Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Huseyin Bahar– Statenlid CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het wisselvalige en onheilspellende weerbericht zet zich voort met de financiën. Hier staat het sein op Code Oranje. Dan is niet alleen alertheid geboden om risico’s te beperken, maar moeten we ook maatregelen treffen. De middellange termijn is namelijk allesbehalve rooskleurig.

Voorzitter, ik zal de PvdA-fractie dit jaar maar voor zijn en benoemen dat een degelijk financieel beleid kennelijk ook toevertrouwd kan zijn aan een socialist. Sluitende begrotingen zonder tekort en verbeterslagen in de P&C-cyclus in déze bestuursperiode zijn een erkenning voor de gedeputeerde. En die delen wij ook. Maar zoals het een ware socialist betaamt: alles op korte termijn is rozengeur en maneschijn, maar met beperkt zicht op de middellange en lange termijn. Het blijft toch iedere keer alleen maar de eindjes aan elkaar knopen als socialist…

Voorzitter, graag begin ik als eerste punt bij de rente- en dividendinkomsten van onze provincie. Al vanaf dag één van deze bestuursperiode heeft onze fractie gewaarschuwd voor de stevige windstoten op dit vlak. Keer op keer hebben we de degens gekruist bij de diverse P&C-momenten, maar onze inbreng en adviezen zijn helaas continue in de wind geslagen.

Voorzitter, we kunnen alleen degelijk zijn, indien we ook realistisch zijn. Aan de uitgavenkant hebben we al gezien dat realistisch ramen een onderwerp is dat we nog niet helemaal beheersen. Dit geldt helaas ook voor onze inkomstenkant. Dan heb ik het met name over het jaarlijks rendement van 122 miljoen euro, waarmee we blijven rekenen. En dit terwijl we weten dat:

  1. de 100 miljoen euro Essent-lening tegen hoge rente wordt ingelost;
  2. het uitgekeerde dividend vanuit Essent onder druk staat;
  3. de leningen aan gemeenten buiten Brabant alleen maar een appel en een ei opleveren.

Voorzitter, dat is dus al 3 x Code Rood. We kunnen er dus zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan en het de hoogste tijd wordt om activiteiten en agenda aan te passen.

Is de gedeputeerde, aan het einde van deze bestuursperiode, nu eindelijk zo ver om te erkennen dat de 122 miljoen euro geen realistische raming meer is voor de middellange termijn?

Voorzitter, mijn tweede punt over de rente- en dividendinkomsten zijn de leningen die we aan decentrale overheden buiten Brabant verstrekken. Dit zijn namelijk langjarige leningen, gemiddeld 12 jaar, tegen een vast rendement van 1,4%. Er worden dus nu al keuzes voor drie komende bestuursperioden gemaakt, dus 3 x vier jaar, en financieel gezien is Brabant aan handen en voeten gebonden. Dit is toch een voorbeeld van degelijkheid dat niet uitblinkt in verstandigheid, omdat het ten koste gaat van flexibiliteit.

Voorzitter, ik zal mijn punt illustreren met een voorbeeld dichter bij huis. Stel, u heeft 10.000 euro als huishouden opzij gelegd door hard en verstandig te werken. Zou u dit geld dan volledig voor 12 jaar op een spaarrekening willen vastzetten, waarbij u maar 12 euro per maand rente ontvangt, óf zou u toch flexibel willen blijven om in de komende jaren misschien zonnepanelen te plaatsen voor lagere energielasten of bijvoorbeeld de auto te vervangen teneinde hogere onderhoudskosten te voorkomen? Enz.

Ik kijk even de zaal in: collega-Statenleden, onze bezoekers, GS, Griffie? Nee? Dat dacht ik al, ik zie nog niemand enthousiast reageren om 12 euro per maand rente te ontvangen als dit ten koste gaat van de flexibiliteit. Dat is dan wel vreemd, als we dit niet met ons eigen huishoudboekje willen, maar prima vinden wanneer het om het huishoudboekje van de provincie gaat.

Voorzitter, met ruim 1,5 miljard euro, dat is dus al ruim 50% van onze immunisatieportefeuille in langjarige, niet verhandelbare uitzettingen, tegen zeer lage vaste rente wordt het tijd om na te denken of Brabant inderdaad beter af is met 14 miljoen euro per jaar of flexibiliteit moet houden voor investeringen met maatschappelijk rendement?

Vraag aan de gedeputeerde is dan ook: wanneer is de grens bereikt om te stoppen met deze langjarige uitzettingen aan gemeenten buiten Brabant? Wanneer is deze grens volgens u wel bereikt? Het alternatief schatkistbankieren biedt misschien tijdelijk lage rente, maar biedt wel degelijk flexibiliteit als alternatief en afwachting van kansen in maatschappelijk rendement!  

Voorzitter, mijn derde en laatste punt is de uitdaging op het vlak van indexeren. Voor deze bestuursperiode is gekozen om niet te indexeren. Gezien de lage inflatiecijfers in de eerste twee jaren van deze bestuursperiode begrijpelijk en haalbaar. Echter, in de laatste twee jaren zien we de inflatiecijfers weer richting de 1,5% gaan. Hiervoor hebben we deze bestuursperiode een stelpost van 4 miljoen euro per jaar beschikbaar. Op onze eerdere vragen hierover is gesteld dat 4 miljoen euro per jaar echt voldoende was. Kijken we naar de prognoses voor de komende bestuursperiode, dan hebben we grofweg 21 miljoen euro per jaar nodig als we willen indexeren.

Kan de gedeputeerde aangeven hoe het kan dat bij ca. 1,5% aan inflatie en gelijkblijvende uitgaven nu 4 miljoen euro per jaar wel voldoende is, maar voor de komende periode we moeten uitgaan van gem. 21 miljoen euro per jaar?

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Degelijkheid komt alleen maar tot haar recht als we ook realistisch, verstandig en flexibel blijven. Voor deze bestuursperiode hebben we helaas nog een strenge winter voor de boeg, maar straks is het weer voorjaar en waait er vanaf 21 maart naar verwachting een frisse groene wind!

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar provinciebegroting 2019 (9 november 2018)

Spreektekst Marianne van der Sloot – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Marianne van der Sloot– Fractievoorzitter CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het weerbericht van ons mooie Brabant is redelijk stabiel. Bewolkt met hier en daar zonneschijn. En met een politieke klimaatverandering op komst, die vanaf maart lijkt in te zetten. Daar gaan wij van uit ;-).

En in dat licht zijn de recente temperatuurschommelingen in de coalitie op zijn minst ‘boeiend’.

  • Want de SP veroorzaakt een koudefront in dit college door haar standpunt over de herindeling van Nuenen. Met steun overigens deze week van de Eindhovense SP-fractie.
  • D66 lijkt alle donkere wolken structureel te ontkennen.
  • De PvdA is lekker klimaatneutraal.
  • En, ach voorzitter, de VVD, die maken zich niet druk om een koudefrontje meer of minder. De VVD zegt nog steeds dat de zon schijnt, ook als het regent.

We gaan het meemaken.

Voorzitter, volgend jaar zijn de verkiezingen. En steeds weer is het vertrouwen in ons, in de ‘politiek’ laag. Te laag, zo’n 40%. Om met het KNMI te spreken: een Code Oranje. Met kans op problemen en extreme situaties.

Maar laten we eerlijk zijn. Een aantal processen van de afgelopen tijd, in dit Huis, scoorden niet eens Code Oranje maar rechtstreeks Code Rood, door de wijze waarop met de Brabanders is omgegaan. En met Code Rood kun je er volgens het KNMI zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan.

En dat klopt:

  • bij de transitie van de landbouw;
  • bij de herindeling van Nuenen;
  • en bij de mestfabriek in Oss

staan we met de ruggen tegenover elkaar én voelen mensen zich niet gehoord.

De Provincie wordt gezien als ‘onbehouwen’ en onvoorspelbaar, en dat snap ik wel. Het lukt het college keer op keer om van bovenaf in te grijpen. Terwijl – en het CDA blijft het herhalen – het gras echt niet harder gaat groeien door aan de sprieten te trekken. Maar door de wortels te voeden.

Voorzitter, gelukkig zien we in Brabant ook momenten waarop de zon doorbreekt.

  • In het groot: met de snellere aanpak van Hooipolder.
  • En in het klein: geen flitspaal voor hardrijders, maar eentje die goed bedrag beloont. Met een spaarsysteem voor de lokale gemeenschap. Een groot succes in Helmond, Eerde en Lith. Dichtbij en duidelijk.

Voorzitter,

Wij zijn van mening dat het na Code Rood tijd is voor Code Groen. Nietwaar GroenLinks? Ik zal u een stukje meenemen in onze Code Groen.

Voorzitter, vandaag spreken wij als CDA over 3 onderwerpen, die dichtbij en duidelijk zijn:

  1. Sociale Veerkracht.
  2. De Nieuwe Economie.
  3. De toekomst (van energie en landbouw).

Mijn collega Huseyin Bahar zal straks ingaan op de degelijkheid van het huishoudboekje van de Provincie.

01. Sociale Veerkracht

Op Sociale Veerkracht, de leefbaarheid van Brabant, blijven we terugkomen, voorzitter. Niet omdat we de heer Swinkels zo graag in de weg zitten. Maar omdat de gevoelstemperatuur zo laag is, én wij dit onderwerp zó ongelooflijk belangrijk vinden.

Wij zien dat we in 2019 5,6 miljoen euro inzetten om vooral óver mensen te spreken. Er wordt vergeten mét mensen te spreken én dingen samen te doen. En ik kan mij de discussies nog goed herinneren: de ‘bolwerken’, zoals de seniorenbonden, móesten en zouden onder dit college verdwijnen. Maar er kwam niets voor terug. En dat terwijl er zoveel maatschappelijk opgaven in Brabant zijn. Zoals de vergrijzing. Met grote impact. Daarom komen we met een motie Senioren.

Bij leefbaarheid hoort voor ons ook verantwoordelijkheid, nu én in de toekomst. De ondersteuning van Q-koortsslachtoffers is sinds dit jaar bij de gemeente belegd. Uit gesprekken met Q-koortspatiënten en Q-support begrijpen wij dat die overdracht, soms wel, maar soms ook echt niet soepel gaat. Ook zien we dat alle kennis over Q-koorts en de aanpak nú nog in huis is, bij de betrokkenen. Die willen we borgen, ook voor de toekomst. Hier dienen we een motie voor in.

Ondermijning voorzitter, blijft een bedreiging voor onze Brabantse samenleving. Wij zien 3 zaken die we willen aanpakken: dichtbij 1) met de versterking van de lokale journalistiek, 2) met een experiment met ‘onorthodoxe’ maatregelen tegen dumpers van drugs- en ander afval, en 3) met een gereedschapskist voor gemeenten gevuld met mogelijkheden en instrumenten om vakantieparken zonder toekomstperspectief aan te pakken. Hiertoe dienen we twee amendementen en een motie in.

02. Economie

Dan Economie voorzitter, de wind waait uit een andere hoek. De wereld van 4 jaar geleden is niet meer. We gaan van werkloosheid toen naar een schreeuwend tekort aan personeel nu. En van hoge rentes naar leningen die je bijna gratis krijgt. Die veranderende wereld, dat betekent ook iets voor ons. De rol van Provinciale Suikeroom past niet meer.

Pleiten wij voor een einde aan de economische programma’s? Nee. Het CDA ziet een hele goede rol voor de Provincie als partner in de economie. Want we hebben veel grote uitdagingen. Zoals het gat op de arbeidsmarkt. De mismatch. En de tekorten aan vakmensen. Hét grote item van dit moment, zoals het college het zelf ook noemt. Dat vraagt om actie. Als wij lezen dat, ondanks alle acties, ‘het resterende budget beperkt is’, dan vrezen wij dat we kansen missen. En dat de zorg, de horeca, de logistiek en de techniek straks écht met lege handen zitten. Met alle consequenties van dien. Graag horen wij meer van de gedeputeerde.

Voorzitter, belangrijk voor de economie van Brabant is het bereikbaar maken van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Bijvoorbeeld: Bedrijvenpark Moerdijk, Bedrijvenpark Aviolanda, Breda Airport en onze legerbasis in Oirschot. Hiervoor komen wij met een motie.

En dan de arbeidsmigranten. Zo’n 100.000 mensen die allemaal een goed dak boven hun hoofd verdienen. En veiligheid. Want zolang we onze logistieke ambities hebben en houden, zijn we afhankelijk van mensen van ver en verder. We zijn blij dat we als Brabant aan de slag gaan met de huisvesting. Met een grote rol voor de gemeenten en de provincie. De vraag aan de gedeputeerde is hoe verstrekkend hij zijn rol ziet. Wat als er nu geen goede afspraken liggen over de huisvesting van arbeidsmigranten met een gemeente? Wat doet u dan?

03. De toekomst

Voorzitter, dan de toekomst. De Provincie is bij uitstek (mede)verantwoordelijk voor de toekomst van Brabant. Want we hebben de wind in de rug en daar moeten we gebruik van maken. Specifiek ga ik in op stadslogistiek, cultuur en de toekomst van de landbouw.

a. Stadslogistiek

Voorzitter, de bezorging van pakketjes en boodschappen én de bevoorrading van winkels groeit gigantisch. Net als de regels en goede bedoelingen. Maar er is weinig vooruitgang.

  • We spraken met Brabantse ondernemers die gek worden van alle losse regels van gemeenten over bevoorrading. Net na de zomer is gelukkig door de minister één lijn getrokken. Er zijn straks nog maar 2 soorten milieuzones. Het CDA wil er zeker van zijn dat Brabant in al haar steden kiest voor dezelfde soort milieuzone. En wel de groenste die er is. Daarom vragen wij de gedeputeerde daar regie op te nemen.
  • En dan de bestelbusjes: van DHL, PostNL, UPS, GLS, de Jumbo, Albert Heijn die de hele dag door de straten rijden. Al eerder stelden we hier vragen over. Pas is onderzocht dat 80% van de rondjes die gereden worden voor 1 pakketje is. Samenwerken en het bundelen van vracht lijken simpele oplossingen. Maar die vragen lef en veel data-onderzoek. En laten we daar in Brabant nu allebei heel goed in zijn. Wij dienen een motie in voor een Brabantse Green Deal Stadslogistiek. Met een hoge ambitie: in 2025 emissieloos bevoorraden in de B5 steden.

b. Cultuur

Voorzitter, de keuze voor de toekomst van de Philharmonie vonden wij geen goede beslissing. Wij dienen daar een amendement voor in. GroenLinks komt straks met een bijdrage over steun aan ons Noordbrabants Museum. Terecht.

c. Toekomst van de landbouw

Dan de toekomst van de landbouw, die kent veel vraagtekens. Zeker na woensdag. Het is belangrijk dat we als Brabant gaan investeren in innovaties. Zoals 8 nieuwe stalsystemen. Maar we vragen ons af of deze ontwikkelingen én vóóral de erkenning ervan, wel op tijd komen voor de deadline van 2022. Vraag aan de gedeputeerde: wat doet u als blijkt dat de stalsystemen er niet op tijd zijn?

Ook in de stad of in het dorp zijn mooi groene initiatieven als pluktuinen en stadslandbouw. De huidige groensubsidies voor biodiversiteit zijn er alleen niet voor ingericht. Wij willen de gedeputeerde vragen om bij deze subsidies geen verschil te maken tussen stad en platteland.

Verder dienen we een amendement in voor afschaffing van de leges bij faunaschade. Vooral omdat wij, net als veel organisaties van Das&Boom tot de ZLTO, het belangrijk vinden dát er geen drempels zijn voor melden.

Tot slot willen we stilstaan bij 2019 als een bijzonder jaar. 75 jaar bevrijding. Een indrukwekkend moment, een indrukwekkende herdenking en een indrukwekkend programma dat er ligt om 2019 bijzonder te maken. Voor iedereen, groot en klein, dat vinden we belangrijk.

Tot zover, voorzitter, Code Groen. En nu over naar het Degelijke Huishoudboekje van collega Bahar. Want voor niets gaat de zon op.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marianne van der Sloot provinciebegroting 2019 (9 november 2018)

CDA: het is tijd voor Code Groen

Het is tijd voor Code Groen, aldus het CDA in reactie op de begroting 2019 van de provincie Noord-Brabant. Nu het vertrouwen in de politiek laag is, Code Oranje, en sommige ontwikkelingen in onze provincie aanleiding geven tot Code Rood, zou in Brabant een andere wind kunnen gaan waaien.

Voor de hoek waaruit die wind moet komen, doet het CDA vandaag een voorzet tijdens het debat over de provinciebegroting in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. De partij komt met een aantal voorstellen die de begroting op een aantal belangrijke onderdelen aanvult of aanpast.

Meest in het oog springend is het voorstel van het CDA om de stadslogistiek, de bevoorrading van de vijf grootste Brabantse steden, in 2025 emissieloos te laten plaatsvinden. De partij constateert dat de explosieve groei van de pakketbezorging leidt tot meer pakketverkeer in stads- en dorpscentra. Dit leidt tot ongewenste neveneffecten als uitstoot van fijnstof, parkeerproblemen, geluidsoverlast en gevaarlijke verkeerssituaties. Het CDA wil hier paal en perk aan stellen door het sluiten van een Brabantse ‘Green Deal’ tussen de B5-gemeenten, bedrijven, vervoerders, onderwijsinstellingen en consumenten.

Het CDA wil ook dat de provincie twee ton vrij maakt voor een experiment met cameratoezicht, kentekenregistratie en andere robuuste maatregelen tegen (drugs)afvaldumpers in de Biesbosch. Daarnaast pleit het CDA voor een juridische ‘gereedschapskist’ voor gemeentes die verloederde vakantieparken willen aanpakken.

Verder komt het CDA tijdens het begrotingsdebat met een voorstel dat de provincie opdraagt erop toe te zien dat de zorg voor Q-koorts slachtoffers door gemeenten en via belangenvereniging Q-support blijft geborgd. “Hier heeft de overheid een grote verantwoordelijkheid”, vindt fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Het CDA vraagt in het begrotingsdebat ook aandacht voor de slechte bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Op veel Brabantse bedrijventerreinen liggen de banen voor het oprapen, maar zijn deze letterlijk onbereikbaar voor wie niet over een rijbewijs of auto beschikt. Het CDA dringt er bij het provinciebestuur op aan binnen de huidige OV-concessies te gaan kijken hoe dit probleem op korte termijn kan worden opgelost.

Andere voorstellen van het CDA gaan o.a. over versterking van lokale journalistiek, het afschaffen van de leges voor het melden van faunaschade en meer aandacht voor vergrijzing en de doelgroep senioren.

Provinciale Staten debatteren vandaag de gehele dag over de provinciebegroting. Aan het einde van de dag wordt er over de begroting en de door politieke partijen ingediende voorstellen, moties en amendementen, gestemd.

Marianne van der Sloot: “Aan de hand van deze begroting constateren we als CDA dat in Brabant in 2019 e.v. hier en daar de zon doorbreekt, bijvoorbeeld boven Hooipolder, maar dat zonder ingrijpen de kans op Code Oranje en Code Rood reëel blijft. Dat moeten we zien te voorkomen, dus daarom komt het CDA vandaag onder de naam Code Groen met een reeks voorstellen die de weersverwachting voor komend jaar aanzienlijk moet verbeteren: meer zon, minder bewolking, een hogere gevoelstemperatuur en een kleinere kans op neerslag. Tijd voor Code Groen.”

CDA op werkbezoek bij Kameleon Solar in Roosendaal

Het CDA in de provincie Noord-Brabant brengt op maandagavond 3 september een werkbezoek aan Kameleon Solar in Roosendaal, dat esthetische zonnepanelen ontwerpt en produceert. Daarbij biedt het bedrijf werk aan mensen met een arbeidsbeperking.

Gastheer is CEO Guust Verpaalen, die een afvaardiging van het provinciale CDA meeneemt door zijn bedrijf en langs diverse actuele thema’s, waaronder arbeidsmarkt, duurzaamheid en regionale samenwerking.

Deelnemers aan het werkbezoek zijn o.a. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter en kandidaat-lijsttrekker voor de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar, Ankie de Hoon, Statenlid uit West-Brabant, en de woordvoerders financiën, economie en energie van de Brabantse CDA-fractie (resp. de Statenleden Huseyin Bahar, Kees de Heer en Roland van Vugt).

Het werkbezoek aan Kameleon Solar is het eerste van een reeks regionale werkbezoeken door het CDA in de periode september 2018 – januari 2019. In vier maanden tijd reizen de CDA-politici van het westen naar het oosten van onze provincie en bezoeken tweewekelijks een interessant bedrijf met een bijzonder verhaal. “Op weg naar de provinciale verkiezingen volgend jaar en een nieuwe Statenperiode willen we als CDA graag geïnspireerd worden. We zijn dan ook blij en vereerd dat bedrijven als Kameleon Solar de deuren voor ons openen en hun verhaal met ons willen delen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

CDA test busverbinding Herpen-Uden

Het Brabantse CDA test vanmiddag de (buurt)busverbinding Herpen-Uden. Tonny van Beerendonk heeft de partij hiertoe uitgenodigd, nadat zij eerder dit jaar met de Herpense Vrouwen van Nu het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch bezocht.

Daar hoorde ze over de ‘OV-Race’, een jaarlijkse door het CDA georganiseerde wedstrijd om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, reistijd en toegankelijkheid. Ter plekke ontstond het idee om ook een keer de (buurt)busverbinding tussen Herpen en Uden te testen.

Om 12.00 uur vertrekt het reisgezelschap van bushalte Café De Sport in Herpen naar ziekenhuis Bernhoven in Uden. Als de reis voorspoedig verloopt en zijn agenda het toelaat, heet wethouder Franko van Lankvelt de deelnemers daar welkom. Onder hen Huseyin Bahar, namens het CDA Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement.

‘s Ochtends (09.00-11.00 uur) brengt het CDA een werkbezoek aan de Vakleerschool InstallOne op de Talentencampus Oss. Hierbij is Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot aanwezig evenals de Osse CDA-raadsleden Mari van Kilsdonk, Sidney van den Bergh en Marc van den Heuvel.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Digitalisering op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Digitalisering: Verkenning ‘Brabant Digitaliseert’, Agenda Digitalisering, voorstel tot sluiting van het Breedbandfonds Brabant en voorstel tot reservering middelen uit het Breedbandfonds Brabant ten behoeve van een Investeringsagenda Digitalisering
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Digitalisering vindt voor een belangrijk deel plaats in die maatschappelijke sectoren waar overheden een relatief grote rol hebben. Zowel de economie als de samenleving digitaliseren in rap tempo. Overduidelijk hebben we hier te maken met een vraagstuk dat ook vanuit de provincie maximale, gerichte aandacht verdient.

Voor ons ligt het voorstel om het Breedbandfonds Brabant te sluiten en de middelen in te zetten voor de Investeringsagenda Digitalisering. Een substantieel bedrag van 45 miljoen euro, waarmee we daadwerkelijk een verschil kunnen maken voor de Brabanders. Mits we dit geld doelgericht en met een duidelijke focus inzetten. En voorzitter, juist dáár wringt de schoen.

Daar waar het Breedbandfonds een helder doel en een duidelijke opgave had om heel Brabant te ‘verglazen’, het fundament onder digitalisering, heeft de voorliggende Investeringsagenda Digitalisering nog geen strategie of koers. Na alle strategische verkenningen, het onderzoeksrapport van BrabantAdvies én diverse andere onderzoeken over digitalisering is de conclusie van GS: “Er zijn heel veel kansen en het gaat zo snel dat we een flexibele dynamische agenda moeten instellen”. Met andere woorden: we hebben nog geen beleid, maar reserveren wél alvast het geld.

Voorzitter, in het kader van digitalisering maak ik vandaag graag gebruik van een kort filmpje dat illustreert wat er gebeurt als we geen keuzes maken:
https://www.youtube.com/watch?v=pZXW5pxxBHY (tot 0.25 sec).
Een paar seconden beeld zegt meer dan duizend woorden, lijkt mij.

Voorzitter, concrete vragen aan de gedeputeerde zijn:

  1. Waarom kunnen we, ondanks al het voorwerk dat is verricht, niet komen tot een strategie en duidelijke focus waarmee we in Brabant echt een verschil kunnen maken?
  2. We lezen heel veel over allerlei kansen m.b.t. digitalisering, maar zou je als overheid misschien niet juist de kansen aan de markt moeten laten en je meer richten op de risico’s die het onderwerp met zich meebrengt?
  3. Een van de argumenten om het Breedbandfonds te sluiten is duidelijkheid geven aan de markt. Vindt u dat met de Investeringsagenda Digitalisering wel voldoende duidelijk is waarvoor de markt bij de provincie kan aankloppen?

Voorzitter, als CDA zien wij graag wél duidelijke keuzes en een focus op drie punten:

1. overal;
2. iedereen en
3. veilig.

1. Voorzitter, te beginnen met ‘overal’

Met ‘overal’ bedoelen we dat iedere Brabander overal in onze provincie moet kunnen beschikken over snel internet. Hetzij via verglazing hetzij via de nieuwste mobiele netwerken. Het kan toch niet zo zijn dat er anno 2018 nog steeds gebieden zijn met witte vlekken. Gebieden die niet interessant zijn voor de markt, waar mensen soms op het speeltoestel van hun kinderen moeten klimmen om 1 streepje bereik te hebben…

Juist hier ligt een rol voor de overheid om ook deze Brabanders te voorzien van een netwerk, waarmee ze net als alle andere Brabanders volop gebruik kunnen maken van digitale diensten.

Als mede-indiener van het amendement van ChristenUnie-SGP horen wij graag een reactie van de gedeputeerde op het voorstel om de middelen voor digitalisering blijvend in te zetten voor de bereikbaarheid van alle Brabanders.

2. Voorzitter dan onze tweede pijler: ‘iedereen’

Voorzitter, digitalisering biedt niet alleen kansen, er zijn ook risico’s. Als provinciale overheid moeten we niet alleen mee rennen aan de kop van de digitaliseringsmarathon, maar ook oog houden voor die Brabanders die nog niet kunnen meekomen met deze ‘race’. Wat ons betreft moet iedereen kunnen deelnemen aan de digitale samenleving en tegelijkertijd ‘weerbaar’ zijn. En vergist u zich niet: het gaat dan niet alleen om de doelgroep ouderen, maar ook om jongeren die het soms niet meer kunnen bijbenen.

Graag horen wij van de gedeputeerde of we hierover in deze bestuursperiode nog een voorstel tegemoet kunnen zien voor de Investeringsagenda.

3. Voorzitter dan onze derde pijler: ‘veiligheid’

De hoeveelheid datastromen, privacygevoelige informatie en intellectuele gegevens neemt met de dag toe. Alles is digitaal en dat maakt ons kwetsbaar. Brabantse kennis kan weglekken, bij de verkeerde mensen terecht komen of verkeerd worden gebruikt. Maar ook kritische bedrijfsprocessen kunnen gevaar lopen met economische schade tot gevolg. Om een digitale term te gebruiken: ‘cybercrime’.

De snel veranderende wereld van dataveiligheid, ‘cybersecurity’, vereist ook een faciliterende overheid en samenwerking. Hierbij zouden we expliciet aandacht willen geven aan het MKB en de vele familiebedrijven, maar ook aan startups die omgaan met gevoelige gegevens en onvoldoende ICT-schaal hebben om het digitaliseringstempo bij te houden.

Wij horen graag van de gedeputeerde hoe snel en adequaat hij kan inspelen op onze suggestie om samen met het MKB werk te maken van dataveiligheid.

Voorzitter, zoals u merkt biedt focus op onderwerpen plus stevige pijlers méér kansen om op het vlak van digitalisering echt een verschil te maken in Brabant.

Het voorliggende voorstel geeft weliswaar maximale financiële grip vanuit de Staten als het aankomt op de bestedingen van de middelen voor de Investeringsagenda, maar biedt nog geen perspectief op een aantal belangrijke vraagstukken. Alle afzonderlijke projecten op dit vlak zullen waarschijnlijk leiden tot een bundel mooie digitaliseringsverhalen. Maar echt het verschil maken en geschiedenis schrijven zal het nog niet worden.

Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar Digitalisering (29 juni 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Vaststellen provinciale inpassingsplannen voor Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Voor ons liggen de provinciale inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. Plannen voor het gebied tussen Waalwijk en Den Bosch-West met ambities op het gebied van economische vitaliteit, mobiliteit, water, natuur, fiets, erfgoed en leefbaarheid in het gebied.

Voorzitter, voordat ik aan mijn bijdrage begin, wil ik graag eenieder bedanken voor de bijdrage en inzet om te komen tot het totaalpakket dat nu voorligt. Met zoveel ambities in één plan en verschillende belangen géén gemakkelijke opgave om goed te kunnen uitleggen en goed te kunnen begrijpen. In het bijzonder wil ik onze waardering uitspreken richting alle belanghebbenden en bewoners, die met ruim tweehonderd zienswijzen duidelijk hebben gemaakt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving.

Voorzitter, ik sta graag met u stil bij de volgende drie onderwerpen:

  1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen;
  2. communicatie zienswijzen en alternatieven;
  3. aandacht voor de kwaliteit van leefbaarheid.

1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen

Voorzitter, hoewel de GOL-plannen een totale gebiedsontwikkeling betreffen, zijn m.n. de verkeersafwikkeling en hieruit voortvloeiende zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, onderwerpen die veelvuldig terugkomen in de zienswijzen en alternatieven.

Voorzitter, de GOL is noodzakelijk omdat in de huidige situatie sprake is van een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied aan beide zijden van de A59, die ook een barrière vormt ten noorden en ten zuiden van het gebied. Noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de bouw van meer huizen en uitbreiding van industrieterreinen, zullen ervoor zorgen dat knelpunten op dit vlak alleen maar toenemen. Feit is en blijft dat historisch gezien te dicht tegen de A59 is gebouwd en de beschikbare ruimte beperkt is. Als we het hebben over structurele oplossingen, dan ligt wederom ook het antwoord bij de A59.
Een aanpak van de A59 zou immers aanpassingen in het onderliggende wegennetwerk grotendeels overbodig maken. De realiteit is dat de A59 vanuit het Rijk op korte termijn onvoldoende prioriteit heeft om te worden aangepakt.

In dit kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Kan de gedeputeerde bevestigen dat de voorliggende GOL-plannen geen belemmeringen vormen voor een toekomstige aanpak en ontwikkeling van de A59?
  • Kan de gedeputeerde toezeggen dat we richting het Rijk blijvend aandacht vragen voor de structurele aanpak van de A59?

2. Communicatie zienswijzen en alternatieven

Voorzitter, de GOL kent een lange geschiedenis, met een start op 12 december 2012 van twintig samenwerkende partijen. Gedurende de gehele periode van de GOL heeft er in diverse vormen omgevingscommunicatie plaatsgevonden met betrokkenen. Zoals ook is gebleken uit de zienswijzen zijn er meerdere invalshoeken, opvattingen en verwachtingen over de beste oplossing voor het gebied.

Voorzitter, in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie is het van belang dat we scherp zijn op trajecten waarbij we meerdere ambities samenbrengen en die ook in gesprek met de omgeving tot stand willen brengen. Het feit dat we veelvuldig communiceren en in gesprek zijn biedt helaas nog geen garantie dat we elkaar goed begrijpen, oplossingen kunnen aandragen en zorgen wegnemen.

De vraag aan de gedeputeerde is:

  • Welke leerpunten uit dit proces nemen we mee naar de toekomst als het gaat om de begrijpelijkheid en gedragenheid van complex samenhangende ambities? 

3. Verzachtende maatregelen voor de kwaliteit van leefbaarheid

Voorzitter, graag kijk ik met u vooruit naar de voorliggende plannen en realisatie. De gevolgen voor de kwaliteit van de leefbaarheid verdienen hierbij bijzondere aandacht. We zien namelijk terechte zorgen van bewoners.

Voorzitter, als uitgangspunt is genomen dat de kernen zoveel mogelijk worden ontlast en de verkeersafwikkeling zich concentreert op wegen die hiervoor geschikt zijn. De zorgen van omwonenden van juist deze gebieden, die intensiever zullen worden gebruikt, zijn dan ook begrijpelijk. We hebben nu al een geluids- en fijnstof problematiek rondom de A59, die o.a. heeft geleid tot een tijdelijke verlaging van de snelheid naar 100 km/u. Gevoelsmatig brengt een parallel- of hoofdweg voor verkeersafwikkeling deze problemen dan ook dichterbij.

Als CDA zouden wij graag zien dat, als in het belang van de gehele regio op specifieke trajecten de kwaliteit van de leefbaarheid onder druk komt te staan a.g.v. toenemende verkeersafwikkeling, het eerlijk is om de zorgen van juist deze bewoners extra aandacht te geven.

Wij vragen de gedeputeerde daarom voor deze gebieden niet alleen te kijken naar wat noodzakelijk is, maar een stap extra te zetten door te kijken wat nodig is.

Enkele vragen hierover:

  • Zijn alle mitigerende maatregelen op het gebied van geluid, fijnstof en veiligheid reeds bekend en definitief? Of zal een deel na realisatie nog moeten worden geconcretiseerd/verbeterd op basis van werkelijke metingen?
  • Op welke wijze is geborgd dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals een gemeentelijk vervoersplan, voor uitvoering door gemeenten ook in lijn lopen met de uitvoering van de GOL-plannen door de provincie?
  • Op welke wijze wordt geborgd dat het onderliggende wegennetwerk zal worden gebruikt als bedoeld en géén sluiproute wordt waar te hard wordt gereden. Met alle overlast van dien.

Voorzitter, zoals u van ons gewend bent denken wij graag mee in oplossingen. Innovatieve oplossingen, die ook passen bij de ambities van dit college. Een extra stap om de leefbaarheid te vergroten in de drukste straten: dát heeft deze regio nodig.

Voorzitter wij zien een mooie kans om een brug te slaan naar de energietransitie en transformatie naar nul-op-de-meterwoningen. Door huizen in het gebied te voorzien van een geluidsisolerende schil met gesloten voorgevel, in combinatie met een luchtwarmte circulatiesysteem, kunnen zowel de gevolgen van de GOL worden verzacht als nul-op-de-meterwoningen gerealiseerd.

Aangezien het gaat om veel particuliere koopwoningen hoort hier uiteraard een onderzoek bij naar een organisatiestructuur voor financiering, uitvoering en beheer van de maatregelen, waarbij de besparing op de energierekening als investering voor de ombouw kan dienen. Een vorm van sociale innovatie waarbij we de energietransitie bij koopwoningen via een centrale organisatie kunnen regelen.

Wij zien hier een uitgesproken kans en zien graag een reactie van de gedeputeerde op onze motie, die we samen met GroenLinks indienen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vaststelling van de provinciale inpassingsplannen en het besluit van vandaag zijn niet het eindpunt van een langlopend dossier, maar juist een startpunt voor realisatie en daarmee de proef op de som. De plannen en berekeningen gaan tot leven komen in concrete resultaten.
Het is van belang dat we ook juist in deze fase in de gaten blijven houden of de opgeleverde resultaten aansluiten bij onze doelen en verwachtingen. Ook in deze ontwikkeling zullen we de omgeving moeten meenemen en daar waar nodig kunnen bijsturen.

Mijn laatste vraag aan de gedeputeerde is dan ook:

  • Hoe blijven we gedurende de realisatie van de plannen de omgeving meenemen in de ontwikkeling en borgen dat we onze doelen behalen?  

Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (29 juni 2018)

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de jaarstukken 2017 op 18/05

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de jaarstukken 2017
(18-05-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

We behandelen vandaag de tweede en tevens laatste volledige jaarrekening waar dit college rekenschap over geeft. Met een jaarlijkse begroting van ruim 1,3 miljard euro een behoorlijke verantwoordelijkheid om te dragen namens de Brabanders.

Voorzitter, voordat ik begin aan mijn inbreng, wil ik namens de CDA-fractie onze dank en waardering uitspreken richting GS, griffie en alle ambtenaren voor de bijdrage in de resultaten van 2017. Voorzitter, zoals u ook stelt, zijn er naast de behaalde resultaten uiteraard ook zaken die anders zijn verlopen dan verwacht. In het 3e bestuursjaar van dit college zien wij ook dat programma’s of onderdelen die goed van start zijn gegaan vlot verlopen, maar bij een wankele start lukt het niet om het tij te keren.

Voorzitter, graag sta ik vandaag met u stil bij de volgende 3 onderwerpen:
1. financieel resultaat & inkomsten;
2. inzicht in uitgezette leningen;
3. resultaten programma’s en onderbesteding.

Financieel resultaat en inkomsten
Voorzitter, de jaarlijkse beleggingsdoelstelling en onze inkomsten staan al enige tijd onder druk. We lezen terug dat de jaarlijkse beleggingsdoelstelling van 122 miljoen euro is behaald en er zelfs stortingen zijn gedaan in de rentereserve en reserve-investeringsagenda. Voorzitter, het volledige verhaal hierachter is natuurlijk dat we het nodige kunst- en vliegwerk hebben verricht. Toekomstige resultaten zijn naar voren gehaald door de verkoop van obligaties. Feitelijk gaat het ook primair om toevoegingen vanuit de obligatieportefeuille met obligaties die een ‘negative yield’ hadden. Obligaties met een negatieve opbrengst en hiermee dus reserves voor zekere renteverliezen in de toekomst.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook of we dit nog apart gaan labelen? En wat zijn nou echt de harde reserves die ‘vrij besteedbaar’ zijn om tegenvallers of algemene daling door lage rentes op te vangen?

Voorzitter, zoals gesteld staan onze inkomsten onder druk en hebben we inmiddels van de gedeputeerde de toezegging dat we uitgewerkte inkomstenscenario’s tot 2028 tegemoet kunnen zien. Voorzitter, hier zouden we toch de nodige vaart in willen houden.

Kan de gedeputeerde aangeven op welk termijn we dit tegemoet kunnen zien? En kunnen we hier meer vaart achter zetten door alvast ideeën of instrumenten Statenbreed te bespreken om samen tot deze scenario’s te komen?

Inzicht in uitgezette leningen
Voorzitter, op dit moment hebben we ca. 1,4 miljard euro aan leningen uitstaan en daarnaast nog ca. 250 miljoen euro aan overeenkomsten waarop partijen ieder moment een beroep kunnen doen. Dit zijn forse bedragen die we kunnen uitzetten dankzij de zgn. Essentgelden. Geheel risicoloos is dit niet, met een voorziening van ca. 40 miljoen euro. Al met al forse bedragen waarbij ook de accountant heeft opgemerkt dat de informatievoorziening richting PS beperkt is.

Graag horen wij van de gedeputeerde hoe de informatievoorziening richting PS zal worden verbeterd zal worden en op welke termijn we dit kunnen verwachten?

Resultaten programma’s en onderbesteding
Voorzitter, in de verantwoordingsbrief lezen we dat de onderbesteding van ruim 20% is teruggebracht naar 5%. Een onderbesteding is natuurlijk het financiële plaatje wat duidelijk maakt dat beoogde resultaten niet zijn gehaald. Helaas is dit in 2017 nog ten opzichte van de gewijzigde begroting gemeten. Voor 2018 zien wij graag in lijn met onze eerdere motie een meting ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Kern is en blijft voor het CDA dat we een duidelijke doelstelling hebben, strak sturen op resultaat met als resultante realistische ramingen en begrotingen.

Voorzitter, in dat opzicht start ik met een algemene reflectie op de inhoud van de 420 pagina’s tellende jaarrekening. Een enorme hoeveelheid informatie waar zelfs de accountant kanttekeningen bij plaatst. Voorzitter, we zien heel veel indicatoren in aantallen – aantal  projecten, netwerken, rapporten, bezoekers etc. – en slechts beperkte relevante indicatoren die meten of we het doel in zicht is. En daar waar we deze wel hebben zijn ze nog niet gemeten of op tijd beschikbaar. Om één voorbeeld uit te lichten: voor de prestaties rondom VTH-taken is één zeer relevante indicator de generieke kwaliteitsdoelstellingen vergunningverlening. We lezen echter: niet op tijd beschikbaar…

Kan de gedeputeerden aangeven wanneer deze indicator wel beschikbaar is?

Groen Ontwikkelfonds Brabant
Voorzitter, rapportages en resultaten van dit Groenfonds zijn al jaren een punt van aandacht. Met ruim 280 miljoen euro aan middelen plus ruilgronden is dit een waarde van wel twee keer Attero aan publieke middelen. Ondanks deze forse belangen lukt het maar niet om het geheel op de rails te krijgen, want ook in 2017 zien we weer tegenvallende resultaten.

Maar nog belangrijker is dat prestatie-indicatoren niet volgens afspraak zijn of tegenstrijdig. Bijvoorbeeld de indicator: Zijn de middelen voldoende om de doelen te behalen (mate van uitputting)? In de jaarrekening staat ‘ja’. Terwijl afgesproken is dat zou worden gerapporteerd in ‘% realisatie maatschappelijke opgave versus % gebruik van het fonds’.

Kan de gedeputeerde aangeven of dit een bewuste keuze is of een foutje?

Of een ander voorbeeld dat we niet kunnen rijmen. De verwerving en inrichting van natuurgebieden uit het Groenfonds moet evenredig worden verdeeld over de drie categorieën A, B en C. Waarbij categorie C maximaal 15% subsidie kent en vooral ondernemend EHS en minstens net zo groot als A zou zijn. Enerzijds lezen we terug dat deze prestaties geleverd zijn, anderzijds lezen we dat het bedrijfsleven nagenoeg niet bereid is te investeren.

Kan de gedeputeerde aangeven wie er dan voor de categorie C heeft betaald? En was de 85% inbreng wel grond en geld zoals beloofd?

Mobiliteit
Voorzitter, voor het programma Mobiliteit zien we twee onderwerpen die ons tot denken zetten. Het programma Verkeersveiligheid en Hooipolder Plus-plan. Zuiver kijkend naar proces en werkwijze is het geheel volgens het boekje en kan je daar niet iets op aanmerken. Als (deel)opgaven zijn afgerond en er middelen over zijn, dan vloeien deze terug naar de algemene middelen of naar de bestemmingsreserve. Maar toch voorzitter, het voelt niet goed aan. Als GS en PS hadden wij toch een doel om te bereiken en niet alleen een vinkje te halen.

Vraag aan de gedeputeerde is: Bent u van mening dat met het afronden van het activiteitenplan Verkeersveiligheid onze opgave hierop volledig is ingevuld en hadden we de resterende middelen van ca. 275.000 euro niet kunnen besteden aan de inrichting van een verkeersmonitor, die inzicht geeft in de veiligheid en het gebruik van onze wegen?

Voorzitter, met het Hooipolder Plus-plan was de gedeputeerde volop in overleg met Rijk en gemeenten en dit zou eindelijk iets gaan worden: tot 2030 filevrij! We lezen echter terug dat de verkeerslichten bij Hooipolder weer op rood staan en 750.000 euro retour reserve gaat. De vraag aan de gedeputeerde is: Hoe lang blijft dit plan nu op de plank liggen? We waren toch zo goed en doortastend bezig?

Sociale Veerkracht
Voorzitter, voor het derde jaar op rij moeten we constateren hoe weinig voortgang wordt geboekt op Sociale Veerkracht. Hier lezen we dat de ‘responsieve aanpak’ heeft geleid tot een onderbesteding van 600.000 euro. Voorzitter, als u googelt op ‘responsieve aanpak’, dan lijkt dit alleen voorbehouden te zijn aan onderwijs, kleine kinderen en de overheid met als belangrijke kenmerk: ‘Nog zoekende wat betreft concreet te behalen resultaten’.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook: Wanneer is u zoektocht naar te behalen resultaten afgerond en kunnen we eindelijk over tot effectief helpen van de Brabanders?

Moratorium
Voorzitter, in de categorie ‘lang wachten en niet weten waar we aan toe zijn’ valt ook het tijdelijk moratorium geitenhouderij. Hier was toch het karakter ‘tijdelijk’ en zouden we niet onnodig lang wachten op langdurige GGZ-onderzoeken? De gedeputeerde zou zelf een onderzoek starten en binnen 3 tot 6 maanden duidelijkheid verschaffen.

Kan de gedeputeerde aangeven wat de status is van het moratorium?

Voorzitter, mijn laatste maar zeker niet minste punt is de overbesteding op organisatiekosten. Voorzitter, in het kader van realistisch ramen zijn de begrotingen op programma’s naar beneden bijgesteld gedurende het jaar, de bijbehorende organisatiekosten laten alleen een stijging en overschrijding zien. De vraag aan de gedeputeerde is: Wat is de oorzaak van deze overschrijdingen op organisatiekosten, en waar blijft de strakke sturing hierop? Welke relatie ziet de gedeputeerde tussen deze overschrijdingen en juist forse besparingen van 4,5 miljoen op primaire werkprocessen? 

Kortom voorzitter, we hebben nog een weg te gaan als het gaat om het meten of doelen behaald zijn, sturen op resultaat en hiermee samenhangend realistisch ramen.

Voorzitter, ik ga afsluiten met een laatste illustratief voorbeeld…

Voorzitter, we hebben besloten dat de ingang van de bezoekersparkeerplaats bij het Provinciehuis anders moest. Daar is lang over nagedacht, normen op losgelaten, plannen gemaakt en uiteindelijk gerealiseerd. Alleen wat blijkt nu: de praatpaal staat reuze onhandig en levert zelfs gevaarlijke situaties op. Er wordt een groot beroep gedaan op de rijvaardigheid én fysieke gesteldheid van onze bezoekers. Vanuit hun zichtveld kan de griffie u er alles over vertellen.
Tja, wat doe je dan als best bestuurde decentrale overheid met concrete geluiden en feedback van de Brabanders, nu blijkt dat het resultaat er wel staat, maar het doel nog lang niet is gehaald?

Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar jaarstukken 2017 (18 mei 2018)

Schriftelijke vragen over verkeersdoden in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar en Marianne van der Sloot over verkeersdoden in de provincie Noord-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over verkeersdoden in Brabant.

Geacht college,

Eerder deze week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het aantal verkeersdoden in Nederland.

Via o.a. Omroep Brabant1 konden we lezen dat Brabant in 2017 de meeste verkeersdoden van ons land te betreuren had. In onze provincie waren er 98 dodelijke verkeersslachtoffers.

Naar aanleiding van deze zorgwekkende berichtgeving, iedere verkeersdode is er een te veel, heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met de cijfers van het CBS, waaruit blijkt dat Brabant in 2017, voor het tweede jaar op rij, de meeste verkeersdoden van heel Nederland telde?
  2. Hoe ziet uw ‘doe-agenda’ eruit: welke concrete maatregelen, acties en projecten hebt u tijdens deze collegeperiode genomen om het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers te verminderen en de verkeersveiligheid in onze provincie voor álle verkeersdeelnemers te verbeteren?
  3. Wat is de effectiviteit van deze maatregelen, acties en projecten geweest? Graag een specificatie per maatregel, actie of project. 
  4. Is uw verkeersveiligheidsbeleid generiek beleid voor alle Brabanders of ook gericht op specifieke (kwetsbare) groepen, zoals kinderen, ouderen enz.?
  5. In hoeverre betrekt u maatschappelijke organisaties, zoals scholen en verenigingen, bij uw verkeersveiligheidsbeleid? Hoe zou dit beter kunnen?
  6. Volgens de minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn ouderen vaker bij (dodelijke) fietsongelukken betrokken dan jongeren. Bent u bereid om met de KBO, andere ouderenorganisaties in onze provincie, de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland, RAI Vereniging en Bovag in overleg te gaan over hoe deze kwetsbare groep beter te beschermen?
  7. Beschikken we als provincie over voldoende én over de juiste cijfers en kennis om gericht het aantal verkeersdoden omlaag te brengen? Of missen we nog gegevens en is aanvullend onderzoek dan wel een andere systematiek noodzakelijk?
  8. Uit het CBS-onderzoek springen Drenthe en Groningen eruit als veiligste fietsprovincies. Wat doen zij anders dan de provincie Noord-Brabant?
  9. Deelt u t.a.v. dit thema ‘goede voorbeelden’ met andere provincies en/of vindt kennisuitwisseling plaats?
  10. Is het huidige ‘arsenaal’ aan acties en middelen dat u kunt inzetten tegen (dodelijke) verkeersongelukken voldoende effectief om het aantal verkeersdoden terug te dringen of hebt u meer nodig? Indien ja, waarmee zou u geholpen zijn?
  11. Wat is uw doelstelling voor volgend jaar m.b.t. het verminderen van het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers? Zijn hiervoor extra financiële middelen nodig?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2773931123/Brabant+telt+meeste+verkeersdoden,+98+slachtoffers+onder+wie+35+fietsers.aspx.