Nieuwe CDA-vertegenwoordiger voor de Kempen

De Kempen krijgen een nieuwe CDA-vertegenwoordiger in Provinciale Staten. Op 31 augustus a.s. wordt Sophie Tinnemans uit Duizel, gemeente Eersel, geïnstalleerd als Statenlid voor het CDA. René Kuijken uit Bergeijk, die sinds 2011 de Kempen in het Brabantse parlement vertegenwoordigde, stopte eerder deze zomer omwille van het afronden van zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Wageningen.

De 40-jarige Tinnemans, werkzaam bij adviesbureau Adlasz en gemeenteraadslid in Eersel, komt in de Staten door het vertrek van Ton Braspenning, die wethouder is geworden in zijn woonplaats Alphen-Chaam.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Ik ben ongelooflijk blij dat Sophie onze fractie komt versterken en daarmee de Kempen goed vertegenwoordigd blijven in de Brabantse Staten. De Kempen zijn een voor Brabant belangrijke streek, waar veel mensen wonen en waarin veel gebeurt dat de aandacht van de provincie verdient. Bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de regio, de leefbaarheid in dorpen en kleine kernen én de toekomst van het buitengebied.”

CDA: haal de ‘paarse krokodillen’ uit de wielersport

Het CDA wil af van ‘paarse krokodillen’, overdreven en onzinnige regels bedacht door de overheid. Vanochtend vroeg het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, aandacht voor paarse krokodillen in en om de wielersport.

Want wie in Brabant een wielerwedstrijd houdt en hiervoor een provinciale N-weg gebruikt en/of tijdelijke verkeersmaatregelen neemt, moet bij de provincie een vergunning aanvragen en leges betalen. En dan doen zich de volgende situaties voor:

  1. Wie jaar na jaar dezelfde wielerwedstrijd organiseert, moet ieder jaar opnieuw dezelfde tijdrovende vergunningsprocedure doorlopen.
    Het CDA vraagt zich af of we deze procedure kunnen vereenvoudigen, versnellen en goedkoper maken door bijvoorbeeld meerjarenvergunningen af te geven, indien de lokale (verkeers)omstandigheden ongewijzigd blijven.
  2. Wanneer een wielerwedstrijd door twee of meer gemeenten gaat, moet de organisatie bij de provincie een vergunning aanvragen. Zelfs wanneer de betrokken gemeentes toestemming geven en er géén gebruik wordt gemaakt van provinciale N-wegen.
    Het CDA zou graag zien dat de provincie deze paarse krokodil afschaft (daar de provincie ook geen doorzettingsmacht heeft om een initiatief tegen te houden).
  3. Een legestarief kan oplopen tot honderden euro’s. Ook bij wielerwedstrijden die al jaren hetzelfde zijn. Uitgaande van een uurtarief van ± 80,00 euro betekent dit dat voor een standaardhandeling als het verlenen van een vergunning een ambtenaar drie uur bezig is.
    Het CDA roept de provincie op om voor vergunningaanvragen die al jaren hetzelfde zijn een ander, goedkoper tarief te berekenen. Hoe hoger immers het legestarief, hoe groter het aantal benodigde sponsoren dat een organisatie moet zien te vinden.
  4. Veel gemeentes heffen geen leges of áls ze het doen, dan geven ze die via een subsidie weer terug.
    Het CDA is benieuwd hoe de provincie daartegenover staat.

Deze paarse krokodillen stelde vertrekkend Statenlid René Kuijken (CDA) aan de orde tijdens het Rondvraag-moment bij aanvang van de vergaderdag van Provinciale Staten vandaag.regels

Kuijken: “In de afgelopen jaren zijn er in onze provincie steeds meer regels bijgekomen. Veel Brabanders hebben daar last van en ervaren zgn. ‘regelhinder’. Het CDA wil daarom dat de provincie iedere regel kritisch tegen het licht houdt en waar mogelijk overbodige regelgeving schrapt. De paarse krokodillen uit de wielersport zijn daarvan een goed voorbeeld. Je moet een regel snappen of anders schrappen, zeggen we bij het CDA.”

In antwoord op de vragen en voorstellen van het CDA zei de verantwoordelijke provinciebestuurder, gedeputeerde Christophe van der Maat, geen problemen in de huidige regels te zien en geen aanpassingen te willen onderzoeken. Het CDA vindt dat jammer, m.n. voor de vele vrijwilligers die in hun vrije tijd al die wielerwedstrijden mee helpen organiseren.

Wisseling van de wacht bij CDA Brabant

Wisseling van de wacht bij de fractie van CDA Brabant: op 29 juni a.s. nemen Statenleden Stijn Steenbakkers en René Kuijken afscheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Zij worden opgevolgd door Kees de Heer en Jeffrey van Agtmaal, die diezelfde dag worden geïnstalleerd.

Bosschenaar Stijn Steenbakkers werd eind vorige maand benoemd als wethouder in de gemeente Eindhoven, een fulltime functie die zich niet laat combineren met het lidmaatschap van Provinciale Staten. René Kuijken uit Bergeijk stopt omwille van het afronden van zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Wageningen.

Opvolgers Kees de Heer uit Eindhoven en Jeffrey van Agtmaal uit Woensdrecht hebben beiden al de nodige Staten-ervaring. Zo verving Kees de Heer vorig jaar fractievoorzitter Marianne van der Sloot tijdens haar zwangerschapsverlof en was Jeffrey van Agtmaal al eerder Statenlid in de periode 2011-2015.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Met het vertrek van Stijn en René verliest onze fractie twee boegbeelden. Hun ervaring, dossierkennis, kleurrijke inbrengen en energie gaan we in de Staten enorm missen. Gelukkig hebben we met Kees en Jeffrey twee uitstekende opvolgers in huis. Met hen aan boord zijn we weer op volle sterkte en helemaal klaar voor een nieuw, spannend politiek seizoen.”

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Mondelinge vragen over vervuilde ammoniakmetingen meetstation Vredepeel

Mondelinge vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over vervuilde ammoniakmetingen van meetstation Vredepeel.

Klik op de volgende link: Mondelinge vragen over vervuilde ammoniakmetingen meetstation Vredepeel.

Geachte voorzitter,

Afgelopen week berichtten veel (agrarische) media over de ‘vervuiling’ in de meetgegevens van meetstation Vredepeel met betrekking tot ammoniak. Die zou worden veroorzaakt doordat het station is gelegen op ongeveer 150 meter van een groot pluimveebedrijf, terwijl richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uitgaan van minimaal 300 meter. De analyses van de onderzoekers laten zien dat het pluimveebedrijf grote invloed heeft en zorgt voor een vertekening van de metingen ammoniakconcentratie.

Ook de provincie Noord-Brabant heeft deze vervuilde, vertekende gegevens gebruikt bij de uitgangspunten voor haar beleid. Hierom zou het CDA graag de volgende mondelinge vragen willen stellen aan het college van Gedeputeerde Staten, tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 mei 2018:

01. Wat is de reactie van het college van Gedeputeerde Staten op het gegeven van de onderzoekers dat Brabantse ammoniakcijfers lijken te zijn ‘opgeplust’ door verkeerde gegevens?

02. Hoe komt het dat de locatie van het meetstation Vredepeel in een rapport van de provincie is veranderd ten opzichte van de werkelijke locatie?

03. 

  1. Was u op de hoogte van deze situatie?
  2. Wat vindt u hiervan?

Het CDA heeft in het (recente) verleden meerdere malen aandacht gevraagd voor het ter discussie staan van de meetgegevens van ammoniak. Dit heeft zich onder andere gemanifesteerd in twee moties getiteld Meten is weten.

04. Bent u het met het CDA eens dat de gegevens over de ammoniakdepositie nu toch weer extra ter discussie staan?

05. Verwacht u niet, net zoals het CDA, dat er zonder betere en meer meetpunten de discussie over de kwaliteit van de meetgegevens blijft terugkeren?

06. Verwacht u dat het in twijfel trekken van de ammoniakgegevens uw beleid juridisch kan ondermijnen?

07. Bent u het met het CDA eens dat de discussie over de betrouwbaarheid van het meten en modelleren van ammoniakdepositie afleidt van waar het echt over zou moeten gaan: hoe dringen we op een economisch en maatschappelijk proportionele manier de ammoniakdepositie terug?

08. Welke acties gaat u ondernemen om de betrouwbaarheid van de meetgegevens voor eens en voor altijd buiten discussie te plaatsen?

Wij hopen dat de procedurevergadering van Provinciale Staten positief besluit over toelating van deze mondelinge vragen tot het Vragen(half)uur tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 mei 2018.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt, René Kuijken en Marcel Deryckere over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen.

Geacht college,

Deze week kopte het Brabants Dagblad dat de politie in Brabant een extra toename van lozingen van drugsafval verwacht met name in afgelegen natuurgebieden. De extra dumpingen zouden te maken hebben met de extra productie van drugs vanwege de start van het festivalseizoen.

Dergelijke dumpingen zijn niet alleen slecht voor het milieu, maar leveren ook een gevaar op voor de volksgezondheid. Daarnaast zien wij ook een toenemend veiligheidsrisico voor onze inwoners, omdat drugsdumpers steeds brutaler worden en zich nietsontziend gedragen. Je zult als argeloze bezoeker in een afgelegen Brabants natuurgebied maar bij toeval op dumpende criminelen stuiten.

Inmiddels is ons en u genoegzaam bekend dat het toezicht in deze gebieden verre van optimaal is.

Hoewel het CDA de inspanningen van de provincie om dit probleem aan te pakken waardeert, zien wij toch nog een aantal mogelijkheden die zouden kunnen helpen. 

Wij zouden graag zien dat uw college in overleg met politie en gemeenten enkele experimenten opzet met alternatieve vormen van toezicht ter bestrijding van het dealen in en dumpen van drugs. Wij denken hierbij specifiek aan het plaatsen van camerapoorten. Een natuurgebied als de Biesbosch met slechts enkele toegangswegen zou zich wat ons betreft hiervoor prima lenen. Maar ook bij andere natuurgebieden, zoals de Loons en Drunense Duinen, zou dit een mogelijkheid kunnen zijn. Een andere variant is het inzetten van drones. Al eerder heeft onze fractie deze suggestie bij u neergelegd.

Gelet op het bovenstaande hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Herkent u het door de politie geschetste beeld?
  2. Bent u het met ons eens dat we ons niet bij deze dreigende werkelijkheid mogen neerleggen?
  3. Bent u er, net als wij, voor in om wellicht minder orthodoxe maatregelen te treffen die dit probleem aanpakken?
  4. Ziet u mogelijkheden voor cameratoezicht en de inzet van drones? En indien ja, welke Brabantse gebieden zouden hier volgens u voor in aanmerking komen?
  5. Welke stappen heeft u inmiddels gezet naar aanleiding van onze eerder gedane suggesties ten aanzien van de inzet van drones?
  6. Welke andere (innovatieve/onorthodoxe) maatregelen ziet u bij de bestrijding van drugsdumpingen tot de mogelijkheden behoren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt, René Kuijken en Marcel Deryckere

Spreektekst René Kuijken – Debat over BPO-onderzoek naar naleving stikstofregels door industrie 23/02

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de aanleiding, het proces en informatievoorziening naar de Staten van het onderzoek naar de naleving door de industriële sector van de regels die voor stikstofemissie zijn gesteld uitgevoerd in opdracht van het BPO2
(23-02-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

De kritiek van het CDA richt zich op twee onderdelen: de inhoud en de procedure.

Over de inhoud

De volgordelijkheid van de genomen bestuurlijke maatregelen, los van de inhoud, is te verdedigen. Als de agrarische sector 48% van de stikstof uitstoot en de industrie 3-11% én het je doel is om stikstof te reduceren, dan zou het een politieke keuze kunnen zijn om je eerst op de agrarische sector te richten. Vanuit dezelfde gedachte zou het ook uit te leggen zijn dat direct daarna de industrie aan bod komt. Als je schip van diverse kanten water maakt, dan ga je eerst de grootste gaten dichten. Als het fileprobleem de spuigaten uitloopt, dan pak je eerst de grote knelpunten aan. Dat heet prioriteiten stellen. En nogmaals: dat is een politieke keuze die uit te leggen is.

Verder is de pilot om het bedrijfsleven van Brabant te screenen voortgezet. De eerste screen had als doel om de vergunningssituatie van de industrie in kaart te brengen en de gedachte achter de voortzetting van de pilot is om eerst alle risicovolle bedrijven aan te pakken. Risicogericht handhaven is hier, vooral ook gezien de beperkte capaciteit bij de omgevingsdiensten, logisch.

Maar wat klopt hier nu niet? Waarom staan we nu hier in deze speciale Provinciale Statenvergadering? Wat ontzettend vreemd is, is dat het nalevingsgedrag van de industrie zo lang een ‘black box’ is geweest. En met ‘black box’ gebruik ik letterlijk de woorden van het BPO uit de onderbouwing van de pilot. Heeft de gedeputeerde hier niet jarenlang last gehad van tunnelvisie gericht op de agrarische sector? Om er in dit zeer late stadium pas achter te komen dat een groot deel van de stikstof uitstotende industrie vergunningloos opereert?

Maar wat nóg belangrijker is:

Wanneer het ging om maatwerk, konden agrarische bedrijven in West-Brabant, agrarische bedrijven met een Beter Leven keurmerk, agrarische bedrijven van ondernemers die bijna met pensioen wilden gaan, op geen enkele coulance rekenen van dit college. Er werd generiek beleid over Brabant uitgekieperd.

Nu het gaat om de industrie lijkt bij het college de urgentie toch wat minder. Blijkbaar kan er wel maatwerk toegepast worden binnen de industriële sector. Sommige typen bedrijven wel, sommige niet. Maar er kan ook maatwerk worden toegepast tussen hele sectoren. De ene sector, die financieel al onder druk staat, ziet regel na regel over zich heen komen. De andere sector kan jarenlang zonder enige vergunning teveel stikstof uitstoten. Dit is bijzonder inconsequent en dit zal voor veel veehouders die met de maatregelen van 7 juli 2017 worden geconfronteerd, en misschien zelfs gedwongen moeten stoppen, als regelrecht oneerlijk worden ervaren.

In eerste termijn wil het CDA van dit college weten waarom er binnen de veehouderij niet aan enig maatwerk kon worden gedaan en binnen de industriesector wel.

Een andere vraag is: waar is het het college nu precies om te doen? Om stikstofreductie of om het snoeien in de veehouderij?

Over de procedure

Het is op zijn zachtst gezegd bijzonder ongelukkig dat nergens in het uiterst gevoelige en impactrijke debat van 7 juli 2017, nóch in de voorafgaande weken, er met één woord is gerept over de maatregelen ten aanzien van vergunningloos opereren door de industrie. Deze procedurele keuze van de gedeputeerde is van een groot belang, omdat het CDA de zonet geschetste inhoudelijke punten niet aan de orde heeft kunnen stellen. Die kans is ons ontnomen. U had gewoon kunnen laten zien wat u nog meer doet om de effecten van stikstof terug te dringen. Integraal werken heet dat. Dat heeft u nagelaten.

Alles overwegende: was het nu niet handiger geweest als de gedeputeerde het BPO-rapport en het plan van aanpak actief bij de beraadslagingen had betrokken?

Is het college van mening dat de informatie rond het BPO-rapport totaal irrelevant was voor de beraadslagingen van 7 juli 2017?

Kan de gedeputeerde bij de CDA-fractie het gevoel wegnemen dat de Staten onvolledig zijn geïnformeerd?

1 Alleen het gesproken woord telt.

2 Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht.

Spreektekst René Kuijken aanleiding-proces-informatievoorziening onderzoek naleving stikstofregels door industrie (23 februari 2018)

Spreektekst René Kuijken – Debat over natuur-/landschapsbeleid (BrUG) 01/12

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over beleidsactualisatie BrUG (‘Brabant Uitnodigend Groen’)
(01-12-2017) – 1ste termijn

Voorzitter,

Het beschermen en zelfs uitbouwen van natuur is de moeite waard. Dat staat buiten kijf. Er wordt vaak gezegd dat een mooie natuur bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat. Maar de natuur is meer dan een verdienmodel. De natuur heeft ook intrinsieke waarde. De natuur is naar mijn eigen bescheiden mening het meest prachtige wat er is. Het is een volledig zelfsturend systeem. En het is minstens zo complex als onze menselijke maatschappij. Waar wij echter onze maatschappij proberen te ordenen met onder andere symmetrie, wetten en handhavers, kent de natuur alleen natuurwetten. Deze rauwe anarchie maakt de natuur verrassend en fascinerend. En het mooie is dat, als je goed kijkt, deze natuurwetten nog altijd de belangrijkste drijvers zijn achter onze maatschappij, ondanks dat we denken dat we met al onze wetten, cultuur en orde een toonbeeld van beschaving zijn. Van machtsbeluste bokito’s in het bedrijfsleven tot baltsende tieners op zaterdagavond en van territoriale wereldleiders tot zelfopofferende ouders. Onze maatschappij is eigenlijk een ecologisch systeempje.

De natuur is ook een beetje zoals de politiek. De natuur is liberaal. Het gaat zijn eigen weg en soms zijn de beste resultaten dat waar de natuur zelf mee komt. ‘Survival of the fittest’. Het verschil is alleen dat in de maatschappij de vraag het aanbod leidt: de markt. In de natuur leidt het aanbod de vraag: evolutie.

Soms zijn er exoten, die komen in één keer op. Daar is niks mee. De natuur past zich aan. Dat heeft het altijd al gedaan. Zo is het konijn ook een exoot. En wat zouden we toch moeten zonder deze Spaanse vrienden. De natuur vormt zich om de exoot heen en ja, verandert een beetje. Maar is dat erg? De natuur in het jaar 1000 was ook heel anders dan de natuur in het jaar 1500. Verandering is altijd de enige constante geweest. Er bestaat niet zoiets als een oneindige en vast gedefinieerde Nederlandse natuur die 2000 jaar onveranderd blijft.

Ondanks dat de natuur vaak erg hard is, heeft de natuur ook een sociale kant. De natuur kent vele voorbeelden van een diepe solidariteit richting de kudde, hulpbehoevende familieleden of het volk.

De natuur is ook een beetje christendemocratisch.

De natuur gedijt het beste wanneer de mens zo min mogelijk ingrijpt. Soms komt de natuur toch onder druk te staan. Daar waar de natuur zichzelf kan herstellen, moeten we de natuur zichzelf laten ontplooien. Maar soms ontstaan er toch situaties, door toedoen van de mens, waarop de natuur zichzelf niet meer voldoende kan helpen en dan breekt het moment aan dat de mens de natuur een handje moet helpen om weer op eigen benen te staan, om weer veerkrachtig te worden. Het CDA staat voor goed rentmeesterschap en daar hoort bij dat we een veerkrachtige natuur door moeten geven aan de volgende generaties. In de vorige periode heeft het CDA dan ook ingestemd met het voltooien van het gehele Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voltooiing van het nationale én provinciale gedeelte. Het CDA staat nog steeds achter de 240 miljoen euro aan middelen die hiervoor nodig is.

Kijkend naar het stuk dat we vandaag bespreken, is het CDA het volledig oneens met twee zaken.

  1. De uitvoering van het NNB, waarbij er te vaak sprake is van ‘tekentafelnatuur’.
  2. De prestaties die er door dit college geleverd worden aangaande de realisatie van het natuurnetwerk.

Ten eerste: de tekentafelnatuur

Nederland is na Bangladesh, Zuid-Korea en wat eilandstaten het dichtstbevolkte land ter wereld. Tegelijkertijd willen we hier 2000 jaar landschapshistorie met alle dieren en planten die hier leefden én oer natuur artificieel naast elkaar brengen én met een hoop geld naast elkaar houden. Daarbij gaan we er voor het gemak maar vanuit dat deze onderhoudsgevoelige natuur de tand des tijds doorstaat voor de volgende 100 jaar. De 35 miljoen euro die dit college wil uittrekken voor leefgebieden past volledig in dit plaatje: we gaan super hoogwaardige natuur creëren, maar of dit ecologisch op de lange termijn het meest efficiënt is in termen van biodiversiteit en financiële zuinigheid is onbekend. Een belangrijke vraag is daarom: wat betekent de extra inzet voor leefgebieden voor de onderhoudskosten op de lange termijn? En hoe toekomstbestendig zijn deze natuurgebieden? Vergen ze veel onderhoud? Of zijn ze natuurlijk en zelf bedruipend?

Ten tweede: de prestaties van dit college

Uit de evaluatie van de fondsen en de evaluatie van BrUG blijkt dat de realisatie van NNB aan alle kanten is vertraagd.

  • Het tempo van verwerving is te traag.
  • Het tempo van inrichting is te traag.
  • Administratief is het een puinhoop.
  • De opstartfase van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) BV verliep ontzettend moeizaam.
  • De rapportages over de KPI’s zijn zeer moeizaam verlopen en lijken nu pas op orde.

Er is bovendien onvoldoende uitzicht op verbetering. Tegelijkertijd vraagt dit college op dit haperende dossier doodleuk, zonder enige uitwerking van beleid, om 43 miljoen euro voor natuur. Het adagium ‘eerst beleid, dan geld’, vaak gepredikt door verschillende coalitiepartijen, geldt ineens niet meer. We krijgen een Statenvoorstel van negen pagina’s, waarin uitgelegd wordt waar we een bak geld van 43 miljoen euro aan gaan besteden. De gedeputeerde Van den Hout heeft de 50 miljoen euro voor natuur goed uitonderhandeld aan de formatietafel, maar wat hij er mee moest? Dat blijft een ieder tot op heden volstrekt onduidelijk. Daarom dient het CDA de motie in ‘Eerst beleid, dan geld’.

Nu is het gemakkelijk om over de prestaties van dit college te klagen, maar daarbij moet ik ook even de prestaties van deze Staten aanstippen. In het debat over Attero van vrijdag 8 september ging het ook over de rol van PS. Had men niet kritischer kunnen zijn? Daar heeft het CDA van geleerd. Vandaag krijgen we een herkansing. Vandaag is zo’n moment waarop we kritisch moeten zijn. Weten we wel waar die 240 miljoen euro aan uit wordt gegeven? Halen we het maximale rendement aan biodiversiteit met de activiteiten die de provincie ontplooit met deze 240 miljoen euro? We weten het totaal niet. En laat dan de bak geld waar we het vandaag over hebben even tot je doordringen. Ter vergelijking: Attero is verkocht voor 170 miljoen euro. In het GOB zit 240 miljoen euro aan provinciale middelen, 210 miljoen euro aan Rijksgeld, 2274 ha en nu wordt e nóg 43 miljoen euro besteed aan de leefgebieden. Het gaat hier dus om zo’n drie Attero’s aan publieke middelen. En dit terwijl de realisatie van het NNB aan alle kanten is vertraagd en er totaal geen prestaties worden geleverd. Daarom dient het CDA een motie in met als strekking de subsidieregeling voor Biodiversiteit & Leefgebieden pas open te stellen zodra de realisatie van het NNB weer op schema ligt.

Daarnaast stelt het college voor de pilot voor de ecologische verbindingszones (EVZ’s) door te zetten. Dit terwijl vaststaat dat we door het ophogen van het subsidiepercentage naar 75% op het einde geld tekort komen in het groenfonds, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de slagingskansen van de doelen van het fonds. Waarom wordt de pilot eerst een jaar verlengd en wordt er over een jaar pas herijkt?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst René Kuijken beleidsactualisatie BrUG (1 december 2017)