel ook een omwenteling.
  • In Frankrijk lopen al maandenlang grote groepen mensen in gele hesjes. Zij protesteren tegen de overheid en willen verandering, het beter krijgen. Ook zij willen een omwenteling.
  • In ons eigen land, zo vertelde minister Hoekstra recent, vindt 85% van de mensen dat het hen economisch goed gaat, maar nog maar 35% denkt dat hun kinderen het financieel beter gaan krijgen dan zijzelf. Nog nooit was deze kloof zo groot, ook een omwenteling.

Allemaal fundamentele ontwikkelingen. Ondertussen worstelen overheden met het vinden van passende en hedendaagse antwoorden. Ook de vrije markt heeft absoluut geen kant en klare oplossing. Zowel markt als overheid zijn naar mijn idee, om het maar economisch te benoemen, in een zekere zin failliet. Zij kunnen dit niet alleen in de bestaande structuren oplossen.

Daarom geloof ik dat we vandaag de dag wéér een omwenteling nodig hebben. Een andere omwenteling. Een meer fundamentele. Eén in de structuur. Volledig beseffend dat ook mijn perspectief niet alomvattend is en slechts een deel van of aanzet tot de totaaloplossing. Maar ik geloof wel dat dit een begin van een perspectief is én dat we er mee moeten beginnen.

Ik pleit voor een fundamentele omwenteling door de informele kant van onze economie te versterken, met de ‘triple helix’ samenwerking als middel. De informele economie is alles wat niet tot de markt en tot de overheid behoort. De Italiaanse econoom Bruni gebruikt de term ‘civiele economie’. ‘Een economie’, zoals hij zegt, ‘waarin de intrinsieke waarde van intermenselijke relaties economisch wordt erkend’. Een economie is meer dan wat meetbaar is in geld.’ De triple helix samenwerking – de samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs verenigd in een onafhankelijk orgaan waar de hoofdlijnen van het economisch beleid gezamenlijk in gedragenheid worden bepaald – is hier naar mijn idee een perfect hedendaags voorbeeld van. Alle partijen zetten zich daar vrijwillig in, in onderlinge afhankelijkheid, voor het groter belang en de bredere economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Deze triple helix samenwerking zou naar mijn idee op alle niveaus gestalte kunnen krijgen: op lokaal, regionaal, nationaal en wellicht zelfs Europees niveau. Waarbij ik ervoor pleit dat de centrale overheid dit in ieder geval stimuleert en ondersteunt op lokaal en regionaal niveau.

En Brabant kan hierbij met zijn historie en ervaringen in triple helix samenwerkingen zoals Brainport, AgriFood Capital en Midpoint een belangrijke rol vervullen.

De huidige economische situatie

Hoe kom ik hierop? Ik neem u mee in mijn diepere analyse.

Na de crisis van 2008 kennen we een fantastische economische groei in Nederland, over de laatste vier jaar gemiddeld meer dan 2,0% per jaar. De werkloosheid liep in de crisis flink op met als piek 7,4% in 2014, om vervolgens vanaf 2015 weer te dalen naar 4,9% eind 2017. Historisch gezien zeer laag.

Voor Brainport Eindhoven golden bijna Chinese economische groeicijfers. In 2017 4,9% groei, ver boven het landelijk gemiddelde. Met een werkloosheidspercentage van 4,2%, iets onder het landelijk gemiddelde. Op dit moment staan er alleen in de Brainport regio bijna 13.000 vacatures open die we niet zomaar krijgen ingevuld. Vaak in de high tech maakindustrie, op alle niveaus: wo, hbo en mbo. Dus zowel de knappe koppen als de gouden handjes.

We kunnen dus stellen dat het, op zijn Brabants gezegd, ‘keigoed’ gaat met onze economie. Niks meer aan doen. Strik eromheen en door. Toch?

Laat ik beginnen met te zeggen dat er natuurlijk veel dingen goed gaan in onze economie en samenleving, en dat we daar met elkaar echt trots op mogen zijn. Maar in de diepere lagen van onze economie en samenleving broeit en speelt er veel meer. En dit is breed in de westerse wereld. Ik had het er al over:

  • In Amerika de ‘Fear of Falling’.
  • In Frankrijk de gele hesjes.
  • In Nederland de zorgen om de financiële toekomst van onze kinderen.

Kim Putters, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, verwoordde dit gevoel in Nederland naar mijn idee heel goed: ‘Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’.

Analyse

Hoe komt het nu dat we zulke fundamentele vragen over de houdbaarheid van onze economie/samenleving hebben? Het is natuurlijk moeilijk om hier een eenduidig antwoord te geven en ik zal verre van volledig zijn, maar laat ik hierop mijn analyse en visie geven.

Caroline de Gruyter beschreef het in haar column in NRC, o.a. geïnspireerd op de Canadese hoogleraar Mintberg, laatst mooi: ’Stelt u zich een kruk op drie poten voor.’ Stevig en in balans op de grond. Historisch gezien kon je onze economie/samenleving zien als een kruk, met drie stevige poten: de markt, de overheid en de informele sector. Markt en overheid behoeven geen verdere uitleg. Tot de informele sector behoorden de vele verenigingen, kerken, clubjes, vakbonden, gilden, product- en bedrijfschappen, buurtgezelschappen en ga maar door. Juist in onze Brabantse economie/samenleving was deze informele sector zeer aanwezig. En nog steeds zien we dit aspect in Brabant sterk terug. Houdt u dit krukje nu even vast in uw gedachten en zie hoe twee historische ontwikkelingen begonnen te zagen aan twee van de krukpoten.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog ontstond op het politieke toneel een decennialange focus op de strijd tussen kapitalisme en communisme. In deze intensieve strijd tussen markt en overheid, tussen links en rechts, tussen individu en collectief is veel wat noch tot de markt noch tot de overheid behoort in de afgelopen decennia langzaam steeds meer in het politieke verdomhoekje geraakt. De informele sector. Het cement tussen markt en overheid. De sector die zowel overheid als markt kon temmen. Het belangrijkste verschil was dat in die informele sector men informeel sterk met elkaar verbonden en afhankelijk was. Men keek naar elkaar om, zorgde voor elkaar. Er golden informele regels die zowel voor de markt als voor de overheid onlogisch waren. De Italiaanse econoom Bruni zou zeggen dat intermenselijke relaties hier economisch werden gewaardeerd. Mensen deden dingen voor elkaar die niet mogelijk waren voor markt of overheid. Twee voorbeelden.

  1. Een voetbalvereniging die een nieuwe accommodatie nodig had in economische hoogtijdagen. Op de ‘markt’ kon het niet voor het geld dat ze hadden gereserveerd. Een aantal aannemers, die de club een warm hart toedroegen, ‘konden het wel’ uit liefde voor de club. Het enige wat ze wilden was het gereserveerde geld van de gemeente en dan regelden ze het allemaal zelf wel. In het verleden kon dit. Maar tegenwoordig is dit moeilijker. Veel is dichtgeregeld: aanbestedingsregels, procedures, welstandseisen, bestemmingsplannen etc. Terwijl wanneer dit wel zou kunnen de informele sector de markt ‘te slim af’ kan zijn.
  2. De bedrijfshal en het productiemateriaal van een ondernemer die zwaar waren beschadigd door een blikseminslag en wateroverlast. In plaats van te wachten op het verzekeringsgeld werd de ondernemer door concurrenten en andere bedrijven direct geholpen aan een nieuwe ruimte om te kunnen blijven produceren tot het gebouw werd gemaakt. Medewerkers en mensen uit de buurt werkten gratis mee aan de verhuizing. De overheid bood steun en keek actief mee hoe ze zo flexibel mogelijk met de regels kon omgaan in deze bijzondere situatie.

Allemaal voorbeelden van een informele sector en samenwerking tussen partijen waarvan er gelukkig nog steeds veel mooie voorbeelden in Brabant zijn. Maar door de voortdurende focus op markt-overheid, links-rechts, hebben we deze krukpoot in politieke zin wel verwaarloosd en wellicht onbewust beschadigd. ‘De economie’ werd meer van de andere twee actoren, van de markt en/of de overheid.

Deze machtsverhouding was in de meeste westerse samenlevingen, ook de Nederlandse, tot ca. twintig jaar geleden minder merkbaar. Waarom?

Hier komt Mintzberg met een interessante analyse. Er bestonden namelijk nog twee dominante marktordeningsideologieën: het communisme en het kapitalisme. Zij vochten op het wereldtoneel om dominantie. Hoewel in de meeste westerse landen het kapitalisme, de markt, op meer aanhang kon rekenen bestond er óók in westerse landen een grote groep aanhangers van het communisme. Door de aanwezigheid van een sterke andere ideologie, in dit geval het communisme, werd het kapitalisme, de markt, getemd. En feitelijk werd de rol van de overheid hierdoor versterkt. De scherpe randjes gingen zo van het kapitalistische systeem af. Maar toen het communisme wereldwijd langzaam aftakelde, met uiteindelijk de val van de Muur, veranderde dit. Het kapitalisme had ‘gewonnen’ en geen concurrentie meer. En toen ging ‘de markt’ los…

  • Met een onuitputtelijk geloof in deregulering, een blind vertrouwen in de vrije markt en het heilige geloof in groei, ‘no matter what’, evolueerden onze economie en samenleving tot wat zij nu zijn.
  • De dominantie van de markt. Waarbij de overheid de markt niet of nauwelijks meer kan temmen.
  • Het is schokkend, maar in veel landen is de markt nu even machtig als de staat destijds in het Oostblok was.
  • En dit systeem loopt, naar mijn idee, tegen zijn grenzen aan.

Oordeel

En nu weer terug naar het krukje van De Gruyter. Er zitten nog steeds drie poten onder. De krukpoot van de markt staat fier overeind, maar bij de andere twee zitten stevige scheuren. Het evenwicht is zoek.

Mensen glijden van het krukje af. Glijden uit onze economie/samenleving. Voelen zich er geen onderdeel meer van. Voelen zich, soms, machteloos.

Het is naar mijn overtuiging dit effect, deze ontwikkeling, die leidt tot de fundamentele bestaanszekerheidsvragen.

Dit zijn de gele hesjes. De economie, de samenleving. Ze voelen zich er geen onderdeel meer van. Sommige voelen zich machteloos. Het staat ver weg.

Dit is ook te zien in de betekenis van het woord ‘economie’ nu. Lees het nieuws met het woord economie erin: het gaat over financiële markten, rentes, winsten etc. In de Dikke van Dale staat letterlijk:

  1. De wetenschap die het menselijk streven naar welvaart tot voorwerp heeft.
  2. Het geheel van financiële voorzieningen, de handel en industrie van een land.

Deze definitie staat ver weg van mensen. Er is behoefte aan meer geborgenheid, aan een economie waar mensen zich meer nadrukkelijk onderdeel van voelen. Is de markt dan slecht? Nee, zeker niet. We hebben de markt hard nodig. Maar de markt is nu wel heel dominant geworden.

Zoals ik al in mijn inleiding en bij mijn centrale boodschap heb gezegd, denk ik dat fundamentele versterking van de informele economie via de triple helix samenwerking bij economisch beleid kan bijdragen aan een oplossing. Waarom zeg ik dit en wat heeft mij hierbij geïnspireerd?

Inspiratie: leren uit het verleden

Wat is economie? De oorsprong: humanisme en katholicisme

Zijn er bij het zoeken naar een oplossing inspiratiebronnen? Ongetwijfeld zijn er in vele overtuigingen/religies heel mooie inspiratiebronnen te vinden. Ook hier wil ik zeker niet de schijn wekken volledig te zijn. Maar voor mij zijn er twee die eruit springen: het humanisme en het katholicisme.

Het humanisme. Tijdens mijn middelbareschooltijd op Bernrode, hier in de buurt in Heeswijk-Dinther, leerden we dat het Griekse woord ‘oikos’ huis betekende. Dit stond overigens soms op de muren in de ‘chambretjes’ gekrast. Wellicht omdat de studenten van die tijd wel eens heimwee hadden? Klopt dit Monseigneur? En daarna leerden we dat dit eigenlijk het basiswoord was voor ‘oikonomia’, het equivalent van economie nu. ‘Oikonomia’ bestaat uit de Griekse woorden ‘oikos’ (huis) en ‘nomos’ (wet/regel). In het Grieks betekende ‘oikonomia’, economie, dus niets meer of minder dan huishoudkunde. Bij de Grieken had het woord economie dus een zeer kleinschalige en dichtbije betekenis.

Dit strookt ook met wat we zien in de deugdenethiek van Aristoteles uit die tijd. Hij verstond onder oikonomia ‘alles wat nodig is om je doel/de praxis te verwezenlijken’. Het streven naar sec meer welvaart of geld, puur als doel, zou Aristoteles dus sterk afkeuren. Omdat hierin de praxis, het doel, niet meer centraal zou staan.

Ook het katholieke denken biedt inspiratie. Het woord ‘oikonomia’ wordt hier gebruikt in het Nieuwe Testament (Lucas 16:2-4), waar het werd vertaald als ‘beheer’ of ‘rentmeesterschap’. Het gaat hier om een zorgvuldig beheer van een goed of dienst, maar ook van je omgeving/de wereld.

Dit begrip van economie is verder uitgewerkt in het katholieke sociale denken door de jaren heen. Van het ‘Rerum Novarum’ (1891) tot het ‘Laudato Si’ (2015). Dit denken zegt dat mensen/partijen het met elkaar moeten doen en dat ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De mensen die rijk zijn, zowel qua bezit of geest, dus ook als je bovenmatige intellectuele capaciteiten hebt, zijn verplicht deze ‘overvloed’ te delen met hun medemensen. Je mag dus zeker rijk zijn, bezit hebben, sterker dit wordt aangemoedigd, maar je bent verplicht dit te delen.

Interessant vind ik de directe lijn van dit denken naar het recente ‘Laudato Si’ van Paus Franciscus uit 2015. Hierin wordt de integraliteit van de onderlinge verbondenheid van mensen, die nu op aarde rondlopen, nadrukkelijk verbonden naar onze kinderen en kleinkinderen die nog geboren moeten worden. Het legt wederom een sterke rol op het beherende van de mens in de economie. Duurzaamheid. We hebben het allemaal te leen van onze (klein)kinderen. Zoals een familiebedrijf.

Uiteindelijk komen de katholieke sociale leer en inspiratie voor mij in diepere zin hierop neer.

Mensen zijn, juist zonder markt of overheid, intrinsiek met elkaar verbonden en hebben een verantwoordelijkheid voor elkaar te zorgen. Alleen onderlinge samenwerking en verbinding tussen (groepen) mensen leiden tot een betere en duurzaam houdbare economische orde/samenleving.

Dames en heren, zowel de oude Grieken, een economie die dichtbij is/‘huishoudkunde’, als het katholieke sociale denken in a. ‘het beherende’ en b. ‘de onderlinge verbondenheid en goede samenwerking’ geven mij inspiratie om te kijken hoe we het evenwicht kunnen terugbrengen.

Mijn perspectief

Zoals gezegd in mijn boodschap aan het begin, geloof ik in een fundamentele omschakeling. De informele sector moet worden versterkt. Ik stel voor om dit te doen op een hedendaagse manier, via de samenwerking in de triple helix. In dit onafhankelijke orgaan zetten ondernemers, overheden en onderwijs zich gezamenlijk op vrijwillige basis in om de lokale, regionale, landelijke en wellicht zelfs Europese economische koers te bepalen. Alle partijen zullen daarbij wellicht een deel van hun verantwoordelijkheden moeten durven loslaten. Waarom geloof ik hierin?

  1. Burgers kunnen zo op drie verschillende manieren indirect verbonden zijn met de vorming van economisch beleid. Via de overheid, via het onderwijs of via het bedrijfsleven. Dit kan ervoor zorgen dat economie weer dichter bij mensen komt te staan. ‘Op huishoudniveau’, zoals ooit bedoeld door de oude Grieken.
  2. In de triple helix zijn alle partijen erbij gebaat om goed samen te werken. Om rekening te houden met elkaars belangen, juist op de langere termijn. Je moet er gezamenlijk uitkomen en weet ook dat je elkaar (over)morgen en over één jaar, tien jaar weer tegenkomt. Dit kan zorgen voor een meer beherende, lange termijn vorm van economisch beleid. Zie hier het beherende uit het katholiek sociale denken.
  3. Door de manier van samenwerken wordt ook een informele onderlinge verbinding en afhankelijkheid gecreëerd. Zoals de Italiaan Bruni zei: ‘De intrinsieke waarde van intermenselijke relaties wordt economisch erkend’. Partijen hebben iets voor elkaar over, hoewel het financieel gezien wellicht op sec dat onderdeel niet het meest efficiënt is. Feitelijk de informele sector zoals we die vroeger kenden. Zie hier de inspiratie van de onderlinge verbondenheid uit het katholieke sociale denken.

In mijn centrale boodschap bij de inleiding heb ik ook gezegd dat Brabant en Brainport hierin een gidsfunctie kunnen vervullen.

Waarom vind ik dat? Om drie redenen:

  1. Het zit in het DNA van de Brabander. Er is behoefte om dit te verkennen en verbeteren! Om het evenwicht te herstellen. Veel mensen in Brabant zijn op zoek naar verbetering van ons economisch systeem en van onze samenleving, naar zingeving met een zachte G. Brabant Advies verwoordt dit wat mij betreft mooi in de uitnodiging voor de Trendnacht 2019: God, Geld en Geluk. ‘Brabant is ontkerkelijkt. De levensbeschouwelijke leegte die het geloof achterliet, is opgevuld door het streven naar materiële welvaart, individuele vrijheid en geluk. Maar deze geld-is-geluk-bubbel is niet zaligmakend, merken we. Ondanks dat grotere huis, die mooiere auto, die tweede vakantie, missen we iets. Zo zijn steeds meer jonge Brabanders op zoek naar betekenis. En ook ondernemers in Brabant gaan niet alleen maar voor winstmaximalisatie: ze willen dat hun bedrijf ook sociale en ecologische meerwaarde creëert. Wat bezielt deze zingevers met een zachte G? Wat maakt ons leven en het samenleven waarde(n)vol?’
  2. De langetermijnvisie zit in het DNA en de structuur van de Brabantse economie. Dit omdat de Brabantse economie, en helemaal die in Brainport Eindhoven, zich kenmerkt door een zeer sterke, hechte maar afhankelijke bedrijfsstructuur. In Brainport werken Philips, ASML, VDL, NXP en DAF samen in een keten met 6000 MKB-ondernemingen. Deze zijn afhankelijk van elkaar, wat maakt dat bedrijven verder kijken dan de volgende kwartaalcijfers. Dit langetermijndenken is van enorme meerwaarde aan de triple helix tafel.
  3. We hebben er ervaring mee in Brabant. In Brainport werken en experimenteren overheid, bedrijfsleven en onderwijs bijvoorbeeld al sinds de jaren ’90 met de triple helix samenwerking . Op basis van gelijkwaardigheid tussen de drie partijen worden hier belangrijke beslissingen voor de toekomst genomen.

Zijn we er dan al in Brabant/Brainport? Nee natuurlijk niet, dit is een complex probleem dat niet zomaar is opgelost. En ook acteren we in een mondiale, concurrentiegevoelige economie. Maar er staat een fundament. Drie partijen, drie poten van de kruk, praten op basis van gelijkwaardigheid met elkaar en nemen samen beslissingen. De ambitie is er om ook Brainport nog meer ‘voor iedereen’ te laten zijn en dichter bij mensen te brengen. Daar gaan we dit jaar allerlei initiatieven voor nemen (MKB klankbord; werkgroep sociale inclusiviteit/brede welvaart). Het is mijn overtuiging dat we in dit soort relatief nieuwe structuren als de triple helix verder moeten gaan ontdekken en ontwikkelen. Geen gemakkelijke opgave, maar zeker mogelijk!

Kortom, de ingrediënten zijn er om het anders te doen, om zo een duurzamer en draagbaarder economisch systeem en samenleving te creëren.

Monseigneur, tot zover. Ik ben heel benieuwd naar uw visie en kijk op deze thematiek.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Tweede Sint-Janslezing (15 februari 2019)