Spreektekst Coen Hendriks – Debat over het Klimaatakkoord op 11/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Klimaatakkoord 
(11-10-2019)

Voorzitter,

Het CDA staat achter de Brabantse Energieagenda en achter het Klimaatakkoord. Maar van het Brabant van vandaag naar het Brabant van morgen, van Den Bosch naar Parijs, van 2019 naar 2050, is een lange weg. Die afstand ervaren veel Brabanders ook. Willen we ons doel halen, onze bestemming bereiken, dan zullen we hen moeten meenemen. Stap voor stap. Eerst naar 2030: Brabant voor 50% energieneutraal. Dan naar 2050: Brabant 100% duurzaam. Aan ons de opdracht om met de blik op die horizon de weg te effenen voor de generaties na ons.

Momenteel wordt in 30 energie-regio’s gewerkt aan 30 Regionale Energiestrategieën, de RESsen. Het CDA is voorstander van deze regionale aanpak, waarbij gezamenlijkheid het uitgangspunt is. Provincie, gemeentes en waterschappen komen samen met betrokken partijen tot gedragen keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de opslag- en energie-infrastructuur.

Een aantal vragen:

  • Brabant telt vier energie-regio’s. Kan de gedeputeerde een update geven van wat daar nu gebeurt?
  • In de Handreiking RES staat het volgende: ‘De RES kan alleen succesvol zijn als het een participatief proces kent, waarin lokale (maatschappelijke) partijen en bewoners van begin af aan worden betrokken’. Wat zijn in Brabant de betrokken partijen, de ‘stakeholders’, met wie overheden aan de RESsen werken? Hoe zijn of worden bewoners betrokken?
  • Een RES is een instrument om te komen tot een regionale energiestrategie. Wat is de juridische status van dit instrument, en hoe verhoudt een RES zich tot andere instrumenten?
  • Scheep- en luchtvaart zijn niet meegenomen in het Klimaatakkoord. Betekent dit dat Brabantse industrie- en luchthavens ook niet betrokken zijn bij de RESsen?
  • Het CDA is positief over het inrichten van een ‘loket’, waarin regio’s met vragen terechtkunnen: een Expertisecentrum Energietransitie. Wat vindt de gedeputeerde hiervan?

Tot slot. Op weg naar 2030 en 2050 zal het CDA elke klimaatregel toetsen op: haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar. Zonder draagvlak gaat de energietransitie niet slagen. Dat is de boodschap uit het Klimaatakkoord en ook de boodschap van het CDA.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Klimaatakkoord (11 oktober 2019)

CDA bezoekt afvalbedrijf Baetsen in Son

Het CDA brengt op vrijdag 4 oktober a.s. een werkbezoek aan afvalverwerker Baetsen Recycling in Son. Aan dit werkbezoek nemen zowel provinciale als lokale CDA-politici uit Son en Breugel en Veldhoven deel.

Aanleiding voor het werkbezoek zijn de vragen over afvalbranden die het CDA afgelopen zomer stelde aan het provinciebestuur. Het CDA wilde toen o.a. weten welke maatregelen afvalbedrijven nemen om de kans op brand te verkleinen en wat de status is van de acties uit het Actieplan Afvalbranden van de provincie. Ook vroeg de partij zich af hoe wenselijk het is dat afvalbedrijven zijn gevestigd dicht bij woongebieden, gelet op de (gezondheids)risico’s bij bijv. het uitbreken van brand.

Statenlid Coen Hendriks (CDA): “Als CDA maken we ons zorgen over afvalbranden en de impact daarvan op de omgeving, zoals rook- en stankoverlast. We hebben hierover vragen gesteld aan de provincie, die verantwoordelijk is voor de vergunningverlening aan en het toezicht op afvalbedrijven. Uit de antwoorden bleek dat Brabantse afvalbedrijven goede stappen zetten op het gebied van brandpreventie, waarover we ons tijdens het werkbezoek aan Baetsen graag laten informeren. Ook zijn we benieuwd hoe de overheid hierbij kan helpen en welke zaken er op industrieterrein Ekkersrijt, waar Baetsen is gevestigd, nog meer spelen die gemeente en provincie zouden moeten oppakken.”

De volledige reeks vragen van het CDA over afvalbranden in Brabant, met de antwoorden van de provincie, is hier te vinden: Antwoord op schriftelijke vragen over afvalbranden.

Het werkbezoek aan Baetsen Recycling start om 14.00 uur en duurt tot 16.00 uur.

CDA: maatwerk en perspectief voor stikstofvraagstuk

Op 25 september jl. presenteerde het Adviescollege Stikstofproblematiek, ook wel bekend als de ‘commissie-Remkes’, zijn aanbevelingen over hoe op korte termijn om te gaan met de stikstofproblematiek in Nederland. Klik hier om dit advies te lezen of te downloaden.

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant bestudeert op dit moment het rapport en blijft alle ontwikkelingen nauwgezet volgen. Samen met lokale, landelijke en Europese CDA-vertegenwoordigers hopen de Statenleden zo snel mogelijk in kaart te kunnen brengen wat per portefeuille en per Brabantse regio de gevolgen zullen zijn. Input van eenieder is daarbij van harte welkom.

Namens de Provinciale Statenfractie van CDA Brabant is fractievoorzitter Ankie de Hoon woordvoerder op het stikstofdossier. Haar eerste reactie op het advies van de commissie-Remkes vindt u hieronder.

“De balans tussen natuur, leefbaarheid en economische groei moet terug. Op een eerlijke, realistische manier. Daarom pleit het CDA voor regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet een specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Het is belangrijk dat de minister snel met een evenwichtig pakket maatregelen komt, waarmee we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer worden hervat.”

Bij vragen kunt u contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via het e-mailadres evwelij@psbrabant.nl.

Schriftelijke vragen over broeikasuitstoot vennen en vijvers

Schriftelijke vragen van Statenlid Jürgen Stoop over de broeikasuitstoot uit Brabantse vennen en vijvers.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over broeikasuitstoot vennen en vijvers.

Geacht college,

Vorige maand kondigde de provincie Noord-Brabant op haar website een subsidieregeling aan voor initiatieven die zijn gericht op het behoud en/of het herstel van vennen.1 Hiervoor is 1 miljoen euro beschikbaar.

Eerder dit jaar berichtte dagblad Trouw over een onderzoek van de Radboud Universiteit naar de uitstoot van broeikasgassen, zoals koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4), door (buurt)vijvers.2 De onderzoekers schatten deze uitstoot gelijk aan die van ongeveer 200.000 auto’s per jaar. De oorzaak zit in het organisch materiaal dat op de bodem van ondiep water vergaat. In het onderzoek staat ook welke mogelijkheden er zijn om deze problematiek te verminderen. Bijvoorbeeld door te baggeren, te sturen op de watervegetatie (waterplanten) en de visstand, of door over te gaan tot het voedselarm maken van de bodem en verbrakking.

Brabant heeft zich geconformeerd aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Het CDA denkt dat Brabant door het terugdringen van de broeikasuitstoot in vennen en vijvers een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het halen van deze klimaatdoelstellingen. Wij hebben daarom voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het onderzoek van de Radboud Universiteit naar de uitstoot van broeikasgassen door (buurt)vijvers?
  2. Begrijpen wij het goed dat de subsidieregeling Biodiversiteit en leefgebieden bedreigde soorten (onderdeel venherstel) alleen is bedoeld voor vennen (door de natuur ontstaan) en niet voor vijvers (door de mens aangelegd)?
  3. Brabant telt ongeveer 600 vennen, driekwart van alle vennen in Nederland. Is bekend hoeveel broeikasgassen deze vennen uitstoten? Is er in uw ogen sprake van een probleem?
  4. Is bekend hoeveel (buurt)vijvers er in Brabant zijn en hoeveel broeikasgassen deze vijvers uitstoten?
  5. Geeft u bij het toekennen van subsidie voor het herstel en behoud van Brabantse vennen prioriteit aan de vennen die de hoogste uitstoot van broeikasgassen laten zien?
  6. Indien men overgaat tot het schoonmaken van vennen, is het van belang in welke tijd van het jaar dit gebeurt. Dit om te voorkomen dat door het vallen van het blad of door maaiwerkzaamheden rondom de vennen alsnog organisch materiaal in het water terechtkomt. Heeft de provincie bij de subsidietoekenning voorwaarden opgenomen over de periode waarbinnen de schoonmaak moet plaatsvinden, om de uitstoot van broeikasgassen ook naar de toekomst toe te minimaliseren?
  7. Deelt u de mening van het CDA dat Brabant door het terugdringen van de broeikasuitstoot in vennen en vijvers een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het halen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs?
  8. Welke maatregelen neemt u om niet alleen de uitstoot van broeikasgassen in vennen te verminderen, maar ook die in (buurt)vijvers?
  9. De oplossing voor de broeikasuitstoot door (stads)vijvers is het schoonhouden van de vijver en de omgeving. Bewoners en gemeenten kunnen dit samen doen. Omwonenden kunnen bijvoorbeeld hondenpoep opruimen, terwijl de gemeente zorgt voor minder of bladhoudende bomen aan de watergrens. Ziet u mogelijkheden om als provincie lokale initiatieven, gericht op het schoonhouden van buurtvijvers, te ondersteunen? Bijvoorbeeld als onderdeel van het provinciale natuur- en/of klimaatbeleid.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Jürgen Stoop

1 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/juni/provincie-houdt-aandacht-voor-brabantse-vennen

2 Zie https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/nederlandse-buurtvijvers-stoten-evenveel-broeikasgas-uit-als-tweehonderdduizend-auto-s~b3e44c7e/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F