Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Schriftelijke vragen n.a.v. berichtgeving over vermeende mestfraude in Zuid-NL

Schriftelijke vragen van Statenleden René Kuijken en Roland van Vugt n.a.v. de berichtgeving over vermeende mestfraude in Zuid-Nederland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen n.a.v. berichtgeving over vermeende mestfraude in Zuid-Nederland.

Geacht college,

Op 11 november jl. berichtte o.a. dagblad NRC over grootschalige mestfraude in Zuid-Nederland, met name in de regio’s Oost-Brabant en Noord-Limburg1.

Het CDA is geschrokken van deze berichtgeving. Iedere vorm van fraude is verwerpelijk en een smet op een mooie sector.

Wanneer de berichtgeving in NRC ook maar enigszins in de buurt komt van de werkelijkheid, is het zaak om deze fraude zo snel mogelijk aan te pakken. In het geval de berichtgeving niet representatief is voor de werkelijkheid, dan moet deze informatie óók snel boven tafel komen.

Als CDA pleiten wij daarom voor een diepgaand onderzoek op korte termijn, waartoe wij voor u de volgende vragen hebben:

  1. Bent u bekend met bericht in NRC d.d. 11 november jl. over grootschalige mestfraude in Zuid-Nederland?
  2. Bent u bekend met de oproep van de provincie Limburg, bij monde van milieugedeputeerde Prevoo, dat er zo snel mogelijk diep onderzoek moet worden gedaan naar mestfraude in Noord-Limburg?
  3. Bent u bereid zich bij deze oproep aan te sluiten en in samenspraak met het ministerie van LNV én de agrarische sector een diepgaand onderzoek naar mestfraude in zowel Noord-)Limburg als Noord-Brabant te laten uitvoeren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Roland van Vugt

1 Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/10/het-mestcomplot-a1580703.

CDA: provincie maakt historische fout

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant een historische fout maakt, door in te stemmen met de plannen om de veehouderij versneld te veranderen. De Brabantse CDA-fractie stemde op 7/8 juli tegen deze plannen en diende een motie van afkeuring in.

Kern van de voorstellen, is het terugbrengen van de uitstoot van stikstof. Voor boeren betekent dit dat zij al in 2022 moeten voldoen aan nieuwe, strengere milieuregels. Eerder was met de agrarische sector afgesproken dat zij in 2028 aan de nieuwe normen zouden voldoen.

Maar het college van VVD, SP, D66 en PvdA heeft deze datum eenzijdig naar voren gehaald. Dit brengt heel veel boeren in de problemen, omdat zij versneld extra moeten investeren. Veel insprekers wezen erop al veel investeringen te hebben en door dit nieuwe maatregelenpakket te worden klemgezet.

Ook is er nog veel onduidelijkheid over het zgn. ‘flankerend beleid’. Dat zijn maatregelen die ongewenste effecten verzachten of compenseren.

Statenlid Ton Braspenning (woordvoerder landbouw):

“Voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken. Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér. Leiden niet tot minder intensivering, maar méér. Leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring. Drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop. Helpen de natuur niet. Zijn financieel niet haalbaar. Juridisch niet houdbaar. Technisch niet uitvoerbaar. En bestuurlijk onfatsoenlijk.

Bovendien begrijpt het CDA niet waarom nu wel dit ingrijpende pakket moet worden doorgedramd, terwijl er nog geen zicht is op verzachtende en compenserende maatregelen. Dit geeft nóg meer onzekerheid bij ondernemers.”

Over de nu nog onuitgewerkte delen van het maatregelenpakket besluit Provinciale Staten dit najaar. Het CDA verwacht na een hete zomer dan ook een hete herfst.

Slotwoord Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017) – 2de termijn

Voorzitter, vandaag is een historische dag gebleken. Maar ook een verdrietige, omdat er vrijwel alléén maar verliezers zijn.

 Ik zal ze noemen, in willekeurige volgorde:

  • de Brabantse cultuur van overleg en de overheid daarbij als betrouwbare partner;
  • innovatieve boeren die, we hebben het vanmorgen gehoord, in de kou staan met onrendabele investeringen;
  • de agrarische sector én aanverwante sectoren;
  • de natuur, die geen mol opschiet met deze maatregelen;
  • de Brabantse burger, die straks door een buitengebied rijdt met leegstaande oude stallen, met nóg grotere agrarische industriële bedrijven, en met vee in stallen in plaats van in de wei;
  • de Brabantse concurrentiepositie.

Voorzitter, vandaag is óók de dag dat veel actoren door de mand zijn gevallen.

In de eerste plaats het college. Dat zegt de dialoog en samenwerking te zoeken, maar eindigt met een schaamteloos dictaat.

Op de tweede plaats de coalitie, die de belangen van vele Brabantse gezinsbedrijven opoffert aan een onhoudbaar, onrealistisch, onbetaalbaar en onwerkbaar compromis.

Op de derde plaats de VVD, die zich profileert als ondernemerspartij, antiregelpartij, en partij van de eerlijke concurrentie.

We hebben er niets van vernomen vandaag. Integendeel. Vandaag 7 juli 2017 heeft de VVD, ondanks vele oproepen uit de achterban, de Brabantse familiebedrijven de rug toegekeerd. Heeft de VVD een oneerlijk speelveld gecreëerd. En heeft de VVD nieuwe regels gestapeld op een sector die in regelgeving gesmoord wordt.

Voorzitter, vandaag, 7 juli 2017, zijn we een illusie armer. De VVD is géén ondernemerspartij.

Voorzitter, en dan nu ons grootste verbazing. Vandaag is veel gezegd over ‘flankerend beleid’ en hoe geweldig belangrijk dit is. Maar het blijft bij loze kreten.

Wat wij zien is een uitgebreid bureaucratisch pakket aan beperkende maatregelen. Daar is veel tijd in gestoken. Maar een serieuze poging om flankerend beleid op te stellen heeft niet plaatsgevonden. Daar had u geen tijd voor over.

Dit ondanks beloften van de coalitiepartijen, die hiervoor bij de perspectiefnota op 21 april een heuse motie indienden. Met als opdracht aan het college om dit vóór 15 juni aan te leveren.

De handtekeningen van álle coalitiepartijen stonden eronder. Die handtekeningen bleken niets, maar dan ook niets waard. Uw eigen college heeft dit verzoek aan uw laars gelapt.

Voorzitter, u predikt “integraal beleid”. Maar vandaag gooit u alleen het zuur over de schutting.

En het zoet? Dat houdt u ons als een geduldige worst voor. Vindt u het gek dat wij u niet geloven? U leverde immers ook al niet voor 15 juni. U kwam niet met flankerend beleid. Ook al had u hier meer dan 3 maanden de tijd voor.

Voorzitter, ons ordevoorstel aan het begin van dit debat was juist hierop gericht. Om door uitstel méér balans in de plannen te krijgen. Met een fors en serieus pakket flankerende maatregelen.

Maar vandaag moest en zou dit eenzijdige pakket doorheen er worden gedramd. Niet omwille van een duurzaam Brabant. Maar omwille van een duurzame coalitie.

Waarom? Waarom niet een paar maanden wachten en ons dan een integraal pakket maatregelen, inclusie robuust flankerend beleid, voorleggen? Boter bij de vis.

Voorzitter, en dáár haken wij af.

U hebt vandaag veel kapot gemaakt. En maakt een historische fout.

Wij keuren zowel uw proces als uw beleid af.

Daarom dienen wij, overigens niet tot ons plezier, een motie van afkeuring in.

En stellen wij voor om de stemming over beide Verordeningen uit te stellen,

tot het moment dat het flankerend beleid compleet én concreet is.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij – termijn 2 (7 juli 2017)

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017)

Inleiding

Voorzitter,

de BZW;

VNO-NCW; AgriFood Capital;

VVD‘er Uri Rosenthal;

de Dierenbescherming;

Bob Hutten;

Agrifirm;

Campina;

de ZLTO;

het NAJK;

het BAJK;

de Trotse Jonge Boeren;

Boeren horen bij Brabant;

Boerenprotest Baarle;

de Rabobank;

ABAB;

VION;

de POV;

de NVV;

de NVM;

de NFE;

veehandel Paridaans & Liebregts;

mengvoerbedrijf Fransen Gerrits;

De Heus Diervoeders;

de HAS Hogeschool;

verschillende AgriFood Capital gemeenten;

de gemeente Sint Anthonis; de gemeente Baarle-Nassau;

de gemeente Cranendonck; de gemeente Alphen-Chaam; de gemeente Gilze en Rijen;

de gemeente Dongen; de gemeente Deurne;

de gemeente Asten;

de gemeente Someren;

de provincie Limburg;

de VVD-fractie in Deurne;

de VVD-fractie in Someren;

de VVD-fractie in Bergeijk;

de VVD-fractie in Heeze-Leende;

de VVD-fractie in Oirschot;

de VVD-fractie in Reusel-De Mierde;

de VVD-fractie in Woensdrecht;

de VVD-fractie in Hilvarenbeek;

de VVD-fractie in Meierijstad;

de VVD-fractie in Gilze en Rijen;

de VVD-fractie in Moerdijk;

de VVD-fractie in Boxmeer;

de VVD-fractie in St. Michielsgestel.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Van links tot rechts. Van publiek tot privaat. Alle genoemde partijen en organisaties hebben grote bezwaren tegen deze plannen.

Voorzitter, dit college was toch die “vernieuwende” coalitie die het helemaal anders zou aanpakken? Het frisse college dat sámen met de Brabanders op zoek ging naar innovatieve oplossingen? Samenwerken, co-creatie, draagvlak: uw linkse coalitieakkoord staat er vól mee.

Voorzitter, deze plannen zijn op geen enkele manier te rijmen met hoe u zegt te willen werken.

Integendeel:

  • een complete sector in de gordijnen;
  • hele families die door de armoedegrens gaan;
  • jonge boeren die geen toekomst meer zien;
  • boze werkgeversverenigingen;
  • gemeenten die zeggen dat uw plannen onuitvoerbaar zijn;
  • financiers die waarschuwen voor een financieel sprookje,
  • en juristen die een berg juridische procedures voorspellen.

 Voorzitter, wij spreken nu alle vier de coalitiepartijen aan: VVD, SP, D66 en PvdA.

Waarom tóch deze plannen doorzetten, ondanks zóveel kritiek en zó weinig draagvlak? Dát is de kernvraag vandaag.

Gelooft u werkelijk dat deze plannen kans van slagen hebben, óf is hier sprake van een politieke deal over de rug van honderden ondernemers en boerenfamilies? Zij hebben recht op het eerlijke antwoord.

Wij stellen deze vraag aan gedeputeerde Spierings en aan gedeputeerde Van den Hout, de architecten van deze plannen.

Maar óók aan gedeputeerde Pauli: hoe kunt u, als VVD’er en als hoeder van familiebedrijven, de mensen hier in de ogen kijken en beweren dat deze plannen voor hen goed uitpakken?

En aan gedeputeerde Swinkels. Want zeg nou zelf: voor dit soort plannen, die leiden tot een armoedeval onder een grote groep Brabanders, bent u als SP’er toch niet de politiek ingegaan?

En tot slot een vraag aan het gehele college: vindt ú deze plannen een voorbeeld van goed, fatsoenlijk bestuur? Graag van u allen een reactie.

Voorzitter, dit college startte meer dan een jaar geleden met een “dialoog”, maar dreigt nu te eindigen met een dictaat. Met uw voorstellen bereikt u géén duurzame agrarische sector. Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector. En die kloof is nog nooit zo groot geweest als nu.

Een enorm gebrek aan draagvlak is het probleem, maar óók de sleutel tot de oplossing. Wij willen daarom dat de besluitvorming over deze plannen wordt uitgesteld, dat de gedeputeerden teruggaan naar de onderhandelingstafel, en dat zij met nieuwe, gedragen voorstellen komen.

De gehele oppositie, van links tot rechts, wil met u meedenken. Als CDA zeggen we er graag onze zomervakantie voor af. En we komen met een motie.

Voorzitter, voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken.

Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen:

  • leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér;
  • leiden niet tot minder intensivering, maar méér;
  • leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring;
  • drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop;
  • helpen de natuur niet;
  • zijn niet uitvoerbaar;
  • financieel niet haalbaar;
  • juridisch niet houdbaar;
  • en bestuurlijk onfatsoenlijk.

Een aantal voorbeelden waaruit dit blijkt:

1)

Nog vóórdat de mesttafel-overleggen waren afgerond, kwam u met nieuwe maatregelen voor stikstofreductie en met een nieuwe, vervroegde deadline. Alsof je de hypotheek op je huis ineens jaren eerder moet aflossen. Onmogelijk, oneerlijk en onbetrouwbaar.

2)

De milieu-eisen uit de Verordening natuurbescherming hebben tot dusver nog niet geleid tot minder stikstof in de natuur. Kortom, de effecten van uw maatregelen blijven uit. En dus zijn uw maatregelen juridisch discutabel. En uitgerekend daar waar de stikstofdaling wél op koers ligt, gaat u de eisen nog verder aanscherpen. Om de vrije stikstofruimte daarna zogenaamd weg te geven aan andere sectoren.

Maar is dat wel echt zo? Kan gedeputeerde Van den Hout dat garanderen? Want voor die projecten was toch al lang ruimte gereserveerd? Hoe kunt u zwart op wit garanderen dat deze ruimte in de economie terecht komt? Wel een relevant punt, omdat u daarmee de VVD heeft overgehaald.

En voorzitter, dát is meteen de cruciale vraag: want wat is nu eigenlijk de milieuwinst door het naar voren halen van de datum, terwijl in 2028 dezélfde uitstootwinst zou worden geboekt?

U en ik hebben het duidelijk gehoord bij de tientallen insprekers. Een versnelling naar 2022 is niet haalbaar voor de sector. Ook omdat u boeren dwingt te kiezen voor de snelste oplossing (aangepaste stallen) i.p.v. de beste oplossing (nieuwe stallen).

Wanneer u de deadline 2028 zou handhaven, komt u zowel uw afspraak met de boeren als uw afspraak met de natuur na. Dát is pas behoorlijk bestuur.

Wij dienen een amendement in om de deadline 2028 te handhaven.

Voorzitter, het college negeert in haar plannen de biologische sector. Boeren met keurmerken. Of boeren in gebieden waar uitstoot geen probleem is en maatregelen geen effect hebben. Of boeren die op korte termijn gaan stoppen. Voor hen moet op zijn minst een uitzondering voor komen. Voor deze boeren dienen wij 2 amendementen en 2 moties in:

Voorzitter, als CDA vinden wij het belangrijk om de juiste cijfers te kennen, vóórdat we ingrijpende maatregelen nemen waarvan het effect niet is bewezen. Dat heet behoorlijk bestuur.

Nu is er behalve over stikstofmeting óók veel discussie over de meetwijze en effecten van ammoniakuitstoot. Bijvoorbeeld over het feit dat ammoniak nu maar op 2 plekken in Brabant wordt gemeten. 2 plekken, waar u uw beleid op baseert. Dat moet anders.

Bent u van plan onze eerdere motie “Meten is weten” te gaan uitvoeren?

3)

Voorzitter, uw plannen voor mestverwerking komen niet van de grond.

Het college kiest voor grootschalige verwerking van mest op industrieterreinen. Wij zijn daar tegen. Wij vrezen dat dit niet alleen leidt tot maatschappelijke onrust, maar óók tot tal van juridische problemen. En of het ecologisch verstandig is, is ook nog eens volstrekt onduidelijk.

Hoe ziet de SP dit, met de ervaringen uit Oss nog vers in het geheugen?

Wij raden u aan te kiezen voor mestverwerking bij agrarisch-technische bedrijven, zoals kasteel-Meeuwen in Aalburg en Houbraken in Bergeijk. Helpt u deze “Willie Wortels” vooruit.

De zin over het aanvoeren van mest via pijpleidingen mag dan wat ons betreft worden geschrapt. Onzinnig en onwerkbaar, dus dienen wij 2 moties in.

En daarnaast wij zien ook kansen voor het verwerken van mest door loonwerkers. Hiervoor ook een motie.

Voorzitter, in de plannen wil het college de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot. Deze limiet is een gemiste kans.

Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige vervanger van kunstmest. U zou dit dan ook als provincie moeten faciliteren. In een innovatieve en concurrerende mestverwerkingsmarkt gaan dan de kosten voor de boer omlaag. Dat blijkt uit uw eigen onderzoek, waarin we lezen dat uw maatregelen méér boeren de armoede in jagen. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn, vragen wij aan de SP?

Mestverwaarding is goed voor de boer én voor het milieu.

Wij dienen een motie in om álle mest te gaan verwerken.

4)

Voorzitter, een belangrijke peiler onder uw plannen is het zogenaamde “stalderen”. Een sloop-plicht voor boeren die willen uitbreiden. Hier slaat u wat ons betreft de plank volledig mis.

Uw plannen zijn financieel niet haalbaar. Stalderen kost namelijk veel geld, zeker als boeren dat alléén moeten financieren.

Het kost zóveel geld, dat boeren óf noodgedwongen stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn.

Bovendien straft u welwillende boeren die al dure aanpassingen hebben gedaan met uw verbod op intern salderen.

Dat verbod moet worden opgeheven. Hiertoe dienen wij een motie in.

5)

Voorzitter, de stalsystemen die u voorschrijft in de inmiddels beruchte “Bijlage 2” bestaan in een aantal gevallen nog niet. En zijn dus praktisch niet haalbaar.

6)

En dan het “flankerend beleid”, ofwel “de maatregelen als schaamlapje voor het bloeden”. Maar het college wil voor deze maatregelen vooralsnog geen cent uittrekken. En wat het beleid inhoudt, is ook totaal onduidelijk.

Geen verband, pleister of doekje voor het bloeden: nee, u amputeert een been en laat de patiënt stuiptrekkend en met bloedverlies achter.

Oh ja, u wilt een investeringsfonds ter waarde van 30 miljoen euro oprichten om boeren te helpen met verduurzamen. Maar de pot blijft leeg zolang gemeenten, banken en andere private partijen niet willen inleggen.

Hierover is nog geen enkele afspraak gemaakt, dus op welke wijze helpt dit fonds de boer vooruit? Hoe haalbaar is dit?

Volgens ons is het niet haalbaar. D66 zal dit luchtballonnetje ongetwijfeld een “living lab” noemen, wij noemen het een roekeloos experiment.

Als CDA pleiten wij voor een saneringsfonds om kwetsbare gebieden echt een alternatief te bieden. Hiervoor een motie, getiteld “Warm saneren in hotspot gebieden”.

7)

Voorzitter, een laatste voorbeeld.

Gemeenten moeten een groot deel van dit beleid gaan uitvoeren. Maar dat is een onmogelijke opgave, gelet op de verwachte ambtelijke capaciteit en dure procedures. Dit signaal klinkt uit alle hoeken van de provincie. Wat u voorstelt, is niet uitvoerbaar.

 Afsluiting

Voorzitter, vandaag staat 1 sector in de spotlights. Maar er is ook 1 grote afwezige. Een speler die Écht de sleutel tot verduurzaming in handen heeft: de retail. Het wordt hoog tijd dat zij haar maatschappelijke verantwoordelijkheid echt vorm en inhoud geeft. En niet de schijn ophoudt met cosmetische marketingtrucs en ondertussen boeren met wurgcontracten uitmelkt en marges afroomt.

Mede namens ons dient collega Vreugdenhil hiertoe een motie in.

Voorzitter, ik rond af. Vandaag is hoe dan ook een “historische” dag voor Brabant. Want na een onverantwoord proces van besluitvorming, dreigt over de rug van de agrarische sector een besluit te vallen dat enorme impact heeft op deze bedrijfstak, op aanverwante sectoren én op het Brabantse buitengebied.

Een besluit dat niet bijdraagt aan een duurzame agrarische sector, dat niet kan rekenen op enig draagvlak en dat praktisch, financieel, juridisch en technisch niet haalbaar is.

Van links tot rechts kan niemand zich in deze plannen vinden. En het allerergste: het kan u allemaal niets schelen.

Straks valt hier een besluit met enorme consequenties. Een kloof in Brabant. De provincie had daarin haar verantwoordelijkheid moeten en kunnen nemen. Dat heeft zij niet gedaan.

Máár voorzitter, het is nog niet te laat. Wij roepen college en coalitie op, in het bijzonder de VVD, om deze plannen te laten vallen. En terug te gaan naar de onderhandelingstafel.

Tot zover, voorzitter. Op een aantal onderwerpen zullen wij nog met extra moties of amendementen komen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (7 juli 2017)

Schriftelijke vragen over besluit versnelling transitie veehouderij

Schriftelijke vragen van Statenlid René Kuijken over het besluit versnelling.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen besluit versnelling transitie veehouderij.

Geacht college,

De CDA-fractie was tijdens de themavergadering Landbouw op 30 juni 2017 van mening dat investeren in de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen door de provincie én het aan boeren vervroegd opleggen van nieuwe stalsystemen elkaar bijten. Boeren zullen immers snel investeren in zgn. ‘end-of-pipe systemen’ (e.g. luchtwassers) terwijl de betere technieken, die bijdragen aan emissiereductie bij de bron (stabiliseren of afvoeren van mest), beter werken, maar te laat beschikbaar komen. Gedeputeerde Spierings was van mening dat deze twee beleidslijnen elkaar niet bijten. Haar verwachting is dat deze technieken binnen 2,5 jaar op de markt zijn.

Echter, volgens uw voorstel Versnelling transitie veehouderij onder stuk nr. 41/17 zullen boeren met stallen ouder dan 15 jaar al in 2020 een ontvankelijke vergunningsaanvraag moeten hebben ingediend. In deze aanvragen zullen, bij gebrek aan beter, de beoogde end-of-pipe stalsystemen zijn opgenomen.

  1. Verwacht u dat er voor 2019 totaal nieuwe stalsystemen gaan worden getest en als best beschikbare techniek gaan worden aangemerkt? Verwacht u dat deze nog in de vergunningsaanvragen gaan worden meegenomen?
  2. Verwacht u dat boeren hun vergunningsaanvraag gaan aanpassen en de procedures met de bank, architect en agrarische adviesbureaus gaan overdoen, als er voor januari 2020 nieuwe technieken beschikbaar komen?
  3. Hoe ziet u het voor zich dat deze betere, maar reeds te ontwikkelen technieken hun weg gaan vinden in de vergunningsaanvragen voor 2020?
  4. Kunt u kort toelichten op welke punten de adviezen uit PAS als Kans van BrabantAdvies van februari 2017 voor u ongewenst zijn?
  5. Kunt u kort toelichten op welke punten de adviezen uit PAS als Kans van BrabantAdvies van februari 2017 juridisch onhaalbaar zijn?
  6. Volgens het rapport Onderzoek naar verwachte effecten van voorgenomen maatregelen veehouderij: effecten op natuur en milieu van Pouderoyen Compagnons1 is voor de periode 2020-2028 de totale stikstofwinst in vergunde ammoniakemissie ca. 12,5 kiloton, wanneer je de door u voorgestelde aanpassingen in de Verordening natuurbescherming vergelijkt met de versie ten tijde van dit onderzoek. Indien de agrarische sector met een alternatief bod komt om de vergunde stikstofemmissie met 12,5 kiloton terug te brengen, bent u dan bereid om de deadline voor aanpassing van stallen terug te zetten naar 2028? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken

1 Zie http://www.brabant.nl/-/media/816160ed45bb468e97f1c043379c6e65.pdf?la=nl&hash=DE7CD4A5684B16B96605426E4ACE25F3A396DCE7.

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 23/06

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(23-06-2017)

Voorzitter,

We zijn er al eerder duidelijk over geweest: deze plannen pakken dramatisch uit voor de landbouw en de sectoren die daar vanaf hangen.

U wilt naar een duurzame agrarische sector. Het CDA ook.

Maar met ons gezonde verstand begrijpen wij niet welke doelstellingen u met deze plannen wilt bereiken.

Wat u wilt is praktisch, financieel, juridisch én technisch niet haalbaar:

  • omdat de stalsystemen er niet zijn (praktisch);
  • omdat staldering zóveel geld kost dat boeren óf stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn (financieel);
  • omdat de milieueisen uit de Verordening natuurbescherming niet hebben geleid tot minder stikstof in de natuur (een verschil tussen gemeten en gerealiseerde uitstoot dat bureau Arcadis niet kan verklaren) (juridisch);
  • omdat de plannen voor mestverwerking niet van de grond komen (technisch).

Kortom: de effecten van uw maatregelen zijn tegengesteld aan wat u beoogt.

Wij, en met ons vele andere organisaties hier aanwezig, zien bovendien dat u de stikstofruimte die u creëert meteen weer weggeeft aan andere sectoren, zoals de industrie en de logistiek. Het milieueffect is minimaal. En wat is nu de doelstelling: natuurdoelen halen uit het Convenant óf uitstoot inzetten voor andere plannen?
Wat is nu eigenlijk de milieuwinst die u boekt met het vervroegen van de deadline 2028?

Het CDA vreest dat uw plannen leiden tot:

  • nóg meer schaalvergroting, want alleen grote bedrijven kunnen uw maatregelen betalen;
  • de ondergang van familiebedrijven, inclusief innovatieve landbouwbedrijven en jonge boeren (zie brief ZLTO);
  • gezinnen die door de armoedegrens gaan, volgens uw eigen onderzoek meer dan de helft (ik kan mij voorstellen dat een partij als de SP zich daar ook niet goed bij voelt);
  • een dreun voor bedrijven die al hebben geïnvesteerd in biologisch boeren en ketenverwaarding.

Met dit voorstel bereikt u géén duurzame agrarische sector.
Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector, die nog nooit zo groot is geweest als nu.

Provinciale Staten zou er goed aan doen om de gedeputeerden terug maar de onderhandelingstafel te sturen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (23 juni 2017)

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Schriftelijke (vervolg)vragen over nieuwe N69 en bereidheid vrachtwagenverbod

Schriftelijke (vervolg)vragen van Statenleden René Kuijken en Ankie de Hoon over de nieuwe N69 en de bereidheid tot het instellen van een vrachtwagenverbod.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over nieuwe N69 en bereidheid vrachtwagenverbod.

Geacht college, 

De vele vertragingen met betrekking tot de realisatie van de nieuwe N69 zorgen ervoor dat de omwonenden van de Eindhovenseweg en de Europalaan in Valkenswaard nog langer te maken zullen hebben met ernstige overlast door doorgaand zwaar vrachtverkeer. De overlast en het vertragen van de oplossing leiden tot zeer veel frustratie en moedeloosheid onder de inwoners van Valkenswaard.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State (RvS) van januari 2017 omtrent het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) nieuwe N69 stelden wij u in februari 2017 enkele vragen. De vraag naar de praktische consequenties van een negatieve uitspraak van de RvS omtrent het PIP ontweek u in uw antwoord van 14 maart 2017. U stelde slechts “de uitspraak van de Raad van State met vertrouwen tegemoet te zien”. U hebt tevens geen antwoord gegeven op de vraag of u bij een negatieve uitspraak van de RvS bereid bent om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het doorgaande vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovenseweg te Valkenswaard.

Nadat de termijn voor een uitspraak van de RvS twee keer verlengd werd, volgde op 17 mei 2017 eindelijk de uitspraak. Naar aanleiding van deze uitspraak hebben wij de volgende vervolgvragen aan u. Wij hopen en verwachten dat u deze vragen in volledigheid beantwoordt.

  1. Welke consequenties heeft deze uitspraak voor de planning ter realisatie van de nieuwe N69 en wanneer deelt u deze aangepaste planning met Provinciale Staten?
  2. Welke aanpassingen zijn er nu nog nodig aan het PIP en hoeveel tijd hebt u nodig om deze te realiseren?
  3. Welke andere risico’s en bedreigingen zijn er, naast de geformuleerde uit de uitspraak van de RvS van 17 mei, voor spoedige aanvang van de aanleg van de nieuwe N69?
  4. Wanneer kan volgens u op basis van de huidige vooruitzichten de schop in de grond?
  5. Bent u bereid om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het doorgaande zware vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovenseweg te Valkenswaard indien de gemeente Heeze-Leende hier ook mee akkoord is?
  6. Vindt u een omleiding via de Zuidelijke Randweg (i.e. N396) hiervoor de beste omleidingsroute?
  7. Hoeveel vertraging m.b.t. start van de aanleg van de nieuwe N69 is er volgens u nodig voordat u bereid bent het doorgaand vrachtverkeer te weren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ankie de Hoon

Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over het Convenant Stikstof en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS.

Geacht college, 

Op 7 april jl. verzorgde de organisatie Connecting Agri & Food voor leden van Provinciale Staten een presentatie over de effecten van het voorgenomen stikstofbeleid van de provincie.

De fractie van het CDA heeft toen enkele vragen gesteld over het Convenant Stikstof, waarop wij de antwoorden tot op heden nog niet hebben ontvangen.

Graag leggen wij deze vragen, samen met een aantal extra vragen over de (herstel)maatregelen i.h.k.v. de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), daarom opnieuw aan u voor.

1. Onder punt 2 van het Convenant Stikstof lezen we over het saneren van ca. 40 tot 50 bedrijven rondom Natura 2000-gebieden om zgn. ‘piekbelasting’ op te heffen.

a) Wat is de stand van zaken van deze sanering?

b) Hoeveel bedrijven zijn er tot dusver gesaneerd gedurende de looptijd van het Convenant Stikstof?

c) Wat is het effect van deze sanering voor de stikstofdepositie (stikstofneerslag) op kwetsbare natuur?

2.

a) Hoeveel bedrijven die een proportionele stikstofdepositie veroorzaken zijn gelegen rondom kwetsbare natuur?

b) Hoe groot is daar de depositie op de natuur?

3. Twee van uw convenantpartners zijn de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Nu u voornemens bent het Convenant Stikstof te gaan wijzigen, nemen wij aan dat u met uw partners bestuurlijk overleg heeft gehad.

a) Wat was de reactie van de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond op uw voorgenomen wijzigingen van het Convenant Stikstof?

b) Welke maatregelen neemt de provincie Limburg?

4. Ongeveer een jaar geleden heeft Provinciale Staten Noord-Brabant het addendum bij de zgn. ‘grondnota’ gewijzigd, zodat de provincie gronden zou kunnen gaan verwerven.

a) Wat zijn de ervaringen hiermee tot nu toe?

b) Hoe verloopt de grondaankoop?

c) Op welk moment in het proces van grondaankoop besluit Gedeputeerde Staten over het inzetten van onteigening om gronden te kunnen verwerven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken