Schriftelijke vragen realisatie nieuwe N69 en de bereidheid tot een vrachtwagenverbod

Schriftelijke vragen van Statenlid René Kuijken over de realisatie van de nieuwe N69 en de bereidheid tot een vrachtwagenverbod.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de N69.

Geacht college, 

Op 26 januari jl. deed de Raad van State (RvS) een tussenuitspraak op een beroep 

aangetekend door o.a. de Brabantse Milieufederatie (BMF) en verschillende comités van omwonenden met betrekking tot de aanleg van de nieuwe N69.

Belangrijkste signaal van de RvS uit de tussenspraak was dat de provincie wat meer haast zou kunnen maken met het concreet maken van de natuurcompensatie en dat het onteigenen van de benodigde grond daartoe een goed middel zou kunnen zijn.

Het CDA deelt de opvatting van de provincie dat we zeer terughoudend dienen te zijn met het onteigenen van gronden benodigd voor de aanleg van de N69. Tegelijkertijd constateert het CDA dat de realisatie van de nieuwe N69 vertraging oploopt door de weinig concrete plannen ter natuurcompensatie. Deze vertraging heeft tot gevolg dat de omwonenden van de Eindhovense weg in Valkenswaard nog langer te maken zullen hebben met ernstige overlast door zwaar doorgaand vrachtverkeer. 

Naar aanleiding van deze situatie heeft de fractie van het CDA de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Wat gaat u doen om zo snel mogelijk aan het tussenadvies van de Raad van State tegemoet te komen? 
  2. Van hoeveel hectare benodigde grond voor de aanleg van de N69 is er op dit moment geen concreet zicht op minnelijke verwerving?
  3. Welke consequenties heeft een negatieve uitspraak van de Raad van State omtrent het huidige Provinciaal Inpassings Plan (PIP) Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69 voor de planning van de realisatie van de nieuwe N69 en wat gaat u tot het uiterste doen om een negatieve uitspraak te voorkomen? 
  4. Kunt u de eventuele aangepaste planning ter realisatie met ons delen?
  5. Bent u van mening dat de start van de realisatie van de nieuwe verbinding i.e. de Westparallel nog in 2017 kan worden opgestart?
  6. Indien het antwoord op vraag 5 ontkennend is, bent u dan bereid om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het zware doorgaande vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovense weg te Valkenswaard indien de gemeente Heeze-Leende hier ook mee akkoord is? 
  7. Vindt u een omleiding via de zuidelijke randweg (i.e. N396) hiervoor de beste omleidingsroute? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken

Sociale veerkracht dreigt ambtelijke tijger te worden

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over sociale veerkracht.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over sociale veerkracht.

Geacht college, 

Op 9 december 2016 stelden Provinciale Staten het programma Sociale Veerkracht vast. Een aanpak om kwetsbare groepen in onze provincie volwaardig te laten meedoen in onze samenleving en tweedeling te voorkomen. Nu het programma is vastgesteld, wordt het tijd om in actie te komen en concrete initiatieven hiertoe te ondersteunen. Het CDA hoopt op een succesvolle toekomst voor Sociale Veerkracht. Een toekomst vol fantastische projecten van en voor Brabanders die dankzij de provincie net dat extra steuntje in de rug krijgen.

De tijd van vage ambtelijke taal en dikke vellen papier moet voorbij zijn, vindt het CDA. De provincie moet aan de slag. Daarom heeft de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant aan de lokale CDA-fracties in Brabant gevraagd te peilen in hoeverre gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn aangesloten bij en bekend zijn met het programma Sociale Veerkracht.

Het CDA is erg geschrokken van de resultaten van deze ‘peiling’. Veel Brabantse gemeenten hebben van de provincie nog geen enkel bericht ontvangen over Sociale Veerkracht. Maatschappelijke organisaties, het fundament onder onze samenleving, blijken niet eens te zijn benaderd door de provincie. Hierdoor dreigt Sociale Veerkracht een ambtelijke tijger te worden, waar de Brabanders niets aan hebben.

Zelf zegt verantwoordelijk gedeputeerde Swinkels op de website van de provincie: ‘Versterking van de sociale veerkracht moet voorkomen dat Brabanders buiten de boot vallen en moet er voor zorgen dat iedereen deelt in, en bijdraagt aan de goede kwaliteit van leven in de provincie’ (zie http://www.brabant.nl/html/2016/ezineveerkrachtigbrabant/3-dit-gaan-we-doen.html).

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Waarom hebt u alleen met de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant contact over Sociale Veerkracht?
  2. Behalve de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant geven ook veel andere gemeenten aan gráág te willen deelnemen aan Sociale Veerkracht. De provincie betrekt deze gemeenten echter niet bij het programma. Betekent dit dat gemeenten buiten de genoemde regio’s geen (financiële) ondersteuning krijgen vanuit Sociale Veerkracht? Indien ja, waarom is dat?
  3. Uit de antwoorden op schriftelijke vragen in verschillende Brabantse gemeenten blijkt dat de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant ‘startplaatsen zijn waarvandaan we lessen meenemen voor heel Brabant’. Is er binnen het programma Sociale Veerkracht budget beschikbaar om deze lessen en initiatieven over heel Brabant uit te rollen? Indien niet, waarom niet?
  4. Naast de zgn. ‘gebiedsgerichte aanpak’ wilt u ook werken met ‘cross-overs’ naar andere provinciale opgaven. Hoe denkt u deze cross-overs te realiseren? Hoeveel budget heeft u hiervoor gereserveerd? Graag een specificatie per provinciale opgave.
  5. Kunt u ons een aantal voorbeelden noemen van (mogelijke) cross-overs die de afgelopen periode uit uw gesprekken met de middelgrote steden en de gemeenten in West-Brabant naar voren zijn gekomen?
  6. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat de provincie geen contact zoekt met maatschappelijke organisaties in de verschillende regio’s. Hoe denkt u een maatschappelijk programma als Sociale Veerkracht succesvol te maken zonder het maatschappelijk middenveld actief te benaderen en een actieve rol te geven?
  7. Naar aanleiding van de vragen van het CDA stelt u in uw brief aan diverse Brabantse gemeenten dat er voor gemeenten of andere organisaties géén mogelijkheid is tot het aanvragen van projectsubsidies. Waarom is deze mogelijkheid er niet?
  8. Kunnen ouderenbonden aanspraak maken op projectsubsidies? Graag een toelichting waarom wel/niet.
  9. Indien ja, waartoe leidt de door u ingevoerde overgangssubsidie voor de VBOB in 2018?
  10. Het CDA is groot voorstander van het ondersteunen van initiatieven van onderop om Sociale Veerkracht te ondersteunen. Door projectsubsidies onmogelijk of onbereikbaar te maken kunnen deze initiatieven echter niet bij de provincie terecht voor ondersteuning. Bent u het met het CDA eens dat dit een zeer onwenselijk gevolg is van het collegebeleid? Graag een toelichting.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marianne van der Sloot en Marcel Deryckere

Schriftelijke vragen massafusie gemeenten Zuidoost-Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over een massafusie van gemeenten in Zuidoost-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over massafusie gemeenten Zuidoost-Brabant.

Geacht college, 

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Eindhoven op 9 januari jl. maakte burgemeester Jorritsma van Eindhoven zijn plannen bekend om de 22 gemeenten in Zuidoost-Brabant te fuseren tot slechts vier.

Het CDA ziet een dergelijke massafusie absoluut niet zitten. Zeker niet, wanneer de gemeenten in kwestie de plannen niet steunen. Uit de eerste reacties op de plannen blijkt die steun ook te ontbreken.

Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college van Gedeputeerde Staten op de plannen van burgemeester Jorritsma en hebben daarom de volgende vragen voor u:

  1. Waren de plannen van burgmeester Jorritsma vóór de presentatie van 9 januari jl. bij u bekend? Indien ja, sinds wanneer was u op de hoogte?
  2. Hebt u op enigerlei wijze invloed gehad op de totstandkoming en de inhoud van de plannen? Indien ja, in welke mate?
  3. U hamert in uw brieven aan de gemeenten Son en Breugel en Nuenen al langer op de overdracht van taken aan een regionale organisatie ‘Eindhoven’. Verwees u daarmee impliciet naar een wens om een ‘Groot Eindhoven’ te realiseren door het op grootschalige wijze willen fuseren van gemeenten?
  4. U hebt richting de gemeenten Nuenen en Son en Breugel aangegeven dat een fusie van deze twee gemeenten én een overdracht van bepaalde taken aan een regionale organisatie ideaal zou zijn. De burgemeester van Eindhoven ziet niets in deze plannen. Hoe verhouden deze beide visies zich volgens u tot elkaar?
  5. Bent u het met het CDA eens dat het bestaan van deze beide visies, van belangrijke Brabantse overheden, voor nog meer onduidelijkheid in de regio zorgt?
  6. Ondersteunt u de plannen van de burgemeester van Eindhoven? Indien ja, op welke onderdelen?
  7. Hoe ziet, volgens u, de rol van de provincie eruit in het aankomende proces van reacties, discussies en besluiten de komende maanden/jaren?
  8. Bent u van plan om gemeenten in de regio Eindhoven die niet willen fuseren daartoe te dwingen?
  9. Burgemeester Jorritsma noemt het versterken van de efficiency als een van de belangrijkste argumenten voor een grootschalige herindeling. Is er bij u enig bewijs bekend dat een grotere gemeente na herindeling daadwerkelijk efficiënter is? Indien ja, wilt u dat bewijs aan Provinciale Staten overleggen?
  10. Tevens vindt burgemeester Jorritsma de concurrentie met steden als Milaan, München, Stockholm en Singapore een reden voor een grotere gemeente. Hoe verschillen deze vier steden qua bestuurlijke indeling en bestuurskracht met de stad en regio Eindhoven?
  11. De burgemeester noemt ook het binnenhalen van meer investeringen voor de regio. Hiervoor zou een grotere gemeente nodig zijn. Is er bij u enig bewijs voor deze bewering bekend? Indien ja, kunt u dit bewijs aan Provinciale Staten doen toekomen?
  12. Tenslotte meent burgemeester Jorritsma deze massafusie nodig te hebben om een serieuze plek aan tafel te krijgen in Den Haag. Heeft de burgemeester deze positie nu nog niet, vindt u? En hoe moeten we de recente ‘mainport’ erkenning dan zien? Graag uw duiding en visie.
  13. Het CDA is benieuwd naar de bestuurskracht van de gemeente Eindhoven, zoals deze nu is. Weet u of de gemeente Eindhoven al een bestuurskrachtonderzoek naar zichzelf heeft laten uitvoeren? Indien ja, kunt u dit aan Provinciale Staten doen toekomen? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

CDA: kabinet faalt in aanpak (drugs)criminaliteit

PERSBERICHT

Het opblazen van een gemeentehuis met auto’s vol explosieven, de bedreiging van burgemeesters en raadsleden, het dumpen van levensgevaarlijk XTC-afval in bossen en natuurgebieden, de infiltratie van criminele netwerken in onze samenleving, de politiek en het openbaar bestuur.  Keer op keer heeft het CDA in de afgelopen jaren gewaarschuwd voor een sluipende opmars van criminelen in het openbare leven. Het kabinet was te druk bezig met de eigen veiligheidspropaganda en liet de zaak faliekant uit de klauwen lopen.

De berichtgeving van de afgelopen dagen over de ondermijning van de samenleving door schatrijke criminelen, nietsontziende motorclubs en buitenlandse maffia, is dan ook een hard en meer dan terecht verwijt aan het kabinet en de coalitiepartijen VVD en PvdA.  Deze jaarwisseling bleek dat zelfs zijn eigen agenten het vertrouwen in de minister kwijt zijn. Hun oproep was ongehoord hard, maar zeer terecht.

Het CDA is duidelijk: het Nederlandse drugsbeleid is failliet en op het gebied van veiligheid moet het roer om. Drugs zijn troep en treffen juist vaak de meest kwetsbaren in onze samenleving, die al genoeg problemen hebben. Als je weet dat het grootste deel van de Nederlandse teelt en productie voor het buitenland is bestemd, snap je dat dit idee niets oplost. Wij gaan criminelen niet belonen, maar bestraffen voor slecht gedrag. Daarom stelt het CDA verschillende maatregelen voor.

Het begint ermee dat we drugscriminaliteit bij de wortel aan te pakken. Het is nodig dat speciale interventieteams van de politie aan de slag gaan om nog meer wietplantages op te rollen en crimineel verkregen vermogen door drugswinsten af te pakken. De opbrengst hiervan moet terug naar de regio om duurzaam te investeren in een langjarige aanpak van criminaliteit.

Er moet een einde komen aan het gedogen van het bezit van harddrugs: elk bezit is strafbaar en dient te worden vervolgd en bestraft. De verdachten van drugsdelicten dienen standaard in voorlopige hechtenis genomen te worden. Er moet  tevens een maximale termijn komen waarbinnen het onderzoek naar verdachten moet zijn verricht en waarbinnen een zaak voor de rechter komt, zodat procedures niet langer eindeloos worden opgerekt.

Tot slot moeten we er ook voor zorgen dat criminelen daadwerkelijk hun straf uitzitten.

Het aantal veroordeelden dat zijn straf ontloopt, is deze regeerperiode fors gestegen. Nu komt een gedetineerde op tweederde van de straf in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating. Wij willen dat moment beperken tot de laatste tien procent van de opgelegde straf met een maximale voorwaardelijke invrijheidstelling van zes maanden. Korte straffen tot twee jaar komen wat ons betreft helemaal niet meer in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating. Bij herhaling van een soortgelijk delict dient de strafmaat verdubbeld te worden om de samenleving beter te beschermen.

De trieste balans van dit kabinet is dat je veiligheid niet vergroot met pakkende slogans.

Een veilig land vraagt om stevige maatregelen en kundige bewindspersonen!

Lees via de volgende link het complete CDA-plan Tot hier en niet verder! – Aanpak (drugs)criminaliteit: Tot hier en niet verder! – Aanpak (drugs)criminaliteit.

CDA op werkbezoek bij Eindhoven Airport

Leden van de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant brengen op 9 december a.s. een werkbezoek aan Eindhoven Airport. Ook Linda Hofman, fractievoorzitter van het CDA in de gemeenteraad van Eindhoven, is hierbij aanwezig.

Eindhoven Airport is de tweede luchthaven van Nederland. In 2015 vlogen er via de luchthaven 4,3 miljoen mensen naar meer dan 70 bestemmingen in m.n. Europa. Er zijn meer dan 1.200 mensen werkzaam.

Eindhoven Airport is de civiele medegebruiker van Vliegbasis Eindhoven, waar militaire activiteiten van de Koninklijke Luchtmacht plaatsvinden.

Op het programma van het werkbezoek staan o.a. een presentatie van Algemeen Directeur Joost Meijs en Financieel Directeur Rianne Jans, een rondleiding over de luchthaven én een ontmoeting met studenten van de opleiding Luchtvaartdienstverlening van het Summa College in Eindhoven. Deze studenten leren de vaardigheden en kennis op Eindhoven Airport door middel van stages en praktijkinstructies.

Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant:

“Als CDA zijn we bijzonder verheugd dat we op Eindhoven Airport te gast mogen zijn. Het is een bedrijf dat volop in ontwikkeling is en waar de provincie Noord-Brabant, als medeaandeelhouder, nauw bij is betrokken. We laten ons graag bijpraten over de lopende en toekomstige activiteiten op de luchthaven. Dat we tevens de gelegenheid krijgen om te zien op welke bijzondere wijze het Summa College en Eindhoven Airport samenwerken, maakt ons heel benieuwd.”

Schriftelijke vragen windmolens A16

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt en Ton Braspenning over windmolens langs de A16.

Geacht college, 

In het kader van de voorbereidingen van de MER-procedure, die wordt gestart om de plaatsing van windmolens rond de A16 te realiseren, bent u bezig met het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

In dat kader hebben wij voor u de volgende vragen, die specifiek betrekking hebben op de A16 corridor.

Op 1 december 2015 hebben de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert een convenant gesloten. In dit convenant onderschrijven alle partijen het belang van afspraken over sociale participatie.

  1. Hoe worden inwoners of organisaties van inwoners concreet betrokken bij de planvorming en in welke fase van het proces? Welke rol krijgt Bewonersplatform VOOR DE WIND West-Brabant hierin?
  2. Het op een evenwichtige wijze verdelen van de lusten en de lasten is voor het verwerven van draagvlak cruciaal. Wat is uw visie hierop?
  3. Is bekend wat de tiphoogte van de molens is?
  4. Hoe kijkt u aan tegen de overlast vanwege slagschaduw?
  5. Welk afstandscriterium hanteert u ten aanzien van woningen?
  6. Bent u bereid de volgende aspecten in het vervolgtraject mee te nemen?
  • Wat is het effect van de plaatsing van windmolens in de A16 corridor, waar spoor en weg al voor geluidsproductie zorgen gecombineerd met het geluid van windturbines, op de totale geluidsbelasting?
  • Heeft het draaien van de wieken in deze geluidscorridor A16 nog een extra effect op de totale geluidsbelasting?
  • Het effect van de windrichting op het geluidsniveau: welke maatregelen zijn effectief om dit effect binnen de normen te brengen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt

Ton Braspenning

CDA breekt lans voor ‘het nieuwe retail’

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant roept de provincie op te onderzoeken of er private partijen zijn die een brug willen slaan tussen huurders en verhuurders van tijdelijke winkelruimte. ‘Tijdelijk’ is immers het nieuwe retail, aldus de partij.

Er zijn bedrijven die pandeigenaren kunnen overtuigen tijdelijke verhuur toe te staan en die te koppelen aan (toekomstige) winkeliers die op zoek zijn naar een juiste locatie. De provincie heeft het netwerk en de kennis om al deze partijen bij elkaar te brengen.

Het CDA dient voor dit initiatief een motie in tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 november, waar leegstand en retail op de agenda staan.

Statenlid en kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder Economische Zaken:

“Tijdelijk is het nieuwe retail. Dit voorstel moet bedrijven, pandeigenaren en winkeliers bij elkaar brengen en leegstand in onze provincie tegengaan. Niet via langlopende wurgcontracten, maar met nieuwe retailconcepen gericht op tijdelijkheid en minder risico.

Zo maken we het voor winkeliers aantrekkelijker om zich weer in de stadsharten en dorpskernen van onze provincie te gaan vestigen én vergroten we de leefbaarheid voor onze inwoners.”

CDA: 3 voorstellen voor méér sociale veerkracht in Brabant

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant lanceert vandaag drie voorstellen om de ‘sociale veerkracht’ in Brabant te verbeteren: bestrijding van eenzaamheid (1), invoering van het ‘Right to Challenge’ (2) én sociale veerkracht als onderdeel van elk Statenvoorstel (3).

Het CDA dient hiertoe drie moties in tijdens de plenaire vergadering van Provinciale Staten op 18 november. Het thema ‘sociale veerkracht’ staat dan op de agenda.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot:

“Het CDA vindt sociale veerkracht van gróót belang voor de Brabantse samenleving. In de begroting van de provincie bezuinigt dit college van Gedeputeerde Staten op ouderenbonden en andere vrijwilligersnetwerken. Het CDA heeft zich hiertegen verzet, maar kreeg onvoldoende steun. Met deze drie voorstellen proberen we nu de situatie voor de meest kwetsbaren in onze provincie te verzachten, en geven we tevens ruim baan aan creatieve ideeën uit de samenleving zelf.”

Uit onderzoek blijkt dat meer dan 38% van de Brabanders, jong én oud, eenzaam is. Dit gaat vaak ten koste van hun gezondheid, welzijn én netwerk. Eenzaamheid tegengaan ziet het CDA dan ook als een grote taak voor de provincie, waarvoor het college met een plan zou moeten komen.

Via invoering van het zogeheten ‘Right to Challenge’ wil het CDA aan Brabanders het ‘uitdagingsrecht’ geven om zélf met ideeën voor sociale veerkracht aan de slag te gaan. Zij weten immers het beste welke initiatieven kans van slagen hebben en kunnen rekenen op voldoende draagvlak. Dit past bij de huidige ‘participatiesamenleving’.

Omdat sociale veerkracht nauw verbonden is met bijna ieder besluit dat Provinciale Staten neemt, pleit het CDA ervoor in elk Statenvoorstel een paragraaf over sociale veerkracht op te nemen. Net als dat gebeurt met internationalisering.

Schriftelijke vervolgvragen naamsverandering Brabants OV in “Bravo”

Schriftelijke vervolgvragen van Statenlid Ankie de Hoon over de naamsverandering van het Brabantse openbaar vervoer in Bravo.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vervolgvragen over Bravo.

Geacht college, 

Het CDA heeft met veel belangstelling uw antwoorden gelezen op onze schriftelijke vragen over Bravo, de nieuwe naam voor het regionale openbaar vervoer in Brabant.

Veel Brabanders reageren verongelijkt op dit plan. Zij zien in hun gemeenten belangrijke OV-voorzieningen verdwijnen, terwijl u veel geld uitgeeft aan een naamsverandering van het OV. En dat zonder onderliggend plan, zonder vooroverleg met gemeenten, en zonder te weten of Bravo überhaupt gaat bijdragen aan een geslaagde reis voor de OV-gebruiker.

Het CDA maakt zich zorgen over deze wijze van beleid maken en heeft voor u de volgende (vervolg)vragen:

  1. Per 11 december is het nieuwe Bravo logo een feit. In hoeverre hebben gemeenten hierin daadwerkelijk een stem gekregen?
  2. Wanneer verwacht u de eerste leenfiets in gebruik te nemen?
  3. Wanneer verwacht u de eerste deelauto in gebruik te nemen?
  4. Wanneer is de Bravo bus volgens u een succes? Graag een toelichting.
  5. Vindt er over anderhalf jaar een evaluatie plaats over het succes van Bravo?
  6. Is het bedrag van 200.000,00 euro een maximum bedrag? Bent u bereid de totale kosten van Bravo in de evaluatie te betrekken?
  7. Kunt u garanderen dat er geen enkele in Bravo geïnvesteerde euro wordt doorberekend aan de reiziger?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

Reactie KBO Brabant op bezuinigingen ‘Sociale Veerkracht’

Lees via de volgende link de reactie van KBO Brabant op de bezuinigingen op Sociale Veerkracht, ouderenbonden en vrijwilligersnetwerken, van de provincie Noord-Brabant: http://www.kbo-brabant.nl/nieuws.php?action=view&Nieuws_Id=6871.

Het CDA ondersteunt het pleidooi van de KBO: vrijwilligersorganisaties als de KBO, maar bijvoorbeeld ook de Vereniging Kleine Kernen, zijn van onschatbare waarde voor de Brabantse samenleving. Zij doen heel goed werk voor heel veel mensen in Brabant, onder wie honderdduizenden senioren.

Als CDA zullen we doen wat we kunnen om het Brabantse college van Gedeputeerde Staten op andere gedachten te brengen. Alle hulp is daarbij welkom!

Hebt u vragen of wilt u meer informatie, neemt u dan contact op met fractievoorzitter Marianne van der Sloot via het e-mailadres MvdSloot@brabant.nl.