Column Marianne van der Sloot: ‘Tradities’

Column van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

‘Tradities’

Traditie. Voor mij hét woord van 2018. Dat wat verbindt, zich herhaalt, we graag koesteren en doorgeven. Waarin we impliciet vastleggen wat we belangrijk, van waarde, vinden. ‘Goede gewoontes’, tijdloos en nooit sleets. Gewoontes die we juist in deze tijd van het jaar, rond de feestdagen, extra stevig willen omarmen. Dicht bij ons houden.  Die we trots uitdragen en graag delen,  iedereen mag meekijken. Sociale media staan vol met inkijkjes in de (Kerst)tradities van onszelf en van anderen. De ene keer heel persoonlijk: met familie & vrienden aan het Kerstdiner, bij ons thuis door mijn moeder gemaakt. In een huis vol licht en Kerststallen. De andere keer van nationale betekenis, zoals de Kersttoespraak van de koning die we met z’n allen kijken. Soms zijn tradities heel dichtbij, bijvoorbeeld het worstenbroodje na afloop van de nachtmis. De andere keer zijn ze kilometers ver weg, op een plein in Rome waar duizenden mensen luisteren naar de woorden van een wijs man.

Traditie: dat wat verbindt, zich herhaalt, we graag koesteren en doorgeven. Maar dit jaar, meer dan ooit, ook dat wat ons verdeelt, we ter discussie stellen, willen en ook kunnen veranderen. De koning in de Gouden Koets, het Sinterklaasfeest, vlees op het (Kerst)menu, vuurwerk met de jaarwisseling: niets lijkt meer onbesproken, ‘heilige huisjes’ zijn er steeds minder. In het land, maar ook in eigen kring. Want wat was het fijn dat die supermarkt op Tweede Kerstdag open ging. Terwijl het op de weg ook allesbehalve rustig was. We gaan er massaal op uit: familiebezoek, maar even goed naar pretpark, winkelcentrum of via het vliegveld naar een exotische bestemming. Ook dat is traditie. File rijdend komen we onderweg de ene na de andere vrachtwagen tegen, want ook morgen willen we dat de schappen weer gevuld zijn. Moet kunnen, moet mogen. Want er kunnen altijd weer nieuwe tradities ontstaan.

Onze provincie is rijk aan tradities, kent er vele. Sommigen al eeuwenoud, andere nog maar enkele jaren jong. Die willen we niet kwijt, ze verhalen over wie we zijn en waar we vandaan komen. Natuurlijk carnaval, maar ook de Tilburgse kermis, de Brabantsedag, de Bloemencorso’s in Zundert en Valkenswaard en ‘Daags na de Tour’ in Boxmeer. Grote evenementen die Brabant (inter)nationaal op de kaart zetten en waarvoor de rest van Nederland graag de rivieren oversteekt. Maar óók zoveel kleinere, waaronder een wijk, dorp en stad zich verenigd weet. Levend gehouden door het plaatselijke verenigingsleven, de middenstand en veel betrokken inwoners. Zoals gildes, Oranjecomité’s, wagenbouwers, Katholieke Plattelands Jongeren en de grote kring vrijwilligers daarom heen. Zij zijn het die onze tradities kennen, onderhouden en doorgeven. Zij beschermen onze tradities, wij beschermen hen. Voor hen wil ik hier een lans breken, voor de hoeders van onze tradities. Laten we stilstaan bij al hun goede werk, onder niet altijd eenvoudige omstandigheden. Ik wens Brabant een ‘verenigingsrijk’ 2019.

Marianne van der Sloot
Trotse Brabander uit Den Bosch, verzamelaar van Kerststallen

 

Fijne feestdagen namens fractie & bestuur!

Beste CDA-leden,

Het jaar 2018 was een goed jaar. Een jaar met gemeenteraadsverkiezingen, waarbij het ons is gelukt om de grootste lokale partij van Nederland te blijven. Een mooi resultaat, dat vertrouwen geeft en verantwoordelijkheid vraagt. Veel nieuwe raadsleden en wethouders zijn aan de slag gegaan en tegelijkertijd namen we afscheid van betrokken collega’s, die zich in verschillende rollen en met hart en ziel voor onze partij hebben ingezet. Hiervoor zijn we hen heel dankbaar.

Nu staan we aan de vooravond van 2019, alweer een belangrijk verkiezingsjaar. Brabant mag naar de stembus voor de Provinciale Staten, waterschappen, het Europees Parlement én de Eerste Kamer. Verkiezingen die bepalend zijn voor de koers en de toekomst van onze provincie.

Als CDA Brabant hopen we dat veel CDA’ers straks voor onze provincie aan de slag kunnen. Dat doen we door altijd dichtbij en in de buurt te zijn. Want dáár zit onze kracht, in altijd en overal actief zijn. Weten wat er speelt en welke uitdagingen politiek en bestuur moeten oppakken. Zodat we de juiste dingen kunnen doen voor onze Brabanders.

Voor nu wensen wij u en uw naasten fijne feestdagen toe en hopen dat u met een goed gevoel terugkijkt op het afgelopen jaar. En dat u net als wij zin heeft in 2019, waarin we graag weer samen met u de schouders zetten onder onze club.

Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker) & Inge van Dijk (partijvoorzitter)

Spreektekst Marianne van der Sloot – Debat over “PAS Leegveld, Deurne” op 07/12

Spreektekst1 Marianne van der Sloot – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) “PAS Leegveld, Deurne”
(07-12-2018)

Voorzitter,

Dit voorstel over natuurontwikkeling in Deurne is landelijk nieuws geweest. Terecht, want het is een schitterend gebied. Met bewoners die zich grote zorgen maken over de voorgestelde plannen.

Voorzitter, als CDA hebben we veel van deze bewoners gesproken. En die zijn zeker niet tegen natuur. Maar wel tegen het onderlopen van kelders, schimmelvorming en overlast van muggen.

Het CDA kent het lange dossier van de Peelvenen. Al jaren zijn we in gesprek en in 2005 is ‘Het onverenigbare verenigt’ in een Landinrichtingsplan. In dat plan zijn afspraken gemaakt waarvan de bewoners dachten dat dát het was. Namelijk een gebied van 333 hectare. Nu blijkt dat het, nadat het plan ‘geconcretiseerd en geactualiseerd is’, om 727 hectare gaat. Blijkbaar helemaal volgens de procedures. Maar hoe kan het dat het eindplaatje zoveel verschilt van het startplaatje én vooral dat bewoners zich daar zo weinig in voelen meegenomen? Wij hebben daar grote moeite mee.

Voorzitter, de maatregelen die genomen gaan worden hebben groot effect op de omgeving, de bomen, de bedrijven in het gebied en, voor het CDA heel belangrijk, op de leefbaarheid.

Waterschade

Het waterschap heeft een schadeloket opengesteld voor waterschade. Maar bewoners vrezen jarenlange juridische procedures die veel tijd en energie kosten. Dat moeten we toch niet willen? Gedeputeerde, bent u bereid te onderzoeken hoe we die juridische strijd kunnen voorkomen? Bijvoorbeeld door vóóraf met vaststellingsovereenkomsten te werken.

Muggenoverlast

En dan de overlast van muggen en knutten. Die wordt in alle stukken een beetje weggeschreven. Terwijl dit een grote impact heeft op de leefbaarheid in het gebied. Voor mensen en voor dieren (bijv. blauwtong). Een ‘onderzoek naar muggen’ is een stap, maar geen verzekering. Graag horen wij van de gedeputeerde hoe we bewoners de zekerheid kunnen geven dat we overlast maximaal tegengaan en ook schade vergoeden als dat nodig blijkt.

Verder hebben we twijfels over het meenemen van de klimaatontwikkelingen in dit plan. Er zijn tegenstrijdige geluiden over óf en hoe dat is gedaan. En dat nog náást de discussie die onder wetenschappers wordt gevoerd of de voorgestelde maatregelen (ecologisch) wel de juiste zijn.

Voorzitter, dat brengt ons tot de vraag: in hoeverre kunnen we in overleg gaan met betrokken partners om de maatregelen geleidelijk in te voeren? En indien de monitoring van het natuurbeheerplan daar aanleiding toe geeft komen tot een tussentijdse aanpassing van de plannen?

Voorzitter, het moge duidelijk zijn: het CDA is zeer kritisch over dit voorstel en we zijn benieuwd naar de antwoorden van de gedeputeerde. Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marianne van der Sloot PIP PAS Leegveld – Deurne (7 december 2018)

Beantwoording technische vragen “PAS Leegveld, Deurne”

Beantwoording technische vragen van het CDA door het provinciebestuur van Noord-Brabant
over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) “PAS Leegveld, Deurne” (28-11-2018)

Vraag 1
Wat zijn de verschillen tussen de plannen uit 2005 (het Landinrichtingsplan ‘Het Onverenigbare Verenigt’) en de huidige plannen?

Antwoord 1
Het Landinrichtingsplan is een plan met verschillende doelstellingen. Eén daarvan is de doelstelling voor natuur. Voor hoogveen is gesteld het realiseren van levend hoogveen en andere hoogveeneigen vegetatietypen in de bestaande natuurgebieden en in de nieuwe natuurgebieden. In het Landinrichtingsplan is daarbij aangegeven dat gezien de lange ontwikkelingsduur van met name levend hoogveen dit neerkomt op het realiseren van de vereiste abiotische condities.
De doelstelling voor het hoogveen in het Natura 2000-beheerplan is zorgen voor het instandhouden en uitbreiden van de habitattypen herstellende en actief hoogveen. Het Landinrichtingsplan en het Natura 2000-beheerplan verschillen dus niet wat betreft doelstellingen. Het Landinrichtingsplan uit 2005 bevat globale inrichtingsmaatregelen. In dit landinrichtingsplan zijn maatregelen opgenomen voor het hoogveenherstel dus nog niet in detail uitgewerkt. In het plan is aangegeven dat detaillering maatwerk is en dat dit locatie specifiek uitgewerkt wordt in deelplannen. Wat betreft de wateropgave t.b.v. het hoogveenherstel is door waterschap Aa en Maas in opdracht van de provincie deze wateropgave uitgewerkt in de GGOR-inrichtingsvisie Deurnsche Peel (2011) (GGOR = Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime). De maatregelen opgenomen in de GGOR-visie vormen ook de basis voor de hydrologische maatregelen in het Natura 2000-beheerplan. De maatregelen uit het GGOR-/Natura 2000-beheerplan (2018) zijn weer verder geconcretiseerd in het projectplan Waterwet (2018). De plannen volgen elkaar op en er is geen strijdigheid tussen de plannen.

Vraag 2
Waaruit blijkt de noodzaak om veel meer te gaan vernatten t.o.v. het Landschappelijk Inrichtingsplan (LIP) 2005 om de Natura 2000-doelstelling te halen? Zijn er alternatieven onderzocht?

Antwoord 2
Zoals hierboven al is aangegeven zijn het Landinrichtingsplan, de GGOR-visie, Natura 2000-beheerplan en projectplan Waterwet plannen die elkaar opvolgen. Voor het gebied Leegveld vormt de GGOR-visie de basis voor het maatregelenpakket. In het beheerplan is aangegeven dat hiervoor eerst nog een uitvoeringsplan moet worden opgesteld, waarin de maatregelen worden geoptimaliseerd. Dat plan is het projectplan Waterwet. De hoofddoelstellingen zoals genoemd in het Landinrichtingsplan staan hierin nog steeds centraal. Overigens is het niet zo dat een groter gebied onder water wordt gezet, maar in een aantal compartimenten wordt wel voor een ander streefpeil gekozen dan in de bestuurlijk vastgestelde GGOR-visie. Soms lager en soms hoger. Reden hiervoor is dat streefpeilen beter kunnen aansluiten bij de maaiveldhoogtes van een compartiment dan beschreven in de GGOR. Dat is een belangrijke verfijning om de doelen uit het beheerplan te kunnen halen.

Vraag 3
Is met betrekking tot de huidige plannen tot overeenstemming gekomen met de betrokkenen (zoals dat in 2005 ook is gebeurd)?

Antwoord 3
Zoals hierboven al aangegeven is in het LIP opgenomen dat de detailuitwerking uitgevoerd wordt in deelplannen. Met deze werkwijze hebben de partijen door ondertekening van het Landinrichtingsplan ingestemd. De opgestelde GGOR-visie heeft ter inzage gelegen en is vastgesteld door waterschap Aa en Maas. Bij de totstandkoming van de GGOR-visie is een gebiedsproces doorlopen. Met een werkgroep van de verschillende gebiedspartijen zijn zes overleggen gehouden, waarin de modellering, de maatregelen en de effecten zijn besproken. De betrokken partijen die zitting hadden in de werkgroep waren: waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, ZLTO en afdeling Deurne, gemeente Deurne, Werkgroep Behoud de Peel, DLG, ambtelijk vertegenwoordiger van de Bestuurscommissie Peelvenen.

Vraag 4
In het laatste hydrologische model zijn de meest recente weersomstandigheden (nat en droog) en klimaateffecten niet meegenomen. Waarom niet?

Antwoord 4
Het model geeft aan welke maatregelen nodig zijn om een stabiel waterpeil in het gebied mogelijk te maken. Het model is gemaakt op basis van langjarige gemiddelden en is doorgerekend tot 2016. Onderdeel van de uit te voeren maatregelen is de aanleg van regelbare kunstwerken (stuwen), zodat beheerders in de toekomst kunnen inspelen op veranderende situaties.
Ook is rekening gehouden met regenbuien die maar eens in de 25 jaar voorkomen. In de nieuwe natuur is het mogelijk om de hoeveelheid neerslag die tijdens deze buien valt in de natuur te kunnen opvangen, zodat het watersysteem benedenstrooms wordt ontlast. Het project betekent dus een sterke verbetering van het waterbergend vermogen van het gebied. Er wordt naar gestreefd het gebied zoveel mogelijk lekdicht te houden en de waterpeilen in de hoogveenkerngebieden zo stabiel mogelijk te houden. Het levende hoogveen dat zich moet gaat vormen zal ook langdurige droogteperiodes moeten kunnen overleven. Daar is de norm voor de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) GLG op gebaseerd. Regenval en droogte zijn niet te sturen en wateraanvoer van elders in een hoogveenkern is geen optie (is zelfs een bedreiging). Welke tijdsduur van droogte ontstaat is afhankelijk van regenbuien en tijdsduur van een droge periode. Extra (Maas)water aanvoeren en vasthouden (in het gebied buiten de natuur) en daarmee extra tegendruk creëren ter compensatie is een mogelijkheid die in 2018 door het waterschap is toegepast. Dit wordt nu niet als besluit voorgelegd, want dat is onderdeel van waterbeheer in (extreem) droge perioden. Resumerend, het berekenen van een droogvalduur heeft geen invloed op (extra) maatregelen. Hoogveengebieden hebben in een droge periode de hoogste prioriteit voor aanvoer van water in de omgeving (= categorie 1). Huidig beleid is de optimale waarborg voor het voorkomen van schade in het hoogveengebied als gevolg van droogte.

Vraag 5
Waarom vindt op korte termijn besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van de plannen plaats, terwijl de hydrologische gevolgen binnen en buiten het plangebied niet volledig inzichtelijk zijn?

Antwoord 5
Met behulp van grondwatermodellen en schadeberekeningen is onderzocht waar en hoe groot de wateroverlast zal zijn als gevolg van het project Leegveld. De gebieden waar mogelijk wateroverlast/-schade zal ontstaan zijn bekend. In overleg met de betrokkenen worden maatregelen opgesteld om deze schade te mitigeren. Met het grondwatermodel en monitoringsnetwerk voor de nulsituatie en effecten bestaat er goed inzicht in de grondwaterstanden en onverwachte wijzigingen hiervan. In het voorkomende geval dat zich toch situaties voordoen die zorgen voor wateroverlast dan zijn maatregelen voorhanden om zo nodig in te kunnen grijpen. De maatregelen die op voorhand getroffen worden zijn het aanleggen van (peilgestuurde) drainage en het ophogen van percelen.
Het bestaande netwerk van peilbuizen in dit gebied is uitgebreid met circa 60 peilbuizen. Met behulp van deze peilbuizen wordt automatisch de grondwaterstand in het gebied gemeten. Met behulp van dit meetnetwerk zal in de periode na aanleg gemonitord worden wat de effecten zijn van de maatregelen. De gegevens van de peilbuizen zijn door eenieder in te zien op:  https://aaenmaas.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=8654c063515546d4a8adc800a560921b.
Voorafgaand aan de start van de uitvoering wordt een bebouwingsopname uitgevoerd bij woningen/gebouwen rondom het natuurgebied.

Vraag 6
Op dit moment is er grote overlast van muggen in het gebied, wat wordt daaraan gedaan? Dit mede gelet op de geplande ontwikkelingen (en nog meer kans op muggen).

Antwoord 6
Bij de planvorming van het project Leegveld wordt gebruik gemaakt van de aanwezige kennis en ervaring uit eerdere deelprojecten. Op basis van deze onderzoeken zijn de factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling en verspreiding van de overlast gevende moerassteekmuggen en knutten bekend. Het is bekend waar broedplaatsen kunnen ontstaan en hoe muggen zich kunnen verspreiden. Wageningen Environmental Research adviseert provincie en waterschap bij dit project om te komen tot een inrichting die voorkomt dat de huidige overlast van muggen groter wordt. Een heel belangrijke maatregel is het voorkomen van langdurig tijdelijk water. Dit is water dat niet in verbinding staat met permanent water en dus geen natuurlijke vijanden bevat. Monitoring na aanleg is ook een belangrijk middel om overlast te kunnen vaststellen. Vooruitlopend op het project wordt in 2018, 2019 en 2020 op diverse locaties in het gebied gemonitord naar muggen en knutten. In de jaren na afronding van de maatregelen zal ook gemonitord worden om te bewaken hoe die muggen en knutten zich gaan ontwikkelen. Ook in de fase na de uitvoering zijn maatregelen mogelijk om overlast te voorkomen.

Vraag 7
Bij recreatieve en agrarische ondernemers kan er directe economische schade ontstaan door deze muggenoverlast. Waarom is er geen schadeloket voor schade door muggenoverlast, zoals er wel een loket voor natschade is?

Antwoord 7
Het loket voor natschade vloeit voort uit een wettelijke plicht (zie vraag 8), dat is niet het geval bij muggenoverlast. Het PIP en het projectplan zijn (uiteraard) niet gericht op muggenoverlast, het voorkomen of beperken van muggenoverlast is bovendien geen belang dat onder de doelstellingen van de Waterwet valt. In het kader van het woon- en leefklimaat is er bij het maken van de plannen veel aandacht geweest voor de overlast van muggen. De plannen en besluiten bevatten voorzorgsmaatregelen om verdere overlast van muggen en knutten tegen te gaan (zie hiervoor). Met deze maatregelen verwachten wij dat er geen verdere toename van overlast zal plaatsvinden door de voorliggende plannen.

Vraag 8
Zijn de mogelijkheden voor een schadefonds onderzocht, waarin vóóraf schadeloosstelling plaatsvindt om zo jarenlange juridische procedures te voorkomen?

Antwoord 8
Dit is niet onderzocht, omdat de Waterwet een regeling biedt voor afhandeling van natschade. In het projectplan wordt met betrekking tot natschade verwezen naar de geldende verordening schadevergoeding van het waterschap. Indien er redelijkerwijs van kan worden uitgegaan dat het verzoek om schadevergoeding zal worden toegekend, kan een voorschot verleend worden.
Naast het projectplan heeft GS een grondstrategieplan vastgesteld voor situaties waarin de maatregelen een zodanige inbreuk maken op de belangen van derden dat ze redelijkerwijs nopen tot onteigening. De aan de belanghebbende toe te kennen schadevergoeding wordt in dergelijke gevallen vastgesteld overeenkomstig de uitgangspunten van de Onteigeningswet.

Vraag 9
Enkele ondernemers in het gebied worden uitgekocht. Waarom worden niet gehele bedrijven opgekocht, maar blijven ondernemers achter met ‘stukjes’ zoals hun woonhuis of stukje van een bedrijf, waarmee ze niet of nauwelijks inkomen kunnen hebben?

Antwoord 9
De Onteigeningswet voorziet in deze situatie in artikel 38. Kort gezegd komt het hierop neer dat:
• Gebouwen, van welke een gedeelte onteigend wordt, moeten op vordering van de eigenaar door de Provincie geheel worden overgenomen.
• Ditzelfde zal met erven moeten geschieden, wanneer er door de onteigening 25% of minder van overblijft of het restant kleiner dan 10.000m2 wordt.
De aanbiedingen die we doen worden gebaseerd op het wettelijke systeem. Dit betreft een soort vangnet. Echter, in het minnelijke overleg wordt ook onderzocht of wellicht overname van het hele bedrijf mogelijk is indien hierom wordt verzocht en strikt genomen niet wordt voldaan aan de criteria van artikel 38 Onteigeningswet. Wat we immers juist willen voorkomen is dat door de onteigening ondernemers onvoldoende inkomen meer kunnen behalen op het overblijvende gedeelte van hun bedrijf.

Wellicht ten overvloede nog het volgende:
– De eigenaar wordt door de onteigeningsvergoeding in de gelegenheid gebracht om elders grond te kopen. Of hij hiervan gebruik maakt is aan de eigenaar.
– In de onteigeningsvergoeding is het uitgangspunt dat alle schade wordt gecompenseerd (volledige schadeloosstelling) en wordt dus ook rekening gehouden met inkomensschade/investeringsschade en bijkomende schade.

Vraag 10
Het LIP en de gebiedsvisie Leegveld stellen dat er t.a.v. de ondernemers in de attentiezone voldoende economische perspectieven moeten worden geboden. Hoe is dat geborgd in het plan?

Antwoord 10
In het Landinrichtingsplan zijn diverse doelstellingen opgenomen voor het gebied. De uitwerking van deze verschillende doelstellingen vindt plaats door middel van deelprojecten. De uitwerking van de doelstelling voor de landbouw maakt geen onderdeel uit van het projectplan Waterwet.
In de gebiedsvisie Leegveld is aangegeven dat het waterschap Aa en Maas de regie voert op de uitwerking en uitvoering van de hydrologische en ecologische maatregelen. Voor de overige maatregelen in het gebied zijn andere partijen als trekker verantwoordelijk. Voor het thema landbouw is aangegeven dat dit de agrariërs zijn.

Vraag 11
Is er een 0-meting geweest in het gebied met betrekking tot wateroverlast aan woningen, gewassen etc. voorafgaand aan het nemen van de eerste maatregelen?

Antwoord 11
Zie antwoord 5.

Vraag 12
Wij begrijpen dat het plan uit 2005 voldoet aan de verplichtingen van Natura 2000, klopt dat?

Antwoord 12
Nee, dat klopt niet. Zoals bij antwoord 01 al is aangegeven zijn het Landinrichtingsplan, de GGOR-visie en projectplan Waterwet plannen die elkaar opvolgen. Voor het gebied Leegveld is de GGOR-visie de basis voor het maatregelenpakket. In deze GGOR-visie is aangegeven dat hiervoor eerst nog een uitvoeringsplan moet worden opgesteld waarin de maatregelen verder worden geoptimaliseerd. Dat plan is het projectplan Waterwet.

Vraag 13
Wat zijn de deadline en het tijdspad voor dit PIP? Hangt dit samen met Europese financiering of subsidies?

Antwoord 13
Het tijdspad hangt samen met het PAS. Uitvoering van de maatregelen is een wettelijke verplichting, die in de eerste beheerplanperiode van het PAS gerealiseerd moeten zijn. Deze periode eindigt op 1 juli 2021. Dit hangt niet samen met Europese financiering of subsidies.

Vraag 14
Is in de planvorming agrarisch natuurbeheer mogelijk?

Antwoord 14
Veruit de meeste gronden waarop de PAS-herstelmaatregelen worden getroffen liggen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied, 3e herziening” van de gemeente Deurne. Op grond van deze bestemming is agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer mogelijk. De gemeente bepaalt in deze gevallen of een (agrarische) activiteit aan de bestemming voldoet. Het PIP omvat slechts een gedeelte van het gebied waarop de maatregelen worden getroffen. De gronden die opgenomen zijn in het PIP zijn bestemd als ‘Natuur’, waarbij de mogelijkheid van agrarisch natuurbeheer niet is opgenomen. Gelet op de vernatting zijn er op dit moment geen vormen van agrarisch gebruik denkbaar die aansluiten/passen bij de natuurdoelstelling. Bovendien vormt deze bestemming de onteigeningstitel, dat (ook) het gevolg is van het gegeven dat op deze percelen zelfrealisatie, vaak gebaseerd op agrarisch gebruik van de gronden, niet aan de orde is en er ook geen belangstelling voor is.

Vraag 15
Op welke wijze wordt bepaald wie het agrarisch natuurbeheer mag/kan uitvoeren?

Antwoord 15
Zie vraag 14.

Vraag 16
Kunnen de ondernemers in de attentiezone met voorrang gebruik maken van deze mogelijkheden?

Antwoord 16
Zie vraag 14.

Vraag 17
Als de ondernemers in de attentiezone zouden willen voldoen aan het criterium ‘grondgebondenheid’, kan dat dan in de nieuwe situatie?

Antwoord 17
Zie vraag 14.

Vraag 18
Op welke wijze(n) en momenten, gedurende het traject tot dusver, is er contact geweest met de gemeente Deurne, betrokken dorpsraden, en organisaties van bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in het gebied?

Antwoord 18
Bij de voorbereiding van het projectplan Waterwet zijn er drie algemene informatiebijeenkomsten gehouden in het gebied op 11 mei 2017, 14 december 2017 en 11 juni 2018. Tijdens deze bijeenkomsten is het doel van het project toegelicht, is verteld wat de maatregelen zijn die worden uitgevoerd en zijn de aanwezigen in de gelegenheid gesteld om de vragen te stellen aan de bij het project betrokken deskundigen. Daarnaast is er periodiek ambtelijk overleg met de gemeente Deurne (gemiddeld 4 keer per jaar) en nemen ambtenaren van de gemeente Deurne deel aan de werkgroep Leegveld en het projectteam dat het PPWW heeft opgesteld en die de uitvoeringsplannen opstelt.

Bestuurlijk is de raadscommissie Ruimte & Economie tijdens drie vergaderingen geïnformeerd over de plannen Leegveld.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de omgevingsmanager van het waterschap. De omgevingsmanager is eerste aanspreekpunt voor het gebied en gaat daar waar nodig, vaak ondersteund door deskundigen, bij de mensen langs om het project en de gevolgen daarvan toe te lichten. Hiervan is al regelmatig gebruik gemaakt.
Door de omgevingsmanager is bij verschillende dorpsraden een presentatie gegeven over het project. Alle belanghebbenden uit het gebied zijn vertegenwoordigd in de werkgroep Leegveld. Deze werkgroep is inmiddels 15 keer bijeen geweest. Tijdens bijeenkomsten van deze werkgroep worden de leden geïnformeerd over de voortgang van het project en wordt hen gevraagd de diverse producten en plannen te toetsen. Leden van de werkgroep worden ook betrokken bij het opstellen van diverse deelproducten. De werkgroep adviseert de integrale gebiedscommissie Peelvenen (IGC)

Er is een website (www.aaenmaas.nl/leegveld) waarop informatie staat over het project, de voortgang, procedures, etc. Ook kan men hierop de diverse documenten m.b.t. het project vinden. Er wordt periodiek een nieuwsbrief uitgebracht en verstuurd naar de geïnteresseerden. Deze nieuwsbrieven zijn ook terug te vinden op bovenstaande website

Vraag 19
Hoe zijn c.q. worden de communicatie en informatievoorziening richting al deze betrokken partijen verder georganiseerd?

Antwoord 19
De communicatie zal in grote lijnen gelijk zijn zoals beschreven in antwoord 18. Vooruitlopend op de uitvoering worden één of meerdere informatiebijeenkomsten georganiseerd. De werkgroep Leegveld zal in de vorm van een werkbegeleidingscommissie betrokken blijven bij de uitvoering.

Beantwoording technische vragen over PIP PAS Leegveld – Deurne (28 november 2018)

CDA: 1,5 ton voor versterking lokale journalistiek in Brabant

Op initiatief van het CDA stelt de provincie Noord-Brabant 150.000 euro beschikbaar voor versterking van de Brabantse streekomroepen en lokale journalistiek. Het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, diende dit voorstel in tijdens het debat over de provinciebegroting 2019 afgelopen vrijdag. Een meerderheid van de politieke partijen steunde het voorstel.

Aanleiding voor het CDA om het voorstel in te dienen is dat in veel kleine gemeenten de lokale journalistiek onder druk staat. Lokale media hebben echter een belangrijke rol als het gaat om het controleren van het lokaal bestuur. In dat kader kunnen zij in een gemeente een gezonde tegenmacht zijn. Door het verdwijnen van professionele, plaatselijke journalistiek ontbreekt deze tegenmacht meer en meer. Aldus het CDA.

Daarnaast kunnen lokale media een belangrijke rol spelen bij onafhankelijke nieuwsgaring in brede zin, waaronder het signaleren van ondermijnende activiteiten. Het CDA vindt het belangrijk dat lokale media in staat zijn deze rol goed te vervullen.

Statenlid/fractievoorzitter Marianne van der Sloot (CDA): “Wij zijn blij dat de provincie het belang van onafhankelijke, lokale journalistiek in elke Brabantse gemeente onderschrijft en bereid is die te versterken. Deze financiële impuls, bedoeld voor bijvoorbeeld het doen van onderzoeksjournalistiek, helpt om de functie van media als waakhond van de lokale democratie verder vorm te geven. Heel belangrijk.”

Het geld van de provincie komt terecht in een Stimuleringsfonds Lokale Journalistiek. In het voorstel is vastgelegd dat bij toekenning van het geld onafhankelijkheid geborgd moet zijn, bijvoorbeeld door besluitvorming door een onafhankelijke commissie. Hoe het geld precies wordt ingezet, gaat de provincie de komende tijd uitwerken. Na een jaar evalueert de provincie het fonds en besluit dan of verdere versterking nodig en mogelijk is.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Huseyin Bahar– Statenlid CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het wisselvalige en onheilspellende weerbericht zet zich voort met de financiën. Hier staat het sein op Code Oranje. Dan is niet alleen alertheid geboden om risico’s te beperken, maar moeten we ook maatregelen treffen. De middellange termijn is namelijk allesbehalve rooskleurig.

Voorzitter, ik zal de PvdA-fractie dit jaar maar voor zijn en benoemen dat een degelijk financieel beleid kennelijk ook toevertrouwd kan zijn aan een socialist. Sluitende begrotingen zonder tekort en verbeterslagen in de P&C-cyclus in déze bestuursperiode zijn een erkenning voor de gedeputeerde. En die delen wij ook. Maar zoals het een ware socialist betaamt: alles op korte termijn is rozengeur en maneschijn, maar met beperkt zicht op de middellange en lange termijn. Het blijft toch iedere keer alleen maar de eindjes aan elkaar knopen als socialist…

Voorzitter, graag begin ik als eerste punt bij de rente- en dividendinkomsten van onze provincie. Al vanaf dag één van deze bestuursperiode heeft onze fractie gewaarschuwd voor de stevige windstoten op dit vlak. Keer op keer hebben we de degens gekruist bij de diverse P&C-momenten, maar onze inbreng en adviezen zijn helaas continue in de wind geslagen.

Voorzitter, we kunnen alleen degelijk zijn, indien we ook realistisch zijn. Aan de uitgavenkant hebben we al gezien dat realistisch ramen een onderwerp is dat we nog niet helemaal beheersen. Dit geldt helaas ook voor onze inkomstenkant. Dan heb ik het met name over het jaarlijks rendement van 122 miljoen euro, waarmee we blijven rekenen. En dit terwijl we weten dat:

  1. de 100 miljoen euro Essent-lening tegen hoge rente wordt ingelost;
  2. het uitgekeerde dividend vanuit Essent onder druk staat;
  3. de leningen aan gemeenten buiten Brabant alleen maar een appel en een ei opleveren.

Voorzitter, dat is dus al 3 x Code Rood. We kunnen er dus zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan en het de hoogste tijd wordt om activiteiten en agenda aan te passen.

Is de gedeputeerde, aan het einde van deze bestuursperiode, nu eindelijk zo ver om te erkennen dat de 122 miljoen euro geen realistische raming meer is voor de middellange termijn?

Voorzitter, mijn tweede punt over de rente- en dividendinkomsten zijn de leningen die we aan decentrale overheden buiten Brabant verstrekken. Dit zijn namelijk langjarige leningen, gemiddeld 12 jaar, tegen een vast rendement van 1,4%. Er worden dus nu al keuzes voor drie komende bestuursperioden gemaakt, dus 3 x vier jaar, en financieel gezien is Brabant aan handen en voeten gebonden. Dit is toch een voorbeeld van degelijkheid dat niet uitblinkt in verstandigheid, omdat het ten koste gaat van flexibiliteit.

Voorzitter, ik zal mijn punt illustreren met een voorbeeld dichter bij huis. Stel, u heeft 10.000 euro als huishouden opzij gelegd door hard en verstandig te werken. Zou u dit geld dan volledig voor 12 jaar op een spaarrekening willen vastzetten, waarbij u maar 12 euro per maand rente ontvangt, óf zou u toch flexibel willen blijven om in de komende jaren misschien zonnepanelen te plaatsen voor lagere energielasten of bijvoorbeeld de auto te vervangen teneinde hogere onderhoudskosten te voorkomen? Enz.

Ik kijk even de zaal in: collega-Statenleden, onze bezoekers, GS, Griffie? Nee? Dat dacht ik al, ik zie nog niemand enthousiast reageren om 12 euro per maand rente te ontvangen als dit ten koste gaat van de flexibiliteit. Dat is dan wel vreemd, als we dit niet met ons eigen huishoudboekje willen, maar prima vinden wanneer het om het huishoudboekje van de provincie gaat.

Voorzitter, met ruim 1,5 miljard euro, dat is dus al ruim 50% van onze immunisatieportefeuille in langjarige, niet verhandelbare uitzettingen, tegen zeer lage vaste rente wordt het tijd om na te denken of Brabant inderdaad beter af is met 14 miljoen euro per jaar of flexibiliteit moet houden voor investeringen met maatschappelijk rendement?

Vraag aan de gedeputeerde is dan ook: wanneer is de grens bereikt om te stoppen met deze langjarige uitzettingen aan gemeenten buiten Brabant? Wanneer is deze grens volgens u wel bereikt? Het alternatief schatkistbankieren biedt misschien tijdelijk lage rente, maar biedt wel degelijk flexibiliteit als alternatief en afwachting van kansen in maatschappelijk rendement!  

Voorzitter, mijn derde en laatste punt is de uitdaging op het vlak van indexeren. Voor deze bestuursperiode is gekozen om niet te indexeren. Gezien de lage inflatiecijfers in de eerste twee jaren van deze bestuursperiode begrijpelijk en haalbaar. Echter, in de laatste twee jaren zien we de inflatiecijfers weer richting de 1,5% gaan. Hiervoor hebben we deze bestuursperiode een stelpost van 4 miljoen euro per jaar beschikbaar. Op onze eerdere vragen hierover is gesteld dat 4 miljoen euro per jaar echt voldoende was. Kijken we naar de prognoses voor de komende bestuursperiode, dan hebben we grofweg 21 miljoen euro per jaar nodig als we willen indexeren.

Kan de gedeputeerde aangeven hoe het kan dat bij ca. 1,5% aan inflatie en gelijkblijvende uitgaven nu 4 miljoen euro per jaar wel voldoende is, maar voor de komende periode we moeten uitgaan van gem. 21 miljoen euro per jaar?

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Degelijkheid komt alleen maar tot haar recht als we ook realistisch, verstandig en flexibel blijven. Voor deze bestuursperiode hebben we helaas nog een strenge winter voor de boeg, maar straks is het weer voorjaar en waait er vanaf 21 maart naar verwachting een frisse groene wind!

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar provinciebegroting 2019 (9 november 2018)

Spreektekst Marianne van der Sloot – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Marianne van der Sloot– Fractievoorzitter CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het weerbericht van ons mooie Brabant is redelijk stabiel. Bewolkt met hier en daar zonneschijn. En met een politieke klimaatverandering op komst, die vanaf maart lijkt in te zetten. Daar gaan wij van uit ;-).

En in dat licht zijn de recente temperatuurschommelingen in de coalitie op zijn minst ‘boeiend’.

  • Want de SP veroorzaakt een koudefront in dit college door haar standpunt over de herindeling van Nuenen. Met steun overigens deze week van de Eindhovense SP-fractie.
  • D66 lijkt alle donkere wolken structureel te ontkennen.
  • De PvdA is lekker klimaatneutraal.
  • En, ach voorzitter, de VVD, die maken zich niet druk om een koudefrontje meer of minder. De VVD zegt nog steeds dat de zon schijnt, ook als het regent.

We gaan het meemaken.

Voorzitter, volgend jaar zijn de verkiezingen. En steeds weer is het vertrouwen in ons, in de ‘politiek’ laag. Te laag, zo’n 40%. Om met het KNMI te spreken: een Code Oranje. Met kans op problemen en extreme situaties.

Maar laten we eerlijk zijn. Een aantal processen van de afgelopen tijd, in dit Huis, scoorden niet eens Code Oranje maar rechtstreeks Code Rood, door de wijze waarop met de Brabanders is omgegaan. En met Code Rood kun je er volgens het KNMI zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan.

En dat klopt:

  • bij de transitie van de landbouw;
  • bij de herindeling van Nuenen;
  • en bij de mestfabriek in Oss

staan we met de ruggen tegenover elkaar én voelen mensen zich niet gehoord.

De Provincie wordt gezien als ‘onbehouwen’ en onvoorspelbaar, en dat snap ik wel. Het lukt het college keer op keer om van bovenaf in te grijpen. Terwijl – en het CDA blijft het herhalen – het gras echt niet harder gaat groeien door aan de sprieten te trekken. Maar door de wortels te voeden.

Voorzitter, gelukkig zien we in Brabant ook momenten waarop de zon doorbreekt.

  • In het groot: met de snellere aanpak van Hooipolder.
  • En in het klein: geen flitspaal voor hardrijders, maar eentje die goed bedrag beloont. Met een spaarsysteem voor de lokale gemeenschap. Een groot succes in Helmond, Eerde en Lith. Dichtbij en duidelijk.

Voorzitter,

Wij zijn van mening dat het na Code Rood tijd is voor Code Groen. Nietwaar GroenLinks? Ik zal u een stukje meenemen in onze Code Groen.

Voorzitter, vandaag spreken wij als CDA over 3 onderwerpen, die dichtbij en duidelijk zijn:

  1. Sociale Veerkracht.
  2. De Nieuwe Economie.
  3. De toekomst (van energie en landbouw).

Mijn collega Huseyin Bahar zal straks ingaan op de degelijkheid van het huishoudboekje van de Provincie.

01. Sociale Veerkracht

Op Sociale Veerkracht, de leefbaarheid van Brabant, blijven we terugkomen, voorzitter. Niet omdat we de heer Swinkels zo graag in de weg zitten. Maar omdat de gevoelstemperatuur zo laag is, én wij dit onderwerp zó ongelooflijk belangrijk vinden.

Wij zien dat we in 2019 5,6 miljoen euro inzetten om vooral óver mensen te spreken. Er wordt vergeten mét mensen te spreken én dingen samen te doen. En ik kan mij de discussies nog goed herinneren: de ‘bolwerken’, zoals de seniorenbonden, móesten en zouden onder dit college verdwijnen. Maar er kwam niets voor terug. En dat terwijl er zoveel maatschappelijk opgaven in Brabant zijn. Zoals de vergrijzing. Met grote impact. Daarom komen we met een motie Senioren.

Bij leefbaarheid hoort voor ons ook verantwoordelijkheid, nu én in de toekomst. De ondersteuning van Q-koortsslachtoffers is sinds dit jaar bij de gemeente belegd. Uit gesprekken met Q-koortspatiënten en Q-support begrijpen wij dat die overdracht, soms wel, maar soms ook echt niet soepel gaat. Ook zien we dat alle kennis over Q-koorts en de aanpak nú nog in huis is, bij de betrokkenen. Die willen we borgen, ook voor de toekomst. Hier dienen we een motie voor in.

Ondermijning voorzitter, blijft een bedreiging voor onze Brabantse samenleving. Wij zien 3 zaken die we willen aanpakken: dichtbij 1) met de versterking van de lokale journalistiek, 2) met een experiment met ‘onorthodoxe’ maatregelen tegen dumpers van drugs- en ander afval, en 3) met een gereedschapskist voor gemeenten gevuld met mogelijkheden en instrumenten om vakantieparken zonder toekomstperspectief aan te pakken. Hiertoe dienen we twee amendementen en een motie in.

02. Economie

Dan Economie voorzitter, de wind waait uit een andere hoek. De wereld van 4 jaar geleden is niet meer. We gaan van werkloosheid toen naar een schreeuwend tekort aan personeel nu. En van hoge rentes naar leningen die je bijna gratis krijgt. Die veranderende wereld, dat betekent ook iets voor ons. De rol van Provinciale Suikeroom past niet meer.

Pleiten wij voor een einde aan de economische programma’s? Nee. Het CDA ziet een hele goede rol voor de Provincie als partner in de economie. Want we hebben veel grote uitdagingen. Zoals het gat op de arbeidsmarkt. De mismatch. En de tekorten aan vakmensen. Hét grote item van dit moment, zoals het college het zelf ook noemt. Dat vraagt om actie. Als wij lezen dat, ondanks alle acties, ‘het resterende budget beperkt is’, dan vrezen wij dat we kansen missen. En dat de zorg, de horeca, de logistiek en de techniek straks écht met lege handen zitten. Met alle consequenties van dien. Graag horen wij meer van de gedeputeerde.

Voorzitter, belangrijk voor de economie van Brabant is het bereikbaar maken van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Bijvoorbeeld: Bedrijvenpark Moerdijk, Bedrijvenpark Aviolanda, Breda Airport en onze legerbasis in Oirschot. Hiervoor komen wij met een motie.

En dan de arbeidsmigranten. Zo’n 100.000 mensen die allemaal een goed dak boven hun hoofd verdienen. En veiligheid. Want zolang we onze logistieke ambities hebben en houden, zijn we afhankelijk van mensen van ver en verder. We zijn blij dat we als Brabant aan de slag gaan met de huisvesting. Met een grote rol voor de gemeenten en de provincie. De vraag aan de gedeputeerde is hoe verstrekkend hij zijn rol ziet. Wat als er nu geen goede afspraken liggen over de huisvesting van arbeidsmigranten met een gemeente? Wat doet u dan?

03. De toekomst

Voorzitter, dan de toekomst. De Provincie is bij uitstek (mede)verantwoordelijk voor de toekomst van Brabant. Want we hebben de wind in de rug en daar moeten we gebruik van maken. Specifiek ga ik in op stadslogistiek, cultuur en de toekomst van de landbouw.

a. Stadslogistiek

Voorzitter, de bezorging van pakketjes en boodschappen én de bevoorrading van winkels groeit gigantisch. Net als de regels en goede bedoelingen. Maar er is weinig vooruitgang.

  • We spraken met Brabantse ondernemers die gek worden van alle losse regels van gemeenten over bevoorrading. Net na de zomer is gelukkig door de minister één lijn getrokken. Er zijn straks nog maar 2 soorten milieuzones. Het CDA wil er zeker van zijn dat Brabant in al haar steden kiest voor dezelfde soort milieuzone. En wel de groenste die er is. Daarom vragen wij de gedeputeerde daar regie op te nemen.
  • En dan de bestelbusjes: van DHL, PostNL, UPS, GLS, de Jumbo, Albert Heijn die de hele dag door de straten rijden. Al eerder stelden we hier vragen over. Pas is onderzocht dat 80% van de rondjes die gereden worden voor 1 pakketje is. Samenwerken en het bundelen van vracht lijken simpele oplossingen. Maar die vragen lef en veel data-onderzoek. En laten we daar in Brabant nu allebei heel goed in zijn. Wij dienen een motie in voor een Brabantse Green Deal Stadslogistiek. Met een hoge ambitie: in 2025 emissieloos bevoorraden in de B5 steden.

b. Cultuur

Voorzitter, de keuze voor de toekomst van de Philharmonie vonden wij geen goede beslissing. Wij dienen daar een amendement voor in. GroenLinks komt straks met een bijdrage over steun aan ons Noordbrabants Museum. Terecht.

c. Toekomst van de landbouw

Dan de toekomst van de landbouw, die kent veel vraagtekens. Zeker na woensdag. Het is belangrijk dat we als Brabant gaan investeren in innovaties. Zoals 8 nieuwe stalsystemen. Maar we vragen ons af of deze ontwikkelingen én vóóral de erkenning ervan, wel op tijd komen voor de deadline van 2022. Vraag aan de gedeputeerde: wat doet u als blijkt dat de stalsystemen er niet op tijd zijn?

Ook in de stad of in het dorp zijn mooi groene initiatieven als pluktuinen en stadslandbouw. De huidige groensubsidies voor biodiversiteit zijn er alleen niet voor ingericht. Wij willen de gedeputeerde vragen om bij deze subsidies geen verschil te maken tussen stad en platteland.

Verder dienen we een amendement in voor afschaffing van de leges bij faunaschade. Vooral omdat wij, net als veel organisaties van Das&Boom tot de ZLTO, het belangrijk vinden dát er geen drempels zijn voor melden.

Tot slot willen we stilstaan bij 2019 als een bijzonder jaar. 75 jaar bevrijding. Een indrukwekkend moment, een indrukwekkende herdenking en een indrukwekkend programma dat er ligt om 2019 bijzonder te maken. Voor iedereen, groot en klein, dat vinden we belangrijk.

Tot zover, voorzitter, Code Groen. En nu over naar het Degelijke Huishoudboekje van collega Bahar. Want voor niets gaat de zon op.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marianne van der Sloot provinciebegroting 2019 (9 november 2018)

CDA: het is tijd voor Code Groen

Het is tijd voor Code Groen, aldus het CDA in reactie op de begroting 2019 van de provincie Noord-Brabant. Nu het vertrouwen in de politiek laag is, Code Oranje, en sommige ontwikkelingen in onze provincie aanleiding geven tot Code Rood, zou in Brabant een andere wind kunnen gaan waaien.

Voor de hoek waaruit die wind moet komen, doet het CDA vandaag een voorzet tijdens het debat over de provinciebegroting in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. De partij komt met een aantal voorstellen die de begroting op een aantal belangrijke onderdelen aanvult of aanpast.

Meest in het oog springend is het voorstel van het CDA om de stadslogistiek, de bevoorrading van de vijf grootste Brabantse steden, in 2025 emissieloos te laten plaatsvinden. De partij constateert dat de explosieve groei van de pakketbezorging leidt tot meer pakketverkeer in stads- en dorpscentra. Dit leidt tot ongewenste neveneffecten als uitstoot van fijnstof, parkeerproblemen, geluidsoverlast en gevaarlijke verkeerssituaties. Het CDA wil hier paal en perk aan stellen door het sluiten van een Brabantse ‘Green Deal’ tussen de B5-gemeenten, bedrijven, vervoerders, onderwijsinstellingen en consumenten.

Het CDA wil ook dat de provincie twee ton vrij maakt voor een experiment met cameratoezicht, kentekenregistratie en andere robuuste maatregelen tegen (drugs)afvaldumpers in de Biesbosch. Daarnaast pleit het CDA voor een juridische ‘gereedschapskist’ voor gemeentes die verloederde vakantieparken willen aanpakken.

Verder komt het CDA tijdens het begrotingsdebat met een voorstel dat de provincie opdraagt erop toe te zien dat de zorg voor Q-koorts slachtoffers door gemeenten en via belangenvereniging Q-support blijft geborgd. “Hier heeft de overheid een grote verantwoordelijkheid”, vindt fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Het CDA vraagt in het begrotingsdebat ook aandacht voor de slechte bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Op veel Brabantse bedrijventerreinen liggen de banen voor het oprapen, maar zijn deze letterlijk onbereikbaar voor wie niet over een rijbewijs of auto beschikt. Het CDA dringt er bij het provinciebestuur op aan binnen de huidige OV-concessies te gaan kijken hoe dit probleem op korte termijn kan worden opgelost.

Andere voorstellen van het CDA gaan o.a. over versterking van lokale journalistiek, het afschaffen van de leges voor het melden van faunaschade en meer aandacht voor vergrijzing en de doelgroep senioren.

Provinciale Staten debatteren vandaag de gehele dag over de provinciebegroting. Aan het einde van de dag wordt er over de begroting en de door politieke partijen ingediende voorstellen, moties en amendementen, gestemd.

Marianne van der Sloot: “Aan de hand van deze begroting constateren we als CDA dat in Brabant in 2019 e.v. hier en daar de zon doorbreekt, bijvoorbeeld boven Hooipolder, maar dat zonder ingrijpen de kans op Code Oranje en Code Rood reëel blijft. Dat moeten we zien te voorkomen, dus daarom komt het CDA vandaag onder de naam Code Groen met een reeks voorstellen die de weersverwachting voor komend jaar aanzienlijk moet verbeteren: meer zon, minder bewolking, een hogere gevoelstemperatuur en een kleinere kans op neerslag. Tijd voor Code Groen.”

Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Europees Hof van Justitie

Schriftelijke vragen van Statenleden Marianne van der Sloot (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) over de vernietigende uitspraak van het Europees van Hof van Justitie over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de gevolgen voor de provincie Noord-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de PAS-uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Geacht college,

Het Europees Hof van Justitie heeft vandaag uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Kort samengevat gaat de PAS onderuit, omdat er geen maatregelen mogen worden genomen als de verwachte voordelen van die maatregelen niet vaststaan ten tijde van de beoordeling.

Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor de landbouw, industrie en infrastructuur. De precieze impact kunnen wij op dit moment niet inschatten. Uit uitlatingen van het ministerie begrijpen wij dat de vergunningverlening naar alle waarschijnlijkheid per direct moet worden stopgezet.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Wilt u ons op zo kort mogelijke termijn informeren over de impact van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie voor de Brabantse landbouw, industrie en infrastructuur?

En omdat u ongetwijfeld al heeft nagedacht over de consequenties van deze uitspraak:
 
02. Wat is uw Plan B? En hoe ziet u de voortgang van de diverse lopende trajecten?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag zo spoedig mogelijk tegemoet, d.w.z. vóór de behandeling van de provinciebegroting a.s. vrijdag 9 november.

Bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de fracties van het CDA en de ChristenUnie-SGP,

Marianne van der Sloot (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP)

CDA Brabant presenteert kandidatenlijst – Van der Sloot voorgedragen als lijsttrekker

Kandidatenlijst met sterk regionaal karakter

Het CDA in de provincie Noord-Brabant draagt Marianne van der Sloot voor als lijsttrekker voor de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar. Vandaag presenteert de partij de eerste dertig namen op de concept-kandidatenlijst, met Van der Sloot als nummer 1. Van der Sloot is al drie jaar fractievoorzitter van het CDA in de Brabantse Staten en voerde ook bij de verkiezingen in 2015 de provinciale CDA-lijst aan. Ze woont in ’s-Hertogenbosch.

Op de tweede plaats staat Renze Bergsma, CDA-wethouder uit Woudrichem en al eerder Statenlid in de periode 2003-2009. Zittend Statenlid Ankie de Hoon, afkomstig uit Etten-Leur, staat op plaats 3.

De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Marcel Deryckere uit Tilburg en Tanja van de Ven uit Beek en Donk. Deryckere is sinds 2015 Statenlid, melkvee-/varkenshoudster Van de Ven is de hoogste nieuwkomer. Kees de Heer uit Eindhoven, nu ook Statenlid, staat op plaats 6.

Nieuwkomers zijn Marcel Thijssen uit Beers (plaats 7), Jürgen Stoop uit Bergen op Zoom (plaats 8), John Bankers uit Asten (plaats 9) en Ria van der Hamsvoord uit Wintelre (plaats 10). Zij maken de top 10 van het CDA Brabant compleet.

De lijst vervolgt met Coen Hendriks uit Erp op plaats 11, Huseyin Bahar uit Helmond op plaats 12, Ezra Leeger uit Nistelrode op plaats 13, Jan Paantjens uit Oud Gastel op plaats 14 en Wendy van Ooijen uit Woudrichem op plaats 15.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijst, waarvoor ik de kandidaatstellingscommissie hartelijk wil bedanken. Het is een echte Brabantse lijst geworden, waarop alle regio’s vertegenwoordigd zijn en waarin elke Brabander zich zou kunnen herkennen. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, man en vrouw, jong en oud, stad en platteland.”

De kandidaatstellingscommissie bestond uit Frank van der Meijden, Judith Keijzers-Verschelling, Jeroen Bruijns en Otto Dieleman. Zij spraken in de afgelopen maanden met tientallen kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijst samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijst ongewijzigd overgenomen.

De concept-kandidatenlijst wordt nu verstuurd aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant, die wijzigingsvoorstellen kunnen indienen op deze lijst. Tijdens de algemene ledenvergadering op 24 november a.s. stellen de Brabantse CDA-leden de lijst definitief vast.

Hieronder vindt u de eerste dertig namen op de concept-kandidatenlijst.

CONCEPT-KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

PLAATS

KANDIDAAT

WOONPLAATS

1 Marianne van der Sloot ‘s-Hertogenbosch
2 Renze Bergsma Woudrichem
3 Ankie de Hoon Etten-Leur
4 Marcel Deryckere Tilburg
5 Tanja van de Ven-Vogels Beek en Donk
6 Kees de Heer Eindhoven
7 Marcel Thijssen Beers
8 Jürgen Stoop Bergen op Zoom
9 John Bankers Asten
10 Ria van der Hamsvoord Wintelre
11 Coen Hendriks Erp
12 Huseyin Bahar Helmond
13 Ezra Leeger Nistelrode
14 Jan Paantjens Oud Gastel
15 Wendy van Ooijen Woudrichem
16 Roel Eerden Vught
17 Jenny Schram-Wouterse Chaam
18 Yannick Lataster ‘s-Hertogenbosch
19 Jeltje Straatman Bladel
20 Frans Wouters Overloon
21 Tom Reesing Sint-Michielsgestel
22 Erik Groothoff Nuenen
23 Eduard Kerssemakers Waalre
24 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
25 Thomas Hoogeboom Rosmalen
26 Philip van Gils Waalre
27 Willem van Rosmalen Rosmalen
28 Wilfried Hermans Mill
29 Herbertine Buiting-Klerk Sint-Michielsgestel
30 Ben van de Leur Heeze