Voor CDA-raadsleden: Meet&Greet met de Provinciale Statenfractie op 07/09

De Provinciale Statenfractie nodigt alle (burger)raadsleden van het CDA in Noord-Brabant uit voor inhoudelijke Meet&Greet op het Provinciehuis op vrijdagmiddag 7 september 2018.

Nu in alle Brabantse gemeenten de colleges zijn gevormd en de raden aan het werk gegaan, lijkt het de Statenfractie goed en zinvol om nader kennis te maken en van gedachten te wisselen over thema’s die lokaal en provinciaal actueel zijn.

Samenwerken zit in de genen van het CDA en het zou mooi zijn wanneer raads- en Statenleden elkaar in de komende jaren, waar nodig en gewenst, weten te vinden én kunnen versterken.

Hiertoe zijn alle raadsleden, maar ook burgerraadsleden en andere geïnteresseerden, van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende programma:

13.00-13.30 uur: Inloop + Ontvangst met koffie/thee

13.30-13.45 uur: Opening door fractievoorzitter Marianne van der Sloot

14.00-14.45 uur: 1ste Ronde deelsessies*

  • Deelsessie Arbeidsmarkt & Arbeidsmigranten
  • Deelsessie Landbouw
  • Deelsessie Ondermijning

15.00-15.45 uur: 2de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Wonen
  • Deelsessie Omgevingswet
  • Deelsessie Zichtbare fractie

16.00-16.45 uur: 3de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Energie
  • Deelsessie Leefbaarheid/Sociaal domein
  • Deelsessie Verkeer & Vervoer

17.00-18.00 uur: Netwerkborrel

* Elke deelsessie wordt kort ingeleid en gemodereerd door een of twee Statenleden. De deelsessie Zichtbare fractie wordt verzorgd door fractiemedewerker Ernst van Welij.

Deelname aan dit programma is kosteloos. Locatie is het Provinciehuis te ’s-Hertogenbosch (adres: Brabantlaan 1), alwaar gratis parkeren mogelijk is op het parkeerterrein voor bezoekers aan de voor- of achterzijde van het gebouw (doorrijden tot de slagbomen, melden bij de intercom en de slagbomen gaan omhoog).

Aanmelden kan tot 3 september a.s. door een e-mail te sturen naar evwelij@brabant.nl. Vermeldt bij aanmelding s.v.p. de gemeente/afdeling, het aantal personen dat meekomt én hun namen.

De Statenleden hopen zoveel mogelijk (burger)raadsleden op 7 september te ontmoeten. Wie vragen heeft, kan contact opnemen met fractiemedewerker Ernst van Welij via evwelij@brabant.nl.

Punt van aandacht: parallel aan dit programma voor (burger)raadsleden wordt waarschijnlijk ook een sessie met en voor afdelingsbestuurders (o.a. voor afdelingssecretarissen) gehouden. Zij ontvangen hiervoor een separate uitnodiging.

CDA: hoe kwetsbaar zijn onze kleine vliegvelden voor criminaliteit?

Het CDA vraagt zich af hoe kwetsbaar de kleine vliegvelden in Brabant zijn voor criminaliteit en heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het provinciebestuur. Het betreft de kleine, regionale burgerluchthavens Breda International Airport (gelegen in Bosschenhoofd, gemeente Halderberge) en Kempen Airport (gelegen in Budel, gemeente Cranendonck). Beide vallen onder bevoegdheid van de provincie.

Aanleiding voor de vragen is een signaal vanuit de Koninklijke Marechaussee eerder dit jaar, die waarschuwde voor het gebrek aan toezicht op de elf kleine luchthavens die Nederland telt. Omdat hier geen permanent, dat wil zeggen 24/7, fysiek toezicht aanwezig is, zouden deze vliegvelden gevoelig zijn voor criminele activiteiten. Bijvoorbeeld mensenhandel en drugssmokkel.

Op 23 mei jl. debatteerde de Tweede Kamer op initiatief van Kamerlid Van Toorenburg (CDA) over deze kwestie. Uit dit Kamerdebat kwam o.a. naar voren dat er op dit moment weinig zicht is op evt. ondermijnende criminaliteit bij kleine luchthavens. Duidelijke cijfers ontbreken. Het CDA in Provinciale Staten wil weten of Brabant risico loopt en stelt het provinciebestuur de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de signalen zoals die eerder dit jaar zijn afgegeven door de Marechaussee?

02. Wat is het actuele regionale ondermijningsbeeld voor de kleine, regionale burgerluchthavens in Brabant, Breda International Airport en Kempen Airport? Zijn u incidenten bekend?

03. Is er op beide vliegvelden sprake van 24/7 fysiek toezicht? Indien niet, leidt dit volgens u tot een verhoogd risico op criminele, ondermijnende activiteiten?

04. Wie is of zijn in Brabant verantwoordelijk voor het toezicht en de veiligheid op en rond kleine vliegvelden (zowel in beleid, uitvoering als financieel)?

Als CDA Brabant hebben wij recent gepleit voor meer robuuste, onorthodoxe maatregelen in de strijd tegen (drugs)criminelen, zoals cameratoezicht en kentekenregistratie bij de toegang tot natuurgebieden (bijvoorbeeld de Biesbosch of de Loonse en Drunense Duinen).

05. Hoe staat u tegenover permanent cameratoezicht op en rond kleine vliegvelden (zodat we zicht hebben op wie zich daar ophoudt)?

Via de campagne Eyes & Ears roept de Marechaussee de hulp in van omwonenden, piloten en vliegveldpersoneel bij het signaleren van verdachte situaties rondom kleine vliegvelden.

06. Wat zijn de status en resultaten van deze campagne, in het bijzonder t.a.v. de kleine, regionale burgerluchthavens in Brabant? Bent u evt. bereid deze campagne een nieuwe impuls en de nodige publiciteit te geven, om zo (nog) meer bewustwording en waakzaamheid onder omwonenden van kleine vliegvelden te creëren?

Statenlid Marcel Deryckere (CDA): “Gegeven de signalen uit de Marechaussee vragen wij ons af hoe kwetsbaar de kleine vliegvelden in Brabant zijn voor criminaliteit. Immers: overheidsdiensten zijn niet permanent op kleine vliegvelden aanwezig, de terreinen zijn een groot deel van de tijd onbewaakt en soms relatief eenvoudig binnen te dringen. Wanneer er inderdaad sprake is van een, verhoogd, risico op criminele activiteiten op en rond deze vliegvelden, is het belangrijk dat we dat weten én ernaar kunnen handelen.”

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over criminaliteit kleine vliegvelden.

Schriftelijke vragen over aflopen subsidieregeling drugsdumpingen

Schriftelijke vragen van Statenleden Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) en Marcel Deryckere (CDA) over het aflopen van de subsidieregeling drugsdumpingen en sporenonderzoek naar dumpingen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over aflopen subsidieregeling drugsdumpingen en sporenonderzoek naar dumpingen.

Geacht college,

In 2015 spraken de provincies in een convenant met het Rijk af, dat via een subsidieregeling maximaal de helft van de opruimkosten voor drugsdumpingen konden worden verhaald. Provinciale Staten Noord-Brabant hebben er sindsdien meermaals bij u op aangedrongen om de regeling structureel te maken én te verruimen voor particulieren. Nu blijkt echter dat de regeling in 2018 afloopt en alléén aanvragen m.b.t. dumpingen in 2017 nog kunnen worden ingediend en vergoed. Elke particulier die in 2018 te maken kreeg met dumping op zijn terrein moet dus zélf opdraaien voor de volledige opruimkosten. De fracties van de ChristenUnie-SGP en het CDA vinden dat onacceptabel. Wij stellen u dan ook de volgende vragen:

01. Klopt het dat de subsidieregeling opruimkosten drugsdumpingen per 1 september a.s. afloopt en kosten voor het opruimen van dumpingen in 2018 niet meer voor vergoeding in aanmerking komen?

02. Op welk wijze hebt u hier de gemeenten, terreinbeheerders en andere betrokkenen over geïnformeerd?

03. Hoeveel dumpingen hebben er tot nu toe in 2018 plaatsgevonden? Kunt u een indicatie geven van de opruimkosten van het opruimen van deze dumpingen?

04. Ziet u met ons het gevaar van het ontbreken van een rechtvaardige vergoedingsregeling als gevolg waarvan grondeigenaren het gedumpte spul eigenhandig gaan verwijderen teneinde niet voor de opruimkosten te hoeven opdraaien?

05. Bent u bereid om de regeling ook voor het lopende jaar overeind te houden, desnoods vanuit eigen provinciale middelen?

06. Bent u bereid om particulieren een 100% vergoeding van de opruimkosten te geven en deze vergoeding ook binnen drie maanden na het maken van de kosten uit te keren?

Tijdens de bijeenkomst ‘Ontmoeting in het Groen’ eerder dit jaar ontvingen wij signalen dat er steeds minder sporenonderzoek naar dumpingen plaatsvindt. Kennelijk ligt de prioriteit bij de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) niet bij drugsdumpingen. Slechts het vaststellen van de inhoud van de dumping, noodzakelijk voor het indienen van de subsidieaanvraag opruimkosten drugsdumpingen, zou onderwerp van onderzoek zijn. Nader sporenonderzoek heeft geen prioriteit.

07. Herkent u dit geschetste beeld?

08. Vindt u net als wij dat bij elke dumping sporenonderzoek dient plaats te vinden om de pakkans van de criminelen te vergroten?

09. Welke acties hebt u ondernomen en gaat u ondernemen om het sporenonderzoek naar dumpingen hoger op de prioriteitenlijst van het LFO te krijgen?

10. Deelt u onze zorgen dat, wanneer er geen regeling voor de opruimkosten meer is, de aangiftebereidheid van grondeigenaren, en daarmee de mogelijkheden voor onderzoek en de pakkans voor criminelen, zal afnemen?

Zowel het geruisloos aflopen van de subsidieregeling opruimkosten drugsdumpingen als de verminderde prioriteit voor sporenonderzoek roept bij ons de vraag op of er geen verslapping plaatsvindt in de strijd tegen de drugscriminaliteit in Brabant. En dat baart de fracties van ChristenUnie-SGP en het CDA grote zorgen.

11. Deelt u die zorgen?

12. Welke acties gaat u ondernemen om de strijd tegen drugscriminaliteit en dumpingen op volle sterkte te blijven voeren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de fracties van ChristenUnie-SGP en het CDA,

Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) en Marcel Deryckere (CDA)

CDA: provincie moet zich aansluiten bij antidrugscoalitie Oost-Brabant

Het CDA wil dat de provincie zich aansluit bij de antidrugscoalitie in Oost-Brabant en deze helpt uit te breiden naar álle Brabantse gemeenten. De partij heeft het onderwerp op de agenda laten zetten van de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, die a.s. vrijdag 15 juni plaatsvindt.

Begin deze week berichtte o.a. Omroep Brabant dat veertig gemeenten in Oost-Brabant een gezamenlijke antidrugscampagne starten onder de titel ‘Drugs? Die kunnen we hier niet gebruiken’1. Doel van dit initiatief is om de normalisering van drugs tegen te gaan en jongeren bewust te maken van de risico’s en negatieve gevolgen van drugsgebruik.

“Want drugsgebruik is niet normaal”, aldus Statenlid Marcel Deryckere (CDA). “Drugs zijn ongezond, maken verslaafd en zorgen voor overlast en gevaarlijkste situaties. Het is schrikbarend hoeveel Brabantse jongeren al op jonge leeftijd met drugs worden geconfronteerd. Alle reden dus om in actie te komen en de krachten te bundelen. Wanneer we meer jongeren kunnen overtuigen af en weg te blijven van drugs, treffen we ook de producenten. Daarmee zijn we er nog niet, want veel in Nederland geproduceerde drugs zijn bestemd voor het buitenland. Maar helpen doet het wel. We moeten af van het romantische, alledaagse imago van drugs.”

Van het college van Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, wil het CDA o.a. het volgende weten:

  1. Herkent u het beeld dat het drugsgebruik onder Brabantse jongeren schrikbarend hoog is?
  2. Wat vindt u van de normalisering van drugs?
  3. Hoe gaat u om met deze ontwikkelingen gegeven het provinciaal belang en de provinciale verantwoordelijkheid rondom bijvoorbeeld drugsdumpingen?
  4. Wat doet de provincie op dit moment al om drugsgebruik in Brabant tegen te gaan?
  5. Is de provincie bereid zich aan te sluiten bij de coalitie van 40 gemeenten, Novadic-Kendron, GGD, politie en jongerenwerk?

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Marcel Deryckere over verbetering bewegwijzering Loonse en Drunense Duinen

Statenlid Marcel Deryckere stelde op 18 mei 2018 mondelinge vragen aan het provinciebestuur, waarin hij pleit voor verbetering van de bewegwijzering naar de Loonse en Drunense Duinen (lees meer door hier te klikken).

Radiomaker Erik van Vliet, werkzaam voor o.a. Langstraat FM, interviewde Marcel over zijn oproep. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

CDA: “Verbeter bewegwijzering Loonse en Drunense Duinen”

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant extra bewegwijzering richting de Loonse en Drunense Duinen mogelijk maakt, zodat toeristen en recreanten het natuurgebied beter weten te vinden. Statenlid Marcel Deryckere heeft hiertoe mondelinge vragen aangemeld voor de vergadering van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, die vanmiddag plaatsvindt.

Al geruime tijd proberen de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen om óók bij de afslag Loon op Zand aan de N261 bewegwijzering naar de Loonse en Drunense Duinen toe te voegen. De gemeente Loon op Zand is bereid de kosten hiervan op zich te nemen gelet op het belang van toerisme en recreatie voor de regio.

Tot op heden staat de provincie deze extra bewegwijzering echter niet toe. Als reden geeft zij dat het ‘onmogelijk’ zou zijn om op een weg tweemaal te verwijzen naar dezelfde locatie. Echter, mede als gevolg van provinciaal beleid zijn er twee verschillende Natuurpoorten (startpunten voor fiets- en wandelroutes door de Brabantse natuur) om naar te verwijzen: Natuurpoort Herberg Manege van Loon én Natuurpoort De Roestelberg.

Deryckere wil van het provinciebestuur het volgende weten:

  1. Waarom weigert de provincie de bewegwijzering aan te passen?
  2. Is de provincie het met het CDA eens dat de bekend- en bereikbaarheid van Natuurpoorten voor Brabant van groot belang is?
  3. Begrijpt de provincie vanuit recreatie- en bereikbaarheidsperspectief het belang van de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen om naar beide Natuurpoorten te kunnen verwijzen?
  4. Waarom is het niet mogelijk om naar beide Natuurpoorten, Herberg Manege van Loon en De Roestelberg, te verwijzen in de bewegwijzering op de N261?

Deryckere: “Dit lijkt een typisch voorbeeld van een provinciale regel die een praktische oplossing onnodig in de weg zit. Als CDA hopen we dat de verantwoordelijke gedeputeerde dat óók vindt en hij de weg vrijmaakt voor de extra bewegwijzering waar de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen terecht om vragen.“

Schriftelijke vragen over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt, René Kuijken en Marcel Deryckere over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen.

Geacht college,

Deze week kopte het Brabants Dagblad dat de politie in Brabant een extra toename van lozingen van drugsafval verwacht met name in afgelegen natuurgebieden. De extra dumpingen zouden te maken hebben met de extra productie van drugs vanwege de start van het festivalseizoen.

Dergelijke dumpingen zijn niet alleen slecht voor het milieu, maar leveren ook een gevaar op voor de volksgezondheid. Daarnaast zien wij ook een toenemend veiligheidsrisico voor onze inwoners, omdat drugsdumpers steeds brutaler worden en zich nietsontziend gedragen. Je zult als argeloze bezoeker in een afgelegen Brabants natuurgebied maar bij toeval op dumpende criminelen stuiten.

Inmiddels is ons en u genoegzaam bekend dat het toezicht in deze gebieden verre van optimaal is.

Hoewel het CDA de inspanningen van de provincie om dit probleem aan te pakken waardeert, zien wij toch nog een aantal mogelijkheden die zouden kunnen helpen. 

Wij zouden graag zien dat uw college in overleg met politie en gemeenten enkele experimenten opzet met alternatieve vormen van toezicht ter bestrijding van het dealen in en dumpen van drugs. Wij denken hierbij specifiek aan het plaatsen van camerapoorten. Een natuurgebied als de Biesbosch met slechts enkele toegangswegen zou zich wat ons betreft hiervoor prima lenen. Maar ook bij andere natuurgebieden, zoals de Loons en Drunense Duinen, zou dit een mogelijkheid kunnen zijn. Een andere variant is het inzetten van drones. Al eerder heeft onze fractie deze suggestie bij u neergelegd.

Gelet op het bovenstaande hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Herkent u het door de politie geschetste beeld?
  2. Bent u het met ons eens dat we ons niet bij deze dreigende werkelijkheid mogen neerleggen?
  3. Bent u er, net als wij, voor in om wellicht minder orthodoxe maatregelen te treffen die dit probleem aanpakken?
  4. Ziet u mogelijkheden voor cameratoezicht en de inzet van drones? En indien ja, welke Brabantse gebieden zouden hier volgens u voor in aanmerking komen?
  5. Welke stappen heeft u inmiddels gezet naar aanleiding van onze eerder gedane suggesties ten aanzien van de inzet van drones?
  6. Welke andere (innovatieve/onorthodoxe) maatregelen ziet u bij de bestrijding van drugsdumpingen tot de mogelijkheden behoren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt, René Kuijken en Marcel Deryckere

Schriftelijke vragen over het moeten betalen voor de Biesbosch

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt (CDA), Marcel Deryckere (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) over het voornemen van het Parkschap Nationaal Park De Biesbosch om te moeten gaan betalen voor de Biesbosch.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het moeten betalen voor de Biesbosch.

Geacht college,

Via de media moesten wij vernemen van het voornemen van de directeur van het Parkschap Nationaal Park De Biesbosch om voor bezoek aan dit gebied geld te vragen van de bezoeker. Wat CDA en ChristenUnie-SGP betreft een slecht idee.

Natuur moet wat ons betreft gratis toegankelijk blijven: wij willen geen klassennatuur. Niet in Brabant, niet in Altena.

Gelet op het bovenstaande hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Bent u op de hoogte van het voornemen van het Parkschap om entree te heffen?

02. Wat vindt u van dit voornemen gelet op uw ambitie, inspanningen en investeringen om van Brabant een aantrekkelijke, recreatieve provincie te maken?  

03. Hoe verhoudt het bovenstaande zich met deze ambities?

In een interview noemt de directeur van het Parkschap “geld als grote uitdaging voor de Biesbosch”1.

04. Bent u het met CDA en ChristenUnie-SGP eens dat toezicht, ter voorkoming/bestrijding van bijvoorbeeld drugscriminaliteit, dé grote uitdaging voor de Biesbosch is?

05. Kan het onzalige voornemen om te moeten pinnen voor natuurbeleving in de toekomst voor meer Brabantse natuurgebieden gelden?

06. Wat kunt u als provincie doen om dit te voorkomen?  

07. Hebt u, gelet op het bovenstaande, inmiddels geen spijt dat u als provincie per 1 januari uit het Parkschap bent gestapt? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de fractie van het CDA,                 

Roland van Vugt en Marcel Deryckere

Namens de fractie van ChristenUnie-SGP,

Hermen Vreugdenhil

1 Zie https://www.ad.nl/economie/proef-met-betalen-in-biesbosch~ac83b8b5/.

Te weinig steun voor financiële hulp aan VKK en ‘t Heft

De Vereniging Kleine Kernen (VKK) en Stichting ’t Heft krijgen vooralsnog geen financiële hulp van de provincie Noord-Brabant. De netwerkorganisaties hebben financiële problemen en worden in hun voortbestaan bedreigd. Na mei van dit jaar zouden zij hun taken niet meer kunnen uitvoeren.

De Vereniging Kleine Kernen behartigt de belangen van de kleine dorpen en het platteland in Noord-Brabant. Stichting ’t Heft is een platform voor gemeenschapshuizen. Beide hebben honderden leden, zoals wijk-/dorpsraden, bewonersverenigingen en buurthuizen.

Vanaf 2016 kunnen de VKK en ’t Heft, die draaien op vrijwilligers, niet meer rekenen op jaarlijkse financiële steun van de provincie, een afspraak uit het Bestuursakkoord 2015-2019.

Gegeven de problemen waarmee de VKK en ’t Heft nu te maken hebben, deed het CDA afgelopen vrijdag, samen met een aantal andere oppositiepartijen, twee voorstellen om de VKK en ’t Heft alsnog financieel te helpen. Dit gebeurde tijdens het debat over de perspectiefnota, een terug- en vooruitblik op hoe Brabant ervoor staat.

Het eerste voorstel voorzag in meerjarige ondersteuning, zodat de VKK en ’t Heft een vaste begroting zouden kunnen maken en op projectbasis deelnemen aan provinciale projecten. In het tweede voorstel was sprake van eenmalige steun in 2018, door niet gebruikt budget uit 2017 voor dit jaar beschikbaar te stellen. Voor alle twee de voorstellen bleek te weinig draagvlak in Provinciale Staten, het Brabantse parlement.

Statenlid Marcel Deryckere (CDA):

“Hopelijk vindt de provincie een andere oplossing waarmee de Vereniging Kleine Kernen en ’t Heft zijn geholpen. Beide hebben honderden leden en vertegenwoordigen duizenden Brabanders. Het zijn organisaties die dicht bij mensen staan, goed op de hoogte zijn wat lokaal speelt én een grote uitvoeringskracht kennen. Juist op die plaatsen in onze provincie waar de leefbaarheid onder druk staat, zoals in dorpen en kleine kernen. De provincie moet er ook voor hen zijn.”