CDA: D66-actie is middelvinger tegen boeren, boswachters en burgemeesters

D66-jongeren die nep XTC-pillen uitdelen aan gezinnen met kinderen is niet alleen een slecht voorbeeld voor de jeugd, maar óók een middelvinger tegen boeren, boswachters, burgemeesters en al die andere Brabanders die dagelijks worden geconfronteerd met de schadelijke gevolgen van drugsgebruik en -productie in onze provincie. Dat vinden CDA’ers Marcel Deryckere, Statenlid uit Tilburg, en Tom Berendsen, kandidaat-Europarlementariër uit Breda, in reactie op de actie van de Jonge Democraten in de Eindhovense binnenstad. “Een belediging van alle mensen die proberen, soms met gevaar voor eigen leven, onze provincie gezonder, schoner en veiliger te maken. Een uitnodiging aan pillenmakers om door te blijven gaan met hun praktijken. Een aanmoediging aan jongeren om eens een pilletje te proberen. De omgekeerde wereld dus.”

Net als veel leden van moederpartij D66 denken de Jonge Democraten dat de legalisering van drugs als wiet en XCT, een harddrug, alle drugsproblemen oplost. “Absolute onzin”, aldus Deryckere. “Ook een legale, gecontroleerde XTC-pil blijft een XTC-pil, waaraan je dood kunt gaan. Een sluipmoordenaar waarvan je niet moet willen dat het gebruik ervan normaal wordt. Een hoge kwaliteit XTC-pil bestaat niet, het is rotzooi.”

Het CDA heeft in zijn verkiezingsprogramma dan ook een stevige anti-drugsparagraaf opgenomen, met maatregelen die de productie, handel én het gebruik van drugs moeten tegengaan. Niet alleen door geld vrij te maken voor extra menskracht, maar ook door inzet van ‘onortodoxe’ middelen als drones, kentekenregistratie en camera’s. En door grondeigenaren de opruimkosten voor gedumpt drugsafval 100% te vergoeden, iets waar het CDA al jaren voor pleit.

“De strijd tegen drugs, hun producenten en afzetmarkt win je niet door drugs legaal te maken. Kijk naar de recente berichten over illegale sigarettenfabrieken, gerund door criminele bendes. De sigaret is een legaal product, maar het illegale circuit is blijven bestaan. Wat zegt dat over de slagingskans van bijvoorbeeld de wietproef?” Aldus Deryckere, die deze vraag afgelopen vrijdag voorlegde aan het provinciebestuur. “Als overheid willen sturen op het gehalte THC of MDMA is kansloos. Zijn immers de gewenste effecten voor de gebruiker minimaal of afwezig, dan blijft er voor criminelen een prikkel bestaan om drugs met hogere doses THC of MDMA, met meer merkbare effecten, op de markt te brengen.”

Die strijd tegen de drugsindustrie moet volgens het CDA internationaal worden gevoerd, want veel in Nederland geproduceerde drugs gaan naar het buitenland en criminaliteit stopt niet bij de grens. Daar iets tegen doen vraagt goede samenwerking in de grensregio’s, met onze buurlanden en in de Europese Unie.

Berendsen, EU-kandidaat voor het CDA: “Ondermijning met drugsgeld in Brabantse dorpen en steden is een groot gevaar waar onze burgemeesters dagelijks tegen vechten. Mensen in het buitengebied staan onder grote druk van criminelen die ruimte zoeken voor hun illegale praktijken. Ook de opruimkosten van het afval zijn enorm en komen voor rekening van gewone mensen en onze samenleving. Dat ene pilletje is zo onschuldig dus niet. In plaats van legaliseren is een sterke, grensoverschrijdende aanpak nodig. Dan helpt het als je partij ook Europese bondgenoten heeft en de lijnen tussen Brabant en Brussel kort zijn.”

Deryckere en Berendsen roepen de D66-jongeren op een keer in een verslavingskliniek te gaan kijken en te zien waartoe een drugsverslaving, die soms klein begint en onschuldig lijkt, kan leiden. “In plaats van te moeten faciliteren dat je je drugs kan testen, kunnen we er beter voor zorgen dat je niet aan drugs begint én er niet aan kan komen. Dat ene pilletje staat niet op zichzelf. Er zijn steeds meer pilletjes nodig voor hetzelfde effect, en dus kunnen jongeren in een glijdende schaal belanden met alle gevolgen van dien voor zichzelf en hun familie. Van maatschappelijk betrokken jongeren zoals die van D66 zouden we juist verwachten dat ze hun leeftijdsgenoten wijzen op de gevaren in plaats van het gebruik aan te moedigen.”

CDA Brabant op werkbezoek in Wanroij, Boekel en Mill

Het CDA Brabant brengt op vrijdag 8 februari a.s. een werkbezoek aan Wanroij, Boekel en Mill. Aan dit werkbezoek, georganiseerd door het CDA in het Land van Cuijk, nemen o.a. Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker), Marcel Thijssen (kandidaat-Statenlid, regio Land van Cuijk), Tanja van de Ven-Vogels (kandidaat-Statenlid, woordvoerder landbouw), Ankie de Hoon (zittend Statenlid, woordvoerder verkeer & vervoer) en Tom Berendsen (kandidaat-Europarlementariër) deel.

Het werkbezoek staat in het teken van de agrarische sector. Zo staan op het programma een kennismaking met een kringlooplandbouw-bedrijf, een bezoek aan een duurzame bloembollenteler én een ontmoeting met een gestopte rundveehouder.

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot:

“Wij zijn blij met de uitnodiging voor dit werkbezoek. In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Neem bijvoorbeeld het veehouderijbesluit uit 2017, dat de sector hard heeft geraakt. Van de ene op de andere dag moesten boeren zes jaar eerder dan afgesproken voldoen aan nieuwe milieueisen. Voor veel familiebedrijven een onmogelijke opgave en destijds voor het CDA reden om tegen het besluit te stemmen. Nu zijn we anderhalf jaar verder en worden de gevolgen van het besluit merkbaar. Over hoe dit uitpakt voor de agrarische ondernemers in het Land van Cuijk en aan de Peelrand, laten we ons graag ter plekke informeren.”

Het CDA is vóór duurzame landbouw, maar tegen onrealistische deadlines en negatieve effecten, zo schrijft de partij in haar verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart a.s. Blijken bijvoorbeeld de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen niet op tijd ontwikkeld en goedgekeurd te zijn, dan moet de provincie dat besluit wat het CDA betreft herzien.

Kandidaat-Statenlid Marcel Thijssen (CDA), afkomstig uit Cuijk:

“De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, voor het Land van Cuijk en de Peelregio. Net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Het werkbezoek start om 09.00u en duurt tot 14.30u. Om 13.30 uur is er een persmoment bij het voormalige rundveebedrijf van de familie Meulepas aan de Heufseweg 9 te Mill. Eenieder met belangstelling is uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn en de CDA-kandidaten beter te leren kennen.

CDA over stalbranden: provincie moet boeren helpen en beschermen

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant door stalbranden getroffen boeren helpt en beschermt. Helpen om er weer bovenop te komen én beschermen tegen activisten die hen en hun families bedreigen en belagen.

Aanleiding is de brand op een boerderij in Biezenmortel vorige week, die nadien werd beklad door activisten. Sindsdien houden buurtbewoners houden de wacht om te voorkomen dat zich nieuwe incidenten voordoen. Hulde voor de buurt, maar natuurlijk van de zotte dat zulke maatregelen nodig zijn, vindt het CDA, dat de actie richting de boer scherp veroordeelt. “Dit is niet de manier waarop we in Brabant met elkaar horen om te gaan. Het leed is zo al groot genoeg.” Aldus kandidaat-Statenlid Tanja van de Ven-Vogels (CDA).

Behalve voor hulp en bescherming pleit het CDA er óók voor dat de provincie met boeren meedenkt over maatregelen die kunnen helpen stalbranden te voorkomen. Hiertoe zou het Brabantse provinciebestuur moeten aansluiten bij een voorstel van Tweede Kamerlid Jaco Geurts (CDA)1, dat de regering verzoekt om samen met de sector in kaart te brengen welke snelle detectiesystemen rondom brand er mogelijk zijn in technische ruimten van veehouderijbedrijven én welke kosten daarmee gemoeid zijn. De Tweede Kamer nam dit voorstel vorige maand met een ruimte meerderheid aan (alleen de Partij voor de Dieren stemde tegen).

Van de Ven-Vogels (CDA): “Stalbranden zijn een drama voor mens en dier. Dieren komen om en de houder en zijn familie zien hun levenswerk in vlammen opgaan. Het leed voor alle betrokkenen is onbeschrijflijk groot. Als CDA pleiten wij ervoor dat de overheid dan naast de boeren gaat staan en niet tegenover hen. Dat zij hen bijstaat, helpt en beschermt. Als een goede buurman.”

Als het aan het CDA ligt, komt er in de provinciebegroting voor 2020 geld beschikbaar om boeren te helpen brandpreventie maatregelen te nemen. Van de Ven-Vogels: “Het kan niet zo zijn dat de provincie zich alleen druk maakt als het milieu in het geding is, maar niet thuis geeft als zich drama’s van deze aard en omvang voordoen.”

1 Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2019Z01232&did=2019D02767.

Opinie Marianne van der Sloot c.s. – ‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

Opinie van Marianne van der Sloot en 11 andere CDA-lijsttrekkers in dagblad De Telegraaf d.d. 5 februari 2019.

‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

De plannen van de klimaattafels getuigen niet van realisme en gezond verstand. Dat stellen de twaalf CDA-lijsttrekkers voor de Provinciale Statenverkiezingen. In de week van het klimaatdebat in de Kamer en het eigen partijcongres, stellen zij vier voorwaarden aan het Klimaatakkoord.

Klimaat is een belangrijk thema in de campagne voor de provinciale verkiezingen. Dat is terecht. Om de doelen van Parijs te halen, zijn de provincies van cruciaal belang. Als CDA lijsttrekkers van de twaalf provincies onderschrijven wij de doelen en zien wij veel kansen voor onze provincies. Maar om Parijs te halen is meer realisme en gezond verstand nodig in de uitvoering. Daarin schieten de plannen van de klimaattafels tekort. Daarom stellen wij vier voorwaarden aan het definitieve akkoord.

Een succesvolle klimaataanpak vraagt allereerst om draagvlak in plaats van doordrukken. Bij de presentatie van het concept-klimaatakkoord is te veel mist ontstaan over de werkelijke klimaatopgave. Het debat is gekaapt door felle voor- en tegenstanders, door drammers en sceptici. Maar door mensen alleen bezorgd of boos te maken komt een oplossing niet dichterbij. De keuzes zijn lastig, zoals we zien in discussies over windmolens. Iedereen weet dat ze nodig zijn, maar niemand wil ze in de achtertuin.

Veel van de zorgen gaan over de rekening van de klimaataanpak. Die zorgen zijn terecht. Voor veel mensen is een nieuwe elektrische auto nog lang geen haalbaar alternatief. Zij zijn al blij met een degelijke tweedehands, die ook de komende jaren nog vaak op benzine rijdt. Ook de plannen om huizen te isoleren en van het gas af te halen vragen om grote investeringen, bovenop de hogere energierekening die mensen dit jaar al betalen. Daarom moeten we zorgen dat de veranderingen voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn.

In de derde plaats pleiten wij voor een realistischer tempo in de uitvoering. De klimaatplannen zijn geformuleerd voor 2030 en 2050. We hebben dus een generatie de tijd om alle doelen te realiseren. Die tijd moeten we nuttig gebruiken, door nu te doen wat kan en nodig is en andere maatregelen uit te smeren over de komende decennia. Dat geeft een realistisch perspectief, maar schept ook ruimte om maximaal te profiteren van de innovatie en de technologische vooruitgang. Ook de markt levert hier een bijdrage. Zo heeft Volkswagen al aangekondigd vanaf 2026 uitsluitend nog elektrische auto’s te produceren. Daar is dus geen peperdure subsidie voor nodig.

De vierde voorwaarde is een eerlijk Europees speelveld. Het Nederlandse klimaatbeleid is gericht op een CO2-reductie van 49%. In Europa zoekt het kabinet steun voor een verdere reductie tot 55%. De realiteit is dat veel van de ons omringende landen niet verder komen dan 40 tot 45%. Dat maakt de Nederlandse ambitie riskant. Een Nederlandse ‘kop’ op de Europese doelen betekent dat wij voor veel geld de problemen van andere landen oplossen en de concurrentiepositie voor MKB’ers en grote bedrijven verslechtert. Daarom moet Nederland aansluiten bij de Europese doelen, ook als dit lager is dan de ambities waar het kabinet nu vanuit gaat.

Wij kunnen de klimaatopgave tot een succes maken en onze provincies schoner doorgeven aan de volgende generaties. Dat kan als we stoppen met dromen en drammen en kiezen voor haalbare, betaalbare en realistische plannen. Daarover kan de kiezer zich op 20 maart uitspreken.

De CDA-lijsttrekkers voor de verkiezingen Provinciale Staten: Jan Nico Appelman (Flevoland), Jo Annes de Bat (Zeeland), Adri Bom-Lemstra (Zuid-Holland), Gerhard Bos (Gelderland), Derk Boswijk (Utrecht), Patrick Brouns (Groningen), Dennis Heijnen (Noord-Holland), Eddy van Hijum (Overijssel), Henk Jumelet (Drenthe), Ger Koopmans (Limburg), Sander de Rouwe (Friesland), Marianne van der Sloot (Noord-Brabant).

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Van die ‘beweging’ heeft Brainport weinig gemerkt’

Opinie van Statenlid/fractievoorzitter en lijsttrekker Marianne van der Sloot in het Eindhovens Dagblad d.d. 31 januari 2019.

Van die ‘beweging’ heeft Brainport weinig gemerkt

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot reageert op de uitspraken van gedeputeerde Christophe van der Maat in het ED.

Beste Christophe,

Brabantse nachten zijn lang. Zeker die ene van vier jaar geleden. Die ene, hele lange nacht op het Provinciehuis in Den Bosch. Ik heb het natuurlijk over de verkiezingen voor de provincie, die op 18 maart 2015 plaatsvonden en ver na middernacht werden beslist. Brabant had gestemd. Een voor een kwamen per gemeente de uitslagen binnen, lange tijd ging het nek aan nek tussen jouw VVD en mijn CDA. Pas toen het licht werd, tekende zich de einduitslag af: met slechts 1777 stemmen verschil kregen jullie het goud en moesten wij genoegen nemen met zilver.

Desondanks waren wij optimistisch gestemd. Wat we konden écht iets gaan doen aan de bereikbaarheid van Eindhoven. Van de gemeenten rondom Eindhoven. Van Brainport. Een van de slimste en snelst groeiende regio’s ter wereld. Waar je elke dag in de file staat. Onbestaanbaar.

Daar moeten we dus iets aan doen. Vonden wij als CDA. En vond ook de VVD. Dachten we tenminste. Want niet lang na de verkiezingen spatte onze droom voor een bereikbaar Brainport uiteen. Schakend op twee borden koos jouw VVD er voor een deal te sluiten met de SP en twee andere partijen: ‘links’ mocht vier jaar losgaan op milieu, de VVD op industrie. En de bereikbaarheid van Eindhoven? Daar zouden jullie vieren het dan deze periode niet over hebben. De gedeputeerde mobiliteit kon zijn agenda vooral vullen met vergaderingen, met het doorknippen van de lintjes van zijn voorganger. En met een beetje smart mobility.

Als CDA, inmiddels oppositiepartij, zagen we het met lede ogen aan. Maar de grootste verliezer van deze deal: de inwoners en forenzen van Eindhoven, Helmond, Nuenen en Laarbeek. Zij staan iedere dag stil, zien het sluipverkeer, de overlast en incidenten toenemen, en horen op de radio hoe Eindhoven een vaste plek heeft verworven in de dagelijkse fileberichten. Het akkoord dat jouw VVD in 2015 sloot met SP, D66 en PvdA kreeg, hoe ironisch, de titel Beweging in Brabant. In Brainport heeft de automobilist echter weinig van die ‘beweging’ gemerkt. Evenmin trouwens bij knooppunt Hooipolder en op de Merwedebrug, waar het óók stilstaan en achteraan aansluiten is. En waar behalve de automobilist ook de omwonenden telkens de dupe zijn.

Vier jaar lang stilstaan in Brainport. Zonder perspectief op verbetering. Want elk voorstel, elke oplossingsrichting die in de Provinciale Staten voorbijkwam, werd steevast bij elke begrotingsbehandeling door jou ontraden en door jouw politieke ‘bondgenoten’ weggestemd. En het geld dat opzij was gezet voor een oplossing, werd ondertussen driftig uitgegeven. Waaraan eigenlijk? In elk geval niet aan het oplossen van de verkeersproblemen rondom Eindhoven. Nee, een alternatief voor de zogenoemde Noordoostcorridor mocht er niet komen. Wat de regio wél kreeg, was meer ergernis, meer overlast en meer economische schade. Hoeveel bedrijven zouden omwille van de slechte bereikbaarheid Brainport reeds links (hebben) laten liggen en hun heil elders zoeken? De VVD heeft Brainport, de regio Eindhoven, een slechte dienst bewezen. Niet erg liberaal.

En toen waren we vier jaar verder. En was er ‘ineens’ jouw interview in het Eindhovens Dagblad van 24 januari. ‘Tijd voor volgende stap in Brainport’, tekende de krant uit jouw mond op. Met de verkiezingen in aantocht moesten betrokken gemeenten van jou maar eens met voorstellen komen, waarmee een nieuwgekozen provinciebestuur straks aan de slag kan. Eindhoven, met hoe ‘toevallig’ een VVD-wethouder op mobiliteit, pakte de handschoen op en ensceneerde deze week een schijngevecht tussen ‘links’ en ‘liberaal’. Goed voor de verschillen, goed voor de verkiezingen, zal het campagneteam van de VVD hebben gedacht. Misschien dat meer gemeenten het voorbeeld volgen.

Laten we eerlijk zijn: in de afgelopen vier jaar is in Brabant het verschil tussen ‘links’ en ‘liberaal’ praktisch verdampt. De verkeersproblemen in Brainport hebben dat pijnlijk duidelijk gemaakt.

Daarom mijn oproep aan jou: Christophe, haal Brainport uit zijn nachtmerrie. Het hoeft nog niet te laat te zijn. In de nacht van 20 op 21 maart a.s. zullen we elkaar opnieuw treffen. Allebei met zoveel meer ervaring dan vier jaar geleden. Jij met de ervaring met ‘links’, ik met de ervaring van vier jaar oppositie. Praktisch gezien komt dat op hetzelfde neer: je bereikt weinig en er wordt je niets gegund.

Tijd voor verandering dus. Met een verkeersoplossing voor Brainport ín een volgend bestuursakkoord, en met meer perspectief ín Zuidoost-Brabant. 1777 stemmen kunnen zomaar het verschil maken.

Marianne van der Sloot is fractievoorzitter in Provinciale Staten en lijsttrekker van het CDA Brabant.

Schriftelijke vragen over economische schade in Brainport en ‘Braxit’

Schriftelijke vragen van Statenleden Kees de Heer en Ankie de Hoon over economische schade in Brainport en vrees voor ‘Braxit’.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over ‘Braxit’.

Geacht college,

Sinds de uitspraken van verkeersgedeputeerde Van der Maat in het Eindhovens Dagblad staat de slechte bereikbaarheid van de regio Eindhoven ‘ineens’ weer volop op de provinciale agenda. Waar het CDA altijd is blijven hameren op een oplossing, was de urgentie daartoe bij het huidige provinciebestuur in de afgelopen jaren compleet afwezig. Ieder voorstel en elke mogelijke oplossingsrichting werden weggestemd en het geld bestemd voor de ‘Ruit’ is inmiddels verdampt.

Het CDA is blij dat de slepende verkeersproblemen rondom Eindhoven nu wél de aandacht krijgen die ze verdienen, maar is bezorgd over de economische schade die Brabant en de regio ondertussen blijven oplopen. Moeten we vrezen voor een ‘Braxit’: een vertrek van bedrijven uit Brainport? In dat licht heeft het CDA voor u de volgende vragen:

Vraag 1

  1. Hoe groot schat u de economische schade a.g.v. files en de slechte bereikbaarheid van Eindhoven e.o. in de periode 2015-2019?Hoeveel euro is dat resp. per Brabander en per inwoner van de Brainport-regio?
  2. Indien deze cijfers niet bekend zijn, bent u bereid die te laten doorrekenen?

Vraag 2

  1. Hoeveel geld denkt u dat Brainport in de afgelopen jaren is misgelopen door de slechte bereikbaarheid van de regio?
  2. Indien niet bekend, bent u bereid dit te laten onderzoeken?

Vraag 3

  1. Is bekend hoeveel bedrijven voornemens waren zich in afgelopen jaren in de regio Eindhoven te vestigen, maar daar omwille van de slechte bereikbaarheid, zonder perspectief op verbetering, van hebben afgezien?
  2. Indien niet bekend, bent u bereid hiernaar navraag te doen bij bijvoorbeeld de gemeente Eindhoven en werkgeversorganisatie VNO-NCW Brabant Zeeland?

Vraag 4

  1. Zijn u signalen bekend over een ‘Braxit’, d.w.z. een vertrek van bedrijven uit Brainport?
  2. Hebt u aanwijzingen dat bedrijven Brainport mijden a.g.v. de slechte bereikbaarheid en hun toevlucht zoeken in andere landen, zoals België, of provincies, bijvoorbeeld Limburg?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Kees de Heer en Ankie de Hoon

CDA: alle opties open t.a.v. veehouderijbesluit 07/07

“Besluit herzien als dat onrealistisch blijkt”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant houdt alle opties open t.a.v. het Brabantse veehouderijbesluit uit 2017. In haar verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen schrijft de partij het besluit te willen herzien met specifieke aandacht voor onrealistische deadlines en negatieve effecten. Als voorbeeld noemt het CDA de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen, maar waarvan op dit moment nog niet duidelijk is of deze op tijd ontwikkeld en goedgekeurd zijn.

In de nacht van 7 op 8 juli 2017 stemde een meerderheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, in met het besluit om de veehouderij in Brabant versneld te verduurzamen. Hiertoe werden de Verordening ruimte, waarin de regels staan waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen, en de Verordening natuurbescherming, waarin alle regels staan voor natuurbescherming in Brabant, gewijzigd. Kern van dit veehouderijbesluit is het vervroegen van de deadline voor wanneer boeren moeten voldoen aan nieuwe milieueisen van 2028 naar 2022.

Voor het CDA staan de gestelde milieudoelen niet ter discussie. Het CDA stond achter de maatregelen met de oorspronkelijke deadline 2028. Over de nieuwe deadlines én de weg daarnaartoe is het CDA echter kritisch. Omdat doelstellingen wel realistisch moeten zijn.

Gegeven de twijfels over de haalbaarheid van de deadline 2022 pleit het CDA voor een scenario-onderzoek naar de effecten van het veehouderijbesluit: wat te doen als de vereiste stalsystemen niet op tijd beschikbaar zijn en maatschappelijk gewenste ontwikkelingen uitblijven? De partij zou graag zien dat het Brabantse provinciebestuur de gevolgen en effecten van div. scenario’s, zoals handhaving of uitstel van de deadlines uit het besluit, op een rijtje laat zetten en doorrekenen.

Een ander onderdeel uit het veehouderijbesluit is mest. Wat het CDA betreft moet mest kunnen worden ver- en bewerkt op logische, bij voorkeur regionale, locaties waar voldoende draagvlak is in de directe omgeving. Dat kan een industrieterrein zijn, maar ook een locatie in het buitengebied, zo staat in het verkiezingsprogramma.

“Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf”

Tanja van de Ven-Vogels, hoogste nieuwkomer op de provinciale CDA-lijst (plaats 3) en beoogd landbouwwoordvoerder in de nieuwe CDA-fractie: “In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Partijen staan met de ruggen tegen elkaar, wat niet helpt richting de toekomst. Het CDA wil dat onze provincie trots is op haar boeren. Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf.”

Van de Ven-Vogels: “De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Andere punten uit de landbouwparagraaf van het CDA-verkiezingsprogramma:

  • Een overgang (transitie) naar kringlooplandbouw met een helder einddoel en tussentijdse meetbare doelstellingen. Een transitie waarin de belangen van alle belanghebbenden serieus worden genomen en waarin er draagvlak is bij iedereen.
  • We moeten zorgen voor eerlijke producten, die op een eerlijke manier worden geproduceerd en tegen een eerlijke prijs worden aangeboden. Een eerlijke prijs voor voedsel is de basis voor nieuwe ontwikkelingen, we blijven actief in overleg met de retailsector hierover en stimuleren streekproducten.
  • Op de stalderingsregeling (het alleen mogen bouwen van nieuwe stallen als oude stallen worden gesloopt) maken we uitzonderingen, wanneer blijkt dat daardoor de maatschappelijke gewenste ontwikkelingen worden tegengehouden.
  • Veel agrarische bedrijven hebben geen bedrijfsopvolger. We koppelen familiebedrijven zonder bedrijfsopvolger aan ondernemers die graag boer willen worden, maar toevallig geen ouders hebben die uit de landbouw komen.
  • We zetten in op experimenten met het realtime meten van schadelijke uitstoot bij de intensieve veehouderij om in beeld te krijgen wat er feitelijk gebeurt in de leefomgeving.
  • Innovaties in de landbouw zijn essentieel voor de toekomst en de leefbaarheid van Brabant. In het economisch programma gaan we vanuit de zgn. ‘Essent-gelden’ (geld dat de provincie kreeg en belegde na de verkoop van energiebedrijf Essent in 2009) inzetten op innovaties in de landbouw en voedselvoorziening.
  • We stimuleren natuurinclusieve landbouw (groenblauwe diensten) en beheermaatregelen voor biodiversiteit, waarvan het effect bewezen is.
  • We willen een actieve houding van de provincie bij het faciliteren van nieuwe concepten en verdienmodellen, zoals nieuwe teelt, het versterken van agrarisch natuurbeheer, pixel-landbouw en ‘energy-farming’.
  • We zijn tegen de aanleg van zonneweides op vruchtbare landbouwgrond en willen éérst de beschikbare, niet-gebruikte ruimte invullen (bijv. de daken van stallen en bedrijven).
  • We onderzoeken samen met de sector hoe andere toekomstige verdienmodellen en nevenfuncties, bijv. agrarische kinderopvang en publieksvoorlichting, kunnen worden versterkt. Dit mede met het doel om boer en burger dichter bij elkaar te brengen.

CDA: géén extra gaswinning in Brakel, Altena en Brabant

Het CDA Brabant wil niet dat de gaswinning in en onder de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij herhaalt deze oproep aan het provinciebestuur, nu het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy van plan is om de gaswinning onder het dorp Brakel flink uit te breiden. Brakel ligt weliswaar in de provincie Gelderland, maar de betreffende gasvelden strekken zich uit tot onder Brabants grondgebied (gemeente Altena).

In de periode 2010-2018 was de totale gasproductie uit de velden ‘Brakel’ en ‘Brakel-Zuid’ 148 miljoen nm3. Tot 2031 wil Vermilion Energy deze uitbreiden naar ca. 1000 miljoen nm3 gas. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet hiervoor nog toestemming geven, naar verwachting begint het vergunningstraject aankomende zomer.

Hopelijk komt die toestemming er niet, aldus Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA), beiden uit Altena. Het CDA heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten, met de oproep aan het provinciebestuur om, samen met de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en de betrokken gemeenten, al het mogelijke te doen om het “onzalige plan” van Vermilion Energy van tafel te krijgen.

Al eerder sprak het CDA Brabant zich uit tegen uitbreiding van de gaswinning in en onder de Brabantse bodem én tegen de wijzen waarop Vermilion Energy dit wil doen, o.a. via het risicovolle ‘fracken’/hydraulisch kraken. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte- en/of langetermijneffecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Van Vugt en Bergsma: “Het lijkt erop dat Brabant opnieuw dreigt te worden gebruikt als wingewest voor de Randstad. Vorig jaar Aalburg en Waalwijk, nu Brakel en Altena. Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar toe te staan dat deze in Brabant omhoog gaat. Wij willen minder gaswinning, niet meer.”

Concreet wil het CDA daarom van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten:

  1. Bent u bekend met het voornemen van Vermilion Energy om de gaswinning op bovenbeschreven locatie uit te breiden?
  2. Indien ja, welke actie(s) hebt u hiertegen ondernomen?
  3. Indien niet, bent u voornemens hiertegen, in lijn met uw (re)actie op de gaswinning onder Waalwijk, alle beschikbare (juridische) middelen in te zetten om dit onzalige plan van tafel te krijgen?
  4. Bent u bereid hierin samen op te trekken met de provincie Gelderland, de betreffende gemeenten en het waterschap Rivierenland?
  5. Welke informatie kunt u geven voor wat betreft deze concrete locatie? Welke onderzoeken zijn hiernaar gedaan en wat zijn de uitkomsten daarvan? Wat was het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen? In hoeverre is er ook gekeken naar de milieueffecten van fracken?
  6. Kunt u toezeggen Provinciale Staten proactief te informeren over iedere ontwikkeling aangaande dit onderwerp?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Schriftelijke vragen over GHB in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over GHB in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over GHB in Brabant.

Geacht college,

In de afgelopen weken zag Nederland in de documentairereeks Tygo in de GHB het schrikbarende gebruik van GHB onder jongeren in o.a. West-Brabant.

Het is algemeen bekend dat de productie en het gebruik van (hard)drugs in onze provincie een groot en wijdverbreid probleem zijn. GHB is daar helaas maar een van de vele voorbeelden van.

Tygo in de GHB schetst een onthutsend beeld van het gebruik van, de verslaving aan en de gevolgen van GHB voor de Brabantse samenleving. De serie laat zien hoe deze en andere drugs zowel mensen als de samenleving kapot maken.

Drugspreventie, verslavingszorg en drugsbestrijding zijn geen kerntaken van de provincie, maar de zorgwekkende situatie in specifiek Brabant vraagt om actie. De overheid heeft immers een verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de samenleving tegen de gevaren en gevolgen van drugs.

En ook de provinciale overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen, vindt het CDA.

Daarom de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de documentairereeks Tygo in de GHB, uitgezonden door de EO op NPO3?

02. Zijn er cijfers bekend over het gebruik van GHB in Brabant?

  1. Indien ja, wat zijn deze cijfers?
  2. Indien niet, is het mogelijk deze cijfers voortaan te gaan verzamelen en bijhouden?

03. In Tygo in de GHB komt het beeld naar voren dat er in Brabant te weinig verslavingszorg is.

  1. Herkent u dit beeld?
  2. Bent u bereid om, in samenwerking met andere overheden en de verslavingszorg, dit probleem aan te pakken?

04. Brabant heeft de ambitie om te komen tot nul verkeersdoden. In Tygo in de GHB komen verschillende momenten naar voren dat mensen onder invloed van drugs achter het stuur kruipen en zich in het verkeer begeven.

  1. Zijn er cijfers bekend over drugsgebruik in het Brabantse verkeer?
  2. Kent de verkeersveiligheidscampagne Brabant gaat voor NUL verkeersdoden een preventieve aanpak t.a.v. drank- als drugsgebruik in het verkeer? Indien niet, waarom niet?
  3. Vinden er voorafgaand aan, tijdens en na Brabantse evenementen, zoals festivals, preventie, drugstesten en controles plaats?  

05. In Tygo in de GHB zien we op een gegeven moment hoe de politie een GHB-gebruiker van de weg haalt. Na enkele uren in de cel treden zulke heftige ontwenningsverschijnselen op dat de persoon volgens een arts een nieuwe dosis nodig heeft. Zonder verhoor of sanctie wordt de persoon op straat gezet. De kans dat deze persoon opnieuw GHB gebruikt, in de auto stapt en zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt is groot.

  1. Is bij u bekend hoe vaak situaties als deze in Brabant voorkomen?
  2. Bent u bereid om samen met bijvoorbeeld de politie en Rijksoverheid te onderzoeken hoe situaties als deze in de toekomst tegen te gaan?

06. De tekortschietende politiecapaciteit in onze provincie is al lange tijd een bron van zorg. Hierover hebben Provinciale Staten al eerder uitspraken gedaan en de minister van Justitie en Veiligheid heeft onze provincie extra agenten toegezegd. Is deze extra capaciteit volgens u voldoende om in de aanpak van het Brabantse drugsprobleem wezenlijk verschil te kunnen maken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Spreektekst Caroline van Brakel – Debat over de Brabantse Omgevingsvisie op 14/12

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Omgevingsvisie
(14-12-2018)

Voorzitter,

Voor ons ligt de Brabantse Omgevingsvisie. De inhoud deugt, het doorlopen proces deugt: hier mogen we trots op zijn. Dank aan allen die hieraan hebben meegewerkt.

In de Omgevingsvisie staat onze gezondheid centraal en daartoe hebben we als provincie vijf hoofdopgaven geformuleerd.

01. De basis op orde. We moeten zuinig zijn op onze aarde, onze omgeving oftewel op ons milieu. En heel elementair bezien dus op onze vier elementen: aarde (bodem), water, vuur (energie) en lucht. Eigenlijk is het al een hele uitdaging om álle partijen, sectoren en branches ‘hun ding’ te laten doen zonder schade toe te brengen aan deze elementen.

Vervolgens zien we voor de middellange toekomst een viertal uitdagingen op ons afkomen.

02. Klimaatadaptatie.

03. De energietransitie.

04. Een concurrerende duurzame economie.

05. De slimme netwerkstad.

Wij zijn blij dat onze inbreng tijdens het proces in de provinciale Omgevingsvisie is meegenomen: het afzonderlijk benoemen van onze zorg voor de elementaire elementen. En onlangs hebt u ook toegezegd nadrukkelijker een relatie te willen maken met onze zuiderburen, temeer omdat dit kansen biedt voor een aantal van de opgaven waarvoor wij staan. Denk aan de energietransitie, maar ook bijvoorbeeld aan het gebruik van het luchtruim.

Ook zijn we blij dat in het stuk al een aanzet wordt gemaakt tot de gewenste cultuuromslag. Het gaat bij de Omgevingsvisie namelijk niet alleen om de inhoud, maar óók om het terugleggen van een stuk verantwoordelijkheid voor onze omgeving én voor de uitdagingen waarvoor we staan bij de samenleving, bij de Brabanders. Dat betekent dat we veel meer moeten gaan initiëren en faciliteren in plaats vanachter het bureau op te schrijven wat vooral niet (meer) mag dan wel gewenst is.

Tevens willen we integraler gaan kijken: vanuit meerdere disciplines goede afwegingen maken. Er zijn kenners, specialisten die beweren dat het juist om déze cultuuromslag gaat, en dat dit feitelijk ook mogelijk is binnen het huidige stelsel aan wet- en regelgeving v.w.b. onze fysieke leefomgeving. Desalniettemin, ons helpt het om nu in één oogopslag te kunnen zien waar wij als provincie voor staan. Het betreft niet al onze kerntaken, maar wel veel.

De beoogde cultuuromslag wordt nu benoemd als diep, rond en breed kijken.

Een goed begin is het halve werk, zou je zeggen. Ja dat is zo, maar het échte werk waar het in de Omgevingsvisie om draait, gaat nu pas beginnen. En ook het onderliggende instrumentarium, de Omgevingswet, is daarin bepalend. Een hele mooie uitdaging voor onze nieuwe Staten om hier verder vorm en inhoud aan te geven.

Toch nog een aantal tips:

  • Zoeken naar constructies waarin nadrukkelijker lasten maar ook lusten worden gedeeld (denk aan het meeprofiteren van goedkope energie door de directe omgeving bij windmolens of nabij een vliegveld). Anders vertaald: we moeten op zoek naar nieuwe solidariteiten, dichter bij onze mensen, onze Brabanders. Hiermee kunnen we zorgen voor meer draagvlak.
  • Bedenk formuleringen in ‘geboden’ i.p.v. ‘verboden’. Of anders gezegd: verleiden i.p.v. verbieden.
  • Als we de gezondheid van onze Brabanders centraal stellen, en daartoe vooral zorg hebben en houden voor een goede gesteldheid van onze basiselementen, dan zou één eenduidige verordening hieromtrent t.b.v. alle partijen, sectoren en branches afdoende moeten zijn. Ofwel, wij zien het als een uitdaging om dusdanig consequent beleid op te stellen dat daarop aanvullend sectorspecifiek beleid niet nodig is. In die zin dus voor m.n. ‘de basis op orde’ wellicht toch sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. En dit is een uitdaging, bijvoorbeeld voor vliegvelden, hoogspanningskabels, maar ook de landbouw.

We stellen een reactie van de gedeputeerde op deze tips op prijs. Dank.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel Brabantse Omgevingsvisie (14 december 2018)