Distributiecentrum Regionale Voedselbanken Brabant krijgt geld van Provinciale Staten

PERSBERICHT

’s-Hertogenbosch, 11 november 2016

Distributiecentrum Regionale Voedselbanken Brabant krijgt geld van Provinciale Staten.

De Provinciale Statenfracties van PvdA, SP, CDA, Lokaal Brabant, CU-SGP, 50PLUS, PvdD en GroenLinks stellen vandaag – tijdens de behandeling van de begroting 2017 – voor een bedrag van € 150.000 beschikbaar te stellen aan het distributiecentrum van de Regionale Voedselbanken in Brabant.

Het regionale distributiecentrum vervult volgens deze fracties een belangrijke functie voor de diverse lokale voedselbanken en daarmee voor vele mensen, vooral gezinnen, in onze provincie.

Het distributiecentrum krijgt het geld om te investeren in voorzieningen die de exploitatiekosten gedurende de komende jaren structureel kunnen verminderen, zoals energiezuinige koelunits, zonnepanelen en/of elektrisch aangedreven bestelauto’s. Het distributiecentrum heeft daarmee een reële kans de exploitatie na 2017, binnen de samenwerking van gemeenten en Voedselbanken in Brabant, voor een langjarige periode sluitend te maken. De fracties geven aan dat het toekennen van het geld bovendien bijdraagt aan de doelen van de provincie, zoals het stimuleren van energiebesparende maatregelen, het voorkomen van voedselverspilling en het bevorderen van samenbindende initiatieven in de samenleving.

EINDE PERSBERICHT

Spreektekst Marianne van der Sloot begrotingsbehandeling 11/11

BEGROTINGSBEHANDELING 11 NOVEMBER 2016

SPREEKTEKST MARIANNE VAN DER SLOOT

(alleen het gesproken woord telt)

Voorzitter,

De CDA fractie blijft erbij … Wat een gekke datum om te vergaderen. Op de 11e van de 11e bespreken we de begroting van volgend jaar. Niet zo opkomst bevorderend, zou je zeggen. Want heel veel Kruiken, Muggezifters, Knollevreters, Kneuters, Koffieleuters, Theebuiken en Oeteldonkers hebben vandaag wel wat anders te doen dan de Provinciale begrotingsbehandeling te volgen. Vandaag worden de kielen uit de kast gehaald en stiekem wordt er al een polonaise geoefend.

Voorzitter, Carnaval is het feest van de Omgekeerde Wereld. En elkaar een spiegel voorhouden. Dat komt goed uit, want dat wil de CDA-fractie graag doen bij deze begroting. Maar dan gaan we er ook vanuit dat vandaag niet alleen de Praalwagens van de coalitie in de prijzen vallen. En dat ook de inzendingen van de oppositie kans maken.

Voorzitter laten we daar mee starten.
In mijn bijdrage zal ik ingaan op onze visie op 2017. Met de  D’s van Dichtbij en Duidelijk. Mijn collega Huseyin Bahar zal dit zo dadelijk voor de financiën spreken vanuit de D van Degelijkheid.

In deze begroting staan zaken waar we het met het college eens  zijn zoals:

  • de ambitie voor energiebesparing bij maar liefst 200 sportclubs in heel Brabant, en;
  • de strakke regie op de Aanpak van leegstand.

Ook zien we zaken in de begroting waar we het niet mee eens zijn:

  • zoals het eiland-gedrag van Brabant bij de vernieuwing in de varkenssector;
  • het stoppen met nieuwe dementievriendelijke gemeenten.

Voorzitter, voor mijn fractie heeft een aantal onderwerpen prioriteit.
Ik zal ingaan op: 1) Sociale Veerkracht 2) De Maakindustrie en 3) het Buitengebied.

1) DICHTBIJ – Sociale Veerkracht

Ik start met Sociale Veerkracht.
Wij zijn trots op onze provincie van ‘samen doen, samen doorpakken en de schouders eronder’. Dichtbij. Dat gebeurt in onze vrijwilligersnetwerken. Ik noem de Seniorenverenigingen, de Vereniging Kleine Kernen, BUS, BRIZ, ’t Heft, PVR en Ypsilon-Trialoog. En al hun vrijwilligers.

In de voorstellen die nu voorliggen wordt per 1 januari de stekker uit die netwerken getrokken. Er is geen steun meer vanuit de provincie. Terwijl deze netwerken al jarenlang, soms al 20 jaar, een relatie met de provincie Brabant hebben. Het CDA vindt dat we het kind niet met het badwater moeten weggooien. En dat mogen we ook niet. We moeten een betrouwbare overheid zijn.

Dit alles pleit voor een fatsoenlijke overgangstermijn om aan de toekomst te werken. We zijn blij dat meer partijen in de Staten dat zien. Navraag bij de netwerken leert dat zij tijd nodig hebben om te veranderen. Daarom stellen wij een generieke overgangstermijn van 1 jaar voor. Zonder daarbij de ambities van de gedeputeerde in de weg te zitten. Het CDA heeft daarvoor een amendement.

Een andere keuze van Sociale Veerkracht die ons zorgen baart, is het plan om alleen te investeren in het zogenaamd ‘zwakkere’ West-Brabant en de middelgrote steden. Dat werkt niet. Want goede plannen uit de ‘sterke’ regio’s krijgen dan geen gehoor (en steun) in dit Huis.

Dat geldt ook voor crossovers. Deze week hoorde ik van een mooi project op Natuur & Milieu van gedeputeerde Van den Hout om, in het kielzog van NL Doet, de natuur- en milieunetwerken te versterken. Een goed idee. Dit kreeg echter een 0 op het rekest vanuit Sociale Veerkracht. Want het was voor héél Brabant en dát was niet de bedoeling. En nu ligt het stil. Wij horen graag van beide gedeputeerden hoe dit zit. En om dit in de toekomst te voorkomen komt het CDA met een motie.

DICHTBIJ: Voedselbank
Voorzitter, in onze provincie maken 13.000 mensen gebruik van de Voedselbanken op lokaal niveau. Onmisbaar voor de lokale voedselbanken is het Regionaal Distributiecentrum van de Voedselbank. We zijn blij met de betrokkenheid die we in de Staten zien op dit dossier.

Voorzitter, ik ga verder met de maakindustrie, die we DICHTBIJ willen laten plaatsvinden.

2) DICHTBIJ: Maakindustrie

Want in het verleden is er maakindustrie vertrokken uit Nederland naar het buitenland. Toch zien we met name de laatste jaren dat sommige van deze bedrijven overwegen terug te keren naar Nederland vanwege problemen met kwaliteit van producten, hogere arbeidskosten, duurzaamheid etc. Terugkeer is positief nieuws voor Brabant.

De maakindustrie is voor de Staten een belangrijk thema. En terecht, want 10 % van de laagopgeleiden in Brabant is werkloos. In antwoord op Statenvragen van collega Martijn de Kort van de PvdA vorig jaar, geeft u aan wat hier allemaal al op gebeurt. Het CDA ziet kansen en is hier enthousiast over.

De vraag is of we hier ook niet boter bij de vis moeten leveren. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of een Maakindustrie Fonds vanuit de provincie van meerwaarde zou kunnen zijn om meer maakindustrie te trekken. En daarmee ook meer mbo-geschoolde arbeid terug naar Brabant te halen.

Vandaar dat het CDA een motie indient die verzoekt om een onderzoek naar een dergelijk fonds. Voor de dekking hebben we ook een voorzet: de vrijkomende middelen vanuit het Breedbandfonds.

DICHTBIJ: Zorgeconomie
Voorzitter, de economische sector die 6,5 miljard toevoegd aan de Brabantse economie, en aan een van de grote maatschappelijke opgaven raakt, is de zorgeconomie.

In dat dossier gebeurt het een en ander:

  1. Ten eerste lijkt de verkering tussen de programma’s Samenleving en Economie voorbij, Het programma Zorgeconomie wordt gesplitst.
  2. Daarnaast zien we dat het Economisch deel van Zorgeconomie 0 euro op de begroting krijgt (i.p.v. een half miljoen de vorige jaren).
  3. En de pot voor de topsectoren, waaruit wel bijv. medicijnontwikkeling en een proeftuin worden gefinancierd, is 4x zo klein als vorig jaar.

Uit de technische vragen begrijpen we dat de omvang van het budget voor Zorgeconomie in december komt. Het CDA ziet veel kansen op dit vlak. Onze vragen: Wat gaat u doen? Waarom ligt de budgetwijziging vandaag niet voor?

Zo’n vraag  geldt overigens ook voor de Philharmonie Zuid. Opnieuw staat in deze begroting een groot vraagteken bij het Orkest. Terwijl we zien dat Limburg niets liever wil dan doorpakken. Wat we niet begrijpen in dit dossier is waarom GS pas in december kan besluiten. Graag uw duiding.

3) Ons laatste thema: Het Buitengebied

Het buitengebied kampt met veel uitdagingen, daar vragen wij DUIDELIJKHEID over.

  • Want als we het over veiligheid in het buitengebied hebben, horen wij geluiden over ondermijning. Bijvoorbeeld doordat criminelen drugsafval lozen in mestkelders. Kunt u een idee geven van de omgang van deze problematiek?
  • En hoe komt eigenlijk het dat u voor 2017 0 euro heeft opgenomen voor de post ‘Dumpen Drugsafval’?
  • Door de nieuwe wet natuurbescherming lijken we méér toezichts- en handhavingstaken te krijgen. De begroting zegt daar niets over. Wij vragen ons af wat voor effecten u ziet op het budget voor handhaving in het Buitengebied? En zijn onze handhavers voldoende uitgerust voor hun taak?
  • Voorzitter, Het noodweer van dit voorjaar in met name Zuidoost-Brabant zet ons allemaal aan het denken. Dit zal niet de laatste keer zijn. Bent u bereid om met de waterschappen te bekijken of de huidige inrichting van ons watersysteem nog wel voldoet bij langdurige zware regenval? En kunnen we de nodige extra afvoer capaciteit wel leveren?

De laatste vraag over het Buitengebied is een financieel-inhoudelijke vraag.
Bij de instelling van het Groenontwikkelingsfonds Brabant (GOB) in 2014 is gesteld dat voor €240 miljoen de EHS (ofwel het Natuurnetwerk) volledig gerealiseerd zou zijn. Dat vinden wij een mooi streven. Nu zien we dat een extra €50 miljoen voor 2017 wordt ingezet. Is dat om een extra ambitie te realiseren? Of is het geld nodig omdat doelen uit het Groenontwikkelingsfonds niet waargemaakt worden?

Voorzitter, ik sluit af met een de portefeuille van gedeputeerde Spierings.
Misschien zal u denken ‘wat een gekke dag, het CDA zegt nauwelijks iets over landbouw’. Dat klopt, wij hebben u onze zorgen, wensen en suggesties schriftelijk medegedeeld. We hopen dat u ze gebruikt bij het uitwerken van de verschillende landbouwdossiers.

Onze vraag aan de gedeputeerde nu gaat over: Veerkrachtig Bestuur.
Wij vragen ons af wat uw visie is op Veerkrachtig Bestuur en hoe en hoe snel u wilt doorpakken. Aan de hand van concrete casus: we begrijpen dat Eindhoven geen visie indient en wacht op de reactie van de buurgemeenten. Tegelijkertijd hoorden we tijdens onze Staten Heidag dat de nieuwe burgemeester van Eindhoven een deel van het advies van de commissie-Demmers naast zich neer legt. Hoe gaat u hierin optreden? En wanneer?

Voorzitter, mijn collega zal ingaan op de degelijkheid van de financiële begroting.

Schriftelijke vragen Brabants landbouwdossier

Schriftelijke vragen van Statenleden René Kuijken en Ton Braspenning over het Brabantse landbouwdossier.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Brabants landbouwdossier.

Geacht college,

Op 21 oktober jl. vond er een themavergadering plaats over het brede landbouwdossier. In deze vergadering werd de samenhang besproken tussen o.a. de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), de Brabantse Uitvoeringsagenda Agrofood (UBA), de aanpak van urgentiegebieden en het provinciale beleid rond mestverwerking. Het CDA agendeerde dit onderwerp in april 2016, omdat er destijds verschillende landbouwonderwerpen afzonderlijk op de agenda van de procedurevergadering stonden1.

De redenen van het CDA om deze dossiers te agenderen waren:

  1. aan de voorkant enige suggesties meegeven vóór de uitwerking van provinciaal landbouwbeleid door Gedeputeerde Staten (GS) en
  2. het stellen van enkele bestuurlijke vragen.

De redenen om deze dossiers integraal in één vergadering te bespreken waren een hogere efficiëntie, de afwezigheid van een formeel moment voor Statenleden om losse, minder urgente vragen te stellen aan GS-leden en de samenhang tussen de dossiers.

Helaas waren voor het CDA de 2 minuten spreektijd en de 90 minuten totale vergadertijd tijdens de themavergadering van 21 oktober niet voldoende om u deze suggesties te verschaffen én om de nodige vragen te stellen. Omdat het CDA tóch graag voor het uitwerken van beleid meepraat i.p.v. na het uitwerken van beleid klaagt, willen we u middels deze brief, inclusief schriftelijke vragen ex artikel 27 van het Reglement van Orde, onze zorgen en suggesties meegeven. We hopen dat u ons daarin tegemoet kan komen tijdens de uitwerking van de verschillende landbouwdossiers.

Het CDA beseft dat de individuele dossiers in samenhang moeten worden bekeken, omdat het totaalpakket aan provinciaal beleid het totale agrarische systeem aangaat. Omwille van de leesbaarheid hebben wij echter onze zorgen, vragen en opvattingen per beleidsdossier gecategoriseerd.

1. Vrijkomende agrarische bebouwing incl. staldering

Voor een zuivere discussie over de toekomst van de veehouderij in Brabant is het volgens het CDA noodzakelijk onze cijfers te kennen. Cijfers over de demografische, planologische en sociaaleconomische trends stellen ons tijdig in staat om op trends in de agrarische sector in te kunnen springen. Daartoe zouden meerjarige cijfers, zoals het aantal agrarische bedrijven, het aantal dieren, een indicatie van de inkomenssituatie van boeren, het aantal milieuovertredingen, het aantal (verwachte) stoppers, het aantal bedrijfsuitbreidingen binnen de BZV, het areaal aan asbest, het aandeel van de agrarische sector in de economie en het percentage verwerkte mest te allen tijde beschikbaar moeten zijn. Het ontsluiten van deze informatie zou bijvoorbeeld kunnen via de P&C cyclus, de trenddag of een afzonderlijke rapportage. De concrete doelen van uw college zou u via de unaniem door onze Provinciale Staten gewenste2 ‘methode-Duisenberg’3 kunnen communiceren, zodat wij de voortgang kunnen controleren.

a. Bent u bereid om deze cijfers jaarlijks te communiceren?

b. Wat is volgens u de beste vorm om deze cijfers en trends met Provinciale Staten en de Brabanders te delen?

c. Bent u bereid om uw doelen concreter en beter controleerbaar te formuleren volgens de Duisenberg-methode?

2. Mestbeleid en circulaire economie

Er bestaat een angst vanuit burgers en belangenorganisaties over de dierenaantallen in Brabant. Het CDA constateert dat deze angst terecht is en dat er in Brabant genoeg dieren zijn. Tegelijkertijd worden de dieraantallen vaak aangegrepen om ontwikkelingen rond de verwerking en verwaarding van mest tegen te gaan. Dit terwijl mestverwaarding bijdraagt aan het circulair maken van onze economie en een teveel uitrijden van mest voorkomt.

De stap van geen of een kleine mestverwaardingsinstallatie op het erf naar een grootschalige installatie op een industrieterrein is echter een zeer grote. Het toestaan van kleinschalige initiatieven op boerenerven of bij loonwerkers zorgt voor laagdrempelige initiële investeringen, concurrentie en korte vervoersafstanden. Wanneer deze initiatieven aan zeer strenge uitstooteisen voldoen, kunnen deze bijdragen aan de verdere verduurzaming van de sector.

Het verhogen van het gehalte aan organische koolstof is goed voor het klimaat, de bodembiodiversiteit, waterhuishouding en productie. Op dit moment concurreert het uitrijden van compost met een hoog C-gehalte met het uitrijden van mest, omdat de compost ook nog (gebonden) stikstof en fosfaat bevat. Op deze manier wordt het verhogen van het organisch koolstofgehalte ontmoedigd. Het zou goed zijn om een positieve prikkel te creëren voor landbouwers om het C-gehalte te laten toenemen, zonder dat dit meteen geld kost voor de provincie Noord-Brabant. 3

a. Bent u bereid om middelgrote mestverwerkingsinstallaties (tot 250.000 ton) toe te staan op plekken die door omwonenden en de betreffende gemeentes aanvaardbaar zijn?

b. Bent u het ermee eens dat gemeentes en omwonenden het beste kunnen bepalen of een middelgrote mestverwaardingsinstallatie inpasbaar is in de omgeving?

c. Welke kansen ziet u om de hoeveelheid vastgelegde koolstof in de bodem te belonen?

d. Bent u bereid te onderzoeken of u als college ‘Green Deals’ kunt sluiten tussen bedrijven die hun CO2-footprint willen verlagen en de agrarische sector?

3. Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

De BZV is een adequaat middel om bedrijven die willen uitbreiden in bouwblok en dierenaantallen een stapje extra te laten doen m.b.t. duurzaamheid, dierenwelzijn en inpassing in de maatschappij en het landschap. Op dit moment verplicht het college de ondernemers om aan de BZV te voldoen bij kleine emissieneutrale aanpassingen van het bedrijf waarbij de dierenaantallen niet toenemen. Dit zorgt ervoor dat economische of milieutechnische bedrijfsontwikkelingen niet worden gedaan, omdat het voldoen aan de BZV een financiële en procedurele drempel opwerpt. Op deze manier werkt de BZV dus averechts.

a. Ziet u de BZV als een tijdelijk instrument of als een instrument voor onbepaalde tijd?

b. Bent u bereid om bedrijfsaanpassingen waarbij het dierenaantal en de emissie van fijnstof en stikstof niet toeneemt te vrijwaarden van de BZV?

c. Bent u bereid om innovatieve en duurzame mestverwaarding te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

d. Bent u bereid om het vastleggen van organische koolstof in de bodem te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

4. Toekomstperspectief varkenshouderij incl. verbinding met regiegroep Vitale Varkenshouderij

De landelijke regiegroep varkenshouderij heeft de nodige massa gecreëerd m.b.t. financiën, verantwoordelijkheid en betrokkenheid van stakeholders, waardoor de oplossing voor de varkenshouderij dichterbij komt.

a. Is de verbinding met deze landelijke regiegroep al gelegd met de provinciale ambitie?

b. Zijn de dwarsverbanden met de ambitie over leegstand al gemaakt?

5. Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Uw college heeft via een Statenmededeling4 met Provinciale Staten gedeeld dat de grote achterstanden m.b.t. de afhandeling van vergunningsaanvragen in het kader van de Natuurbeschermingswet (NB-wet) onder controle zijn. De PAS maakt het mogelijk om ontwikkelingsruimte te bieden aan agrarische bedrijven en tegelijkertijd de bureaucratie en kosten rondom vergunningverlening te beperken. Daarnaast is er nog een aantal factoren die ervoor zorgen dat de doorlooptijd van vergunningen aanmerkelijk kunnen worden versneld.

Voorbeelden hiervan zijn de beperkte ontwikkelingsruimte omdat de depositieruimte in sommige gebieden op is en de extra Brabantse regels die extra uitstoot veroorzakende bedrijfsontwikkelingen rond een viertal natuurgebieden verbiedt.

  1. In sommige Brabantse gebieden is de ontwikkelingsruimte op.
  2. De extra Brabantse regels rondom de PAS zorgen ervoor dat veel bedrijven rondom een viertal natuurgebieden geen kans op extra depositieruimte hebben.

a. Wat is de huidige doorlooptijd van NB-wetvergunningaanvragen onder het PAS-regime?

Om ontwikkelingsruimte mogelijk te blijven maken en de huidige ontwikkelingen te legitimeren, dienen de herstelmaatregelen in het kader van de PAS vóór 2021 uitgevoerd te zijn.

b. Klopt het dat u versnelt inzet op het realiseren van de mitigerende natuurmaatregelen in het kader van de PAS?

c. Op welke manier wijkt u bij de realisatie van deze natuurmaatregelen af van de voorheen gehanteerde strategie ter realisatie van natuuropgaves

d. Bent u het met het CDA eens dat u zoveel mogelijk het minnelijke traject van toepassing moet laten zijn

e. Treedt u samen met de waterschappen en de gemeentes vanaf het begin op als één overheid tijdens het realiseren van natuurprojecten in het kader van de PAS? Zo nee, waarom niet?

Het uitzetten van luchtwassers wordt nog wel eens gedaan, omdat deze installaties erg veel elektriciteit kosten. Het uitzetten van luchtwassers ondermijnt het draagvlak voor de agrarische boeren onder de burgers ontzettend en is niet eerlijk t.o.v. eerlijke, welwillende boeren. Het CDA vindt dan ook dat hier strak op gehandhaafd dient te worden

f. Wat is uw ambitie om volledig op afstand de luchtwassers van intensieve veehouderijen te monitoren? Kunt u daarbij s.v.p. een tijdspad en een percentage geven?

g. Leidt het op afstand monitoren van luchtwassers op den duur tot een kostenbesparing en een verbeterd naleefgedrag?

Wij verzoeken u om uw antwoorden per dossier ruim op tijd toe te sturen, voordat het betreffende dossier wordt geagendeerd voor een themavergadering en/of plenaire vergadering van Provinciale Staten. Bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ton Braspenning

1Op 4 april 2016: Statenmededeling Overzicht acties om gemeenten te stimuleren om hun rol in het transitieproces zorgvuldige veehouderij op te nemen. 4 april 2016: Statenmededeling Transitie zorgvuldige veehouderij: PvA slimmer en efficiënter toezicht. 4 april 2016: Resultaten zorgvuldige dialoog Verordening Ruimte (cq. de Bedrijfsdialoog in de veehouderij).

2Zie: MotieM2 Provinciale Staten 21 oktober 2016. Statenvoorstel 74/16: Methode Duisenberg, ingediend door CDA, VVD en PvdA (unaniem aangenomen).

3Zie: ‘Overheidsfinanciën voor dummies: het succes van ‘de Methode Duisenberg’, fd.nl dd. 14-08-2016: https://fd.nl/economie-politiek/1160974/overheidsfinancien-voor-dummies-het-succes-van-de-methode-duisenberg.

4Zie: Bijlage 1 Statenmededeling Resultaten actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet “De voorraad weggewerkt?”, behorende bij: rapport: “De voorraad weggewerkt?” Actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet, dd. 15-06-2016 van Berenschot. 1 juli 2016.

 

Schriftelijke vragen toekenning provinciale cultuursubsidies

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over de toekenning van provinciale cultuursubsidies.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over toekenning provinciale cultuursubsidies.

Geacht college, 

Afgelopen vrijdag maakte de provincie Noord-Brabant bekend welke Brabantse culturele instellingen de komende vier jaar kunnen rekenen op subsidie. Eenentwintig organisaties ontvangen in totaal 17,4 miljoen euro.

Een groot gemis in het besluit van de provincie is de culturele sector in Tilburg. Maar liefst zeven Tilburgse culturele instellingen ontvangen geen enkele financiering van de provincie. Opvallend is bijvoorbeeld het stopzetten van de steun aan Stichting Mundial, bekend van o.a. het Festival Mundial dat jaarlijks ruim twintigduizend mensen naar Tilburg trekt. Bovendien is Mundial een organisatie met diepe wortels in de Tilburgse samenleving, dat behalve het festival nog vele andere activiteiten voor de stad organiseert.

Een ander voorbeeld is Incubate, de organisatie die, nog geen jaar geleden, van de provincie 140.000 euro extra kreeg om een tekort in de begroting te dichten. Nu trekt de provincie alsnog de stekker uit het festival. Het CDA vindt dit geldverspillend en inconsistent beleid.

Ondanks de kritiek op de scheve verdeling van de Haagse cultuurmiddelen lijkt de spreiding van cultuurinstellingen over Brabant voor de provincie Noord-Brabant geen rol te spelen. Terwijl het CDA het juist belangrijk vindt dat Brabanders overal in hun provincie een goed cultureel aanbod kunnen vinden. De geografische spreiding van onze cultuurmiddelen over de provincie zou wat het CDA betreft dus moeten meewegen bij de afweging om aan bepaalde organisaties wel of geen subsidie toe te kennen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Hebt u kennis genomen van de brief van de Tilburgse culturele instellingen aan de provincie Noord-Brabant?
  2. Wat is uw reactie op deze brief?
  3. Bent u het met de schrijvers eens dat het besluit van de provincie zorgt voor een culturele kaalslag in Tilburg?
  4. In de afgelopen maanden hebben zowel Provinciale als Gedeputeerde Staten geprotesteerd tegen de scheve verdeling van cultuurmiddelen tussen de Randstad en Brabant. In hoeverre neemt u de geografische spreiding over Brabant mee in de besluitvorming over provinciale cultuursubsidies?
  5. Bent u het met het CDA eens dat de maatschappelijke inbedding van culturele organisaties moet meewegen bij de beoordeling van culturele subsidieaanvragen?
  6. Nog geen jaar geleden, in december 2015, hebt u besloten 140.000 euro extra subsidie te verlenen aan Incubate om een groot incidenteel tekort te dekken. Nu besluit u dezelfde organisatie geen enkele steun te verlenen voor de komende jaren, waardoor het festival wellicht alsnog omvalt. Hoe legt u dit uit?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Inbreng CDA bij Statenbehandeling Sociale Veerkracht

Statenbehandeling Sociale Veerkracht – deel 2

Spreektekst Marianne van der Sloot namens de fractie van het CDA (d.d. 21-10-2016)

Voorzitter, na de vorige behandeling is voor het CDA 1 ding duidelijk geworden:

Je moet je oude schoenen niet weggooien voordat je nieuwe hebt.

In de afgelopen weken hebben wij veel vrijwilligers, verenigingen en “veerkrachtigen” gesproken. Er heerst veel onrust en er is veel onduidelijkheid over de toekomst. Laten we daar wat aan doen.

1) Want de netwerken in Brabant zijn de smeerolie van onze provincie.

Ik denk aan de Vereniging Kleine Kernen, de seniorenverenigingen.  En de insprekers van vandaag.  Sociale Veerkracht komt van onderop.

Als u ons vraagt: wil het CDA in het leefbaarheidsprogramma vernieuwen? Jazeker. Dat willen de netwerken ook.  Maar daar moeten ze ook de kans voor krijgen.

En niet per 1 januari – de stekker eruit – en laten omvallen.

We moeten niet het kind met het badwater weggooien.

En dat mogen we ook niet.

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn de basis van ons bestuursrecht.

We moeten een betrouwbare overheid zijn → Dat zijn we nu niet.

De uitvoeringsorganisaties en de netwerken kennen al jarenlang een relatie met de provincie. Nu kunnen ze door de onzekerheid geen plannen maken voor volgend jaar. Dat kan pas eind november.

Dit alles pleit voor een fatsoenlijke overgangstermijn, van tenminste 1 jaar, om aan de toekomst te werken.

Graag willen we dit als CDA, samen met andere partijen, bij de begrotingsbehandeling op 11/11 besluiten.

2) Voor het CDA is Sociale Veerkracht een programma voor HEEL Brabant.

Niet alleen voor West-Brabant en de middelgrote steden. Meer doen, kost meer geld.

Wij zijn bereid om bij te leggen. Wij zullen bij de begroting met voorstellen komen.

Tot slot 2 punten voorzitter:

3) Wij zijn en blijven, samen met de gedeputeerde, enthousiast over het Manifest van de verschillende partijen en willen dit toevoegen in het programma Sociale Veerkracht.

4) Bij de begroting willen we met concrete voorstellen terugkomen op de Regionale voedselbank.

Schriftelijke vragen zwaar sluipverkeer grensgemeenten

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Ton Braspenning over zwaar sluipverkeer door Brabantse grensgemeenten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over zwaar sluipverkeer Brabantse grensgemeenten.

CDA: “Den Haag, kom over de brug!”

Het CDA in het Land van Altena roept politiek Den Haag, minister Melanie Schultz van Infrastructuur en Milieu in het bijzonder, op om over de brug te komen en te zorgen voor een vlot herstel van de Merwedebrug. Ook wil het CDA dat knooppunt Hooipolder versneld wordt aangepakt en de algehele bereikbaarheid van de regio wordt verbeterd. Overheid en bedrijfsleven moeten hiervoor zo snel mogelijk de handen ineenslaan, vindt de partij.

Een delegatie van het CDA, onder wie Tweede Kamerlid Martijn van Helvert, Statenlid Roland van Vugt en de wethouders Renze Bergsma (Woudrichem) en Matthijs van Oosten (Werkendam), bracht vanochtend een bezoek aan de regio, die a.g.v. de beschadigde Merwedebrug wordt geteisterd door een verkeerschaos van ongekende omvang.

Voor het CDA is hiermee de maat vol. De partij wil dat de minister actie onderneemt en maatregelen neemt om de bereikbaarheid van het Land van Altena op orde te brengen. Automobilisten, vrachtwagenchauffeurs, ondernemers en inwoners van aan de A27 grenzende gemeenten zijn de dupe van de ontstane verkeerschaos. Aldus het CDA.

Bovendien vindt de partij de communicatie van Rijkswaterstaat hierover ver onder de maat. Dat dit anno 2016 kan in een beschaafd en welvarend land is onbegrijpelijk.

Roland van Vugt:

“De verkeerschaos in Altena is geen regionaal probleem, maar een nationaal drama. De A27 verbindt Noord- en Zuid-Nederland met elkaar én is voor hardwerkende Nederlanders van groot belang. Inmiddels slibben ook andere Noord-Zuidverbindingen dicht. Met een gammele brug en een prehistorisch knooppunt Hooipolder zitten wij in een logistieke klem. Dat mag niet gebeuren. Wij willen de brug over en niet de bietenbrug op. Vandaar onze oproep aan de minister: Melanie, kom over de brug!”

CDA bezorgd over uitblijven verzachtende maatregelen hagelschade

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is bezorgd over het uitblijven van verzachtende maatregelen voor gedupeerden van de hagelschade in Zuidoost-Brabant.

Tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 15 juli jl. heeft het CDA er bij het college van Gedeputeerde Staten op aangedrongen om zo snel mogelijk verzachtende maatregelen te treffen, die de negatieve gevolgen van de hagelschade d.d. 23 juni jl. beperken. Het college gaf toen aan niet snel over maatregelen te kunnen beslissen, omdat veel van de mogelijke oplossingen de nodige voorbereidingstijd zouden kosten.

Het nemen van verzachtende maatregelen had wat het CDA betreft veel sneller gemogen, maar hiervoor bleek destijds in Provinciale Staten onvoldoende steun. Statenlid René Kuijken (CDA) heeft het college toen gevraagd om na de zomervakantie alsnog met concrete maatregelen te komen.

Inmiddels zijn we 2,5 maand verder en staat de herfst voor de deur. Afgelopen vrijdag, in de eerste vergadering van Provinciale Staten na de vakantie, kwam Kuijken terug op de eerdere toezegging van het college om maatregelen uit te werken. Helaas had het college weinig nieuws te melden, behalve dat het in oktober of november met een voorstel komt. Het CDA vindt dit veel te laat.

“Om bedrijfseconomische én redenen van dierenwelzijn is het volstrekt onwenselijk om met beschadigde asbestdaken de winter in te gaan”, aldus Kuijken. Eerder liet het kabinet de regio al in de steek door de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (Wts) niet van toepassing te verklaren. Dit ondanks oproepen van o.a. gedupeerden, getroffen gemeentes en de provincie Noord-Brabant zelf.

Verantwoordelijk gedeputeerde Spierings gaf als verklaring voor het uitblijven van maatregelen dat er bij de provincie geen signalen van probleemgevallen meer zijn binnengekomen. Volgens het CDA zijn er op straat echter genoeg voorbeelden te vinden van ondernemers en gezinnen die in de knel zitten.

Het CDA roept deze mensen op om zich te bij de partij melden, zodat het CDA hun verhalen kan doorsturen naar de gedeputeerde. Melden kan door een e-mail te sturen naar cda@brabant.nl.

Stormschade ZO-Brabant: update

Op 23 juni jl. trok een hagelstorm van ongekende omvang over Zuidoost-Brabant, die voor zoveel schade en menselijk leed heeft gezorgd dat volgens het CDA mag worden gesproken van een ramp.

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant stelde op 28 juni schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten, met het verzoek maatregelen te nemen ter ondersteuning van door de ramp gedupeerde ondernemers, burgers en verenigingen (zie Schriftelijke vragen over schade noodweer ZO-Brabant).

Op 1 juli bracht de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant, samen met Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Jaco Geurts, lokale CDA’ers én de ZLTO, een bezoek aan het dorp Luyksgestel, een van de plaatsen die a.g.v. de storm zwaar is getroffen.

De ZLTO bood op 5 juli met verschillende andere organisaties een petitie aan in de Tweede Kamer, met een oproep om de getroffen regio tot rampgebied te verklaren via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts).

Twee dagen later, op 7 juli, debatteerde de Tweede Kamer met verantwoordelijk staatssecretaris Van Dam over de schade in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg. In dit debat heeft CDA Tweede Kamerlid Jaco Geurts ervoor gepleit om de getroffen regio de status van ‘rampgebied’ te geven en noodhulp te bieden. Hiervoor was geen steun bij o.a. coalitiepartijen VVD en PvdA én de staatssecretaris.

Op 14 juli ontving de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant de antwoorden op haar schriftelijke vragen d.d. 28 juni (zie Antwoord op schriftelijke vragen over schade noodweer ZO-Brabant). Daarnaast publiceerde het college een zgn. ‘Statenmededeling’, met daarin een reactie op alle gebeurtenissen (zie Statenmededeling Hagelstorm Zuidoost-Brabant). De gesuggereerde steunmaatregelen vond het CDA weinig concreet.

Tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 15 juli vond daarom op verzoek van het CDA een extra debat plaats over provinciale hulp aan gedupeerden in Zuidoost-Brabant. Statenlid René Kuijken stelde toen namens het CDA een aantal concrete acties voor, waaronder het versneld en tegen gunstige voorwaarden vervangen van asbestdaken door zonnepanelen (of andere duurzame initiatieven).

De CDA-motie Eendracht maakt macht, die verzekeraars oproept coulant te zijn en het gedupeerden mogelijk te maken een schade-uitkering te gebruiken voor bedrijfsbeëindiging/-verplaatsing/-omvorming, werd unaniem door Provinciale Staten aangenomen (zie Motie ‘Eendracht maakt macht).

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Statenlid René Kuijken via RKuijken@brabant.nl.

 

 

Vragen CDA n.a.v. onderzoek Veehouderij en Gezondheid