Perspectiefnota 2018: hoe staat Brabant ervoor?

De provincie mag haar spierballen laten zien en haar schouders zetten onder de uitdagingen van vandaag en morgen, óók als deze niet tot haar kerntaken behoren: de overspannen arbeidsmarkt, het arbeidsmigranten vraagstuk en het lot van kwetsbare groepen als ouderen en vrachtwagenchauffeurs. Dát is de boodschap van het CDA in de provincie Noord-Brabant tijdens het debat over de perspectiefnota 2018.

In de perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Het perspectiefnota-debat van vandaag is het laatste van deze Statenperiode, want volgend jaar zijn er verkiezingen en komt er een nieuw provinciebestuur.

Kern van de CDA-inbreng is de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, bouw en logistiek lopen razendsnel op. Met grote gevolgen voor o.a. de zorg voor onze ouderen, de woningbouw en het halen van de klimaatdoelen. Het CDA wil dat de provincie de regie neemt bij het samenbrengen van partners, zoals brancheorganisaties, onderwijsinstellingen en andere overheden, en het tot stand brengen van regionale oplossingen. Dit in lijn met het advies dat de Sociaal-Economische Raad gisteren publiceerde1. “Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Een tweede belangrijk punt wat het CDA onder de aandacht brengt, is de situatie rondom arbeidsmigranten. Van der Sloot: “In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor-zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.”

Ook pleit het CDA voor de terugkeer van het sociaal beleid, dat onder het huidige provinciebestuur vrijwel volledig is afgeschaft. Zonder steun van de provincie dreigen netwerkorganisaties als de Vereniging Kleine Kernen, belangenbehartiger van dorpen platteland, en buurthuizen-platform ’t Heft om te vallen. Dát wil het CDA voorkomen, want zij spelen een essentiële rol bij het betrekken van álle Brabanders bij de samenleving.

Daarnaast waarschuwen de christendemocraten voor de Essent-gelden, waarvan de renteopbrengsten in de komende jaren waarschijnlijk zullen dalen. Om te voorkomen dat er gaten in de provinciebegroting ontstaan, wil het CDA een ‘signalerende’ ondergrens vaststellen zodat de provincie tijdig keuzes kan maken bij onvoorziene tekorten.

Ten slotte roept het CDA de provincie op om te onderzoeken of het mogelijk is om op korte termijn tijdelijke truckparkings, bij voorkeur voorzien van sanitair en horeca, in te richten langs snel- en provinciale wegen. Als het kan op provinciale gronden en indien mogelijk geëxploiteerd door ondernemers. “Om vrachtwagenchauffeurs een veilige, fatsoenlijke rustplaats te bieden en overlast elders tegen te gaan”, legt Van der Sloot uit.

Klik op de volgende link om de volledige spreektekst van Marianne van der Sloot terug te lezen: Spreektekst Marianne van der Sloot perspectiefnota 2018 (20 april 2018).

1  Zie https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/2010-2019/2018/20180419-energiestransitie-werkgelegenheid.aspx.

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Provincie: toon spierballen’

Opinie van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot in het Brabants Dagblad d.d. 20 april 2018.

Provincie: toon spierballen

Tekort aan personeel in de zorg, de bouw, de problemen met arbeidsmigranten. Voor een integrale aanpak is een regisseur nodig. De provincie kan het verschil maken.

Marianne van der Sloot

GASTOPINIE

Brabant doet het goed. Op heel wat lijstjes staat onze provincie bovenaan: hightechregio Eindhoven een van de slimste regio’s ter wereld, West-Brabant de logistieke hotspot van Nederland, Midden-Brabant dé plek waar je als toerist moet zijn geweest, het thuis van Olympisch én landskampioenen. We mogen er graag over vertellen. En terecht.

Toch is er geen reden om zelfvoldaan achterover te leunen. Want ondanks zonnige berichten over meer banen, meer vacatures en meer vaste contracten pakken donkere wolken zich samen boven de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, de bouw en de logistiek lopen razendsnel op. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, maar is huisvesting in veel gemeenten een probleem.

Te groot

“Niet onze verantwoordelijkheid” was in de afgelopen jaren veelvuldig de reactie van de provincie op deze en andere vraagstukken. Wat mij betreft veranderen we dat in “Samen de schouders eronder”. Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.

Nederland vergrijst en Brabant vergrijst mee. Dat vergt meer handen aan het bed en meer gekwalificeerd mbo-personeel. Een gemeente alleen lost de tekorten niet op. Hoewel partijen hard werken aan een oplossing, zijn er nog steeds teveel zorg vacatures. Het nieuwe Actieprogramma Werken in de Zorg van het Rijk smeekt om een regionale uitvoering. En daar komt de provincie in beeld, die overheden, verzekeraars, onderwijs- en zorginstellingen kan helpen om méér mensen te interesseren voor een baan in de zorg, afspraken te maken over voldoende stageplekken en na te denken andere, efficiëntere manieren van werken.

Eenzelfde regionale aanpak is nodig in de bouw. Het tekort aan bouwvakkers en technici is groot. Dat is een probleem voor onze economie, voor de woningbouw, maar ook voor het halen van de klimaatdoelen (Brabant energieneutraal in 2050). Het aantal jongens en meiden dat kiest voor een bouw- of technische opleiding is bij lange na niet voldoende om het groeiende aantal vacatures, inmiddels meer dan 2.500, in te vullen. Het minste wat de provincie kan doen is met bouwbedrijven, brancheorganisaties en bouwopleidingen om de tafel gaan en vragen wat zij nodig hebben om die in te vullen. Aantrekkelijkere leslokalen? Bijscholing voor docenten? Een imagocampagne?

Uitbuiting

In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam: mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor- zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.

Bestuurskundige Klaartje Peters publiceerde in 2007 een boek over de provincie getiteld Het opgeblazen bestuur. Hierin stelt ze o.a. dat provincies hun bestaansrecht proberen te rechtvaardigen door zich belangrijker te maken dan ze daadwerkelijk zijn. Door meer taken op zich te nemen dan hen traditioneel toekomt. Wel, wat mij betreft mag de provincie juist nu meer dan ooit haar spierballen laten zien. Zichzelf opblazen is niet nodig, want ons middenbestuur verkeert in topconditie. In ’s-Hertogenbosch staat een toren vol kennis, plannenmakers en ronde tafels, van waaruit  veel kan worden gedaan. Dat is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen. Brabant kan wel degelijk het verschil maken.

Marianne van der Sloot is Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en fractievoorzitter van het CDA.

 

CDA: “Opleiden voor de banen van vandaag en morgen”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de provincie méér doet om jongeren op te leiden voor de banen van vandaag en morgen, bijvoorbeeld in de techniek of in de zorg. Hiertoe heeft de partij schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Op 26 januari jl. bracht het CDA een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven, waarna Statenlid Roland van Vugt constateerde dat “er nog steeds een aantal knelpunten bestaat tussen ideaal en praktijk”.

Van Vugt:

“Eén van de zaken waar we tegen aan liepen, is dat een aantal jongeren wordt opgeleid voor beroepen van het verleden. Een voorbeeld hiervan is de installatiebranche. Leerlingen worden niet opgeleid voor de technieken van morgen. Maar werkgevers vragen bijvoorbeeld nog steeds naar vaklieden/stagiair(e)s waar vandaag behoefte aan is. Bijvoorbeeld mensen die kennis hebben van gasketels in plaats van dat ze kennis hebben van zonnepanelen of warmtepompen. Wellicht dat mede hierdoor de overgang naar een energieneutraal Brabant in 2050 niet in volle omvang tot stand komt. Een grote gemiste kans in onze ogen.”

Daarnaast kiezen nog steeds te weinig jongeren voor een technische of zorgopleiding, wat volgens het CDA o.a. wordt veroorzaakt door slechte PR.

“Nog onvoldoende wordt aan leerlingen die op het punt staan een beroepskeuze te maken duidelijk gemaakt dat met hun keuze voor een technisch of zorgberoep zij bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals een bijdrage aan gezond- en duurzaamheid. Inzet van Brabantse rolmodellen, bijvoorbeeld op basisscholen, om technische en zorgopleidingen te promoten zien wij nog steeds niet of onvoldoende terug.” Aldus Van Vugt.

De schriftelijke vragen die het CDA aan het provinciebestuur heeft gesteld zijn de volgende:

  1. Herkent u het door ons gesignaleerde knelpunt van opleiden voor beroepen van gisteren?
  2. Bent u het met ons eens dat dit voor een deel de energietransitie in de weg kan staan?
  3. Wat kunt u hier vanuit uw provinciale rol aan doen?
  4. Wat doet u momenteel hieraan?
  5. Herkent u het door ons gesignaleerde gebrek aan inzet van Brabantse rolmodellen om technische beroepen meer sexy en maatschappelijk relevant te maken? Misschien hebben we een Brabantse technovlogger nodig.
  6. Wat doet u hieraan?
  7. Wat kunt u hieraan doen?

Met deze vragen hoopt het CDA de provincie aan te sporen tot actie om tot een betere afstemming te komen tussen onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving.

CDA: ‘hete herfst’ begint met debat over philharmonie

Vandaag debatteert de provincie Noord-Brabant voor het eerst over de aangekondigde bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Het debat markeert het begin van een ‘hete herfst’, waarin verschillende omstreden onderwerpen op de provinciale agenda komen. Aldus het CDA, dat kritisch is over de wijze waarop het provinciebestuur daarbij te werk gaat.

Kern van de kritiek is dat het huidige provinciebestuur de Brabantse overlegtraditie, die de provincie zo succesvol heeft gemaakt, teniet doet door eenzijdig en zonder draagvlak ingrijpende beslissingen door te drammen t.a.v. bijvoorbeeld het seniorenbeleid, de veehouderij en de herindeling van gemeenten. En nu dus ook t.a.v. de philharmonie zuidnederland, het enige regio-orkest in Zuid-Nederland en van grote betekenis voor de Brabantse samenleving.

Statenlid Marcel Deryckere, woordvoerder namens het CDA tijdens het debat over de philharmonie:

“De provincie wil minstens een halve ton bezuinigen op het enige regio-orkest dat Zuid-Nederland heeft. Dit heeft ingrijpende gevolgen: meer dan 100 educatieve projecten vallen weg en concerten moeten worden geschrapt. Als CDA zijn we buitengewoon teleurgesteld in hoe provinciebestuurder Swinkels hierin opereert. Zonder opdracht van Provinciale Staten, zonder overleg met het orkest en partner Limburg én zonder fatsoenlijke communicatie kondigt hij een bezuiniging aan die veel Brabantse musici raakt. Van jong tot oud, van amateur tot professional. Dat kán niet. Dat is onfatsoenlijk en on-Brabants.”

Swinkels’ werkwijze inzake de philharmonie is volgens het CDA exemplarisch voor het ‘doordram-beleid’ van het huidige provinciebestuur. Dat lijkt snelheid en dadendrang belangrijker te vinden dan kwalitatief goed en gedragen bestuur. Niet alleen tast deze wijze van besturen het karakter van onze provincie aan, het zorgt ook voor een diepe kloof in de Brabantse samenleving, vindt het CDA.

Grote groepen Brabanders, zoals ouderen, boeren en inwoners van dorpen en kleine kernen, voelen zich door de provincie in de steek gelaten, terwijl de provincie er ook voor hen hoort te zijn. Het CDA, op dit moment oppositiepartij, ziet het dan ook als haar belangrijkste taak om de provinciebestuurders te laten zien dat het ook anders kan. De betrouwbare overheid moet terug.

Deryckere: “Niet voor niks nodigen we als CDA op iedere vergaderdag van de provincie mensen uit heel Brabant uit om naar het Provinciehuis te komen. Het is een van onze vele pogingen om de kloof tussen Brabant en de Brabander enigszins te dichten.”

CDA: groen licht voor meer scholieren naar het Provinciehuis

Het Presidium (dagelijks bestuur) van Provinciale Staten Noord-Brabant heeft gisteren groen licht gegeven voor een uitbreiding van het aantal klassenbezoeken aan het Provinciehuis.

Daarmee komt de provincie tegemoet aan een voorstel van het CDA dat, ondersteund door diverse andere partijen, opriep tot het uitwerken van een plan om meer scholieren in de gelegenheid te stellen tijdens hun schooltijd het Provinciehuis te bezoeken.

Via Prodemos kunnen jaarlijks 40 schoolklassen het Provinciehuis van Noord-Brabant bezoeken. Veel te weinig, vindt het CDA, dat zelf ook regelmatig scholen uitnodigt om op bezoek te komen. Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere schreven daarom een voorstel, waarin zij ervoor pleiten om dat aantal in de toekomst te verhogen.

Dit besluit van het Presidium is daartoe een belangrijke eerste stap, aldus het CDA. De provincie gaat haar capaciteit uitbreiden van 40 naar 60 klassenbezoeken per jaar. Ook gaat de provincie bijdragen aan de vaak hoge kosten voor (bus)vervoer naar het Provinciehuis. Na een jaar vindt een evaluatie plaats.

Steenbakkers en Deryckere zijn enthousiast:

“Als CDA willen we meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming. Daar hoort een bezoek aan de Tweede Kamer of de gemeenteraad bij, maar óók een excursie naar het Provinciehuis. De provincie is de meest onbekende bestuurslaag, zoals ook blijkt uit de lage opkomstcijfers bij verkiezingen. Daar moeten we iets aan doen, want ook de provincie neemt besluiten die jongeren raken. Bijvoorbeeld over openbaar vervoer, de agrarische sector of de leefbaarheid in hun gemeente. Die besluiten nemen we in het Provinciehuis, dus voorwaar een goede reden om jongeren daar uit te nodigen.”

Schriftelijke vragen Actieplan Big Data

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over een Actieplan Big Data.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Actieplan Big Data.

Geachte college,

De data gedreven economie groeit snel. In Europa verdubbelen we van 272 miljard euro in 2015 naar 544 miljard euro in 2020. Juist in Brabant, de slimste regio ter wereld met véél technologisch georiënteerde bedrijven, is er volop ruimte om de kansen van de data-economie te benutten. Op het gebied van slimme gezondheidszorg, voedselveiligheid en -productie, efficiënt grondstofgebruik, energiemanagement, slim transport en openbaar vervoer, ‘smart cities’ en ordehandhaving staan er initiatieven op stapel.

Big Data kan voor veel problemen in deze sectoren de sleutel tot de oplossing zijn. Brabantse bedrijven kunnen daar vervolgens in Europa én wereldwijd succesvol de markt mee op. Het CDA vindt dat we als provincie o.l.v. gedeputeerde Pauli een goede eerste stap hebben gezet met de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) in ‘s-Hertogenbosch. Concurrentie m.b.t. Big Data (ontwikkeling) ligt echter in binnen- én buitenland op de loer. Dat vraagt om actie.

Als CDA willen we dat Brabant voorop blijft lopen als het gaat om Big Data. Hiertoe hebben wij het volgende voorstel. Tot 26 april 2017 loopt er een ‘public consultation’ van de Europese Commissie om obstakels voor een snellere ontwikkeling van de Europese data-economie in kaart te brengen, met de ambitie deze daarna uit de weg te ruimen. Zie https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/news/public-consultation-building-european-data-economy.

Om ervoor te zorgen dat Brabant én de JADS koploper blijven op het gebied van Big Data in Europa, pleit het CDA voor een actieplan gericht op:

  • het actief meebepalen van de Europese agenda (agendasetting);
  • het optimaal profiteren van nieuwe kennis en initiatieven uit Europa (kennisontwikkeling);
  • het optimaal profiteren van (nieuw) Europees geld. 

In dit kader heeft de fractie van het CDA de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten: 

  1. Deelt u het belang van Big Data en de ambitie van het CDA om als Brabant op dit gebied koploper te blijven in Europa? Indien ja, kunt u het actieplan van het CDA ondersteunen en is het naar uw mening volledig?
  2. Zijn de provincie en de JADS bekend met de ‘public consultation’ van de Europese Commissie?
  3. Over het aspect ‘agendasetting’: gaan de provincie en/of de JADS actief de Europese agenda mede vormgeven, bijvoorbeeld door een inbreng te leveren t.b.v. deze public consultation? Indien ja, wat wordt deze inbreng?
  4. Over het aspect ‘kennisontwikkeling’: is er al een relatie tussen Brabant en de JADS enerzijds en de Europese Data Science Academy anderzijds? Indien niet, bent u bereid te faciliteren dat de JADS wordt gepresenteerd bij de startende Europese Data Science Academy (http://edsa-project.eu/overview/about-edsa/) in Brussel? De JADS en Brabant kunnen dan optimaal profiteren van de kennis die wordt ontwikkeld bij de European Data Science Academy (en andersom).
  5. Over het aspect Europese gelden: om in Europa Big Data verder te ontwikkelen zijn verschillende financiële middelen aanwezig. Bijvoorbeeld voor de uitbouw van de noodzakelijke fysieke infrastructuur, om zo de groei van de Big Data-economie optimaal te faciliteren. Dit via Europese pilotprojecten in het kader van het EU 5G Action Plan. Van welke van deze middelen maakt Brabant dan wel de JADS op dit moment gebruik t.b.v. de ontwikkeling van Big Data in Brabant? Waar ziet u nog verdere kansen? En wat wordt de inzet en/of de doelstelling voor de komende periode?
  6. Naast de Jheronimus Academy of Data Science van de TU Eindhoven en Tilburg University komt er óók een Amsterdam School of Data Science van de UvA, Vrije Universiteit en Hogeschool van Amsterdam. Wordt er samengewerkt met dit Amsterdamse initiatief? Indien ja, op welke wijze? Indien niet, waarom niet? Wel of niet samenwerken kan namelijk effect hebben op Europese geldverdeling.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

CDA: elke scholier naar het Provinciehuis

Elke Brabantse scholier moet tijdens zijn/haar middelbare schooltijd het Provinciehuis kunnen bezoeken. Dat vindt de Provinciale Statenfractie van het CDA in Noord-Brabant, die hiertoe een voorstel voorbereidt.

Het CDA nodigt regelmatig schoolklassen uit in het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch en merkt bij leerlingen én leraren een grote behoefte aan méér aandacht voor politiek en maatschappelijke vorming. In het bijzonder voor het provinciebestuur. Met name voor jongeren blijkt de provincie een onbekende bestuurslaag, die weinig zichtbaar is en waar ze weinig van weten.

Daarom komt het CDA met een voorstel dat de provincie Noord-Brabant aanzet om scholen in Brabant in staat te stellen met hun leerlingen naar het Provinciehuis te komen. Dat vraagt geld, maar óók creativiteit, stelt het CDA. Voor veel scholen zijn de vervoerskosten een drempel om naar het Provinciehuis te komen. Met de aanschaf van een eigen Brabant-bus, die leerlingen ophaalt en terug naar school brengt, zou de provincie daar bijvoorbeeld al in tegemoet kunnen komen. En er zijn andere oplossingen, waarover het CDA de komende tijd met betrokkenen in gesprek gaat om te komen tot een totaalvoorstel.

Als het aan het CDA ligt, bestaan de schoolbezoeken aan het Provinciehuis in elk geval uit een ontmoeting met een vertegenwoordiger van de provincie, een rondleiding door het gebouw én een scholierendebat over provinciale onderwerpen. Hiervoor zou de provincie nog intensiever moeten gaan samenwerken met voorlichtingscentrum ProDemos, maar óók met studenten die bijvoorbeeld een lerarenopleiding doen of bestuurskunde studeren. Zij kunnen in het Provinciehuis les- en werkervaring opdoen en zo ontstaat een win-winsituatie.

Het streven van het CDA is dat uiteindelijk tenminste 75% van de middelbare scholieren in Brabant het Provinciehuis een keer bezoekt. Hiervoor moet de provincie structureel geld opzij zetten, vindt de partij. “Dit sluit ook aan bij de letter en geest van het landelijk verkiezingsprogramma van het CDA, waarin wij pleiten voor meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming”. Aldus Stijn Steenbakkers, behalve Statenlid ook kandidaat-Kamerlid bij de aankomende Tweede Kamerverkiezingen.

Statenleden Marcel Deryckere en Stijn Steenbakkers, initiatiefnemers van het voorstel:

“Willen we jongeren betrokken maken bij de wereld om hen heen, dan moeten we ze meenemen naar de plekken waar over hun toekomst wordt beslist.

Veel scholieren bezoeken met hun middelbare school de Tweede Kamer of het Europees Parlement, maar over de provincie weten de meesten weinig tot niets. Terwijl ook dáár belangrijke zaken voor hen worden geregeld, zoals het openbaar vervoer of regels voor het runnen van een agrarisch bedrijf. En niet te vergeten: de leden van Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer, een belangrijke schakel met de landelijke politiek.

Met ons voorstel willen wij de provincie dichterbij brengen. Het is een investering in onze kinderen en in de toekomst van onze democratie. Voor het Brabant dat we door willen geven.”

Het CDA wil haar initiatief indienen bij de behandeling van de Voorjaarsnota van de provincie. Dat is een tussenstand van het lopende begrotingsjaar, waarover Provinciale Staten in april debatteert.

CDA: géén numerus fixus voor technische studies

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant maakt zich zorgen over de aangekondigde numeri fixi voor technische studies. Steeds meer onderwijsinstellingen beperken de toegang tot opleidingen tot bijvoorbeeld procesoperator, metaalbewerker of onderhoudstechnicus. Een slechte zaak, vindt het CDA, want de roep om technisch geschoold personeel is groot.

Het CDA stelde daarom gisteren de volgende schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten:

  1. Bent u bekend met het artikel Ondernemers laaiend over studentenstop techniek in Het Financieele Dagblad van 14 oktober jl.?
  2. Volgens dit artikel gaan Nederlandse universiteiten op dubbel zoveel technische studies nog maar beperkt studenten toelaten, via een zgn. ‘numerus fixus’. Een voorbeeld hiervan zijn de studies Werktuigbouwkunde en Industrieel Ontwerpen. Weet u of ook de Technische Universiteit Eindhoven (Tu/e) de toegang tot technische studies heeft beperkt of voornemens is dit te doen? Indien ja, om hoeveel studies gaat het en om welke studies?
  3. Indien ja, is bij u bekend met welke reden(en) heeft de TU/e dit gedaan?
  4. Bedrijven geven aan dat ook hbo- en mbo-instellingen de toegang tot technische studies beperken. Dit terwijl er een groot tekort is aan procesoperators, metaalbewerkers en onderhoudstechnici. Weet u of ook Brabantse hbo- en mbo-instellingen technische studenten weigeren? Indien ja, om hoeveel studies gaat het en om welke studies?
  5. Indien ja, is bij u bekend met welke reden(en) deze onderwijsinstellingen dat doen?
  6. Bent u bereid in gesprek te gaan met de betreffende onderwijsinstellingen en samen te kijken of en hoe de provincie kan helpen bovengenoemd probleem op te lossen? Bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, door dataverzameling, voorfinanciering of bemiddeling.
  7. Omdat Brabant met haar sterke maak- en technische industrie zo afhankelijk is van goed geschoold technisch personeel, vindt het CDA een optimale samenwerking tussen onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven én de overheid cruciaal. Bent u bereid om in dat kader in 2017 een Brabantse Technische Onderwijs Top te faciliteren c.q. te organiseren?
  8. Indien u hiertoe niet bereid bent: waarom niet en hoe ziet u de rol van de provincie dan wel?

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder Economische Zaken):

“Brabantse bedrijven zitten te springen om technisch geschoold personeel. Wanneer wij er zelf niet in slagen voldoende technici op te leiden, zullen er ofwel meer buitenlandse technici naar Nederland komen ofwel zullen bedrijven hun technische afdelingen naar het buitenland verplaatsen. In beide scenario’s leidt dit tot verlies van banen, wat funest is voor onze Brabantse maakeconomie.”

Het CDA roept de provincie op om met onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden een Brabantse Technische Onderwijs Top te organiseren en samen te zoeken naar een oplossing.