CDA: D66-actie is middelvinger tegen boeren, boswachters en burgemeesters

D66-jongeren die nep XTC-pillen uitdelen aan gezinnen met kinderen is niet alleen een slecht voorbeeld voor de jeugd, maar óók een middelvinger tegen boeren, boswachters, burgemeesters en al die andere Brabanders die dagelijks worden geconfronteerd met de schadelijke gevolgen van drugsgebruik en -productie in onze provincie. Dat vinden CDA’ers Marcel Deryckere, Statenlid uit Tilburg, en Tom Berendsen, kandidaat-Europarlementariër uit Breda, in reactie op de actie van de Jonge Democraten in de Eindhovense binnenstad. “Een belediging van alle mensen die proberen, soms met gevaar voor eigen leven, onze provincie gezonder, schoner en veiliger te maken. Een uitnodiging aan pillenmakers om door te blijven gaan met hun praktijken. Een aanmoediging aan jongeren om eens een pilletje te proberen. De omgekeerde wereld dus.”

Net als veel leden van moederpartij D66 denken de Jonge Democraten dat de legalisering van drugs als wiet en XCT, een harddrug, alle drugsproblemen oplost. “Absolute onzin”, aldus Deryckere. “Ook een legale, gecontroleerde XTC-pil blijft een XTC-pil, waaraan je dood kunt gaan. Een sluipmoordenaar waarvan je niet moet willen dat het gebruik ervan normaal wordt. Een hoge kwaliteit XTC-pil bestaat niet, het is rotzooi.”

Het CDA heeft in zijn verkiezingsprogramma dan ook een stevige anti-drugsparagraaf opgenomen, met maatregelen die de productie, handel én het gebruik van drugs moeten tegengaan. Niet alleen door geld vrij te maken voor extra menskracht, maar ook door inzet van ‘onortodoxe’ middelen als drones, kentekenregistratie en camera’s. En door grondeigenaren de opruimkosten voor gedumpt drugsafval 100% te vergoeden, iets waar het CDA al jaren voor pleit.

“De strijd tegen drugs, hun producenten en afzetmarkt win je niet door drugs legaal te maken. Kijk naar de recente berichten over illegale sigarettenfabrieken, gerund door criminele bendes. De sigaret is een legaal product, maar het illegale circuit is blijven bestaan. Wat zegt dat over de slagingskans van bijvoorbeeld de wietproef?” Aldus Deryckere, die deze vraag afgelopen vrijdag voorlegde aan het provinciebestuur. “Als overheid willen sturen op het gehalte THC of MDMA is kansloos. Zijn immers de gewenste effecten voor de gebruiker minimaal of afwezig, dan blijft er voor criminelen een prikkel bestaan om drugs met hogere doses THC of MDMA, met meer merkbare effecten, op de markt te brengen.”

Die strijd tegen de drugsindustrie moet volgens het CDA internationaal worden gevoerd, want veel in Nederland geproduceerde drugs gaan naar het buitenland en criminaliteit stopt niet bij de grens. Daar iets tegen doen vraagt goede samenwerking in de grensregio’s, met onze buurlanden en in de Europese Unie.

Berendsen, EU-kandidaat voor het CDA: “Ondermijning met drugsgeld in Brabantse dorpen en steden is een groot gevaar waar onze burgemeesters dagelijks tegen vechten. Mensen in het buitengebied staan onder grote druk van criminelen die ruimte zoeken voor hun illegale praktijken. Ook de opruimkosten van het afval zijn enorm en komen voor rekening van gewone mensen en onze samenleving. Dat ene pilletje is zo onschuldig dus niet. In plaats van legaliseren is een sterke, grensoverschrijdende aanpak nodig. Dan helpt het als je partij ook Europese bondgenoten heeft en de lijnen tussen Brabant en Brussel kort zijn.”

Deryckere en Berendsen roepen de D66-jongeren op een keer in een verslavingskliniek te gaan kijken en te zien waartoe een drugsverslaving, die soms klein begint en onschuldig lijkt, kan leiden. “In plaats van te moeten faciliteren dat je je drugs kan testen, kunnen we er beter voor zorgen dat je niet aan drugs begint én er niet aan kan komen. Dat ene pilletje staat niet op zichzelf. Er zijn steeds meer pilletjes nodig voor hetzelfde effect, en dus kunnen jongeren in een glijdende schaal belanden met alle gevolgen van dien voor zichzelf en hun familie. Van maatschappelijk betrokken jongeren zoals die van D66 zouden we juist verwachten dat ze hun leeftijdsgenoten wijzen op de gevaren in plaats van het gebruik aan te moedigen.”

CDA Brabant op werkbezoek in Wanroij, Boekel en Mill

Het CDA Brabant brengt op vrijdag 8 februari a.s. een werkbezoek aan Wanroij, Boekel en Mill. Aan dit werkbezoek, georganiseerd door het CDA in het Land van Cuijk, nemen o.a. Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker), Marcel Thijssen (kandidaat-Statenlid, regio Land van Cuijk), Tanja van de Ven-Vogels (kandidaat-Statenlid, woordvoerder landbouw), Ankie de Hoon (zittend Statenlid, woordvoerder verkeer & vervoer) en Tom Berendsen (kandidaat-Europarlementariër) deel.

Het werkbezoek staat in het teken van de agrarische sector. Zo staan op het programma een kennismaking met een kringlooplandbouw-bedrijf, een bezoek aan een duurzame bloembollenteler én een ontmoeting met een gestopte rundveehouder.

CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot:

“Wij zijn blij met de uitnodiging voor dit werkbezoek. In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Neem bijvoorbeeld het veehouderijbesluit uit 2017, dat de sector hard heeft geraakt. Van de ene op de andere dag moesten boeren zes jaar eerder dan afgesproken voldoen aan nieuwe milieueisen. Voor veel familiebedrijven een onmogelijke opgave en destijds voor het CDA reden om tegen het besluit te stemmen. Nu zijn we anderhalf jaar verder en worden de gevolgen van het besluit merkbaar. Over hoe dit uitpakt voor de agrarische ondernemers in het Land van Cuijk en aan de Peelrand, laten we ons graag ter plekke informeren.”

Het CDA is vóór duurzame landbouw, maar tegen onrealistische deadlines en negatieve effecten, zo schrijft de partij in haar verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart a.s. Blijken bijvoorbeeld de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen niet op tijd ontwikkeld en goedgekeurd te zijn, dan moet de provincie dat besluit wat het CDA betreft herzien.

Kandidaat-Statenlid Marcel Thijssen (CDA), afkomstig uit Cuijk:

“De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, voor het Land van Cuijk en de Peelregio. Net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Het werkbezoek start om 09.00u en duurt tot 14.30u. Om 13.30 uur is er een persmoment bij het voormalige rundveebedrijf van de familie Meulepas aan de Heufseweg 9 te Mill. Eenieder met belangstelling is uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn en de CDA-kandidaten beter te leren kennen.

CDA over stalbranden: provincie moet boeren helpen en beschermen

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant door stalbranden getroffen boeren helpt en beschermt. Helpen om er weer bovenop te komen én beschermen tegen activisten die hen en hun families bedreigen en belagen.

Aanleiding is de brand op een boerderij in Biezenmortel vorige week, die nadien werd beklad door activisten. Sindsdien houden buurtbewoners houden de wacht om te voorkomen dat zich nieuwe incidenten voordoen. Hulde voor de buurt, maar natuurlijk van de zotte dat zulke maatregelen nodig zijn, vindt het CDA, dat de actie richting de boer scherp veroordeelt. “Dit is niet de manier waarop we in Brabant met elkaar horen om te gaan. Het leed is zo al groot genoeg.” Aldus kandidaat-Statenlid Tanja van de Ven-Vogels (CDA).

Behalve voor hulp en bescherming pleit het CDA er óók voor dat de provincie met boeren meedenkt over maatregelen die kunnen helpen stalbranden te voorkomen. Hiertoe zou het Brabantse provinciebestuur moeten aansluiten bij een voorstel van Tweede Kamerlid Jaco Geurts (CDA)1, dat de regering verzoekt om samen met de sector in kaart te brengen welke snelle detectiesystemen rondom brand er mogelijk zijn in technische ruimten van veehouderijbedrijven én welke kosten daarmee gemoeid zijn. De Tweede Kamer nam dit voorstel vorige maand met een ruimte meerderheid aan (alleen de Partij voor de Dieren stemde tegen).

Van de Ven-Vogels (CDA): “Stalbranden zijn een drama voor mens en dier. Dieren komen om en de houder en zijn familie zien hun levenswerk in vlammen opgaan. Het leed voor alle betrokkenen is onbeschrijflijk groot. Als CDA pleiten wij ervoor dat de overheid dan naast de boeren gaat staan en niet tegenover hen. Dat zij hen bijstaat, helpt en beschermt. Als een goede buurman.”

Als het aan het CDA ligt, komt er in de provinciebegroting voor 2020 geld beschikbaar om boeren te helpen brandpreventie maatregelen te nemen. Van de Ven-Vogels: “Het kan niet zo zijn dat de provincie zich alleen druk maakt als het milieu in het geding is, maar niet thuis geeft als zich drama’s van deze aard en omvang voordoen.”

1 Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2019Z01232&did=2019D02767.

CDA: alle opties open t.a.v. veehouderijbesluit 07/07

“Besluit herzien als dat onrealistisch blijkt”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant houdt alle opties open t.a.v. het Brabantse veehouderijbesluit uit 2017. In haar verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen schrijft de partij het besluit te willen herzien met specifieke aandacht voor onrealistische deadlines en negatieve effecten. Als voorbeeld noemt het CDA de nieuwe, milieuvriendelijkere stallen die boeren verplicht zijn vóór 2022 te bouwen, maar waarvan op dit moment nog niet duidelijk is of deze op tijd ontwikkeld en goedgekeurd zijn.

In de nacht van 7 op 8 juli 2017 stemde een meerderheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, in met het besluit om de veehouderij in Brabant versneld te verduurzamen. Hiertoe werden de Verordening ruimte, waarin de regels staan waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen, en de Verordening natuurbescherming, waarin alle regels staan voor natuurbescherming in Brabant, gewijzigd. Kern van dit veehouderijbesluit is het vervroegen van de deadline voor wanneer boeren moeten voldoen aan nieuwe milieueisen van 2028 naar 2022.

Voor het CDA staan de gestelde milieudoelen niet ter discussie. Het CDA stond achter de maatregelen met de oorspronkelijke deadline 2028. Over de nieuwe deadlines én de weg daarnaartoe is het CDA echter kritisch. Omdat doelstellingen wel realistisch moeten zijn.

Gegeven de twijfels over de haalbaarheid van de deadline 2022 pleit het CDA voor een scenario-onderzoek naar de effecten van het veehouderijbesluit: wat te doen als de vereiste stalsystemen niet op tijd beschikbaar zijn en maatschappelijk gewenste ontwikkelingen uitblijven? De partij zou graag zien dat het Brabantse provinciebestuur de gevolgen en effecten van div. scenario’s, zoals handhaving of uitstel van de deadlines uit het besluit, op een rijtje laat zetten en doorrekenen.

Een ander onderdeel uit het veehouderijbesluit is mest. Wat het CDA betreft moet mest kunnen worden ver- en bewerkt op logische, bij voorkeur regionale, locaties waar voldoende draagvlak is in de directe omgeving. Dat kan een industrieterrein zijn, maar ook een locatie in het buitengebied, zo staat in het verkiezingsprogramma.

“Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf”

Tanja van de Ven-Vogels, hoogste nieuwkomer op de provinciale CDA-lijst (plaats 3) en beoogd landbouwwoordvoerder in de nieuwe CDA-fractie: “In de Brabantse landbouw is in de afgelopen jaren veel gebeurd. Partijen staan met de ruggen tegen elkaar, wat niet helpt richting de toekomst. Het CDA wil dat onze provincie trots is op haar boeren. Wij staan voor duurzame landbouw, maat familiebedrijf.”

Van de Ven-Vogels: “De agrarische sector is belangrijk voor Brabant, net als gezondheid en een gezond leefklimaat. Daarbij past een provincie die oog heeft voor wat er speelt en leeft, die beseft dat betrouwbaarheid van overheidshandelen een must is en die bereid is om noodzakelijke veranderingen te faciliteren. Haalbaar en betaalbaar. Met draagvlak als uitgangspunt. Dat vraagt om een andere aanpak dan we in de afgelopen jaren hebben gezien: meer realisme, minder regels en meer trots.”

Andere punten uit de landbouwparagraaf van het CDA-verkiezingsprogramma:

  • Een overgang (transitie) naar kringlooplandbouw met een helder einddoel en tussentijdse meetbare doelstellingen. Een transitie waarin de belangen van alle belanghebbenden serieus worden genomen en waarin er draagvlak is bij iedereen.
  • We moeten zorgen voor eerlijke producten, die op een eerlijke manier worden geproduceerd en tegen een eerlijke prijs worden aangeboden. Een eerlijke prijs voor voedsel is de basis voor nieuwe ontwikkelingen, we blijven actief in overleg met de retailsector hierover en stimuleren streekproducten.
  • Op de stalderingsregeling (het alleen mogen bouwen van nieuwe stallen als oude stallen worden gesloopt) maken we uitzonderingen, wanneer blijkt dat daardoor de maatschappelijke gewenste ontwikkelingen worden tegengehouden.
  • Veel agrarische bedrijven hebben geen bedrijfsopvolger. We koppelen familiebedrijven zonder bedrijfsopvolger aan ondernemers die graag boer willen worden, maar toevallig geen ouders hebben die uit de landbouw komen.
  • We zetten in op experimenten met het realtime meten van schadelijke uitstoot bij de intensieve veehouderij om in beeld te krijgen wat er feitelijk gebeurt in de leefomgeving.
  • Innovaties in de landbouw zijn essentieel voor de toekomst en de leefbaarheid van Brabant. In het economisch programma gaan we vanuit de zgn. ‘Essent-gelden’ (geld dat de provincie kreeg en belegde na de verkoop van energiebedrijf Essent in 2009) inzetten op innovaties in de landbouw en voedselvoorziening.
  • We stimuleren natuurinclusieve landbouw (groenblauwe diensten) en beheermaatregelen voor biodiversiteit, waarvan het effect bewezen is.
  • We willen een actieve houding van de provincie bij het faciliteren van nieuwe concepten en verdienmodellen, zoals nieuwe teelt, het versterken van agrarisch natuurbeheer, pixel-landbouw en ‘energy-farming’.
  • We zijn tegen de aanleg van zonneweides op vruchtbare landbouwgrond en willen éérst de beschikbare, niet-gebruikte ruimte invullen (bijv. de daken van stallen en bedrijven).
  • We onderzoeken samen met de sector hoe andere toekomstige verdienmodellen en nevenfuncties, bijv. agrarische kinderopvang en publieksvoorlichting, kunnen worden versterkt. Dit mede met het doel om boer en burger dichter bij elkaar te brengen.

CDA: Brabant moet eisen stellen aan Klimaatakkoord

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant eisen moet stellen aan het nationaal Klimaatakkoord, dat nu in de maak is. De partij wil dat het Brabantse provinciebestuur het voorbeeld van de provincie Limburg volgt, die afgelopen week een brief met Limburgse beoordelingscriteria voor het Klimaatakkoord naar Den Haag stuurde.

In schriftelijke vragen aan het provinciebestuur, vandaag ingediend, stelt het CDA dat alleen een Klimaatakkoord met voldoende draagvlak in de samenleving kans van slagen heeft. Daarvoor is het essentieel dat ook de wensen en zorgen van een regio als Brabant in het akkoord zijn terug te vinden. “Het Klimaatakkoord mag geen project van de Randstad zijn, waarvan de rekening eenzijdig in Brabant wordt neergelegd.” Aldus Statenlid Marianne van der Sloot, tevens fractievoorzitter en lijsttrekker.

Het CDA vraagt het provinciebestuur daarom een brief naar de ‘klimaatonderhandelaars’ te sturen, met een kader Brabantse randvoorwaarden waaraan het akkoord moet voldoen. Van der Sloot: “Beschouw het als een serie beoordelingscriteria/eisen waaraan Brabant het akkoord straks kan toetsen. Duidelijk en transparant.”

Om te zorgen voor één krachtige, gedragen boodschap richting Den Haag, stelt het CDA voor dat het provinciebestuur gemeenten en andere overheden, maatschappelijke organisaties en het Brabantse bedrijfsleven raadpleegt bij het bepalen van de inhoud van een dergelijke brief.

Ook doet het CDA zelf een aantal suggesties, namelijk:

  • Het Klimaatakkoord moet voor elke Brabander haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn.
  • Doelstellingen en deadlines uit het Klimaatakkoord moeten concreet, meetbaar en realistisch zijn.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lusten’ is een vereiste. Dat betekent dat duurzame energieprojecten moeten investeren én renderen in de omgeving, zodat álle inwoners hiervan profiteren.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lasten’ is een vereiste. De opgaven uit het Klimaatakkoord moeten eerlijk over het land, over regio’s en over sectoren worden verdeeld.
  • Bewustwording bij de consument als vertrekpunt van het Klimaatakkoord, door in te zetten op hoe mensen zelf, in hun eigen huishouden en omgeving, kunnen bijdragen: bijv. door te isoleren, besparen, minder te verspillen en zorgvuldig om te gaan met afval.
  • Oog voor grensregio’s en aandacht voor hun bijzondere, internationale positie, die door het Klimaatakkoord niet in gevaar mag worden gebracht.
  • Géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant. De rekening van Groningen mag niet in Brabant worden neergelegd.
  • Investeer in Brabantse klimaatmaatregelen die effectief zijn en zichzelf reeds bewezen hebben, zoals de subsidieregeling asbest eraf, zonnepanelen erop, de motie Samen aan de bal (over het verduurzamen van sportaccommodaties) én de motie Ladder voor duurzaamheid (over toepassing van een ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen waar wel en waar geen zonnepanelen mogen komen).
  • Méér Brabantse vakmensen. Het Klimaatakkoord moet voorzien in concrete voorstellen om de duizenden vakmensen op te leiden die nodig zijn om de maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren en in praktijk te brengen. In Brabant en voor Brabant.
  • Gelijk speelveld: het Klimaatakkoord mag onder geen enkele voorwaarde leiden tot oneerlijke concurrentie voor Brabantse bedrijven.
  • Heel Europa moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Nederland mag niet eenzijdig opdraaien voor dure, grensoverschrijdende klimaatmaatregelen.

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen van het CDA te beantwoorden.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over het Klimaatakkoord.

CDA stelt vragen over reusachtige zonneweides in Drimmelen

Het CDA heeft aan het provinciebestuur schriftelijke vragen gesteld over de voorgenomen aanleg van reusachtige zonneweides in de gemeente Drimmelen. De partij vraagt zich af of deze velden vol zonnepanelen wel passen in de nieuwe energieplannen van Brabant, waarover Provinciale Staten, het Brabants parlement, onlangs debatteerden.

Provinciale Staten namen toen een voorstel (motie) van het CDA aan getiteld ‘Ladder voor duurzaamheid’. Hierin wordt het provinciebestuur verzocht om in haar nieuwe energiebeleid aan te sluiten bij de landelijke ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen welke locaties het meest geschikt zijn voor het plaatsen van zonnepanelen.

De zonneladder is bedoeld om wildgroei bij de aanleg van grootschalige zonneparken op natuur- en landbouwgrond te voorkomen en zuinig om te gaan met bodem en ruimte. Liever de onbenutte ruimte op daken van bijv. huizen, scholen, bedrijven en andere gebouwen gebruiken, dan vruchtbare landbouwgrond vol leggen met zonnepanelen. Aldus het CDA, dat dit standpunt heeft opgenomen in het verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen in maart.

Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA): “Bij het verduurzamen van onze provincie komt voor het CDA zonne-energie, als alternatieve, duurzame energiebron, op de eerste plaats. Toepassing van de zonneladder en een evenwichtige verdeling tussen lasten en lusten zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Om te kunnen rekenen op draagvlak moeten klimaatmaatregelen voor alle Brabanders haalbaar én betaalbaar zijn.”

Behalve een reactie op de Drimmelense zonneweides wil het CDA ook van het provinciebestuur weten of in Brabant, net als in Noord-Nederland, de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet initiatieven om op grote schaal zon- en windenergie te realiseren in de weg zit.

De concrete vragen van het CDA aan het Brabantse provinciebestuur zijn als volgt:

  1. Bent u bekend met de ontwikkelingen in Drimmelen?
  2. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich in uw ogen met het aangenomen voorstel over toepassing van de zonneladder en met de voorwaarde draagvlak?
  3. Hoe verhoudt de aanleg van grootschalige zonneweides in Brabant zich met de ambitie van kringlooplandbouw (gericht op o.a. zuinig bodem- en ruimtegebruik)?
  4. In de afgelopen dagen berichtten diverse media dat in Noord-Nederland de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet veel initiatieven om op grote schaal zon- en windenergie te realiseren tegenhoudt. Speelt dit vraagstuk op dit moment ook in Brabant? En op deze specifieke locatie in Drimmelen?
  5. Verwacht u dat dit vraagstuk zich op korte termijn in Brabant zal aandienen? En op deze specifieke locatie in Drimmelen?
  6. Wie voert de regie bij deze afstemmings- en capaciteitsvraag tussen capaciteit van het elektriciteitsnet en grootschalige stroomopwekinitiatieven?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

CDA: géén extra gaswinning in Brakel, Altena en Brabant

Het CDA Brabant wil niet dat de gaswinning in en onder de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij herhaalt deze oproep aan het provinciebestuur, nu het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy van plan is om de gaswinning onder het dorp Brakel flink uit te breiden. Brakel ligt weliswaar in de provincie Gelderland, maar de betreffende gasvelden strekken zich uit tot onder Brabants grondgebied (gemeente Altena).

In de periode 2010-2018 was de totale gasproductie uit de velden ‘Brakel’ en ‘Brakel-Zuid’ 148 miljoen nm3. Tot 2031 wil Vermilion Energy deze uitbreiden naar ca. 1000 miljoen nm3 gas. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet hiervoor nog toestemming geven, naar verwachting begint het vergunningstraject aankomende zomer.

Hopelijk komt die toestemming er niet, aldus Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA), beiden uit Altena. Het CDA heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten, met de oproep aan het provinciebestuur om, samen met de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en de betrokken gemeenten, al het mogelijke te doen om het “onzalige plan” van Vermilion Energy van tafel te krijgen.

Al eerder sprak het CDA Brabant zich uit tegen uitbreiding van de gaswinning in en onder de Brabantse bodem én tegen de wijzen waarop Vermilion Energy dit wil doen, o.a. via het risicovolle ‘fracken’/hydraulisch kraken. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte- en/of langetermijneffecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Van Vugt en Bergsma: “Het lijkt erop dat Brabant opnieuw dreigt te worden gebruikt als wingewest voor de Randstad. Vorig jaar Aalburg en Waalwijk, nu Brakel en Altena. Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar toe te staan dat deze in Brabant omhoog gaat. Wij willen minder gaswinning, niet meer.”

Concreet wil het CDA daarom van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten:

  1. Bent u bekend met het voornemen van Vermilion Energy om de gaswinning op bovenbeschreven locatie uit te breiden?
  2. Indien ja, welke actie(s) hebt u hiertegen ondernomen?
  3. Indien niet, bent u voornemens hiertegen, in lijn met uw (re)actie op de gaswinning onder Waalwijk, alle beschikbare (juridische) middelen in te zetten om dit onzalige plan van tafel te krijgen?
  4. Bent u bereid hierin samen op te trekken met de provincie Gelderland, de betreffende gemeenten en het waterschap Rivierenland?
  5. Welke informatie kunt u geven voor wat betreft deze concrete locatie? Welke onderzoeken zijn hiernaar gedaan en wat zijn de uitkomsten daarvan? Wat was het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen? In hoeverre is er ook gekeken naar de milieueffecten van fracken?
  6. Kunt u toezeggen Provinciale Staten proactief te informeren over iedere ontwikkeling aangaande dit onderwerp?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Spreektekst Caroline van Brakel – Debat over de Brabantse Omgevingsvisie op 14/12

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Omgevingsvisie
(14-12-2018)

Voorzitter,

Voor ons ligt de Brabantse Omgevingsvisie. De inhoud deugt, het doorlopen proces deugt: hier mogen we trots op zijn. Dank aan allen die hieraan hebben meegewerkt.

In de Omgevingsvisie staat onze gezondheid centraal en daartoe hebben we als provincie vijf hoofdopgaven geformuleerd.

01. De basis op orde. We moeten zuinig zijn op onze aarde, onze omgeving oftewel op ons milieu. En heel elementair bezien dus op onze vier elementen: aarde (bodem), water, vuur (energie) en lucht. Eigenlijk is het al een hele uitdaging om álle partijen, sectoren en branches ‘hun ding’ te laten doen zonder schade toe te brengen aan deze elementen.

Vervolgens zien we voor de middellange toekomst een viertal uitdagingen op ons afkomen.

02. Klimaatadaptatie.

03. De energietransitie.

04. Een concurrerende duurzame economie.

05. De slimme netwerkstad.

Wij zijn blij dat onze inbreng tijdens het proces in de provinciale Omgevingsvisie is meegenomen: het afzonderlijk benoemen van onze zorg voor de elementaire elementen. En onlangs hebt u ook toegezegd nadrukkelijker een relatie te willen maken met onze zuiderburen, temeer omdat dit kansen biedt voor een aantal van de opgaven waarvoor wij staan. Denk aan de energietransitie, maar ook bijvoorbeeld aan het gebruik van het luchtruim.

Ook zijn we blij dat in het stuk al een aanzet wordt gemaakt tot de gewenste cultuuromslag. Het gaat bij de Omgevingsvisie namelijk niet alleen om de inhoud, maar óók om het terugleggen van een stuk verantwoordelijkheid voor onze omgeving én voor de uitdagingen waarvoor we staan bij de samenleving, bij de Brabanders. Dat betekent dat we veel meer moeten gaan initiëren en faciliteren in plaats vanachter het bureau op te schrijven wat vooral niet (meer) mag dan wel gewenst is.

Tevens willen we integraler gaan kijken: vanuit meerdere disciplines goede afwegingen maken. Er zijn kenners, specialisten die beweren dat het juist om déze cultuuromslag gaat, en dat dit feitelijk ook mogelijk is binnen het huidige stelsel aan wet- en regelgeving v.w.b. onze fysieke leefomgeving. Desalniettemin, ons helpt het om nu in één oogopslag te kunnen zien waar wij als provincie voor staan. Het betreft niet al onze kerntaken, maar wel veel.

De beoogde cultuuromslag wordt nu benoemd als diep, rond en breed kijken.

Een goed begin is het halve werk, zou je zeggen. Ja dat is zo, maar het échte werk waar het in de Omgevingsvisie om draait, gaat nu pas beginnen. En ook het onderliggende instrumentarium, de Omgevingswet, is daarin bepalend. Een hele mooie uitdaging voor onze nieuwe Staten om hier verder vorm en inhoud aan te geven.

Toch nog een aantal tips:

  • Zoeken naar constructies waarin nadrukkelijker lasten maar ook lusten worden gedeeld (denk aan het meeprofiteren van goedkope energie door de directe omgeving bij windmolens of nabij een vliegveld). Anders vertaald: we moeten op zoek naar nieuwe solidariteiten, dichter bij onze mensen, onze Brabanders. Hiermee kunnen we zorgen voor meer draagvlak.
  • Bedenk formuleringen in ‘geboden’ i.p.v. ‘verboden’. Of anders gezegd: verleiden i.p.v. verbieden.
  • Als we de gezondheid van onze Brabanders centraal stellen, en daartoe vooral zorg hebben en houden voor een goede gesteldheid van onze basiselementen, dan zou één eenduidige verordening hieromtrent t.b.v. alle partijen, sectoren en branches afdoende moeten zijn. Ofwel, wij zien het als een uitdaging om dusdanig consequent beleid op te stellen dat daarop aanvullend sectorspecifiek beleid niet nodig is. In die zin dus voor m.n. ‘de basis op orde’ wellicht toch sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. En dit is een uitdaging, bijvoorbeeld voor vliegvelden, hoogspanningskabels, maar ook de landbouw.

We stellen een reactie van de gedeputeerde op deze tips op prijs. Dank.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel Brabantse Omgevingsvisie (14 december 2018)

Spreektekst Marianne van der Sloot – Debat over “PAS Leegveld, Deurne” op 07/12

Spreektekst1 Marianne van der Sloot – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) “PAS Leegveld, Deurne”
(07-12-2018)

Voorzitter,

Dit voorstel over natuurontwikkeling in Deurne is landelijk nieuws geweest. Terecht, want het is een schitterend gebied. Met bewoners die zich grote zorgen maken over de voorgestelde plannen.

Voorzitter, als CDA hebben we veel van deze bewoners gesproken. En die zijn zeker niet tegen natuur. Maar wel tegen het onderlopen van kelders, schimmelvorming en overlast van muggen.

Het CDA kent het lange dossier van de Peelvenen. Al jaren zijn we in gesprek en in 2005 is ‘Het onverenigbare verenigt’ in een Landinrichtingsplan. In dat plan zijn afspraken gemaakt waarvan de bewoners dachten dat dát het was. Namelijk een gebied van 333 hectare. Nu blijkt dat het, nadat het plan ‘geconcretiseerd en geactualiseerd is’, om 727 hectare gaat. Blijkbaar helemaal volgens de procedures. Maar hoe kan het dat het eindplaatje zoveel verschilt van het startplaatje én vooral dat bewoners zich daar zo weinig in voelen meegenomen? Wij hebben daar grote moeite mee.

Voorzitter, de maatregelen die genomen gaan worden hebben groot effect op de omgeving, de bomen, de bedrijven in het gebied en, voor het CDA heel belangrijk, op de leefbaarheid.

Waterschade

Het waterschap heeft een schadeloket opengesteld voor waterschade. Maar bewoners vrezen jarenlange juridische procedures die veel tijd en energie kosten. Dat moeten we toch niet willen? Gedeputeerde, bent u bereid te onderzoeken hoe we die juridische strijd kunnen voorkomen? Bijvoorbeeld door vóóraf met vaststellingsovereenkomsten te werken.

Muggenoverlast

En dan de overlast van muggen en knutten. Die wordt in alle stukken een beetje weggeschreven. Terwijl dit een grote impact heeft op de leefbaarheid in het gebied. Voor mensen en voor dieren (bijv. blauwtong). Een ‘onderzoek naar muggen’ is een stap, maar geen verzekering. Graag horen wij van de gedeputeerde hoe we bewoners de zekerheid kunnen geven dat we overlast maximaal tegengaan en ook schade vergoeden als dat nodig blijkt.

Verder hebben we twijfels over het meenemen van de klimaatontwikkelingen in dit plan. Er zijn tegenstrijdige geluiden over óf en hoe dat is gedaan. En dat nog náást de discussie die onder wetenschappers wordt gevoerd of de voorgestelde maatregelen (ecologisch) wel de juiste zijn.

Voorzitter, dat brengt ons tot de vraag: in hoeverre kunnen we in overleg gaan met betrokken partners om de maatregelen geleidelijk in te voeren? En indien de monitoring van het natuurbeheerplan daar aanleiding toe geeft komen tot een tussentijdse aanpassing van de plannen?

Voorzitter, het moge duidelijk zijn: het CDA is zeer kritisch over dit voorstel en we zijn benieuwd naar de antwoorden van de gedeputeerde. Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marianne van der Sloot PIP PAS Leegveld – Deurne (7 december 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de N279 Veghel-Asten op 07/12

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N279 Veghel-Asten
(07-12-2018)

Voorzitter,

Het voorliggende voorstel voor de aanpak van de N279 is onderdeel van het Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Daar waar deze coalitie altijd grote woorden gebruikt om grote stappen en veranderingen aan te kondigen, heeft zij bij de N279 al vanaf het begin van deze periode gekozen voor stilstand, vooral weinig veranderen en alleen aanpakken als het echt knelt. Met andere woorden: het moet eerst echt pijn doen, voordat deze coalitie in actie komt. En voorzitter, iedereen weet dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken…

Voorzitter, mobiliteit is cruciaal voor de bereikbaarheid en daarmee de leefbaarheid van een regio. Juist daar mag je van overheden verwachten dat ze lef en visie tonen. Een project van deze omvang vergt immers een doorlooptijd van vele jaren: van eerste overleg tot aan de eerste auto op deze weg. Met een beetje geluk kan je dus als gedeputeerde alleen de lintjes doorknippen n.a.v. de inspanningen van je voorgangers.

Voorzitter, het CDA was, is en blijft hier duidelijk: als ruggengraat van de regio verdient de N279 een 2×2 aanpak. Een robuuste oplossing waarbij het onderliggende wegennet wordt ontzien en het verkeer kiest voor een veilige en vlotte doorstroming van noord naar zuid en van oost naar west. Een oplossing die past bij een snel groeiende en slimme regio. Een oplossing waarbij omwonenden en belanghebbende duidelijkheid hebben voor de lange termijn én verzekerd zijn van maatregelen die passen bij een 2×2 aanpak.

Voorzitter, ik hoef geen beroep te doen op uw fantasie om in te beelden hoe een N279 als 2×2 eruit zou kunnen zien. De N279 tussen Veghel en Den Bosch is hiervan het levende bewijs. Een voorbeeld van hoe het wel kan als het CDA in de coalitie zit…

Voorzitter, graag sta ik vandaag samen met u stil bij twee onderwerpen die de Stuurgroep, omwonenden en belanghebbenden bezighouden en zorgen baren. Wij bedanken daarbij alle betrokkenen voor hun zienswijzen, petities en inspraak.

Voorzitter, op de eerste plaats is dat de wat-vraag – de nut en noodzaak van 2×2 op het gehele tracé – en op de tweede plaats een hoe-vraag – de nut en noodzaak van de lange omleiding bij Dierdonk.

Om te beginnen met het eerste punt: met uitzondering van een stuk bij Veghel heeft het gehele traject tot aan Asten een 2×1 inpassing. Met andere woorden: het was een flessenhals en het blijft een flessenhals. Ongelijkvloerse kruisingen verzachten de pijn, maar helen de wond nog niet.

De gedeputeerde stelt dat tot 2030 de nut en noodzaak van een 2×2 oplossing juridisch gezien niet zijn aan te tonen, gelet op de modelmatige prognose van het aantal verkeerbewegingen. Hiermee zou het voorstel bij een eventuele gang naar de Raad van State van tafel kunnen worden geveegd. Voorzitter, hoe kan het dat als wij dit voorstel pas in 2023 volledig hebben gerealiseerd, en daarmee dus slechts een oplossing voor 7 jaar, het juridisch niet haalbaar is om aan te tonen dat 2×2 echt noodzakelijk is?

Vragen aan de gedeputeerde zijn dan ook:

  1. Gaat het écht om de juridische houdbaarheid van een 2×2 voorstel of gaat het om de houdbaarheid van deze coalitie?
  2. Gesteld wordt dat de aanpassingen toekomstvast zijn door kunstwerken die voorbereid zijn op 2×2. Je zou bijna denken dat de gedeputeerde dit met een druk op de knop kan realiseren. Welk proces en welke doorlooptijd kunnen we tegemoetzien om van 2×1 naar 2×2 te kunnen gaan?

Voorzitter, wij zien de zgn. ‘doorloop en schakeltijd’ als een belemmering in het gehele proces. Tussen constateren en realiseren liggen jaren en jaren. Het voorliggend plan is gebaseerd op een verkeersmodel uit 2010 en berekeningen voor besluitvorming op basis van 2016. Terwijl we leven in 2018 en de weg op zijn vroegst in 2023 gereed kan zijn en plan horizon 2030 is…

Voorzitter, de filedruk is in een paar jaar tijd hard toegenomen en zal de komende jaren blijven stijgen. De basis van onze besluitvorming kan en moet actueler en moet van verkeersberekeningen naar verkeerstellingen. Zoals aangekondigd door collega Otters dienen wij daarom een motie in om echt werk te maken van 2×2 op de N279 en te meten wat de mensen al dagelijks voelen.

Voorzitter dan mijn tweede punt: de nut en noodzaak van de lange omleiding bij Dierdonk. Een onderwerp waar we veel inspraak en zienswijzen op hebben gehad. Laat ik beginnen met de oordelen van Brabant Advies en van de Commissie MER.

Brabant Advies

Bij de keuze voor 2×1 hebben wij de volgende aandachtspunten. 1e punt: draag een expliciete koers uit. Dit kan het plan sterker legitimeren dan nu het geval is.

Commissie MER

Hoe de weging tussen de verschillende alternatieven heeft plaatsgevonden en hoe de keuze is gemaakt, is voor de Commissie onduidelijk.

Voorzitter, als adviesorganen met deskundigen tot dergelijke oordelen komen, dan mag je als overheden ook goed nadenken of je keuze voor de omleiding voldoende is onderbouwd. Hoe kunnen we legitimeren dat een halve oplossing, namelijk 2×1 op de omleiding, toch echt de juiste keuze is? Hoe kunnen we legitimeren dat we het prachtige natuurgebied aantasten en dat de wijk Dierdonk de komende jaren nog steeds tussen twee druk gebruikte wegen ingeklemd zit?

En dit tegen een meerprijs van 45 miljoen euro… Als CDA zijn we daarom ook van mening dat op dit onderdeel een pas op de plaats nodig is.

Vragen aan de gedeputeerde zijn dan ook:

  1. Waarom is ervoor gekozen om de lange omleiding niet als wijzigingsbevoegdheid in het PIP op te nemen?
  2. Hoe zorgvuldig is de besluitvorming over de lange omleiding geweest en wat zijn de feitelijke argumenten waarmee dit is onderbouwd?

Voorzitter, in alle elementen van het voorliggende plan wordt geschermd met de planperiode tot 2030. Echter, als het om de lange omleiding gaat wordt geacht of verwacht dat we zonder meer kunnen voorsorteren op de periode ná 2030. Als CDA dienen wij een motie in om de afwegingen en argumenten inzichtelijk te maken op alle aspecten voor deze twee varianten.

Voorzitter ik kom tot een afronding. Uitgaand van een realisatie per 2023 zijn we al bijna een decennium in gesprek om tot een oplossing te komen. Deze regio schreeuwt om oplossingen en duidelijkheid. Uit alle elementen in dit voorstel blijkt dat het Bestuursakkoord al jaren achterhaald is als het gaat om de bereikbaarheid en leefbaarheid van deze regio. Onze oproep aan de coalitie is dan ook: toon lef door te erkennen dat de houdbaarheidsdatum is bereikt en heb visie op de bereikbaarheid van deze regio. De Brabanders verdienen een robuuste oplossing en duidelijkheid.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP N279 Veghel-Asten (7 december 2018)