Spreektekst Jürgen Stoop – Debat over PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ op 06/03

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Vandaag gaan Provinciale Staten een besluit nemen over het Inpassingsplan ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’.

We hebben tijdens de behandeling van dit onderwerp begrepen dat er veel overleg is met de betreffende bewoners om de gronden zonder tot onteigening over te gaan, te verwerven. En met succes: het aantal onteigeningen zal tot een minimum worden beperkt. Dit is een compliment voor de wijze waarop de medewerkers in dit Huis zijn omgegaan met de inwoners, maar ook een compliment aan de betrokken bewoners die hebben bijgedragen aan een constructief proces.

In de nota van zienswijzen is te lezen dat er 75 zienswijzen zijn ingediend. De meeste zienswijzen hebben betrekking op de zorgen die de bewoners hebben ten aanzien van het stijgende waterpeil in het gebied. Het is goed te lezen dat de peilplannen, het inrichtingsplan en het Provinciaal Inpassingsplan zelf op basis van de zienswijzen zijn gewijzigd. Een groot aantal zienswijzen gaat ook over de verwachte overlast van muggen en knutten en een aantal over communicatie.

Het CDA schaart zich dan ook achter de conclusies van Brabant Advies: houd de vinger aan de pols ten aanzien van de ontwikkelingen, waaronder een grotere kans op natte voeten voor de bewoners en een toename van muggen en knutten. Communicatie is daarbij het toverwoord: blijf in gesprek met de betrokkenen en stel bij als ontwikkelingen nadeliger zijn dan voorzien.

Wat wel bijzonder is, is dat een Natura 2000-gebied zo dicht langs een snelweg ligt. De vraag is of de opgave voor de stikstofreductie hierdoor niet lastiger wordt. Voor het CDA is duidelijk dat de opgave van de stikstofreductie voor dit gebied niet alleen bij de agrarische ondernemers mag liggen. We hebben in ieder geval begrepen dat er al veel winst in de stikstofreductie wordt gerealiseerd, doordat met een nieuwe bestemming van een aantal deelgebieden het agrarische gebruik binnen het gebied zal afnemen. Wij adviseren u om deze reductie te monitoren.

Het CDA heeft uit de presentatie van drie weken geleden mogen ervaren dat er heel zorgvuldig is gehandeld en heeft het vertrouwen dat ook de aanbevelingen van Brabant Advies zorgvuldig worden uitgevoerd. Ook waterschap Brabantse Delta is zeer positief over het plan. Zij prijzen de gedetailleerdheid van het plan en de wijze waarop de waterbeheersing met dit plan wordt gerealiseerd. Binnen het waterschap werd zelfs met applaus op dit Inpassingsplan gereageerd. Het zal u niet verbazen dat het CDA kan instemmen met dit Inpassingsplan.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ‘Natuurgebied Westelijke Langstraat’ (6 maart 2020)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over de Omgevingsverordening op 06/03

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Omgevingsverordening 
(06-03-2020)

Voorzitter,

Op de eerste plaats wil ik u en uw ambtenaren complimenteren voor de duidelijke Statenmededeling, die u ons ter voorbereiding hebt toegestuurd.

Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is dat besluitvorming eenvoudiger en beter moet en vergunningen sneller moeten worden afgegeven. Als CDA bekijken wij ‘eenvoudiger’ en ‘beter’ vanuit het perspectief van de burger/ondernemer en niet vanuit de overheid.

Veel burgers ervaren het beleid van de provincie als heel ingewikkeld. Daar moeten we bij de uiteindelijke Omgevingsverordening goed naar kijken. Hoe maken we het voor de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Het CDA vindt dat elke maatregel uit deze Toren haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn. En regels uitlegbaar en voor iedere belanghebbende, burger of ondernemer, goed te begrijpen.

Ten aanzien van de Omgevingsverordening wil ik vandaag de volgende onderwerpen aan de orde stellen.

  • Hoe maken we het de burgers van Noord-Brabant eenvoudiger? Dit zou een van de     criteria kunnen zijn, wanneer regels moeten worden afgeschaft, toegevoegd of gewijzigd. Graag een reflectie van de gedeputeerde hierop.
  • Veel Brabanders ervaren procedures als tijdrovend en kostbaar. Kan de gedeputeerde reflecteren op de legeskosten die deze verordening met zich meebrengt? Hoe verhouden deze zich tot die in andere provincies?
  • Hoe kan de provincie schademelding voor burgers die faunaschade lijden eenvoudiger maken? Speelt de hoogte van het behandelbedrag hier wellicht een rol?
  • Bij het sturen op omgevingskwaliteit missen wij de toe te passen zonneladder, de bescherming van goede landbouwgebieden of structuur van de landbouw. Dat is ook belangrijk voor de toekomst om bijvoorbeeld kringlooplandbouw mogelijk te maken. Graag een reactie.
  • Gelderland en Limburg hanteren in hun veehouderijbeleid een simpeler systematiek dan Brabant, terwijl zij ook extra duurzaamheidseisen stellen. Graag een reflectie.
  • Tot slot. Vanuit de gedachte van subsidiariteit vinden wij dat wat lokaal kan ook lokaal moet worden geregeld. Zo dicht mogelijk bij burgers. Door gemeenten dus. Is de gedeputeerde het met het ons eens dat de provincie echter wél een rol kan hebben bij het aanwijzen van nieuwe grootschalige glastuinbouwgebieden, een grootschalig en complex ruimtelijk vraagstuk, nauw samenhangend met de energietransitie, dat veel vraagt van een gemeente?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels Omgevingsverordening (6 maart 2020)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening op 14/02

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de wijziging Interim omgevingsverordening 
(14-02-2020)

Voorzitter,

In december hebben we met elkaar gesproken over de Brabantse Aanpak Stikstof.

Voor het CDA bevatte die aanpak heel goede aanbevelingen, met name de afspraak om met de sector en belangengroeperingen samen tot een plan te komen. Praten met elkaar en niet over elkaar.

In december moesten we helaas constateren dat het plan niet realistisch genoeg is. Data negen maanden verschuiven is en blijft voor het CDA geen haalbare optie, als het daarbij blijft. Toen keken we en ook nu kijken we nadrukkelijk of de mensen in de praktijk, in de sector en in belangengroeperingen, ermee uit de voeten kunnen.

Je kunt hier van alles gaan roepen en beslissen, maar voor ons stond én staat vast: alleen met betrokkenen samen kun je tot een haalbaar plan met voldoende draagvlak komen. Dan is louter een datum opschuiven veel te mager en een miskenning van de problematiek die betrokkenen ervaren búiten dit provinciehuis.

Daarom zijn wij blij dat er deze week een visie is aangeboden, zo’n plan vanuit de praktijk: ‘Maak de landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant’. Aangeboden namens NMV, ZLTO, NVP, POV, FDF, BAJK en Agrifirm. En dat is een mooi resultaat. Praten en plannen maken met elkaar.

De zienswijzen die zijn ingediend bij dit voorstel bevestigen ons weer in de overtuiging dat er vele manieren zijn om naar de problemen te kijken, maar ook om oplossingen te bereiken.

Ook vanmorgen hebben inwoners de moeite genomen om in te spreken op voorliggend voorstel, veel dank daarvoor.

Ik kan het niet genoeg herhalen: voor het CDA waren en zijn het niet protesten op zichzelf, en al helemaal niet de loutere schreeuwers, maar voor het CDA zijn het de argumenten die tellen. Dat was in november zo, dat was in december zo, dat is nu zo en dat zal in de toekomst ook steeds zo zijn. Mensen met goede argumenten, valide, houdbaar en oprecht, die kunnen ons overtuigen. Luisteren naar mensen in de achterban, maar ook daarbuiten. En die mensen hebben invloed op de lijn die we uiteindelijk kiezen. Maar zo luistert het CDA ook vanmorgen naar de argumenten in deze Statenzaal. Ontvankelijk en uiteindelijk alles afwegend. Zo hoort het wat ons betreft te zijn.

Voorzitter,

Als het CDA vandaag instemt met het opschuiven van de data met negen maanden, dan is dat niet omdat we het een voortreffelijk voorstel vinden waarmee alles is gezegd en geregeld. Nee, wanneer wij instemmen, dan is dat omdat we hiermee tijd kopen voor ons als PS om te komen tot een echt realistisch onderbouwde, duurzame langetermijnoplossing met een zo breed mogelijk draagvlak.

Een oplossing op basis van alle argumenten die we nog kunnen ophalen en uitwisselen in de komende tijd. Een oplossing die op solide draagvlak in deze Staten kan rekenen. Een oplossing, hoe Brabants ook, die rekening houdt met landelijk ingezette ontwikkelingen, plannen en kaders. En daarover bestaat gewoon nog veel te veel onzekerheid om nu al met een in beton gegoten oplossing te komen. Geen twijfel dus van onze kant, maar verstandige behoedzaamheid.

Als we vandaag instemmen geven we lucht aan de sector, want niets doen betekent dat ondernemers vóór 1 april een vergunningaanvraag moeten indienen. Het alternatief voor hen is om de wet te overtreden. Met dat dilemma wil het CDA hen niet opzadelen.

Conclusie, voorzitter, het signaal naar de sector: uw argumenten zijn bij ons aangekomen, ze doen ertoe. Maar ook: we zijn er nog niet, we hebben tijd nodig, om met elkaar in Brabant tot een duurzame oplossing te komen voor werkelijk álle belanghebbenden.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon wijziging IOV (14 februari 2020)

CDA stapt uit Brabantse coalitie

Vanavond heeft de fractie van CDA Brabant de samenwerking met VVD, D66, GroenLinks en PvdA beëindigd en is uit de Brabantse coalitie gestapt.

Aanleiding is het debat over de Brabantse Aanpak Stikstof (BAS), met maatregelen voor de agrarische sector die de fractie van het CDA Brabant niet kan dragen. Zowel in aanloop naar dit debat als tijdens het debat zelf bleek bij de voormalige coalitiepartners geen ruimte om het voorgestelde beleid aan te passen in een voor de CDA-fractie acceptabele richting.

Deze opstelling van onze voormalige coalitiepartners gaf ons te weinig vertrouwen voor een goede samenwerking op andere dossiers in de toekomst.

De CDA-fractie betreurt dat zij dit besluit heeft moeten nemen en gaat zich beraden op de ontstane situatie. Wij zullen ons te allen tijde blijven inzetten voor de inwoners van onze provincie.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Schriftelijke vragen over handhaving en toezicht Brabants buitengebied

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over handhaving en toezicht Brabants buitengebied.

Geacht college,

Gisteren berichtte o.a. het Brabants Dagblad over de staat van handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied. Deze berichtgeving baart het CDA zorgen. Temeer daar wij grote waardering hebben voor de mensen van Samen Sterk in Brabant (SSiB), die hard werken en zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor de veilig- en leefbaarheid in onze provincie.

Wij hebben voor u de volgende vragen: 

  1. Bent u bekend met het bericht Zware kritiek op functioneren Samen Sterk in Brabant: Toezicht in buitengebied is ‘lachertje’ in het Brabants Dagblad d.d. 4 december jl.1?
  2. Deelt u het beeld dat handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied tekort schieten en criminelen er vrij spel hebben? Indien ja, wat zijn hiervan volgens u de oorzaken?
  3. Wat is uw indruk van SSiB? In hoeverre is de organisatie voldoende toegerust om haar taken, waaronder de aanpak van wildcrossen, stroperij en drugsafvaldumpingen, te kunnen uitvoeren?
  4. Kunt u nader ingaan op de signalen dat de aansturing en financiële situatie bij SSiB evenals de 24-uurs aanwezigheid van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in het buitengebied onder druk staan?
  5. Kunt u de organisatiecultuur binnen SSiB nader duiden? Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met verbetersignalen van binnen en buiten de organisatie? Wordt de ‘klokkenluidersregeling’ gevolgd?
  6. Hoe beoordeelt u de samenwerking tussen boa’s in het veld, de politie en andere partners?
  7. Hoe is het gat in de begroting en de daaruit voortkomende onderbezetting ontstaan?
  8. Bent u bereid op korte termijn met SSiB en de verschillende partners in gesprek te gaan om tot oplossing te komen die SSiB in staat stelt voor honderd procent te doen waarvoor zij is opgericht, namelijk de veiligheid op het Brabantse platteland helpen vergroten? Welke maatregelen kunnen daartoe worden genomen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie https://www.bd.nl/brabant/zware-kritiek-op-functioneren-samen-sterk-in-brabant-toezicht-in-buitengebied-is-lachertje-br-br~aa8e358d/

 

Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59 (vervolg)

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de veiligheid van snelfietsroute F59 ‘s-Hertogenbosch – Oss (vervolg).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59.

Geacht college,

Op 9 september jl. heeft het CDA schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss. Aanleiding was het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB en een brief van de Dorpsraad Nuland, die op eerdergenoemd traject diverse knelpunten signaleerde. Bijvoorbeeld het delen van de F59 met auto’s, een onprettig en gevaarlijk routestuk door de Waterleidingstraat, de overgang Waterleidingstraat – Elzenstraat waar fietsers op de fietsstraat blijven rijden, veel bijna-ongevallen op de kruising Kerkstraat – F59 , de (te) smalle) berm tussen de rijbaan en de sloot in de bocht van de Singel, en het delen van de F59 met een vrachtwagenroute over een gedeelte van de Wolfdijk.

Naar aanleiding van de beantwoording1 d.d. 1 oktober jl. hebben wij voor u de volgende vervolgvragen:

01. In antwoord op vraag 2 schrijft u dat de verbeterpunten uit het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB u bekend waren en u de adviezen van de ANWB gebruikt bij het ontwerp en de realisatie van nieuwe Waarom niet bij bestaande snelfietsroutes, zoals de huidige F59, waarvan de verbeterpunten u inmiddels bekend zijn?

02. In antwoord op vraag 5 schrijft u ‘altijd bereid te zijn overleg te hebben over de aanleg van een nieuwe of verbeteringen aan een bestaande snelfietsroute, zoals de F59, als onderdeel van de regionale multimodale afwegingen’. Heeft een dergelijk overleg inmiddels plaatsgevonden? Indien ja, wat zijn de uitkomsten?

03. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat de F59 u heeft geleerd voor nieuwe snelfietsroutes voortaan hogere eisen te stellen aan de breedte van het fietspad, aan de kwaliteit van de wegverharding, het verplicht stellen van verkeersveiligheidsaudits en ruimte te bieden voor maatwerk.

  1. Hoe zijn deze eisen geborgd en wie ziet toe op naleving?
  2. Wat betekent dit voor de knelpunten aan de bestaande F59?

04. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat op de website www.onsbrabantfietst.nl de komende periode meer informatie over de Brabantse snelfietsroutes beschikbaar komt. Bent u bereid op de website ook een plek in te richten, waar gebruikers knelpunten kunnen melden? Waarom wel/niet?

05. In antwoord op vraag 7 schrijft u dat, in afwachting van nieuwe landelijke richtlijnen voor bewegwijzering, ‘de bevoegd wegbeheerder intussen kleinschalige verbeteringen kan uitvoeren’. Wie is inzake de F59 de bevoegd wegbeheerder en is deze bereid kleinschalige verbeteringen uit te voeren die op korte termijn de veiligheid verbeteren?

06. In antwoord op vragen 8 en 9 schrijft u op de F59 een schouw te hebben uitgevoerd en de bevindingen samen met testrapport van de ANWB en de knelpunten van de Dorpsraad Nuland te zullen bespreken tijdens het periodieke overleg met gemeenten.

  1. Wat zijn de bevindingen van de schouw?
  2. Heeft het periodieke overleg inmiddels plaatsgevonden?
  3. Indien ja, wat zijn de uitkomsten van dit overleg?

07. In antwoord op 10 schrijft u bereid te zijn om met de gemeente ’s-Hertogenbosch, en door de gemeente ’s-Hertogenbosch betrokken partijen, maatregelen te overwegen die de fietsveiligheid en het fietscomfort op de F59 ’s-Hertogenbosch – Oss te verbeteren. Wat kunt u ons hierover melden?

08. Kunt u, in samenspraak met de gemeente ’s-Hertogenbosch en andere betrokken partijen, een planning/tijdspad geven voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de F59? Bijvoorbeeld wanneer overleg- en beslismomenten zijn, wanneer verbeteringen in gang worden gezet en zijn gerealiseerd.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie https://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2019/10/Antwoord-op-schriftelijke-vragen-over-veiligheid-snelfietsroute-F59.pdf

 

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie op 22/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023
(22-11-2019)

Voorzitter,

Goed zijn voor elkaar: daar hoort ook bij dat je kijkt naar de wereld om je heen. Die van vandaag, maar ook die van morgen. Dat je daar zuinig op bent, zodat we de aarde verantwoord kunnen doorgeven aan de volgende generatie.

Gegeven de klimaatontwikkeling zullen we anders moeten omgaan met o.a. energie. We zullen ons gedrag moeten aanpassen en innovaties stimuleren én faciliteren. Deze innovaties bieden kansen: innovaties zorgen voor werkgelegenheid, innovaties kunnen we exporteren, en in innovaties zit een verdienmodel.

Juist vanwege de innovatiekracht die er in Brabant is, is de CDA-fractie voorstander van het bij elkaar brengen van zogeheten ‘koplopergemeentes’ en bedrijven om hun kracht te benutten. We zijn blij dit terug te lezen in het Uitvoeringsprogramma.

Maar met onze ambitie moeten we ook realistisch zijn en altijd oog blijven houden voor de gevolgen van wat we doen. Niet alleen de technische en economische aspecten, maar ook de acceptatie door onze inwoners en bedrijven.

Het college vraagt aan ons om in te stemmen met een begrotingswijziging voor het toewijzen van middelen ten behoeve van het Uitvoeringsprogramma Energie. Dit uitvoeringsprogramma zelf hebben we reeds vastgesteld, vandaag stellen we het budget vast om het te kunnen uitvoeren. Een paar vragen en opmerkingen over het programma en hoe we het geld daarvoor gaan inzetten.

In het Uitvoeringsprogramma staat dat we voor wat betreft zonne-energie de voornaamste focus van de provincie is het ondersteunen van gemeentes. We gaan een actieve bijdrage leveren aan het ten volle benutten van de daken, in beeld brengen hoe we e.e.a. kunnen versnellen: prima. Maar gaan we ons dan ook actief inzetten om geen zonneweides aan te leggen op vruchtbare (landbouw)grond? Graag een reactie van de gedeputeerde.

‘Tussen de verschillende opgaven zijn diverse koppelkansen: energie als inkomstenbron voor agrariërs of als verdienmodel voor de natuur’ (pag. 14). Wat wordt hiermee bedoeld? We gaan toch geen windmolens of zonneweides aanleggen om natuur te financieren? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Verder: ‘in de komende periode verkennen we hoe we de verdiencapaciteit van energieproductie kunnen inzetten voor de realisatie van nieuwe natuur of de aanleg van bos’ (pag. 14).

Is het niet verstandiger om de verdiencapaciteit van de energieproductie in te zetten voor het in stand houden van bestaand bos en bestaande natuur? Of om deze verdiencapaciteit in te zetten voor de leefbaarheid?

De energietransitie kan alleen slagen door samen te werken. Op strategisch niveau gaan we samenwerken met ons netwerk. Om de ontwikkelingen van de Brabantse energietransitie te volgen, te monitoren en waar nodig bij te sturen, wordt er een ‘strategic energy board’ opgericht.

Op pag. 35 staat geschreven dat ‘we streven naar oprichting van het strategic energy board in 2020’. Dit is een vaag streven. Kan het college niet toezeggen dat oprichting daadwerkelijk plaatsvindt in 2020??

Door vandaag de middelen toe te kennen, borgen we dat we als provincie een rol kunnen blijven spelen in de energietransitie en dat er in de uitvoering geen gat valt. Als CDA-fractie staan we positief tegenover dit voorstel, maar willen we nog wel duidelijke antwoorden op de gestelde vragen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023 (22 november 2019)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Interpellatiedebat over stikstofuitstoot industrie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Interpellatiedebat over de uitstoot en vergunningverlening stikstof door industrie
(22-11-2019)

Voorzitter,

Onze Brabanders moeten kunnen bouwen op hun provinciebestuur.

Het gevoel hebben dat er serieus naar hen wordt geluisterd, maar belangrijker nog: dat er serieus met hen wordt omgegaan. Daarin hebben wij allen een voorbeeldfunctie.

Wij zitten hier, om te doen wat juist is voor alle Brabanders, niemand uitgezonderd.

Onze Brabanders verdienen een eerlijke behandeling. Alle feiten op tafel, alles inzichtelijk maken, dan – in dit geval – het aandeel van de uitstoot per sector eerlijk vaststellen, om vervolgens tot een eerlijk en realistisch beleid te komen waar de natuur echt mee is gediend.

Voorzitter, als CDA vragen wij om vóór het stikstofdebat van 13 december alle juiste gegevens aangaande de stikstofuitstoot per sector te mogen ontvangen. Net als het rapport over het flankerend beleid bij de veehouderijbesluiten uit 2017, waarnaar Wageningen University onderzoek heeft gedaan.

Tot slot: he debat vandaag is prematuur, want nog niet alle informatie ligt op tafel. Op 13 december praten wij verder, en maken wij als CDA onze afweging.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven interpellatiedebat stikstofuitstoot industrie (22 november 2019)

Spreektekst Kees de Heer – Debat over de Brabantse talentenagenda 2025 op 22/11

Spreektekst1 Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ‘Connecting and staying connected’ – een verkenning naar een Brabantse talentenagenda 2025
(22-11-2019)

Voorzitter,

Ten behoeve van een goede inrichting van de talentenagenda 2025 is het van belang duidelijk inzicht te krijgen in de beweegredenen en keuzes van jong talent tijdens hun weg naar de arbeidsmarkt. Hiertoe is een brede verkenning uitgevoerd. Doel van het onderzoek is bij te dragen aan de balans tussen vraag en aanbod van arbeid. Binnen het huidige bestuursakkoord is dit een belangrijk thema.

Onze algemene indruk is dat het een goed rapport is met veel aanzetten voor een structurele aanpak. De vraag is nu wel wat de koers wordt. We hopen dat de gedeputeerde hierover snel helderheid kan geven. Als CDA willen we enkele aanzetten doen.

Wat ons betreft zijn de uitgangspunten:

  1. De brede Brabantse economie staat centraal, in het bijzonder mkb-bedrijven.
  2. Samenwerking tussen alle relevante partijen is belangrijk: de provincie als verbinder.
  3. Ondernemers moeten hun verantwoordelijkheid nemen.

Opmerkingen bij het rapport:

  1. De kern is een toekomstbestendige economie;
  2. met een gevarieerd ondernemerslandschap, niet voor elke discipline geldt hetzelfde;
  3. waarbij we aansluiten bij bestaande initiatieven, Brabantse ‘hotspots’.

We bewegen ons op de grens van publiek en privaat. En dat betekent dat we goed moeten opletten wat de provincie nu wel of niet doet. Belangrijk is dat we een agenda opstellen die flexibel is ten opzichte van de economische ontwikkeling.

Het CDA wil dat we ondernemers helpen om de juiste talenten aan te trekken. Dat betekent bijvoorbeeld dat we mkb-ondernemers ervan bewust moeten maken dat we talenten alleen kunnen aantrekken én vasthouden, indien de cultuur van bedrijven appelleert aan de ambities van jonge mensen.

Daarnaast is investeren in een aantrekkelijke leefomgeving, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, van groot belang. Dat mogen we ook van bedrijven vragen en is niet alleen aan een overheid. Hierbij moet het niet uitmaken of iemand theoretisch of praktisch is opgeleid.

De intentie in het rapport om meer integraal te denken, in termen van andere beleidsterreinen, geldt wat het CDA betreft dus voor alle doelgroepen. Zowel theoretisch als praktisch opgeleiden moeten profiteren van de toekomstige talentenagenda. ‘Connected and staying connected’ voor iedereen!

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Brabantse talentenagenda 2025 (22 november 2019)