Opinie Jaco Geurts en Ton Braspenning: ‘Geef de veehouderij een kans’

Opinie van Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Statenlid Ton Braspenning in het Brabants Dagblad d.d. 19 maart 2018.

Geef de veehouderij een kans

Als we niet oppassen is er straks niet een zoon of dochter meer die het boerenbedrijf over wil nemen. Stop de negatieve beeldvorming. We doen het in Nederland heel goed.

Jaco Geurts
Ton Braspenning

GASTOPINIE

Het CDA staat voor een veehouderij die in balans is met zijn omgeving. Het is best lastig om die balans te bereiken, want het gevoel van onbalans komt meer vanuit een beleving dan vanuit de feitelijkheden. Boeren hebben geïnvesteerd in innovatieve stallen met onder andere welzijnsvloeren, zodat zij de beste zorg kunnen bieden aan hun dieren. Alleen wordt dat vaak weggelaten in de berichtgeving. Het CDA sluit haar ogen niet en wil juist zorgen voor de balans tussen de veehouderij en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Waarbij er ruimte geboden wordt voor boeren om te blijven boeren. Dat betekent de dialoog aangaan met elkaar: lokaal, provinciaal en landelijk.

Naast de zorg voor dieren zetten CDA’ers zich lokaal, provinciaal en landelijk in om verder te bouwen aan een duurzame en innovatieve veehouderij. Daarbij zijn de zorg voor volksgezondheid en aanbevelingen van de Gezondheidsraad leidend. Wij zijn daarbij van mening dat het kabinet voor breed gedragen gezondheidsonderzoek moet zorgen waarbij niemand vraagtekens kan zetten. Wij vinden het onbegrijpelijk dat onze boeren continue worden bekritiseerd over de manier waarop zij werken, ondanks dat wij het in Nederland heel goed doen. Deze negatieve beeldvorming blijft niet zonder gevolgen. Want als we zo doorgaan dan is er geen enkele boerendochter of -zoon meer die nog verder wil met het familiebedrijf. Dan verliezen we goed en betrouwbaar voedsel van eigen bodem en de economische waarde daarvan voor de BV Nederland.

Bloeiende sector

Steeds meer toeleverende bedrijven aan de agrarische sector dreigen te vertrekken naar het buitenland. De ontwikkeling en toepassing van innovaties stokt in Nederland. Mede omdat de meest duurzame ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn, milieu en economie in Nederland niet gebouwd mag worden. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling zijn alleen maar mogelijk met voldoende boeren en boerinnen. Het CDA is van mening dat een bloeiende Nederlandse agrarische sector met oog voor de positie van boer en tuinder en haar omgeving daarom zeer belangrijk is.
Door steeds veranderende regels en een ongelijk speelveld in de Europese Unie wordt het veel boeren onmogelijk gemaakt om een eerlijke prijs en daarmee een goed inkomen te verwerven. Om aan de eisen te voldoen moet er stevig worden geïnvesteerd. Al die extra regels van de provincie Brabant zorgen er alleen maar voor dat de investeringen in duurzame en zorgvuldige oplossingen niet worden bevorderd en brengen zeer hoge kosten met zich mee. Investeringen zijn alleen mogelijk als de opbrengsten deze investeringen rendabel maken. Daar is momenteel absoluut geen sprake van. Het doel van nieuwe regelgeving moet zijn, dat gezonde bedrijven toekomst hebben, dat jonge ondernemers makkelijker een bedrijf kunnen overnemen en dat stoppende ondernemers een oudedagvoorziening hebben.

Voedselscheidsrechter

Daarnaast wil het CDA dat er een voedselscheidsrechter komt, die proactief de steeds schevere marktstructuur aanpakt. Dit als oplossing voor meer balans op de markt en tegen een ongelijk speelveld. Wij sluiten onze ogen niet voor de groeiende onbalans maar gaan juist over tot actie. Daarom is in het regeerakkoord opgenomen dat we de gezondheid- en leefomgevingsrisico’s niet willen negeren. Met de sector en overheden wordt ingezet op een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden. Hier is 200 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. Wij menen dat daarnaast een verdere dialoog tussen boeren en inwoners plaats moet vinden. Juist om ervoor te zorgen dat we voldoende en goed voedsel blijven produceren, en dat agrarische ontwikkelingen voldoende ruimte krijgen. Daarnaast moeten we zorgen dat milieumaatregelen het juiste effect hebben op de juiste plaats. En moeten we ervaren overlast aanpakken en geen generiek beleid maken wat alleen maar leidt tot minder investeringsmogelijkheden voor ondernemers met als gevolg meer armoede op het platteland.

Jaco Geurts is CDA Tweede Kamerlid. Ton Braspenning is CDA Statenlid Brabant.

 

Blog van de voorzitter

Beste mensen,
Allereerst natuurlijk voor iedereen de allerbeste wensen voor dit nieuwe jaar! Ik hoop dat het jullie goed gaat in 2018. Ik hoop dat we in december samen terug kunnen blikken op een jaar van gezondheid en geluk in persoonlijke sfeer en hopelijk op succes voor wat ons bindt namelijk het CDA.
Na de feestdagen, die hopelijk voor iedereen plezierig zijn verlopen, merk ik dat iedereen weer volle bak ik opgestart of aan het opstarten is.
De laatste hand wordt gelegd aan de diverse lijsten voor de GR2018, verkiezingsprogramma’s komen van de grond en we zien veel mooie initiatieven langskomen. De Statenfractie is weer aan het opstarten en ook landelijk zien we dat de eerste uitwerkingen van het regeerakkoord zichtbaar worden. Veel activiteit dus en een aantal hele drukke maanden voor de boeg.
Vanuit het bestuur zitten we natuurlijk ook niet stil. Met de lijsttrekkers is een bijeenkomst geweest over hoe we de inhoud vanuit Den Haag goed in kunnen zetten tijdens de GR2018. Ook is men via een Whats-Appgroep aan elkaar verbonden om inhoud met elkaar waar nodig te kunnen uitwisselen of hulpvragen effectief te beantwoorden.

Vanuit het bestuur wordt daarnaast gesproken over wat te doen na de GR2018 om afdelingen ook dan te ondersteunen waar nodig. En dat kan zijn advies in coalitieonderhandelingen, wat te doen als je juist na jaren buiten een coalitie valt en hoe gaan we dan met onze wethouders om. Hoe houd je mensen die tijdens de verkiezingen actief zijn ook na de verkiezingen betrokken? En nog veel meer van dit soort vragen.

Ook de eerste planningen voor de Statenverkiezingen worden in de stijgers gezet want ook daar zijn we over een jaar campagne voor aan het voeren.

Dan ik heb ook nog een belofte richting u openstaan namelijk een nadere uitwerking van de financiën zoals die op de ALV aan u was gepresenteerd. En afspraak is afspraak dus deze kan vanaf 22 januari opgevraagd worden bij Linda Hofman (lhofman@brabant.nl). We gaan deze logischerwijs niet breed verspreiden en we gaan er ook vanuit dat u vertrouwelijk met deze informatie omgaat. In de volgende ALV zullen we hier ook inhoudelijk nog een keer op terugpakken.

Veel succes komende maanden en ik hoop dat u ons weet te vinden als u hulp nodig heeft of wil sparren.

Vriendelijke groeten,
Inge van Dijk
Voorzitter CDA Brabant

Lambert van Nistelrooij – Sociaal en vitaal

Als belangrijkste industrieregio in Nederland profiteert ook Brabant van het herstel in de economie. Zowel de grote als de MKB-bedrijven doen het goed. Tegelijkertijd neemt de vraag naar goed opgeleide mensen zo snel toe, dat lang niet alle vacatures vlot worden ingevuld. Hierin ligt een uitdaging, juist ook voor de maakindustrie, om aantrekkelijk en vitaal te blijven. Twee recente activiteiten bevestigen dit.

Op 12 oktober organiseerde ik met bedrijven en vertegenwoordigers van arbeidsmarkt en onderwijs een bijeenkomst, waar aandacht werd gevraagd voor de scholing van werkenden. Om voorop te blijven lopen in de internationale concurrentie moeten onze bedrijven en werknemers zich voortdurend aanpassen aan de ontwikkelingen in de technologie. Hoewel al 80% van de bedrijven hun werknemers scholing aanbieden, ligt dat percentage in de maakindustrie duidelijk lager.

In onze buurlanden wordt scholing gestimuleerd door gelden uit het Europees Sociaal Fonds (het ESF) rechtstreeks via de regio’s in te zetten. In Nederland loopt dit via Den Haag. Als wij ook kiezen voor de regionale aanpak, wordt beter aangesloten bij de vraag van het bedrijfsleven. Daarnaast vraagt de arbeidsmarkt om flexibiliteit en betere aansluiting op de privésituatie, competenties en wensen. En om meer aandacht voor het verbeteren van de toerusting van werkenden op het MBO niveau, het Middelbaar Beroeps Onderwijs.

Bij het moeilijk vervullen van vacatures neemt ook de Europese dimensie toe. Tijdens de Europese Sociale top in november in het Zweedse Gotenburg zijn een groot aantal afspraken gemaakt om te komen tot een betere inzet voor de werkenden. We moeten eerst investeren in eigen werknemers boven de vervanging door werknemers uit andere Europese landen. Bij een aantrekkende arbeidsmarkt dienen de kansen van mensen met een arbeidsbeperking eveneens te worden vergroot. Nu jongeren uit Zuid en Oost Europa in grote getalen hun regio’s verlaten om te gaan werken in West Europa, blijkt onder andere uit de verkiezingen in Polen en Hongarije dat de achterblijvende bevolking een socialer Europa wil.

Zo zien we dat het economisch herstel weer nieuwe vragen oproept. De zorg voor de baan van vandaag en die van morgen is een verantwoordelijkheid van werknemers én werkgevers. Hier ligt een stevige taak voor Brabant. En voor de hier aanwezige maakindustrie, die aan de bak moet om vitaal, economisch en sociaal te blijven. In Brussel en Den Haag ga ik er voor pleiten het Europees Sociaal Fonds decentraal in te zetten.

Blog van de voorzitter: ALV

Beste mensen,

Ik hoop dat 9 december al dikgedrukt in de agenda’s staat. Dan vindt namelijk weer onze ALV plaats. Dit keer zal deze vooral in het teken staan van de gedane coalitieonderhandelingen. We gaan het hebben over de behaalde onderhandelingsresultaat, hoe het nu gaat en wat er aan zit te komen. Onze Brabantse Tweede Kamerleden Erik, René en Madeleine zullen toelichtingen geven en natuurlijk ook uitgebreid antwoorden op vragen.

Voorafgaande aan de ALV is er de mogelijkheid om deel te nemen aan een sessie over landbouw door Jaco Geurts en Ton Braspenning. Na het officiële gedeelte is er ruimte voor een rondleiding op het provinciehuis verzorgt door Ernst van Welij die jullie, kan ik uit eigen ervaring meegeven, op een hele leuke manier kennis laat maken met “de geheimen van het Provinciehuis”.

Na de ALV zal er ook een sessie plaatsvinden met de lijsttrekkers. We willen met de Tweede Kamerleden, die hierbij ook aanwezig zijn, een aantal thema’s die zowel lokaal als landelijk spelen uitwerken. Deze gaan we in groepen gaan uitwerken tot pitch die je kunt gebruiken tijdens de aankomende verkiezingen. De thema’s waar wij aan denken zijn leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid.
Ook willen we de lijsttrekkers onderling verbinden de komende tijd. Met elkaar, met Den Haag en met de Provincie. Zodat er onderling snel geschakeld kan worden, goede suggesties of nice to know snel terecht komen. En de lijsttrekkers een extra hulpmiddel hebben om hun rol stevig in te kunnen vullen.
Ik zal iedere lijsttrekker die bij mij bekend is komende 2 weken even kort bellen om ze persoonlijk uit te nodigen. Maar ook omdat ik graag hoor hoe het gaat en wat jullie eventueel van het CDA Brabant nodig hebben.

Heb je interesse in de deelsessie landbouw om 9:00uur, de rondleiding of lijsttrekkerssessie om 13:00ur? Vergeet je dan niet aan te melden: inschrijfformulier

Tot 9 december op het Provinciehuis!

Leuk als jullie komen.

Inge van Dijk
Voorzitter CDA Brabant

 

 

Opinie Marcel Deryckere en Patricia Brunklaus: ‘Orkest verdient een betere behandeling’

Gastopinie van Statenleden Marcel Deryckere en Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 23 oktober 2017.

‘Orkest verdient een betere behandeling’

GASTOPINIE De manier waarop de provincie met de Philharmonie Zuidnederland is omgegaan de afgelopen maanden is teleurstellend en Brabant onwaardig. Hoog tijd om een en ander recht te zetten.

Afgelopen zomer verraste de provincie Noord-Brabant vriend en vijand met de aankondiging dat zij de Philharmonie Zuidnederland met een half miljoen euro wil korten op haar jaarlijkse subsidie. Verantwoordelijk gedeputeerde Henri Swinkels deelde het besluit op donderdagochtend 13 juli mee via de media. Met Provinciale Staten, het orkest en andere subsidiepartners als de provincie Limburg en het rijk was niet overlegd. Er volgde een storm van kritiek.

De bewuste persconferentie van 13 juli leverde meer vragen op dan antwoorden. Bijvoorbeeld over de motivatie om te bezuinigen, de gevolgen voor het orkest, de besteding van de half miljoen vrijgemaakte euro’s en de gevolgde procedure. Er waren schriftelijke vragen aan de gedeputeerde, een overleg met de verschillende cultuurwoordvoerders, een spoeddebat én Kamervragen aan de minister voor nodig om op die vragen antwoord te krijgen.

“Wie zo’n ingrijpend besluit neemt, dient hierover op zijn minst met alle betrokken partijen te spreken”

En de uiteindelijke antwoorden waren helaas allerminst bevredigend. Daarom vroegen CDA en GroenLinks een spoeddebat aan. Ook toen kon de gedeputeerde niet duidelijk maken waarom de Philharmonie Zuidnederland in 2018 en in de jaren daarna een half miljoen euro moet inleveren, ten gunste van ons nog onbekende symfonische initiatieven. En dat terwijl Provinciale Staten, de Brabantse volksvertegenwoordiging, alléén mandaat hebben gegeven om 2 miljoen euro jaarlijks voor de Philharmonie te bestemmen.

Vraagtekens

Daarnaast zijn er vraagtekens bij de motivatie van het kortingsbesluit en de rol die het onderzoek van Berenschot en Haenen hierbij heeft gespeeld. In opdracht van de provincies Noord-Brabant en Limburg zijn verschillende toekomstscenario’s voor de Philharmonie onderzocht. Het onderzoek bevatte géén conclusies en kon vrij worden geïnterpreteerd.

Hoe de provincie Noord-Brabant dit gedaan heeft, welke conclusie(s) zij heeft getrokken en waarom deze afwijken van de conclusies van de provincie Limburg, is een raadsel. Het belangrijkste argument dat de provincie aanvoert voor haar besluit, dit onderzoek, zou niet met raadsels omgeven mogen zijn.

Tot slot bestaat er bij alle bij het orkest betrokken partijen én bij het orkest zelf verontwaardiging over de wijze van informeren en communiceren door de provincie. In antwoord op Kamervragen noemde de minister deze werkwijze ‘teleurstellend’, een kwalificatie die breed wordt gedeeld. Wie immers zo’n ingrijpend besluit neemt, dient hierover op zijn minst met alle betrokken partijen te spreken. Vooraf en niet achteraf. Dat zo’n overleg pas op 20 oktober, ruim drie maanden na bekendmaking van het besluit, heeft plaatsgevonden, is Brabant onwaardig. Hier kennen we een overlegtraditie en doen we het samen.

Dit ‘samen doen’ is bovendien vastgelegd in artikel 3.1 van het Cultuurconvenant 2017-2020, dat mede door de Brabantse gedeputeerde cultuur is ondertekend. Hierin staat dat subsidiëring van instellingen als de Philharmonie Zuidnederland, onderdeel van de landelijke culturele basisinfrastructuur, tot in elk geval 2020 een gezamenlijke verantwoordelijkheid van lokale, regionale en landelijke overheden is.

“Het toekennen van meer of minder geld mag dan een politieke keuze zijn, behoorlijk bestuur is dat niet”

De Philharmonie Zuidnederland is het enige regio-orkest in Zuid-Nederland, na het samengaan van het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest in 2013. Het orkest vervult een belangrijke rol in de Brabantse en Limburgse samenleving op zowel muzikaal als educatief terrein. Met relatief weinig mensen wordt veel werk verzet. Die unieke positie, maatschappelijke rol en het brede takenpakket verplichten ons om zorgvuldig met het orkest om te gaan. Zeker na jaren waarin veel cultuurgelden in de Randstad terechtkwamen en de regio het nakijken had.

Veel schade

Het toekennen van meer of minder geld mag dan een politieke keuze zijn, behoorlijk bestuur is dat niet. Daaronder valt een zorgvuldige procedure, deugdelijke motivatie en kraakheldere wijze van informeren en communiceren. Aan alle drie heeft het de afgelopen maanden ontbroken, met veel schade tot gevolg.

De provincie Noord-Brabant doet er dan ook goed aan haar besluit te heroverwegen en met het orkest en al zijn subsidiepartners tot een gedragen voorstel te komen voor de toekomst van de Philharmonie Zuidnederland. Een orkest dat Brabant lief heeft.

Marcel Deryckere (CDA) en Patricia Brunklaus (GroenLinks) zijn lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant.

Lambert van Nistelrooij – Europa anders

Onlangs benadrukte Commissievoorzitter Juncker het nog eens in zijn ‘State of the Union’, zijn jaarlijkse speech voor het Europees Parlement: de situatie in Europa is nu beter dan vorig jaar. Zowel politiek als economisch zijn verbeteringen merkbaar en zichtbaar. Ook komen er in Brussel nieuwe zaken op de agenda, zoals bescherming tegen cybercrime, versterking van de Eurozone en méér inzet op onderzoek en innovatie. Nu de vraag in Zuid-Nederland naar goed opgeleide mensen sterk toeneemt, zijn extra inspanningen nodig om tot oplossingen te komen. Samen met de Buitenlandcommissie van het CDA-Brabant organiseer ik daarom op 12 oktober bij Vanderlande in Veghel een speciale themamiddag.

Door extra investeringen groeit de economie in Europa weer, zelfs meer dan in de Verenigde Staten. Voor de politiek liggen er nog een aantal grote klussen, zoals de onderhandelingen over de Brexit, vorming van een Europese defensie en versterking van de buitengrenzen en van de Euro. Veel wordt verwacht van de samenwerking tussen Merkel en Macron, die vanuit Duitsland respectievelijk Frankrijk een scherper profiel willen geven aan Europa. Een Europa dat haar economie verder vernieuwt en zich houdt aan klimaatverdragen.

Europa moet het hebben van het omzetten van topkennis in het leveren van producten en diensten. Van ‘Bedacht in Europa’ naar ‘Gemaakt in Europa’. Door deze ontwikkelingen komen er ook op gemeentelijk en provinciaal niveau indringende vragen op ons af. In diverse sectoren komen we nu al mensen te kort. Wat kunnen we doen om onze werknemers bij de tijd te houden? Wat kan Europa daarbij betekenen? Tijdens de studiemiddag ‘Internationalisering arbeidsmarkt en scholing van werkenden ‘ ga ik met betrokkenen kijken, hoe we tot een initiatief kunnen komen. Zodat het opleidingsniveau bij bedrijven, vooral op HBO en MBO niveau, wordt verbeterd. Wilt u deelnemen of met mij in gesprek gaan? Ga dan naar www.lambertvannistelrooij.nl.

Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

Lambert van Nistelrooij – BioCan(n)Do!

Om de klimaatafspraken van Parijs te kunnen nakomen moeten we op zoek naar een andere aanpak. Zo zullen we bij het ontwikkelen van nieuwe producten in plaats van aardolie en aardgas steeds meer gebruik moeten van plantaardig materiaal. Om u een indruk te geven van deze aanpak organiseer ik tijdens de kunstroute LandArt Diessen van 31 augustus tot en met 10 september een speciale expositie. Hier heb ik in samenwerking met het project ‘BioCannDo’ zo’n honderd zogenoemde biogebaseerde producten verzameld, van een fruitschaal uit olifantengras tot een complete auto van de TU Eindhoven. Tevens is dit de start voor de actie ‘Let the Stars Shine’, die in 2018 eindigt in een tentoonstelling van de beste initiatieven in Brussel.

Bedrijven die van bio-producten een winstgevende business willen maken, krijgen van verschillende kanten steun. De provincie Brabant is samen met Avans Hogeschool één van de deelnemers in het Europese project ‘BioCannDo’. In dit project ligt de nadruk op de promotie onder het brede publiek. Bijvoorbeeld door aan te geven waar je bio-producten kunt kopen. Deze aanpak wordt in de komende jaren in geheel Europa uitgerold. Vanuit Brussel helpen we initiatiefnemers door een deel van het bedrijfsrisico over te nemen. Hiervoor heb ik in het Europees Parlement 1 miljard euro kunnen vrijmaken, die tot 2020 beschikbaar is om aan te tonen dat het anders kan.

Met acht andere Europarlementariërs hebben we de handen ineen geslagen in het initiatief ‘Let the Stars Shine’. In ons eigen land selecteren we elk de beste initiatieven, die we in Brussel een Europees platform bieden. We laten hen fonkelen als sterren. Afgelopen jaren heb ik al diverse bedrijven ontmoet, waar ik trots op ben. Zo maakt Millvision uit Raamsdonk voor de tuinbouw de Bio-pot, die geheel afbreekbaar is. En gebruikt Rodenburg Biopolymers uit Oosterhout aardappelzetmeel en kokostouw voor mosselbanken in de Waddenzee. Met dit soort bedrijven wil ik ook buiten het Europees Parlement de biogebaseerde aanpak promoten. Omdat het bio based kan: BioCan(n)Do!

Voor meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Column Lambert van Nistelrooij: ‘Let the Stars Shine’

In de aanloop naar het referendum over de Brexit werden de Britten overladen met veel onzin, soms zelfs echte leugens, over Europa. De Europese Commissie heeft hier niet op gereageerd, omdat dit averechts zou werken. Het is daarom tijd voor een herbezinning over de communicatie over en door de EU. Samen met acht collega’s in het Europees Parlement ben ik actief aan de slag gegaan. Wij kiezen er voor, elk in ons eigen land, de burger meer bij Europa te betrekken. Zodat de EU sterren, de mensen die dankzij Europa verder komen, gaan stralen.

De oorzaak van de Brexit, het referendum, ging gepaard met veel onzin. Zo wist de huidige minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson te vertellen dat de EU een maximum gewicht voor doodskisten heeft ingevoerd en dat zij het hergebruik van theezakjes verbiedt. Ook zou Europa de oorzaak zijn van het grote aantal immigranten, dat afgelopen jaren Groot Brittannië is binnengekomen. Terwijl haar multiculturele bevolking vooral bestaat uit personen afkomstig uit landen van het Gemenebest, de voormalige Engelse koloniën.

Het was juist de afwachtende opstelling van de EU, die averechts heeft gewerkt. In mijn boek ‘Let the Stars Shine’ stellen deskundigen dan ook vast, dat de communicatie van de EU niet meer van deze tijd is. Die onvoldoende werkt in deze periode met toenemende twijfel over het EU project en met populistische stromingen die de EU van binnenuit kapot willen maken.

In onze wereld van sociale media moet we als politiek de handen uit de zakken halen en kiezen voor een andere aanpak. Zo moeten we positie kiezen en onze opvattingen over Europa helder uitdragen. Merkel en Macron tonen aan dat dit werkt. Zij overtuigden hun bevolking van een pro-Europese koers. Ook moeten we deelnemers aan EU projecten de mogelijkheid bieden actiever over hun resultaten te communiceren. Bijvoorbeeld door hen extra budget te geven, dat tot 5 jaar na afloop van hun project nog mag worden uitgegeven aan communicatie. Je kunt daarbij denken aan een gids bij natuurherstel of een social media deskundige voor een onderwijsproject.

Al meer dan 10 miljoen studenten hebben meegedaan aan EU stages in het Erasmus programma. Het heeft hen vooruit geholpen in hun verdere loopbaan. Ook in Brabant zijn er in de industrie, land- en tuinbouw, in het onderwijs en op onderzoeksinstituten honderden partners, die met steun van de EU kansen konden grijpen. Hun verhalen doen er toe. Ik ben de komende maanden op zoek naar die verhalen. Wilt u uw verhaal vertellen, meldt u dan aan voor de verkiezing van de beste projecten van de EU en krijg de kans mee te doen aan een expositie in het Europees Parlement begin 2018. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Let the Stars Shine’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen of beluister de column via het audiobestand hieronder:

Opinie Marcel Deryckere: ‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gastopinie van Statenlid Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 4 augustus 2017.

‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gemeenten én hun inwoners moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie. Zij hebben niet de legitimiteit. Herindelen doe je van onderaf, vindt Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Vorige maand dook het weer op: het H-woord. H-woord? Ja: Herindelen. Ditmaal in Nuenen, waar de provincie de regie over het herindelingsproces van de gemeente heeft overgenomen.

Wie de jaren negentig heeft meegemaakt, kan zich ongetwijfeld de herindeling uit 1997 herinneren. In dat jaar werden 49 Brabantse gemeenten opgeheven. Traditionele dorpen werden buitenwijken van (middel)grote steden. Dit moest leiden tot lagere kosten en effectiever en efficiënter besturen. Kortom, tot gemeenten die beter presteren en financieel gezonder zijn.

Het jaar 1997 markeerde een van de grootste, maar beslist niet de laatste herindeling in de recente Brabantse geschiedenis. Vorig jaar gingen Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode op in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 fuseren Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena. Onder meer Haaren en Nuenen zijn gemeenten waar op dit moment herindelingstrajecten lopen.

Niet tactvol

Herindelingen verlopen zelden geruisloos en zonder slag of stoot, zoals we recent uit de media konden vernemen ten aanzien van Haaren en Nuenen. De provincie vindt dat beide gemeenten te weinig haast maken en is zich met het proces gaan bemoeien. Niet erg tactvol. Gevolg: verontwaardigde gemeentebestuurders en miskende inwoners. Zij noemen het besluit van de provincie ‘onzorgvuldig’. Ik noem het ook ‘on-Brabants’. In Brabant horen we het samen te doen en niet eenzijdig af te dwingen. Vanuit het centrale belang van de inwoners.

Dat herindelen emoties losmaakt, of zelfs weerstand oproept, is niet vreemd. Het voelt immers als gedwongen verhuizen zonder van je plek te komen. Je adres, huis, buren en paspoort blijven hetzelfde, maar je raakt tegelijkertijd ‘iets’ kwijt. Iets ongrijpbaars. Iets dat je vaak pas mist als je het niet meer hebt. Je zou het ‘identiteit’ kunnen noemen.

Herindelen betekent niet alleen afscheid nemen van een stukje ‘identiteit’, maar óók het inleveren van kleinschaligheid. Opgaan in een groter geheel, in een andere gemeente. En dus anoniemer zijn, slechts één van velen. De vrees voor aantasting van het dorpse karakter van ‘ons kent ons’ is denk ik niet onterecht.

Des te wranger dat we in Brabant aan de ene kant géén megastallen willen, maar aan de andere kant wél megagemeenten. Het liefste van 100.000 inwoners of meer. Maar groter is niet per se beter, maken de fiasco’s bij zorg- en onderwijsinstellingen ons duidelijk. Tóch schreven VVD en PvdA deze ambitie in 2012 nog in hun regeerakkoord. Een plek waar zo’n ambitie mijns inziens absoluut niet thuishoort.

Ik vind namelijk dat gemeentelijke herindelingen van onderaf moeten komen. Gemeenten én hun inwoners zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie, want zij hebben niet de (democratische) legitimiteit om deze keuze te mogen maken. Alleen in extreme gevallen van bestuurlijke of financiële wanorde horen zij in te grijpen. Bij Haaren en Nuenen is daarvan geen sprake.

Te lang

De provincie Noord-Brabant nam echter tóch het besluit om de regie over de herindelingen in deze twee gemeenten over te nemen van de gemeenten zelf. Een onverwachte ingreep die gemeentebesturen en inwoners buiten spel zet. En alleen omdat het de provincie te lang duurt.

Zo’n besluit zegt meer over het onvermogen van de provincie dan over het vermeende onvermogen van de gemeenten in kwestie. Met drammen en dicteren forceer je een uitkomst op korte termijn, met tijd en geduld bereik je resultaat op lange termijn.

Ik kies voor het laatste. Want je verliest misschien tijd, maar je wint draagvlak. En iedere bestuurder weet: draagvlak komt te voet en gaat te paard. Daar moeten we zorgvuldig naar op zoek gaan en heel zuinig op zijn. Ik hoop dat de provincie dat ook inziet en Haaren en Nuenen alsnog over hun eigen toekomst laat beslissen. Dat zou pas echt ‘veerkrachtig bestuur’ zijn.