Update (in)formatie

Beste CDA-vrienden,

De verkiezingen voor Provinciale Staten liggen inmiddels alweer vijf weken achter ons. Graag praat ik jullie langs deze weg bij over wat er sindsdien in het Provinciehuis is gebeurd.

Allereerst terug naar de verkiezingsavond van 20 maart jl. Een avond waar we hard naartoe hadden gewerkt, sluitstuk van een mooie, intensieve campagne o.l.v. Mark Janssen en zijn team. Met veel CDA’ers leefden we in de Bois le Duc zaal van het Provinciehuis toe naar de exitpoll van ‪21.20u‬, die dicht bij de definitieve uitslag bleek te liggen. De volgende ochtend wisten we dat de VVD met tien zetels de grootste partij was gebleven. Forum voor Democratie en GroenLinks waren met resp. negen en vijf zetels grote winnaars. En ons CDA kwam met acht zetels uit de bus, de derde partij in Brabant.

Die dag na de verkiezingen zijn we met de eerste twintig kandidaten op de lijst bij elkaar gekomen om na te praten over de uitslag en van gedachten te wisselen over de vraag hoe nu verder. Twaalf partijen hadden de kiesdrempel gehaald, zo bevestigden de hoofdstembureaus op 22 maart. En de zittende coalitie van VVD, SP, D66 en PvdA had geen meerderheid meer.

Als grootste partij was het aan de VVD om het voortouw te nemen in de zgn. ‘informatie’, een verkenning naar welke partijen met elkaar een coalitie zouden kunnen vormen en gaan onderhandelen over een bestuursakkoord. Hiertoe presenteerde de VVD ‪op vrijdagmiddag‬ 22 maart een informateur: Helmi Huijbregts-Schiedon, voormalig Statenlid en gedeputeerde in Brabant, oud-burgemeester van Oosterhout en thans lid van de Eerste Kamer. Aan haar de opdracht om met alle verkozen fracties gesprekken te voeren en advies uit te brengen over een nieuw te vormen provinciebestuur.

Die gesprekken startten op 23 maart en zouden duren tot het afgelopen Paasweekend. In die periode is onze CDA-fractie regelmatig bij elkaar gekomen. De ene keer fysiek, de andere keer telefonisch. Met als doel de gesprekken met de informateur gezamenlijk voor te bereiden, na te bespreken en eenieder op de hoogte te houden. Heel belangrijk.

Bij de start maakten we als fractie de afspraak dat Renze Bergsma en ik, nummers 1 en 2 op de lijst, de gesprekken met de informateur, en in een later stadium ook die met andere partijen, zouden voeren. En dat we over de inhoud van die gesprekken niet naar buiten zouden communiceren, om het proces netjes en zorgvuldig te laten verlopen.

Over hoe die gesprekken zijn gegaan, kan ik inhoudelijk dus niets kwijt. De informateur wel, in haar gespreksverslagen die openbaar zijn en te vinden op de website van de provincie. Ik merk graag op dat Renze en ik de ontmoetingen met de informateur stuk voor stuk als zeer prettig hebben ervaren. Helmi Huijbregts is een vakvrouw, die haar opdracht uitstekend verstond en een warme persoonlijkheid heeft. Met niet alleen aandacht voor de politieke, maar ook voor de menselijke aspecten in een traject als dit.

Gedurende het informatieproces kwamen er af en toe toch berichten over het verloop ervan naar buiten. Bijvoorbeeld over Forum voor Democratie, die op een gegeven moment niet verder wilde praten. En over de ‘tweede ronde’ gesprekken, in welke zeven van de twaalf fracties doorpraatten. Dat deze tweede ronde en dus meer tijd nodig waren, laat zien dat de opdracht van de informateur geen eenvoudige was.

Afgelopen woensdag, op 24 april, presenteerde de informateur haar advies. Op basis van alle gesprekken die zij in de afgelopen weken heeft gevoerd, stelt zij voor dat VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA met elkaar gaan onderhandelen en proberen een bestuursakkoord voor Brabant te maken. Wie de verkiezingsprogramma’s van deze vijf partijen kent, weet dat dit allesbehalve gemakkelijk, zelfs ingewikkeld zal zijn. De verschillen tussen partijen zijn groot en overeenkomsten lijken soms ver te zoeken. Dat besefte ook onze CDA-fractie, toen we het advies van de informateur ‪woensdagavond‬ bespraken.

Desondanks neemt het CDA het advies van de informateur zeer serieus. En heeft de fractie, na rijp beraad, unaniem ingestemd met haar voorstel om met VVD, D66, GroenLinks en PvdA aan tafel te gaan. Om op zoek te gaan naar wat ons bindt en wat Brabant de komende jaar verder helpt.

Hoe dit proces, de zogeheten ‘formatie’, er precies uit gaat zien, is nu nog niet bekend. Zeer waarschijnlijk zal het grootste deel in beslotenheid plaatsvinden, en stellen wij jullie geduld nog wat langer op de proef. Daar en wanneer dat kan, zullen we jullie uiteraard blijven informeren over alle ontwikkelingen.

Hartelijke groeten,

Marianne van der Sloot
Lijsttrekker CDA Brabant

CDA: ‘spookdorpen’ voorkomen, meer woningen bouwen en fraude aanpakken

Het CDA wil voorkomen dat in Brabant ‘spookdorpen’ ontstaan: dorpen waar steeds minder mensen wonen en het aantal voorzieningen, zoals winkels, horeca en openbaar vervoer, afneemt. De oplossing is wat het CDA betreft het bouwen van meer woningen. Volgens het CDA trekt woningbouw mensen naar een dorp, waarna voorzieningen volgen. Zo verwacht de partij.

“Brabant is meer dan een verzameling steden met wat groen ertussen. Willen we het platteland levendig en leefbaar houden, dan moeten we ook bouwen in het buitengebied toestaan.” Aldus lijsttrekker Marianne van der Sloot (CDA).

Bouwen in het buitengebied, door uitbreidingen bij dorpen en buurtschappen en het herbestemmen van leegstaande agrarische gebouwen, is een van de maatregelen die het CDA wil nemen om het enorme woningtekort in Brabant tegen te gaan. Tot 2030 heeft de provincie nog 120.000 woningen nodig.

Daarnaast pleit het CDA ervoor dat de provincie aan gemeentes – letterlijk – ruimte geeft om de komende jaren fors meer huizen te bouwen. Van der Sloot: “Omdat van alle ingediende bouwplannen ‘onderweg’ steevast een deel sneuvelt door bijv. bezwaren of een tekort aan financiering, worden er in de praktijk altijd minder woningen gebouwd dan beoogd en blijft er dus een tekort. Zorg als provincie daarom voor tenminste 130% aan bouwplannen, ‘plancapaciteit’, of laat gemeentes bij wijze van experiment vrij in de maximale hoeveelheid woningen die zij willen bouwen.”

Een derde maatregel die het CDA voorstelt, is het ouderen mogelijk maken om langer thuis te wonen. Op dit moment wonen er in Brabant ca. 500.000 mensen van 65 jaar of ouder. De verwachting is dat dit aantal in 2040 is gestegen tot 750.000. Om ervoor te zorgen dat zij zelfstandig, passend én betaalbaar in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen, wil het CDA dat de provincie initiatieven daartoe actief stimuleert en ondersteunt. Met geld, met plannen en met mankracht. Door nieuwbouw of door het aanpassen van bestaande woningen (met bijv. de aanleg van een traplift of het verwijderen van drempels).

Ten vierde wil het CDA de Brabantse woningmarkt toegankelijker maken voor starters. Bijv. door als provincie regelingen als de Starterslening, waarmee beginnende huizenkopers een financiële steun in de rug kunnen krijgen, of het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), waarmee dorpsbewoners samen en hierdoor dikwijls goedkoper kunnen bouwen.

Tot slot wil het CDA woonfraude, zoals illegale onderhuur, en het witwassen van crimineel geld, bijv. door aankoop van vastgoed, nadrukkelijker op de radar van de provincie brengen. Bijvoorbeeld via de Taskforce Brabant Zeeland, het samenwerkingsverband tegen de georganiseerde misdaad waaraan Brabant financieel bijdraagt. “Het CDA wil geen Amsterdamse taferelen in Brabant. Fraude en witwassen mogen nooit lonen. Gezinnen op zoek naar een huis mogen niet van de woningmarkt worden verdrongen door fraudeurs en criminelen. We vinden het belangrijk dat de provincie hier aandacht voor heeft en aanhaakt bij bijv. het Anti Money Laundering Centre (AMLC) tegen witwassen.” Aldus Van der Sloot.

Staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) op campagnebezoek in Brabant

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (CDA) brengt op zaterdag 9 maart a.s. een campagnebezoek aan Brabant. De staatssecretaris gaat naar Den Bosch, Veghel en Uden en neemt deel aan diverse activiteiten in het kader van de verkiezingen voor een nieuw provinciebestuur, die over twee weken plaatsvinden.

Belangrijke verkiezingsthema’s in Brabant zijn o.a. de economie en de leefbaarheid in steden en dorpen, twee onderwerpen waarmee ook de staatssecretaris zich in Den Haag bezighoudt. Zo presenteerde zij afgelopen zomer een actieplan ter versterking van het midden- en kleinbedrijf en stelde voor deze kabinetsperiode 200 miljoen euro beschikbaar om dit sterker, efficiënter en productiever te maken. Dit geld komt ook in Brabant terecht, waar familiebedrijven en het midden- en kleinbedrijf voor de meeste werkgelegenheid zorgen.

Met deze extra aandacht voor het midden- en kleinbedrijf wil Mona Keijzer o.m. winkelgebieden in steden en dorpen vitaal houden. De leefbaarheid in binnensteden en dorpskernen is ook een belangrijk verkiezingspunt van het CDA Brabant, dat vindt dat de provincie daarin een taak en verantwoordelijkheid heeft. Niet alleen als het gaat om het bevorderen van voldoende winkelaanbod, maar ook om te zorgen voor een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer, het bouwen van genoeg woningen voor starters, gezinnen en senioren én het vergroten van de verkeersveiligheid.

Het programma van de staatssecretaris begint om 11.15 uur op de Markt in Den Bosch, waar ook de Brabantse CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot, Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en Eerste Kamerlid Ton Rombouts aanwezig zijn. Tussen 12.30 uur en 13.30 uur is Mona Keijzer in Veghel voor een bezoek aan de Jumbo Foodmarkt met verschillende CDA’ers uit de regio. Onder hen Erpenaar Coen Hendriks, die op plaats 8 van de provinciale CDA-lijst staat. Vanaf 14.30 uur doet de staatssecretaris samen met Tweede Kamerlid Erik Ronnes Uden aan voor een ontmoeting met het winkelend publiek en een kennismaking met plaatselijke ondernemers. Om 16.00 uur is het bezoek afgelopen.

Marianne van der Sloot, lijsttrekker CDA Brabant: “Wij zijn blij met de komst van Mona Keijzer naar onze mooie provincie Brabant. Als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is zij verantwoordelijk voor belangrijke onderwerpen als het midden- en kleinbedrijf, het ondernemersbeleid en innovatie. We nemen haar graag mee door onze provincie, langs de mensen die de Brabantse economie draaiende houden: de ondernemers achter het midden- en kleinbedrijf en achter die vele familiebedrijven. Zij zorgen voor werk en hebben vaak ook een maatschappelijke functie. Bijvoorbeeld omdat ze sportclubs, lokale evenementen en buurtactiviteiten sponsoren. Of zorgen voor stageplaatsen. Als CDA zijn we trots op deze mensen. En natuurlijk ook op onze staatssecretaris die zich voor hen inzet.”

CDA Brabant op werkbezoek in Wanroij, Boekel en Mill

Het CDA Brabant brengt op vrijdag 8 februari a.s. een werkbezoek aan Wanroij, Boekel en Mill. Aan dit werkbezoek, georganiseerd door het CDA in het Land van Cuijk, nemen o.a. Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker), Marcel Thijssen (kandidaat-Statenlid, regio Land van Cuijk), Tanja van de Ven-Vogels (kandidaat-Statenlid, woordvoerder landbouw), Ankie de Hoon (zittend Statenlid, woordvoerder verkeer & vervoer) en Tom Berendsen (kandidaat-Europarlementariër) deel.

Het werkbezoek staat in het teken van de agrarische sector. Zo staan op het programma een kennismaking met een kringlooplandbouw-bedrijf, een bezoek aan een duurzame bloembollenteler én een ontmoeting met een gestopte rundveehouder.

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot:

“Wij zijn blij met de uitnodiging voor dit werkbezoek. In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Neem bijvoorbeeld het veehouderijbesluit uit 2017, dat de sector hard heeft geraakt. Van de ene op de andere dag moesten boeren zes jaar eerder dan afgesproken voldoen aan nieuwe milieueisen. Voor veel familiebedrijven een onmogelijke opgave en destijds voor het CDA reden om tegen het besluit te stemmen. Nu zijn we anderhalf jaar verder en worden de gevolgen van het besluit merkbaar. Over hoe dit uitpakt voor de agrarische ondernemers in het Land van Cuijk en aan de Peelrand, laten we ons graag ter plekke informeren.”

Het CDA is vóór duurzame landbouw, maar tegen onrealistische deadlines en negatieve effecten, zo schrijft de partij in haar verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart a.s. Blijken bijvoorbeeld de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen niet op tijd ontwikkeld en goedgekeurd te zijn, dan moet de provincie dat besluit wat het CDA betreft herzien.

Kandidaat-Statenlid Marcel Thijssen (CDA), afkomstig uit Cuijk:

“De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, voor het Land van Cuijk en de Peelregio. Net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Het werkbezoek start om 09.00u en duurt tot 14.30u. Om 13.30 uur is er een persmoment bij het voormalige rundveebedrijf van de familie Meulepas aan de Heufseweg 9 te Mill. Eenieder met belangstelling is uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn en de CDA-kandidaten beter te leren kennen.

Opinie Marianne van der Sloot c.s. – ‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

Opinie van Marianne van der Sloot en 11 andere CDA-lijsttrekkers in dagblad De Telegraaf d.d. 5 februari 2019.

‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

De plannen van de klimaattafels getuigen niet van realisme en gezond verstand. Dat stellen de twaalf CDA-lijsttrekkers voor de Provinciale Statenverkiezingen. In de week van het klimaatdebat in de Kamer en het eigen partijcongres, stellen zij vier voorwaarden aan het Klimaatakkoord.

Klimaat is een belangrijk thema in de campagne voor de provinciale verkiezingen. Dat is terecht. Om de doelen van Parijs te halen, zijn de provincies van cruciaal belang. Als CDA lijsttrekkers van de twaalf provincies onderschrijven wij de doelen en zien wij veel kansen voor onze provincies. Maar om Parijs te halen is meer realisme en gezond verstand nodig in de uitvoering. Daarin schieten de plannen van de klimaattafels tekort. Daarom stellen wij vier voorwaarden aan het definitieve akkoord.

Een succesvolle klimaataanpak vraagt allereerst om draagvlak in plaats van doordrukken. Bij de presentatie van het concept-klimaatakkoord is te veel mist ontstaan over de werkelijke klimaatopgave. Het debat is gekaapt door felle voor- en tegenstanders, door drammers en sceptici. Maar door mensen alleen bezorgd of boos te maken komt een oplossing niet dichterbij. De keuzes zijn lastig, zoals we zien in discussies over windmolens. Iedereen weet dat ze nodig zijn, maar niemand wil ze in de achtertuin.

Veel van de zorgen gaan over de rekening van de klimaataanpak. Die zorgen zijn terecht. Voor veel mensen is een nieuwe elektrische auto nog lang geen haalbaar alternatief. Zij zijn al blij met een degelijke tweedehands, die ook de komende jaren nog vaak op benzine rijdt. Ook de plannen om huizen te isoleren en van het gas af te halen vragen om grote investeringen, bovenop de hogere energierekening die mensen dit jaar al betalen. Daarom moeten we zorgen dat de veranderingen voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn.

In de derde plaats pleiten wij voor een realistischer tempo in de uitvoering. De klimaatplannen zijn geformuleerd voor 2030 en 2050. We hebben dus een generatie de tijd om alle doelen te realiseren. Die tijd moeten we nuttig gebruiken, door nu te doen wat kan en nodig is en andere maatregelen uit te smeren over de komende decennia. Dat geeft een realistisch perspectief, maar schept ook ruimte om maximaal te profiteren van de innovatie en de technologische vooruitgang. Ook de markt levert hier een bijdrage. Zo heeft Volkswagen al aangekondigd vanaf 2026 uitsluitend nog elektrische auto’s te produceren. Daar is dus geen peperdure subsidie voor nodig.

De vierde voorwaarde is een eerlijk Europees speelveld. Het Nederlandse klimaatbeleid is gericht op een CO2-reductie van 49%. In Europa zoekt het kabinet steun voor een verdere reductie tot 55%. De realiteit is dat veel van de ons omringende landen niet verder komen dan 40 tot 45%. Dat maakt de Nederlandse ambitie riskant. Een Nederlandse ‘kop’ op de Europese doelen betekent dat wij voor veel geld de problemen van andere landen oplossen en de concurrentiepositie voor MKB’ers en grote bedrijven verslechtert. Daarom moet Nederland aansluiten bij de Europese doelen, ook als dit lager is dan de ambities waar het kabinet nu vanuit gaat.

Wij kunnen de klimaatopgave tot een succes maken en onze provincies schoner doorgeven aan de volgende generaties. Dat kan als we stoppen met dromen en drammen en kiezen voor haalbare, betaalbare en realistische plannen. Daarover kan de kiezer zich op 20 maart uitspreken.

De CDA-lijsttrekkers voor de verkiezingen Provinciale Staten: Jan Nico Appelman (Flevoland), Jo Annes de Bat (Zeeland), Adri Bom-Lemstra (Zuid-Holland), Gerhard Bos (Gelderland), Derk Boswijk (Utrecht), Patrick Brouns (Groningen), Dennis Heijnen (Noord-Holland), Eddy van Hijum (Overijssel), Henk Jumelet (Drenthe), Ger Koopmans (Limburg), Sander de Rouwe (Friesland), Marianne van der Sloot (Noord-Brabant).

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Van die ‘beweging’ heeft Brainport weinig gemerkt’

Opinie van Statenlid/fractievoorzitter en lijsttrekker Marianne van der Sloot in het Eindhovens Dagblad d.d. 31 januari 2019.

Van die ‘beweging’ heeft Brainport weinig gemerkt

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot reageert op de uitspraken van gedeputeerde Christophe van der Maat in het ED.

Beste Christophe,

Brabantse nachten zijn lang. Zeker die ene van vier jaar geleden. Die ene, hele lange nacht op het Provinciehuis in Den Bosch. Ik heb het natuurlijk over de verkiezingen voor de provincie, die op 18 maart 2015 plaatsvonden en ver na middernacht werden beslist. Brabant had gestemd. Een voor een kwamen per gemeente de uitslagen binnen, lange tijd ging het nek aan nek tussen jouw VVD en mijn CDA. Pas toen het licht werd, tekende zich de einduitslag af: met slechts 1777 stemmen verschil kregen jullie het goud en moesten wij genoegen nemen met zilver.

Desondanks waren wij optimistisch gestemd. Wat we konden écht iets gaan doen aan de bereikbaarheid van Eindhoven. Van de gemeenten rondom Eindhoven. Van Brainport. Een van de slimste en snelst groeiende regio’s ter wereld. Waar je elke dag in de file staat. Onbestaanbaar.

Daar moeten we dus iets aan doen. Vonden wij als CDA. En vond ook de VVD. Dachten we tenminste. Want niet lang na de verkiezingen spatte onze droom voor een bereikbaar Brainport uiteen. Schakend op twee borden koos jouw VVD er voor een deal te sluiten met de SP en twee andere partijen: ‘links’ mocht vier jaar losgaan op milieu, de VVD op industrie. En de bereikbaarheid van Eindhoven? Daar zouden jullie vieren het dan deze periode niet over hebben. De gedeputeerde mobiliteit kon zijn agenda vooral vullen met vergaderingen, met het doorknippen van de lintjes van zijn voorganger. En met een beetje smart mobility.

Als CDA, inmiddels oppositiepartij, zagen we het met lede ogen aan. Maar de grootste verliezer van deze deal: de inwoners en forenzen van Eindhoven, Helmond, Nuenen en Laarbeek. Zij staan iedere dag stil, zien het sluipverkeer, de overlast en incidenten toenemen, en horen op de radio hoe Eindhoven een vaste plek heeft verworven in de dagelijkse fileberichten. Het akkoord dat jouw VVD in 2015 sloot met SP, D66 en PvdA kreeg, hoe ironisch, de titel Beweging in Brabant. In Brainport heeft de automobilist echter weinig van die ‘beweging’ gemerkt. Evenmin trouwens bij knooppunt Hooipolder en op de Merwedebrug, waar het óók stilstaan en achteraan aansluiten is. En waar behalve de automobilist ook de omwonenden telkens de dupe zijn.

Vier jaar lang stilstaan in Brainport. Zonder perspectief op verbetering. Want elk voorstel, elke oplossingsrichting die in de Provinciale Staten voorbijkwam, werd steevast bij elke begrotingsbehandeling door jou ontraden en door jouw politieke ‘bondgenoten’ weggestemd. En het geld dat opzij was gezet voor een oplossing, werd ondertussen driftig uitgegeven. Waaraan eigenlijk? In elk geval niet aan het oplossen van de verkeersproblemen rondom Eindhoven. Nee, een alternatief voor de zogenoemde Noordoostcorridor mocht er niet komen. Wat de regio wél kreeg, was meer ergernis, meer overlast en meer economische schade. Hoeveel bedrijven zouden omwille van de slechte bereikbaarheid Brainport reeds links (hebben) laten liggen en hun heil elders zoeken? De VVD heeft Brainport, de regio Eindhoven, een slechte dienst bewezen. Niet erg liberaal.

En toen waren we vier jaar verder. En was er ‘ineens’ jouw interview in het Eindhovens Dagblad van 24 januari. ‘Tijd voor volgende stap in Brainport’, tekende de krant uit jouw mond op. Met de verkiezingen in aantocht moesten betrokken gemeenten van jou maar eens met voorstellen komen, waarmee een nieuwgekozen provinciebestuur straks aan de slag kan. Eindhoven, met hoe ‘toevallig’ een VVD-wethouder op mobiliteit, pakte de handschoen op en ensceneerde deze week een schijngevecht tussen ‘links’ en ‘liberaal’. Goed voor de verschillen, goed voor de verkiezingen, zal het campagneteam van de VVD hebben gedacht. Misschien dat meer gemeenten het voorbeeld volgen.

Laten we eerlijk zijn: in de afgelopen vier jaar is in Brabant het verschil tussen ‘links’ en ‘liberaal’ praktisch verdampt. De verkeersproblemen in Brainport hebben dat pijnlijk duidelijk gemaakt.

Daarom mijn oproep aan jou: Christophe, haal Brainport uit zijn nachtmerrie. Het hoeft nog niet te laat te zijn. In de nacht van 20 op 21 maart a.s. zullen we elkaar opnieuw treffen. Allebei met zoveel meer ervaring dan vier jaar geleden. Jij met de ervaring met ‘links’, ik met de ervaring van vier jaar oppositie. Praktisch gezien komt dat op hetzelfde neer: je bereikt weinig en er wordt je niets gegund.

Tijd voor verandering dus. Met een verkeersoplossing voor Brainport ín een volgend bestuursakkoord, en met meer perspectief ín Zuidoost-Brabant. 1777 stemmen kunnen zomaar het verschil maken.

Marianne van der Sloot is fractievoorzitter in Provinciale Staten en lijsttrekker van het CDA Brabant.

CDA: ieder kind in Brabant muziekonderwijs

In Brabant moet ieder kind, als het dat wil, muziekonderwijs kunnen krijgen. Dat schrijft het CDA in het verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezingen en in schriftelijke vragen aan het provinciebestuur. Aanleiding om deze vragen te stellen is het bericht dat de Philharmonie Zuidnederland per september 2019 al haar educatieve projecten moet schrappen a.g.v. een begrotingstekort, ontstaan door de subsidiekorting van een half miljoen euro die de provincie het orkest vorig jaar oplegde.

Het CDA, van begin af aan tegenstander van deze bezuiniging, betreurt dat de Philharmonie Zuidnederland noodgedwongen deze keuze heeft moeten maken. “Muziekonderwijs speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van onze jeugd en met zijn educatieve projecten bereikte het orkest alleen al in 2018 ruim 18.000 Brabantse kinderen. Doodzonde dat daar nu een einde aan komt.” Aldus Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (beiden CDA).

Om muziekonderwijs voor álle Brabantse kinderen toegankelijk te maken, zou het CDA graag zien dat de provincie Noord-Brabant samenwerkt met gemeenten en (grote) Brabantse culturele instellingen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij programma’s als Méér Muziek in de Klas Lokaal, waarvan koningin Maxima erevoorzitter is en dat o.a. in de provincie Limburg en de stad Groningen heeft geleid tot kansrijke samenwerkingsovereenkomsten (convenanten). Of door het bevorderen van lokale projecten met de plaatselijke harmonie of fanfare.

Deryckere en Van der Sloot: “Als CDA vinden we het belangrijk dat muziek(onderwijs) toegankelijk is voor iedereen. In het bijzonder voor de Brabantse jeugd. Initiatieven daartoe die zich reeds hebben bewezen, zoals die van de Philharmonie Zuidnederland en Méér Muziek in de Klas Lokaal, zou de provincie juist moeten ondersteunen i.p.v. deze te korten t.b.v. allerlei vage experimenten.”

Concreet wil het CDA van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten: 

01. Had u rekening gehouden met dit besluit van de Philharmonie Zuidnederland?

02. Het orkest schrapt per september 2019 alle educatieve projecten. Is dit de maatschappelijk gewenste ontwikkeling die u met de korting op de jaarlijkse bijdrage van de provincie voor ogen had?

03. Beschouwt de provincie Noord-Brabant zich als mede-eigenaar van de Philharmonie Zuidnederland of als klant?

04. Wat betekent dat in uw ogen voor uw rechten, plichten en verantwoordelijkheden jegens het orkest?

05. De half miljoen euro die de provincie weghaalde bij de Philharmonie Zuidnederland is terechtgekomen in een fonds is gericht op het ‘verbreden’ en ‘vernieuwen’ van symfonische muziek.

  1. Hoeveel Brabanders verwacht u in 2019 met dit fonds te bereiken?
  2. Hoeveel Brabantse kinderen in de leeftijd tot 18 jaar verwacht u in 2019 met dit fonds te bereiken en via dit fonds kennis te laten maken met symfonische muziek?

06. Bent u bekend met het programma Méér Muziek in de Klas Lokaal?

07. Hebt u wel eens overwogen om hier als provincie in te participeren?

08. Wat zijn overwegingen geweest om dit wel/niet te doen?

09. Zijn u andere initiatieven bekend, binnen en buiten onze provincie, gericht op het structureel stimuleren van (muziek)onderwijs bij kinderen/jongeren? Indien ja, welke?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

CDA: Brabant moet eisen stellen aan Klimaatakkoord

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant eisen moet stellen aan het nationaal Klimaatakkoord, dat nu in de maak is. De partij wil dat het Brabantse provinciebestuur het voorbeeld van de provincie Limburg volgt, die afgelopen week een brief met Limburgse beoordelingscriteria voor het Klimaatakkoord naar Den Haag stuurde.

In schriftelijke vragen aan het provinciebestuur, vandaag ingediend, stelt het CDA dat alleen een Klimaatakkoord met voldoende draagvlak in de samenleving kans van slagen heeft. Daarvoor is het essentieel dat ook de wensen en zorgen van een regio als Brabant in het akkoord zijn terug te vinden. “Het Klimaatakkoord mag geen project van de Randstad zijn, waarvan de rekening eenzijdig in Brabant wordt neergelegd.” Aldus Statenlid Marianne van der Sloot, tevens fractievoorzitter en lijsttrekker.

Het CDA vraagt het provinciebestuur daarom een brief naar de ‘klimaatonderhandelaars’ te sturen, met een kader Brabantse randvoorwaarden waaraan het akkoord moet voldoen. Van der Sloot: “Beschouw het als een serie beoordelingscriteria/eisen waaraan Brabant het akkoord straks kan toetsen. Duidelijk en transparant.”

Om te zorgen voor één krachtige, gedragen boodschap richting Den Haag, stelt het CDA voor dat het provinciebestuur gemeenten en andere overheden, maatschappelijke organisaties en het Brabantse bedrijfsleven raadpleegt bij het bepalen van de inhoud van een dergelijke brief.

Ook doet het CDA zelf een aantal suggesties, namelijk:

  • Het Klimaatakkoord moet voor elke Brabander haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn.
  • Doelstellingen en deadlines uit het Klimaatakkoord moeten concreet, meetbaar en realistisch zijn.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lusten’ is een vereiste. Dat betekent dat duurzame energieprojecten moeten investeren én renderen in de omgeving, zodat álle inwoners hiervan profiteren.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lasten’ is een vereiste. De opgaven uit het Klimaatakkoord moeten eerlijk over het land, over regio’s en over sectoren worden verdeeld.
  • Bewustwording bij de consument als vertrekpunt van het Klimaatakkoord, door in te zetten op hoe mensen zelf, in hun eigen huishouden en omgeving, kunnen bijdragen: bijv. door te isoleren, besparen, minder te verspillen en zorgvuldig om te gaan met afval.
  • Oog voor grensregio’s en aandacht voor hun bijzondere, internationale positie, die door het Klimaatakkoord niet in gevaar mag worden gebracht.
  • Géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant. De rekening van Groningen mag niet in Brabant worden neergelegd.
  • Investeer in Brabantse klimaatmaatregelen die effectief zijn en zichzelf reeds bewezen hebben, zoals de subsidieregeling asbest eraf, zonnepanelen erop, de motie Samen aan de bal (over het verduurzamen van sportaccommodaties) én de motie Ladder voor duurzaamheid (over toepassing van een ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen waar wel en waar geen zonnepanelen mogen komen).
  • Méér Brabantse vakmensen. Het Klimaatakkoord moet voorzien in concrete voorstellen om de duizenden vakmensen op te leiden die nodig zijn om de maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren en in praktijk te brengen. In Brabant en voor Brabant.
  • Gelijk speelveld: het Klimaatakkoord mag onder geen enkele voorwaarde leiden tot oneerlijke concurrentie voor Brabantse bedrijven.
  • Heel Europa moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Nederland mag niet eenzijdig opdraaien voor dure, grensoverschrijdende klimaatmaatregelen.

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen van het CDA te beantwoorden.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over het Klimaatakkoord.

Column Marianne van der Sloot: ‘Tradities’

Column van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

‘Tradities’

Traditie. Voor mij hét woord van 2018. Dat wat verbindt, zich herhaalt, we graag koesteren en doorgeven. Waarin we impliciet vastleggen wat we belangrijk, van waarde, vinden. ‘Goede gewoontes’, tijdloos en nooit sleets. Gewoontes die we juist in deze tijd van het jaar, rond de feestdagen, extra stevig willen omarmen. Dicht bij ons houden.  Die we trots uitdragen en graag delen,  iedereen mag meekijken. Sociale media staan vol met inkijkjes in de (Kerst)tradities van onszelf en van anderen. De ene keer heel persoonlijk: met familie & vrienden aan het Kerstdiner, bij ons thuis door mijn moeder gemaakt. In een huis vol licht en Kerststallen. De andere keer van nationale betekenis, zoals de Kersttoespraak van de koning die we met z’n allen kijken. Soms zijn tradities heel dichtbij, bijvoorbeeld het worstenbroodje na afloop van de nachtmis. De andere keer zijn ze kilometers ver weg, op een plein in Rome waar duizenden mensen luisteren naar de woorden van een wijs man.

Traditie: dat wat verbindt, zich herhaalt, we graag koesteren en doorgeven. Maar dit jaar, meer dan ooit, ook dat wat ons verdeelt, we ter discussie stellen, willen en ook kunnen veranderen. De koning in de Gouden Koets, het Sinterklaasfeest, vlees op het (Kerst)menu, vuurwerk met de jaarwisseling: niets lijkt meer onbesproken, ‘heilige huisjes’ zijn er steeds minder. In het land, maar ook in eigen kring. Want wat was het fijn dat die supermarkt op Tweede Kerstdag open ging. Terwijl het op de weg ook allesbehalve rustig was. We gaan er massaal op uit: familiebezoek, maar even goed naar pretpark, winkelcentrum of via het vliegveld naar een exotische bestemming. Ook dat is traditie. File rijdend komen we onderweg de ene na de andere vrachtwagen tegen, want ook morgen willen we dat de schappen weer gevuld zijn. Moet kunnen, moet mogen. Want er kunnen altijd weer nieuwe tradities ontstaan.

Onze provincie is rijk aan tradities, kent er vele. Sommigen al eeuwenoud, andere nog maar enkele jaren jong. Die willen we niet kwijt, ze verhalen over wie we zijn en waar we vandaan komen. Natuurlijk carnaval, maar ook de Tilburgse kermis, de Brabantsedag, de Bloemencorso’s in Zundert en Valkenswaard en ‘Daags na de Tour’ in Boxmeer. Grote evenementen die Brabant (inter)nationaal op de kaart zetten en waarvoor de rest van Nederland graag de rivieren oversteekt. Maar óók zoveel kleinere, waaronder een wijk, dorp en stad zich verenigd weet. Levend gehouden door het plaatselijke verenigingsleven, de middenstand en veel betrokken inwoners. Zoals gildes, Oranjecomité’s, wagenbouwers, Katholieke Plattelands Jongeren en de grote kring vrijwilligers daarom heen. Zij zijn het die onze tradities kennen, onderhouden en doorgeven. Zij beschermen onze tradities, wij beschermen hen. Voor hen wil ik hier een lans breken, voor de hoeders van onze tradities. Laten we stilstaan bij al hun goede werk, onder niet altijd eenvoudige omstandigheden. Ik wens Brabant een ‘verenigingsrijk’ 2019.

Marianne van der Sloot
Trotse Brabander uit Den Bosch, verzamelaar van Kerststallen

 

Fijne feestdagen namens fractie & bestuur!

Beste CDA-leden,

Het jaar 2018 was een goed jaar. Een jaar met gemeenteraadsverkiezingen, waarbij het ons is gelukt om de grootste lokale partij van Nederland te blijven. Een mooi resultaat, dat vertrouwen geeft en verantwoordelijkheid vraagt. Veel nieuwe raadsleden en wethouders zijn aan de slag gegaan en tegelijkertijd namen we afscheid van betrokken collega’s, die zich in verschillende rollen en met hart en ziel voor onze partij hebben ingezet. Hiervoor zijn we hen heel dankbaar.

Nu staan we aan de vooravond van 2019, alweer een belangrijk verkiezingsjaar. Brabant mag naar de stembus voor de Provinciale Staten, waterschappen, het Europees Parlement én de Eerste Kamer. Verkiezingen die bepalend zijn voor de koers en de toekomst van onze provincie.

Als CDA Brabant hopen we dat veel CDA’ers straks voor onze provincie aan de slag kunnen. Dat doen we door altijd dichtbij en in de buurt te zijn. Want dáár zit onze kracht, in altijd en overal actief zijn. Weten wat er speelt en welke uitdagingen politiek en bestuur moeten oppakken. Zodat we de juiste dingen kunnen doen voor onze Brabanders.

Voor nu wensen wij u en uw naasten fijne feestdagen toe en hopen dat u met een goed gevoel terugkijkt op het afgelopen jaar. En dat u net als wij zin heeft in 2019, waarin we graag weer samen met u de schouders zetten onder onze club.

Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker) & Inge van Dijk (partijvoorzitter)