CDA op werkbezoek bij Kameleon Solar in Roosendaal

Het CDA in de provincie Noord-Brabant brengt op maandagavond 3 september een werkbezoek aan Kameleon Solar in Roosendaal, dat esthetische zonnepanelen ontwerpt en produceert. Daarbij biedt het bedrijf werk aan mensen met een arbeidsbeperking.

Gastheer is CEO Guust Verpaalen, die een afvaardiging van het provinciale CDA meeneemt door zijn bedrijf en langs diverse actuele thema’s, waaronder arbeidsmarkt, duurzaamheid en regionale samenwerking.

Deelnemers aan het werkbezoek zijn o.a. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter en kandidaat-lijsttrekker voor de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar, Ankie de Hoon, Statenlid uit West-Brabant, en de woordvoerders financiën, economie en energie van de Brabantse CDA-fractie (resp. de Statenleden Huseyin Bahar, Kees de Heer en Roland van Vugt).

Het werkbezoek aan Kameleon Solar is het eerste van een reeks regionale werkbezoeken door het CDA in de periode september 2018 – januari 2019. In vier maanden tijd reizen de CDA-politici van het westen naar het oosten van onze provincie en bezoeken tweewekelijks een interessant bedrijf met een bijzonder verhaal. “Op weg naar de provinciale verkiezingen volgend jaar en een nieuwe Statenperiode willen we als CDA graag geïnspireerd worden. We zijn dan ook blij en vereerd dat bedrijven als Kameleon Solar de deuren voor ons openen en hun verhaal met ons willen delen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

CDA test busverbinding Herpen-Uden

Het Brabantse CDA test vanmiddag de (buurt)busverbinding Herpen-Uden. Tonny van Beerendonk heeft de partij hiertoe uitgenodigd, nadat zij eerder dit jaar met de Herpense Vrouwen van Nu het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch bezocht.

Daar hoorde ze over de ‘OV-Race’, een jaarlijkse door het CDA georganiseerde wedstrijd om het Brabantse openbaar vervoer te testen op o.a. bereikbaarheid, reistijd en toegankelijkheid. Ter plekke ontstond het idee om ook een keer de (buurt)busverbinding tussen Herpen en Uden te testen.

Om 12.00 uur vertrekt het reisgezelschap van bushalte Café De Sport in Herpen naar ziekenhuis Bernhoven in Uden. Als de reis voorspoedig verloopt en zijn agenda het toelaat, heet wethouder Franko van Lankvelt de deelnemers daar welkom. Onder hen Huseyin Bahar, namens het CDA Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant, het Brabantse parlement.

‘s Ochtends (09.00-11.00 uur) brengt het CDA een werkbezoek aan de Vakleerschool InstallOne op de Talentencampus Oss. Hierbij is Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot aanwezig evenals de Osse CDA-raadsleden Mari van Kilsdonk, Sidney van den Bergh en Marc van den Heuvel.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Digitalisering op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Digitalisering: Verkenning ‘Brabant Digitaliseert’, Agenda Digitalisering, voorstel tot sluiting van het Breedbandfonds Brabant en voorstel tot reservering middelen uit het Breedbandfonds Brabant ten behoeve van een Investeringsagenda Digitalisering
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Digitalisering vindt voor een belangrijk deel plaats in die maatschappelijke sectoren waar overheden een relatief grote rol hebben. Zowel de economie als de samenleving digitaliseren in rap tempo. Overduidelijk hebben we hier te maken met een vraagstuk dat ook vanuit de provincie maximale, gerichte aandacht verdient.

Voor ons ligt het voorstel om het Breedbandfonds Brabant te sluiten en de middelen in te zetten voor de Investeringsagenda Digitalisering. Een substantieel bedrag van 45 miljoen euro, waarmee we daadwerkelijk een verschil kunnen maken voor de Brabanders. Mits we dit geld doelgericht en met een duidelijke focus inzetten. En voorzitter, juist dáár wringt de schoen.

Daar waar het Breedbandfonds een helder doel en een duidelijke opgave had om heel Brabant te ‘verglazen’, het fundament onder digitalisering, heeft de voorliggende Investeringsagenda Digitalisering nog geen strategie of koers. Na alle strategische verkenningen, het onderzoeksrapport van BrabantAdvies én diverse andere onderzoeken over digitalisering is de conclusie van GS: “Er zijn heel veel kansen en het gaat zo snel dat we een flexibele dynamische agenda moeten instellen”. Met andere woorden: we hebben nog geen beleid, maar reserveren wél alvast het geld.

Voorzitter, in het kader van digitalisering maak ik vandaag graag gebruik van een kort filmpje dat illustreert wat er gebeurt als we geen keuzes maken:
https://www.youtube.com/watch?v=pZXW5pxxBHY (tot 0.25 sec).
Een paar seconden beeld zegt meer dan duizend woorden, lijkt mij.

Voorzitter, concrete vragen aan de gedeputeerde zijn:

  1. Waarom kunnen we, ondanks al het voorwerk dat is verricht, niet komen tot een strategie en duidelijke focus waarmee we in Brabant echt een verschil kunnen maken?
  2. We lezen heel veel over allerlei kansen m.b.t. digitalisering, maar zou je als overheid misschien niet juist de kansen aan de markt moeten laten en je meer richten op de risico’s die het onderwerp met zich meebrengt?
  3. Een van de argumenten om het Breedbandfonds te sluiten is duidelijkheid geven aan de markt. Vindt u dat met de Investeringsagenda Digitalisering wel voldoende duidelijk is waarvoor de markt bij de provincie kan aankloppen?

Voorzitter, als CDA zien wij graag wél duidelijke keuzes en een focus op drie punten:

1. overal;
2. iedereen en
3. veilig.

1. Voorzitter, te beginnen met ‘overal’

Met ‘overal’ bedoelen we dat iedere Brabander overal in onze provincie moet kunnen beschikken over snel internet. Hetzij via verglazing hetzij via de nieuwste mobiele netwerken. Het kan toch niet zo zijn dat er anno 2018 nog steeds gebieden zijn met witte vlekken. Gebieden die niet interessant zijn voor de markt, waar mensen soms op het speeltoestel van hun kinderen moeten klimmen om 1 streepje bereik te hebben…

Juist hier ligt een rol voor de overheid om ook deze Brabanders te voorzien van een netwerk, waarmee ze net als alle andere Brabanders volop gebruik kunnen maken van digitale diensten.

Als mede-indiener van het amendement van ChristenUnie-SGP horen wij graag een reactie van de gedeputeerde op het voorstel om de middelen voor digitalisering blijvend in te zetten voor de bereikbaarheid van alle Brabanders.

2. Voorzitter dan onze tweede pijler: ‘iedereen’

Voorzitter, digitalisering biedt niet alleen kansen, er zijn ook risico’s. Als provinciale overheid moeten we niet alleen mee rennen aan de kop van de digitaliseringsmarathon, maar ook oog houden voor die Brabanders die nog niet kunnen meekomen met deze ‘race’. Wat ons betreft moet iedereen kunnen deelnemen aan de digitale samenleving en tegelijkertijd ‘weerbaar’ zijn. En vergist u zich niet: het gaat dan niet alleen om de doelgroep ouderen, maar ook om jongeren die het soms niet meer kunnen bijbenen.

Graag horen wij van de gedeputeerde of we hierover in deze bestuursperiode nog een voorstel tegemoet kunnen zien voor de Investeringsagenda.

3. Voorzitter dan onze derde pijler: ‘veiligheid’

De hoeveelheid datastromen, privacygevoelige informatie en intellectuele gegevens neemt met de dag toe. Alles is digitaal en dat maakt ons kwetsbaar. Brabantse kennis kan weglekken, bij de verkeerde mensen terecht komen of verkeerd worden gebruikt. Maar ook kritische bedrijfsprocessen kunnen gevaar lopen met economische schade tot gevolg. Om een digitale term te gebruiken: ‘cybercrime’.

De snel veranderende wereld van dataveiligheid, ‘cybersecurity’, vereist ook een faciliterende overheid en samenwerking. Hierbij zouden we expliciet aandacht willen geven aan het MKB en de vele familiebedrijven, maar ook aan startups die omgaan met gevoelige gegevens en onvoldoende ICT-schaal hebben om het digitaliseringstempo bij te houden.

Wij horen graag van de gedeputeerde hoe snel en adequaat hij kan inspelen op onze suggestie om samen met het MKB werk te maken van dataveiligheid.

Voorzitter, zoals u merkt biedt focus op onderwerpen plus stevige pijlers méér kansen om op het vlak van digitalisering echt een verschil te maken in Brabant.

Het voorliggende voorstel geeft weliswaar maximale financiële grip vanuit de Staten als het aankomt op de bestedingen van de middelen voor de Investeringsagenda, maar biedt nog geen perspectief op een aantal belangrijke vraagstukken. Alle afzonderlijke projecten op dit vlak zullen waarschijnlijk leiden tot een bundel mooie digitaliseringsverhalen. Maar echt het verschil maken en geschiedenis schrijven zal het nog niet worden.

Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar Digitalisering (29 juni 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Vaststellen provinciale inpassingsplannen voor Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Voor ons liggen de provinciale inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. Plannen voor het gebied tussen Waalwijk en Den Bosch-West met ambities op het gebied van economische vitaliteit, mobiliteit, water, natuur, fiets, erfgoed en leefbaarheid in het gebied.

Voorzitter, voordat ik aan mijn bijdrage begin, wil ik graag eenieder bedanken voor de bijdrage en inzet om te komen tot het totaalpakket dat nu voorligt. Met zoveel ambities in één plan en verschillende belangen géén gemakkelijke opgave om goed te kunnen uitleggen en goed te kunnen begrijpen. In het bijzonder wil ik onze waardering uitspreken richting alle belanghebbenden en bewoners, die met ruim tweehonderd zienswijzen duidelijk hebben gemaakt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving.

Voorzitter, ik sta graag met u stil bij de volgende drie onderwerpen:

  1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen;
  2. communicatie zienswijzen en alternatieven;
  3. aandacht voor de kwaliteit van leefbaarheid.

1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen

Voorzitter, hoewel de GOL-plannen een totale gebiedsontwikkeling betreffen, zijn m.n. de verkeersafwikkeling en hieruit voortvloeiende zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, onderwerpen die veelvuldig terugkomen in de zienswijzen en alternatieven.

Voorzitter, de GOL is noodzakelijk omdat in de huidige situatie sprake is van een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied aan beide zijden van de A59, die ook een barrière vormt ten noorden en ten zuiden van het gebied. Noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de bouw van meer huizen en uitbreiding van industrieterreinen, zullen ervoor zorgen dat knelpunten op dit vlak alleen maar toenemen. Feit is en blijft dat historisch gezien te dicht tegen de A59 is gebouwd en de beschikbare ruimte beperkt is. Als we het hebben over structurele oplossingen, dan ligt wederom ook het antwoord bij de A59.
Een aanpak van de A59 zou immers aanpassingen in het onderliggende wegennetwerk grotendeels overbodig maken. De realiteit is dat de A59 vanuit het Rijk op korte termijn onvoldoende prioriteit heeft om te worden aangepakt.

In dit kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Kan de gedeputeerde bevestigen dat de voorliggende GOL-plannen geen belemmeringen vormen voor een toekomstige aanpak en ontwikkeling van de A59?
  • Kan de gedeputeerde toezeggen dat we richting het Rijk blijvend aandacht vragen voor de structurele aanpak van de A59?

2. Communicatie zienswijzen en alternatieven

Voorzitter, de GOL kent een lange geschiedenis, met een start op 12 december 2012 van twintig samenwerkende partijen. Gedurende de gehele periode van de GOL heeft er in diverse vormen omgevingscommunicatie plaatsgevonden met betrokkenen. Zoals ook is gebleken uit de zienswijzen zijn er meerdere invalshoeken, opvattingen en verwachtingen over de beste oplossing voor het gebied.

Voorzitter, in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie is het van belang dat we scherp zijn op trajecten waarbij we meerdere ambities samenbrengen en die ook in gesprek met de omgeving tot stand willen brengen. Het feit dat we veelvuldig communiceren en in gesprek zijn biedt helaas nog geen garantie dat we elkaar goed begrijpen, oplossingen kunnen aandragen en zorgen wegnemen.

De vraag aan de gedeputeerde is:

  • Welke leerpunten uit dit proces nemen we mee naar de toekomst als het gaat om de begrijpelijkheid en gedragenheid van complex samenhangende ambities? 

3. Verzachtende maatregelen voor de kwaliteit van leefbaarheid

Voorzitter, graag kijk ik met u vooruit naar de voorliggende plannen en realisatie. De gevolgen voor de kwaliteit van de leefbaarheid verdienen hierbij bijzondere aandacht. We zien namelijk terechte zorgen van bewoners.

Voorzitter, als uitgangspunt is genomen dat de kernen zoveel mogelijk worden ontlast en de verkeersafwikkeling zich concentreert op wegen die hiervoor geschikt zijn. De zorgen van omwonenden van juist deze gebieden, die intensiever zullen worden gebruikt, zijn dan ook begrijpelijk. We hebben nu al een geluids- en fijnstof problematiek rondom de A59, die o.a. heeft geleid tot een tijdelijke verlaging van de snelheid naar 100 km/u. Gevoelsmatig brengt een parallel- of hoofdweg voor verkeersafwikkeling deze problemen dan ook dichterbij.

Als CDA zouden wij graag zien dat, als in het belang van de gehele regio op specifieke trajecten de kwaliteit van de leefbaarheid onder druk komt te staan a.g.v. toenemende verkeersafwikkeling, het eerlijk is om de zorgen van juist deze bewoners extra aandacht te geven.

Wij vragen de gedeputeerde daarom voor deze gebieden niet alleen te kijken naar wat noodzakelijk is, maar een stap extra te zetten door te kijken wat nodig is.

Enkele vragen hierover:

  • Zijn alle mitigerende maatregelen op het gebied van geluid, fijnstof en veiligheid reeds bekend en definitief? Of zal een deel na realisatie nog moeten worden geconcretiseerd/verbeterd op basis van werkelijke metingen?
  • Op welke wijze is geborgd dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals een gemeentelijk vervoersplan, voor uitvoering door gemeenten ook in lijn lopen met de uitvoering van de GOL-plannen door de provincie?
  • Op welke wijze wordt geborgd dat het onderliggende wegennetwerk zal worden gebruikt als bedoeld en géén sluiproute wordt waar te hard wordt gereden. Met alle overlast van dien.

Voorzitter, zoals u van ons gewend bent denken wij graag mee in oplossingen. Innovatieve oplossingen, die ook passen bij de ambities van dit college. Een extra stap om de leefbaarheid te vergroten in de drukste straten: dát heeft deze regio nodig.

Voorzitter wij zien een mooie kans om een brug te slaan naar de energietransitie en transformatie naar nul-op-de-meterwoningen. Door huizen in het gebied te voorzien van een geluidsisolerende schil met gesloten voorgevel, in combinatie met een luchtwarmte circulatiesysteem, kunnen zowel de gevolgen van de GOL worden verzacht als nul-op-de-meterwoningen gerealiseerd.

Aangezien het gaat om veel particuliere koopwoningen hoort hier uiteraard een onderzoek bij naar een organisatiestructuur voor financiering, uitvoering en beheer van de maatregelen, waarbij de besparing op de energierekening als investering voor de ombouw kan dienen. Een vorm van sociale innovatie waarbij we de energietransitie bij koopwoningen via een centrale organisatie kunnen regelen.

Wij zien hier een uitgesproken kans en zien graag een reactie van de gedeputeerde op onze motie, die we samen met GroenLinks indienen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vaststelling van de provinciale inpassingsplannen en het besluit van vandaag zijn niet het eindpunt van een langlopend dossier, maar juist een startpunt voor realisatie en daarmee de proef op de som. De plannen en berekeningen gaan tot leven komen in concrete resultaten.
Het is van belang dat we ook juist in deze fase in de gaten blijven houden of de opgeleverde resultaten aansluiten bij onze doelen en verwachtingen. Ook in deze ontwikkeling zullen we de omgeving moeten meenemen en daar waar nodig kunnen bijsturen.

Mijn laatste vraag aan de gedeputeerde is dan ook:

  • Hoe blijven we gedurende de realisatie van de plannen de omgeving meenemen in de ontwikkeling en borgen dat we onze doelen behalen?  

Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (29 juni 2018)

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de jaarstukken 2017 op 18/05

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de jaarstukken 2017
(18-05-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

We behandelen vandaag de tweede en tevens laatste volledige jaarrekening waar dit college rekenschap over geeft. Met een jaarlijkse begroting van ruim 1,3 miljard euro een behoorlijke verantwoordelijkheid om te dragen namens de Brabanders.

Voorzitter, voordat ik begin aan mijn inbreng, wil ik namens de CDA-fractie onze dank en waardering uitspreken richting GS, griffie en alle ambtenaren voor de bijdrage in de resultaten van 2017. Voorzitter, zoals u ook stelt, zijn er naast de behaalde resultaten uiteraard ook zaken die anders zijn verlopen dan verwacht. In het 3e bestuursjaar van dit college zien wij ook dat programma’s of onderdelen die goed van start zijn gegaan vlot verlopen, maar bij een wankele start lukt het niet om het tij te keren.

Voorzitter, graag sta ik vandaag met u stil bij de volgende 3 onderwerpen:
1. financieel resultaat & inkomsten;
2. inzicht in uitgezette leningen;
3. resultaten programma’s en onderbesteding.

Financieel resultaat en inkomsten
Voorzitter, de jaarlijkse beleggingsdoelstelling en onze inkomsten staan al enige tijd onder druk. We lezen terug dat de jaarlijkse beleggingsdoelstelling van 122 miljoen euro is behaald en er zelfs stortingen zijn gedaan in de rentereserve en reserve-investeringsagenda. Voorzitter, het volledige verhaal hierachter is natuurlijk dat we het nodige kunst- en vliegwerk hebben verricht. Toekomstige resultaten zijn naar voren gehaald door de verkoop van obligaties. Feitelijk gaat het ook primair om toevoegingen vanuit de obligatieportefeuille met obligaties die een ‘negative yield’ hadden. Obligaties met een negatieve opbrengst en hiermee dus reserves voor zekere renteverliezen in de toekomst.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook of we dit nog apart gaan labelen? En wat zijn nou echt de harde reserves die ‘vrij besteedbaar’ zijn om tegenvallers of algemene daling door lage rentes op te vangen?

Voorzitter, zoals gesteld staan onze inkomsten onder druk en hebben we inmiddels van de gedeputeerde de toezegging dat we uitgewerkte inkomstenscenario’s tot 2028 tegemoet kunnen zien. Voorzitter, hier zouden we toch de nodige vaart in willen houden.

Kan de gedeputeerde aangeven op welk termijn we dit tegemoet kunnen zien? En kunnen we hier meer vaart achter zetten door alvast ideeën of instrumenten Statenbreed te bespreken om samen tot deze scenario’s te komen?

Inzicht in uitgezette leningen
Voorzitter, op dit moment hebben we ca. 1,4 miljard euro aan leningen uitstaan en daarnaast nog ca. 250 miljoen euro aan overeenkomsten waarop partijen ieder moment een beroep kunnen doen. Dit zijn forse bedragen die we kunnen uitzetten dankzij de zgn. Essentgelden. Geheel risicoloos is dit niet, met een voorziening van ca. 40 miljoen euro. Al met al forse bedragen waarbij ook de accountant heeft opgemerkt dat de informatievoorziening richting PS beperkt is.

Graag horen wij van de gedeputeerde hoe de informatievoorziening richting PS zal worden verbeterd zal worden en op welke termijn we dit kunnen verwachten?

Resultaten programma’s en onderbesteding
Voorzitter, in de verantwoordingsbrief lezen we dat de onderbesteding van ruim 20% is teruggebracht naar 5%. Een onderbesteding is natuurlijk het financiële plaatje wat duidelijk maakt dat beoogde resultaten niet zijn gehaald. Helaas is dit in 2017 nog ten opzichte van de gewijzigde begroting gemeten. Voor 2018 zien wij graag in lijn met onze eerdere motie een meting ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Kern is en blijft voor het CDA dat we een duidelijke doelstelling hebben, strak sturen op resultaat met als resultante realistische ramingen en begrotingen.

Voorzitter, in dat opzicht start ik met een algemene reflectie op de inhoud van de 420 pagina’s tellende jaarrekening. Een enorme hoeveelheid informatie waar zelfs de accountant kanttekeningen bij plaatst. Voorzitter, we zien heel veel indicatoren in aantallen – aantal  projecten, netwerken, rapporten, bezoekers etc. – en slechts beperkte relevante indicatoren die meten of we het doel in zicht is. En daar waar we deze wel hebben zijn ze nog niet gemeten of op tijd beschikbaar. Om één voorbeeld uit te lichten: voor de prestaties rondom VTH-taken is één zeer relevante indicator de generieke kwaliteitsdoelstellingen vergunningverlening. We lezen echter: niet op tijd beschikbaar…

Kan de gedeputeerden aangeven wanneer deze indicator wel beschikbaar is?

Groen Ontwikkelfonds Brabant
Voorzitter, rapportages en resultaten van dit Groenfonds zijn al jaren een punt van aandacht. Met ruim 280 miljoen euro aan middelen plus ruilgronden is dit een waarde van wel twee keer Attero aan publieke middelen. Ondanks deze forse belangen lukt het maar niet om het geheel op de rails te krijgen, want ook in 2017 zien we weer tegenvallende resultaten.

Maar nog belangrijker is dat prestatie-indicatoren niet volgens afspraak zijn of tegenstrijdig. Bijvoorbeeld de indicator: Zijn de middelen voldoende om de doelen te behalen (mate van uitputting)? In de jaarrekening staat ‘ja’. Terwijl afgesproken is dat zou worden gerapporteerd in ‘% realisatie maatschappelijke opgave versus % gebruik van het fonds’.

Kan de gedeputeerde aangeven of dit een bewuste keuze is of een foutje?

Of een ander voorbeeld dat we niet kunnen rijmen. De verwerving en inrichting van natuurgebieden uit het Groenfonds moet evenredig worden verdeeld over de drie categorieën A, B en C. Waarbij categorie C maximaal 15% subsidie kent en vooral ondernemend EHS en minstens net zo groot als A zou zijn. Enerzijds lezen we terug dat deze prestaties geleverd zijn, anderzijds lezen we dat het bedrijfsleven nagenoeg niet bereid is te investeren.

Kan de gedeputeerde aangeven wie er dan voor de categorie C heeft betaald? En was de 85% inbreng wel grond en geld zoals beloofd?

Mobiliteit
Voorzitter, voor het programma Mobiliteit zien we twee onderwerpen die ons tot denken zetten. Het programma Verkeersveiligheid en Hooipolder Plus-plan. Zuiver kijkend naar proces en werkwijze is het geheel volgens het boekje en kan je daar niet iets op aanmerken. Als (deel)opgaven zijn afgerond en er middelen over zijn, dan vloeien deze terug naar de algemene middelen of naar de bestemmingsreserve. Maar toch voorzitter, het voelt niet goed aan. Als GS en PS hadden wij toch een doel om te bereiken en niet alleen een vinkje te halen.

Vraag aan de gedeputeerde is: Bent u van mening dat met het afronden van het activiteitenplan Verkeersveiligheid onze opgave hierop volledig is ingevuld en hadden we de resterende middelen van ca. 275.000 euro niet kunnen besteden aan de inrichting van een verkeersmonitor, die inzicht geeft in de veiligheid en het gebruik van onze wegen?

Voorzitter, met het Hooipolder Plus-plan was de gedeputeerde volop in overleg met Rijk en gemeenten en dit zou eindelijk iets gaan worden: tot 2030 filevrij! We lezen echter terug dat de verkeerslichten bij Hooipolder weer op rood staan en 750.000 euro retour reserve gaat. De vraag aan de gedeputeerde is: Hoe lang blijft dit plan nu op de plank liggen? We waren toch zo goed en doortastend bezig?

Sociale Veerkracht
Voorzitter, voor het derde jaar op rij moeten we constateren hoe weinig voortgang wordt geboekt op Sociale Veerkracht. Hier lezen we dat de ‘responsieve aanpak’ heeft geleid tot een onderbesteding van 600.000 euro. Voorzitter, als u googelt op ‘responsieve aanpak’, dan lijkt dit alleen voorbehouden te zijn aan onderwijs, kleine kinderen en de overheid met als belangrijke kenmerk: ‘Nog zoekende wat betreft concreet te behalen resultaten’.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook: Wanneer is u zoektocht naar te behalen resultaten afgerond en kunnen we eindelijk over tot effectief helpen van de Brabanders?

Moratorium
Voorzitter, in de categorie ‘lang wachten en niet weten waar we aan toe zijn’ valt ook het tijdelijk moratorium geitenhouderij. Hier was toch het karakter ‘tijdelijk’ en zouden we niet onnodig lang wachten op langdurige GGZ-onderzoeken? De gedeputeerde zou zelf een onderzoek starten en binnen 3 tot 6 maanden duidelijkheid verschaffen.

Kan de gedeputeerde aangeven wat de status is van het moratorium?

Voorzitter, mijn laatste maar zeker niet minste punt is de overbesteding op organisatiekosten. Voorzitter, in het kader van realistisch ramen zijn de begrotingen op programma’s naar beneden bijgesteld gedurende het jaar, de bijbehorende organisatiekosten laten alleen een stijging en overschrijding zien. De vraag aan de gedeputeerde is: Wat is de oorzaak van deze overschrijdingen op organisatiekosten, en waar blijft de strakke sturing hierop? Welke relatie ziet de gedeputeerde tussen deze overschrijdingen en juist forse besparingen van 4,5 miljoen op primaire werkprocessen? 

Kortom voorzitter, we hebben nog een weg te gaan als het gaat om het meten of doelen behaald zijn, sturen op resultaat en hiermee samenhangend realistisch ramen.

Voorzitter, ik ga afsluiten met een laatste illustratief voorbeeld…

Voorzitter, we hebben besloten dat de ingang van de bezoekersparkeerplaats bij het Provinciehuis anders moest. Daar is lang over nagedacht, normen op losgelaten, plannen gemaakt en uiteindelijk gerealiseerd. Alleen wat blijkt nu: de praatpaal staat reuze onhandig en levert zelfs gevaarlijke situaties op. Er wordt een groot beroep gedaan op de rijvaardigheid én fysieke gesteldheid van onze bezoekers. Vanuit hun zichtveld kan de griffie u er alles over vertellen.
Tja, wat doe je dan als best bestuurde decentrale overheid met concrete geluiden en feedback van de Brabanders, nu blijkt dat het resultaat er wel staat, maar het doel nog lang niet is gehaald?

Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar jaarstukken 2017 (18 mei 2018)

Schriftelijke vragen over verkeersdoden in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar en Marianne van der Sloot over verkeersdoden in de provincie Noord-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over verkeersdoden in Brabant.

Geacht college,

Eerder deze week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het aantal verkeersdoden in Nederland.

Via o.a. Omroep Brabant1 konden we lezen dat Brabant in 2017 de meeste verkeersdoden van ons land te betreuren had. In onze provincie waren er 98 dodelijke verkeersslachtoffers.

Naar aanleiding van deze zorgwekkende berichtgeving, iedere verkeersdode is er een te veel, heeft het CDA voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met de cijfers van het CBS, waaruit blijkt dat Brabant in 2017, voor het tweede jaar op rij, de meeste verkeersdoden van heel Nederland telde?
  2. Hoe ziet uw ‘doe-agenda’ eruit: welke concrete maatregelen, acties en projecten hebt u tijdens deze collegeperiode genomen om het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers te verminderen en de verkeersveiligheid in onze provincie voor álle verkeersdeelnemers te verbeteren?
  3. Wat is de effectiviteit van deze maatregelen, acties en projecten geweest? Graag een specificatie per maatregel, actie of project. 
  4. Is uw verkeersveiligheidsbeleid generiek beleid voor alle Brabanders of ook gericht op specifieke (kwetsbare) groepen, zoals kinderen, ouderen enz.?
  5. In hoeverre betrekt u maatschappelijke organisaties, zoals scholen en verenigingen, bij uw verkeersveiligheidsbeleid? Hoe zou dit beter kunnen?
  6. Volgens de minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn ouderen vaker bij (dodelijke) fietsongelukken betrokken dan jongeren. Bent u bereid om met de KBO, andere ouderenorganisaties in onze provincie, de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland, RAI Vereniging en Bovag in overleg te gaan over hoe deze kwetsbare groep beter te beschermen?
  7. Beschikken we als provincie over voldoende én over de juiste cijfers en kennis om gericht het aantal verkeersdoden omlaag te brengen? Of missen we nog gegevens en is aanvullend onderzoek dan wel een andere systematiek noodzakelijk?
  8. Uit het CBS-onderzoek springen Drenthe en Groningen eruit als veiligste fietsprovincies. Wat doen zij anders dan de provincie Noord-Brabant?
  9. Deelt u t.a.v. dit thema ‘goede voorbeelden’ met andere provincies en/of vindt kennisuitwisseling plaats?
  10. Is het huidige ‘arsenaal’ aan acties en middelen dat u kunt inzetten tegen (dodelijke) verkeersongelukken voldoende effectief om het aantal verkeersdoden terug te dringen of hebt u meer nodig? Indien ja, waarmee zou u geholpen zijn?
  11. Wat is uw doelstelling voor volgend jaar m.b.t. het verminderen van het aantal (dodelijke) verkeersslachtoffers? Zijn hiervoor extra financiële middelen nodig?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2773931123/Brabant+telt+meeste+verkeersdoden,+98+slachtoffers+onder+wie+35+fietsers.aspx.

CDA: provinciale wegen veiliger én duurzamer verlicht

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant de veiligheidseisen voor provinciale wegen tegen het licht houdt. Ook pleit de partij ervoor om de traditionele verlichting langs Brabantse wegen versneld te vervangen door duurzame LED-verlichting. “Niet pas in 2020, maar al eerder zouden alle N-wegen moeten zijn voorzien van milieuvriendelijke LED-lampen met een lange levensduur.” Aldus Statenlid Huseyin Bahar, die hiertoe de provinciebegroting wil laten wijzigen.

Het verbeteren van de veiligheid en het versneld verduurzamen van de provinciale wegen vormen de kern van de CDA-inbreng tijdens het debat over het onderhoud van de provinciale wegen. Dit debat vindt vandaag plaats in Provinciale Staten, het provinciale parlement.

Bahar:

“Dagelijks lezen we over ongelukken op tal van Brabantse wegen. Dat roept de vraag op of de veiligheidseisen die wij aan deze wegen stellen wel hoog genoeg zijn. Op dit moment hanteert de provincie hiervoor de normen van onderzoeksbureau CROW, dat is gespecialiseerd in grond-, water- en wegenbouw. Als CDA willen we dat de provincie nagaat of deze CROW-normen nog wel voldoen of dat aanvullende maatregelen nodig zijn.”

Klik op de volgende link om de spreektekst van Huseyin Bahar terug te lezen: Spreektekst Huseyin Bahar Kwaliteit (Onderhoud) Provinciale Infrastructuur (6 april 2018).

CDA op werkbezoek in Boxtel

Vrijdagmiddag 12 januari komen de Statenleden Marianne van der Sloot (fractievoorzitter), Ton Braspenning (Landbouw & Energie), Ankie de Hoon (Mobiliteit, Natuur & Milieu ), Huseyin Bahar (Mobiliteit Oost-Brabant & Financiën) en communicatiemedewerker Ernst van Welij voor een werkbezoek naar Boxtel.

De provincie en de gemeente Boxtel hebben elkaar hard nodig. De provincie heeft veel invloed op onder andere de locatie van woningbouwprojecten, leefbaarheid in de kleine kernen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en verkeer & mobiliteit. Het CDA gebruikt de korte lijnen tussen raadsfractie en de Statenleden om elkaar goed te informeren over knelpunten, ontwikkelingen en mogelijkheden. De Statenleden willen graag met Dorpsberaad Liempde en SPIN in gesprek, zodat ze deze punten ook provinciaal aan kunnen kaarten.

Het programma bestaat uit de volgende onderdelen:

We starten bij de dubbele spoorwegovergang en bespreken de gevolgen van PHS voor bereikbaarheid en leefbaarheid en dat er veel te weinig geld is voor aanvullende benodigde maatregelen. De vraag die hier centraal staat: Wat kan de provincie doen en hoe moet de gemeente Boxtel dit aanpakken?

De volgende stop is bij de geplande locatie van het biomassaplein. We spreken daar met Patrick van Loosbroek, voorzitter SPIN,  over de ontwikkeling van industrieterrein Vorst B. SPIN en CDA willen geen biomassaplein op dit industrieterrein, maar wel de ontwikkeling van duurzame bedrijven. Bedrijventerrein Ladonk mag zich door de beslissing van de provincie alleen ontwikkelen op duurzaamheid. Wat is mogelijk? En wat kan de provincie hierin betekenen? Het tweede onderwerp dat we hier bespreken, is PHS en de gevolgen voor de bereikbaarheid en veiligheid daarvan voor bedrijventerrein Ladonk.

Vervolgens ontmoeten we voorzitter Bert van Ruremonde en portefeuillehouder wonen Mark van der Laan van Dorpsberaad Liempde op de locatie Roderweg/Hamsestaat en spreken daar over de stagnatie van dit woningbouwproject. In het Raadhuis van Liempde spreken we verder over de gevolgen van het tekort aan nieuwe woningen voor de leefbaarheid van Liempde. Ook bespreken we de noodzaak van alternatieve woningbouwlocaties in Liempde en Boxtel.

Om 16.00 uur trappen de leden van het CDA Boxtel samen met de Statenleden de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezing 2018 af in Restaurant De Rechter.

CDA: vervanging ‘prehistorisch’ knooppunt Hooipolder op 1

De Brabantse CDA-fractie wil dat het ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder met voorrang wordt vervangen door een verkeersknooppunt anno 21ste eeuw. “Alleen de kwalitatief beste oplossing is goed genoeg”, aldus Statenlid Ankie de Hoon (woordvoerder verkeer & vervoer). De partij ziet niets in de halve oplossing die al een tijdje op tafel ligt, waarbij het knooppunt via fly-overs en bypasses slechts een upgrade krijgt die de echte problemen niet oplost en de druk op het onderliggende wegennet vergroot. Slecht geïnvesteerd geld, vindt het CDA.

Op 11 december a.s. overlegt de Tweede Kamer met de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het zgn. ‘Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport’ (MIRT). In het MIRT staan alle infrastructurele projecten van het Rijk voor de komende jaren. Het periodieke overleg hierover is voor politieke partijen hét moment om prioriteiten te stellen en accenten te leggen.

Het CDA pleit ervoor dat vervanging van het knooppunt en de structurele aanpak van de fileproblemen bij Hooipolder topprioriteit wordt in het MIRT-programma. De Hoon: “Slagen we er nu in om Hooipolder de make-over te geven die het nodig heeft, dan slaan we een belangrijke slag in de strijd tegen de Brabantse files. Daar profiteren niet alleen automobilisten en transportondernemers van, maar ook de inwoners van omliggende gemeenten die te maken hebben met sluipverkeer en onveilige verkeerssituaties.”

Het CDA wil o.a. dat knooppunt Hooipolder volledig stoplichtvrij wordt en er zowel over de A59 als de A27 ongehinderd kan worden doorgereden. Met voldoende wegcapaciteit, waarbij het onderliggende wegennet wordt ontlast.

Het CDA hoopt dat de Tweede Kamer de Brabantse zorgen om Hooipolder erkent en – eindelijk – over de brug komt. “Limburg focust op de A2, laten wij focussen op Hooipolder. Zo maken we samen Zuid-Nederland beter bereikbaar.”