Voor CDA-raadsleden: Meet&Greet met de Provinciale Statenfractie op 07/09

De Provinciale Statenfractie nodigt alle (burger)raadsleden van het CDA in Noord-Brabant uit voor inhoudelijke Meet&Greet op het Provinciehuis op vrijdagmiddag 7 september 2018.

Nu in alle Brabantse gemeenten de colleges zijn gevormd en de raden aan het werk gegaan, lijkt het de Statenfractie goed en zinvol om nader kennis te maken en van gedachten te wisselen over thema’s die lokaal en provinciaal actueel zijn.

Samenwerken zit in de genen van het CDA en het zou mooi zijn wanneer raads- en Statenleden elkaar in de komende jaren, waar nodig en gewenst, weten te vinden én kunnen versterken.

Hiertoe zijn alle raadsleden, maar ook burgerraadsleden en andere geïnteresseerden, van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende programma:

13.00-13.30 uur: Inloop + Ontvangst met koffie/thee

13.30-13.45 uur: Opening door fractievoorzitter Marianne van der Sloot

14.00-14.45 uur: 1ste Ronde deelsessies*

  • Deelsessie Arbeidsmarkt & Arbeidsmigranten
  • Deelsessie Landbouw
  • Deelsessie Ondermijning

15.00-15.45 uur: 2de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Wonen
  • Deelsessie Omgevingswet
  • Deelsessie Zichtbare fractie

16.00-16.45 uur: 3de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Energie
  • Deelsessie Leefbaarheid/Sociaal domein
  • Deelsessie Verkeer & Vervoer

17.00-18.00 uur: Netwerkborrel

* Elke deelsessie wordt kort ingeleid en gemodereerd door een of twee Statenleden. De deelsessie Zichtbare fractie wordt verzorgd door fractiemedewerker Ernst van Welij.

Deelname aan dit programma is kosteloos. Locatie is het Provinciehuis te ’s-Hertogenbosch (adres: Brabantlaan 1), alwaar gratis parkeren mogelijk is op het parkeerterrein voor bezoekers aan de voor- of achterzijde van het gebouw (doorrijden tot de slagbomen, melden bij de intercom en de slagbomen gaan omhoog).

Aanmelden kan tot 3 september a.s. door een e-mail te sturen naar evwelij@brabant.nl. Vermeldt bij aanmelding s.v.p. de gemeente/afdeling, het aantal personen dat meekomt én hun namen.

De Statenleden hopen zoveel mogelijk (burger)raadsleden op 7 september te ontmoeten. Wie vragen heeft, kan contact opnemen met fractiemedewerker Ernst van Welij via evwelij@brabant.nl.

Punt van aandacht: parallel aan dit programma voor (burger)raadsleden wordt waarschijnlijk ook een sessie met en voor afdelingsbestuurders (o.a. voor afdelingssecretarissen) gehouden. Zij ontvangen hiervoor een separate uitnodiging.

CDA test busverbinding Herpen-Uden

Het Brabantse CDA test vanmiddag de (buurt)busverbinding Herpen-Uden. Tonny van Beerendonk heeft de partij hiertoe uitgenodigd, nadat zij eerder dit jaar met de Herpense Vrouwen van Nu het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch bezocht.

Daar hoorde ze over de ‘OV-Race’, een jaarlijkse door het CDA georganiseerde wedstrijd om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, reistijd en toegankelijkheid. Ter plekke ontstond het idee om ook een keer de (buurt)busverbinding tussen Herpen en Uden te testen.

Om 12.00 uur vertrekt het reisgezelschap van bushalte Café De Sport in Herpen naar ziekenhuis Bernhoven in Uden. Als de reis voorspoedig verloopt en zijn agenda het toelaat, heet wethouder Franko van Lankvelt de deelnemers daar welkom. Onder hen Huseyin Bahar, namens het CDA Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement.

‘s Ochtends (09.00-11.00 uur) brengt het CDA een werkbezoek aan de Vakleerschool InstallOne op de Talentencampus Oss. Hierbij is Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot aanwezig evenals de Osse CDA-raadsleden Mari van Kilsdonk, Sidney van den Bergh en Marc van den Heuvel.

Perspectiefnota 2018: hoe staat Brabant ervoor?

De provincie mag haar spierballen laten zien en haar schouders zetten onder de uitdagingen van vandaag en morgen, óók als deze niet tot haar kerntaken behoren: de overspannen arbeidsmarkt, het arbeidsmigranten vraagstuk en het lot van kwetsbare groepen als ouderen en vrachtwagenchauffeurs. Dát is de boodschap van het CDA in de provincie Noord-Brabant tijdens het debat over de perspectiefnota 2018.

In de perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Het perspectiefnota-debat van vandaag is het laatste van deze Statenperiode, want volgend jaar zijn er verkiezingen en komt er een nieuw provinciebestuur.

Kern van de CDA-inbreng is de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, bouw en logistiek lopen razendsnel op. Met grote gevolgen voor o.a. de zorg voor onze ouderen, de woningbouw en het halen van de klimaatdoelen. Het CDA wil dat de provincie de regie neemt bij het samenbrengen van partners, zoals brancheorganisaties, onderwijsinstellingen en andere overheden, en het tot stand brengen van regionale oplossingen. Dit in lijn met het advies dat de Sociaal-Economische Raad gisteren publiceerde1. “Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Een tweede belangrijk punt wat het CDA onder de aandacht brengt, is de situatie rondom arbeidsmigranten. Van der Sloot: “In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor-zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.”

Ook pleit het CDA voor de terugkeer van het sociaal beleid, dat onder het huidige provinciebestuur vrijwel volledig is afgeschaft. Zonder steun van de provincie dreigen netwerkorganisaties als de Vereniging Kleine Kernen, belangenbehartiger van dorpen platteland, en buurthuizen-platform ’t Heft om te vallen. Dát wil het CDA voorkomen, want zij spelen een essentiële rol bij het betrekken van álle Brabanders bij de samenleving.

Daarnaast waarschuwen de christendemocraten voor de Essent-gelden, waarvan de renteopbrengsten in de komende jaren waarschijnlijk zullen dalen. Om te voorkomen dat er gaten in de provinciebegroting ontstaan, wil het CDA een ‘signalerende’ ondergrens vaststellen zodat de provincie tijdig keuzes kan maken bij onvoorziene tekorten.

Ten slotte roept het CDA de provincie op om te onderzoeken of het mogelijk is om op korte termijn tijdelijke truckparkings, bij voorkeur voorzien van sanitair en horeca, in te richten langs snel- en provinciale wegen. Als het kan op provinciale gronden en indien mogelijk geëxploiteerd door ondernemers. “Om vrachtwagenchauffeurs een veilige, fatsoenlijke rustplaats te bieden en overlast elders tegen te gaan”, legt Van der Sloot uit.

Klik op de volgende link om de volledige spreektekst van Marianne van der Sloot terug te lezen: Spreektekst Marianne van der Sloot perspectiefnota 2018 (20 april 2018).

1  Zie https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/2010-2019/2018/20180419-energiestransitie-werkgelegenheid.aspx.

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Provincie: toon spierballen’

Opinie van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot in het Brabants Dagblad d.d. 20 april 2018.

Provincie: toon spierballen

Tekort aan personeel in de zorg, de bouw, de problemen met arbeidsmigranten. Voor een integrale aanpak is een regisseur nodig. De provincie kan het verschil maken.

Marianne van der Sloot

GASTOPINIE

Brabant doet het goed. Op heel wat lijstjes staat onze provincie bovenaan: hightechregio Eindhoven een van de slimste regio’s ter wereld, West-Brabant de logistieke hotspot van Nederland, Midden-Brabant dé plek waar je als toerist moet zijn geweest, het thuis van Olympisch én landskampioenen. We mogen er graag over vertellen. En terecht.

Toch is er geen reden om zelfvoldaan achterover te leunen. Want ondanks zonnige berichten over meer banen, meer vacatures en meer vaste contracten pakken donkere wolken zich samen boven de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, de bouw en de logistiek lopen razendsnel op. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, maar is huisvesting in veel gemeenten een probleem.

Te groot

“Niet onze verantwoordelijkheid” was in de afgelopen jaren veelvuldig de reactie van de provincie op deze en andere vraagstukken. Wat mij betreft veranderen we dat in “Samen de schouders eronder”. Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.

Nederland vergrijst en Brabant vergrijst mee. Dat vergt meer handen aan het bed en meer gekwalificeerd mbo-personeel. Een gemeente alleen lost de tekorten niet op. Hoewel partijen hard werken aan een oplossing, zijn er nog steeds teveel zorg vacatures. Het nieuwe Actieprogramma Werken in de Zorg van het Rijk smeekt om een regionale uitvoering. En daar komt de provincie in beeld, die overheden, verzekeraars, onderwijs- en zorginstellingen kan helpen om méér mensen te interesseren voor een baan in de zorg, afspraken te maken over voldoende stageplekken en na te denken andere, efficiëntere manieren van werken.

Eenzelfde regionale aanpak is nodig in de bouw. Het tekort aan bouwvakkers en technici is groot. Dat is een probleem voor onze economie, voor de woningbouw, maar ook voor het halen van de klimaatdoelen (Brabant energieneutraal in 2050). Het aantal jongens en meiden dat kiest voor een bouw- of technische opleiding is bij lange na niet voldoende om het groeiende aantal vacatures, inmiddels meer dan 2.500, in te vullen. Het minste wat de provincie kan doen is met bouwbedrijven, brancheorganisaties en bouwopleidingen om de tafel gaan en vragen wat zij nodig hebben om die in te vullen. Aantrekkelijkere leslokalen? Bijscholing voor docenten? Een imagocampagne?

Uitbuiting

In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam: mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor- zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.

Bestuurskundige Klaartje Peters publiceerde in 2007 een boek over de provincie getiteld Het opgeblazen bestuur. Hierin stelt ze o.a. dat provincies hun bestaansrecht proberen te rechtvaardigen door zich belangrijker te maken dan ze daadwerkelijk zijn. Door meer taken op zich te nemen dan hen traditioneel toekomt. Wel, wat mij betreft mag de provincie juist nu meer dan ooit haar spierballen laten zien. Zichzelf opblazen is niet nodig, want ons middenbestuur verkeert in topconditie. In ’s-Hertogenbosch staat een toren vol kennis, plannenmakers en ronde tafels, van waaruit  veel kan worden gedaan. Dat is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen. Brabant kan wel degelijk het verschil maken.

Marianne van der Sloot is Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en fractievoorzitter van het CDA.

 

CDA: “Opleiden voor de banen van vandaag en morgen”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de provincie méér doet om jongeren op te leiden voor de banen van vandaag en morgen, bijvoorbeeld in de techniek of in de zorg. Hiertoe heeft de partij schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Op 26 januari jl. bracht het CDA een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven, waarna Statenlid Roland van Vugt constateerde dat “er nog steeds een aantal knelpunten bestaat tussen ideaal en praktijk”.

Van Vugt:

“Eén van de zaken waar we tegen aan liepen, is dat een aantal jongeren wordt opgeleid voor beroepen van het verleden. Een voorbeeld hiervan is de installatiebranche. Leerlingen worden niet opgeleid voor de technieken van morgen. Maar werkgevers vragen bijvoorbeeld nog steeds naar vaklieden/stagiair(e)s waar vandaag behoefte aan is. Bijvoorbeeld mensen die kennis hebben van gasketels in plaats van dat ze kennis hebben van zonnepanelen of warmtepompen. Wellicht dat mede hierdoor de overgang naar een energieneutraal Brabant in 2050 niet in volle omvang tot stand komt. Een grote gemiste kans in onze ogen.”

Daarnaast kiezen nog steeds te weinig jongeren voor een technische of zorgopleiding, wat volgens het CDA o.a. wordt veroorzaakt door slechte PR.

“Nog onvoldoende wordt aan leerlingen die op het punt staan een beroepskeuze te maken duidelijk gemaakt dat met hun keuze voor een technisch of zorgberoep zij bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals een bijdrage aan gezond- en duurzaamheid. Inzet van Brabantse rolmodellen, bijvoorbeeld op basisscholen, om technische en zorgopleidingen te promoten zien wij nog steeds niet of onvoldoende terug.” Aldus Van Vugt.

De schriftelijke vragen die het CDA aan het provinciebestuur heeft gesteld zijn de volgende:

  1. Herkent u het door ons gesignaleerde knelpunt van opleiden voor beroepen van gisteren?
  2. Bent u het met ons eens dat dit voor een deel de energietransitie in de weg kan staan?
  3. Wat kunt u hier vanuit uw provinciale rol aan doen?
  4. Wat doet u momenteel hieraan?
  5. Herkent u het door ons gesignaleerde gebrek aan inzet van Brabantse rolmodellen om technische beroepen meer sexy en maatschappelijk relevant te maken? Misschien hebben we een Brabantse technovlogger nodig.
  6. Wat doet u hieraan?
  7. Wat kunt u hieraan doen?

Met deze vragen hoopt het CDA de provincie aan te sporen tot actie om tot een betere afstemming te komen tussen onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving.

Maidenspeech Kees de Heer – Debat over Logistics Community Brabant 17/11

Spreektekst1  Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Logistics Community Brabant
(17-11-2017)

Voorzitter,

Dank u voor het woord. Dit is mijn zogenaamde ‘maidenspeech’. En ja, de ironie wil dat dit ook mijn laatste optreden is in PS, omdat mijn tijdelijke lidmaatschap per 30 november stopt.
Ik weet niet of dit het beste gesternte is om een maidenspeech te houden, maar we doen het er mee.

Op de agenda staat de Logistics Community Brabant (LCB).
Er is aan Provinciale Staten gevraagd om in te stemmen met het duurzaam en vraaggericht versterken van de samenwerking tussen logistieke bedrijven en kennisinstellingen op basis van het propositiedocument Logistics Community Brabant.
En om 3 miljoen euro te bestemmen voor dit initiatief en de begroting daarop aan te passen.

Voorzitter, de CDA-fractie steunt het initiatief om bedrijfsleven en kennisinstellingen dichter bij elkaar te brengen door middel van de LCB. Dit maakt het mogelijk om studenten en leerlingen op te leiden volgens de meest actuele stand van zaken.

Het biedt het bedrijfsleven de mogelijkheid om nieuwe kennis af te tappen van onze kennisinstellingen en daarmee hun effectiviteit en efficiëntie te vergroten. Dat komt onze concurrentiepositie ten goede.

En als we moeten concluderen dat de relatie kennisinstellingen-bedrijfsleven beter ingericht kan worden, en dat een LCB nodig is, dan is de CDA fractie daar voor.

De vraag die ons wel bezig houdt, is of het LCB gericht is op bedrijven die een logistieke uitdaging hebben op te lossen óf op bedrijven die logistieke diensten verlenen. Waar ligt precies de focus van de LCB. Met andere woorden: hoe groot is de community?

Het woord ‘community’ vinden we mooi gekozen. Het doelt op een lokaal en virtueel samenwerkingsverband.
Het geeft aan dat bedrijven die elkaar soms beconcurreren óók moeten samenwerken om innovatieve oplossingen te bedenken. Zijn deze bedrijven bereid een community te vormen en de handen ineen te slaan, ook al zijn ze soms concurrenten?

En waar het vandaag overgaat: kan de provincie daarin faciliteren, en zo ja hoe dan?

Als CDA fractie vinden wij het initiatief kansrijk.
Echter voorzitter, wij hebben als CDA-fractie ook wel zorgen en bedenkingen. En die wil ik graag met u delen met als doel dat deze community daadwerkelijk revolverend wordt.

In de executive summary wordt een grote ambitie uitgesproken. Men wil een unieke fysieke en digitale ontmoetingsplaats worden tussen mensen die in het hart van de logistiek werken en leven en dagelijks bezig zijn met groei, ontwikkeling en innovatie, vanuit zowel de theorie als de praktijk (community).
Het moet dé plek worden waarin men zich op ingrijpende economische veranderingen voorbereidt. Men zoekt naar een versnelde uitwisseling tussen kennisinstellingen en bedrijven.
En ook geografisch zijn er hoge verwachtingen: We starten dit initiatief binnen de Brabantse context, maar schalen dit later op naar de rest van Nederland en over de landsgrenzen heen. Toe maar!

1. Wat is het exacte verdienmodel?
In acht jaar tijd moet door het bedrijfsleven de meerwaarde worden ervaren en moet het bedrijfsleven bereid zijn om de producten volledig kostendekkend af te nemen tegen commerciële tarieven. Het uitgangspunt is vraaggericht werken.
Daarnaast denkt men inkomen te genereren door lidmaatschapsgelden.
En hier rijzen dan ook de vragen.
Hoe hoog denkt de gedeputeerde dat het lidmaatschap gaat zijn? En is lidmaatschap geen ouderwetse benadering, past dat wel bij een community-idee? Ben je lid van een community of neem je daaraan deel?

Hoe ziet het businessmodel er dan precies uit? Hoeveel bedrijven gaan naar verwachting meedoen?
En hoe ligt de verhouding inkomsten door advies/verkoop van producten en inkomsten door lidmaatschap?
Wij vragen ons af of hier niet al te gemakkelijk wordt geredeneerd naar een verdienmodel. Welk onderzoek ligt hier aan ten grondslag? We vinden ook de genoemde producten niet erg onderscheidend (stages, website, cursussen etc.). Maakt dit nu het verschil voor het bedrijfsleven?

Kortom: wat onderscheidt over acht jaar dit LCB van een regulier adviesbureau?
Voorzitter, er wordt gesproken dat men complementair wil zijn aan adviesbureaus. Maar ons wordt niet duidelijk waar die complementariteit in zit.

Wij hopen dat het debat vanmiddag hier meer helderheid over geeft.

2. Verankering van MKB
Het voorstel en de geschreven propositie ademt erg de sfeer van grote bedrijven. Terwijl de doelgroep juist het MKB is. Daar zit volgens de opstellers van het rapport de winst. En daar zit ook, zoals gezegd tijdens de behandeling van de begroting, de grootste banenmotor.
En daar zitten ook grote zorgen, zorgen over de innovatiekracht (SER).
Maar hoe MKB georiënteerd is dit voorstel? Voelt het MKB zich daadwerkelijk ondersteund?
Vraag: kan de gedeputeerde meer inzicht geven in het draagvlak van de voorgestelde aanpak (oprichting LCB) van het MKB?

Is dit niet een rapport wat te veel door goedwillende consultants is geschreven, maar te weinig geworteld is in de ervaringen van de hardwerkende MKB ondernemer? En sluiten de ideeën wel voldoende aan bij de MKB branche, en dan niet top van die branche maar juist de bedrijven die niet direct in het oog springen?

Ik sluit af.

Het CDA is enthousiast over dit initiatief. Tegelijkertijd vragen we aandacht voor bovengenoemde zorgen. We weten dat ondernemen niet zonder risico’s gaat en dat geen waterdichte garanties kunnen worden gegeven.
Een gezonde dosis zakelijkheid vinden we wel op zijn plaats. Daarom hebben wij bovenstaande vragen aan u gesteld.

Ik zie uit naar een goed debat

Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Logistics Community Brabant (17 november 2017)

Spreektekst Marcel Deryckere – philharmonie zuidnederland 08/09

Spreektekst1  Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over philharmonie zuidnederland
(08-09-2017)

Voorzitter,

Alleen ben je sneller, samen kom je verder. Haast iedereen kent dit gezegde, maar dit college blijkbaar niet. Opnieuw wordt een drastische maatregel zonder overleg met ‘partners’ (als je ze zo nog kan noemen) er doorheen gedramd.

Niemand wist van deze plannen. De Raad voor Cultuur niet, het Ministerie niet, Eindhoven niet, Maastricht niet en zelfs Limburg niet. U zet Brabant voor schut.

Ik heb helaas maar 2 minuten vandaag. Vandaar dat ik mijn inbreng vervolg met een aantal kritische vragen aan de gedeputeerde:

  • In de begrotingswijziging 101/16 staat dat Brabant voor de periode 2017 t/m 2020 8 miljoen reserveert voor de philharmonie zuidnederland. Waarom komt u deze afspraken met Provinciale Staten niet na?
  • Sterker nog, er is al een businessplan 2017-2020 van de philharmonie goedgekeurd op basis van 2 miljoen subsidie vanuit Brabant. Waarom komt u nu met deze bezuiniging terwijl u eerder akkoord ging met het businessplan?
  • Waarom hebt u voor uw besluit niet opgetrokken met de zonet door mij genoemde partners?
  • De provincie Limburg heeft twijfels over de juridische rechtvaardiging van deze plannen in de al lopende cultuurplanperiode. Weet u zeker dat uw plannen überhaupt wel mogen?
  • Uw plannen verplichten het orkest om te heronderhandelen met het ministerie over haar bijdrage. Dat zorgt voor administratieve rompslomp, terwijl een orkest zich zou moeten focussen op mooie concerten en een sterke toekomst. Hoe kijkt u hiernaar?
  • Het nieuwe concertseizoen is al bijna begonnen en zalen voor 2018 zijn al geboekt. Hoe verwacht u dat een orkest op dit late moment deze bezuiniging voor 2018 kan doorvoeren?
  • De gevolgen van deze bezuiniging zijn gigantisch. Het aantal symfonische orkesten in Breda en Den Bosch wordt gehalveerd, in Helmond worden ze helemaal geschrapt. Talentontwikkeling is bijna niet meer mogelijk en educatie van Brabantse jongeren valt bijna volledig weg. Hoe kunt u uitleggen dat dit goed is voor Brabant?

Ik eindig mijn inbreng met een oproep aan de gedeputeerde. Het is namelijk nog niet te laat. Haal deze plannen alstublieft van tafel en ga met Limburg en het ministerie praten over een gezamenlijke visie op de toekomst.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere philharmonie zuidnederland (8 september 2017)

CDA: ‘hete herfst’ begint met debat over philharmonie

Vandaag debatteert de provincie Noord-Brabant voor het eerst over de aangekondigde bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Het debat markeert het begin van een ‘hete herfst’, waarin verschillende omstreden onderwerpen op de provinciale agenda komen. Aldus het CDA, dat kritisch is over de wijze waarop het provinciebestuur daarbij te werk gaat.

Kern van de kritiek is dat het huidige provinciebestuur de Brabantse overlegtraditie, die de provincie zo succesvol heeft gemaakt, teniet doet door eenzijdig en zonder draagvlak ingrijpende beslissingen door te drammen t.a.v. bijvoorbeeld het seniorenbeleid, de veehouderij en de herindeling van gemeenten. En nu dus ook t.a.v. de philharmonie zuidnederland, het enige regio-orkest in Zuid-Nederland en van grote betekenis voor de Brabantse samenleving.

Statenlid Marcel Deryckere, woordvoerder namens het CDA tijdens het debat over de philharmonie:

“De provincie wil minstens een halve ton bezuinigen op het enige regio-orkest dat Zuid-Nederland heeft. Dit heeft ingrijpende gevolgen: meer dan 100 educatieve projecten vallen weg en concerten moeten worden geschrapt. Als CDA zijn we buitengewoon teleurgesteld in hoe provinciebestuurder Swinkels hierin opereert. Zonder opdracht van Provinciale Staten, zonder overleg met het orkest en partner Limburg én zonder fatsoenlijke communicatie kondigt hij een bezuiniging aan die veel Brabantse musici raakt. Van jong tot oud, van amateur tot professional. Dat kán niet. Dat is onfatsoenlijk en on-Brabants.”

Swinkels’ werkwijze inzake de philharmonie is volgens het CDA exemplarisch voor het ‘doordram-beleid’ van het huidige provinciebestuur. Dat lijkt snelheid en dadendrang belangrijker te vinden dan kwalitatief goed en gedragen bestuur. Niet alleen tast deze wijze van besturen het karakter van onze provincie aan, het zorgt ook voor een diepe kloof in de Brabantse samenleving, vindt het CDA.

Grote groepen Brabanders, zoals ouderen, boeren en inwoners van dorpen en kleine kernen, voelen zich door de provincie in de steek gelaten, terwijl de provincie er ook voor hen hoort te zijn. Het CDA, op dit moment oppositiepartij, ziet het dan ook als haar belangrijkste taak om de provinciebestuurders te laten zien dat het ook anders kan. De betrouwbare overheid moet terug.

Deryckere: “Niet voor niks nodigen we als CDA op iedere vergaderdag van de provincie mensen uit heel Brabant uit om naar het Provinciehuis te komen. Het is een van onze vele pogingen om de kloof tussen Brabant en de Brabander enigszins te dichten.”

CDA: groen licht voor meer scholieren naar het Provinciehuis

Het Presidium (dagelijks bestuur) van Provinciale Staten Noord-Brabant heeft gisteren groen licht gegeven voor een uitbreiding van het aantal klassenbezoeken aan het Provinciehuis.

Daarmee komt de provincie tegemoet aan een voorstel van het CDA dat, ondersteund door diverse andere partijen, opriep tot het uitwerken van een plan om meer scholieren in de gelegenheid te stellen tijdens hun schooltijd het Provinciehuis te bezoeken.

Via Prodemos kunnen jaarlijks 40 schoolklassen het Provinciehuis van Noord-Brabant bezoeken. Veel te weinig, vindt het CDA, dat zelf ook regelmatig scholen uitnodigt om op bezoek te komen. Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere schreven daarom een voorstel, waarin zij ervoor pleiten om dat aantal in de toekomst te verhogen.

Dit besluit van het Presidium is daartoe een belangrijke eerste stap, aldus het CDA. De provincie gaat haar capaciteit uitbreiden van 40 naar 60 klassenbezoeken per jaar. Ook gaat de provincie bijdragen aan de vaak hoge kosten voor (bus)vervoer naar het Provinciehuis. Na een jaar vindt een evaluatie plaats.

Steenbakkers en Deryckere zijn enthousiast:

“Als CDA willen we meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming. Daar hoort een bezoek aan de Tweede Kamer of de gemeenteraad bij, maar óók een excursie naar het Provinciehuis. De provincie is de meest onbekende bestuurslaag, zoals ook blijkt uit de lage opkomstcijfers bij verkiezingen. Daar moeten we iets aan doen, want ook de provincie neemt besluiten die jongeren raken. Bijvoorbeeld over openbaar vervoer, de agrarische sector of de leefbaarheid in hun gemeente. Die besluiten nemen we in het Provinciehuis, dus voorwaar een goede reden om jongeren daar uit te nodigen.”

Schriftelijke vragen Actieplan Big Data

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over een Actieplan Big Data.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Actieplan Big Data.

Geachte college,

De data gedreven economie groeit snel. In Europa verdubbelen we van 272 miljard euro in 2015 naar 544 miljard euro in 2020. Juist in Brabant, de slimste regio ter wereld met véél technologisch georiënteerde bedrijven, is er volop ruimte om de kansen van de data-economie te benutten. Op het gebied van slimme gezondheidszorg, voedselveiligheid en -productie, efficiënt grondstofgebruik, energiemanagement, slim transport en openbaar vervoer, ‘smart cities’ en ordehandhaving staan er initiatieven op stapel.

Big Data kan voor veel problemen in deze sectoren de sleutel tot de oplossing zijn. Brabantse bedrijven kunnen daar vervolgens in Europa én wereldwijd succesvol de markt mee op. Het CDA vindt dat we als provincie o.l.v. gedeputeerde Pauli een goede eerste stap hebben gezet met de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) in ‘s-Hertogenbosch. Concurrentie m.b.t. Big Data (ontwikkeling) ligt echter in binnen- én buitenland op de loer. Dat vraagt om actie.

Als CDA willen we dat Brabant voorop blijft lopen als het gaat om Big Data. Hiertoe hebben wij het volgende voorstel. Tot 26 april 2017 loopt er een ‘public consultation’ van de Europese Commissie om obstakels voor een snellere ontwikkeling van de Europese data-economie in kaart te brengen, met de ambitie deze daarna uit de weg te ruimen. Zie https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/news/public-consultation-building-european-data-economy.

Om ervoor te zorgen dat Brabant én de JADS koploper blijven op het gebied van Big Data in Europa, pleit het CDA voor een actieplan gericht op:

  • het actief meebepalen van de Europese agenda (agendasetting);
  • het optimaal profiteren van nieuwe kennis en initiatieven uit Europa (kennisontwikkeling);
  • het optimaal profiteren van (nieuw) Europees geld. 

In dit kader heeft de fractie van het CDA de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten: 

  1. Deelt u het belang van Big Data en de ambitie van het CDA om als Brabant op dit gebied koploper te blijven in Europa? Indien ja, kunt u het actieplan van het CDA ondersteunen en is het naar uw mening volledig?
  2. Zijn de provincie en de JADS bekend met de ‘public consultation’ van de Europese Commissie?
  3. Over het aspect ‘agendasetting’: gaan de provincie en/of de JADS actief de Europese agenda mede vormgeven, bijvoorbeeld door een inbreng te leveren t.b.v. deze public consultation? Indien ja, wat wordt deze inbreng?
  4. Over het aspect ‘kennisontwikkeling’: is er al een relatie tussen Brabant en de JADS enerzijds en de Europese Data Science Academy anderzijds? Indien niet, bent u bereid te faciliteren dat de JADS wordt gepresenteerd bij de startende Europese Data Science Academy (http://edsa-project.eu/overview/about-edsa/) in Brussel? De JADS en Brabant kunnen dan optimaal profiteren van de kennis die wordt ontwikkeld bij de European Data Science Academy (en andersom).
  5. Over het aspect Europese gelden: om in Europa Big Data verder te ontwikkelen zijn verschillende financiële middelen aanwezig. Bijvoorbeeld voor de uitbouw van de noodzakelijke fysieke infrastructuur, om zo de groei van de Big Data-economie optimaal te faciliteren. Dit via Europese pilotprojecten in het kader van het EU 5G Action Plan. Van welke van deze middelen maakt Brabant dan wel de JADS op dit moment gebruik t.b.v. de ontwikkeling van Big Data in Brabant? Waar ziet u nog verdere kansen? En wat wordt de inzet en/of de doelstelling voor de komende periode?
  6. Naast de Jheronimus Academy of Data Science van de TU Eindhoven en Tilburg University komt er óók een Amsterdam School of Data Science van de UvA, Vrije Universiteit en Hogeschool van Amsterdam. Wordt er samengewerkt met dit Amsterdamse initiatief? Indien ja, op welke wijze? Indien niet, waarom niet? Wel of niet samenwerken kan namelijk effect hebben op Europese geldverdeling.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers