Maiden speech Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage 2019 op 13/09

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage 2019 
(13-09-2019)

Voorzitter,

Vandaag mijn ‘maiden speech’, mijn eerste inbreng in deze Staten. Over de Bestuursrapportage 2019, ofwel het verloop van het huidige begrotingsjaar. Een technisch, maar vooral ook een heel menselijk onderwerp. Het gaat immers over de effecten van het beleid dat wij hier vaststellen: doet het wat het moet doen, en wat merken de Brabanders daarvan? Een belangrijk moment dus. Want voor het CDA is een samenleving méér dan alleen een winst- en verliesrekening, waar alleen het getal onder de streep telt. Het huishoudboekje van de provincie moet op orde zijn, maar bovenal telt de menselijke maat.

Dat past bij het CDA, en dat past ook bij mij. Ik ben geboren en getogen in het Land van Cuijk, een prachtige regio aan de rand van Brabant. Een regio waarin de invloed van de provincie duidelijk voelbaar is: of het nu gaat om de N264, de bestuurlijke toekomst van onze gemeenten, of de leefbaarheid op het platteland. Niet iedere inwoner zal daarin meteen de hand van de provincie vermoeden, dus zie ik het als mijn opdracht om die lijn tussen het Land van Cuijk en Den Bosch te verkorten, te verstevigen en nog beter zichtbaar te maken. Zoals het een goede volksvertegenwoordiger betaamt.

Voorzitter, tot zover deze persoonlijke bespiegelingen. Nu over naar de bestuursrapportage, waarbij ik allereerst de ambtelijke organisatie wil bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Het waren er veel, waaruit u mag afleiden dat we als CDA ‘kritisch enthousiast’ zijn.

En voorzitter, het eerste wat we ons afvragen, is welk doel deze bestuursrapportage nu eigenlijk dient. Is het een instrument, waarmee we het lopende jaar 2019 strak kunnen volgen én kijken wat er nog beter kan of beter moet? Of is de bestuursrapportage niets anders dan een uitgebreide onderbouwing voor de geldvraag die in de derde begrotingswijziging besloten ligt?

Als CDA hebben wij, net als denk ik alle fracties, al met een schuin oog naar 2020 gekeken en met genoegen vastgesteld dat de eerste acties uit het nieuwe bestuursakkoord al worden opgepakt. Kijken we naar de afwijkingen ten opzichte van de begroting, dan zien we dat het gaat om een bedrag van 63 miljoen euro. Dat is weliswaar gesaldeerd, maar bij veruit de meeste afwijkingen gaat het om administratieve of technische aanpassingen. Kortom, de echte relevante afwijkingen zijn zeer beperkt, slechts een fractie van de totale begroting, en dat is goed nieuws.

Voorzitter, met de uitspraak door de Raad van State over de PAS hebben we, ook hier in Brabant, een ‘gamechanger’ te pakken. Een uitspraak die ons dwingt om tijdens de wedstrijd de spelregels te herzien. Met grote impact, dat staat vast.

Want wat betekent dit voor onze infrastructurele projecten? Voor woningbouwprogramma’s? Voor de agrarische sector? Hoe gaan marktpartijen reageren? Eet de een de ander op om voor zichzelf ruimte te creëren? Tal van vragen die sterk leven bij onze fractie. We kijken dan ook uit naar het rapport van de commissie-Remkes en hebben daarbij een concrete vraag: hoe gaat het college straks om met de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Want onze provincie moet niet stil komen te staan: of het nu gaat om Brainport, Hart van Brabant, het Land van Heusden en Altena, de logistieke hotspot West-Brabant, of onze grensregio’s enz. Voorzitter, Brabant mag niet op slot.

Voorzitter, nog een laatste vraag hierover, waarvoor wij vanochtend tijdens de Rondvraag geen gelegenheid kregen: wat vindt de gedeputeerde van het voorstel van D66 om het stikstofvraagstuk op te lossen door de veestapel te halveren?

Voorzitter, dan het vergunningsbeleid in onze provincie. Zonder vergunning kan je niets, veel Brabanders zijn ervan afhankelijk voor hun dagelijkse boterham. Ondernemers bijvoorbeeld, o.a. in de agrarische sector. Het CDA vindt het logisch dat de termijn voor het indienen van een vergunning met drie maanden is opgeschoven, naar 1 april 2020. Tegelijkertijd hebben we ons zeer verbaasd over de uitlatingen van de gedeputeerde Landbouw in De Gelderlander deze zomer, waarin zij aangaf dat aanvragers van een vergunning hun gemeente maar meteen moeten verzoeken om hun aanvraag ‘onderop de stapel’ te leggen. Vanwaar dit advies, voorzitter? Dit lijkt wel de bevestiging dat die innovatieve stalsystemen, waarop ondernemers met smart zitten te wachten, er nog altijd niet zijn? Systemen die ondernemers helpen vanuit de bron te werk te gaan en niet noodgedwongen aan ‘symptoombestrijding’ te doen. Op een betaalbare manier. Voorzitter, wat bedoelt de gedeputeerde met het ‘onderop de stapel’ leggen van vergunningaanvragen? Wij gaan in Brabant toch voor de beste aanpak i.p.v. een snelle, halve aanpak?

Voorzitter, over vergunningen gesproken: het CDA is heel tevreden met de uitbreiding van de Wet Bibob, om vergunningen te kunnen weigeren of intrekken. Met als doel ondernemers te beschermen en criminelen aan te pakken. Daarnaast zijn we positief over het agenderen van de ‘weerbaarheid’ en ‘integriteit’ in de provinciale organisatie. We zien de noodzaak én toegevoegde waarde van de Dilemmatraining, die we na de verkiezingen hebben kunnen volgen. De nieuwe gedeputeerde Veiligheid heeft zijn kennismaking met de Taskforce RIEC achter de rug, dus we kijken uit naar zijn initiatieven om tot een nog effectievere samenwerking tussen de provincie en deze ‘antidrugseenheid’ te komen.

Voorzitter, in het nieuwe bestuursakkoord wordt een Actieplan Arbeidsmarkt aangekondigd. Is het college het met ons eens dat het hier niet alleen om de stad moet gaan, maar dat we ook de ‘randen’ van Brabant zeker niet moeten vergeten? U begrijpt: als inwoner van zo’n ‘randregio’ ben ik hier scherp op. Kijk bijvoorbeeld naar het tekort aan zorgverleners in het Land van Cuijk.

Tot slot, voorzitter. Het realiseren van het doelrendement (jaarlijks 122,5 miljoen euro voor de begroting uit het belegd vermogen) wordt steeds lastiger.

Dit komt door externe omstandigheden, namelijk de blijvend lage marktrente. De vraag is dan ook hoe hiermee om te gaan? Moeten we kost wat kost jaarlijks 122,5 miljoen in de begroting stoppen en vanaf volgend jaar hiervoor een reserve aanspreken, of is nu het moment aangebroken om tevreden te zijn met een lager bedrag dan die 122,5 miljoen? Die discussie wil het CDA graag een keer voeren. En tot hoe ver gaan we met het verstrekken van leningen, met hele lange looptijden, aan lagere overheden? Het krikt weliswaar het rendement voor de komende jaren op, maar de keerzijde is dat we met slecht renderende leningen zitten als de marktrente vroeg of laat begint op te lopen. Graag een reactie.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage 2019 (13 september 2019)

Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de veiligheid van snelfietsroute F59 ‘s-Hertogenbosch – Oss.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59.

Geacht college,

In het Uitvoeringsprogramma Fiets in de Versnelling 2016-2020 van de provincie Noord-Brabant somt u de voordelen van de fiets op ten opzichte van andere vervoersmiddelen. Zo zijn fietsers goedkoper, gezonder en vaak sneller op hun bestemming en heeft fietsgebruik een positief effect op de leefomgeving, doorstroming op de weg, duurzaamheid en het economische rendement1. Het CDA deelt deze analyse en vindt dat we als Brabant fietsprovincie moeten zorgen voor een veilig en aantrekkelijk netwerk van (snel)fietsroutes. In dat kader hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB d.d. april 20192?
  2. Hoe zwaar weegt dit rapport voor u? Zwaar genoeg om de resultaten te betrekken bij het beleid van de provincie?
  3. Bent u bekend met de antwoorden van de gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 28 mei 2019 op de vragen die de gemeenteraadsfractie van het CDA over de veiligheid van snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss heeft gesteld3?
  4. Bent u bekend met de reactie van de gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 18 juli 2019 op de brief van de Dorpsraad Nuland, die zorgen heeft over de veiligheid van deze snelfietsroute4?
  5. Wat is de uitkomst van het overleg tussen de provincie en de gemeente ’s-Hertogenbosch over de kwaliteitscriteria van snelfietsroutes en de voorwaarden waaronder de provincie hiervoor subsidie verleent?
  6. Welke leer- en verbeterpunten levert de gerealiseerde F59 op die u en gemeentes bij de ontwikkeling van toekomstige snelfietsroutes meenemen? Communiceert u hierover ook met bewoners en gebruikers?
  7. In het Testrapport Fietssnelwegen heeft de ANWB snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss samen met acht andere snelfietsroute beoordeeld op aspecten als ‘breedte’, ‘voorrang’, ‘fietsplezier’, ‘sociale veiligheid’ en ‘herkenbaarheid’. De F59 scoort 3,5 uit 5 en krijgt de beoordeling ‘redelijk/goed’. Belangrijke aanbevelingen betreffen o.a. de bewegwijzering, logo’s en markeringen. Wat is de stand van zaken van de uitwerking van deze aanbevelingen, zoals het testen van verschillende nieuwe bewegwijzering en markering om (snel)fietsroutes beter lees- en vindbaar te maken (‘wayfinding’)? Op welke termijn verwacht u hiervoor nieuwe uitvoeringsvoorschriften en/of richtlijnen, waarop de gemeente ‘s-Hertogenbosch momenteel wacht?
  8. Hoe kijkt u aan tegen de minpunten F59 ’s-Hertogenbosch – Oss uit het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB? Bijvoorbeeld de veel geparkeerde auto’s langs het routestuk in Den Bosch, (te) smalle routestukken en obstakels langs het fietspad en in de berm?
  9. Wat vindt u van de knelpunten die de Dorpsraad Nuland in haar brief signaleert, waaronder het delen van de F59 met auto’s, een onprettig en gevaarlijk routestuk door de Waterleidingstraat, de overgang Waterleidingstraat – Elzenstraat waar fietsers op de fietsstraat blijven rijden, veel bijna-ongevallen op de kruising Kerkstraat – F59 , de (te) smalle) berm tussen de rijbaan en de sloot in de bocht van de Singel, en het delen van de F59met een vrachtwagenroute over een gedeelte van de Wolfdijk?
  10. Bent u bereid om in samenspraak met de gemeente ’s-Hertogenbosch, de Dorpsraad Nuland en andere betrokken partijen maatregelen te overwegen, die de fietsveiligheid en het fietscomfort op de F59 ’s-Hertogenbosch – Oss op de bij vraag 7 en 8 genoemde punten verbeteren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Visie%20Fiets%20in%20de%20Versnelling_dec%20%2009_def%20(5).pdf

2 Zie https://www.anwb.nl/binaries/content/assets/anwb/pdf/fietsen/anwb-onderzoek-fietssnelwegen-april-2019-gecomprimeerd.pdf

3 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Microsoft/Windows/INetCache/Content.Outlook/Z6LRMEQN/Antwoordbrief%20vragen%20ex.%20art.%2071%20RvO%20van%20de%20fractie%20CDA%20inzake%20veiligheid%20op%20onze%20snelfietsroute%20A59.pdf.

4 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Microsoft/Windows/INetCache/Content.Outlook/Z6LRMEQN/Document%209189770%20antwoordbrief%20aan%20Dorpsraad%20Nuland%20snelfietsroute%20F59%20Inhoud%20document.pdf

 

CDA: vragen over compensatie agrariërs bij natuuraanleg

Het CDA in Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement, stelde op 30 augustus jl. vragen aan het provinciebestuur over de aankoop van (landbouw)gronden t.b.v. de aanleg van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden.

Om dit netwerk te realiseren koopt natuurorganisatie ARK o.a. in de omgeving van Berlicum, Boxtel en Liempde landbouwgronden op. Dit betreft niet alleen gronden binnen het te realiseren natuurwerk, maar ook daarbuiten. Deze gronden zijn bedoeld om in te zetten als ruilgronden, als compensatie voor agrariërs die gronden afstaan omdat daarop natuurherstelmaatregelen plaatsvinden.

Statenlid Tanja van de Ven-Vogels, landbouwwoordvoerder namens het CDA, ontving uit de regio verschillende signalen dat ruilgronden niet, conform afspraak, zouden worden ingezet ter compensatie van boeren, maar om later alsnog natuur van te maken. Met als gevolg dat compensatie uitblijft en natuur, buiten het NNB, steeds verder opschuift in de richting van bedrijven, die daardoor in de knel komen met hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten. “Onwenselijk”, vindt Van de Ven-Vogels. “Het kan niet zo zijn dat ondernemers in de problemen komen, omdat we in Brabant meer natuur realiseren dan is afgesproken.”

Aan de gedeputeerde Natuur, Water en Milieu stelde Van de Ven-Vogels dan ook de volgende vragen:

  1. Wie ziet er in Brabant op toe dat ruilgronden ook daadwerkelijk worden gecompenseerd?
  2. Natuur, zijnde ruilgrond, ligt in een aantal gevallen heel dicht bij veehouderijbedrijven. Wordt hiermee rekening gehouden?
  3. Wanneer er grond wordt omgezet buiten het natuurnetwerk om, hoe wordt dit gecommuniceerd?

De gedeputeerde antwoordde dat er specifieke redenen kunnen zijn om het Natuurnetwerk Brabant te herbegrenzen, bijvoorbeeld door eigen initiatief van agrarische ondernemers die besluiten natuur in hun bedrijfsvoering mee te nemen. Volgens de gedeputeerde ligt de bal bij de ondernemers om dit in de omgeving te communiceren. De te doorlopen procedures worden daarbij gevolgd.

Het CDA gaat de antwoorden van de gedeputeerde terugkoppelen aan de betreffende ondernemers in de regio en denkt na over het stellen van schriftelijke vervolgvragen.

CDA Brabant op werkbezoek in Zundert

Het CDA Brabant trapt het nieuwe politieke seizoen, dat volgende week begint, af in Zundert. Op vrijdag 23 augustus brengen provinciale én landelijke CDA-vertegenwoordigers een werkbezoek aan de gemeente, het eerste van dit jaar.

In de ochtend maken de politici kennis met de Coöperatieve Vereniging Treeport Zundert, die zich inzet voor versterking van de boomkwekerijsector in West-Brabant. Onderdeel van deze kennismaking is, naast een uitleg over de activiteiten van het platform, een bedrijfsbezoek aan Boot & Dart Boomkwekerijen, een van de ruim honderd ondernemingen en organisaties die bij Treeport zijn aangesloten.

‘s Middags staat allereerst een bezoek aan de Nederlandse vestiging van het familiebedrijf Ardo (met de hoofdzetel in Ardooie, België) op het programma. Ardo is een belangrijke speler in de productie van een volledig aanbod vriesverse groenten, kruiden en fruit voor de retail, foodservice en industrie. Hierna neemt de CDA-delegatie een kijkje bij de voorbereidingen voor het Corso, dat op 1 en 2 september a.s. in Zundert plaatsvindt. Het Zundertse bloemencorso is het grootste van de wereld en bestaat sinds 1936. De CDA’ers bezoeken o.a. het ‘Corsohome’ aan de Industrieweg en de bouwtent van buurtschap Tiggelaar, dat met negentien andere buurtschappen strijdt om het bouwen van de mooiste wagen.

Aan het werkbezoek namen verschillende Statenleden van het CDA deel, provinciale volksvertegenwoordigers die bij de verkiezingen eerder dit jaar in het Brabantse parlement zijn gekozen. Onder hen de West-Brabantse Ankie de Hoon uit Etten-Leur, die als fractievoorzitter de achthoofdige fractie aanvoert. Daarnaast wonen ook de Brabantse Tweede Kamerleden Erik Ronnes en René Peters (een deel van) het programma bij evenals diverse plaatselijke CDA’ers.

De Hoon: “Geen betere plaats om het politieke jaar te beginnen dan in het prachtige Zundert, met een werkbezoek waarin o.a. economie, ondernemerschap, innovatie en cultuur samenkomen. Kortom, veel van waar Brabant goed in is én trots op mag zijn. En we hadden ook geen beter moment kunnen uitkiezen, want over iets meer dan een week kan heel de wereld tijdens het Corso genieten van al het moois dat Zundert te bieden heeft. Een uniek evenement, immaterieel cultureel erfgoed, waaraan duizenden vrijwilligers meewerken en dat wat het CDA betreft beslist een plek verdient op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We zijn vereerd om alvast een voorproefje te krijgen en kijken ernaar uit om Zundert, in al zijn facetten, beter te leren kennen.”

Eerste subsidies versterking lokale onderzoeksjournalistiek toegekend

Op 1 augustus jl. heeft gedeputeerde Marianne van der Sloot (CDA) de eerste provinciale subsidies toegekend ter versterking van de lokale journalistiek in Brabant.

Stichting Brabants Centrum in Boxtel ontvangt van de provincie een subsidiebedrag van 22.500 euro voor het lanceren van een community-app, waarmee abonnees van de krant Brabants Centrum de redactie kunnen ondersteunen met specifieke kennis en kunde. Aan de Stichting PleinBest, die de website PleinBest.nl ontwikkelde om inwoners van Best met elkaar in contact te brengen, stelt de provincie een subsidiebedrag van 8.063 euro ter beschikking, bedoeld voor het ontwikkelen van een magazine dat ruimte biedt aan plaatselijke onderzoeksjournalistiek.

De provinciale subsidieregeling ‘Versterking lokale onderzoeksjournalistiek’ is een initiatief van het CDA, dat hiertoe een voorstel indiende tijdens het debat over de provinciebegroting 2019 in november vorig jaar. Voor de subsidieregeling is in totaal een bedrag van 90.000 euro beschikbaar, waarvoor initiatiefnemers zich nog steeds kunnen aanmelden. Het aanmeldformulier is te vinden onder deze link: https://www.brabant.nl/applicaties/producten/media__versterking_lokale_onderzoeksjournalistiek_subsidie_19446. De einddatum is 31 oktober 2019.

Net als gedeputeerde Van der Sloot is het CDA benieuwd naar het effect van de initiatieven in Boxtel en Best. De partij hoopt dat met een financiële impuls voor onderzoeksjournalistiek Brabantse media nog beter in staat zijn om te fungeren als ‘luis in de pels’, als de ogen, oren én stem van een buurt of lokale gemeenschap.

Schriftelijke vragen over luchtwassers

Schriftelijke vragen van Statenlid Tanja van de Ven-Vogels over luchtwassers.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over luchtwassers.

Geacht college,

Op 26 juli jl. berichtte o.a. het Eindhovens Dagblad over de dood van ongeveer 2100 varkens in Maarheeze t.g.v. een stroomstoring waardoor de luchtwassers, die de uitstoot van geur en ammoniak tegengaan maar ook zorgen voor zuurstof, in hun stal uitvielen1. Eerder deze maand publiceerde de provincie Noord-Brabant op haar website het artikel ‘Maatregelen tegen stikstof, Brabant niet op slot’2. Naar aanleiding hiervan heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Is het incident in Maarheeze voor u reden om vanaf nu anders aan te kijken tegen luchtwassers, nu blijkt hoe groot de risico’s zijn bij o.a. stroomuitval?
  2. In het artikel ‘Maatregelen tegen stikstof, Brabant niet op slot’ laat de gedeputeerde Natuur, Water en Milieu het volgende optekenen: “Verduurzaming zorgt ervoor dat natuur en economische ontwikkeling hand in hand kunnen gaan. Er komen steeds meer innovaties die de uitstoot van ongewenste stoffen, zoals stikstofverbindingen, bij de bron aanpakken.” Hoezeer beschouwt u een luchtwasser als een innovatie die de uitstoot van ongewenste stoffen bij de bron aanpakt?
  3. In antwoord op schriftelijke vragen van de PVV d.d. 2 juli 2019 (publicatiedatum 8 juli 2019) schrijft u dat u ‘streeft naar stalsystemen die emissies integraal en brongericht aanpakken’ (antwoord 6)3. Kunt u aangeven of een luchtwasser emissies (uitstoot) integraal en brongericht aanpakt? Indien ja, kunt u uitleggen hoe dat gebeurt? Indien niet, welke stalsystemen kunnen volgens u emissies wel brongericht aanpakken?
  4. Wat gaat u doen om tijdig de risico’s van (nieuwe) technieken te achterhalen, zodat agrarisch ondernemers de juiste keuze(s) kunnen maken bij het vernieuwen van hun stallen?
  5. Hoe kan de provincie agrarisch ondernemers helpen om in plaats van met luchtwassers met andere technieken hun stallen te vernieuwen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Tanja van de Ven Vogels

1 Zie https://www.ed.nl/cranendonck-heeze-leende/stroomuitval-2100-varkens-stikken-in-stal-maarheeze~a15092df/.

2 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/juli/maatregelen-tegen-stikstof.

3 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/4543507%20(3).pdf.

 

Schriftelijke vragen over reactivering vliegbasis De Peel

Schriftelijke vragen van Statenlid John Bankers over reactivering van vliegbasis De Peel.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over reactivering vliegbasis De Peel.

Geacht college,

Medio juni heeft het ministerie van Defensie laten weten dat het vliegbasis De Peel in Vredepeel op termijn weer in gebruik wil nemen1. Voor de milieueffectrapportage (MER) en noodzakelijke vergunningen heeft het ministerie de ‘Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapportage Luitenant-generaal Bestkazerne/Militaire luchthaven De Peel’ ter inzage gelegd2. Als belanghebbende heeft de provincie Noord-Brabant de mogelijkheid een zienswijze, d.w.z. een reactie, op het zgn. ‘ontwerpbesluit’ in te dienen.

Naar aanleiding hiervan heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Wat is de visie van de provincie Noord-Brabant op het opnieuw in gebruik nemen van vliegbasis De Peel?
  2. Vanaf wanneer is de provincie Noord-Brabant op de hoogte van het voornemen van het ministerie van Defensie om vliegbasis De Peel te heropenen?
  3. Heeft hierover al eerder overleg plaatsgevonden tussen de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Defensie? Indien ja, wat is hieruit naar voren gekomen? Indien niet, hoe kijkt u hier tegenaan?
  4. De Rijksoverheid vermeldt op haar website dat er voor vliegbasis De Peel op korte termijn een Commissie Overleg en Voorlichting Milieu (COVM) wordt ingesteld. Dit ter voorbereiding op het te nemen ‘luchthavenbesluit’, zonder welke vliegactiviteiten op De Peel niet mogelijk zijn. Een COVM spreekt met inwoners, gemeenten en provincies. Wat is hiervan de stand van zaken?
  5. Recent hebben o.a. provincie en gemeenten een gezamenlijk standpunt geformuleerd rondom de luchthaven in Eindhoven. In lijn met die werkwijze: zijn er inmiddels overleggen gaande met betrokken gemeenten en de provincie Limburg om ook t.a.v. vliegbasis De Peel tot een eensgezinde reactie te komen? Indien ja, heeft dit al tot resultaten geleid? Indien niet, bent u van plan om dit alsnog te doen?
  6. Gaat u namens de provincie Noord-Brabant een zienswijze indienen m.b.t. bovenstaande notitie? Indien ja, wat is de strekking van deze zienswijze? Indien niet, welke argumentatie ligt hieraan ten grondslag?
  7. Welke andere mogelijkheden heeft de provincie Noord-Brabant om te acteren op de zorgen die er onder inwoners in De Peel leven over de gevolgen voor het milieu en mogelijke geluidsoverlast?
  8. De provincie Noord-Brabant kent behalve de Luitenant-generaal Bestkazerne nog een aantal andere militaire luchthavens. In hoeverre heeft reactivering van vliegbasis De Peel gevolgen voor die luchtmachtbases en/of zijn ook daar nieuwe activiteiten te verwachten vanwege de benodigde oefencapaciteit voor Defensie?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

John Bankers

1 Zie https://www.ed.nl/de-peel/defensie-wil-weer-vliegen-op-vliegbasis-de-peel~aa061665/

2 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/defensieterreinen/documenten/rapporten/2019/06/27/concept-notitie-reikwijdte-en-detailniveau—milieueffectrapportage-luitenant-generaal-bestkazern-militaire-luchthaven-de-peel

 

Schriftelijke vragen over drugsgebruik/-handel bij Brabantse evenementen

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over drugsgebruik/-handel bij Brabantse evenementen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over drugsgebruik en -handel bij Brabantse evenementen.

Geacht college,

Op pag. 8 van het bestuursakkoord 2019-2023, getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’, staat in de cultuurparagraaf: Mede dankzij de aanwezigheid van een groot aantal kunstvakopleidingen, het grote aanbod aan festivals, musea en een stevig cultureel ecosysteem is Brabant de derde culturele regio van Nederland.1

Brabant kent een rijk evenementenaanbod, waarvan ieder jaar tienduizenden mensen genieten. Dat moet zo blijven.

Afgelopen week berichtten o.a. De Telegraaf2, Omroep Brabant3 en de Volkskrant4 over het gebruik van en de handel in drugs tijdens festivals. Naar aanleiding hiervan heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u het met de minister van Justitie en Veiligheid eens dat gebruikers van drugs medeverantwoordelijk zijn voor het in stand houden van een drugsindustrie, waarvan onschuldige mensen het slachtoffer zijn?
  2. Wat vindt u van het huidige festival- en evenementenbeleid, waarbij de verantwoordelijkheid voor de aanpak van drugs grotendeels bij de organisatie van het festival/evenement ligt? Is dit beleid volgens u voldoende effectief? Waar ziet u punten voor verbetering?
  3. Op welke van de in Brabant gehouden (muziek)festivals wordt veelvuldig drugs gebruikt of verhandeld?
  4. Hoeveel strafbare feiten uit de Opiumwet zijn er in het afgelopen jaar bij deze festivals geconstateerd? Indien mogelijk een uitsplitsing naar strafbaar feit en naar festival.
  5. Geregeld bereiken ons berichten over drugsgebruik en -handel rondom (amateur)voetbalwedstrijden in Brabant. Zijn hierover cijfers beschikbaar, zoals een registratie van het aantal strafbare feiten en hun aard?
  6. Zijn er andere evenementen in Brabant, waarvan bekend is dat er veel drugsgebruik/-handel plaatsvindt? Indien ja, welke?
  7. Het vorige college van Gedeputeerde Staten, periode 2015-2019, wilde dancefestivals in de regio meer ruimte bieden, met tijdelijke vergunningen of door extra faciliteiten beschikbaar te stellen5. Hoe denkt dit college hierover?
  8. Ziet u mogelijkheden om (extra) eisen te stellen, bijv. t.a.v. drugspreventie en handhaving, aan festivals en evenementen die de provincie financieel of op andere wijze(n) ondersteunt? Indien ja, welke?
  9. Bent u bereid om met de Brabantse festival-/evenementenbranche en andere betrokken partijen, zoals verslavingsinstelling Novadic-Kentron, in gesprek te gaan over hoe het gebruik van en de handel in drugs tijdens festivals/evenementen te verminderen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Bestuursakkoord20192023%20(1).pdf, pag. 8.

2 Zie https://www.telegraaf.nl/nieuws/854483164/minder-festivals-in-strijd-tegen-drugs?utm_source=google&utm_medium=organic.

3 Zie https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3037154/Minder-festivals-betekent-niet-minder-drugsproductie-organisatoren-boos-over-uitspraken-minister.

4 Zie https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/drugsfestivals-terugdringen-op-deze-manier-gaat-grapperhaus-het-niet-winnen~baaa20e1/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F.

5 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Bestuursakkoord_2015_2019%20(1).pdf, pag. 67.

Schriftelijke vragen over broeikasuitstoot vennen en vijvers

Schriftelijke vragen van Statenlid Jürgen Stoop over de broeikasuitstoot uit Brabantse vennen en vijvers.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over broeikasuitstoot vennen en vijvers.

Geacht college,

Vorige maand kondigde de provincie Noord-Brabant op haar website een subsidieregeling aan voor initiatieven die zijn gericht op het behoud en/of het herstel van vennen.1 Hiervoor is 1 miljoen euro beschikbaar.

Eerder dit jaar berichtte dagblad Trouw over een onderzoek van de Radboud Universiteit naar de uitstoot van broeikasgassen, zoals koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4), door (buurt)vijvers.2 De onderzoekers schatten deze uitstoot gelijk aan die van ongeveer 200.000 auto’s per jaar. De oorzaak zit in het organisch materiaal dat op de bodem van ondiep water vergaat. In het onderzoek staat ook welke mogelijkheden er zijn om deze problematiek te verminderen. Bijvoorbeeld door te baggeren, te sturen op de watervegetatie (waterplanten) en de visstand, of door over te gaan tot het voedselarm maken van de bodem en verbrakking.

Brabant heeft zich geconformeerd aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Het CDA denkt dat Brabant door het terugdringen van de broeikasuitstoot in vennen en vijvers een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het halen van deze klimaatdoelstellingen. Wij hebben daarom voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het onderzoek van de Radboud Universiteit naar de uitstoot van broeikasgassen door (buurt)vijvers?
  2. Begrijpen wij het goed dat de subsidieregeling Biodiversiteit en leefgebieden bedreigde soorten (onderdeel venherstel) alleen is bedoeld voor vennen (door de natuur ontstaan) en niet voor vijvers (door de mens aangelegd)?
  3. Brabant telt ongeveer 600 vennen, driekwart van alle vennen in Nederland. Is bekend hoeveel broeikasgassen deze vennen uitstoten? Is er in uw ogen sprake van een probleem?
  4. Is bekend hoeveel (buurt)vijvers er in Brabant zijn en hoeveel broeikasgassen deze vijvers uitstoten?
  5. Geeft u bij het toekennen van subsidie voor het herstel en behoud van Brabantse vennen prioriteit aan de vennen die de hoogste uitstoot van broeikasgassen laten zien?
  6. Indien men overgaat tot het schoonmaken van vennen, is het van belang in welke tijd van het jaar dit gebeurt. Dit om te voorkomen dat door het vallen van het blad of door maaiwerkzaamheden rondom de vennen alsnog organisch materiaal in het water terechtkomt. Heeft de provincie bij de subsidietoekenning voorwaarden opgenomen over de periode waarbinnen de schoonmaak moet plaatsvinden, om de uitstoot van broeikasgassen ook naar de toekomst toe te minimaliseren?
  7. Deelt u de mening van het CDA dat Brabant door het terugdringen van de broeikasuitstoot in vennen en vijvers een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het halen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs?
  8. Welke maatregelen neemt u om niet alleen de uitstoot van broeikasgassen in vennen te verminderen, maar ook die in (buurt)vijvers?
  9. De oplossing voor de broeikasuitstoot door (stads)vijvers is het schoonhouden van de vijver en de omgeving. Bewoners en gemeenten kunnen dit samen doen. Omwonenden kunnen bijvoorbeeld hondenpoep opruimen, terwijl de gemeente zorgt voor minder of bladhoudende bomen aan de watergrens. Ziet u mogelijkheden om als provincie lokale initiatieven, gericht op het schoonhouden van buurtvijvers, te ondersteunen? Bijvoorbeeld als onderdeel van het provinciale natuur- en/of klimaatbeleid.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Jürgen Stoop

1 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/juni/provincie-houdt-aandacht-voor-brabantse-vennen

2 Zie https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/nederlandse-buurtvijvers-stoten-evenveel-broeikasgas-uit-als-tweehonderdduizend-auto-s~b3e44c7e/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F

Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State

Schriftelijke vragen van Statenleden Tanja van de Ven en Ankie de Hoon over de uitspraak van de Raad van State over het beoordelingssysteem Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State.

Geacht college,

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse stikstofaanpak, die een einde maakt aan het beoordelingssysteem ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS), en de provinciale themabijeenkomst over de consequenties hiervan op 28 juni jl. hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Sinds eind mei is de vergunningverlening i.h.k.v. het PAS stopgezet. U hebt aangegeven vanaf september 2019 tot eind 2022 met een ‘beperkt instrumentarium’, en scherp geprioriteerd, weer vergunningen te willen gaan verlenen. Door deze nieuwe realiteit lijken de ambities uit het bestuursakkoord echter te zijn ingehaald.

  1. Bent u het met CDA eens dat er sinds de recente stikstofuitspraak van de Raad van State sprake is van een nieuwe realiteit?
  2. Tijdens de themabijeenkomst op 28 juni jl. sprak u de verwachting uit dat vergunningverlening ‘niet gladjes’ zal verlopen. Waar voorziet u problemen en wat gaat u hiertegen doen?

02. Wanneer de provincie de vergunningverlening weer opstart, leidt dit mogelijk tot veel nieuwe vergunningaanvragen. Het tussentijds aanpassen van omgevingsvergunningen en Wet Natuurbeschermingsvergunningen (Wnb) vraagt veel extra inzet en capaciteit van gemeenten en omgevingsdiensten. Hoe ziet u in dit verband de hoos aan vergunningaanvragen die nog gaat komen n.a.v. de maatregelen Versnelling transitie veehouderij? Wat betekent dit voor het behandeltraject van al deze vergunningaanvragen en de extra kosten die zowel overheden als veehouders moeten maken?

03. Er zijn veehouderijbedrijven die geen Wnb-vergunning hebben, maar alleen een melding hoefden te doen in het kader van het PAS. Dit gold voor bedrijven wier uitstoot op het dichtstbijzijnde natuurgebied tussen de 0,05 en 1 mol/kg/ha bedroeg.

  1. Hoe gaat u om met bedrijven die een geaccepteerde melding hebben i.h.k.v. het PAS en voor wie nog niet duidelijk is hoe zij hun vergunning moeten aanpassen?
  2. Hoe gaat u om met bedrijven die minder uitstoten dan de drempelwaarde 0,05 mol/kg/ha en waarbij geen melding nodig was?

04. Klopt het dat na de uitspraak van de Raad van State veehouderijbedrijven een milieueffectrapportage (MER) moeten opvragen? Hoe denkt u over het tijdspad hiervoor?

05. Kunt u in kaart brengen wat de gevolgen van de uitspraak van Raad van State zijn voor de Brabantse economie, in brede zin, per sector en per regio?

06. Wat betekent de uitspraak van de Raad van State voor infrastructurele projecten in Brabant, zoals de (geplande) verbreding van wegen en de aan te pakken knelpunten op provinciale wegen? Kunt u per project op een rijtje zetten wat de gevolgen zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Tanja van de Ven en Ankie de Hoon